CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1c. B11 Quicksan Externe Veiligheid

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en kwaliteitshandboek 'Veghels Buiten Noordoost'15.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BRO BRO116-0001 28 september 2023

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BRO BRO116-0001 20230928-BRO116-RAP-EV 3.0 Definitief 28 september 2023

Opsteller: PC

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0PC+-

Verificatie: RvH

-+R0RvH+-

Validatie: JSCHU

© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0JSCHU+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Inleiding ................................................................................................................................................................... 6 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 6 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 7 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 7 Transport over het spoor ............................................................................................................................................ 10

3.1 3.2 3.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 11 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 11 Inventarisatie lokale buisleidingen ............................................................................................................................... 11

4.1 4.2 4.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 13 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 13 Inventarisatie relevante inrichting ................................................................................................................................ 13

3

1

INLEIDING In opdracht van BRO is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied worden woningen, een schoollocatie, MFA, kinderopvang, sporthal en gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. Het plan past niet binnen de vigerende bestemming, waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. De ligging van het plangebied is weergegeven in de navolgende afbeelding.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (bron: BRO)

4

De projectie van de diverse bestemmingen binnen het plangebied is in de onderstaande regiekaart weergegeven.

Afbeelding 2

Regiekaart Veghels Buiten Noordoost (bron: BRO, d.d. 22-08-2023)

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd onder toepassing van de wet- en regelgeving op datum van uitgifte van dit rapport. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dan kunnen andere rekenmethodes, normen en toetsingen van kracht zijn waardoor dit onderzoek mogelijk (op onderdelen) dient te worden geactualiseerd.

5

2

TRANSPORTASSEN

2.1

Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.

2.2

Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.

6

Tabel 1

Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3

2.3

Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.

Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Binnen een afstand van 1.070 meter van het plangebied bevindt zich geen waterweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen vormen geen belemmeringen voor de planvorming.

2.4

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Voor het plangebied zijn de rijksweg A50 en de provinciale wegen N616 en N279 binnen een straal van 4.000 meter mogelijk relevant. De ligging van deze wegen ten opzichte van het plangebied is weergegeven in afbeelding 3.

7

Afbeelding 3

Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van wegen (bron: Google Maps)

A50 Op circa 1.600 meter van de grens van het plangebied bevindt zich de rijksweg A50 (wegvakken B87 en B139). Deze weg is opgenomen in Basisnet. Gelet op de ruimtelijke scheiding is het plaatsgebonden risico en het PAG1 van deze weg geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het ook niet noodzakelijk de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Op grond van de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A50 ter hoogte van het plangebied sprake is van LF1-, LF2-, LT1-, LT2- en GF3-transporten. Het plangebied ligt hiermee niet binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over de A50 vormen geen belemmeringen voor de planvorming. N616 (Erpseweg/Udenseweg) Aan de zuid- en noordzijde grenst het plangebied aan de Erpseweg/Udenseweg (N616). Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet weg. Uit de externe veiligheidskaart risicobronnen Veghel (beschikbaar gesteld door de opdrachtgever) blijkt dat over deze weg sprake is van het transport van LF1-, LF2- en GF3-stoffen. Voor deze weg is op genoemde kaart geen PR10-6-risicocontour of PAG aangeduid. Gezien de korte afstand tot de N616 is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt.

Onderstaand wordt op basis van de vuistregels uit de HART bepaald of de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico berekend moet worden met behulp van het rekenprogramma RBM II.

1 Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit transportroutes externe veiligheid. Dit is een gebied

van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd

8

Vuistregels toetsing groepsrisico: Toetsing oriëntatiewaarde: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-8 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-9 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-8 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 1-8 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Gebleken is dat over de N616 ter hoogte van het plangebied LF1, LF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Aan vuistregel 1 wordt derhalve voor beide toetsingen voldaan. In onderhavig geval is sprake van tweezijdige bebouwing. De kleinste afstand tussen een woning en de as van de N616 bedraagt circa 10 meter. Uit de BAG-populatieservice blijkt dat binnen het invloedsgebied van deze weg sprake is van een populatiedichtheid van circa 25 personen/hectare. Uit tabel 1-9 van de HART volgt dat bij deze populatiedichtheid de 10% van de oriëntatiewaarde pas wordt overschreden bij 3.250 GF3transporten. Dergelijke aantallen GF3-transporten worden op provinciale wegen niet gehaald. Als gevolg van de planontwikkeling zal de personendichtheid binnen het invloedsgebied niet significant toenemen. Geconcludeerd wordt dat ook na de planvorming de oriëntatiewaarde en de 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Op basis van het gestelde in artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes hoeft de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief inzichtelijk te worden gemaakt. Gelet op de locatie van de geprojecteerde woonbuurten (zie regiekaart afbeelding 2) ligt het plan niet binnen het invloedsgebied van LF1en LF2-stoffen. Wel ligt een deel van de geprojecteerde buurten binnen het invloedsgebied van GF3-stoffen.

De risico’s gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de N616 (BLEVE-scenario) moeten daardoor worden meegenomen in een beperkte verantwoording. N279 Op een afstand van circa 1.700 meter van het plangebied is de provinciale weg N279 aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De N279 is niet opgenomen in het Basisnet weg. Als gevolg van de ruimtelijke scheiding tussen plangebied en weg zijn de PR 10-6-risicocontour of het PAG niet relevant. Deze weg is niet opgenomen in de meest recente telgegevens van Rijkswaterstaat (juni 2019). Aangezien deze weg ten noorden van Veghel aansluit op de A50 is er van uitgegaan dat over deze weg dezelfde stoffen worden getransporteerd als over de A50. Het plangebied ligt hiermee niet binnen het invloedsgebied van de N279. De risico’s als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen over de N279 vormen geen belemmeringen voor de planvorming.

9

2.5

Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Binnen een afstand van 4.000 meter van het plangebied bevindt zich geen spoorweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormen geen belemmeringen voor de planvorming.

10

3

BUISLEIDINGEN

3.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.

3.2

Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.

3.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de Atlas Leefomgeving is geconstateerd dat in de omgeving van het plangebied enkele buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze buisleidingen weergegeven.

11

Afbeelding 4

Ligging buisleiding ten opzichte van het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving)

Op grond van informatie van de signaleringskaart zijn onderstaand de relevante gegevens van deze buisleidingen samengevat. Tabel 2

Relevante gegevens hoge druk aardgasleidingen

Buisleiding

Diameter

Druk

1% letaliteitsafstand

100% letaliteitsafstand

Z-542-01

10 inch

40,0 bar

120 meter

60 meter

Z-542-19

7 inch

40,0 bar

50 meter

80 meter

Afstand tot plangebied Binnen plangebied Aangrenzend

Uit de ligging van de geprojecteerde buurten (zie regiekaart afbeelding 2) volgt dat het invloedsgebied van buisleiding Z-542-19 niet reikt tot over geprojecteerde woningen. Buisleiding Z-542-01 doorkruist het cluster ‘WG-Klooster B’. Cluster ‘Erf B’ ligt ook deels binnen het invloedsgebied van deze buisleiding. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico dient kwantitatief bepaald te worden met behulp van het rekenprogramma CAROLA. Tevens dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) te worden meegenomen in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.

12

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN

4.1

Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

4.2

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing zijn, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning.

De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

4.3

Inventarisatie relevante inrichting Met behulp van de Atlas Leefomgeving is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, danwel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

13

A.W.M. Donkers

BP Veghel

Afbeelding 5

Ligging inrichtingen ten opzichte van het plan (bron: Atlas Leefomgeving)

Uit de bovenstaande afbeelding volgt dat binnen het plangebied een LPG-tankstation aanwezig is. Het betreft “BP Veghel” gelegen aan de Udenseweg 3 te Veghel. Aangezien het invloedsgebied van deze inrichting 150 meter bedraagt, liggen geprojecteerde woningen binnen het invloedsgebied van dit tankstation. Om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk te maken dient een berekening uitgevoerd te worden met behulp van het rekenprogramma Safeti-NL. Het invloedsgebied van de inrichting A.W.M. Donkers reikt niet tot over het plangebied. De risico’s als gevolg van inrichtingen dienen meegenomen te worden in een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico.

14

5

CONCLUSIE In opdracht van BRO is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied worden woningen, een schoollocatie, MFA, kinderopvang, sporthal en gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. Transport over het water en het spoor De planlocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van een waterweg of spoorlijn waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water en het spoor vormen derhalve geen belemmering voor het plan. Een verantwoording is niet aan de orde. Transport over de weg Aan de west- en noordzijde van het plangebied grenst het plangebied aan de N616. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet weg. Uit de externe veiligheidskaart risicobronnen Veghel (beschikbaar gesteld door de opdrachtgever) blijkt dat over deze weg sprake is van het transport van LF1-, LF2- en GF3-stoffen. Voor deze weg is op genoemde kaart geen PR10-6-risicocontour of PAG aangeduid. Uit de vuistregels van de HART volgt dat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief hoeft te worden bepaald aangezien het groepsrisico lager is van 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

Wel ligt een deel van de geprojecteerde buurten binnen het invloedsgebied van GF3-stoffen. De risico’s gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de N616 (BLEVE-scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording. Buisleidingen Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding. Om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico te bepalen dient een berekening uitgevoerd te worden met behulp van het rekenprogramma CAROLA. Tevens dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (fakkelbrandscenario) te worden meegenomen in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Inrichtingen Binnen het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig. Het betreft “BP Veghel” gelegen aan de Udenseweg 3 te Veghel. Aangezien het invloedsgebied van deze inrichting 150 meter bedraagt, liggen geprojecteerde woningen binnen het invloedsgebied van dit tankstation. Om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk te maken dient een berekening uitgevoerd te worden met behulp van het rekenprogramma Safeti-NL. De risico’s als gevolg van inrichtingen dienen meegenomen te worden in een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico.

15

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BRO BRO116-0001 30 augustus 2023

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BRO BRO116-0001 20230830-BRO116-RAP-LPG 1.0 Definitief 30 augustus 2023

Opsteller: RvH

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0RvH+-

Verificatie: PC

-+R0PC+-

Validatie: JSCHU

© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0JSCHU+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2

Wettelijk kader........................................................................................................................................................... 5 Inventarisatie relevante inrichtingen................................................................................................................................ 7

4.1 4.2 4.3 4.4

Rekenmodel ............................................................................................................................................................ 10 Situaties ................................................................................................................................................................. 10 Bevolkingsdichtheid................................................................................................................................................... 10 Resultaat ................................................................................................................................................................ 11

BIJLAGEN

3

1

INLEIDING In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied zijn woningen voorzien. Binnen het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig (Udenseweg 5A), waardoor een deel van het plan binnen het invloedsgebied hiervan is gelegen. In de onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied en het LPG-tankstation weergegeven.

Afbeelding 1

Ligging plangebied (rode omlijning) en LPG-tankstation (blauwe omlijning) (bron: BRO)

4

2

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN Bij de realisatie van een plan dient onder andere rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen, waarvoor aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

2.1

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren en LPG-tankstations. In het Bevi zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Deze zijn vertaald in de risiconormen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De bij het Besluit behorende ministeriële Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) werkt de afstanden, de referentiepunten en de wijze van berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico verder uit ter uitvoering van het Bevi.

Plaatsgebonden risico Op 12 januari 2022 heeft de Raad van State (RvS) een uitspraak gedaan inzake LPG-tankstations (nr. 201.705745/3/R4). Voor zowel de toetsing van het plaatsgebonden risico als het groepsrisico moet worden uitgegaan van bevoorrading door LPG-tankwagens zonder hittewerende coating. Voor het plaatsgebonden risico geeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat1 in de brief aan dat de afstanden uit de Revi niet meer toepasbaar zijn. Wel mag uitgegaan worden van een verbeterde vulslang bij de levering van LPG.

1 Effect van risicoreducerende maatregelen op het plaatsgebonden risico van LPG-tankstation, RIVM-briefrapport 2021-0184

5

Vulpunt Voor de toetsing voor de afstand tot de PR10-6 risicocontour van het vulpunt kan gebruik worden gemaakt van de afstanden die zijn opgenomen in de navolgende tabel, berekend door het RIVM1. Tabel 1

Afstanden PR 10-6 risicocontour vulpunt LPG-tankstation cnf. RIVM

Doorzet m³/jaar

Afstand vanaf vulpunt

250 m³/jaar

13 meter

500 m³/jaar

17 meter

600 m³/jaar

26 meter

700 m³/jaar

31 meter

800 m³/jaar

34 meter

900 m³/jaar

37 meter

1.000 m³/jaar

38 meter

1.500 m³/jaar

80 meter

2.000 m³/jaar

105 meter

Opslagtank De PR10-6 risicocontour voor het reservoir is door het RIVM berekend op 17 meter. Deze afstand geldt voor alle doorzetten, ongeacht de omvang van het reservoir. Afleverzuil De plaatsgebonden risicocontour voor afleverzuilen is 15 meter. Invloedsgebied In de Revi is bepaald dat de grens van het invloedsgebied bij een LPG-tankstation op 150 meter afstand rondom het LPG-vulpunt en het LPG-reservoir is gelegen. Circulaire effectafstanden externe veiligheid In de ‘Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations’ wordt het bevoegd gezag verzocht rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand tot 160 meter tot zeer kwetsbare objecten.

6

2.2

Inventarisatie relevante inrichtingen Binnen het plan is het LPG-tankstation “BP Veghel” gelegen aan de Udenseweg 3 te Veghel, aanwezig. De ligging van de risicocontouren (PR 10-6) ten opzichte van de planlocatie is in onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 2

Ligging PR-contouren ten opzichte van plangebied

De plaatsgebonden 10-6-risicocontouren zijn in voorgaande afbeelding zwart gestreept weergegeven. Uit deze afbeelding blijkt dat de PR10-6-risicocontouren niet tot over het plangebied reiken. In de Revi is bepaald dat de grens van het invloedsgebied bij een LPG-tankstation op 150 meter afstand rondom het LPG-vulpunt en het LPG-reservoir is gelegen. De planlocatie is deels gelegen binnen de invloedsgebieden van het LPG-tankstation, waardoor de hoogte van het groepsrisico ten gevolge van het LPG-tankstation dient te worden bepaald. In de navolgende afbeelding zijn de invloedsgebieden alsmede de ligging van het plangebied weergegeven.

7

Invloedsgebied LPG -reservoir (150 m)

Invloedsgebied LPG vulpunt (150 m)

Afbeelding 3

Ligging invloedsgebieden LPG-tankstation ten opzichte van plangebied

Het plangebied ligt deels binnen het invloedsgebied van het LPG-reservoir. Het resterende deel van de omgeving (liggende binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation) bestaat uit woningen.

8

3

LPG-TANKSTATION Voor het tankstation, gevestigd aan de Udenseweg 3 te Veghel, is een milieuvergunning verleend zonder gelimiteerde doorzet. De opslag van LPG vindt plaats in een ondergrondse tank van 20 m3. De ligging van het LPG-vulpunt, het LPG-reservoir en de LPG afleverzuil is in onderstaande afbeelding weergegeven..

Afbeelding 4

Ligging installaties LPG-tankstation (bron: Atlas Leefomgeving)

9

4

BEREKENING HOOGTE GROEPSRISICO

4.1

Rekenmodel Voor het vaststellen van de scenario’s, ongevalkansen en overige risicoparameters is aangesloten bij de methodiek beschreven in het document “Rekenmethodiek LPG-tankstations”2. In deze methodiek wordt rekening gehouden met locatie specifieke omstandigheden voor de BLEVE-kans. De scenario’s beschrijven wat mis kan gaan in geval van een calamiteit. De bepaling van de faalfrequenties per scenario is opgenomen in bijlage 1 en 2. De berekening van het groepsrisico wordt uitgevoerd met het wettelijk – in de Revi – voorgeschreven softwarepakket Safeti-NL (versie 8.5).

4.2

Situaties Het initiatief betreft de realisatie van drie woningen binnen het plangebied. Gelet op deze nieuwe ontwikkeling zijn er twee situaties doorgerekend; de huidige situatie en de toekomstige situatie. Huidige situatie In de huidige situatie rust op het plangebied een agrarische bestemming. Binnen het plangebied verblijven momenteel geen personen. Beoogde situatie In het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation is beoogd, zijn drie woningen voorzien. Conform de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico wordt hiervoor uitgegaan van 2,4 personen per woning met een aanwezigheid van 50% in de dagperiode en 100% in de nachtperiode. Voor beide situaties is de hoogte van het groepsrisico bepaald.

4.3

Bevolkingsdichtheid De invoer van het aantal aanwezige personen is nodig om groepsrisicoberekeningen te kunnen maken. De bevolkingsdichtheid wordt bepaald binnen het invloedsgebied. In de berekeningsmodule dient de bevolkingsdichtheid binnen verschillende afstanden (schillen) vanaf het vulpunt en de tank bepaald te worden. De basis voor de modellering van de omgeving van het LPG-tankstation is gebaseerd op de populatieservice3. De populatieservice is gebaseerd op de basisadministratie adressen en gebouwen (BAG). De gegevens zijn inzichtelijk via de BAG-viewer. De BAG bevat alle benodigde gegevens ten aanzien van gebouwgebonden activiteiten. Voor de bevolkingsinventarisatie is daarnaast gebruik gemaakt van de volgende databronnen:  BAG populatieservice; deze geeft het aantal aanwezigen aan in een gebied met behulp van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) voor woon- en werkgebieden.  Google Earth; luchtfoto en streetview

2 Rekenmethodiek voor LPG-tankstations, versie 1.2 RIVM, d.d. 5 november 2014 3 https://populatieservice.demis.nl/#/

10

4.4

Resultaat Voor zowel de bestaande als toekomstige situatie is de berekening van het groepsrisico als gevolg van het LPGtankstation op basis van Revi 2004 uitgevoerd. In onderstaande afbeeldingen is de hoogte van het groepsrisico weergegeven van:  Groen: de huidige situatie  Oranje: de toekomstige situatie

Afbeelding 5

Grafische weergave groepsrisico huidig en beoogde situatie

Uit bovenstaande grafieken blijkt dat in het groepsrisico in de beoogde situatie niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde4 bedraagt in beide situaties 0,76 [-].

4

Een normwaarde groter dan 1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

11

5

CONCLUSIE In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied zijn woningen voorzien. In de nabijheid van de planlocatie is een LPG-tankstation aanwezig (Udenseweg 5A), waardoor een deel van het plan binnen het invloedsgebied van deze inrichting is gelegen. Geconcludeerd wordt dat de plaatsgebonden PR 10-6-risicontouren van het LPG-tankstation niet reiken tot over het plangebied. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat in het groepsrisico in de beoogde situatie niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde bedraagt in beide situaties 0,76 [-]. In de ‘Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations’ wordt het bevoegd gezag verzocht rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten en 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Binnen het plangebied worden geen zeer kwetsbare objecten gerealiseerd, maar wel kwetsbare objecten (woningen). Gebleken is dat de nieuw te realiseren woningen binnen het plangebied op circa 120 meter van het reservoir liggen, waardoor voldoende afstand tussen kwetsbare objecten en inrichting behaald wordt.

In artikel 13 van het Bevi is bepaald dat een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico verplicht is ten aanzien van het vaststellen van een bestemmingsplan.

12

BIJLAGEN

B1-1

B1 RELEVANTE INVOERGEGEVENS

B1-2

NAW gegevens naam tankstation adres postcode plaats

BP Udenseweg 5A 5464 VA Veghel

Gegevens tankstation doorzet LPG inhoud LPG-reservoir locatie LPG-reservoir inhoud LPG-tankwagen duur verlading aantal verladingen hittewerende coating tankwagen verbeterde vulslang afstand reservoir - vulpunt afstand reservoir - afleverzuil afstand vulpunt - LPG-afleverzuil afstand vulpunt - benzine-afleverzuil afstand vulpunt - opstelplaats benzine tankwagen gebouw heeft brandbescherming hoogte gebouw afstand vulpunt - gebouw

1500 20 ondergronds 60 0,5 70 nee ja 62 43 20 18 2 nee 4 33

opstelplaats tankwagen (1, 2 of 3)

3

1. geïsoleerde opstelplaats 2. opstelplaats op rijstrook met snelheid 70 km/u 3. overige situaties

3

m /jaar m3 onder- of bovengronds m3 uur /jaar ja/nee ja/nee m m m m m j/n m m

B2 BEPALING FAALFREQUENTIES

B2-3

Scenario's ten behoeve van invoer Safeti

NL

Udenseweg 5A

Scenario's voor opslagvat onder druk scenario O.1 opslagvat - instantaan falen O.2 opslagvat - 10 minuten O.3 opslagvat - 10 mm gat O.4 vloeistofleiding - breuk leiding 1,25" O.5 vloeistofleiding - lek 0,125" O.6 afleverleiding - breuk 1,25" O.7 afleverleiding - lek 0,125"

basisfaalfrequentie [jaar ] 5,0E-07 5,0E-07 1,0E-05 -1 m 5,0E-07 -1 m 1,5E-06 m-1 5,0E-07 -1 m 1,5E-06

factor

62 62 43 43

frequentie [jaar ] 5,00E-07 5,00E-07 1,00E-05 3,10E-05 9,30E-05 2,15E-05 6,45E-05

Scenario's voor intrinsiek falen LPG-tankwagen scenario T.1 instantaan falen T.2 grootste aansluiting (vulgraad 100%)

basisfaalfrequentie [jaar ] 5,0E-07 5,0E-07

-1

factor 0,004 0,004

frequentie [jaar ] 2,00E-09 2,00E-09

Scenario's voor LPG-tankwagen ten gevolge van brand scenario B.1 BLEVE tankwagen (vulgraad 100%) B.2 BLEVE tankwagen (vulgraad 100%) B.3 BLEVE tankwagen (vulgraad 67%) B.4 BLEVE tankwagen (vulgraad 33%)

basisfaalfrequentie [jaar ] 5,8E-10 2,0E-06 2,0E-06 2,0E-06

-1

factor 35 0,0439 0,1063 0,1686

frequentie [jaar-1] 2,03E-08 8,78E-08 2,13E-07 3,37E-07

Scenario's voor LPG-tankwagen ten gevolge van externe beschadiging basisfaalfrequentie [jaar-1] scenario B.5 BLEVE tankwagen (vulgraad 100%) 2,3E-07 B.6 BLEVE tankwagen (vulgraad 67%) 2,3E-07 B.7 BLEVE tankwagen (vulgraad 33%) 2,3E-07

factor 0,2310 0,2310 0,2310

frequentie [jaar-1] 5,31E-08 5,31E-08 5,31E-08

Scenario's falen pomp scenario P.1 breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit P.2 breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit niet P.3 lek pomp

basisfaalfrequentie [jaar-1] 1,0E-04 1,0E-04 4,4E-03

factor 0,0038 0,0002 0,0040

frequentie [jaar-1] 3,75E-07 2,40E-08 1,76E-05

Scenario's falen pomp scenario L.1 breuk losslang 2", doorstroombegrenzer sluit L.2 breuk losslang 2", doorstroombegrenzer sluit niet L.3 lek losslang 0,2"

basisfaalfrequentie [jaar-1] 4,0E-06 4,0E-06 4,0E-05

factor 3,08 0,42 35

frequentie [jaar-1] 1,23E-05 1,68E-06 1,40E-03

-1

-1

-1

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BRO BRO116-001 28 september 2023

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BRO BRO116-001 20220928-BRO116-RAP-CAR 3.0 Definitief 28 september 2023

Opsteller: PC

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0PC+-

Verificatie: RvH

-+R0RvH+-

Validatie: JSCHU

© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0JSCHU+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 5 Plaatsgebonden risico.................................................................................................................................................. 6 Berekening hoogte groepsrisico ..................................................................................................................................... 6 Berekening groepsrisico buisleiding Z-542-01-deel 1 ......................................................................................................... 7

BIJLAGEN

3

1

INLEIDING In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied worden woningen, een schoollocatie, MFA, kinderopvang, sporthal en gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. Het plan past niet binnen de vigerende bestemming, waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. Binnen en nabij het plangebied liggen twee hogedruk aardgasleidingen. Onderzocht is of de buisleidingen een belemmering vormen voor de planvorming. Tevens is bepaald welke effecten het plan heeft op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleidingen. De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. In de onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied en de buisleidingen weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (rode omlijning) t.o.v. buisleidingen (bron: Atlas Leefomgeving)

Dit onderzoek is uitgevoerd onder toepassing van de wet- en regelgeving op datum van uitgifte van dit rapport. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dan kunnen andere rekenmethodes, normen en toetsingen van kracht zijn waardoor dit onderzoek mogelijk (op onderdelen) dient te worden geactualiseerd.

4

2

HOGEDRUK AARDGASLEIDINGEN

2.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risico-afstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd en de diepteligging, de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het met name om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding.

2.2

Wettelijk kader Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een buisleiding verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het transport van gevaarlijke stoffen door die buisleiding. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer buisleiding dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de buisleiding in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met die buisleiding. Voor hogedruk aardgasleidingen is sinds 1 mei 2010 het rekenpakket CAROLA beschikbaar voor het berekenen van de externe veiligheidsrisico's van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. CAROLA staat voor: Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas. Het rekenpakket is gebaseerd op een rekenmethodiek die is ontwikkeld door Gasunie en het RIVM.

2.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Door de gemeente Meierijstad zijn de leidingdata binnen het inventarisatiegebied rondom het plan opgevraagd bij de leidingbeheerder Gasunie. De beschikbaar gestelde leidinggegevens kunnen in het rekenprogramma CAROLA worden ingelezen om invloedsgebieden inzichtelijk te maken waarbinnen de hoogte van het groepsrisico bepaald dient te worden. In afbeelding 2 zijn de daadwerkelijke invloedsgebieden, zoals bepaald met het programma CAROLA, weergegeven.

5

Afbeelding 2

Uitsnede CAROLA invloedsgebied buisleidingen

Het invloedsgebied van buisleiding Z-542-19 niet reikt tot over geprojecteerde functies (groene omlijning) binnen het plangebied. Deze buisleiding wordt derhalve verder buiten beschouwing gelaten. Buisleiding Z-542-01 doorkruist het plangebied waarbij een deel van de geprojecteerde functies binnen het invloedsgebied van deze buisleiding ligt, waardoor de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor genoemde buisleiding moet worden bepaald.

2.4

Plaatsgebonden risico Uit de berekening met behulp van het programma CAROLA blijkt dat voor buisleiding Z-542-01 geen sprake is van een PR 10-6-risicocontour ter hoogte van het plangebied. De PR10-6-risicocontour vormt derhalve geen belemmering voor het plan.

2.5

Berekening hoogte groepsrisico Omdat een deel van de geprojecteerde functies zijn gelegen binnen zowel de 100 letaliteitsafstand als de 1% letaliteitsafstand van de genoemde buisleiding, is met behulp van het programma CAROLA de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk gemaakt. De berekeningen zijn uitgevoerd voor zowel de huidige als voor de toekomstige situatie. De populatie in de omgeving is gebaseerd op de populatieservice. In de toekomstige situatie worden binnen het plangebied diverse functies mogelijk gemaakt. In de navolgende tabel staan de functies, inclusief personentallen, weergegeven.

6

Tabel 1

Personenaantallen (bron: BRO/gemeente Meierijstad)

Functie

Dagperiode

Nachtperiode

Kinderopvang

113 personen

n.v.t.

BSO

110 personen

n.v.t.

Basisschool

620 personen

n.v.t.

Gymzalen

-

50 personen

MFA (wijkgerichte functie)

30 personen

50 personen

Gezondheidscentrum

40 personen

n.v.t.

WG-Klooster B, 259 woningen

310,8 personen

621,6 personen

Erf B, 40 woningen

48 personen

96 personen

Voor de kinderopvang wordt uit gegaan van 230 werkbare dagen. Voor de bassischool zijn dit 180 dagen. Voor de BSO wordt in de planvorming uitgegaan van 110 personen, die van circa 14.00 uur tot 18.30 uur aanwezig zijn, gedurende 180 dagen. De overige 50 dagen wordt ervan uitgegaan dat deze personen de gehele dagperiode aanwezig zijn. De gymzalen worden in de dagperiode gebruikt voor bewegingsonderwijs van de leerlingen van de basisscholen binnen het plan. Derhalve worden voor de gymzaal geen extra personen meegenomen in de dagperiode, aangezien deze personenaantallen al in de basisschool verwerkt zitten. In de nachtperiode (na 18.30u) worden de gymzalen door verenigingen gebruikt. Deze personen worden wel extra in de berekening opgenomen. Ook hier wordt uitgegaan van 180 dagen. Voor de woningen is het kental voor wonen van 2,4 personen per woning, overeenkomstig de Handleiding Risicoberekeningen Bevb, met een aanwezigheid van 50% gedurende dagperiode en 100% gedurende de nachtperiode, aangehouden.

Aangezien de opdrachtgever nog geen verkaveling heeft, is in overleg ervoor gekozen om variantberekeningen te maken waarbij alle functies, met uitzondering van de woningen, ofwel binnen de 100% letaliteitsafstand liggen of binnen de 1% letaliteitsafstand. De woningen worden wel homogeen verdeeld over de betreffende clusters.

2.5.1

Berekening groepsrisico buisleiding Z-542-01-deel 1 In de onderstaande afbeeldingen is de groepsrisico-screening voor buisleiding Z-542-01-deel-1 opgenomen voor de huidige en beoogde situatie (2 varianten).

Afbeelding 3

Groepsrisico screening Z-542-01-deel-1 huidige situatie ter hoogte van het plangebied

In de huidige situatie wordt geen groepsrisico berekend voor deze buisleiding.

7

Afbeelding 4 Groepsrisico screening Z-542-01-deel-1 beoogde situatie ter hoogte van het plangebied, ontwikkeling binnen 100% letaliteitsafstand De maximale overschrijdingsfactor ter hoogte van het plangebied in de toekomstige situatie is gelijk aan 0,093238 en correspondeert met die kilometer leiding die is gevisualiseerd in afbeelding 6. De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer wordt gevonden bij 88 slachtoffers en een frequentie van 1,2E-07.

Afbeelding 5 Groepsrisico screening Z-542-01-deel-1 beoogde situatie ter hoogte van het plangebied, ontwikkeling binnen 1% letaliteitsafstand De maximale overschrijdingsfactor ter hoogte van het plangebied in de toekomstige situatie, waarbij alle functies met uitzondering van de woonfunctie binnen de 1% letaliteitsafstand ligt, is gelijk aan 0,015116 en correspondeert eveneens met die kilometer leiding die is gevisualiseerd in afbeelding 6. De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer wordt gevonden bij 28 slachtoffers en een frequentie van 1,93E-07.

Afbeelding 6

Kilometer leiding ter hoogte van plangebied (in groen weergegeven)

8

In de navolgende afbeeldingen zijn de fN-curves voor de hoogte van het groepsrisico van buisleiding Z-542-01deel-1 van het traject ter hoogte van het plangebied in de huidige en beoogde situatie, voor beide varianten, weergegeven.

Afbeelding 7

fN-curve buisleiding Z-542-01-deel-1, huidige situatie

Afbeelding 8 fN-curve buisleiding Z-542-01-deel-1 beoogde situatie, ontwikkeling binnen 100% letaliteitsafstand

Afbeelding 9

fN-curve buisleiding Z-542-01-deel-1 beoogde situatie, ontwikkeling binnen 1% letaliteitsafstand

Voor de uitgebreide rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 1, 2 en 3.

9

3

CONCLUSIE In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve het bestemmingsplan Veghels Buiten noordoost te Veghel, gemeente Meierijstad. Binnen het plangebied worden woningen, een schoollocatie, MFA, kinderopvang, sporthal en gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. Onderzocht is of de nabijgelegen hogedruk aardgasleidingen een belemmering vormen voor de planontwikkeling. Tevens is bepaald welke effecten de plannen hebben op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding. De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Uit de berekening volgt dat het plangebied niet is gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding. Een deel van de geprojecteerde functies binnen het plangebied liggen binnen het invloedsgebied van buisleiding Z-542-01-deel-1. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald. Aangezien de opdrachtgever nog geen verkaveling heeft, is - in overleg - ervoor gekozen om variantberekeningen te maken waarbij alle functies, met uitzondering van de woningen, ofwel binnen de 100% letaliteitsafstand liggen of binnen de 1% letaliteitsafstand. De woningen worden wel homogeen verdeeld over de betreffende clusters.

Voor de buisleiding is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie berekend. Tabel 2 Resultaten CAROLA-berekening Buisleiding

Normwaarde*

Aantal slachtoffers

Frequentie

Z-542-01-deel-1 - huidig

0

-

-

Z-542-01-deel-1 – toekomstig, 100% letaliteit

0,093238

88

1,20 x 10-7/jaar

Z-542-01-deel-1 – toekomstig, 1% letaliteit 0,015116 28 1,93 x 10-7/jaar * Normwaarde: de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de frequentie met het kwadraat van het aantal slachtoffers. Een normwaarde > 1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Uit deze berekeningen blijkt dat in de huidige situatie geen groepsrisico wordt berekend. In de toekomstige situatie is bij beide varianten sprake van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planvorming leidt in beide gevallen tot een toename van het groepsrisico van buisleiding Z-542-01-deel-1. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoording voor de hogedrukaardgasleidingen. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de Veiligheidsregio.

10

BIJLAGEN

B1-1

B1 REKENRESULTATEN CAROLA – HUIDIGE SITUATIE

B1-2

Kwantitatieve Risicoanalyse BP Veghels Buiten Noordoost Huidige situatie

Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ............................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen........................................................................................ 6 2.3 Populatie...................................................................................................... 9 3 Plaatsgebonden risico........................................................................................... 10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 9018_leiding-Z-542-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .......................................................................................... 10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 9018_leiding-Z-542-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .......................................................................................... 10 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 9018_leiding-Z-542-19-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ..........................................................................................

11 4 Groepsrisico screening ......................................................................................... 12 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 9018_leiding-Z-542-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .......................................................................................... 12 4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 9018_leiding-Z-542-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .......................................................................................... 13 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 9018_leiding-Z-542-19-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .......................................................................................... 13 5 FN curves........................................................................................................... 15 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 9018_leiding-Z-542-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1640.00 en stationing 2640.00 ................ 15 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 9018_leiding-Z-542-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 790.00 en stationing 1420.00 .................. 15 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 9018_leiding-Z-542-19-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 .....................

16 6 Referenties......................................................................................................... 17

Pagina 2 van 17

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Pagina 3 van 17

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar

Openbaar

Openbaar

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10-6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Openbaar

•

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

Ja Nee

Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 4 van 17

2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 28-09-2023. Dit project is opgeslagen onder de naam P:\prj100\BRO\116\2_Werk\Onderzoek\Externe veiligheid\2_Carola\BP Veghels Buiten 2023.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 28-09-2023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

Pagina 5 van 17

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Datum aanleveren gegevens

N.V.

9018_leiding-

264.00

40.00

30-08-2023

Nederlandse Gasunie

Z-542-01deel-1

N.V. Nederlandse Gasunie

9018_leidingZ-542-10deel-1

168.30

40.00

30-08-2023

N.V.

9018_leiding-

168.30

40.00

30-08-2023

Nederlandse Gasunie

Z-542-19deel-1

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1a8158c8-64eb-41cb-ba0e-903e1bd2a06b