CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1c. B13_P04796 QSFF Veghels Buiten Noordoost Veghel_06062023

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en kwaliteitshandboek 'Veghels Buiten Noordoost'6.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Veghels BuitenNoordoost te Veghel Toetsing aan natuurwetgeving en beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Veghels BuitenNoordoost te Veghel datum 1 september 2022 projectnummer P04796 opdrachtgever Gemeente Meierijstad BRO projectleider JRi opgesteld door NLu interne controle MvdS bron Kaft NLu

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 7 7 8

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

9 10 10 11 12 12 12 12 13

5

Conclusie Vervolgtraject en advies

15 15

Soortgerichte onderzoeken

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

donderdag 1 september 2022

15

17 18

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de grootschalige ontwikkeling Veghels Buiten-Noordoost, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 20 december 2021 tussen 14.00 – 17.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 5°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Daarna is op 20 december 2021 tussen 14.00 – 17.00 uur een verkennend veldbezoek gebracht aan het ‘Van Schie’, een uitbreiding van het plangebied. Tijdens beide veldbezoeken is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.

Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

donderdag 1 september 2022

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten oosten van de bebouwde kom van Veghel. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de N616 en ten oosten van het plangebied ligt het Blankens Kerkhof en Brabant Water. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Door de grootte van de opgave heeft het plangebied verschillende bestemmingen. Over het hele plangebied is er akkerbouw te vinden (mais, wortel, sla) dit is vooral in het zuiden van het plangebied te vinden. In het noorden van het plangebied zijn vooral kassen en fruiteelt in potten te vinden. Binnen deelgebied Van Schie, te hoogte van Udenseweg 7B, is een enkel gebouw te vinden, een kleine schuur en een fruitgaard.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

In figuur 2 en 4 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 5 t/m 13 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Toekomstige situatie In het plangebied zal een nieuwe wijk worden gerealiseerd genaamd ‘Veghels Buiten – Noordoost’. In deze nieuwe wijk zullen 1200 tot 1300 nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt. Zoals al eerder is gezegd zal er maar één gebouw aangetast worden tijdens het project en dat is de kas in het noorden van het plangebied aan de Udenseweg 8. De exacte invulling van Van Schie is nog niet bekend. Mogelijk zal de woning aan Udenseweg 7B worden gesloopt. De omgevingsvergunning word waarschijnlijk in de loop van 2023 verleend. De bouw vind plaats in fases tussen 2024 en 2028. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. Figuur 4: Regiekaart toekomstige situatie plangebied

donderdag 1 september 2022

Figuur 3: Luchtfoto Deelgebied Van Schie

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Figuur 6: Wildwissel zuidoosten van het plangebied

Figuur 7: Zoogdierhol noordwesten plangebied

Figuur 5: NNB-gebied ten oosten van het plangebied

Figuur 8: Ruigte kleine marterachtige zuidoosten plangebied

donderdag 1 september 2022

Figuur 9: Groot nest zuidoosten plangebied

Figuur 10: Ruigte kleine marterachtige noordoosten plangebied

5

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Figuur 11: Woning aan Udenseweg 7B, binnen deelgebied Van Schie

Figuur 12: Schuurtje binnen deelgebied Van Schie

donderdag 1 september 2022

Figuur 13: Deelgebied Van Schie gezien vanuit het noorden

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, bevindt zich op circa 18,3 kilometer afstand ten noordwesten van het projectgebied (zie figuur 14). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de aanleg van een nieuwe wijk betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruikersfase te verwachten.

Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

donderdag 1 september 2022

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is deels gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). In het zuiden ligt een perceel NNB, bestaande uit bos en grasland.

In het oosten van het plangebied, ter hoogte van Het Melven, is tevens een klein stukje NNB te vinden in de vorm van opgaand groen. De oostgrens van het plangebied grenst tevens tegen het NNB. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities veranderen, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB worden aangetast.

Figuur 14: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

worden welke negatieve effecten het plan kan hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Brabant binnen en rond het plangebied.

Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt noodzakelijk geacht. Middels een effectenanalyse dient beoordeeld te

7

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Op de groene kaart van de gemeente Meierijstad staan de groenstructuren weergegeven welke onderdeel uitmaken van een houtopstand (figuur 15). Het is nog niet bekend welke van de binnen het plangebied gelegen houtopstanden worden verwijderd. Indien een of meer van deze houtopstanden gekapt worden is het noodzakelijk een kapmelding in te dienen bij de provincie Noord-Brabant. Deze bomen dienen te worden herplant. Indien de herplant op andere grond plaatsvind is hiervoor een ontheffing noodzakelijk.

donderdag 1 september 2022

Figuur 15: Boombestand plangebied

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels.

donderdag 1 september 2022

Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend.

Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het plangebied is bijna volledig onbebouwd, op een kas in het noordwesten van het plangebied na. Gezien deze kas volledig van glas is gemaakt zijn er geen mogelijke nestlocaties aanwezig in het dak of gevels. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting in het zuidwesten

donderdag 1 september 2022

van het plangebied en net buiten het plangebied aan de oostzijde plangebied zijn twee potentiele jaarrond beschermde nesten aan getroffen, van mogelijk buizerd, sperwer of ransuil (zie figuur 12). Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen of activiteit waargenomen bij deze nesten. Wel biedt het In de overige beplanting zijn geen potentiele jaarrond beschermde nesten waargenomen. Wel kunnen binnen het plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Voor de steenuil biedt het plangebied weinig geschikt leefgebied aangezien het overgrote deel uit intensief akkerland bestaat. Desondanks kan de steenuil op de erven binnen en rond de bouwlocaties voorkomen. Om de territoria van de steenuil in kaart te brengen word geadviseerd een soort specifiek onderzoek uit te voeren. De woning aan de Udenseweg 7b, binnen deelgebied Van Schie, heeft een zadeldak belegd met dakpannen. Het kan niet worden uitgesloten dat er huismussen aanwezig zijn onder het dak. De ruimten onder het dak zijn bereikbaar via de opening tussen de regengoot en de eerste rij dakpannen. Indien deze woning wordt gesloopt is huismusonderzoek noodzakelijk. Binnen de opstallen zijn geen sporen, zoals braakballen of krijtsporen, aantroffen die wijzen op gebruik door een uilensoort.

Toetsing Bij werkzaamheden binnen het plangebied bestaat de kans dat er een nest van buizerd, sperwer of ransuil verloren gaat of verstoord raakt. Door voorgenomen plannen zal foerageergebied voor deze soorten verdwijnen, waardoor deze nesten hun functionaliteit kunnen verliezen. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of de twee nesten in gebruik is door een van deze soorten. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de werkzaamheden

sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is. Met de voorgenomen plannen bestaat de kans dat er essentieel leefgebied verloren gaat van de steenuil. Door het verdwijnen van essentieel leefgebied kan een nestplaats mogelijk zijn functionaliteit verliezen. Nesten van de steenuil zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of het plangebied deel uit maakt van een territorium van steenuil. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoer van de voorgenomen plannen sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gewerkt. Bij de werkzaamheden kunnen ook nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het bouwrijp maken van het plangebied buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart. Met de voorgenomen plannen wordt er slechts twee gebouwen gesloopt. De kas in het noordwesten van het plangebied en de woning aan de Udenseweg 7b binnen deelgebied Van Schie. De kas is volledig van glas gemaakt, waardoor het geen geschikte rust- en verblijfplaatsen bevat voor een vleermuissoort. De woning heeft een Franse kap, waardoor er geen geschikte dakvlakken/hellingen aanwezig zijn met een geschikte aanvliegroute. In de gevels zijn tevens geen openingen, zoals open stootvoegen, aanwezig die toegang geven tot achterliggende ruimten. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn er geen holen of loshangend schors tegen de bomen aangetroffen die kunnen dienen als rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Gezien de grootte van het gebied konden niet alle bomen worden geïnspecteerd. Wanneer duidelijk is welke bomen worden gekapt dient een aanvullende inspectie te worden uitgevoerd. Er is sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien de aanwezigheid van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen en lijnvormige landschapselementen. Indien deze elementen worden verwijderd, doorbroken of verlicht dient vervolgonderzoek de functionaliteit hiervan te beoordelen.

Toetsing De kas die in het noorden van het plangebied staat heeft geen mogelijke rust- en verblijfplaatsen voor de vleermuis, negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van vleermuizen kunnen bij de sloop van de kas worden uitgesloten. Bij het kappen van de laanbomen bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren

donderdag 1 september 2022

gaan. Als er meer informatie is over welke bomen er gekapt zullen worden dient er nogmaals te worden gekeken of hier rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn .Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Op basis van de tweede bezichtiging wordt bepaald of er bij uitvoering van het kappen van de laanbomen sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gekapt. Indien lijnvormige elementen worden verwijderd of doorbroken dient onderzoek te worden uitgevoerd om uit te wijzen of deze dienst doet als vliegroute. Daarnaast dient licht gericht of uitstralend op het opgaand groen binnen en rond het plangebied te worden vermeden, om verstoringen en overtredingen met betrekking tot foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen te voorkomen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt een geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, huisspitsmuis, haas en konijn kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.

In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

Figuur 16: Kunstburcht op terrein Brabant Water

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter, das, eenhoorn, bever en damhert voor. De hermelijn is niet naar voren gekomen in de verspreidingsgegevens maar deze wordt toch meegenomen tijdens de toetsing omdat deze een verborgen levenswijze heeft. Het NNB gebied aan de oostzijde van het plangebied vormt een geschikt habitat voor de kleine marterachtigen. Er zijn meerdere ruigtestroken met voldoende schuilgelegenheid te vinden in het plangebied die aansluiten op het NNB en ook een geschikt habitat vormen voor de kleine marterachtigen (zie figuur 17). Mogelijk wordt geschikt habitat van deze soorten aangetast bij de werkzaamheden. Van de das zijn er wissels gevonden aan de zuidoostkant van het plangebied die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door deze soort. De wissels komen vanuit het NNB gebied het plangebied in waarna ze doorlopen over het akkerland. Bij Brabant Water aan de oostzijde van het plangebied is een kunstmatige dassenburcht aanwezig (zie figuur 16). Uit navraag bij Brabant Water blijkt dat deze recentelijk is aangelegd voor de verplaatsing van een dassenburcht. Er zitten een mannetje en vrouwtje in de burcht. Ook wordt in samenwerking met de gemeente een faunatunnel aangelegd onder de Erpseweg, dicht bij een

11

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

aanwezige burcht in het zuidelijk deel van het bos. Vermoedelijk liggen meer dassenburchten in het bosgebied, deze zijn echter niet volledig in beeld. Het plangebied zelf bestaat voornamelijk uit secundair foerageergebied (akkerland). Bij de werkzaamheden gaat dit grotendeels verloren. Ook is er een zoogdierenhol aangetroffen in het noordwesten van het plangebied (zie figuur 6). Gezien er geen duidelijke pootafdrukken zijn aangetroffen rond dit hol, is het niet bekend door welke soort deze in gebruik is. Wel was duidelijk dat dit hol in gebruik is, gezien de goed onderhouden pijp. Vermoedelijk wordt dit hol door vos gebruikt, maar vanwege de afmetingen en dimensies is hier onzekerheid over, waardoor vervolgonderzoek gewenst is. Bij actieve dassenburchten dienen werkzaamheden binnen 200 meter hier vandaan aangepast te worden uitgevoerd. Deze maatregelen dienen te worden beschreven binnen een ecologisch werkprotocol. Binnen het plangebied zijn geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Tijdens het veldonderzoek zijn er tevens geen sporen van de bever gevonden, de verspreidingsgegevens duiden op de waarnemingen bij de Willemsvaart. De grote watergangen blijven behouden en er gaan geen wilgenbosjes verloren. Hierdoor zijn negatieve effecten op een eventueel aanwezige bever op voorhand uitgesloten.

Verder komt het damhert niet in de omgeving voor deze kan dus op voorhand uitgesloten worden. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied zijn negatieve effecten op het essentiële leefgebied van wezel, hermelijn bunzing, steenmarter en das niet op voorhand uit te sluiten. Voor de marterachtigen is soort specifiek onderzoek nodig om de aan- of afwezigheid van deze soorten te bepalen. Voor de

donderdag 1 september 2022

das moet nader onderzoek uitwijzen of het hol in het westen van het plangebied door deze soort in gebruik is. Daarnaast dient een compensatie plan opgesteld te worden om de afname van geschikt leefgebied van deze soort te compenseren. In het kader van de zorgplicht is het ook noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de muurhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op een uitgezette populatie welke zich niet binnen het plangebied bevindt. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker, rugstreeppad en Alpenwatersalamander bekend. De poelkikker prefereert voedselarm en schoon stilstaand water. Het enige oppervlaktewater dat In het plangebied te vinden is zijn sloten tussen de akkerlanden die voedselrijk zijn. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater kan de poelkikker redelijkerwijs uitgesloten worden.

Het plangebied bevat geen ondiepe zandige plassen en de dichtstbijzijnde populaties bevinden zich op heide terreinen in de omgeving, waardoor de rugstreeppad redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Het is echter niet uit te

sluiten dat de Alpenwatersalamander in de sloten binnen het plangebied voorkomt. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen kunnen mogelijk een afname van voorplantingshabitat van de Alpenwatersalamander veroorzaken. Er zal vervolgonderzoek moeten worden uitgevoerd bij de sloten die moeten worden gedicht voor de nieuwbouwplannen. Verder dient tijdens de werkzaamheden in het kader van de algemene zorgplicht voldoende zorg te worden gedragen voor aanwezige individuen van vrijgestelde soorten. Vissen In de omgeving zijn er waarnemingen van de grote modderkruiper bekend. Deze waarnemingen zijn echter in de Aa gedaan en deze is niet aangesloten aan een van de wateren in het plangebied. De sloten die door het plangebied lopen zijn ook niet geschikt voor de grote modderkuiper, daarom kan de grote modderkruiper buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, iepenpage, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn.

Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een

12

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn de beschermde soorten kartuizer anjer en ruw parelzaad bekend. De kartuizer anjer komt voor op stikstofarme gronden, ruw parelzaad op voedselarmere gronden. Gezien de bodem in het plangebied voedselrijk is door gebruik als landbouw zijn beide soorten niet te verwachten binnen het plangebied. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

donderdag 1 september 2022

13

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Figuur 17: Kaart van het plangebied waarbinnen resultaten van het veldbezoek zijn weergegeven

donderdag 1 september 2022

14

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

5

Conclusie 

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

 

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie gedurende de gebruikersfase op Natura 2000gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Er dient een effectenanalyse te worden gedaan om te kijken in hoeverre het NNB word aangetast; Indien een of meer houtopstanden binnen het plangebied gekapt worden is het noodzakelijk een kapmelding in te dienen bij de provincie Noord-Brabant. Deze bomen dienen te worden herplant. Indien de herplant op andere grond plaatsvind is hiervoor een ontheffing noodzakelijk. Indien de woning aan de Udenseweg 7B wordt gesloopt dient vervolgonderzoek aan te tonen dan wel uit te sluiten of huismussen gebruik maken van de woning. Doormiddel van een vervolgonderzoek zal er worden gekeken of de twee nesten in en rond het plangebied worden gebuikt door een soort met jaarrond beschermd nest. Als het jaarrond beschermde nesten zijn zal hier een ontheffing voor moeten worden aangevraagd; Het plangebied beidt potentieel leefgebied voor steenuil. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient uitsluitsel te geven of het plangebied tot het territorium van een steenuil behoort; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden

donderdag 1 september 2022

uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; Te kappen bomen dienen vooraf te worden gecontroleerd op potentiele verblijfplaatsen voor vleermuizen en hun functie als vliegroute; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen aan de oostzijde van het plangebied en de bomenrijen aan de weg te worden vermeden; Er zal een vervolgonderzoek moeten plaatsvinden om te bepalen of wezel, bunzing, hermelijn of steenmarter in het plangebied voorkomen; De das is aanwezig in de bossen ten oosten van het plangebied. Een vervolgonderzoek zal moeten plaats vinden voor het gebruik van het mogelijk dassenhol in het noordwesten van het plangebied. Daarnaast dient een compensatieplan te worden opgesteld ten behoeve van het leefgebied van de das. Voor werkzaamheden binnen een straal van 200 meter van een dassenburcht dienen aangepaste werkzaamheden te worden toegepast; Voor de Alpenwatersalamander zal er en vervolgonderzoek op aanwezigheid moeten worden gedaan bij de sloten die worden gedicht; Maatregelen ten behoeve van de beschermde soorten dienen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Vervolgtraject en advies Soortgerichte onderzoeken Vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd om vast te stellen of de twee aangetroffen nesten in en rondom het plangebied worden gebruikt door een soort waarvan het nest jaarrond beschermd is. Dit onderzoek bevat vier gerichte veldbezoeken in de periode maart tot half mei om te controleren of en zo ja door welke soort het nest bewoond wordt. Als uit het onderzoek blijkt dat er een jaarrond beschermd nest in of rond het plangebied is zal hier mogelijk een ontheffing voor moeten worden aangevraagd. De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied kunnen negatieve gevolgen hebben voor steenuil, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie een territorium van steenuil aanwezig is binnen het plangebied. Een vervolgonderzoek naar steenuil loopt van half februari tot en met half april en bestaat uit drie veldbezoeken. Als er potentiele verblijfplaatsen van vleermuizen in te kappen bomen aanwezig zijn dient protocollair vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Dit geld ook indien lijnvormige elementen worden verwijderd doorbroken of verlicht.

Binnen dit onderzoek wordt geadviseerd minimaal twee veldbezoeken uit te voeren tussen 15 april en 1 oktober ten behoeve van het aantonen dan wel uitsluiten van het gebruik van de betreffende bomenrijen als vliegroute. Conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), zoals dat is vastgesteld door de Gegevensautoriteit Natuur in samenwerking met de Zoogdiervereniging en het Netwerk Groene Bureaus, dienen deze veldbezoeken in de avond of ochtend plaats te vinden (circa 2 à 3 uur na zonsondergang of voor zondop-

15

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

komst), met een tussenliggende periode van minimaal 8 weken. Een van deze veldbezoeken dient binnen de kraamperiode te worden uitgevoerd. De kraamperiode loopt van half mei tot half juli. Voor de kleine marterachtigen zal er doormiddel van cameravallen, nestkasten en sporenbuizen worden achterhaald of zij in het plangebied voorkomen. Deze materialen zullen op verschillende plekken in het gearceerde gebied (zie figuur 12) worden geplaats. Als deze binnen de actieve periode van de kleine marterachtigen worden geplaatst (maart t/m augustus) moeten ze minimaal 6 weken staan. Als dit buiten de actieve periode is zullen ze minimaal 12 weken moeten staan. Als eruit het vervolgonderzoek blijkt dat er kleine marterachtigen in het plangebied leven zal hier mogelijk een ontheffing voor moeten worden aangevraagd. Bij het hol in het noorden van het plangebied zal een wildcamera worden opgehangen om te bepalen welk zoogdier hier gebruik van maakt. Deze kan in elke periode van het jaar worden neergehangen en zes weken aanwezig zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat het een dassenburcht is zal hier ook weer gelden: De werkwijze van activiteiten dient te worden aangepast om verstoring van de dassenpijpen ten zuidoosten van het plangebied te voorkomen. Dit geldt voor alle activiteiten in een straal van 200 meter van de dassenpijpen.

Tevens dient er ten alle tijden voldoende foerageergebied aanwezig te zijn voor de das. Dit kan mede door maatregelen in te passen binnen de toekomstige situatie. Maatregelen ten behoeve van de das dienen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Het realiseren van voldoende alternatief foerageergebied voor de das dient te worden onderbouwd in een compensatieplan.

donderdag 1 september 2022

16

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 18 km

Mogelijk

AERIUS-berekening

Uitvoering mogelijk indien uitkomst onder 0,00 mol/ha/j

Natuurnetwerk Nederland

Binnen het plangebied

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar aantasting NNB

Houtopstanden

Meerdere houtopstanden binnen het plangebied

Mogelijk

Bij kap melding indienen

Bij herplant op andere grond is een ontheffing nodig

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten en steenuil; Mogelijk vervolgonderzoek huismus Udenseweg 7b

Bij aanwezigheid is voor verstoring mogelijk een ontheffing nodig

Verblijfplaatsen

Ja

Mogelijk

Mogelijk vervolgonderzoek naar gebruik van bomen door vleermuizen

Bij aanwezigheid is voor het kappen een ontheffing nodig

Foerageerhabitat

Ja

Mogelijk

Vliegroutes

Ja

Mogelijk

Onderzoek naar gebruik bomenrijen indien deze verwijderd, doorbroken of verlicht worden

Verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen vermijden

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar kleine marterachtigen en de das, opstellen compensatieplan das

Bij aanwezigheid van een verblijfplaats of essentieel leefgebied is mogelijk een ontheffing nodig

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Mogelijk

Vervolgonderzoek naar Alpensalamander in sloten die worden gedicht.

Zorgplicht heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

donderdag 1 september 2022

17

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Bronnen Noord-Brabant  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 1 september 2022

18

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Veghels Buiten-Noordoost te Veghel

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 1 september 2022

T +31 (0)77 373 06 01

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f901cabf-9143-49ed-acd4-4a19e35a0e66