Agendabundel
Tekst van het document
Onderzoeksaanpak Om antwoorden te vinden op de hierboven geformuleerde vragen, is een combinatie van documentstudie en groepsgesprekken gemaakt. In de praktijk is gesproken met betrokken Wmo-consulenten, jeugdhulp, jongerenwerk, opbouwwerk en beleidsmedewerkers. -
Beleidsscan: eerst is een kritische analyse uitgevoerd van relevante beleidsdocumenten. Deze zijn gescreend op een aantal aandachtspunten: consistentie, preventie en begrijpelijkheid.
-
Gesprek beleid: vervolgens zijn de uitkomsten besproken met beleidsmedewerkers. De voorlopige resultaten zijn naar aanleiding hiervan bijgeteld. Groepsgesprek uitvoering sociaal domein: vervolgens heeft een groepsgesprek plaatsgevonden met uitvoerders in het sociaal domein (jeugdhulp, Wmo-consulenten, opbouwwerk, jongerenwerk). Met hen is besproken in hoeverre het geformuleerde beleid invloed heeft op hun werkpraktijk en hoe zij zich verhouden tot de beleidsmedewerkers. Groepsgesprek teamleiders sociaal domein: ook met teamleiders is vervolgens besproken in hoeverre de werkpraktijk beïnvloed wordt door gemeentelijk beleid en in hoeverre zij beleid vertalen richting hun teamleden. Gezamenlijke reflectie: het traject is afgesloten met een gezamenlijke reflectie met beleidsmedewerkers en uitvoering. In dit gesprek zijn de resultaten getoetst aan een brede groep betrokkenen en er heeft een gesprek plaatsgevonden over mogelijke vervolgacties.
-
-
-
Van beleid naar praktijk
Pagina 3 van 13 | 23-02-2021 | 120400
2. Consistentie & samenhang In dit onderzoek is een documentstudie uitgevoerd van de belangrijkste beleidsstukken van het sociaal domein in de gemeente Medemblik, met in het bijzonder het Beleidsplan 2019-2022 en het Uitvoeringsplan 2019. In bijlage 1 is een overzicht van alle bestudeerde stukken te vinden. Eerst wordt een algemene indruk gegeven van de beleidsstukken (2.1). Vervolgens wordt ingegaan op mogelijke risico’s in het geformuleerde beleid (2.2). Waar deze besproken zijn met uitvoerders, teamleiders en beleidsmedewerkers zijn de bevindingen aangevuld met uitkomsten uit de groepsgesprekken.
Algemene indruk van het geformuleerde beleid Het beleidsplan 2019-2022 en het uitvoeringsplan 2019 formuleren omvangrijke en ambitieuze doelstellingen voor het Medemblikse sociaal domein. Het is een veelomvattend programma, waarbij de nadruk ligt op het behouden en verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning. Zonder in theoretische zijsporen te belanden is in de stukken zinvol gebruik gemaakt van inzichten uit de literatuur. In bedoeling, visie en onderbouwing zijn het rijke documenten. Het beleid schetst een rooskleurig beeld voor bewoners van Medemblik: er wordt een mooie toekomst geschetst. Er zitten geen noemenswaardige tegenstellingen of inconsistenties in de beleidsstukken. Er is een heldere samenhang in de stukken te zien, doordat het gebouwd is op een heldere en goed uitgewerkte visie. Dit is bewonderenswaardig, aangezien er veel partijen betrokken waren bij de totstandkoming van deze beleidsstukken. Een uitleg van wat de relaties en afhankelijkheden zijn tussen speerpunten en beoogde acties ontbreekt. Hoewel er geen tegenstrijdigheden lijken te zijn, is er beperkte aandacht voor hoe acties en doelstellingen op elkaar inwerken. Ook ontstaat de vraag in hoeverre de doelstellingen haalbaar zijn. Er zijn maar liefst 37 speerpunten geformuleerd in het uitvoeringsplan, waarbij concretisering, prioritering en fasering vaak ontbreekt of voor brede interpretatie vatbaar is.
Waar het plan geen (noemenswaardige) inconsistenties en tegenstijdigheden kent, zullen die in de vertaling naar de uitvoering mogelijk wel ontstaan door interpretatie. Wanneer al deze doelstellingen behaald zouden moeten worden in de periode 2019-2022, zou dit bovendien vragen om aanzienlijke inzet en investeringen. De vertaling naar de inzet van middelen ontbreekt in de stukken.
Risico’s Uit de analyse van de beleidsstukken komen een aantal risico’s naar voren. Deze worden hieronder besproken. Waar relevant worden deze inzichten aangevuld met uitkomsten van de groepsgesprekken. Beperkte prioritering en concretisering Het uitvoeringsplan moet een vertaling bieden van beleidsvisie naar de uitvoeringspraktijk in het sociaal domein. Het uitvoeringsplan telt 37 speerpunten met daaronder tientallen actiepunten. Het lijkt een te grote opgave voor de uitvoering om al deze uitgangspunten in korte tijd te realiseren. Bij vrijwel alle actiepunten is aangegeven dat er in 2019 gestart moet worden, maar het is niet helder over welke periode het strekt. Prioritering ontbreekt: wat moet vandaag, wat kan morgen? In het uitvoeringsplan worden uitwerkingen gemaakt van doelstellingen naar activiteiten: “wat gaan we hiermee doen”. Het is echter niet altijd duidelijk wie “we” is en verdere uitwerkingen van de acties ontbreken nog: onduidelijk is wat de concrete taken zijn, wie het gaat uitvoeren en in welke periode dit precies moet gebeuren. Hoeveel FTE is er bijvoorbeeld nodig voor de diverse bouwstenen, pijlers, speerpunten en activiteiten? Er wordt veel overgelaten aan de uitvoerders in het interpreteren van en invulling geven aan acties.
Bovendien is het niet helder wanneer een activiteit ‘volbracht’ is: het kan een eenmalige actie zijn of een wekelijks programma: in beide gevallen wordt letterlijk genomen voldaan aan het doel.
Van beleid naar praktijk
Pagina 4 van 13 | 23-02-2021 | 120400
Een voorbeeld is het volgend actiepunt: “We zetten diverse (gespreks)methodieken in om eigen regie en eigen verantwoordelijkheid te stimuleren bij inwoners.” Veel professionals in de uitvoering zullen ervaren dat zij dergelijke methodieken al inzetten en zich niet geroepen voelen om hier actie op te ondernemen.
Wat zegt de uitvoering? Er wordt veel overgelaten aan de uitvoerders in het interpreteren van en invulling geven aan activiteiten. De nog vrij algemeen omschreven ‘acties’ worden inderdaad ook (gedeeltelijk) ingevuld met reeds bestaande werkwijzen. De ervaring is dat gemeentelijk beleid niet overal invloed heeft op de uitvoering, in het bijzonder bij de jeugdhulp: “jeugdzorg wordt in Den Haag bepaald”, geeft iemand aan. Ontbreken van normen In de bestudeerde stukken wordt duidelijk wat de waarden van de gemeente zijn. Normen lijken echter te ontbreken in de stukken. Met andere woorden, het is helder waar de gemeente naar streeft, maar wat is ‘voldoende’? Het lijkt nu alsof alle inwoners een 10 moeten krijgen voor geluk en gezondheid. Waar/wanneer is een 7 voldoende?
Wat zegt de uitvoering? De uitvoering heeft inderdaad geen helder beeld welke normen zouden gelden wanneer iemand verder te helpen. In het beleid lijkt het nu alsof iedereen een 10 moet krijgen voor geluk en gezondheid. In de praktijk wordt vooral hard gewerkt om iemand niet onder de 6 te laten zakken, geven betrokken uitvoerders aan. Relatie met financiën afwezig Inhoud en financiën beïnvloeden elkaar sterk in het sociaal domein: budgetten bepalen wat er in de praktijk mogelijk is en het werk van professionals beïnvloedt vanzelfsprekend welke kosten er gemaakt worden. De relatie tussen ambitie, uitvoering en financiën is echter afwezig in de beleidsstukken. Hoe kunnen de kosten onder controle blijven, terwijl er invulling gegeven wordt aan deze ambitieuze doelstellingen?
Wat zegt de uitvoering? Het lijkt er niet op dat uitvoering zich bezig houdt met de vraag hoe middelen het meest efficiënt gebruikt kunnen worden. Er is zeer beperkt zicht op wat de ondersteuning precies kost. Wel wordt ervaren dat er tekorten zijn aan menskracht, met name bij jeugdhulp en Wmo-consulenten: de financiële praktijk beïnvloedt de uitvoeringspraktijk dus weldegelijk. Leren en ontwikkelen krijgt beperkt vorm In het beleidsplan wordt benoemd dat er veel ruimte moet zijn voor leren en ontwikkelen. Het Kwaliteitskompas van Movisie levert hier een mooi kader voor. De slag naar de uitvoering ontbreekt echter: het wordt niet helder op welke wijze het lerend vermogen van de uitvoerend professionals wordt aangesproken. In het uitvoeringsplan zijn namelijk nauwelijks speerpunten en activiteiten die vorm geven aan reflecteren en leren. Het Living Lab biedt hier mogelijk wel invulling aan, maar het is niet helder of dit ook echt tot ontwikkeling is gekomen en in hoeverre dit een brede ontwikkeling faciliteert. Het risico is dat leren onderbelicht blijft, zeker wanneer werkdruk in de uitvoering toeneemt.
Wat zegt de uitvoering? Het lerend vermogen van de uitvoerend professionals lijkt beperkt te worden aangesproken. Meerdere professionals voelen wel enige ruimte hiervoor, zoals de benodigde intervisie binnen de jeugdhulp die nodig is voor de SKJ-registratie. De Westfriesland Academie wordt het meest genoemd om invulling aan het leren te geven. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat uitvoerders hier onvoldoende aan toekomen door tijdgebrek. Het Living Lab Van beleid naar praktijk
Pagina 5 van 13 | 23-02-2021 | 120400
lijkt nog niet echt tot ontwikkeling gekomen. Het onderdeel leren lijkt op dit moment dan ook niet zodanig te functioneren dat dit een brede ontwikkeling tot ‘blijvend leren’ faciliteert. Positie inwoners met langdurige ondersteuning onduidelijk Het beleidsplan gaat uit van het tijdelijk ondersteunen van inwoners, zodat ze zo snel mogelijk op eigen benen kunnen staan. Een goede gedachte, die bij de meeste groepen gewenst en gepast is. Groepen die waarschijnlijk hun leven lang afhankelijk zijn van hulp zullen echter altijd bestaan. Mensen met (L)VB problematiek komen bijvoorbeeld niet voor in de stukken. Het is een omvangrijke groep – zeker als de groep niet-gediagnosticeerde mensen met een LVB wordt meegerekend. Tegelijkertijd is dit een groep die vaak gebonden is aan langdurige, vaak levenslange ondersteuning. Het roept vragen op hoe de ondersteuning voor deze groep eruit ziet. Het beleid mag hier meer aandacht aan geven. Beleid vraagt veel van wijkteams en collectieve voorzieningen De wijkteams krijgen in het beleidsplan een omvangrijke opgave om invulling te geven aan een aantal centrale beleidsdoelstellingen: “Wijkteams vormen de spin in het web als het gaat om preventief werken.” Het is de vraag in hoeverre zij voldoende ruimte hebben en toegerust zijn om hier invulling aan te geven. Zeker omdat er nog veel ruimte is voor de invulling van de doelstellingen en ‘acties’.
Het inzetten op familienetwerkberaad en één gezin één plan vraagt bijvoorbeeld om bijscholing.
Wat zegt de uitvoering? In Medemblik wordt gewerkt met functionele teams (jeugd, Wmo, maatschappelijk werk en bijzondere bijstand) en wijkteams (gemeentelijk medewerkers van opbouwwerk, jongerenwerk, Wmo en externe partijen). De positie van en verhouding tussen de teams blijkt in de praktijk onduidelijk en een formele evaluatie heeft nooit plaatsgevonden. Invulling geven aan preventieve acties ligt nu met name bij het opbouwwerk en jongerenwerk (onderdeel van de wijkteams). In de functionele teams lopen wachttijden op, waardoor zij nauwelijks toekomen aan preventieve activiteiten. Die wens is er wel, geven zij aan. Er wordt veel verwacht van collectieve voorzieningen. Wanneer er vroegsignalering van problematiek plaatsvindt, zou kostbare ondersteuning nog niet nodig zijn en kunnen voorliggende, collectieve voorzieningen voldoende steun bieden. Dit vraagt echter veel van deze voorzieningen en het is de vraag of deze toegerust zijn om met een nieuwe toestroom om te gaan.
Wat zegt de uitvoering? Het opbouwwerk, jongerenwerk en maatschappelijk werk is verenigd in de wijkteams. Schoolmaatschappelijk werk is aanwezig op de scholen. Verbindingen tussen opbouwwerk en de lokale infrastructuur lijken aanwezig in de kernen (dorpsraden, vrijetijdsverenigingen, religieuze instellingen en vrijwilligersorganisaties). Ondersteuning dichtbij wordt op verschillende manieren georganiseerd met spreekuren, het benutten van GGD locaties, Rode Kruis, ‘koffie met een rietje’, wandelgroepen, etc. Deze partijen lijken daarom goed vorm te geven aan de beleidsverwachtingen wat betreft preventieve activiteiten. Ondersteuning dichtbij mogelijk lastig in 18 kernen Medemblik is qua inwoneraantal een gemeente van beperkte omvang. Toch zijn er meerdere functionele teams en wijkteams om dit gebied te dekken en qua inwoneraantal betekent dat een relatief kleine populatie per team. Deze populatie is echter verspreid over 18 kernen en 14 buurtschappen en het kan voor teams moeilijk zijn om in dorpskernen voeten aan de grond te krijgen. Dit kan preventie bemoeilijken. Bovendien vindt de toegang in de gemeente Medemblik telefonisch plaats. Hoewel deze telefonische toegang vaak gevolgd door een huisbezoek voor een (brede) uitvraag, kan het zijn dat er zaken in de eerste instantie gemist worden.
Van beleid naar praktijk
Pagina 6 van 13 | 23-02-2021 | 120400
Wat zegt de uitvoering? Er is geen formele evaluatie geweest van de verschillende teams (functionele teams en wijkteams). De teams geven zelf aan dat bevolking hen goed kan vinden bij hulpvragen. Ze hebben in de kernen een goede bekendheid en krijgen tot nu toe een hoge waardering in het cliëntervaringsonderzoek. De telefonische toegang lijkt niet te leiden tot onvindbaarheid. Via het voorveld en email nemen mensen ook contact op met de teams. Beperkte samenwerkingspartners buiten sociaal domein - Het thema veiligheid komt nauwelijks aan bod in het geformuleerde beleid, terwijl er duidelijke verbindingen zijn met sociaal domein. Vaak gaat om leden van dezelfde gezinnen die de partners in het veiligheidsdomein tegenkomen bij huiselijk geweld, crimineel gedrag en overlast op straat. - In de gesprekken met uitvoering en teamleiders wordt benadrukt dat de verbinding tussen uitvoering van gemeentelijke ondersteuning en huisartsen nog zwak is. Dit terwijl zij vaak te maken hebben met dezelfde inwoners en huisartsen kunnen een belangrijke rol spelen in vroegsignalering en preventie.
Wat zegt de uitvoering? Vanuit de uitvoering wordt uitgesproken dat samenwerking met partners rondom openbare orde en veiligheid voor verbetering vatbaar is. Met name het opbouwwerk en jongerenwerk zouden gebaat zijn bij korte lijnen met partners uit de veiligheidsketen. Risico’s van datagedreven sturing Datagedreven sturing heeft een grote positie in het beleids- en uitvoeringsplan. Dit is een verstandige beweging, maar hoe dit precies vorm krijgt is echter nog onhelder. Er is nog veel werk te verzetten. Cruciaal in datagedreven sturing is in de eerste plaats om de data op orde te hebben. Dit vraagt om een diepte-investering in monitoring. Daarnaast moet de gemeente zich ervan bewust zijn dat vraagstukken in dit domein zich niet altijd goed in cijfers laten meten. Inzetten op preventie en maatwerk vraagt om verrijking met kwalitatieve informatie. Anders bestaat het risico dat werkzame initiatieven en aanpakken verdwijnen, omdat hun werkzaamheid moeilijk in cijfers te vatten is. Waar verandering in cijfers goed meetbaar is, zijn veranderingsmechanismen moeilijk in kaart te brengen en belangrijke zaken als ‘geluk’ en ’dichtbij huis’ laten zich moeilijk in cijfers uitdrukken. Ook vroegsignalering en preventie van problematiek en kostbare zorg zijn moeilijk in cijfers te vatten: het gaat immers om zaken die juist níet gebeuren.
Goede cijfermatige data (kwantitatief) en aandacht voor casuïstiek (kwalitatief) zijn cruciaal in de monitoringsstrategie.
Wat zegt de uitvoering? Op onderdelen wordt wel gemeten, zoals met het (verplichte) cliëntervaringsonderzoek (CEO) Wmo en Jeugdhulp. Uit de CEO van afgelopen jaar bleek dat inwoners die ondersteuning vanuit Wmo kregen, tevreden waren. Uitvoerders spreken echter uit dat het er volgend jaar mogelijk minder goed uit zal zien, door de hoge werkdruk en als gevolg daarvan oplopende wachttijden. Lage cliënttevredenheid leidt ook tot lagere werktevredenheid voor professionals, zeker als uitvoerders zelf het gevoel hebben dat het ligt aan de werkvoorraad en werkdruk, geven zij aan. De uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek Jeugd zijn bij de onderzoekers niet bekend. De ideeën over datagedreven sturing uit het beleidsplan lijken nog niet de praktijk bereikt te hebben. Deelnemers uit de gesprekken herkennen de sturing daarop niet. Cruciaal is het om de data op orde te hebben, maar verschillende systemen bestaan in de praktijk naast elkaar. “Iedereen wil goed kunnen duiden, willen verklaren waarom er hoge wachtlijsten zijn”. Er wordt gewerkt met GWS, DECOS en ‘Mens centraal’ en er moet veel handmatig worden ingevoerd en aangeleverd. Dat kost veel kostbare tijd voor professionals, terwijl het resultaat niet als ondersteunend wordt ervaren.
Van beleid naar praktijk
Pagina 7 van 13 | 23-02-2021 | 120400
Onderliggende vraag is, hoe meetbaar het werk eigenlijk is. Zeker aan de preventieve kant. Natuurlijk zijn er bij de jeugdhulp ook rapportages naar de Gemeenteraad met aantallen cases per jaar. Maar wat een afgesloten case precies betekent wordt daarin niet duidelijk. In het jongerenwerk en opbouwwerk is meetbaarheid nog lastiger. Je moet investeren, in de samenleving komen. Mogelijk verkeerde verwachtingen door betrokkenheid bij totstandkoming beleid Het plan is tot stand gekomen met medewerking van vele partijen, waaronder burgers. Dit is moedig en passend bij de visie van de gemeente, maar schept ook veel verwachtingen. In het plan wordt niet gesproken over het mogelijke scenario dat elementen van het beleidsplan niet van de grond komen, wat tot gevolg kan hebben dat – met name burgers – teleurgesteld zullen zijn en het niet ervaren als leerproces maar als schijnparticipatie. Neem demografische ontwikkelingen mee in beleidsontwikkeling De bevolkingspiramide van de gemeente Medemblik verandert. Hoewel het aantal inwoners nominaal is toegenomen in het huidige postcodegebied, neemt het aantal jongeren en nieuwgeborenen af, blijkt uit gegevens van het CBS. Het beleidsplan houdt vooral rekening met het toenemend aan- Aantal inwoners per leeftijdsgroep. tal ouderen (vergrijzing).
Dat is een verstandige keuze en uit de wijkenenHuidig postcodegebied gemeente Medemblik (na herindeling) quête blijkt dat ouderen behoorlijk tevreden zijn met de voorzieningen die Bron: CBS Statline, geraadpleegd op op hen gericht zijn. De demografische ontwikkeling van Medemblik bestaat 27 januari 2021 echter uit meer ontwikkelingen dan alleen vergrijzing. Selectieve migratie 1998 2019 van bepaalde groepen (bijv. hogeropgeleiden, mensen met een migratieach2205 0-5 jaar 2645 tergrond), toename van het aantal alleenstaanden en ontgroening – het 5-15 jaar 5515 5120 wegtrekken van jeugdigen en hun nageslacht – is potentieel ingrijpender. 15-35 jaar 11100 9895 Ontgroening zorgt bijvoorbeeld structureel voor lager draagvlak voor be11700 paalde voorzieningen en kan op termijn leiden tot bevolkingskrimp en krimp 35-55 jaar 12825 55-75 jaar 6025 12215 van (sectoren binnen) de beroepsbevolking. 75 jaarouder
Van beleid naar praktijk
1750
5385
Pagina 8 van 13 | 23-02-2021 | 120400
3. Preventie: hoe krijgt het vorm? Preventie loopt als thematische rode draad door het geformuleerde beleid. In de beleidsstukken wordt terecht opgemerkt dat preventie op verschillende vlakken kan plaatsvinden en primaire, secundaire en tertiaire preventie worden helder onderscheiden. De definitie van preventie is dus duidelijk, maar wel veelomvattend: zelfs gespecialiseerde zorg kan als preventief gezien worden. Het is immers preventief voor nóg zwaardere en duurdere zorg (tertiaire preventie). Deze ruime definitie laat de professional professioneel zijn in het maken van keuzes. Daar zijn wel professionals voor nodig die veranderingsgezind zijn en de ambities van de gemeente delen. Er is een meer diepgaand onderzoek nodig om te bepalen of dit het geval is. Beperkte vertaling preventiegedachte naar actie Het risico van de nog vrij algemeen omschreven ‘acties’ rondom preventie in het uitvoeringsplan is, dat deze geïnterpreteerd kunnen worden als voortzetting van de bestaande werkwijze (“dat doen we al jaren zo”). Verandering vindt dan niet plaats en het uitvoeringsplan kan zelfs ingezet worden om huidige structuren en werkwijzen in stand te houden. Met vroegsignalering van schulden zijn wel eerste stappen gezet om (primaire) preventie te realiseren.
Buiten deze schuldenaanpak lijken echter beperkte concrete vervolgstappen te zijn geformuleerd om vroegsignalering te bewerkstelligen. Hoe wordt bijvoorbeeld vormgegeven aan het signaleren van eenzaamheid, psychische problematiek en onveiligheid in gezinnen? Risico van verwachte besparingen Vroegsignalering en preventie worden vaak gezien als middelen om (op termijn) te besparen op kosten in het sociaal domein. Vroegsignalering is echter geen garantie op besparingen, zeker niet op de kortere termijn: er worden immers in de eerste instantie méér vragen opgevangen. De terugverdientermijn – als hier al sprake van is – is onbekend. Door daar niet expliciet over te zijn bestaat het risico dat hier verschillende verwachtingen over bestaan.
Wat zegt de uitvoering? Preventie van problematiek en (dure) zorg staat centraal in het beleidsplan en uitvoeringsplan. De constatering in de beleidsstukken dat de slag naar preventief werken nog niet voldoende is gemaakt, wordt deels bevestigd in de gesprekken met uitvoerders. Opbouwwerk en jongerenwerk lijken goed georganiseerd en zijn bekend met het relevante beleid. Jongerenwerk kan ambulant werk blijven doen, zoals langs gaan bij basisscholen om die te ondersteunen. Het idee is dat daardoor gevallen niet bij schoolmaatschappelijk werk terecht hoeven te komen. “Scholen staan ook open om samen te werken, daar vindt best veel plaats.” Voor vroegsignalering van schulden (‘Vroeg eropaf’) zijn de eerste stappen gezet, maar er moet nog een formele evaluatie komen. Buiten het opbouwwerk en jongerenwerk (onderdeel van de wijkteams) kan nauwelijks vorm worden gegeven aan hun preventieve opgave. Bij de functionele teams wordt hiervoor onvoldoende ruimte ervaren. Acute situaties gaan toch altijd voor preventieve acties en bovendien genereert preventie ook werk waar op dit moment geen invulling aan gegeven kan worden. Wmo-consulenten kijken wel breder dan de eerste hulpvraag. “Als je komt voor een woonvoorziening, dan kijk je ook of er eenzaamheidsproblemen zijn.” In de jeugdhulp neemt preventie vooral de vorm aan van het voorkomen van escalaties.
Hoe dat eruit ziet, is afhankelijk van de casus. “Doel is het zo te doen, dat anderen niet aan de slag hoeven.”
Van beleid naar praktijk
Pagina 9 van 13 | 23-02-2021 | 120400
4. Uitvoerbaarheid beleid Om antwoord te geven op de vraag in hoeverre het beleid als uitvoerbaar wordt ervaren door de werkpraktijk, zijn groepsgesprekken gevoerd met uitvoerders en teamleiders in het sociaal domein.
Rol van beleid in het dagelijks werk In de beleidsstukken is te zien dat de gemeente waarde hecht aan goede dienstverlening. De gemeente streeft naar een juiste interpretatie van de regelgeving in samenwerking met partners, ook in de regio. Het feit dat de plannen tot stand zijn gekomen met medewerking van vele partijen, waaronder burgers, wordt ook positief beoordeeld door uitvoerders. In groepsgesprekken met uitvoering en teamleiders worden geen tegenstellingen of inconsistenties in de beleidsplannen benoemd. Dat komt gedeeltelijk doordat mensen het uitvoeringsplan waarderen omdat het goed overzicht biedt, maar vaker komt het voor dat zij nauwelijks op de hoogte zijn van de inhoud van het geformuleerde beleid. Hoogstens enkele onderdelen van de 37 speerpunten resoneren daadwerkelijk in de praktijk. De onbekendheid komt mede omdat de beleidsstukken als lijvig en groots worden ervaren en als los van de uitvoering.
Opbouwwerk en jongerenwerk Het meest bekend met de beleidsdoelstellingen zijn het jongerenwerk en het opbouwwerk: zij werken zelfs in hoge mate vanuit de geformuleerde beleidsdoelstellingen. In de werkplannen is er een directe verbinding gemaakt met relevante beleidsstukken. Een keer per maand is er contact met beleidsmedewerkers. Het gaat dan onder andere over eenzaamheid, mantelzorg, zoeken van verbinding met anderen en het thema geluk. De preventieve insteek van het beleid wordt positief beoordeeld door deze partijen. Ook wordt benoemd dat maatschappelijk werkers aan preventie werken, maar die zijn niet gesproken in het kader van dit onderzoek.
Jeugdhulp en Wmo-consulenten De Wmo-consulenten en jeugdhulpverleners lijken minder bekend met de beleidsdoelstellingen. Op beide plekken heerst er meer de waan van de dag: de mensen / gezinnen ondersteunen die hulp nodig hebben: de cases moeten gewoon opgepakt worden. De grote werkdruk is zeer bepalend in het dagelijks werk, in het bijzonder in de jeugdhulp: “we zijn al blij als we het hoofd boven water houden.” Dit is niet uniek voor Medemblik, maar een beeld dat landelijk speelt: de vraag naar jeugdhulp neemt toe, terwijl budgetten beperkt zijn. Vanuit de Wmo-consulenten wordt wel gewerkt vanuit zoveel mogelijk mantelzorg, maar het is niet helder welke gemeentelijke uitgangspunten daaraan relateren. De aard van het werk is namelijk al om te zoeken naar zoveel mogelijk zelfstandigheid, binnen de mogelijkheden: “wat je tot nu toe als organisatie al doet”. Er wordt niet veel ruimte ervaren voor inkleuring van het werk door gemeentelijk beleid.
Toegankelijkheid beleidsmedewerkers De beleidsafdeling wordt over het algemeen als toegankelijk ervaren door de uitvoerders en teamleiders. De verstandhouding is verbeterd in de afgelopen jaren. Het is voor de uitvoering echter niet altijd duidelijk wie van de beleidsafdelingen over wat aan te spreken. Contacten hangen meer af van personen die daar meer of minder zelf werk van maken. Concretisering, prioritering en fasering lijken geen systematisch onderwerpen van gesprek met de beleidsafdeling.
Resultaatgericht financieren De recente overgang van resultaatgerichte financiering en de hieraan gekoppelde perspectiefplannen zorgen voor veel extra inzet en belasting voor de uitvoering, geven zij aan. Zo heeft gemeentelijk beleid wel invloed op de werkpraktijk, maar – in hun ervaring – niet op een positieve manier.
Van beleid naar praktijk
Pagina 10 van 13 | 23-02-2021 | 120400
5. Conclusie en ontwikkelpunten Conclusie In hoeverre is de huidige beleid van het sociaal domein in de gemeente Medemblik passend in termen van consistentie, samenhang, preventie en uitvoerbaarheid? Het beleidsplan van de gemeente Medemblik heeft het goede voor ogen voor de inwoners. Er zijn geen noemenswaardige tegenstrijdigheden: er is een samenhangende, consistente en goed onderbouwde visie gericht op het versterken van de kwaliteit van ondersteuning, het voorkomen van problematiek en het bevorderen van geluk. Waar een eerste stap wordt gemaakt naar hoe het beleid gerealiseerd moet worden, ontbreekt een concretisering naar welke partijen wanneer welke acties gaan uitvoeren. Bovendien is er veel ruimte voor interpretatie van doelstellingen en acties. Dit alles zóu ruimte kunnen bieden voor eigen invulling door professionals. In de gesprekken met uitvoering blijkt echter dat men niet of nauwelijks bekend is met de speerpunten en acties en dat er door werkdruk weinig ruimte wordt ervaren voor inkleuring van de werkpraktijk door gemeentelijk beleid. Er moeten middelen en toerusting aanwezig zijn bij de uitvoering om het ambitieuze beleid daadwerkelijk vorm te geven, zeker waar het gaat om preventieve activiteiten vanuit de uitvoering in het sociaal domein.
Aandachtspunten De aard en omvang van dit onderzoek zorgt ervoor dat er geen uitgewerkte adviezen geformuleerd kunnen worden. Wel zijn er een aantal aandachtspunten te benoemen: Werk aan overbrugging beleid-praktijk De veranderopgave die geformuleerd is in de beleidsstukken ligt bij de uitvoerend professionals en het is nog onhelder in hoeverre zij ambities delen, prioriteiten stellen en welke betekenis zij geven aan het geformuleerde beleid. Daarvoor is het ook van belang dat er heldere verwachtingen geformuleerd worden over welke verandering er in welke tijd te verwachten zijn. Er ligt inmiddels een goede basis in de samenwerking tussen beleid en praktijk. De afgelopen jaren is de verstandhouding verbeterd en men weet elkaar sneller te vinden. Dit is een goede basis voor de weging van enerzijds beleidsambities en anderzijds de dagelijkse werkpraktijk van de uitvoering. Binnen het opbouwwerk en jongerenwerk is de bekendheid het grootst en zo werkt het beleid ook meer door in de werkpraktijk. Hieraan kan een voorbeeld worden genomen. Regelmatig contact tussen beleidsafdeling en uitvoering en concrete, haalbare acties kunnen bijdragen aan de vertaling van beleid naar praktijk, ook in de hulpverlening.
Stel samen ambitie bij aan realiteit Buiten het opbouwwerk en jongerenwerk wordt er weinig ruimte ervaren om nieuwe koersen te varen en invulling te geven aan preventieve activiteiten. De werkdruk is hoog en dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Wil het uitvoeringsplan daadwerkelijk gaan resoneren aan de praktijk, zullen ambities bijgesteld moeten worden en prioritering moeten worden aangebracht. Wat heeft nu aandacht nodig, wat kan ook later? Kijk kritisch naar takenpakket uitvoering Daarnaast zou gekeken kunnen worden naar het takenpakket van uitvoerders: hoe zien hun volle dagen eruit en wat zouden zij misschien beter kunnen/willen uitbesteden? Verhelder de beleidstheorie Hoewel de stukken helder geschreven zijn, ontbreekt een uitleg van wat de relaties en afhankelijkheden zijn tussen speerpunten en beoogde acties. Hoewel er geen tegenstrijdigheden lijken te zijn, is er beperkte Van beleid naar praktijk
Pagina 11 van 13 | 23-02-2021 | 120400
aandacht voor hoe acties en doelstellingen op elkaar inwerken. Een figuur/doelenboom zou kunnen helpen de beleidstheorie en de bijbehorende doelenstructuur te verhelderen. Waar het gaat om preventie zou ook meer inzichtelijk gemaakt kunnen worden waar/hoe er mogelijke besparingen verwacht worden. Deze koppeling van inhoud en financiën werkt al door in de dagelijkse praktijk, maar is nog geen onderdeel van het geformuleerde beleid. Vertaal ambities voor blijvend leren in acties In het beleidsplan wordt het belang van blijvend leren onderstreept. Deze ambitie wordt echter nauwelijks vertaald in acties en in de werkpraktijk wordt er weinig ruimte ervaren voor leren en reflecteren. Om een ontwikkelende, lerende praktijk te faciliteren zou hier aandacht aan besteed moeten worden. Besteed aandacht aan de meest kwetsbaren In het huidige geformuleerde beleid is veel aandacht voor preventie en tijdelijke ondersteuning, maar nauwelijks aandacht voor de meest kwetsbaren. Het is niet duidelijk hoe de gemeente zich verhoudt tot deze groep. Bovendien kan dit leiden tot een afstand tussen realiteit van de uitvoering en het geformuleerde beleid. Aan de groep meest kwetsbaren, die misschien wel altijd en vorm van ondersteuning nodig zullen hebben, kan ook in het beleid meer aandacht besteed worden.
Stimuleer samenwerking in het veld De verbinding tussen uitvoering van de gemeentelijke ondersteuning en andere partijen als huisartsen en partijen uit de veiligheidsketen kan verbeterd worden. Deze partijen hebben vaak te maken met dezelfde inwoners. Investeer in goede, diverse data De gemeente heeft ambitie in het ontwikkelen van datagerichte sturing. Dit is begrijpelijk en verstandig, maar moet wel met een sterke strategie gebeuren. Investeer in goede, kloppende kwantitatieve data en verrijk deze met kwalitatieve data zoals casusonderzoek. Veel effecten – in het bijzonder rondom preventie – zijn moeilijk in cijfers te vatten. Verhelder positie en verantwoordelijkheden van verschillende teams Er bestaat onduidelijkheid over welk team wat doet in de gemeente. Er zijn wijkteams voor meer preventieve werkwijzen en functionele teams die meer gericht zijn op zorg en ondersteuning, geeft de gemeente aan. Het blijkt niet voor iedereen helder waar verantwoordelijkheden liggen.
Van beleid naar praktijk
Pagina 12 van 13 | 23-02-2021 | 120400
Bijlage: lijst beleidsstukken Gemeente Medemblik (z.j). Sociaal domein. Effectiviteit en efficiency van ons beleid en uitvoering. (pptx) Gemeente Medemblik (z.j.) Beoordeling interventies (xlsx) Gemeente Medemblik (2018). Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022. Samenwerken om elkaar te versterken. Gemeente Medemblik (2018). Uitvoeringsplan Sociaal Domein 2019 en 2020. Samenwerken om elkaar te versterken. Gemeente Medemblik (2018). Enquête wijken gemeente Medemblik 2018 (xlsx) Regio Westfriesland (2020). Projectplan. Grip en gericht sturen op het terugbrengen van de tekorten in het sociaal domein, met passend zorg en ondersteuning voor onze inwoners. (concept)
Van beleid naar praktijk
Pagina 13 van 13 | 23-02-2021 | 120400
8.1 Regionale Energiestrategie 1.0 NHN (pfh. H. Nederpelt) 1 Dossier 894 voorblad.pdf
Raadscommissie Dossiernummer
894
Extern Zaak ID
Z-20-110029
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
29 april 2021
Agendapunt
8.1
Omschrijving
Regionale Energiestrategie 1.0 NHN (pfh. H. Nederpelt)
Geagendeerd
Vergaderdatum
Raadscommissie
29 april 2021
Toelichting Op 20 mei neemt de raad een besluit over de Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord. Hierin doet de energieregio het Rijk een bod hoeveel duurzame energie opgewekt wordt in NHN tot 2030. Onderdeel van de energieregio vormt de deelregio Westfriesland. Dit voorstel is in regionaal, zowel op Wesfries als op NHN-niveau voorbereid.
1 00 DOC-21-372129 - Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord
RAADSVERGADERING d.d. 20 mei 2021 Zaaknummer
Z-20-110029
Voorstelnummer
DOC-21-372129
Onderwerp
Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord
Agendapunt Portefeuillehouder(s)
Harry Nederpelt
Afdelingshoofd(en) Besluit De raad van de gemeente Medemblik, gelezen het bijbehorend voorstel van het College van burgemeester en wethouders van Medemblik d.d. 26 maart 2021; gelet op het Nationale Klimaatakkoord; overwegende dat de raad op 3 september 2020 zijn wensen en bedenkingen kenbaar maakte over de concept Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord;
besluit 1. In te stemmen met de RES 1.0 NHN als resultaat uit het regionale proces. Met als belangrijkste punten: – De ambitie van de regio Noord-Holland Noord van 3,6 TWh als uitgangspunt te hanteren voor opwek in 2030 in de regio Noord-Holland Noord, en daarmee bij te dragen aan de landelijke opgave van 35 TWH hernieuwbare energie in 2030. – De kaart met globale zoekgebieden voor opwek van grootschalige wind- en zonneenergie daarvoor als uitgangspunt te hanteren. 2. In te zetten op het realiseren van het Buitendijkse Plan Duurzaam Leefbaar, samen met Rijk, provincie en betrokken gemeenten en dit onderdeel te laten zijn van de RES 1.0. 3. Ruimte te laten voor nieuwe initiatieven buiten de zoekgebieden om van de RES 1.0. 4. De initiatieven die voortvloeien uit zowel de zoekgebieden (beslispunt 1) als uit nieuwe initiatieven (beslispunt 3) pas te concretiseren nadat de raad het beleidskader duurzame energieopwekking op land heeft vastgesteld. 5. De uitkomsten van de RES 1.0, die effect hebben op gemeente Medemblik, mee te nemen bij de uitwerking van de uitvoeringsinstrumenten voor omgevingsbeleid.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 20 mei 2021.
De griffier,
De voorzitter,
Documentnummer: DOC-21-372129
1 van 9
Documentnummer: DOC-21-372129
2 van 9
Ter besluitvorming Onderwerp Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord
Aanleiding Nationaal Klimaatakkoord De wettelijke grondslag voor de Regionale Energiestrategie (RES) ligt vast in het Nationale Klimaatakkoord. Nederland werkt toe aan een CO2-reductie van 49% in 2030. Hier vloeien opgaves uit voort voor onder andere duurzame energieopwekking en de gebouwde omgeving. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio’s in Nederland een RES opstellen. NoordHolland Noord (NHN) is een van de 30 energieregio’s. De energieregio’s maken in de RES afspraken om in 2030 samen 35 terawattuur (TWh) aan grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken. Ook wordt in de Regionale Structuur Warmte (RSW) toegewerkt naar het maken van afspraken over de inzet van regionale duurzame warmtebronnen. De regio NHN is een van de 30 RES-regio’s van Nederland. De RES regio-NHN bestaat uit 18 gemeenten van de deelregio’s Alkmaar, Kop van Noord-Holland en Westfriesland, de provincie en het waterschap (HHNK). Pact van Westfriesland 7.1 Westfriesland formuleerde in het Pact van Westfriesland 7.1 de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat in Westfriesland in 2040 de totale vraag naar energie even groot is als het aanbod aan duurzame energie. Dat is een forse opgave.
Realisatie van de ambitie om energieneutraal te worden vraagt zowel om het realiseren van grootschalige energiebesparing (het verminderen van de vraag) als het zoeken naar mogelijkheden voor verduurzaming van het gebruik en het vergroten van het aanbod van duurzame energie. Westfriesland is zich bewust van de omvang en complexiteit van de ambitie om energieneutraal te worden. RES-NHN instrument naar een energieneutrale Westfriesland 2040 Westfriesland kiest met de focus op de ambitie om energieneutraal te worden bewust voor een brede benadering en richt zich ook op het verduurzaming van de land- en tuinbouw, mobiliteit en bedrijven. De RES-NHN is daarbij één van de instrumenten om deze ambitie te realiseren. De Westfriese gemeenten werken op dit moment aan het Uitvoeringsprogramma Energieneutraal Westfriesland. Op 19 april hebben we u hierover geïnformeerd tijdens een informatieavond. Ook informeerden we u toen over de RES 1.0. Eerdere besluitvorming over de RES De raad stelde in november 2019 de startnotitie RES-NHN vast. Daarmee gaf de raad het startsein om te komen tot een RES-NHN. Vervolgens gaf de raad in september 2020 zijn wensen en bedenkingen over de concept RES-NHN. De raad besloot dat: geen nieuwe windmolens erbij komen op het grondgebied van de gemeente. Dit besluit geldt voor zowel op land als in het IJsselmeer.
het Plan Duurzaam Leefbaar van de heer Buitendijk een goede basis vormt om invulling te geven aan de bijdrage in de landelijke opgave voor duurzame energieopwekking op het
Documentnummer: DOC-21-372129
3 van 9
grondgebied van de gemeente Medemblik. De ontwikkeling van het project Wieringerhoek van Rijkswaterstaat kan hierbij als aanjager dienen. RES 1.0 De RES 1.0 is een actualisatie, verdieping en concretisering van de concept-RES (april 2020). U heeft hiervoor input gegeven met uw besluit wensen en bedenkingen over de concept RES-NHN. Daarnaast zijn door andere raden in NHN en door Gedeputeerde Staten van de provincie wensen en bedenkingen geformuleerd. Ook hebben inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties reacties gegeven op de concept RES-NHN. Tenslotte zijn alternatieve plannen en onderzoeken ingediend. Hierdoor zijn in de RES 1.0 meerdere zoekgebieden geschrapt of aangepast. Hoofdstuk 2.1 van de RES 1.0 geeft een toelichting op het bod wat hierdoor is ontstaan. En, de zoekgebieden in NHN die hier onderdeel van uitmaken. Voor de gemeente Medemblik zijn de volgende wijzigingen aangebracht: Windenergie is geschrapt in de zoekgebieden op het grondgebied van Medemblik. Het zoekgebied IJsselmeer is verkleind tot de Wieringerhoek. Uitkomsten proces Het bod en de zoekgebieden van de RES zijn de uitkomst van een intensief participatieproces van de afgelopen twee jaar. Er is bottom-up verkend wat de mogelijkheden voor zonne- en windenergie op land zijn. Daarover hebben veel gesprekken plaatsgevonden.
Bijvoorbeeld met gemeenten in de regio, provincie, waterschap en netbeheerders. Maar ook met energiecoöperaties, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, en maatschappelijke organisaties op het gebied van natuur en milieu. We brengen u in herinnering de gesprekken die we lokaal en in Westfriesland voerden met inwoners, ondernemers en agrariërs. Rondom specifieke onderwerpen zijn thematafels georganiseerd. Uit de verschillende thematafels zijn aanbevelingen en handreikingen voortgekomen (zie Katern Thematafels). Samenvattend, tijdens het proces tot aan de RES 1.0 zijn onderzoeken gedaan, scenario’s verkend, effecten onderzocht, vele bijeenkomsten georganiseerd en gesprekken gevoerd over de (on)mogelijkheden van zonne- en windenergie op land in de regio. In het katern ‘RES-proces: van startnotitie tot RES 1.0’ is een uitgebreide beschrijving van het doorlopen participatieproces opgenomen. Participatie gaat door Participatie stopt niet maar blijft doorlopen richting de RES 2.0 en ook lokaal op projectniveau. Het is aan initiatiefnemers om onder regie van de gemeente de zoekgebieden verder uit te werken. De verschillende aspecten die hier onderdeel van uitmaken zijn onder andere omgevingsparticipatie, financiële participatie, ruimtelijke inpassing en biodiversiteit. Aspecten die de raad al eerder als kader meegaf voor de ontwikkeling van zonneweides.
In Westfriesland bereiden we dit beleidskader voor. De kadernotitie ‘zon op land’ die de raadscommissie op 7 december jl. besprak vormt hier een basis voor. Daarnaast organiseren we dit jaar een nieuw participatieproces. We willen graag de mening van inwoners horen hoe duurzame energieopwekking in ons gebied verder ontwikkeld kan worden. De uitkomsten nemen we mee in het beleidskader. Dit bieden we vervolgens de raad ter besluitvorming aan. De ervaringen die we nu opdoen met een viertal pilots nemen we hierin mee. Tot het beleidskader is vastgesteld nemen we geen nieuwe principeverzoeken in behandeling voor het realiseren van zonneweides. Dit hebben we zo met u afgesproken.
Documentnummer: DOC-21-372129
4 van 9
De ambitie van de RES NHN De regio NHN heeft de ambitie om in 2030 3,6 TWh op te wekken. Dit is een optelsom van de ambities van de drie deelregio’s (totaal 1,57 TWh) en de bestaande opwekking inclusief pijplijnprojecten (totaal 2,06 TWh). Westfriesland, de Kop en de provincie dagen daarnaast het Rijk uit om samen het Plan Duurzaam Leefbaar, met natuurontwikkeling in combinatie met zonne-atollen te realiseren in de Wieringerhoek van het IJsselmeer. De opbrengst van deze locatie komt dan bovenop de gestelde ambitie van de regio NHN. Omdat dit initiatief stapje voor stapje moet worden uitgewerkt en nog onzekerheden kent, acht de regio het te voortvarend om de potentiële opbrengst van (voorzichtig ingeschat op 1,1 TWh) toe te voegen aan de ambitie voor 2030. De ambitie van Westfriesland Westfriesland zet in op een bod van 0,70 TWh. Dit is een optelling van 0,23 TWh bestaande en pijplijnprojecten plus 0,47 TWh nieuw te realiseren opwekking. Dit is in lijn met de concept RES en de besluitvorming hierover in de Westfriese raden. Daarnaast wil de regio zich samen met de Kop en de provincie inzetten voor de realisatie van natuurontwikkeling in combinatie met zonne-opwek in de Wieringerhoek. De realisatie is mede afhankelijk van het Rijk. Westfriesland ziet het Buitendijks Plan Duurzaam Leefbaar als een unieke kans.
Dit plan kent een potentie van 0,4 TWh voor Westfriesland, wat kan bijdragen in het realiseren van de ambitie van de regio om energieneutraal te zijn in 2040. Het plan kent veel meekoppelkansen voor de regio, zoals op het gebied van recreatie en toerisme. Wensen en bedenkingen Westfriese raden Besluitvorming in de Westfriese raden over de wensen en bedenkingen concept RES-NHN leidde tot een afname van het oorspronkelijke bod. In de concept RES-NHN kwam het Westfriese bod nog uit op 1,2 TWh. In deze RES 1.0 komt het uit op 0,7 TWh, een afname van 0,5 TWh. We staan open voor nieuwe initiatieven Naast de zoekgebieden in de RES, kunnen bottom-up nieuwe ideeën en initiatieven ontstaan om op land hernieuwbare energie op te wekken. We staan ervoor open om dergelijke initiatieven nader te onderzoeken en de (on) mogelijkheden te verkennen. Initiatiefnemers doen daarvoor een eerste verkenning naar de haalbaarheid (onder andere naar draagvlak, (financiële) participatie, netinfrastructuur, ecologie en goede ruimtelijke inpassing). Het nog te ontwikkelen beleidskader duurzame energie opwekking op land geeft hiervoor de kaders. Deze nieuwe initiatieven kunnen we meetellen in de RES 2.0. Ook nieuwe technieken of innovaties kunnen een rol gaan spelen. Daarom wordt de RES iedere twee jaar geactualiseerd.
Voorstel 1. In te stemmen met de RES 1.0 NHN als resultaat uit het regionale proces. Met als belangrijkste punten: – De ambitie van de regio Noord-Holland Noord van 3,6 TWh als uitgangspunt te hanteren voor opwek in 2030 in de regio Noord-Holland Noord, en daarmee bij te dragen aan de landelijke opgave van 35 TWH hernieuwbare energie in 2030. – De kaart met globale zoekgebieden voor opwek van grootschalige wind- en zonneenergie daarvoor als uitgangspunt te hanteren.
Documentnummer: DOC-21-372129
5 van 9
2. In te zetten op het realiseren van het Buitendijkse Plan Duurzaam Leefbaar, samen met Rijk, provincie en betrokken gemeenten en dit onderdeel te laten zijn van de RES 1.0. 3. Ruimte te laten voor nieuwe initiatieven buiten de zoekgebieden om van de RES 1.0. 4. De initiatieven die voortvloeien uit zowel de zoekgebieden (beslispunt 1) als uit nieuwe initiatieven (beslispunt 3) pas te concretiseren nadat de raad het beleidskader duurzame energieopwekking op land heeft vastgesteld. 5. De uitkomsten van de RES 1.0, die effect hebben op gemeente Medemblik, mee te nemen bij de uitwerking van de uitvoeringsinstrumenten voor omgevingsbeleid.
Beoogd resultaat De raad een besluit laten nemen over de RES 1.0 NHN.
Argumenten 1.1 We dragen bij aan de landelijke opgave vanuit het Klimaatakkoord. De gemeente Medemblik wil bijdragen aan de landelijke opgave om 35 TWh duurzame energieopwekking te realiseren op land. Zo houden we onze gemeente leefbaar, ook voor toekomstige generaties. Daarbij vinden we het belangrijk dat energieopwekking zorgvuldig een plek krijgt in onze gemeente. En, dat dit op draagvlak kan rekenen bij onze inwoners. 1.2 De RES 1.0 sluit aan bij de uitkomsten van de verschillende lokale en regionale energietafels. We hechten grote waarde aan dat duurzame energieopwekking op draagvlak kan rekenen van onze inwoners. Daarom organiseerden we zeven lokale bijeenkomsten waar onze inwoners hun mening kenbaar konden maken. Ongeveer 320 inwoners uit onze gemeente namen hieraan deel. Daarnaast vonden regionale bijeenkomsten plaats voor specifiek ondernemers en agrariërs. De bijeenkomst met agrariërs vond in Wognum plaats. De uitkomsten leidden tot zoekgebieden die onderdeel uitmaken van de RES 1.0. Voor ons gebied gaat het over zoekgebieden die gesitueerd zijn: rond onderstations; de investeringskosten zijn hier relatief laag omdat deze eenvoudig zijn aan te sluiten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. rond bedrijventerreinen; hier is enerzijds het energieverbruik hoog, anderzijds is de beeldkwaliteit van bedrijventerreinen niet optimaal.
Inpassing van duurzame energie rond de bedrijventerreinen heeft daarnaast het minste effect op de natuur.
langs infrastructuur (wegen, spoorlijnen); aanleg is eenvoudig te realiseren waardoor de investeringskosten lager zijn en ook hier is het landschap al aangetast. energieopwekking in het IJsselmeer; dit ligt verder weg van de kernen en dus van onze inwoners. Aanleg is eenvoudig te realiseren, waardoor de investeringskosten lager zijn. 1.3 In de RES 1.0 zijn de wensen en bedenkingen van de raad verwerkt. In september 2020 nam u het besluit wensen en bedenkingen over de concept RES-NHN. U nam toen het besluit geen nieuwe windmolens erbij te willen op het grondgebied van de gemeente Medemblik. In alle zoekgebieden op het grondgebied van de gemeente Medemblik is windenergie geschrapt. Daarnaast nam u een besluit over het plan Duurzaam Leefbaar, zie verder onder argument 2.1. 2.1 We zetten samen met de provincie en gemeente Hollands Kroon in op het realiseren van het Buitendijkse plan Duurzaam Leefbaar. Het Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar’ combineert natuurontwikkeling en duurzame energieopwekking door zonne-atollen in de Wieringerhoek. Door de integrale aanpak combineert het natuurontwikkeling, energieopwekking en recreatieve mogelijkheden voor een
Documentnummer: DOC-21-372129
6 van 9
aantrekkelijke kuststrook ten noorden van de stad Medemblik tot Den Oever. Het project wordt op het grondgebied van de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik gerealiseerd. Ruimtelijk is het plan goed inpasbaar in het IJsselmeer doordat er geen windturbines worden geplaatst en de atollen vanaf de kant niet het weids uitzicht wegnemen. Het plan is financieel uitvoerbaar waarbij de opbrengst uit de zonne-energie voorziet in de financiering van het overgrote deel van de natuurontwikkeling. We werken nauw samen met provincie en de gemeente Hollands Kroon om dit plan te realiseren. Daarbij geven we uitvoering aan uw besluit wensen en bedenkingen over de concept RES-NHN. 2.2 De potentie van het Buitendijkse plan Duurzaam Leefbaar draagt bij aan een energieneutrale regio in 2040. Deze ambitie formuleerden de Westfriese gemeenten in het Pact van Westfriesland. De raad besloot in 2019 over het Pact 7.1. 3.1 We staan open voor nieuwe initiatieven voor duurzame energieopwekking op land. Vanuit inwoners en of ondernemers ontstaan buiten de zoekgebieden om initiatieven voor het realiseren van een zonneweide. In principe staan we hiervoor open. Op dit moment nemen we echter nog geen nieuwe initiatieven in behandeling. We willen eerst met een voorstel komen voor het beleidskader duurzame energieopwekking op land, wat u vaststelt.
4.1 We willen eerst een zorgvuldig tot stand gekomen beleidskader duurzame energieopwekking op land dat de raad vaststelt. De raad gaf in 2019 het college al belangrijke kaders mee voor duurzame energieopwekking op land. Zo vindt u en ook wij het belangrijk dat de realisatie van duurzame energieopwekking in onze gemeente zorgvuldig plaatsvindt. Dat de omgeving meedenkt en betrokken is bij het realiseren van een zonneweide. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de lusten en de lasten van energieopwekking terecht komen in het gebied waar energieopwekking plaatsvindt. Financiële participatie is daarbij het sleutelwoord. De agrarische sector vormt een waardevolle pijler onder de economie van de gemeente. Medemblik wil dan ook zeer zorgvuldig omgaan met het inzetten van vruchtbare, agrarische gronden voor duurzame energieopwekking. Biodiversiteit en ruimtelijke inpassingen zijn tenslotte ook belangrijk bij het realiseren van nieuwe initiatieven. Onderwerpen die een plek krijgen in het beleidskader duurzame energieopwekking op land. Op 7 december 2020 besprak de raadscommissie de bespreeknotitie zon op land. De inbreng van de raadscommissie verwerken we in het beleidskader. Daarnaast werken we op dit moment aan een aantal pilots voor het realiseren van zonneweides in onze gemeente. De ervaringen die we daarbij opdoen nemen we hierin ook mee.
Tenslotte organiseren we samen met de Westfriese een digitale enquête onder inwoners. We halen dan op hoe inwoners denken hoe duurzame energieopwekking een plek kan krijgen in Westfriesland. Daarbij wordt ook ingezoomd op de specifieke situatie in onze gemeente. 5.1 De RES 1.0 krijgt pas juridische status wanneer deze worden uitgewerkt en wordt vastgesteld in het omgevingsbeleid. Er liggen belangrijke relaties tussen de RES en de instrumenten van de Omgevingswet. De RES gaat over het maken van ruimtelijke keuzes: welke gebieden zijn geschikt voor zon- of windenergie en onder welke voorwaarde? De RES krijgt pas juridische status bij de vaststelling van het gemeentelijke omgevingsbeleid. Voor de uiteindelijke uitvoering van energieprojecten uit de RES is een omgevingsvergunning nodig. Deze wordt getoetst aan ons beleid.
Documentnummer: DOC-21-372129
7 van 9
Kanttekeningen 1.1 We zetten agrarische gronden in voor duurzame energieopwekking. Op de kaart van Westfriesland met zoekgebieden ziet u dat een deel van de zoekgebieden zich bevindt op agrarische gronden. Uit de kaart is niet precies op te maken hoeveel hectare dit is. Westfriesland beschikte over 23.973 ha agrarische gronden in 2019 volgens het CBS. In de concept RES-NHN betrof de zoekgebieden in Westfriesland 630 hectare. De inzet van agrarische gronden komt hiervan uitgaande uit op ongeveer 2,6% maximaal. Waar mogelijk zetten we in op zon op dak. Hierdoor zetten we niet onnodig agrarische gronden in voor duurzame energieopwekking. 1.2 In de RES 1.0 zetten we het IJsselmeer in voor duurzame energieopwekking. ‘Het IJsselmeer en de vooroevers hebben een belangrijke ecologische en economische functie. Medemblik is trots op het internationale zeilwater voor haar kust. Voor het uitoefenen van topzeilsport is dit onmisbaar. Het IJsselmeer is ook onmisbaar voor de recreatieve zeil- en watersport inclusief de riviercruise en chartervaart. De stad Medemblik is vanaf het water schitterend gelegen in combinatie met haar vooroevers en de Westfriese omringdijk’, schrijven we in de RES 1.0. Uit de kaart van Westfriesland met zoekgebieden ziet u dat het IJsselmeer in de Wieringerhoek als zoekgebied voor zonenergie is ingetekend.
Het zoekgebied is ten opzicht van de concept RES-NHN verkleind tot dit gebied. Het Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar’ biedt voor deze ontwikkeling de basis, zoals u ook hierover besloot. Zie verder onder argument 2.1. Deze ontwikkeling beperkt het (olympische) zeilwater in onze gemeente niet. 1.3 Het netwerk van Liander is hierop nog niet berekend. Op dit moment kennen gebieden in onze gemeente problemen met het elektriciteitsnetwerk van Liander. Dat betekent dat bijvoorbeeld in Medemblik en Andijk het netwerk vol is. Liander heeft onderhoudswerkzaamheden voorzien die de komende jaren tot meer ruimte op het netwerk leiden. Het blijft belangrijk om samen met Liander te kijken naar de diverse mogelijkheden. Het blijft belangrijk om onze plannen vroegtijdig met Liander af te stemmen. Dit geldt voor opwek maar ook voor toename van gebruik.
Financiën Het budget voor het RES-proces op NHN-niveau is tot de RES 1.0 geregeld. Eventuele kosten die we als gemeente hiervoor maken dekken we uit het budget Duurzaam Medemblik. Daarbij kunt u denken aan kosten van communicatie. Het is de wens om de regionale ondersteuningsstructuur voor de RES-NHN voort te zetten tot aan 2025. Hiervoor wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld inclusief een dekkingsvoorstel. De invulling hiervan is mede afhankelijk van een rijksbijdrage voor het vervolgproces. Een besluit over een rijksbijdrage is aan het nieuwe kabinet. Dit verwachten we niet eerder dan in de tweede helft van 2021. Daarnaast voerden we in Westfriesland een onderzoek uit naar de benodigde capaciteit voor de klimaattaken. Het resultaat verwerken we in de Kadernota 2022.
Uitvoering/evaluatie Na besluitvorming werken we de RES 1.0 verder uit in een beleidskader, wat de raad vaststelt. Initiatieven voor het realiseren van zonneweides toetsen we hieraan. Dit geldt voor initiatieven
Documentnummer: DOC-21-372129
8 van 9
voortvloeiende uit de RES 1.0. Dit beleidskader geldt ook voor nieuwe initiatieven, buiten de zoekgebieden om waarmee inwoners of ondernemers mee komen. Voordat de raad dit beleidskader vaststelt nemen we geen nieuwe principeverzoeken in behandeling. Na 2 jaar herijken we de RES.
Communicatie De website en nieuwsbrief van de energieregio NHN zijn het centrale communicatiemiddel. Op de website zijn alle documenten gepubliceerd, waaronder de startnotitie, fotodocumenten, scenario’s, concept-RES en de reactienota. U kunt hier kennis van nemen via: www.energieregionhn.nl. U kunt zich ook inschrijven voor de nieuwsbrief. De RES 1.0 NHN is op 21 april 2021 openbaar gemaakt en gepubliceerd op www.energieregionhn.nl, nadat alle gemeenten, provincie en het dagelijks bestuur van HHNK hierover besloten.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Regionale Energiestrategie 1.0 NHN (DOC-21-375131) Kaarten RES 1.0 NHN met zoekgebieden (DOC-21-375132) Netimpactanalyse- bijlage 4 (DOC-21-375134) Katern Energie – infrastructuur NHN (DOC-21-375135) Katern Innovatie NHN (DOC-21-375136) Katern Milieu effect rapportage (MER) RES-NHN (DOC-21-375138) Katern RES-proces van startnotitie tot RES 1.0 (DOC-21-375141) Katern Rollen, beleidskaders en instrumenten overheden NHN (DOC-21-375142) Katern Thematafels (DOC-21-375143)
Raadscommissie d.d.
Documentnummer: DOC-21-372129
9 van 9
1 01 DOC-21-375131 - Bijlage 1: Regionale Energiestrategie 1.0 Noord-Holland Noord
RES 1.0 Noord-Holland Noord 30 maart 2021
Inhoud Samenvatting Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord
i
1.
1
2.
3.
Inleiding op de RES 1.0 1.1
Wat is een Regionale Energiestrategie? ............................................... 1
1.2
Wat gebeurt er naast de RES? ............................................................. 3
Van ambitie naar realisatie
5
2.1
Uitgangspunten bij realisatie .............................................................. 5
2.2
Ambitie (aanbod) en zoekgebieden ..................................................... 6
2.3
Participatie en draagvlak .................................................................. 14
2.4
Ruimtelijke afwegingen ..................................................................... 17
2.5
Energie-infrastructuur ....................................................................... 22
2.6
Effecten ............................................................................................ 28
Regionale Structuur Warmte
32
3.1
Warmtevraag .................................................................................... 33
3.2
Aanbod van warmtebronnen ............................................................. 36
3.3
Warmte-infrastructuur ...................................................................... 45
3.4
Visie op de warmtevoorziening .......................................................... 47
3.5
Regionale samenwerking .................................................................. 49
4.
Vervolg na de RES 1.0
52
5.
Kop van Noord-Holland
58
6.
5.1
Beschrijving: aanbod en zoekgebieden .............................................. 58
5.2
Kenmerken en ambities Kop van Noord-Holland ................................ 62
5.3
Elektriciteit en warmte ...................................................................... 63
5.4
Energie-infrastructuur ....................................................................... 66
5.5
Participatie en draagvlak .................................................................. 70
Westfriesland
72
6.1
Beschrijving: aanbod en zoekgebieden .............................................. 72
6.2
Kenmerken en ambities Westfriesland .............................................. 77
7.
8.
6.3
Elektriciteit en warmte ...................................................................... 82
6.4
Energie-infrastructuur ....................................................................... 84
6.5
Participatie en proces ....................................................................... 88
Regio Alkmaar
89
7.1
Beschrijving: aanbod en zoekgebieden .............................................. 89
7.2
Kenmerken en ambities regio Alkmaar .............................................. 94
7.3
Elektriciteit en warmte in de regio..................................................... 97
7.4
Energie-infrastructuur ....................................................................... 99
7.5
Participatie en draagvlak ................................................................ 102
Relaties met andere opgaven
105
8.1
Klimaattafels .................................................................................. 105
8.2
Energiebesparing gebouwde omgeving ............................................ 112
8.3
Bedrijfsleven en innovatie ............................................................... 113
8.4
Arbeidsmarkt en scholing ............................................................... 117
Bijlage 1. Begrippenlijst
120
Bijlage 2. Verantwoording en bronnen
126
Bijlage 3. IJsselmeer en Markermeer
129
Bijlage 4. Netimpactanalyse Liander
134
Bijlage 5. Moties en amendementen
135
Colofon
136
Voorwoord Met gepaste trots presenteren we de Regionale Energiestrategie (RES) van de regio Noord-Holland Noord. Deze RES is een belangrijke stap op weg naar een schone en energie neutrale regio. We danken iedereen die heeft deelgenomen aan het proces. We hebben met elkaar gepraat, gewikt, gewogen, gediscussieerd en onderhandeld. Het resultaat is daardoor rijk en veelzijdig. De RES 1.0 is meer dan een kaart met zoekgebieden voor zonne- en windenergie en een regionale warmtestructuur. Het gezamenlijke proces van de RES heeft geleid tot een groeiend besef van urgentie, tot nauwe samenwerking tussen overheden, netbeheerders en belanghebbenden en nieuwe samenwerkingen tussen partijen. De RES heeft het gesprek over de energietransitie in onze steden en dorpen op gang gebracht. Het heeft ook geleid tot nieuwe kennis over een breed spectrum aan onderwerpen. Bovenal hebben alle gesprekken en ontmoetingen ervoor gezorgd dat we nu een gezamenlijke ambitie hebben, en het vertrouwen dat er binnen de regio voldoende kansen liggen om de energietransitie met elkaar verantwoord vorm te geven. De RES is geen vrijblijvend document. We spreken de ambitie uit om voor 2030 in de regio 3,6 TWh aan hernieuwbare elektriciteit met zon en wind op te wekken. Daarnaast zetten we ons als regio in om het buitendijks plan in de Wieringerhoek te realiseren.