CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

20-079 Technische vragen en antwoord - CDA-verordening fysieke leefomgeving.pdf

Raadsvergadering 1 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Technische vragen verordening fysieke leefomgeving (1e tranche)1.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vraag

Door

CDA, R. Verhagen

Kopie aan

Raad (via griffie)

Volgnummer

20-079

Zaaknummer

1948358797

Datum

Datum antwoord

16-12-2020

21-12-2020

Portefeuillehouder

J. Goijaarts

Bijlage(n)

Onderwerp Raadsvoorstel ‘Verordening Fysieke Leefomgeving‘

Beste heer Verhagen, Uw vragen van 16 december 2020 kunnen wij als volgt beantwoorden: Vragen: 1. In de brief van ZLTO van 14-12-2020, wordt aangegeven dat er geen participatie of overleg heeft plaatsgevonden ten aanzien van de voorliggende normenkaart met gebiedstypologieën. Uit de stukken blijkt dat er in het najaar van 2019 in vier bijeenkomsten gesproken is over de begrenzing, door medewerkers uit de verschillende werkateliers. Daarna heeft er nog intern overleg in een Binnen-Lab plaatsgevonden door medewerkers. Waarom heeft er over zo’n belangrijk onderwerp geen participatie plaatsgevonden met belangenorganisaties, belanghebbenden en is het niet voorgelegd aan de gemeenteraad? 2. Bij de omschrijving van de Gebiedstypologie ‘Landelijke gebied, hoofdfunctie natuur’, wordt de nadruk gelegd als zouden deze gebieden hoofdzakelijk voor natuurdoelen ingezet moeten worden. Het blijkt dat vele van deze gronden hoofdzakelijk worden gebruikt voor akkerbouw en melkveehouderij. Waarom ontbreekt het landbouwkundig gebruik aan de typologie? 3. Bij de gebiedstypologie ‘Landelijk gebied agrarisch’ wordt aangegeven dat hierin agrarische kerngebieden en agrarische activiteiten worden behandeld. Het gaat dan om bodem, water, landschap, milieu en gezondheid.

Waarom wordt er bij dit onderdeel de nadruk gelegd op bodem, water en gezondheid en missen we deze onderdelen totaal, bij zowel lichte als zware bedrijvigheid? Dat de genoemde omschrijvingen bij de verschillende gebiedstypologieën duidelijk te kort schieten en een verkeerde weergave geven van de werkelijkheid wordt ook in de brief van ZLTO aangegeven. 4. Er wordt in de tekst bij de kaart in Arcgis bij het tabje gebiedstypologieën gesteld, dat een gebiedstypologie juridisch niet bindend is en niet één op één toegepast kan worden op locaties, omdat het geen bestemming is.

Hoe kan het dan dat de gebiedstypologieën wel leidend worden als begrenzing op de geurnormenkaart? 5. Intensieve veehouderijbedrijven liggen verspreid over het gehele buitengebied van Meierijstad. De locatie en ligging t.o.v. van andere bedrijven of woningen zijn bepalend welke mogelijkheden een bedrijf heeft (onder meer bestemmingsplan). Met de geurnormenkaart en de bijbehorende gebiedstypologie, wil men een gebiedsindeling nastreven/invoeren. Dit doet geen recht aan bedrijven, die nu op uitstekende locaties liggen waar een lagere geurnorm voor zou gaan gelden volgens de kaart. a. Waar zijn deze besluiten op gebaseerd? b. Wie is verantwoordelijk voor deze beleidsomslag? c. Op basis van welke argumenten is dit besluit genomen? 6. In de legenda van de kaart van de ODBN staat aangegeven dat deze definitief is, met een datum van 28 oktober 2020. a. Wat betekent definitief? b. Hoe is deze kaart tot stand gekomen en wie heeft dit besluit genomen? c. Wanneer komt de gemeenteraad hierbij aan bod Antwoord: 1.) Wij weten niet precies naar welke stukken u verwijst. Er zijn wel ambtelijke bijeenkomsten geweest over de begrenzing van gebiedstypologieën, maar die hadden betrekking op de omgevingsvisie-in-wording en niet op de overgangsverordening fysieke leefomgeving.

Het omgevingsbeleid en een concept van de gebiedstypologieën uitgezet op een kaart kwamen aan bod tijdens het ThuisLab Omgevingswet van mei 2020. Daar hebben inwoners en ZLTO-ers aan deelgenomen. Raadsleden waren ook welkom om er aan deel te nemen. De gebiedstypologieën zijn genoemd in uw beeldvormende avond van 4 juni 2020, toen uw agendacommissie over het inderdaad belangrijke onderwerp de omgevingsvisie een presentatie liet geven van ongeveer een half uur. 2.) U verwijst kennelijk naar een concepttekst in relatie tot de omgevingsvisie-in-wording. In plaats van met u in discussie te gaan over wat daar staat en hoe dat betekenis kan worden gegeven, lijkt het ons passend dat ons college eerst zelf het voorontwerp van de omgevingsvisie behandelt. In relatie tot de overgangsverordening fysieke leefomgeving is vanuit het project Vitaal buitengebied en de omgevingsvisie-in-wording een gebiedsvisie geabstraheerd op basis waarvan verschillende geurnormen zijn voorgesteld. Daarbij heeft ons college geenszins ontkend dat een deel van het gebied aangeduid als ‘landelijk gebied, hoofdfunctie natuur’ in gebruik is als weiden, akkers, wegen en voor stallen, woningen, enz. Alle gebiedstypologieën, zowel in hun gebruik bij de omgevingsvisie als in hun gebruik bij de overgangsverordening, kennen gemengd gebruik.

Waar het onderscheid op berust, is de relatieve betekenis van verschillende waarden. Een groter deel van ‘landelijk gebied, hoofdfunctie natuur’ dan bijvoorbeeld van ‘landelijk gebied, agrarisch’ is feitelijk bos of beekdal. In ‘landelijk gebied, hoofdfunctie natuur’ hebben waarden van natuur, klimaatadaptatie en recreatie een grote betekenis naast eventuele waarden van economische exploitatie door akkerbouw, tuinbouw of veeteelt.

Zaaknummer 1948358797

Pagina 2 van 4

datum 21 december 2020

3.) U verwijst, opnieuw, kennelijk naar een concepttekst in relatie tot de omgevingsvisie-inwording. In plaats van met u in discussie te gaan over wat daar staat en hoe dat betekenis kan worden gegeven, lijkt het ons passend dat ons college eerst zelf het voorontwerp van de omgevingsvisie behandelt. Wij hebben zowel met participanten als met uw raad gedeeld dat de gebiedstypologieën van de omgevingsvisie hulpmiddelen zijn voor het ontwikkelen van het omgevingsbeleid. Het zijn abstracties met zowel gebiedsgericht als thematisch beleid. Het thematische betekent dat er thema’s zijn uitgewerkt niet acht keer achtereen in elk van de gebiedstypologieën, maar liefst in een enkele gebiedstypologie. 4.) De digitale kaart waar u naar verwijst betreft het concept voor de gebiedstypologieën in het voorontwerp van de omgevingsvisie. De gebiedstypologieën van de omgevingsvisie zijn hulpmiddelen voor het ontwikkelen van het omgevingsbeleid. Het zijn abstracties met zowel gebiedsgericht als thematisch beleid. De omgevingsvisie, eenmaal vastgesteld, heeft geen burgers bindende werking. De geurnormen van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad zijn gekoppeld aan een afzonderlijke geurkaart die een bijlage is bij die verordening.

De gebieden op deze kaart hebben benamingen die overeenkomen met de gebiedstypologieën voor de omgevingsvisie om zo de samenhang in het omgevingsbeleid navolgbaar te maken. Maar voor de geurnormen kán een andere benaming en een andere begrenzing gebruikt worden dan in het algemene omgevingsbeleid. 5.) Wij vatten uw inleiding tot deze vragen op als uw politiek standpunt. a.) Wij begrijpen niet precies welke besluiten u bedoelt. Bedoelt u de besluiten tot vaststellen van de verschillende bestemmingsplannen die nu gelden? Of de beslissingen van ondernemers om zich ergens te vestigen en daar een veehouderij te exploiteren? Of de beslissingen om daarvoor een vergunning te verlenen? Of de beslissingen van mensen om te wonen in het landelijk gebied? b.) Als u bedoelt ons voorstel voor een geurnormering met differentiatie van geurnormen al naargelang de gebiedsvisie geabstraheerd uit zowel het project Vitaal buitengebied als de omgevingsvisie-in-wording, dan is die ‘beleidsomslag’ de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Uw raad heeft een hele reeks vaak ambitieuze doelen gesteld die doorwerken in het landelijk gebied en ons college paart daaraan een collegewerkprogramma. c.) Er zijn veel besluiten, over het algemeen met hun specifieke motivering. Denk aan de motivering voor de duurzaamheidsvisie, voor de nota gezondheidsbeleid, voor de visie recreatie en toerisme, enz.

Ook in het raadsvoorstel en de toelichting bij de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad is een motivering aangedragen. 6.a.) Het woordenboek geeft de termen ‘blijvend’, ‘afdoend’ en ‘vast.’ In deze context duidt ‘definitief’ erop dat het gaat om de kaart horend bij de definitieve verordening in de zin van de verordening zoals die is bedoeld om vast te stellen. Als onderscheiden van het ‘concept’ van de kaart horend bij de ontwerpverordening in de zin van ter inzage gelegd en voor zienswijzen aangeboden.

Zaaknummer 1948358797

Pagina 3 van 4

datum 21 december 2020

6.b.) In de gebruikelijke verhoudingen geldt dat de kaart van ons college komt. Het college heeft het concept vrijgegeven voor terinzagelegging (besluit van 7 juli 2020) en de definitieve kaart behandeld met het raadsvoorstel in zijn vergadering van 10 november 2020. U heeft kennelijk de legenda van de kaart gezien. Dan heeft u daar misschien ook gezien dat de kaart gemaakt is door iemand bij de Omgevingsdienst Brabant-Noord. In de praktijk is dat gebeurd in het ambtelijke team dat voor ons college het voorstel heeft voorbereid. 6.c.) De raad is hierbij aan bod sinds ons college op 10 november 2020 het voorstel uitbracht. Natuurlijk waren raadsleden welkom om deel te nemen aan de twee sessies van het ThuisLab Omgevingswet in mei 2020 warin geur van veehouderijen en het beleid voor het landelijk gebied werden besproken.

Met vriendelijke groet, J. Goijaarts

Zaaknummer 1948358797

Pagina 4 van 4

datum 21 december 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c68c7ffe-d246-45f4-adc5-e038b1fda528