1c. B14_P04796 Rapport vervolgonderzoek flora en fauna_20230606
Tekst van het document
Veghels Buiten Noordoost Vervolgonderzoek flora en fauna Definitief
Veghels Buiten Noordoost
1
colofon
projectnaam Veghels Buiten Noordoost datum 2 december 2022 projectnummer P04796 opdrachtgever Gemeente Meierijstad BRO projectleider JR opgesteld door RdM interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Veghels Buiten Noordoost
2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1 1.2
4 4
Aanleiding Doel
Marterachtigen Das Vleermuizen Overige soorten
16 16 16 17
6
Conclusie
18
5 7
7
Bronnen
19
Werkwijze
8
8
Verklarende Woordenlijst
20
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
8 8 8 8 8 8
Omschrijving plangebied
5
2.1 2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
Roofvogels Steenuil Amfibieën Marterachtigen Das Vleermuizen
Resultaten
11
4.1 4.2
11 11
Roofvogels Steenuil 4.2.1 4.2.2 4.2.3
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
5.4 5.5 5.6 5.7
Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck
Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 11 12
Amfibieën Marterachtigen Das Vleermuizen
12 13 14 15
4.6.1 4.6.2
15 15
Vliegroutes Foeragerende vleermuizen
Overige soorten
15
Effectenbeoordeling en toetsing
16
5.1 5.2 5.3
16 16 16
Roofvogels Steenuil Amfibieën
Veghels Buiten Noordoost
3
1
Inleiding
komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een
1.1
Aanleiding
separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies
ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een
Opdrachtgever is voornemens om een nieuwe woonwijk ten oosten van
die het plangebied voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te wor-
Veghel aan te leggen, genaamd Veghels Buiten. Middels een verkennend
den getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet
flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO 1, is vastge-
in het geding is.
steld dat binnen het plangebied mogelijk leefgebied voor steenuil, marterachtigen, das, amfibieën en vliegroutes voor vleermuizen aanwezig zijn.
Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag
Naar aanleiding hiervan is protocollair onderzoek uitgevoerd in het sei-
dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging
zoen van 2022, om de aanwezigheid van deze soort(groep)en vast te stel-
te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een
len dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden
ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.
1.2
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Zijn er nestplaatsen van de steenuil aanwezig binnen het plangebied? Is er leefgebied van de steenuil aanwezig binnen het plangebied? Zijn een of meerdere soorten kleine marterachtigen aanwezig binnen het plangebied? Biedt het plangebied leefgebied voor de das? Betreft het hol in de grondwal in het noordwesten van het plangebied, aangetroffen tijdens de quickscan, een dassenburcht? Maakt de Alpenwatersalamander gebruik van het plangebied? Worden de bomenrijen/sloten binnen het plangebied gebruikt door een of meerdere vleermuissoorten als vliegroutes of foerageergebied? Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nestplaatsen en/of leefgebied? Leiden de werkzaamheden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nestplaatsen en/of leefgebied
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek.
Veghels Buiten Noordoost
4
2
Omschrijving plangebied
2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten oosten van de bebouwde kom van Veghel. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de N616 en ten oosten van het plangebied ligt het Blankens Kerkhof en Brabant Water. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Door de grootte van de opgave heeft het plangebied verschillende bestemmingen. Over het hele plangebied is er akkerbouw te vinden (mais, wortel, sla), met name in het zuiden van het plangebied. In het noorden van het plangebied zijn vooral kassen en fruiteelt in potten te vinden. Binnen het plangebied zijn daarnaast meerdere bomenlanen en sloten te vinden. In het zuiden is een kleine bosschage aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
weergegeven. De figuren 3 t/m 7 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Veghels Buiten Noordoost
5
Figuur 3: Midden van het plangebied, gezien vanaf de Melven
Figuur 5: Zuiden van het plangebied
Veghels Buiten Noordoost
Figuur 4: Noordoosten van het plangebied
Figuur 6: Fietspad te midden van het plangebied
Figuur 7: Noorden van het plangebied
6
2.2
Toekomstige situatie
Met het masterplan Veghels Buiten Noordoost gaat het om het doorzetten van het concept Veghels Buiten. Met Veghels Buiten is het de ambitie een complementair woonmilieu te realiseren voor Veghel. Hierbij geldt dat Landschap de basis is. Een omgeving waarin het wonen in balans is met de natuurlijke omgeving en het landschap. Geen woonwijk maar een woonlandschap. Het Landschap is de Groene mal met lanen, velden en bosjes. Waarbij de buurten verspreid liggen in de Groene mal met het idee van ‘wonen in het groen’. Het ‘buitenwonen’ in kleinere buurten midden in een robuust landschap vormt de essentie van het gebied. Figuur 8 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 8: Regiekaart toekomstige situatie plangebied
Veghels Buiten Noordoost
7
3
Werkwijze
belang van de functies van onderzoekslocaties voor de steenuil effectief
Om aanwezigheid van bunzing en steenmarter binnen het plangebied aan
en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzonder wanneer
te tonen dan wel uit te sluiten zijn twee struikrovers met wildcamera’s ge-
Roofvogels
de aanwezigheid van gebiedsfuncties wordt uitgesloten, zou een onder-
bruikt, zijn op de meest kansrijke plekken en waar ontwikkeling plaats-
Om de aanwezigheid van roofvogelhorsten aan te tonen dan wel uit te
zoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aange-
vindt, conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provin-
sluiten zijn er vier gerichte veldbezoeken uitgevoerd tijdens het broedsei-
merkt.
cie Noord-Brabant, 2017). De cameraval heeft 8 weken binnen het plange-
3.1
bied gehangen binnen de meest actieve periode van kleine marterachti-
zoen. Het broedseizoen van roofvogels loopt globaal van half maart t/m half mei. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden gedurende de eerste
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waar-
gen, namelijk van 7 juli 2022 t/m 1 september 2022 (figuur 9 en tabel 2).
twee uur na zonsopkomst, met een minimale tussenperiode van 10 dagen.
nemen van steenuil gunstig: temperatuur niet lager dan 10 ºC, de wind-
Bij de struikrover is gebruik gemaakt van een visolie. Deze methode is bij
De 4 bezoeken dienen uitsluitsel te gegeven over bezetting en soort van
snelheid beneden de 5 Beaufort en geen sprake van neerslag, anders dan
uitstek geschikt om de bunzing en steenmarter te inventariseren. Na vier
het nest. Deze werkwijze is conform het Kennisdocument Buizerd 1.0
lichte motregen (zie tabel 1).
weken, op 4 augustus 2022, zijn zowel de batterijen als de SD-kaart van
(BIJ12).
3.3
Amfibieën
de cameraval vervangen.
Om de aanwezigheid van Alpenwatersalamander te toetsen zijn meerdere
3.5
In de periode van 1 februari tot en met 30 april 2022 zijn in totaal drie aan-
bezoeken gebracht aan de sloten binnen en rond het plangebied. In de
Van de das zijn gedurende de quickscan reeds sporen aangetroffen van
vullende veldbezoeken uitgevoerd, met minimaal 30 dagen tussen het eer-
periode maart – augustus tweemaal met schepnet geschept naar volwas-
de das. Ook is ten zuidoosten van het plangebied, op het terrein van Bra-
ste en het laatste veldbezoek (zie tabel 1). Dit betreft de meest gunstige
sen en jonge individuen, met een tussenperiode van minimaal 2 weken
bant Water, een kunstmatige burcht aanwezig. In een grondwal in het
periode van het jaar waarin steenuilen aantoonbaar van een onderzoeks-
(zie tabel 1). Deze inspanning voldoet aan de Soortinventarisatieprotocol-
noordwesten van het plangebied is een uitgegraven holte gevonden,
gebied gebruik kunnen maken. De mannetjes claimen in deze periode hun
len in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017) van het
waarvan het niet duidelijk was welke (zoogdier)soort hiervan gebruikt
nest en territorium. Gedurende deze periode vertonen de mannetjes
Netwerk Groene Bureaus.
maakt. Om de aanwezigheid van de das in het zoogdierhol vast te stellen
3.2
Steenuil
steenuilen sterk territoriaal gedrag, waarbij ze reageren op andere baltsroepen. Nadat de eieren, eind april, zijn gelegd wordt minder territoriaal gedrag vertoond en zijn territoria dus ook minder makkelijk aangetoond. Bij de veldbezoeken is voor een periode tussen zonsondergang en 12 uur ’s nachts voor enkele uren gekeken en geluisterd naar aanwezigheid van steenuilen. Hierbij is regelmatig de territoriumroep van de steenuil afgespeeld (http://www.steenuil.nl/onderzoek/inventariseren). Dit is afgespeeld door middel van een bluetooth speaker set, op meerdere locaties binnen en rond het plangebied. Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op de baltsroep van mannetjes. Daarnaast is er ook gelet op contactroepen van de steenuil alsmede zichtwaarnemingen van deze soort. De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het kennisdocu-
3.4
Marterachtigen
Das
dan wel uit te sluiten, is onderzoek uitgevoerd met behulp van een wildcamera. Deze camera heeft 3 weken voor de ingang gehangen, tussen 4 au-
Wezel
gustus 2022 tot en met 1 september, waarna deze is gecontroleerd (figuur
Om aanwezigheid van wezel vast te stellen dan wel met voldoende zeker-
9 en tabel 1). Tijdens het controle van de beelden bleek dat er twee das-
heid uit te sluiten zijn op de meest kansrijke plekken, en waar ontwikkeling
sen aanwezig zijn, waardoor het langer onderzoek onnodig geacht.
plaatsvindt, sporenbuizen en struikrovers met wildcamera’s geplaatst, conform de eisen gesteld in de Handreiking Kleine Marters (Provincie Noord-
3.6
Vleermuizen
Brabant, 2017). Van 7 juli 2022 t/m 1 september 2022 (8 weken) zijn 10
Voor vleermuizen zijn in de periode 15 april tot en met 15 oktober 2022 in
sporenbuizen en 2 struikrovers/wildcamera’s binnen het plangebied ge-
totaal twee veldbezoeken uit gevoerd. Dit om het gebruik van de bomen-
plaatst (figuur 9 en tabel 1). Na vier weken, op 4 augustus 2022, en aan
rijen binnen het plangebied als vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen
het eind, zijn de sporenbuizen gecontroleerd op sporen en de wildca-
aan te tonen dan wel uit de sluiten. In de directe omgeving van het plange-
mera’s uitgelezen.
bied geeft de NDFF waarnemingen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleer-
Bunzing en Steenmarter
muis. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden van zonsondergang tot
ment Steenuil (BIJ12, versie 1.0 juli 2017). Het document heeft tot doel het
Veghels Buiten Noordoost
8
circa 2 uur na zonsondergang, met een tussenliggende periode van mini-
mineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onder-
maal 8 weken. Minimaal 1 van de veldbezoeken hebben plaatsgevonden
scheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan
in de kraamperiode, welke loopt van 15 mei tot en met 15 juli. Dit betreft
geven.
de minimale onderzoeksinspanning voor vlieg- en foerageerroutes, die voldoet aan het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021).
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan
De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor
de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager
vleermuisonderzoek, dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van
dan 12 ºC, de windsnelheid niet meer dan 3 Beaufort en geen sprake van
het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Dit protocol
neerslag (zie tabel 1).
schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk zijn van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt. Gezien het aantal potentieel te verstoren vlieg- en foerageerroutes en aantal ecologische kruispunten waar vleermuizen de betreffende vliegroutedelen kunnen verlaten dan wel kunnen invoegen, waren er in totaal 3 posities nodig per onderzoeksmoment om voldoende inzicht te kunnen krijgen in het belang van de bomen als vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen (figuur 9). De opgedeeld onderzoekslocaties zijn verspreid over meerdere dagen onderzocht. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (Pettersson M500-384) met opnamemogelijkheid en weergave van sonogrammen. Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden.
De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het deterFiguur 9: Locaties onderzoeksmaterialen
Veghels Buiten Noordoost
9
Datum
Type onderzoek
Locatie
Tijdsduur onderzoek
Zon op/onder
Weer
Temperatuur
24-02-2022
Steenuilonderzoek
-
20.30 – 22.30
18.10
Bewolkt, geen neerslag, wind 2 Bft
1°C
08-03-2022
Steenuilonderzoek
-
20.30 – 22.30
18.29
Helder, geen neerslag, wind 3 Bft
3°C
16-03-2022
Roofvogelhorsten
-
07.00 – 09.00
06:49
Half bewolkt, geen neerslag, wind 3 Bft
4°C
28-03-2022
Roofvogelhorsten
-
08.00 – 10.00
07.21
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
3°C
29-03-2022
Steenuilonderzoek
-
21.00 – 23.00
20.05
Bewolkt, geen neerslag, wind 2 Bft
6°C
14-04-2022
Roofvogelhorsten
-
07.00 – 09.00
06.43
Half bewolkt, geen neerslag, wind 4 Bft
7°C
28-04-2022
Roofvogelhorsten
-
06.30 – 08.30
06.14
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
4°C
01-06-2022
Vleermuizen + alpenwatersalamander
1
21.45 – 01.00
21.45
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
12°C
07-06-2022
Vleermuizen
2
21.50 – 00.00
21.51
Bewolkt, lichte motregen eerste 10 min, wind 3 Bft
13°C
22-06-2022
Vleermuizen + alpenwatersalamander
3
21.59 – 01.00
21.59
Helder, geen neerslag, wind 1 Bft
19°C
07-07-2022
Marterachtigen materialen plaatsen
-
10.00 -12.00
-
-
-
04-08-2022
Marterachtigen materialen controleren + das materialen plaatsen
-
14.00 -16.00
-
-
-
23-08-2022
Vleermuizen
1
20.40 - 22.40
20.44
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
28°C
01-09-2022
Marterachtigen en das materialen ophalen
-
13.00-15.00
-
-
-
20-09-2022
Vleermuizen
2
19.40 – 21.40
19.41
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
14°C
21-09-2022
Vleermuizen
3
19.35 – 21.40
19.39
Helder, geen neerslag, wind 2 Bft
14°C
03-11-2022
Das
-
-
-
-
-
Veghels Buiten Noordoost
10
4
Resultaten
4.1
Roofvogels
Tijdens de veldbezoeken zijn geen (potentiële) horsten van roofvogels aangetroffen. Wel is er eenmaal een buizerd waargenomen in de bosrand ten oosten van het plangebied, tijdens het veldbezoek op 28 maart. Hierbuiten zijn geen waarnemingen gedaan van roofvogels of andere soorten vogels met jaarrond beschermd nest.
4.2
Steenuil
4.2.1
Territoria en nestlocaties
Tijdens de veldbezoeken zijn meerdere waarnemingen gedaan van steenuilen (figuur 10). De waarnemingen zijn enkel ten westen van het plangebied gedaan. Het zwaartepunt van de waarnemingen lag rond De Stad 4, De Stad 7 en De Haag 13. Vermoedelijk bevinden de nestlocaties van deze individuen op of rond het terrein van deze adressen. Gezien dit veelal privéterrein is, zijn de exacte locaties van nestplaatsen niet gevonden. Binnen het plangebied zelf zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van een nestlocatie van de steenuil 4.2.2
Leefgebied
Binnen het plangebied zijn met name grootschalige agrarische percelen aanwezig, waarbij grotendeels struwelen, dierenweides, hoogstamboomgaarden en andere kleinschalige elementen ontbreken. Voor steenuil betreft dit geen geschikt leefgebied. Wel is er een enkele waarneming van steenuil binnen het plangebied gedaan, in een bomenlaan langs een fietspad. Mogelijk volgde dit individu de waarnemer, vanuit zijn zuidelijker gelegen territorium. Ook hier omheen zijn alleen grootschalige akkers aanwezig binnen het plangebied. Figuur 10:
Veghels Buiten Noordoost
Resultaten van steenuilonderzoek
11
Binnen de Beukelaar, het gebied ten westen van het plangebied, zijn veelal kleinschalige akkers, dierenweides, hoogstamboomgaarden en erven aanwezig, uitermate geschikt leefgebied voor de steenuil. Hier zijn dan ook meerdere waarnemingen van de steenuil gedaan. 4.2.3
Omgevingscheck
Binnen de Beukelaar, het gebied ten westen van het plangebied, zijn meerder waarnemingen van de steenuil gedaan. Hier lijken ook minimaal 3 territoria aanwezig te zijn. Dit gebied valt buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden en zal ik huidige staat behouden blijven.
4.3
Amfibieën
In en rond de sloten zijn waarnemingen gedaan van gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker. Er zijn tijdens het scheppen naar amfibieën geen Alpenwatersalamanders aangetroffen, noch andere beschermde soorten.
Veghels Buiten Noordoost
12
4.4
Marterachtigen
Gedurende het onderzoek zijn er geen waarnemingen gedaan van een marterachtige met de wildcamera’s, noch zijn er pootafdrukken gevonden met de sporenbuizen. Wel is een variatie aan andere dieren vastgelegd op de wildcamera’s, zoals bosmuis, rosse woelmuis, egel, huiskat en verschillende vogelsoorten (zie figuur 10 t/m 15). Dit zijn echter geen beschermde soorten.
Veghels Buiten Noordoost
Figuur 11:
Woelmuis, waargenomen op 31-07-2022
Figuur 12:
Koolmees, waargenomen op 22-07-2022
Figuur 13:
Vos, waargenomen op 22-07-2022
Figuur 14:
Konijn, waargenomen op 31-08-2022
13
4.5
Das
Gedurende de quickscan en de daaropvolgende bezoeken zijn er meerdere sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van de das binnen en rond het plangebied. Direct ten oosten van het plangebied , binnen percelen van Brabant Water, is een kunstburcht aangelegd. Aan de wissel lopend van de kunstburcht naar het plangebied kan worden geconstateerd dat deze in gebruikt is door de das (figuur 15). Daarnaast is er een burcht in het noordwesten van het plangebied aangetroffen, in de grondwal op de erfgrens van auto-demontagebedrijf Van Zutphen. In de grondwal zijn 4 pijpen aangetroffen, met vers uitgegraven zand (figuur 16). Uit camerabeelden blijkt dat er minimaal 2 dassen gebruik maken van deze burcht (figuur 17 en 18). In het direct aangrenzende maisperceel zijn meer vraatsporen van de das zichtbaar. Tevens zijn er meerdere wissels aangetroffen. De NDFF geeft een enkele waarneming van de das ten zuiden van het plangebied, binnen ‘De Ham’, in 2021. Ook tijdens een controlerend bezoek in oktober zijn verse graafsporen aangetroffen, nadat de sloot opgeschoond is geweest met groot materieel.
Figuur 15:
Kunstburcht met wissel op het terrein van Brabant Water
Figuur 16:
Dassenpijp met vers uitgegraven zand
Gezien de aanwezigheid van dassen binnen en in de directe omgeving van het plangebied, betreft het plangebied essentieel foerageergebied. De gronden binnen het plangebied zijn door de jaren heen in gemengd gebruik geweest. Hierdoor is het uitgesloten dat de percelen een grote regenwormenstand hebben kunnen opbouwen, waardoor ze niet als zeer geschikt habitat kunnen worden aangemerkt. Hierdoor betreft het secundair foerageergebied.
Figuur 17: Waarneming van de das op 27-08-2022 bij de burcht in het noordwesten van het plangebied
Veghels Buiten Noordoost
Figuur 18: Waarneming van de das op 31-08-2022 bij de burcht in het noordwesten van het plangebied
14
4.6
Vleermuizen
4.6.1
Vliegroutes
Op alle onderzoekposities zijn grote aantallen vleermuizen overvliegend waargenomen gedurende de onderzoeksronden. Op positie 1, de kruising tussen het fietspad en Het Broek, zijn circa 65 gewone dwergvleermuizen waargenomen vliegend vanuit het noorden richting het oosten. Slechts enkele individuen gewone dwergvleermuis en laatvlieger kwamen vanuit het westen aangevlogen of vlogen richting het zuiden. Bij positie 2, de kruising tussen het fietspad en het verlengde van De Stad, zijn circa 60 gewone dwergvleermuizen waargenomen vliegend vanuit het oosten richting het westen waargenomen. Slechts enkele individuen kwamen vanuit het noorden aangevlogen, of vlogen richting het zuiden. Bij positie 3, de kruising tussen het fietspad en het verlengde van Het Melven, zijn circa 30 gewone dwergvleermuizen waargenomen vliegend vanuit het oosten richting het westen waargenomen. Slechts enkele individuen gewone dwergvleermuis kwamen vanuit het noorden aangevlogen, of vlogen richting het zuiden. Langs de bosrand vloog sporadisch een laatvlieger. 4.6.2
Foeragerende vleermuizen
Aan het begin van de avond zijn er foeragerende vleermuizen rond de bomenrijen waargenomen. Deze bleven echter niet de hele avond aanwezig, en waren na circa 1 uur weer verdwenen.
4.7
Overige soorten
In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.
Figuur 19:
Veghels Buiten Noordoost
Resultaten onderzoek vleermuizen
15
5 5.1
Effectenbeoordeling en toetsing Roofvogels
waargenomen die niet beschermd zijn, zoals de gewone pad, bruine kik-
5.6
Vleermuizen
ker en bastaardkikker. In het kader van de algemene zorgplicht is het
De bomenrijen binnen het plangebied dienen allen als vlieg- en foerageer-
noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende in-
routes voor grote aantallen gewone dwergvleermuis. Daarnaast maken
dividu van een van deze soorten.
enkele laatvliegers (<5) gebruik van deze vliegroutes. In alle gevallen betreffen de bomenrijen tevens de kortste vliegroute tussen de bebouwings-
Tijdens de veldbezoeken zijn geen nesten van roofvogels aangetroffen
5.4
binnen of rond het plangebied, noch is territoriaal of nestindicatief gedrag
De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van
plangebied. Alle mogelijke alternatieve vliegroutes zullen voor een veel
van een soort met jaarrond beschermd nest waargenomen. Er gaan bij de
een marterachtige binnen het plangebied. De aanwezigheid van een van
grotere vliegafstand zorgen. Hierdoor kan er van uit worden gegaan dat
werkzaamheden geen nesten van deze soorten verloren.
de marterachtigen is hierdoor redelijkerwijs uitgesloten. Een overtreding
deze vliegroutes essentieel zijn.
5.2
Marterachtigen
van de Wet Natuurbescherming met betrekking tot deze soort(groep) is
Steenuil
Direct ten westen van het plangebied zijn 3 territoria van steenuilen aan-
daarmee met voldoende zekerheid uitgesloten.
getroffen. Hoewel het individu van het meest noordelijke territorium is
5.5
waargenomen binnen het plangebied, ligt het zwaartepunt van de waarne-
De dassenburcht op het land van Brabant Water kan behouden blijven en
mingen binnen het territorium ter hoogte van De Haag 13. De omgeving
zal, gezien de omheining rond het terrein, gewaarborgd blijven van versto-
van deze woning en de Beukelaar wordt gekenmerkt door kleinschalige
ringen. De burcht in het noordwesten van het plangebied ligt tegen een
percelen met struwelen, ruigten en opgaand groen. Er zijn veel land-
beoogd woningblok aan. Hier zullen binnen 20 meter afstand werkzaam-
schapselementen die goed aansluiten op het leefgebied van de steenuil.
heden plaatsvinden wat tot overlast van de burcht kan zorgen. Daarnaast
Binnen het plangebied zijn deze eigenschappen vrijwel niet aanwezig, ge-
zal een deel van het leefgebied direct rond deze burcht verdwijnen, waar-
zien het voornamelijk uit grootschalige akkers bestaat. De beperkte groen-
door deze mogelijk zijn functionaliteit verliest. Of deze burcht behouden
structuren worden niet door geschikt habitat omringd, en zijn daardoor niet
kan blijven is niet bekend. Mogelijk dient hiervoor een ontheffing te worden
van belangrijke waarde. Deze blijven daarnaast behouden. Negatieve ef-
verkregen, indien de burcht niet behouden kan blijven. Tevens dienen te
fecten op de steenuil kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarnaast
nemen maatregelen om verstoring te voorkomen in een ecologisch werk-
zal binnen de nieuwe ontwikkeling een groene mal tussen de wijken wor-
protocol te worden verwerkt.
Das
den aangehouden, waarbinnen ingezet wordt op kleinschalige natuurontwikkeling. Hierbij zal worden ingezet op een robuust semi-agrarisch en/of
Met de voorgenomen ontwikkelingen gaat er foerageergebied van de das
natuurlijk landschap, met struwelen, weides, boomgaarden, akkers, voed-
verloren. Het gaat hierbij om agrarische percelen van wisselend gebruik
seltuinen, wadi’s en vloeivelden. Hiermee zal in de toekomstige situatie
en dus secundair foerageergebied, en een kleiner gedeelte primair foera-
meer leefgebied voor de steenuil gerealiseerd.
geergebied in de vorm van bemest grasland. Een compensatieplan zal
5.3
kern ten westen van het plangebied en het bosgebied ten oosten van het
Amfibieën
De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van de alpenwatersalamander binnen het plangebied. Een overtreding van de Wet Natuurbescherming met betrekking tot deze soort is daarmee met voldoende zekerheid uitgesloten. Wel zijn er meerdere soorten amfibieën
Veghels Buiten Noordoost
Bij de voorgenomen plannen blijven de bestaande lijnvormige groenstructuren behouden. De bomenrijen dienen te worden gehandhaafd om de functionaliteit voor vleermuizen te waarborgen. Voor vleermuizen geldt dat er maximaal een opening van maximaal 7 meter tussen bomen van een vliegroute aanwezig mag zijn. Binnen de voorgenomen plannen zullen er plaatselijk openingen worden gemaakt ten behoeve van de nieuwe ontsluitingsweg. Indien hierbij een openingen wordt gemaakt van meer dan 7 meter binnen een van de bomenrijen dienen maatregelen genomen te worden om de vliegroute geschikt te houden, zoals het aanleggen van een hop-over. Daarnaast kan verlichting ook voor verstoring van de vliegroutes zorgen. Maatregelen zullen moeten worden genomen om eventuele verstoring door verlichting te voorkomen. Hierbij worden de onderstaande maatregelen worden voorgesteld: -
een afstand van 25 m van de vliegroute, met gebruik van moderne LED verlichting, zodanig werken (keuze plek, afstand tot bomenrij, richting en cut-off) dat er geen verlichting van op de bomenrijen, of
moeten worden opgesteld, waarbinnen de te nemen maatregelen die wor-
in de richting van de bomenrijen optreedt. Dit dient opgenomen te
den genomen om functionaliteit binnen de toekomstige situatie te garan-
worden in een verlichtingsplan onder begeleiding en/of ter controle
deren zijn opgenomen. Voor de gehele ontwikkeling met betrekking tot de das moet een ontheffing worden aangevraagd.
Voor de openbare verlichting in plangebied, en met name binnen
van een ter zaken kundige ecoloog. -
Binnen een afstand van 25 m van de vliegroute, werken met een verlichtingsregime waarbij lampen in de buurt van water (binnen
16
25m) in het ‘vleermuisseizoen’, van half maart tot en met half oktober, tussen 24.00 en 06.00 uur niet branden, of in dat tijdsvenster alleen gaan branden als er mensen in de buurt komen. -
Waar dit niet realiseerbaar, is werken met vleermuisvriendelijke verlichtingskleur mogelijk (amber/rood).
-
Tijdens de werkzaamheden met zo min mogelijk kunstlicht werken. Indien er met kunstlicht moet worden gewerkt dient dit niet op de bomenrijen te worden gericht, of moet de verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst worden uitgeschakeld.
Indien deze maatregelen worden overgenomen tijdens de werkzaamheden en binnen de inpassing van plangebied, zal de oost-west verbinding redelijkerwijs niet verslechteren. Hiermee kan een overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort worden uitgesloten.
5.7
Overige soorten
Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.
Veghels Buiten Noordoost
17
6
Conclusie
-
den uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half
Met betrekking tot de voorgenomen plannen dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -
augustus; -
Met betrekking tot de das dient een compensatieplan en ecologisch werkprotocol opgesteld te worden. Voor de maatregelen dient een ontheffing te worden verkregen.
-
De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te wor-
De bomenrijen welke als vliegroutes dienen, worden gehandhaafd.
Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.
Voor vleermuizen geldt dat er maximaal een opening van 7 meter tussen bomen van een vliegroute aanwezig mag zijn. Indien hierbij een openingen wordt gemaakt van meer dan 7 meter binnen een van de bomenrijen dienen maatregelen genomen te worden om negatieve effecten te voorkomen. -
Middels een verlichtingsplan dienen negatieve effecten op de vliegroutes van vleermuizen te worden vermeden.
Tabel 1: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen
2
Soortgroep
Aanwezig
Functies
Overtreding
Maatregelen
Roofvogels
Nee
-
Nee
-
Steenuil
Ja
Leefgebied vrijwel alleen rond plangebied
Nee
-
Amfibieën
Nee
-
Nee
Zorgplicht geldende voor individuen van algemene soorten.
Marterachtigen
Nee
-
Nee
-
Das
Ja
Burchten en foerageergebied
Mogelijk
Ontheffing verkrijgen, compensatieplan en ecologisch werkprotocol opstellen
Vleermuizen
Ja
Vlieg- en foerageerroutes van gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
Te voorkomen
Werkzaamheden en inpassing aanpassen a.d.h.v. maatregelen benoemd onder 5.6
Overige soorten2
Mogelijk
-
Te voorkomen
Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht
Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.
Veghels Buiten Noordoost
18
7 -
Bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant
-
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
-
Kennisdocument Buizerd, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Steenuil, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Das, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
-
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen
-
Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl
-
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
-
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.
-
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.
Veghels Buiten Noordoost
19
8
Verklarende Woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.
Habitat
Paarverblijfplaats
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de
Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/ok-
abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van
tober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje
die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme
kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de
stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de
Populatie
vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep ge-
Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort
noemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleer-
die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere
muizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden
zulke groepen.
exemplaren. Rode Lijst Mitigerende maatregelen
Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.
Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soor-
Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of re-
ten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er be-
duceren.
staan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen.
Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Veghels Buiten Noordoost
Omgevingscheck
Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de
Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van
lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van
een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep
de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel
(tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een
een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen,
ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende al-
kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben reke-
ternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
ning houden met bedreigde soorten.
Ontheffing
Vaste rust- of verblijfplaats
De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die
Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de
vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te
levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft
beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbe-
niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
palingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing
Vliegroute
is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzonde-
Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijf-
ring op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
plaatsen naar foerageergebieden.
20
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door de vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.
Veghels Buiten Noordoost
21
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Veghels Buiten Noordoost
22