CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlagenboek inclusief Beeldkwaliteitsplan Eerschotsestraat Zuid

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Eerschotsestraat-Zuid en vaststelling beeldkwaliteitsplan Eerschotsestraat-Zuid11.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

1

Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

Vanaf 1 januari 2017 moet, onder de Wet natuurbescherming, bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met juridisch zwaarder beschermde soorten vanuit nationaal en Europees oogpunt. Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze indeling gehandhaafd blijft, totdat de provincies deze hebben aangepast en vastgesteld. Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescherming en planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

2

vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. 1

Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 23 mei 2017 door een ecoloog van BRO een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Mogelijke verblijfplaatsen en sporen van dieren zijn onderzocht. Naast een veldbezoek is er een bronnenonderzoek gedaan. Aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie NoordBrabant. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd middels de quickscanhulp (quickscanhulp.nl). De quickscanhulp geeft een overzicht van gegevens (van de afgelopen vijf jaar) uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens. Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Beschrijving van het plangebied De beschrijving van het plangebied omvat de ligging, de huidige situatie en de toekomstige situatie.

Ligging van het plangebied Het plangebied bevindt zich ten oosten van de kern van Sint-Oedenrode, tegen de A50 aan. De Amersfoortcoördinaten van het midden van het plangebied zijn X= 160,0910, Y= 397,526. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een tankstation zonder LPG, enkele woonhuizen, meerdere grote loodsen (meubel verkoop), en een braakliggend terrein met ruigtevegetatie en enkele hopen bakstenen. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit een aftakking van de Dommel in het zuiden, met daarachter een stuk bos met daarbij een poel, en de hoofdstroom van de Dommel. Aan de oostzijde ligt een grasland en de Oostelijke Randweg. Aan de noordwestzijde liggen enkele woningen en de Eerschotsestraat. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 10 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EL&I genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

3

Figuur 1. Topografische kaart plangebied.

Figuur 2. Luchtfoto plangebied

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

4

Figuur 3. Tankstation met woning.

Figuur 4. Noordzijde loodsen.

Figuur 5. Meest westelijke gebouw.

Figuur 6. Leegstaande bungalow.

Figuur 7.Schuurtje in oostelijk deel plangebied.

Figuur 8. Hopen bakstenen en zand binnen plangebied.

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

5

Figuur 9. Aangrenzend Dommeldal met vertakking van de Dommel.

Figuur 10. Braakliggende terrein, oostelijk deel plangebied.

Toekomstige (geplande) situatie De gewenste ontwikkeling betreft sloop van bestaande gebouwen en bouw van woningen op het huidige bedrijfsterrein. Ook zal de aanwezige vegetatie (Kruidenruigte, struweel, bomen en struiken) worden verwijderd. Het terrein zal verder bouwrijp worden gemaakt en er zal grondverzet worden gepleegd. In onderstaande figuren is de mogelijke toekomstige situatie weergegeven (figuur 11).

Figuur 11. Situatietekening met mogelijke inrichting plangebied.

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

6

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op 11,8 kilometer afstand. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de ontwikkeling zijn significante effecten op voorhand uitgesloten. Planologische gebiedsbescherming Het plangebied ligt in een gebied met aanduiding Behoud en herstel watersystemen. Het plangebied grenst aan het Natuur Netwerk Brabant en de Groenblauwe mantel, zie onderstaande figuur 12. Het meest zuidelijke puntje van het plangebied is gelegen in de groenblauwe mantel. De groenblauwe mantel geeft naast de ontwikkeling van een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. Indien in deze punt toch stedelijke ontwikkeling is voorzien, dient hieromtrent in overleg te worden getreden met de provincie NoordBrabant.

Figuur 12. Uitsnede kaart Verordening Ruimte (Provincie Noord-Brabant).

In het Natuurbeheerplan van Noord-Brabant is dit nabijgelegen onderdeel van het Natuurnetwerk geschaard onder de natuurbeheertypen N04.02 Zoete Plas, N10.02 Vochtig hooiland, N14.01 Rivieren beekbegeleidend bos en L01.01 Poel en kleine historische wateren, zie onderstaande figuur 13.

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

7

Figuur 13. Uitsnede Natuurbeheerplan Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant).

De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats buiten de NNB, waardoor het natuurnetwerk ter plaatse in oppervlakte niet wordt aangetast. Daarnaast is het betreffende NNB-gedeelte reeds gelegen langs een bedrijfsterrein waar menselijke activiteiten plaatsvinden. Daarnaast zijn binnen het droge gedeelte van het NNB ten zuiden van het plangebied reeds paden aanwezig waar dagelijks mensen wandelen (met hond). Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling is het daarom niet aannemelijk dat wezenlijke kenmerken en waarden zullen worden aangetast door externe factoren. Vervolgonderzoek hieromtrent wordt niet noodzakelijk geacht.

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

8

Toetsing Soortbescherming Vaatplanten Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, voedselrijke ruigte, erfbeplanting en enkele bomen en struiken. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten vaatplanten aangetroffen zoals grote leeuwenklauw en wilde gagel die in deze omgeving voorkomen. Overige beschermde soorten vaatplanten zijn niet bekend uit de omgeving en/of het plangebied biedt geen geschikte standplaats voor deze soorten. Negatieve effecten voor vaatplanten worden op voorhand uitgesloten. Vogels In de omgeving zijn waarnemingen bekend van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals gierzwaluw, huismus, ooievaar, roek en enkele soorten roofvogels en uilen waaronder steenuil en slechtvalk. Binnen het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig voor de steenuil. Ook betreft het plangebied geen optimaal foerageergebied en hebben de waarnemingen van steenuil betrekking op het landelijke buitengebied van Sint-Oedenrode. Daarbij zijn er tevens geen sporen als braakballen en uitwerpselen van de honkvaste steenuil aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied wel enkele vogelsoorten waargenomen waaronder merel, roodborst en bosrietzanger. Binnen het plangebied zullen naar verwachting diverse struweel broedende vogels tot broeden komen.

In openingen ter hoogte van het dak van de loodsen kunnen tevens een soort als zwarte roodstart en spreeuw nestelen. Tevens is het niet uitgesloten dat hier een huismus of gierzwaluw een nest kan hebben Verder zijn de bomen op en langs het plangebied gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten van broedvogels als roek, sperwer en ransuil; deze zijn niet aangetroffen. Ook zijn er geen nestmogelijkheden vor soorten als slechtvalk, kerkuil en ooievaar binnen of nabij het plangebied aanwezig. Effectenbeoordeling In de toekomstige situatie wordt vegetatie verwijderd en bebouwing gesloopt. Bij sloop van de loodsen bestaat de kans dat er één of meerdere nesten van de huismus en/of gierzwaluw verloren gaan. Nesten van de huismus en de gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Voor aanvang van de sloop duidelijk te zijn of zich onder het dak van de voormalige stal nesten van de huismus en/of gierzwaluw bevinden. Op basis van de nader te verkrijgen informatie kan worden bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding. Bij de aanwezigheid van een of meerdere nesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke nestkasten, behoud van voldoende dichte struiken, slopen buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwbouw, de functionaliteit van de nesten behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen.

Door het behoud van de functionaliteit, door zorgvuldig te handelen en het hier hooguit één tot enkele nesten zal betreffen, zal de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie huismussen en/of gierzwaluwen zeker niet in het geding en is een ontheffingsaanvraag mogelijk niet aan de orde. Bij de uitvoeringsfase van de voorgenomen plannen kan er ook verstoring van broedende vogels plaatsvinden, waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Voor de betreffende soorten als geldt dat, indien de werkzaamheden ter plaatse of nabij opgaande begroeiing en/of de sloop van de bebouwing buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels zoals merel, winterkoning, roodborst, heggenmus, bosrietzanger, zwarte roodstaart etc. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden

NOTITIE / Quickscan flora en fauna HAVS-terrein, Sint-Oedenrode

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a90c494c-7688-42a1-ad30-03e36e2ab7ac