CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

1.6 Bijlage 6 toelichting nader onderzoek vleermuizen Dieperskant 11

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dieperskant 11 en Morschehoef 7, Erp6.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VLEERMUISONDERZOEK Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming

LOCATIE: DIEPERSKANT 11, ERP RAPPORTNUMMER: 2020BE-0735 In opdracht van: G. van den Elsen Morschehoef 7 5469 SM Erp

Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2020BE-0735 Opdrachtgever G. van den Elsen Morschehoef 7 5467 SM Erp Contactpersoon De heer G. van den Elsen Locatie Dieperskant 11, Erp Opleverdatum 25 september 2020

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

P a g i n a |1

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Samenvatting Voorafgaand aan dit rapport is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Lomans Ecoworks (projectnummer 2003, d.d. 12-02-2020) vanuit het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming. Dit naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep en ontwikkeling aan de Dieperskant 11 te Erp. Hierbij zullen de aanwezige varkensstallen met tussenbouw, luchtwassers en bedrijfswoning volledig worden gesloopt en zal het huidige bestemmingsplan worden omgezet van intensief agrarisch naar een woonbestemming. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Op basis van voornoemde quickscan naar natuurwaarden is er geadviseerd om aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar het potentieel voorkomen van vleermuisverblijfplaatsen en de functie van het plangebied voor deze diersoort. Deze rapportage is een verslaglegging van het gedane onderzoek met te verwachten effecten en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt. Het doel van het aanvullend vleermuisonderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van vleermuizen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie.

Uitgevoerd onderzoek van april tot en met september 2020 leidt tot de conclusie dat er waarneming is gedaan van twee vleermuissoorten, namelijk de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Laatvlieger (Eptesicus serotinus). Van de genoemde soorten is de laatvlieger overvliegend en de gewone dwergvleermuis minimaal foeragerend waargenomen. Op basis van uitgevoerd veldonderzoek zullen de voorgenomen ontwikkelingen door gebrek aan verblijfslocatie en het ontbreken van een gebruiksfunctie geen invloed hebben op de aldaar voorkomende vleermuizen. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de duurzame staat van instandhouding van de waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig. Brabant Eco Frenk van de Wal September 2020

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |2

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK…………………………………………………....4 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Centrale vraagstelling 1.4 Criteria 1.5 Geldigheid onderzoek

2.

WETTELIJK KADER……………………………………………………………..6

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING………………………………………………… 7 3.1 Situering plangebied 3.2 Te verwachten soorten en functies

4.

ONDERZOEK ……………………………………………………….….………11 4.1 Onderzoeksmethode 4.2 Volledigheid van de inventarisatie 4.3 Inventarisatie 4.4 Gebiedsfunctie 4.4 Overige soorten

5. RESULTATEN EN AANBEVELINGEN.………………………..………………….16 5.1 Resultaten 5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/ staat van instandhouding 5.3 Advies 6.

LIJST VAN BRONNEN…………………….……..………………………………18

7.

BIJLAGEN..……………………………...………………………………………..19

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |3

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding In ruimtelijke ontwikkelingen is vaak sprake van aanpassing of wijziging van het bestemmingsplan. Om te kunnen bepalen of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ dient onder andere onderzocht te worden of de voorgenomen activiteit past binnen de regels van de Wet natuurbescherming. Voor het plan aan de Dieperskant 11 te Erp is opdrachtgever voornemens om de intensieve varkenshouderij te saneren. In dit kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Lomans Ecoworks (projectnummer 2003, d.d. 12-02-2020). In deze quickscan is aangegeven dat het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen niet kan worden uitgesloten voor de te slopen bedrijfswoning met pannendak, spleten, kieren en andere (ventilatie)openingen. Nader onderzoek naar deze soortgroep is daarom vereist. De heer GJ van den Elsen heeft Brabant Eco verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. De bevindingen van dit vervolgonderzoek zijn beschreven in deze rapportage en kan als addendum van de quickscan worden gebruikt.

1.2 Doelstelling Het doel van het aanvullend vleermuisonderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van vleermuizen en zo ja, voor welke soorten en met welke functie. Eveneens wordt naar aanleiding van de onderzoeksresultaten een effectbeoordeling gedaan om te toetsen of de Wet natuurbescherming wordt overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ingreep.

1.3 Centrale vraagstelling Vragen die centraal staan binnen dit vleermuisonderzoek: o Welke vleermuissoorten maken functioneel gebruik van het plangebied en welke functies worden hierbij onderscheiden? o Heeft de ruimtelijke ingreep een negatief effect op aanwezige vleermuizen? o Is het naar aanleiding van de ruimtelijke ingreep noodzakelijk een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming, waarbij onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen en het functioneel gebruik. o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco. o Brabant Eco hanteert de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde gedragscode. o Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van Netwerk Groene Bureaus, Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging. Dit protocol bevat de meest recente wetenschappelijke inzichten, waarbij per soort is voorgeschreven onder welke veldcondities, in welke periodes, met welke frequentie en voor welke duur onderzoek uitgevoerd dient te worden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |4

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

o

o

Bij het hanteren van het protocol, wordt in juridische zin voldaan aan de wensen die het bevoegd gezag stelt. Tevens wordt voldaan aan de inspanningsverplichting om tot een gedegen onderzoek te komen. Bij het veldonderzoek is door Brabant Eco gebruik gemaakt van een batdetector, de Batlogger M, voor het maken van geluidsopnames in het veld. Voor de analyse van de geluidsopnamen is gebruik gemaakt van het programma Batexplorer. De Nederlandse natuurwetgeving en beleid bestaat uit verschillende onderdelen. Deze rapportage gaat alleen in op de Wet natuurbescherming en het vleermuizenprotocol 2017.

1.5 Geldigheid onderzoek Houdbaarheid van verspreidingsgegevens zijn aan een maximale periode gebonden. Voor de verspreidingsgegevens van licht beschermde soorten, of het juist ontbreken hiervan, wordt veelal een bruikbaarheidsperiode van circa 5-6 jaar gehanteerd, afhankelijk van de beschermingsgraad en situatie ter plaatse. Voor zwaar beschermde soorten als vleermuizen geldt een bruikbaarheidperiode van circa 2-3 jaar. Na deze periode zijn de gegevens verouderd en dient beoordeeld te worden of de gegevens voldoende up-to-date zijn om te gebruiken bij ruimtelijke ingrepen. Bovengenoemde geldigheidstermijnen zijn in de Wet natuurbescherming niet dwingend voorgeschreven en kunnen afwijken indien de omstandigheden ter plaatse dat verlangen. Voor dit alles geldt wel dat de planlocatie niet significant veranderd waardoor nieuwe leefsituaties kunnen zijn ontstaan. Dit is hier echter, voorafgaande aan de voorgenomen sloop, niet het geval.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |5

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

2. WETTELIJK KADER

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Het nader onderzoek naar vleermuizen voor het project Dieperskant 11 te Erp is uitgevoerd in het kader van hoofdstuk 3 (soortenbescherming) van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (vogel- en habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |6

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Situering plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dieperskant 11 te Keldonk in de gemeente Meierijstad. Meierijstad is een per 1 januari 2017 ingestelde gemeente in de regio Meierij door samenvoeging van drie Oost-Brabantse gemeenten, Veghel (waaronder Erp met Keldonk), Schijndel en Sint-Oedenrode. Meijerijstad telt iets meer dan 81.000 inwoners en is ruim 186 vierkante kilometers groot. Keldonk behoorde vanouds tot de gemeente Erp, is sinds 2017 een kerkdorp van de gemeente Meierijstad, telde op 1 januari 2006 1.063 inwoners. ( bron: wikipedia;4 oktober 2019) en is gelegen aan de rivier de Aa. Ten noordoosten ligt deelgemeente Erp, ten noordwesten Veghel. De directe omgeving bestaat uit agrarische percelen, intensieve veehouderijen en een woonboerderij. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 1,4 ha, is gedeeltelijk bebouwd met twee varkensstallen, een mestsilo, een bedrijfswoning met bijgebouw, een open veldschuur en een schapenstalletje. Het erf tussen de gebouwen is verhard met betonklinkers en asfalt. Er is opgaand groen aanwezig in de vorm van een laan met volwassen essen langs de toegangsweg tot de bedrijfswoning, een rij van drie zomereiken en een els ten westen van de varkensstallen en een drietal berken nabij het voormalige schapenstalletje. Verder bestaat het plangebied vooral uit grasland.

Afbeelding: Ligging van planlocatie in de regio. Bron: google maps

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |7

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Te slopen varkensstallen, mestbassin en luchtwasser

Te slopen woonboerderij

Opdrachtgever is voornemens om de intensieve varkenshouderij te saneren. Hiervoor worden alle stallen en bedrijfsgebouwen gesloopt. Na de sanering van de varkensstallen zullen er twee Ruimte voor Ruimte woningen worden gerealiseerd. De bedrijfswoning zal ter plaatse worden herbouwd. Het nieuwe plan wordt landschappelijk ingepast met groenstructuren en een waterpartij. Het bestemmingsplan zal door deze ontwikkeling opnieuw worden opgesteld.

Afbeelding: tekening van beoogde

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |8

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp Tijdens de veldinventarisatie behorende bij de quickscan uitgevoerd door Lomans Ecoworks (projectnummer 2003, d.d. 12-02-2020) kon de aanwezigheid van mogelijk vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden uitgesloten voor wat betreft woonboerderij. Citaat uit het rapport: “In de te slopen open veldschuur met golfplaten dak en damwandprofiel gevels zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. Ook het te slopen bijgebouw met golfplaten dakbedekking zonder dakbeschot en ontoegankelijke spouw is ongeschikt voor vleermuizen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen of geheel dichtgespoten met purschuim aan de onderzijde. De varkensstallen zijn ongeschikt bevonden als vleermuisverblijfplaats. De te slopen bedrijfswoning met pannendak, spleten, kieren en andere (ventilatie)openingen biedt mogelijkheden voor vleermuizen om in te verblijven.”

Afbeelding: bestaande bedrijfswoning

3.2 Te verwachten soorten en functies Uit oriënterend onderzoek bleek dat op basis van habitatkenmerken de woonboerderij met nummer 11 mogelijk een functie heeft voor vleermuizen. De potentie voor vleermuizen bestaat uit kierende kantpannen, open ventilatieroosters, ruimten rond dakgoot en gevels en ruimten in spouwmuren. Het nader onderzoek naar vleermuizen heeft zich specifiek gericht voornoemd gebouw, terwijl het verdere plangebied en nadere omgeving ook meegenomen is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |9

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Paarverblijfplaats

X

X

X

X

X

Gewone dwerg vleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Wnb Habitatrichtlijn

X

X

X

X

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri

Wnb Habitatrichtlijn

X

X, ook massa winter verblijf plaats -

X

X

-

Ruige dwerg vleermuis

Pipistrellus nathusii

Wnb Habitatrichtlijn

X

X

-

X

X

Gewone grootoor vleermuis

Plecotus auritus

Wnb Habitatrichtlijn

X

X

X

X

X

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Wnb Habitatrichtlijn

X

-

X

X

-

Status*

Zomerverblijfplaats

Wnb Habitatrichtlijn

Verblijfplaats in gebouwen

Kraamverblijfplaats

Pipistrellus pygmaeus

ZZ

vooral

Winterverblijfplaats

Kleine dwerg vleermuis

vooral

A

soms

ZZ

vaak

soms

VA

soms

Soort

Mogelijk aanwezig

Beschermingsregime

In onderstaande tabel staan de in theorie eventueel te verwachten voorkomende vleermuissoorten volgens gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (zie bijlage 1) in een gebied tot 5 kilometer rond het plangebied. In de tabel staat per soort weergegeven hoe ze het landschap gebruiken, waar verblijfplaatsen kunnen worden aangetroffen en de status van voorkomen in Nederland. Daarnaast is met een kruisje per soort aangegeven welke potenties het onderzochte plangebied en de nabije omgeving voor de desbetreffende soort heeft.

VA VA

*A=algemeen, VA=vrij algemeen, Z= zeldzaam, ZZ= zeer zeldzaam

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 10

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

4. ONDERZOEK 4.1 Onderzoeksmethode Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Het onderzoek is uitgevoerd door te zoeken naar jagende, trekkende, en zwermende vleermuizen. En door te zoeken naar paarterritoria en verblijfplaatsen. De echolocatie die vleermuizen uitzenden is voor ons hoorbaar gemaakt door gebruik te maken van de Batlogger M van Elekon. Ultrasone geluiden (range 10-150 kHz) worden door deze geavanceerde detector/recorder opgenomen. De Batlogger M registreert ook de GPS coördinaten (via een geïntegreerde GPS-ontvanger) en omgevingstemperatuur op het moment van opname. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden is er een opname gemaakt op een SDHC-kaart. Met de BatExplorer Software voor Windows werden opnames eventueel ook later geanalyseerd. De opnames werden in tijd en dus in het hoorbare bereik beluisterd. De software detecteert automatisch vleermuisgeluiden en geeft deze weer waarbij de BatExplorer ondersteunende identificatie van soorten aangeeft. Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik.

De voorzomerbezoeken zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven en de vliegen foerageerroutes. Tijdens de nazomerronden lag de nadruk op het in kaart brengen van balts- en paarlocaties en indicaties voor winterverblijven. Het weer is van invloed op de activiteiten van vleermuizen en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Harde wind ( meer dan 3 Beaufort), langdurige regenval, dichte mist en temperaturen onder 7 tot 12 graden Celsius zijn (afhankelijk van de soort) belemmerende factoren. Vleermuisonderzoek is behoorlijk complex, doordat de soortgroep gedurende het jaar verschillende verblijfplaatsen kent, met elk hun eigen functie. Een verblijfplaats kan gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Daarom wordt het onderzoek uitgevoerd volgens het landelijk vastgesteld protocol voor vleermuisonderzoek: Vleermuisprotocol 2017, zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureau, Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging. Dit is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming.

Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. Het protocol is opgesteld om het onderzoek voor de Wet natuurbescherming optimaal te laten verlopen. Wanneer het protocol in essentie is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Onderzoeken die volgens dit protocol uitgevoerd worden, kunnen in principe volstaan bij ontheffingsaanvragen en juridische procedures.

4.2 Volledigheid van de inventarisatie Het onderzoek is volgens de genoemde protocollen uitgevoerd. Een inventarisatie blijft echter uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan de Wet natuurbescherming. Wat betreft het (voor)onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 11

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

4.3 Inventarisatie De planlocatie is 5x bezocht (tabel) door medewerkers van Brabant Eco. Tijdens deze bezoeken zijn de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Tijdens het onderzoek is gelet op de aanwezigheid van foeragerende, communicerende, bouncende en in/uitvliegende vleermuizen.

Datum

Tijd

functie

Temperatuur

Wind

Neerslag

Bewolking

22-05-2020

21h0023h35 3h20-5h30

Foerageer- en vliegroutes Kraam-en zomer verblijfplaatsen Kraam-en zomer verblijfplaatsen paarverblijfplaatsen paarverblijfplaatsen

17 Co

3 BF zuidwest 2 BF west

geen

helder

geen

bewolkt

15 Co

2 BF noordwest

geen

Licht bewolkt

14 Co

2 BF zuidwest 2 BF oost

geen

Licht bewolkt helder

08-06-2020

10-07-20

21h45 23h50

20-08-2020

21h30 23h30 22h00 – 0h00

18-09-2020

11 Co

16 Co

geen

4.3.1 bezoek mei Het avondbezoek in mei was met name gericht op het vaststellen van foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen in en nabij het plangebied. Er zijn deze avond vier foeragerende gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) in en nabij het plangebied waargenomen. Net buiten het plangebied aan de zuidkant op de Dieperskant. In het plangebied is een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen onder de laan met essen en in het zuidwestelijke deel tussen de essen en de sloot aan de westkant in. Voor het avondbezoek is gezocht naar sporen (vleermuiskeutels, invliegopeningen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen) die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Daarbij zijn ook holten, spleten en scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen doorzocht. Er zijn geen sporen van vleermuizen in de bedrijfswoning gevonden.

4.3.2 Bezoek juni Het ochtendbezoek in juni was gericht op het vaststellen van foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen in en nabij het plangebied. Er is deze ochtend een passerende Laatvlieger (Eptesicus serotinus )in het plangebied waargenomen. Na het onderzoek is ook gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Er zijn geen sporen van vleermuizen gevonden.

4.3.3 Bezoek juli Het avondbezoek in juli was gericht op het vaststellen van foerageergebied, vliegroutes en verblijfplaatsen in en nabij het plangebied. Er zijn op de avond een foeragerende en een voorbij trekkende gewone dwergvleermuizen in en nabij het plangebied waargenomen. Een is waargenomen aan de westzijde van het plangebied, boven het weiland ten oosten van de stallen en een is foeragerend waargenomen net buiten het plangebied op de Dieperskant bij de inrit naar de locatie. Mogelijk maken vleermuizen gebruik van de bomenrij aan de straat als vliegroute. Voor het avondbezoek in juli is gezocht naar sporen (mest, afgebeten vleugels enz.) die duiden op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Er zijn geen sporen van vleermuizen gevonden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 12

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

4.3.5 Bezoek augustus Het avondbezoek in augustus was met name gericht geweest op het vaststellen van zwermgedrag bij verblijfplaatsen en baltsende mannetjes. Deze avond zijn in en nabij het plangebied geen foeragerende of baltsende vleermuizen waargenomen. Paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen zijn niet gevonden.

4.3.6 Bezoek september Het avondbezoek in september was met name gericht op het vaststellen van zwermgedrag bij verblijfplaatsen en baltsende mannetjes. Omdat de gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en ruige vleermuis soorten zijn die later uitvliegen is dit bezoek gestart vanaf 2 uur na zonsondergang. Deze avond is er net buiten het plangebied een gewone dwergvleermuis waargenomen overvliegend van oost naar west over de Dieperskant. Er zijn geen baltsende vleermuizen gehoord.

4.3.7 Samenvatting en conclusies In de gehele onderzoeksperiode zijn in en nabij het plangebied twee vleermuissoorten waargenomen: de gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus (7x) en de Laatvlieger, Eptesicus, serotinus (1x). De verspreiding van de vleermuizen in en nabij het plangebied is met stippen in de onderstaande figuur aangegeven.

Gewone dwergvleermuis: blauwe stip 22/5,rode stip (laatvlieger) 8/6 ,gele stip 10/7,geen 20/8,oranje stip 19/9

Alle volgens de Nationale Databank Flora en Fauna eventueel voorkomende vleermuissoorten kunnen, afhankelijk van de soort, in meer of mindere mate gebouw bewonend zijn. Enkel de gewone dwergvleermuis is tijdens het onderzoek foeragerend op en rond het plangebied aangetroffen. Daarnaast is op 8 juni in de ochtend een passerende Laatvlieger waargenomen. Deze vleermuissoort komt volgens de NDFF voor op 5 a 10 kilometer van het plangebied. (zie bijlage 1). De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn typisch gebouw bewonende soorten. Ze gebruiken ruimten onder daken, in de spouwmuur en achter gevelbekleding als kraam-, zomer-, paar-, en overwinteringslocatie (Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). De overige vleermuissoorten, meegenomen in het onderzoek, betreffende de kleine dwergvleermuis, bosvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis, zijn niet waargenomen tijdens de veldbezoeken. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 13

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp Afwezigheid van deze soort nabij het plangebied geeft aan dat het plangebied geen functionele betekenis heeft voor deze soorten. Tijdens de najaar bezoeken zijn geen lokroepen, bounce gedrag of zwermende en in/uitvliegende vleermuizen waargenomen. De aanwezigheid van paar- en winterverblijfplaatsen zijn derhalve uitgesloten. Enkele passerende gewone dwergvleermuizen in de nabijheid het plangebied maakten gebruik van de lijnvormige structuur van de bomen aan de Dieperskant.

4.4 Gebiedsfunctie 4.4.1 Verblijfsplaatsen/zwermgedrag Tijdens de veldbezoeken in de zomermaanden zijn er in het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Tijdens de paarperiode (augustus-september) werden er geen baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Ook zwermgedrag is niet waargenomen. Op basis van de verrichte onderzoeksinspanning kan het voorkomen van verblijfplaatsen in de stallen of woning in het plangebied voor vleermuizen worden uitgesloten.

4.4.2 Foerageergebied Uit het vleermuisonderzoek blijkt dat het plangebied en de directe omgeving als foerageergebied van geringe betekenis is voor vleermuizen. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen is Gezien de geringe betekenis van het plangebied als foerageergebied, is geen sprake van een negatief effect op foeragerende vleermuizen. De gunstige staat van instandhouding van de vleermuizen als soort komt niet in het geding.

4.4.3 Vliegroutes De bomenrij in het plangebied wordt niet als vliegroute gebruikt. Ook elders binnen het plangebied werd geen vliegroute waargenomen. Essentiële vliegroutes zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Van vaste vliegroutes zou eventueel sprake kunnen zijn naast of over de openbare weg, de Dieperskant. Hierbij zou gebruik gemaakt kunnen worden van de bestaande bomenrij langs de weg. Aangezien deze bomen in de toekomst blijven staan blijft de eventueel aanwezig zijnde vliegroute ook bruikbaar. Ontheffingsaanvraag is daarom dan ook niet nodig.

4.4.4 Paarterritoria Tijdens de bezoeken in augustus en september zijn geen baltsende dieren waargenomen en ook geen paarverblijfplaatsen aangetroffen Gewone dwergvleermuizen vliegen in de paarperiode al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Tijdens de paarperiode (augustus – september) werd geen baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen.

4.4.5 Winterverblijfplaatsen De gebouwen zijn ongeschikt als massawinterverblijfplaats. De afwezigheid van zwermactiviteiten tijdens het najaarsonderzoek bevestigd dit. De aanwezigheid van paarverblijfplaatsen is voor de gewone dwergvleermuis vaak een indicatie dat gebouwen ook geschikt zijn als winterverblijfplaats voor een kleine groep of solitair overwinterende gewone dwergvleermuizen. Afhankelijk van het type bebouwing zijn deze winterverblijfplaatsen alleen geschikt in milde winters of ook tijdens strenge vorst. Omdat er geen zomer- of paarverblijfplaatsen zijn vastgesteld in het plangebied is het onwaarschijnlijk dat er kleine winterverblijfplaatsen van solitair overwinterende vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 14

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

4.5 Overige soorten Tijdens de veldbezoeken zijn met name overvliegende, rustende of foeragerende vogels waargenomen. De waargenomen soorten betreffen onder andere: spreeuw, koolmees, houtduif, merel en kauw. Volledigheidshalve is tijdens het onderzoek gelet op nestindicatief gedrag van overige gebouw bewonende soorten welke mogelijk aanwezig zijn nabij het plangebied. Hierbij zijn echter geen nesten van gebouw bewonende soorten waargenomen. De huismus en gierzwaluw, welke volgens de Flora en Fauna check.nl ( zie bijlage 1) zouden kunnen voorkomen in of rond het plangebied, is overvliegend of foeragerend de gierzwaluw waargenomen. Nesten of verblijfplaatsen van de gierzwaluw zijn niet gevonden. Na het ochtendbezoek in juni is specifiek gekeken naar de aanwezigheid van huismussen. Volgens de quickscan van Lomans Ecoworks, projectnummer 2003 d.d. 12-02-20 zijn er onder de dakpannen aan de oostzijde van de bedrijfswoning enkele huismussennesten aanwezig. Hiervoor is een mitigatieplan opgesteld door Brabant Eco (BE0733, d.d. 15-04-20) waardoor overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming wordt voorkomen en een ontheffingsaanvraag niet noodzakelijk is. De nesten onder de dakpannen zijn oude nesten en worden op het moment van onderzoek niet bewoond door huismussen. Er zijn geen huismussen waargenomen.

De gunstige staat van instandhouding van huismus of gierzwaluw komt niet in het geding.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 15

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

5. RESULTATEN EN ADVIES 5.1 Resultaten o o o o o o

o o o o o o o o

Er zijn in en nabij het plangebied twee soorten vleermuizen waargenomen, de Gewone dwergvleermuis en de Laatvlieger. Het onderzoek vond plaats van 10 april tot en met 25 september 2020. Het gehele plangebied met daarbij alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Bij inspectie van het plangebied bij daglicht zijn geen vleermuiskeutels of andere sporen gevonden die duiden op vleermuisverblijfplaatsen. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen. Het zuidoostelijke deel van het plangebied, tussen de rij essenbomen en de sloot fungeert als foerageergebied voor een of twee gewone dwergvleermuizen. Gelet op dit kleine aantal en het ruime aanbod aan vergelijkbaar foerageergebied in de omgeving is het plangebied geen essentieel foerageergebied. Een onmisbaar foerageergebied binnen de plangrenzen is niet aan de orde. Aangenomen mag worden dat in het plangebied geen essentiële vliegroutes aanwezig zijn. De betreffende bomenrij aan de Dieperskant en op het plangebied blijven in de toekomst behouden. Eventuele daar aanwezige vliegroutes worden dus niet onderbroken. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het plangebied kunnen zeker wel voorkomen.

De balts van de gewone dwergvleermuis of andere soorten is in september in en nabij het plangebied niet gehoord. Paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis of andere soorten zijn niet gevonden. Het zogenaamde najaars zwermgedrag is niet waargenomen De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen.

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding De gewone dwergvleermuis is in Nederland de meest algemene soort. Hij kan vrijwel overal in Nederland aangetroffen worden. Ook komt de gewone dwergvleermuis algemeen voor in de omgeving van het plangebied en elders in de gemeente Meijerijstad of de provincie Noord-Brabant. Zie de afbeelding hierna voor recente verspreidingsinformatie van de gewone dwergvleermuis. De voorgenomen ontwikkelingen zullen invloed hebben op de in het plangebied voorkomende vleermuizen. Er worden echter geen verblijfplaatsen aangetast. Ook worden geen essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied aangetast. Daarmee kan gesteld worden dat de duurzame instandhouding van de aangetroffen vleermuissoorten niet in gevaar komt. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is daarmee niet nodig. Er zijn geen zomer-, kraam-, paar-, of winterverblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied. Zodoende worden er met de sloop geen verbodsartikelen overtreden van de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsverzoek bij bevoegd gezag niet noodzakelijk. Daarnaast kan de nieuwbouw natuurinclusief ontworpen en uitgevoerd worden. Dit houdt in dat er definitieve verblijfplaatsen en een geschikte leefomgeving voor gebouw bewonende soorten zoals vleermuizen en huismussen worden gerealiseerd in en om de nieuwbouw.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 16

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

Afbeelding: verspreiding gewone dwergvleermuis. Bron: verspreidingsatlas.nl

5.3 Aanbevelingen o o

o

o

Omdat niet kan worden uitgesloten dat de locatie in gebruik is als foerageergebied voor vleermuizen wordt geadviseerd om de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn dus afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen. Er zijn onderhoudsvrije vleermuiskasten in de handel die kunnen worden ingemetseld of die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren. Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in of bij nieuwbouw toe te passen. (www.checklistgroenbouwen.nl) De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen vogels broeden in de omgeving van het plangebied. Werkzaamheden die een verstorend effect op broedende vogels veroorzaken dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt van globaal half maart tot half juli). Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 17

Vleermuisonderzoek Dieperskant 11, Erp

LIJST VAN BRONNEN

Quickscan Flora en fauna Lomans Ecoworks (projectnummer 2003, d.d. 12-02-2020) Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011 www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.checklistgroenbouwen.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.natuurpunt.be www.ivn.nl www.natura2000.nl www.meijerijstad.nl netwerk groene bureaus checklist vleermuisprotocol

o

Als bijlage 1 is toegevoegd de resultaten beschermde soorten volgens resultaten database NDFF.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 18

Project

: Dieperskant 11 Erp

Referentie : 2020-BE0735 Datum

: 17 maart 2020

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 17 maart 2020' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 17 maart 2020'

Naam

Groep

Afstand

Bosvleermuis

Zoogdieren

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

0 - 1 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

0 - 1 km

Havik

Vogels

0 - 1 km

Huismus

Vogels

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

0 - 1 km

Knoflookpad

Amfibieën

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

0 - 1 km

Naam

Groep

Afstand

Ransuil

Vogels

0 - 1 km

Roek

Vogels

0 - 1 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

0 - 1 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

1 - 5 km

Bever

Zoogdieren

1 - 5 km

Boommarter

Zoogdieren

1 - 5 km

Boomvalk

Vogels

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

1 - 5 km

Das

Zoogdieren

1 - 5 km

Egel

Zoogdieren

1 - 5 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Grote modderkruiper

Vissen

1 - 5 km

grote vos

Dagvlinders

1 - 5 km

Helosciadium repens

Vaatplanten

1 - 5 km

Kamsalamander

Amfibieën

1 - 5 km

Kerkuil

Vogels

1 - 5 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

1 - 5 km

Oehoe

Vogels

1 - 5 km

Poelkikker

Amfibieën

1 - 5 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

1 - 5 km

Steenmarter

Zoogdieren

1 - 5 km

Veldmuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Wespendief

Vogels

1 - 5 km

Wezel

Zoogdieren

1 - 5 km

Bosbeekjuffer

Libellen

5 - 10 km

bruine eikenpage

Dagvlinders

5 - 10 km

Naam

Groep

Afstand

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

5 - 10 km

Dwergmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Franjestaart

Zoogdieren

5 - 10 km

Gewone bronlibel

Libellen

5 - 10 km

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Hazelworm

Reptielen

5 - 10 km

Heikikker

Amfibieën

5 - 10 km

iepenpage

Dagvlinders

5 - 10 km

Kluwenklokje

Vaatplanten

5 - 10 km

Laatvlieger

Zoogdieren

5 - 10 km

Muurhagedis

Reptielen

5 - 10 km

Rugstreeppad

Amfibieën

5 - 10 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

5 - 10 km

Speerwaterjuffer

Libellen

5 - 10 km

teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

5 - 10 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

5 - 10 km

Watervleermuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Wild zwijn

Zoogdieren

5 - 10 km

Zwarte Wouw

Vogels

5 - 10 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Beekprik

Vissen

10 - 25 km

Beekrombout

Libellen

10 - 25 km

Blaasvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

10 - 25 km

Boomkikker

Amfibieën

10 - 25 km

Dennenorchis

Vaatplanten

10 - 25 km

Dreps

Vaatplanten

10 - 25 km

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Edelhert

Zoogdieren

10 - 25 km

Eikelmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Gaffellibel

Libellen

10 - 25 km

gentiaanblauwtje

Dagvlinders

10 - 25 km

Naam

Groep

Afstand

Gestreepte waterroofkever

Kevers

10 - 25 km

Gevlekte glanslibel

Libellen

10 - 25 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

10 - 25 km

Gladde slang

Reptielen

10 - 25 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

10 - 25 km

grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Hermelijn

Zoogdieren

10 - 25 km

Kartuizer anjer

Vaatplanten

10 - 25 km

Kleine ereprijs

Vaatplanten

10 - 25 km

kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Knollathyrus

Vaatplanten

10 - 25 km

Knolspirea

Vaatplanten

10 - 25 km

kommavlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Kruiptijm

Vaatplanten

10 - 25 km

Kwabaal

Vissen

10 - 25 km

Meervleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

10 - 25 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

10 - 25 km

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

10 - 25 km

Ringslang

Reptielen

10 - 25 km

Rivierrombout

Libellen

10 - 25 km

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

10 - 25 km

sleedoornpage

Dagvlinders

10 - 25 km

spiegeldikkopje

Dagvlinders

10 - 25 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Trocdaris verticillatum

Vaatplanten

10 - 25 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

10 - 25 km

veldparelmoervlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Vliegend hert

Kevers

10 - 25 km

Naam

Groep

Afstand

Vroedmeesterpad

Amfibieën

10 - 25 km

Vuursalamander

Amfibieën

10 - 25 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Wilde averuit

Vaatplanten

10 - 25 km

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

10 - 25 km

Wilde weit

Vaatplanten

10 - 25 km

Woelrat

Zoogdieren

10 - 25 km

Zandhagedis

Reptielen

10 - 25 km

aardbeivlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Adder

Reptielen

25 - 50 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

25 - 50 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

25 - 50 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

25 - 50 km

Europese steur

Vissen

25 - 50 km

Gestippelde alver

Vissen

25 - 50 km

Getande veldsla

Vaatplanten

25 - 50 km

Gewone bosspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Gladde zegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

25 - 50 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

25 - 50 km

grote parelmoervlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

grote vuurvlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

25 - 50 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Kempense heidelibel

Libellen

25 - 50 km

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Korensla

Vaatplanten

25 - 50 km

Meerkikker

Amfibieën

25 - 50 km

Molmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Muurbloem

Vaatplanten

25 - 50 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

25 - 50 km

Noordzeehouting

Vissen

25 - 50 km

Naam

Groep

Afstand

Otter

Zoogdieren

25 - 50 km

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Pilosella lactucella

Vaatplanten

25 - 50 km

pimpernelblauwtje

Dagvlinders

25 - 50 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

25 - 50 km

Roggelelie

Vaatplanten

25 - 50 km

Rood peperboompje

Vaatplanten

25 - 50 km

Schubvaren

Vaatplanten

25 - 50 km

Schubzegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Smalle raai

Vaatplanten

25 - 50 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

25 - 50 km

Wolf

Zoogdieren

25 - 50 km

Wolfskers

Vaatplanten

25 - 50 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Zeggekorfslak

Weekdieren

25 - 50 km

zilveren maan

Dagvlinders

25 - 50 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Beekdonderpad

Vissen

50 - 100 km

Berggamander

Vaatplanten

50 - 100 km

Blitum bonus-henricus

Vaatplanten

50 - 100 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosdravik

Vaatplanten

50 - 100 km

bosparelmoervlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

50 - 100 km

bruin dikkopje

Dagvlinders

50 - 100 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Bruinvis

Zoogdieren

50 - 100 km

donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

50 - 100 km

Elrits

Vissen

50 - 100 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

50 - 100 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

50 - 100 km

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

50 - 100 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km

Naam

Groep

Afstand

Grijze zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km

Groene glazenmaker

Libellen

50 - 100 km

Groene nachtorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Groenknolorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Groensteel

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Hamster

Zoogdieren

50 - 100 km

Hazelmuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Kalketrip

Vaatplanten

50 - 100 km

Karwijselie

Vaatplanten

50 - 100 km

kleine heivlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

50 - 100 km

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Narwal

Zoogdieren

50 - 100 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Platanthera chlorantha

Vaatplanten

50 - 100 km

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Sabulina tenuifolia

Vaatplanten

50 - 100 km

Stofzaad

Vaatplanten

50 - 100 km

Veenbloembies

Vaatplanten

50 - 100 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

50 - 100 km

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

100 - 250 km

Breed wollegras

Vaatplanten

100 - 250 km

Bultrug

Zoogdieren

100 - 250 km

Dikkopschildpad

Reptielen

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

duinparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

100 - 250 km

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

100 - 250 km

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

100 - 250 km

Gewone dolfijn

Zoogdieren

100 - 250 km

Naam

Groep

Afstand

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

100 - 250 km

Griend

Zoogdieren

100 - 250 km

Honingorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Lange zonnedauw

Vaatplanten

100 - 250 km

Moerasgamander

Vaatplanten

100 - 250 km

Mopsvleermuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

100 - 250 km

Rozenkransje

Vaatplanten

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

Tengere distel

Vaatplanten

100 - 250 km

Trosgamander

Vaatplanten

100 - 250 km

Tuimelaar

Zoogdieren

100 - 250 km

veenbesblauwtje

Dagvlinders

100 - 250 km

veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

100 - 250 km

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=05e590b8-d840-430a-a53b-23f12b78f1ca