2. Nota van Beantwoording NRD Meierijstad
Tekst van het document
Zienswijzen en reacties op zienswijzen
Nota van Beantwoording zienswijzen op notitie reikwijdte en detailniveau windenergie
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Inleiding _______________________________________________________________ 3 Procedure ______________________________________________________________ 3 Ontvangen zienswijzen ___________________________________________________ 3 Ontvankelijkheid _________________________________________________________ 3 Leeswijzer _____________________________________________________________ 3 Inhoud en beantwoording zienswijzen ________________________________________ 4 Aanvullingen n.a.v. zienswijzen ____________________________________________ 27
Zaaknummer
Pagina 2 van 27
datum 11 oktober 2021
1. Inleiding De gemeente Meierijstad wil in 2050 CO2-neutraal zijn. Dit is vastgelegd in de duurzaamheidsvisie. In 2020 is de eerste stap gezet door het vaststellen van het beleidskader ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad.’ Daarnaast zijn er in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) afspraken gemaakt over de duurzame opwek binnen de regio en de gemeente. Uit eerdere onderzoeken komt windenergie als één van de belangrijke duurzame energiebronnen naar voren. In het genoemde lokale beleidskader is een afwegingskader voor zonne-energie opgenomen, maar voor windenergie is er alleen een globale verkenning naar de technische mogelijkheden gedaan. Door het uitsluiten van de gebieden met een harde belemmering (bijv. geluidscontouren en veiligheidsafstanden) zijn daarbij 4 kansrijke gebieden naar voren gekomen. Het op te stellen ‘Afwegingskader Windenergie’ is daarmee een logische vervolgstap in dit traject. Voor het Afwegingskader Windenergie wordt een milieueffectrapportage (planMER) opgesteld. De notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor deze planMER heeft ter inzage gelegen voor zienswijzen. Dit document vormt de beantwoording van de binnengekomen zienswijzen.
2. Procedure De notitie reikwijdte en detailniveau windenergie lag met ingang van 1 augustus 2021 negen weken ter inzage, tot en met 30 september 2021 zoals bekendgemaakt met een publicatie in het Gemeenteblad 2021, nr. 232571. van 28 juli 2021.
3. Ontvangen zienswijzen De gemeente heeft 16 zienswijzen ontvangen. In de Nota van Beantwoording is gekozen om de indieners te anonimiseren.
4. Ontvankelijkheid Een zienswijze is ontvankelijk als deze uiterlijk de laatste dag van de periode van ter inzage legging is verzonden en binnen één week na deze dag is ingekomen (artikel 6:9 lid 2 Awb). De zienswijzen zijn binnen deze periode ingekomen en zijn daarom ontvankelijk.
5. Leeswijzer In paragraaf 6 van deze notitie wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. Indien de zienswijzen reden geven om de NRD gewijzigd vast te stellen ten opzichte van de concept NRD, wordt dat aangegeven. In paragraaf 8 van deze notitie staat het overzicht van de voorgestelde wijzigingen op de concept NRD.
Zaaknummer
Pagina 3 van 27
datum 11 oktober 2021
6. Inhoud en beantwoording zienswijzen Onderstaand zijn de uit de zienswijzen afgeleide vragen en punten opgenomen, waarbij deze per individueel punt beantwoord zijn. Hiervoor zijn waar nodig de ingediende zienswijzen opgeknipt om de beantwoording zo overzichtelijk mogelijk te maken. INDIENER 1 1. In het afwegingskader worden zon- en windenergie langs elkaar vergeleken in plaats van met elkaar. Graag zouden we willen zien dat er in het afwegingskader zon-, windenergie en opslag naast elkaar kunnen worden toegepast en dat deze zaken niet alleen afzonderlijk van elkaar moeten worden bekeken. Volgens Enexis wordt het netwerk optimaal benut wanneer zon- en windenergie en opslag worden gecombineerd. Dit wordt cable pooling genoemd. Juist in een gebied met beperkte netcapaciteit biedt dit extra kansen om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Zie ook bijgaande presentatie van Enexis waarin wordt genoemd dat gemeenten voorrang zouden moeten geven aan zon/wind combinaties. De netkabel naar een ‘zon- of windpark op maat’ wordt gemaakt voor die specifieke ontwikkeling. Indien pas nadat een zon- of windpark is gerealiseerd wordt onderzocht of zogenoemde cable pooling mogelijk is dan zal vaak blijken dat het lastig is om op een op maat gemaakte kabel nog (veel) extra capaciteit aan te sluiten.
Wij zijn, net als Enexis, van mening dat alle vormen van energieproductie en levering als één integrale ontwikkeling moeten worden gezien. In verschillende gebieden binnen Meierijstad zijn meerdere goede initiatieven voor zonneweides en enkele van deze gebieden zijn ook aangewezen als zoekgebied voor windenergie. Als bewoners van een van deze gebieden zouden we in zulke gebieden graag zien dat bij het plaatsen van de infrastructuur voor windmolens rekening wordt gehouden of al wordt meegedacht met het leggen van zonneweides. Op deze manier wordt veel geld bespaard en kan de infrastructuur in één keer op een goede manier worden aangelegd en wordt het netwerk optimaal gebruikt. Ook kan in het gehele plan dan beter worden gekeken hoe natuur, wind- en zonneenergie en landbouw goed naast elkaar kunnen worden geplaatst om het gebied aantrekkelijk te houden en toch bij kan dragen aan de groene energietransitie. Al met al zou het gezien moeten worden als één grote gebiedsontwikkeling. Concreet zouden we willen zien dat in het afwegingskader komt te staan dat bij de keuze waar de windmolens komen te staan er ook wordt gekeken of de plaats geschikt is voor zonne-energie en opslag. Dat er één plan gemaakt wordt, waarbij de infrastructuur, zonneparken, windmolens en opslag worden geplaatst. 2. Vanuit actiegroepen worden veel negatieve berichten verspreid over zon- en windenergie.
Niet iedereen deelt deze mening. We willen u laten weten, dat er naast deze enkele bewoners die niet willen bijdragen aan de groene energietransitie in onze omgeving, ook bewoners zijn die hier wel positief tegenover staan en graag mee willen denken en mee willen werken. We moeten de energiedoelen, ook binnen Meierijstad, uiteindelijk wel behalen. Een positieve mening hardop hierover uitspreken is lastig, omdat dit kleine actiegroepen aanzet tot groter protest. Antwoord: 1) In de verdere uitwerking van het beleidskader van windenergie en de aanpassingen naar aanleiding van de doorlopende evaluatie van het beleidskader zonneparken wordt dit onderwerp onder de term energiemix opgenomen. 2) Dank voor de verstrekte informatie. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
Zaaknummer
Pagina 4 van 27
datum 11 oktober 2021
INDIENER 2 Tijdens de lessen natuurkunde heb ik aan een klas gevraagd om hun mening omtrent windmolens in Meierijstad op te schrijven. Enkele daarvan kunnen goed als zienswijze gezien worden, anderen zijn belangrijk om mee te nemen en serieus te nemen als mening van jongeren uit uw gemeente. Leerling 1: Hallo gemeente Meierijstad, Ik wil eigenlijk een windmolen in de Veghel, want als Veghel windmolens heeft dan kan jij makkelijk elektriciteit te hebben. Met windenergie kunnen we eenvoudig elektriciteit opwekken. Leerling 2: Ik vind niet dat er windmolens hoeven te komen omdat er geen plek is en anders word het te vol. Leerling 3: Mijn mening is, dat er windmolens moeten komen in Meierijstad want dat is heel goed voor het energie en duurzamer. Ze moeten opletten dat er niet mensen last van kunnen hebben en dat ze gewoon kunnen slapen dat er niet iets ergs mee gaat gebeuren. Ze moeten zorgen dat de windmolens op een goede plek worden gezet. Leerling 4: Ik wil geen windmolens want het ziet er niet mooi uit ze kunnen ze beter op zee plaatsen want, daar hebben ze genoeg plek en op het land niet. Als ze wel willen plaatsen dan moeten ze niet in de weg staan en ergens aan het water. Leerling 5: Ik wil wel maar ze moeten in water staan.
Leerling 6: Ik wil wel wint molens want het is beter voor het milieu en dan word de aarde niet warmer maar je moet zen wel plaatse war mensen er geen last van hebben. Antwoord: Gezien de reacties volgt hier een algemeen antwoord op de zes leerlingen. Hartelijk dank voor de reacties die zijn ingediend. Goed om te zien dat er over verschillende onderdelen van windenergie wordt nagedacht. Wat betreft de plaatsing van windmolens op zee: de landelijke overheid heeft reeds bepaald dat daar maximaal op wordt ingezet maar dat dit niet mee mag tellen in de opgave die gemeenten zelf hebben, de opwek die op de Noordzee kan is voor de meest energievragende industrie van Nederland. Mogelijke locaties van windmolens en wat dit betekent voor mogelijke overlast wordt in het MER-onderzoek en de verdere uitwerking van het windbeleid meegenomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 3 1. Radar/Ether Een belangrijk voorbeeld zijn de ernstige belemmeringen die volgen uit de radarverstoringsgebieden, zoals de radarverstoringsgebieden (van 15 kilometer en 75 kilometer) rondom vliegbasis Volkel. Ook de 500-voetszone rond deze vliegbasis vormt een ernstige belemmering voor de realisatie van windturbines. Wat betreft radarverstoringsgebieden dient onderscheid gemaakt te worden tussen de radarverstoringsgebieden van 15 kilometer en 75 kilometer rond militaire luchthavens, zoals vliegbasis Volkel. Wel is hierbij van belang dat ook draadloze ethersignalen ernstig verstoord kunnen worden door windturbines. De effecten van
Zaaknummer
Pagina 5 van 27
datum 11 oktober 2021
windturbines op draadloze ethersignalen dient in het plan-MER windenergie Meierijstad dan ook onderzocht te worden. 2. (Verblijfs)recreatie De in het geldende bestemmingsplan toegekende bestemmingen en ruimtelijke functies spelen daarbij een belangrijke rol. (Verblijfs)recreatie bestemmingen en functies verhouden zich bijvoorbeeld niet met de realisatie van windturbines. Indien bijvoorbeeld een windturbine wordt geplaatst zonder dat afdoende afstand wordt gehouden van een (verblijfs)recreatieterrein en (verblijfs)recreatiegebouw (zoals bijvoorbeeld een camping of kampeerboerderij / groepsaccommodatie), is de overlast veroorzaakt door windturbines van dusdanige aard dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de norm van goede ruimtelijke ordening zich verzetten tegen realisatie van windturbines in de nabijheid van een (verblijfs)recreatieterrein en (verblijfs)recreatiegebouw. Wat betreft gevoelige bestemmingen dienen niet alleen woningen maar ook (verblijfs)recreatiegebouwen en (verblijfs)recreatieterreinen als gevoelige bestemmingen te worden aangemerkt, omdat alleen zo ook recht wordt gedaan aan de overlast die verblijfsrecreanten (verblijvenden) zullen ondervinden indien er windturbines gerealiseerd zullen worden in de zoekgebieden. Hiertoe dienen alle in het geldende bestemmingplan toegelaten vormen van (verblijfs)recreatie te worden meegenomen.
Hieronder vallen ook de in het bestemmingsplan toegekende functies kampeerboerderij en groepsaccommodatie.’’ ‘’Er mag dus niet worden volstaan met enkel een verwijzing naar onderzoeken die elders zijn gedaan aangaande het effect van windturbines op toerisme en recreatie, er moet in het plan-MER worden erkend dat een windturbinepark zeer ernstige overlast kan veroorzaken en in zijn algemeenheid windturbineparken niet samengaan met verblijfsrecreatie.‘’ ‘’Bij het onderzoek naar veiligheid dienen naast de opsomming in tabel 5.2 ook (verblijfs)recreatiegebouwen en (verblijfs)recreatieterreinen te worden aangemerkt als kwetsbaar object en zodanig in het m.e.r.-onderzoek te worden meegenomen.’’ 3. Project-MER ‘’Voor de duidelijkheid moet in de NRD worden opgenomen dat mocht men al verder gaan met mogelijke windparken, altijd een project-MER moet worden uitgevoerd.’’ 4. Landschap ‘’Hierdoor kan naar ons idee zoekgebied ‘t Lijnt niet gezien worden als “open productielandschap” waardoor niet aan het als eerste genoemde uitgangspunt (zoekgebieden moeten liggen in grootschalige landschappelijke eenheden) wordt voldaan voor het selecteren van potentiële zoekgebieden.’’ ‘’Wat verder opvalt, is dat wat betreft landschappelijke beoordeling er onterecht geen of te weinig aandacht lijkt te worden besteed aan de gebruikswaarde en de toekomstwaarde van het landschap.
Dit dient wel te gebeuren.’’ 5. NNB hoofdinfrastructuur ‘’Langs de hoofdinfrastructuur moet worden opgevat als direct aansluitend op de hoofdinfrastructuur. De provinciale regelgeving laat geen ruimere interpretatie toe. Voor de duidelijkheid zou dit uitdrukkelijk in de NRD moeten worden vermeld, zodat geen onjuist beeld
Zaaknummer
Pagina 6 van 27
datum 11 oktober 2021
wordt geschapen van de mogelijkheden om binnen bijvoorbeeld bosgebied ’t Lijnt windturbines te realiseren.’’ 6. Cumulatie/reflectie geluid/stiltegebieden ‘’ Van belang in dit kader is bijvoorbeeld de extra geluidsoverlast veroorzaakt door weerkaatsing van het geluid van een windpark door zonnepanelen van een zonnepark indien een windpark wordt gerealiseerd in de nabijheid van een of meerdere zonneparken. Ook dient er in de NRD afwegingskader windenergie 2021 en het plan-MER windenergie Meierijstad rekening te worden gehouden met de ontwikkelingen in buurgemeenten en de naburige RES-regio’s: Metropoolregio Eindhoven en Hart van Brabant.’’ ‘’Wat betreft geluid dient ook rekening gehouden te worden met de situatie dat er ook plaatsen in zoekgebieden zijn waar regelmatig weinig tot geen ander (achtergrond) geluid te horen is.’’ 7. Geluid/Slagschaduw (o.a. Nevele) ‘’ Op grond van de rechtspraak van de Raad van State zijn echter de algemene normen vervat in het Activiteitenbesluit milieubeheer voor geluid, slagschaduw en veiligheid niet langer verbindend voor windparken.
Zie onder meer de uitspraak Raad van State van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395.’’ ‘’Het plan-MER windenergie Meierijstad dient naast hoorbaar geluid en laagfrequent geluid ook onderzoek te doen naar de effecten van niet hoorbaar normaal en laagfrequent geluid veroorzaakt door windturbines.’’ ‘’Bij dit punt is het van belang dat alle bestemmingen en ruimtelijke functies die thans in de zoekgebieden voorkomen goed in kaart worden gebracht. Hierbij is het uiteraard van belang een uiteenzetting te geven van alle (hindergevoelige) ruimtelijke bestemmingen en functies. Bestemmingen en ruimtelijke functies die zijn toegekend in het bestemmingsplan dienen daarbij als uitgangspunt te worden genomen.’’ 8. Natuur ‘’Voorop staat dat een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de effecten op natuur en natuurwaarden moet worden gemaakt in het plan-MER windenergie Meierijstad.’’ ‘’Verder wordt ingegaan op nadere eisen die gelden indien windturbines in de directe nabijheid van de grootschalige infrastructuur binnen het NNB worden gerealiseerd. Wat betreft het NNB is bovendien van belang dat er ook een externe werking uitgaat van het NNB.’’ 9.
Vermeden emissies ‘’ Van belang is dat in het plan-MER windenergie Meierijstad bij de berekening van vermeden schadelijke stoffen niet alleen rekening wordt gehouden met de energieopwekking op conventionele wijze (zoals bijvoorbeeld steenkool en aardgas), maar ook uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met alternatieve vormen van energieopwekking zoals bijvoorbeeld het opwekken van energie door gebruik te maken van groen gas, (groene) waterstof en kernenergie.’’ 10. Paardenhouderij ‘’De functie paardenhouderij gaat slecht samen met de realisatie van een windpark. Paarden zijn gevoelig voor de overlast van windturbines. Realisatie van een windpark in de buurt van
Zaaknummer
Pagina 7 van 27
datum 11 oktober 2021
vorenbedoeld perceel levert onevenredig overlast en schade op voor de paardenhouderij. De exploitatie van de paardenhouderij wordt daardoor ernstig en onevenredig geschaad.’’ 11. Lichtvervuiling ‘Daarenboven dient ook expliciet onderzoek te worden gedaan naar lichtvervuiling (en aantasting van de horizon) veroorzaakt door onder andere waarschuwingslichten op windturbines.’’ Antwoord: 1) Zoals benoemd op pagina 24 van de NRD wordt de invloed op radarzones meegenomen. Gebruikelijk wordt het effect van windturbines op de defensieradardekking getoetst wanneer er een concreet initiatief met een concrete opstelling is om te laten toetsten. Conform het Barro is dit ook pas verplicht ten tijden van het vaststellen van een bestemmingsplan voor een concreet project. Na overleg met Defensie en de nabijheid van de radar op Vliegbasis Volkel kiest de gemeente Meierijstad er voor om al in vroegtijdig stadium in het kader van het planMER een verkennend radaronderzoek te laten uitvoeren, om zo aan de voorkant inzicht te krijgen in de te verwachten effecten. Dit zal worden aangevuld in de NRD. Effecten op draadloze communicatiesignalen kunnen voornamelijk optreden wanneer de windturbines zich in een aangewezen straalpad bevinden. Dergelijke straalpaden worden door Agentschap Telecom uitgegeven.
Op basis van de kaart van deze straalpaden zal in het MER worden bekeken of effecten te verwachten zijn. Er zal geen nader onderzoek naar overige effecten op (mobiele) telecommunicatie worden gedaan in het MER omdat uit ervaring op andere locaties blijkt dat deze effecten niet te verwachten zijn. 2) Recreatie en toerisme is meegenomen als aanvullend onderwerp voor het MER (zie pagina 25). Onderzoek naar de effecten van windturbines op recreatie en toerisme wordt meegenomen. Recreatiewoningen en -terreinen zijn niet geclassificeerd als geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Mocht er zich in de toekomst een concreet project aandienen in de buurt van recreatiewoningen of -terreinen zal hier in een milieuonderzoek en motivering bij het ruimtelijk plan ten behoeve van het project aandacht aan worden besteed in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor een plan-MER zal de aanwezigheid van recreatiewoningen of -terreinen een aandachtspunt vormen. In het kader van het Plan-MER zal onderzoek naar de effecten van slagschaduw worden gedaan op de omgeving. Daarbij worden – middels het inzichtelijk maken van de te verwachten slagschaduwcontouren - ook de effecten op recreatieterreinen en woningen meegenomen. Kampeer- en recreatieterreinen voor verblijf van meer dan 50 personen zijn aangemerkt als kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid.
Mocht er zich in de toekomst een concreet project aandienen in de buurt van recreatiewoningen of -terreinen zal hier in een m.e.r.- beoordeling van het project rekening mee gehouden worden. Voor een plan-MER heeft dit echter een te hoog detailniveau. 3) Vaak wordt binnen windturbineprojecten al gekozen voor een vrijwillige project-MER. Mocht er zich in de toekomst een concreet project aandienen zullen de op dat moment geldende wettelijke procedures gevolgd moeten worden. De huidige NRD is opgesteld voor een plan-MER en nog niet voor een concreet project. 4) Een afweging van landschapstyperingen is geen onderdeel van het plan-MER. De effecten van windturbines op landschap, cultuurhistorie en archeologie worden al meegenomen. Er zal een landschappelijke beoordeling worden gemaakt van de effecten van windturbines op de omgeving aan de hand van de criteria zoals die in tabel 5.2 van de
Zaaknummer
Pagina 8 van 27
datum 11 oktober 2021
NRD zijn opgenomen. Het onderdeel gebruikswaarde komt reeds aan de orde onder het aspect ‘ruimtegebruik’. Het door u aangestipte aspect toekomstwaarde zien wij niet als toetsbaar criterium in het planMER. Een MER beschrijft de effecten van een ontwikkeling, afgezet tegen de referentiesituatie (huidige situatie). In die methodiek is het niet logisch en ook niet uitvoerbaar om een beoordeling van een toekomstige waarde te maken. Bovendien zou dit vragen om een beoordeling van de waarde van het landschap op een toekomstig moment. Hoe die beoordeling uitpakt is echter sterk afhankelijk van de op dat moment gewenste ontwikkeling in ruimtelijke ordening, ruimtevraag en ruimtelijke kwaliteit, die we nu niet kennen. 5) Binnen de zoekgebieden worden referentieopstellingen geplaatst, deze worden niet geplaatst in gebieden waar windturbines conform beleid uitgesloten zijn. Dat geldt dus ook voor NNB gebieden niet gelegen zijn langs hoofdinfrastructuur. 6) In geluidsberekening wordt rekening gehouden met cumulatie met onder andere windparken in de omgeving. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met reflectie door de ondergrond. In de geluidsberekeningen wordt rekening gehouden met het aanwezige en toekomstige omgevingsgeluid.
7) Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MERplicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn (ECLI:NL:RVS:2021:1395). De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt en verankerd in wetgeving (een proces dat naar verwachting van de Staatssecretaris circa 1,5 – 2 jaar zal duren) mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Indiener merkt dus terecht op dat de normen uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn gesteld als gevolg van de uitspraak.
De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag eigen normen kan hanteren ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Deze dienen te worden vastgelegd in de vergunning en het ruimtelijk plan voor een concreet project. Voor het MER betekent dit dat uitgebreid onderzoek zal worden gedaan naar de milieueffecten op de aspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gemeente Meierijstad zelf een lokale, op de locatie toegespitste normstelling motiveren, of ervoor kiezen alsnog aan te sluiten bij de normen die te zijner tijd landelijk opnieuw zullen worden vastgelegd. Het MER is echter bij uitstek geschikt om deze informatie inzichtelijk te maken Hierbij wordt onder andere aan de hand van verschillende geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities. Vanwege het abstractieniveau van een planMER zal niet voor ieder object afzonderlijk een berekening worden gemaakt. Naast hoorbaar geluid, zal ook aandacht worden besteed aan laagfrequent geluid in het plan-MER.
Niet hoorbaar geluid (ook wel infrasoon) geluid vormt geen onderdeel van de
Zaaknummer
Pagina 9 van 27
datum 11 oktober 2021
beoordeling, omdat er geen aanleiding is dat dit voor windturbines een specifiek aandachtspunt vormt, noch is hiervoor een reken- of beoordelingsmethodiek beschikbaar. 8) In het kader van het MER zal een natuurtoets worden opgesteld, waarin effecten op beschermde soorten en gebieden uitgebreid worden onderzocht. Bij realisatie van windturbines is een compensatieverplichting opgenomen. Dit zal pas aan de orde komen wanneer er een concreet plan is voor een windproject binnen NNB-gebied. Voor een onderzoek in een plan-MER heeft dit echter een te hoog detailniveau. Dit kan wel als randvoorwaarde meegenomen worden in het afwegingskader. 9) In de vergelijking wordt uitgegaan van huidige conventionele opwektechnieken. Daarbij is de rol van groen gas en kernenergie in Nederland zeer beperkt. Voor de opwek van groene waterstof is de opwek van groene elektriciteit benodigd. 10) Er wordt ingegaan op de effecten van windturbines op de bedrijfsvoering veehouderij en landbouwdieren. De effecten onderzoeken op een individueel bedrijf is een te hoog detailniveau voor een plan-MER. 11) Effecten van verlichting worden meegenomen in het onderdeel landschap. Conclusie De zienswijze leidt op de volgende punten tot een aanvulling op de NRD: er zal een verkennend radarverstoringsonderzoek worden uitgevoerd in het kader van het MER;
in het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Hierbij wordt onder andere aan de hand van geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities.
INDIENER 4 Indiener merkt op dat op 30 juni 2021 een uitspraak van de Raad van State is gedaan, als gevolg waarvan de normen ten aanzien van windenergie uit het Activiteitenbesluit buiten werking worden gesteld en niet meer als toetsingskader kunnen worden gebruikt. De NRD verwijst hier op verschillende plaatsen nog wel naar en kan daarom niet als zodanig als onderzoekskader worden gehanteerd. Antwoord: Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn (ECLI:NL:RVS:2021:1395). De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld.
Totdat die beoordeling is gemaakt en verankerd in wetgeving (een proces dat naar verwachting van de Staatssecretaris circa 1,5 – 2 jaar zal duren) mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of
Zaaknummer
Pagina 10 van 27
datum 11 oktober 2021
vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Indiener merkt dus terecht op dat de normen uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn gesteld als gevolg van de uitspraak. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag eigen normen kan hanteren ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Deze dienen te worden vastgelegd in de vergunning en het ruimtelijk plan voor een concreet project. Voor het MER betekent dit dat uitgebreid onderzoek zal worden gedaan naar de milieueffecten op de aspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gemeente Meierijstad zelf een lokale, op de locatie toegespitste normstelling motiveren, of ervoor kiezen alsnog aan te sluiten bij de normen die te zijner tijd landelijk opnieuw zullen worden vastgelegd. Het MER is echter bij uitstek geschikt om deze informatie inzichtelijk te maken Conclusie De zienswijze leidt tot een aanvulling op de NRD. In het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag.
Hierbij wordt onder andere aan de hand van geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities.
INDIENER 5 Verschillende locaties zijn aangewezen als mogelijk energiepark. Het gebied Jekschot/Spierkesweg zit hier niet bij. Mijn idee is dat, dit geïndustraliseerde agrarische gebied dat toch al zodanig vervuild is, mogelijk een prima alternatief is om windmolens te plaatsen. Het ligt tegen Laarbeek aan. Gemeente Laarbeek is nu ook met plannen bezig om het gebied tegen de Rooise grens aan te bevuilen met winden zonneparken. Waarom niet één groot aaneengesloten gebied vervuilen? Koop die paar burgers uit en ga samen met Laarbeek helemaal los in dit gebied met wind- en zonneparken. Zo hebben zo weinig mogelijk mensen last van deze vervuiling. Antwoord: Het aangeduide gebied wordt reeds meegenomen bij de voorgestelde uitbreiding van het zoekgebied bij het Lijnt om een grensoverschrijdende ontwikkeling met gemeente Laarbeek te onderzoeken. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 6 N.a.v. de publicatie Notitie Reikwijdte en Detailniveau afwegingskader windenergie verzoek ik U af te zien van uw voornemen windmolens te plaatsen op het grondgebied van de gemeente Meierijstad. Mijn bezwaren tegen windenergie: Windmolens vormen een gevaar voor vogels en insecten.
Zaaknummer
Pagina 11 van 27
datum 11 oktober 2021
Windmolens schaden gezondheid van mensen (geluidsoverlast, slagschaduw, schittering, doet afbreuk aan woongenot.) Aanleg binnen Meierijstad betekent aantasting van kwetsbare natuurgebieden. Bij de aanleg verstoring van bodemstructuren, fauna en flora. De windsnelheid hier is lager dan de gemiddelde windsnelheid elders in Nederland dus elders in Nederland is aanleg efficiënter. Ik verzoek U al uw kennis en daadkracht volledig in te zetten op andere vormen van energieopwekking zoals zonne-energie en warmtepompen. Alle daken in Meierijstad zijn nog lang niet vol gelegd. Antwoord: De aangeduide onderwerpen in de zienswijze staan reeds als te onderzoeken onderwerpen in de NRD in de hoofdstukken 4 en 5. Wat betreft de oproep om maximaal in te zetten op o.a. zon op dak. In alle tot nu toe gemaakte berekeningen voor de gemeente Meierijstad wordt allereerst maximaal ingezet op zon op dak, daarnaast blijft er echter nog zoveel op te wekken energie over dat opwek op land door middel van wind- en zonne-energie niet is uit te sluiten wanneer er voldaan moet worden aan opwek op eigen grondgebied van het eigen energieverbruik binnen de gemeente. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 7 Is er gehele compensatie voor de geleden schade en schadeloosheidsstelling of de mogelijkheid om uitgekocht te worden? Antwoord: In de NRD wordt hier reeds in paragraaf 4.3 onder punt 2 antwoord op gegeven. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 8 1. Bepalen zoekgebieden We vinden dat de zoekgebieden Wijboschbroek en Het Lijnt buiten de scope van de plan m.e.r. moeten vallen. We vragen u om de overdraai boven N2000/NNB mee te nemen als wettelijke beperking bij de selectie van zoekgebieden 2. Effecten op natuur We vinden dat het aspect Natuur een expliciete onderverdeling moet maken naar broedvogels, wintervogels, akker- en weidevogels, vleermuizen.
Zaaknummer
Pagina 12 van 27
datum 11 oktober 2021
We willen dat weidevogelgebieden apart worden opgenomen als aspect We zien graag dat stikstofdepositie als aspect wordt toegevoegd om de effecten op natuur te beoordelen We zien graag dat cumulatieve effecten van meerdere windparken worden meegenomen De aspecten Duurzame energieopbrengst en Hergebruik van windturbines zijn niet onderscheidend per locatie en hoeven geen onderdeel uit te maken van de plan m.e.r. 3. Criteria effecten op natuur We roepen u op om de effectmeting voor broed- en wintervogels te baseren op de voorkomende aantallen volgens de Sovon Broedvogel- en Wintervogelkaarten. Voor vleermuizen en weidevogels stellen we voor om een duidelijk criterium te kiezen, bijvoorbeeld op voorkomende aantallen, dan wel op basis van afstand. Mitigerende maatregelen In paragraaf 5.3 wordt nog aandacht besteed aan mitigerende maatregelen. Wij verwijzen graag naar de publicatie van lUCN (2021) Deze recente publicatie presenteert de zogenaamde "mitigation hierarchy" voor effecten op biodiversiteit, met daarbij de volgende volgorde: 1. Negatieve effecten voorkomen 2. Negatieve effecten beperken/mitigeren 3. Negatieve effecten herstellen 4. Negatieve effecten compenseren Belangrijk in deze hiërarchie is dat de bovenste trede "negatieve effecten voorkomen" nadrukkelijk ook de locatiekeuze betreft.
Voor de volledigheid stellen wij voor om deze mitigation hierarchy expliciet te benoemen zodat besluitvormers de genoemde maatregelen ook beter kunnen beoordelen op effectiviteit. Antwoord: 1) Deze plan m.e.r.-procedure is juist bedoeld om de afweging tussen de zoekgebieden te maken. Effecten op natuur zijn ook onderdeel van de vergelijking tussen de zoekgebieden. Het planMER is bedoeld als onderzoeksdocument en niet als beleidsstuk om wettelijke beperkingen in op te nemen. 2) Onderdeel van dit MER is een natuurtoets, waarin de gevolgen voor beschermde soorten (inclusief weidevogels) en gebieden inzichtelijk worden gemaakt. In het kader van het MER zal een natuurtoets worden opgesteld, waarin effecten op beschermde soorten en gebieden uitgebreid worden onderzocht. Effecten van stikstofdepositie maken daar onderdeel van uit. In het kader van het MER zal een natuurtoets worden opgesteld, hierin wordt ook onderzoek gedaan naar cumulatieve effecten. Deze maken standaard onderdeel uit van een MER. Energieopbrengst kan onderscheidend zijn met verschillende aantallen windturbines. 3) Onderdeel van dit MER is een natuurtoets, waarin de gevolgen voor beschermde soorten (inclusief weidevogels) en gebieden inzichtelijk worden gemaakt. De genoemde informatie
Zaaknummer
Pagina 13 van 27
datum 11 oktober 2021
zal daarbij worden meegenomen. In een dergelijke natuurtoets worden afstandscriteria opgenomen. In het onderzoek worden de verschillen in effecten tussen zoekgebieden meegenomen. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 9 Mijn zienswijze heeft betrekking op de plaatsing van windmolens op de strook bij Wijboschbroek/Sluis Schijndel en kan als volgt worden weergegeven: -Naar mijn mening is het afwegingskader onzorgvuldig tot stand gekomen en heeft u feitelijk gezien aan belanghebbenden geen gelegenheid geboden om inspraak te hebben in de uitgangspunten en het normenkader ervan; - Onder andere de te hanteren norm van minimaal 400 meter afstand tussen woningen en de windturbines is een voorbeeld van een veel te lage en inmiddels achterhaalde norm. De geaccepteerde geluidsbelasting van 47 db is veel te hoog en u veroorzaakt hiermee heel veel geluidsoverlast voor het aanpalende natuurgebied en omwonenden. - Deze locatie is een slechte keuze om redenen van dichte nabijheid kwetsbaar natuurgebied, lage ligging, gemiddeld genomen weinig wind en alleen de mogelijkheid om in West-Oost opstelling de windturbines te plaatsen waardoor slecht geprofiteerd kan worden van de dominante windrichting. Het rendement van deze windturbines in verhouding tot de maatschappelijke-, ecologische-, en economische kosten zullen daardoor onaanvaardbaar laag zijn. - De impact op de gezondheid van de omwonende veel te groot. - Te grote impact op het woongenot van de omwonende. - Alternatieve zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op de geluidswal langs de A50 onvoldoende meegenomen in de energietransitie.
Gelet op het vorenstaande verzoek ik U met inachtneming van de hiervoor weergegeven zienswijze het besluit niet definitief vast te stellen. Antwoord: De gemeente is bezig met de voorbereiding van een breed gedragen afwegingskader voor windenergie. Het NRD betreft de onderzoeksopzet waarin beschreven wordt wát er onderzocht gaat worden in het Milieu Effect Rapport (MER) en op welke manier dit gebeurt. Windenergie is ook bij de Raad van State onder de aandacht. Kortgeleden heeft de Raad van State een uitspraak gedaan. Daarin heeft ze de regels voor windenergie veranderd. Dit heeft gevolgen voor gemeenten die nu werken aan (de voorbereidingen voor) nieuwe windenergieprojecten of ruimtelijke plannen voor windenergie. Zij kunnen deze niet meer eenvoudig toetsen aan de ‘oude’ normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Gemeenten moeten een op zichzelf staande afweging maken voor een concrete locatie of locaties. Het aspect gezondheid wordt meegenomen in het onderzoek. Zie ook paragraaf 5.1.3 op pagina 31. Mogelijkheden voor het opwekken van groene energie worden in de energiemix opgenomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
Zaaknummer
Pagina 14 van 27
datum 11 oktober 2021
INDIENER 10 1. Afstand tot wegen Pagina 18: “tot bijvoorbeeld hoofdwegen” en “De weg zelf en een zone daaromheen wordt” Het beleidskader van Rijkswaterstaat is helder: enig onderdeel van een windturbine mag niet over de verharding van een rijksweg draaien. Dat is een praktische samenvatting van achterliggende risicobeschouwingen. Bij andere wegen hoeft dit niet op voorhand te worden uitgesloten en is de oriëntatie ten aanzien van de weg afhankelijk van een specifieke risicoanalyse. Dit punt komt deels terug in tabel 1.2 van Bijlage II. De zin “tot bijvoorbeeld hoofdwegen” moet derhalve veranderd worden in “tot rijkswegen”. De zin: “De weg zelf en een zone daaromheen wordt “ moet veranderd worden in “De weg zelf en de zone die gevormd wordt door afstandseis uit de beleidsregel van Rijkswaterstaat daaromheen wordt...”. 2. Vrijwillig weidevogelgebied Wat wordt bedoeld met “vrijwillig weidevogelgebied”? Hoe uit zich die vrijwilligheid? Waar is het gebruik van dit gebied als zodanig beschreven en wat betekent dit voor de invulling voor dit gebied? Welke regels en richtlijnen zijn van toepassing op een “vrijwillig weidevogelgebied”? 3. Varianten in beschouwing We delen het inzicht van de opsteller dat de ontwikkeling naar steeds hogere windturbines blijft doorgaan. Dit wordt gedreven door een steeds lager subsidieniveau.
We vinden het wel jammer dat slechts een enkele variant in de beschouwingen wordt meegenomen. Om flexibiliteit te behouden pleiten we er voor om bijvoorbeeld ook windturbines met een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 140 meter mee te nemen. Een grotere ashoogte biedt juist ook mogelijkheden effecten op vogels en of vleermuizen te voorkomen. 4. Lichtschittering Lichtschittering; welke norm stelt men voor / hoe stelt men voor dit objectief te beoordelen ? Als dit niet objectief beoordeeld kon worden stellen wij voor om dit puntte loten vervallen. 5. Wind boven zon Om efficiënt gebruik van fysieke ruimte- en netcapaciteit te bewerkstelligen dient in beginsel het principe Wind boven Zon te worden gehanteerd. Bij vergelijkbare score dient wind de voorkeur te krijgen. Overigens is energie uit Zon goed complementair aan energie uit Wind. 6. Geluidcontouren “Bij het bepalen van de effecten worden de geluidscontouren in beeld gebracht in 5 dB klassen. Dit betreft de wettelijke norm voor windturbinegeluid, Lden 47 dB en aanvullend een contour met een lagere waarde.” De reden om aanvullende geluidscontouren weer te geven is niet duidelijk, heeft een onduidelijke functie en leidt tot verkeerde conclusies. Daarom weglaten. Alleen de wettelijke norm voor windturbinegeluid Lden 47 db dient weergegeven te worden.
In het kader 5.1 staat ook dat: “Het RIVM concludeert eveneens dat geen aparte beoordeling nodig is boven op de huidige geluidsnorm.” Andere contouren kunnen dus beter niet worden weergeven omdat er geen aparte
Zaaknummer
Pagina 15 van 27
datum 11 oktober 2021
beoordeling nodig is. Voor de volledigheid merken we op dat het dB(A) in plaats van db moet zijn. 7. Laagfrequent geluid kader 5.1 ”Op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over”. Deze zin is letterlijk overgenomen uit een brochure van de GGD uit 2014. Hierdoor mist hij de context en kan deze verkeerd geïnterpreteerd worden alsof windturbines op een afstand van 5 km nog te horen zijn. In de gehele brochure wordt geen verwijzing gemaakt naar windturbines. Daarom dient deze zin te worden weggelaten. 8. Afstanden natuur De zinnen "niet al te grote afstand” en “ruime omgeving” zijn multi-interpretabel en derhalve ongedefinieerd. De afstanden dienen concreet in meters of kilometers te staan. Wij adviseren een ecologische knelpuntanalyse te laten verrichten om de effecten op beschermde natuurwaarden globaal in beeld te brengen en om aan te geven waar eventuele ecologische knelpunten te verwachten zijn. Antwoord: 1) In het m.e.r. zal worden ingegaan op het aspect veiligheid, inclusief wegen. Om een eerste afbakening te maken van mogelijke zoekgebieden is bijlage 2 een analyse gemaakt. In tabel 1.2 van bijlage II staat aangegeven hoe de afstand tot wegen in deze analyse precies is ingevuld. 2) Dit gebied wordt beheerd door lokale vrijwilligers die zich inzetten voor het behoud van weidevogels.
Het gebied is niet als zodanig aangewezen onder provinciale regelgeving. In het m.e.r. wordt echter een natuurtoets aan de hand van gebieden- en soortenbescherming uitgevoerd. Binnen dat kader gaat het om voorkomen van en effecten op soorten en is er geen onderscheid in vrijwillig of niet- vrijwillig. 3) In de analyse (bijlage 2 bij de NRD) is uitgegaan van een turbine met een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 160 meter. Het gaat in deze m.e.r. niet om exact vast te leggen welke afmetingen de turbines mogen hebben, maar om gebieden te indiceren die in potentie geschikt zijn voor windturbines die de komende jaren naar verwachting financieel exploitabel zijn. De gewenste flexibiliteit blijft daarmee behouden, omdat pas voor concrete locaties/projecten een gedetailleerdere keuze voor afmetingen wordt gemaakt. 4) Omdat het onderdeel lichtschittering in het Activiteitenbesluit was opgenomen, dat nu buiten werking is, zal er wel iets over worden opgenomen. In de praktijk levert dit echter nooit een probleem op omdat windturbines worden voorzien van een anti-reflecterende coating, waardoor lichtschittering wordt voorkomen. 5) Dit planMER ziet toe op windenergie, niet op zon. Aanpassingen/verdere invulling van de energiemix is een onderwerp wat bij de uitwerking van het afwegingskader wind en aanpassingen in het afwegingskader zon meegenomen gaat worden.
6) Dit onderdeel van de NRD zal worden herzien aan de hand van de uitspraak van de Raad van State van 30 juni jl. inzake windpark Delfzijl Zuid uitbreiding. We verwijzen hiervoor naar de beantwoording onder indiener 5. Daarbij merken we expliciet op dat er meerdere geluidcontouren inzichtelijk gemaakt zullen worden, ook anders dan Lden 47 dB(A). 7) In het kader wordt in algemene zin uitleg gegeven over laagfrequent geluid, niet alleen geluid van windturbines. Er wordt ook niet de suggestie gewekt dat windturbines hoorbaar zouden zijn op 5 km afstand, dat is namelijk niet het geval. Wij zien geen reden dit kader aan te passen.
Zaaknummer
Pagina 16 van 27
datum 11 oktober 2021
8) Er is ten aanzien van ecologische effecten geen afstand te definiëren in meters of kilometers, omdat dit sterk afhangt van de lokale specifieke situatie, betrokken soorten en instandhoudingsdoelen van gebieden. De formulering is daarmee bewust op deze manier gedaan. In het kader van het m.e.r. zal een natuurtoets worden uitgevoerd waarin de door u genoemde ecologische risico’s inzichtelijk worden gemaakt. Conclusie De zienswijze leidt op het volgende punt tot een aanvulling op de NRD: in het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Hierbij wordt onder andere aan de hand van geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities.
INDIENER 11 Pagina 7 ev betreffende beleidskader Wij missen in de genoemde beleidskaders, het in het verleden vastgesteld beleid rondom ruimtelijke beleid betreffende het gebied rondom Eerde waarin volgens beleid van provincie en gemeente een groene buffer van toepassing is waar geen bebouwing is toegestaan. Ontstaan op initiatief van de gemeente Veghel in samenspraak met de provincie Noord Brabant. Eerde wordt steeds verder omsloten door A50 en toekomstige verbreding, Windmolens A50, oprukkend industriegebied de Duin, Beoogde windmolenparken bij de Vlagheideberg, Zonneparken vlagheide berg, windmolens Wijboschbroek. Verzoek om de eerdere beleidskaders betreffende groene zone rondom Eerde alsnog aan de kaders toe te voegen. Pagina 13 Omgevingsvisie Het beleidsdocument ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad’ blijkt een te globaal document te zijn en de nieuwe omgevingsvisie is nog niet vastgesteld inclusief de daarbij behorende inspraak. Echter de MER wordt ingezet zonder dat deze omgevingsvisie is vastgesteld. Naar ons idee de foutieve volgorde. In de nog nader vast te stellen omgevingsvisie komt naar ons idee ook het hiervoor vernoemde punt terug wat een corrigerende werking kan hebben. Verzoek om de juiste volgorde te hanteren. Een ander punt t.a.v. conflicterende belangen betreft de vaststelling van de ruimtelijke ordening van de Vlagheideberg en de directe omgeving.
De gemeente Meierijstad is bezig de ruimtelijke ordening en bijbehorende bestemmingsplannen vast te stellen en heeft de Vlagheideberg benoemd tot een van de 3 speerpunt locaties t.a.v. recreatie in de Gemeente Meierijstad. De combinatie van windmolens en de recreatieve functies in hetzelfde gebied zijn naar ons idee conflicterend. Wij verzoeken derhalve in de MER de aspecten rondom de ruimtelijke ordening van
Zaaknummer
Pagina 17 van 27
datum 11 oktober 2021
de het gebied van de Vlagheideberg (specifieke de recreatieve functie) en de direct omgeving mee te nemen in het MER onderzoek. Pagina 15 Windturbines en infrastructuur In de selectie van de zoekgebieden zoals in het beleidskader ‘De toekomst van zon en wind in Meierijstad’ zijn opgenomen, is het uitgangspunt van de as hoogte en rotor breedte van de turbines 120meter en 110 meter. In de MER wordt uitgegaan van 140 respectievelijk 160 meter. Tevens wordt vermeld dat de exacte afmeting van de turbines niet wordt vastgelegd maar dat de te verwachten afmetingen enkel samenhangen met de economische haalbaarheid! Naar ons idee is de toetsing zowel voor MER als de definitieve vaststelling van de zoekgebieden zeker afhankelijk van de hoogte en breedte van de windmolens omdat de grootte verschillen andere effecten veroorzaken. Verzoek om de MER toe te spitsen op de eerder gecommuniceerde omvang/maatvoering van de windmolens. Pagina 16 Uitgangspunt afmetingen windmolens Naar ons idee bepaalt het windaanbod de mate waarin zoekgebieden passend zijn voor de beoogde plaatsing van windmolens en de haalbaarheid hiervan. In de MER ontbreekt een dergelijk onderzoek. Dit is naar ons idee noodzakelijk omdat bij een te laag windaanbod er een ander type/grootte windmolen vereist is en bij te groot windaanbod er een kleiner type gebruikt zou kunnen worden.
Verzoek om het onderzoek naar het windaanbod op te nemen in de MER. Pagina 30 Laagfrequent geluid en windturbines en gezondheid Hierbij wordt opgesomd welke criteria en bronnen worden gehanteerd. Wij verzoeken u toe te voegen de uitspraken van de Raad van State t.a.v. een windpark in Delfzijl Zuid in Groningen. De Raad van State heeft in haar uitspraak vastgesteld dat de MER voor windparken aan criteria moet voldoen. Verzoek om de criteria gesteld door de Raad van State op basis van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid te Groningen toe te voegen. Antwoord: 1) Binnen het Masterplan Vlagheide is er inderdaad sprake van een groene buffer. Het gaat daarbij met name om het gebied tussen Duin-Vlagheide en de weg Vlagheide. De voormalige stortplaats vormt daarmee de grens. In het Masterplan Vlagheide is dit gebied geduid als zonering 2a en vormt het groen-werklandschap. Het vertrekpunt daarbij is dat bedrijvigheid en wonen wenselijk is, maar op een goede manier in een groene setting wordt gerealiseerd. Ontwikkelingen dienen daar te worden ingepast in de structuur van het landschap. Het Masterplan dateert alweer uit 2006. De beoogde looptijd is 20 jaar. Dit betekent dat er destijds geen rekening kon/is gehouden met de energietransitie. Dergelijke ontwikkelingen vallen daarmee onder voortschrijdend inzicht waar zeker naar moet worden gekeken in verdere uitwerking van het beleidskader.
Uiteraard zonder daarmee de kernwaarden van het Masterplan hiermee uit het oog te verliezen. 2) Inzake de omgevingsvisie is er geen probleem om deze MER te doorlopen. In de omgevingsvisie komt het sectorale beleid bij elkaar, het is niet zo dat de omgevingsvisie
Zaaknummer
Pagina 18 van 27
datum 11 oktober 2021
op zichzelf nieuw sectoraal beleid maakt. De procedure zoals we deze hier voorstellen is een invulling waarbij de uitkomsten juist meegenomen kunnen worden in de verdere omgevingsvisie en plannen. 3) Er is in de rapportage “Toekomst van zon en wind in Meierijstad” gerekend met de door u aangegeven hoogte windturbines. Hierover is niets besloten/dan wel vastgelegd in de rapportage enkel dat dit voor een methodiek heeft gezorgd om de eerste zoekgebieden te kunnen definiëren. In de analyse (bijlage 2 bij de NRD) is uitgegaan van een turbine met een ashoogte van 140 meter en een rotordiameter van 160 meter. Deze andere afmetingen hebben geen aanvullende beperkingen/aanpassingen op de reeds aangegeven zoekgebieden. Het gaat in deze m.e.r. niet om exact vast te leggen welke afmetingen de turbines mogen hebben, maar om gebieden te indiceren die in potentie geschikt zijn voor windturbines die de komende jaren naar verwachting financieel exploitabel zijn. Hiermee wordt er flexibiliteit behouden omdat pas bij nadere beleidswuitwerking/voor concrete locaties/projecten een gedetailleerdere keuze voor afmetingen wordt gemaakt. 4) Zie de beantwoording onder 3, er wordt in de MER uitgegaan van gangbare windmolens die in het gebied exploiteerbaar zijn.
5) Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MERplicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn (ECLI:NL:RVS:2021:1395). De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt en verankerd in wetgeving (een proces dat naar verwachting van de Staatssecretaris circa 1,5 – 2 jaar zal duren) mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Indiener merkt dus terecht op dat de normen uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn gesteld als gevolg van de uitspraak.
De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag eigen normen kan hanteren ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Deze dienen te worden vastgelegd in de vergunning en het ruimtelijk plan voor een concreet project. Voor het MER betekent dit dat uitgebreid onderzoek zal worden gedaan naar de milieueffecten op de aspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gemeente Meierijstad zelf een lokale, op de locatie toegespitste normstelling motiveren, of ervoor kiezen alsnog aan te sluiten bij de normen die te zijner tijd landelijk opnieuw zullen worden vastgelegd. Het MER is echter bij uitstek geschikt om deze informatie inzichtelijk te maken Conclusie De zienswijze leidt op het volgende punt tot een aanvulling op de NRD: in het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Hierbij wordt onder andere aan de hand van geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de
Zaaknummer
Pagina 19 van 27
datum 11 oktober 2021
beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities.
INDIENER 12 Locatie Rooijse en Schijndelse Heide We maken bezwaar op het aangewezen zoekgebied voor windmolens en zonneparken omdat geen rekening word gehouden met het weidevogelgebied. We zijn van mening dat dit gebied ontzien dient te worden omdat niet wordt voldaan kan worden aan de in Hoofdstuk 5.11 genoemde locatiekeuze. Waarom geen zonneparken en windmolens in de Schijndelse en Rooise Heide: A. 25 jaar weidevogelbescherming. B. Convenant van de 3 weidevogelgroepen Schijndel, Rooi en Jekschot met gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode waarbij 22 jaar financiële ondersteuning is geweest van deze Gemeenten. C. 6 jaar collectief weidevogelbeheer met financiële ondersteuning van de provincie NoordBrabant (van 2011 tot 2016 waren daarvoor 6 gebieden in Noord Brabant aangewezen) D. 2018 oprichting van Stichting Weidevogelbescherming Meijerijstad, waarin actief zijn de 4 weidevogelgroepen met een gezamenlijk aantal van ca. 110 vrijwilligers. E. In de Schijndelse en Rooise Heide wordt bijna jaarlijks het eerste kievitsei van Brabant gevonden en de nesten beschermd. (Bron Boerenlandvogels Nederland: 2012, 2015, 2016, 2017, 2018, 2020, 2021). F. In 2017 en 2018 werd ook het 1e ei van de wulp gevonden en de nesten beschermd. G. In 2018 en 2020 werd ook het Ie grutto ei van Brabant gevonden en de nesten beschermd.
Antwoord: De gemeente kiest er bewust voor een milieueffectrapport te laten opstellen om op basis van objectieve milieu-informatie een besluit te kunnen nemen over welke locaties uiteindelijk mogelijk worden aangemerkt voor de realisatie van windenergie. Onderdeel van dit MER is een natuurtoets, waarin de gevolgen voor beschermde soorten (inclusief weidevogels) en gebieden inzichtelijk worden gemaakt. De door u aangeleverde informatie, waaronder telgegevens en een weide- en akkervogelbeheerplan, zal daarbij worden meegenomen. Deze gebieden worden echter niet op voorhand uitgesloten, tenzij dit in landelijke of provinciale wet- en regelgeving is vastgelegd. Dat is voor deze gebieden niet het geval. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanvulling op de NRD.
INDIENER 13 Milieu Effecten Rapportage Het MER-onderzoek dat wordt gebaseerd op normen die juridisch niet toepasbaar zijn geven geen juist beeld. De mogelijke milieueffecten die als afwegingskader dienen voor de gemeenteraad zijn dus misleidend en onbruikbaar.
Zaaknummer
Pagina 20 van 27
datum 11 oktober 2021
Biodiversiteit Ik heb vernomen dat de gemeente een beleidsplan aan het opstellen is om de biodiversiteit in haar gemeente te beschermen en te vergroten. Een aantal natuurparels die onze gemeente rijk is worden hierin aangeduid en nadrukkelijk beschermd tegen initiatieven zoals zonneparken en windturbines. Het mag duidelijk zijn dat het initiatief om windmolens te plaatsen in het Wijboschbroek haaks op het beleid staat om de biodiversiteit te beschermen, laat staan, te vergroten in het Wijboschbroek. Ik hoop dat ik erop kan vertrouwen dat u een juiste afweging maakt en de natuur in het Wijboschbroek beschermd, zodat ook onze kinderen kunnen genieten van de natuur die nu nog aanwezig is. Graag ontvang ik van deze brief een ontvangstbevestiging en wordt graag op hoogte van de verdere voortgang Antwoord: Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn (ECLI:NL:RVS:2021:1395).
De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt en verankerd in wetgeving (een proces dat naar verwachting van de Staatssecretaris circa 1,5 – 2 jaar zal duren) mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. Indiener merkt dus terecht op dat de normen uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn gesteld als gevolg van de uitspraak. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag eigen normen kan hanteren ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Deze dienen te worden vastgelegd in de vergunning en het ruimtelijk plan voor een concreet project. Vanwege het feit dat de concept NRD is opgesteld en al in de procedure was gebracht voorafgaand aan deze uitspraak, is dit nog niet verwerkt in de ter inzage gelegde concept NRD. Dit punt zal dan ook gewijzigd worden in de definitieve NRD.
Concreet zal in het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Op basis van de onderzoeksresultaten zal de gemeente Meierijstad zelf een lokale, op de locatie toegespitste normstelling motiveren. Het MER is daarvoor uitermate geschikt, omdat ook verschillende mogelijke varianten in beeld kunnen worden gebracht. Middels die aanpak is er geen sprake van enige strijd met het Unierecht. In het kader van het MER zal een natuurtoets worden opgesteld, waarin effecten op beschermde soorten en gebieden uitgebreid worden onderzocht.
Conclusie De zienswijze leidt tot een aanvulling op de NRD. in het MER zal onderzoek worden gedaan naar de milieueffecten op de milieuaspecten geluid, slagschaduw en lichtschittering en veiligheid, waarop het Activiteitenbesluit toezag. Hierbij wordt onder andere aan de hand van geluid- en slagschaduwcontouren inzichtelijk gemaakt welke belasting er op de omgeving (nog ongeacht de
Zaaknummer
Pagina 21 van 27
datum 11 oktober 2021
bestemming of gebruiksfunctie) te verwachten is. Voor de beoordeling van de (geluid)gevoeligheid van objecten wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en daarin opgenomen definities.
INDIENER 14 1. Tiphoogte/variant Aktiegroep Lijnrecht maakt bezwaar tegen de hoogte van tiphoogte van 220 meter omdat deze hoogte niet aansluit op het uitgangspunt dat vermeld staat in het beleidstuk “De toekomst van Zon en wind Meierijstad” Een alternatieve variant van minder windturbines maar met een hoger vermogen ontbreekt nu in uw NRD, De indiener verzoekt u deze variant in uw onderzoek op te nemen. 2. Voetnoot Pagina 17 link voetnoot 9 verwijst niet door naar de juiste site. 3. Zoekgebieden over gemeentegrenzen Er komen een aantal extra zoekgebieden naar voren doordat de analyse over de gemeentegrenzen is gedaan. Nagesprekken met buurgemeentes is uiteindelijk alleen de uitbreiding van zoekgebied 4 ‘t Lijnt kansrijk gebleken” De indiener eist hierin duidelijkheid en verzoekt u in de NRD duidelijk te verwoorden wat er uit de nagesprekken is gekomen. De indiener verzoekt u aan te geven wat de uiteindelijke reden is om alleen naar Laarbeek te kijken. 4. WHO norm Aktiegroep Lijnrecht maakt bezwaar tegen het gebruik van de geluidsnorm gebruikt in Nederland en wil dat gemeente Meierijstad uitgaat van de richtlijn opgesteld door de WHO (2018) zodat gezondheidsschade wordt tegengegaan. 5.