20-076 Verordening fysieke leefomgeving -antwoord vragen cie REB.docx
Tekst van het document
Technische vraag
Door
M. van der Aalsvoort, HIER
Kopie aan
Raad (via griffie)
Volgnummer
20-076
Zaaknummer
1948356630
Datum
Datum antwoord
04-12-2020
07-12-2020
Portefeuillehouder
J. Goijaarts
Bijlage(n)
Onderwerp
Verordening fysieke leefomgeving (VFL) (1e tranche)
Beste heer Van der Aalsvoort, Uw vragen, gesteld in de commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering van 2 december 2020, kunnen wij als volgt beantwoorden: Vragen: 1. Waarom wordt onderscheid gemaakt tussen dorps- en stedelijk gebied? 2. Blijven de normen, zoals opgenomen in de oude geurkaarten Veghel en Sint-Oedenrode gelden voor de huidige vergunningen? Antwoord: 1. Om de samenhang in het geheel van het omgevingsbeleid navolgbaar te maken, zijn op de geurkaart bij deze verordening de aanduidingen weergegeven van de gebiedstypologieën volgens de omgevingsvisie-in-wording. Het gebruik van de gebiedstypologieën in de omgevingsvisie hebben wij u toegelicht op 4 juni 2020, in de tijd die u ons daarvoor toemat tijdens uw beeldvormende avond. Voor specifiek geurhinder stelt het college geen onderscheid voor tussen de drie typologieën van stedelijke gebied (iv. centrumdorps gebied, v. centrumstedelijk gebied en vi. verstedelijkt (woon)gebied). Dan kan anders zijn voor andere aspecten van het omgevingsbeleid. Uw raad zelf heeft bijvoorbeeld al onderscheid gemaakt tussen Veghel en de andere stedelijke kernen bij de vaststelling van het reclamebeleid.
2. De lokale geurnormen van Veghel en Sint-Oedenrode golden daar als toetsingskader tot en met 31 december 2018. De omgevingsvergunningen die binnen die toetsingskaders verleend zijn (en die onherroepelijk zijn geworden, d.w.z. dat er geen rechterlijke uitspraak meer over verwacht hoeft te worden) blijven van kracht. Maar de oude toetsingskaders zelf zijn wel vervallen per 1 januari 2019.
Met vriendelijke groet, J. Goijaarts
Zaaknummer 1948356630
Pagina 2 van 2
datum 04-12-2020