CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 8 maart 2021, gemeente Medemblik29.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.3.

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie De Structuurvisie 2012-2022 'Sterke kust en sterk achterland' (vastgesteld 2013) bevat een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Nibbixwoud is in de structuurvisie aangewezen als centrumdorp. Voorzieningen zijn belangrijk voor het behoud van de leefbaarheid in de kernen. De aanwezigheid van detailhandel levert een belangrijke bijdrage aan de beleving van deze leefbaarheid. De gemeente is voorstander van zoveel mogelijk concentratie van de voorzieningen, zodat deze elkaar kunnen versterken. Dit mag niet ten koste gaan van de individuele ondernemer. Met dit project wordt de enige supermarkt van het dorp ontwikkelperspectief geboden. De verplaatsing en uitbreiding draagt bij aan de leefbaarheid van Nibbixwoud en past binnen het beleid uit de structuurvisie Welstandsnota Het welstandsbeleid van Medemblik is vastgelegd in de Welstandsnota 2019. Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet.

Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het projectgebied bevindt zich in welstandsbeleid in een dorpslint. De dorpslinten zijn als centrale verbindingslijnen bijzonder welstandsgebied. Het welstandsbeleid is met name gericht op het instandhouden en versterken van het karakter en de eenheid van de lintbebouwing en het verbeteren van de samenhang tussen de bebouwing met behoud van de bestaande afwisseling en het onderscheid in percelen. Voor het project vindt een welstandsbeoordeling plaats. De uitkomsten hiervan worden te zijner tijd verwerkt.

11

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Hoofdstuk 4 4.1.

Omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook te worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Archeologie Het projectgebied heeft in het geldende bestemmingsplan "Dorpskernen IV" de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3".

Op grond hiervan geldt een onderzoeksplicht voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden. Omdat deze vrijstellingsgrenzen met het project worden overschreden, is een archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd (Bijlage 1). Tijdens het booronderzoek zijn geen vegetatiehorizonten of anderszins vuile lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoning in de prehistorie. Evenmin zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Tezamen met de gemiddeld tot ruim een meter beneden NAP verstoorde bodem geven de resultaten van het onderzoek derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Dit selectieadvies is overgenomen door Archeologie West-Friesland; geadviseerd wordt de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Cultuurhistorie Het perceel is onbebouwd en heeft als zodanig geen bijzondere cultuurhistorische waarde.

4.2.

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is om reeds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen te voorkomen en tegelijkertijd aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Regels voor milieuzonering zijn opgenomen in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot woningen per bedrijfstype aangegeven. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige wijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan gemotiveerd een kleinere afstandrichtlijn worden aangehouden, omdat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting aanwezig is.

12

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Onderzoek Voor een supermarkt geldt een grootste richtafstand van 10 m (voor geluid en gevaar). De omgeving van het projectgebied kan, op basis van de aanwezigheid van diverse andere functies, worden aangemerkt als een gemengd gebied. De richtafstand kan daarom met één stap terug worden gebracht, tot 0 m. De afstand van het projectgebied tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 10 m. Aan de richtafstanden wordt daarmee voldaan. Voor de geluidsuitstraling van de supermarkt is nog wel een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten daarvan komen aan de orde in paragraaf 4.6. Er zijn in de omgeving geen functies die belemmerend zijn voor de ontwikkeling. Daarnaast zijn er in de omgeving geen functies die in hun mogelijkheden belemmerd worden door het project. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het project.

4.3.

Bodem

Toetsingskader Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit vormen de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit het toetsingskader. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is dat de kwaliteit ervan zodanig moet zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het projectgebied voor de voorgenomen functie. Onderzoek Ten behoeve van het project is een bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 2). In de (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. Ter plaatse van de gedempte sloten is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Voor analytisch onderzoek is geen aanleiding. Er zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van het onderzoek, geen risico's voor het beoogde gebruik. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het project.

4.4.

Ecologie

Kader Om de uitvoerbaarheid van het project te toetsen, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 3). Daarnaast is een stikstofberekening uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Soortenbescherming Als gevolg van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Bij uitvoering van het plan verandert het projectgebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het projectgebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten treden niet op. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

Als gevolg van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen verloren. Het projectgebied zal naar verwachting niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die in en rondom het projectgebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het projectgebied in ruime mate

13

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt op circa 5,5 kilometer ten noordwesten van het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied 'Markermeer & IJmeer'. Ten zuiden van het projectgebied ligt een natuurverbinding en NNN-gebied op circa 1,2 kilometer afstand. De graslanden op circa 1,4 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied zijn aangewezen als weidevogelleefgebied. Het projectgebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied 'Markermeer & IJmeer'. Hierdoor zijn in potentie uitsluitend effecten mogelijk door externe werking. Het projectgebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied.

Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde NNN- en weidevogelleefgebieden en de aard van het plan, kunnen negatieve effecten op in het kader van het provinciaal natuurbeleid beschermde gebieden uitgesloten worden. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het project.

4.5.

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Onderzoek Uit een inventarisatie van de risicokaart (risicokaart.nl) blijkt dat zich in de omgeving van het projectgebied geen inrichtingen, transportroutes en buisleidingen bevinden die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Het projectgebied ligt niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, transportroutes en leidingen. Het project betreft de verplaatsing van een bestaande supermarkt. De personendichtheid in het gebied neemt door het project niet significant toe. Een nadere verantwoording van het groepsrisico wordt gezien de aard en omvang van de ontwikkeling niet noodzakelijk geacht. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het project.

14

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

4.6.

Geluid

Toetsingskader WEGVERKEERSLAWAAI In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Binnen de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte voor tweestrookswegen die aan weerszijden van de weg, gerekend vanuit de wegas, in acht moet worden genomen 200 meter. In geval van het realiseren van geluidsgevoelige bebouwing binnen deze zone dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. GELUIDSUITSTRALING SUPERMARKT Een supermarkt veroorzaakt ook geluidsuitstraling naar de omgeving. Er is in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst aan de richtwaarden voor geluid uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Onderzoek WEGVERKEERSLAWAAI Een supermarkt is geen geluidsgevoelig object. Onderzoek naar dit aspect is niet noodzakelijk. GELUIDSUITSTRALING SUPERMARKT Naar de geluidsuitstraling van de supermarkt is een onderzoek uitgevoerd (Bijlage 4). Onderzocht is de geluidbelasting veroorzaakt door de activiteiten op de locatie bij de omliggende woningen en school. De nieuw te vestigen supermarkt aan de Ganker te Nibbixwoud veroorzaakt bij de omliggende woningen van derden geluidbelastingen tot ten hoogste 48 dB(A).

In de inrichting vinden activiteiten plaats in zowel de dag-, avond- als nachtperiode, waarbij het in de nachtperiode alleen de technische installaties betreft. Hiermee kan worden voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie en aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De inrichting veroorzaakt bij de woningen maximale geluidsniveaus in de dagperiode van ten hoogste 71 dB(A). Bij uitsluiting van laden en lossen in de dagperiode bedragen deze ten hoogste 64 dB(A). In de avondperiode bedraagt deze ook ten hoogste 64 dB(A) en in de nachtperiode 34 dB(A). In de dagperiode kan niet worden voldaan aan stap 2 uit de VNG-publicatie. De richtwaarde voor de dagperiode wordt in stap 2 met ten hoogste 1 dB overschreden bij de woningen aan de Dreef 3-41 (oneven). De overschrijding wordt veroorzaakt door de transportbeweging van de zware vrachtwagen. Middels het verlengen van het scherm nabij het laad- en losgedeelte kan wel worden voldaan aan de richtwaarde. Het uiteindelijke effect van het scherm zal echter relatief beperkt zijn (circa 1.5 tot 2 dB). In hoeverre een dergelijke maatregel gewenst is, zal mogelijk nader afgestemd moeten worden met betrokkenen. Anders wordt verzocht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aansluiting te zoeken bij het Activiteitenbesluit.

Gezien de beperkte frequentie in de dagperiode en de geringe overschrijding van de richtwaarde met slechts 1 dB zal dit niet direct leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat nabij de woningen. Bij uitsluiting van de piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer kan wel worden voldaan aan de richtwaarde van stap 3 uit de VNG-publicatie. Bij toetsing aan het Activiteitenbesluit kan ten aanzien van de maximale geluidsniveaus in alle perioden worden voldaan aan de grenswaarden. De inrichting voldoet ten aanzien van de indirecte hinder niet aan de richtwaarde van stap 2 maar wel aan stap 3 van de VNG-publicatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal het woon- en leefklimaat nabij een groot aantal woningen niet of nauwelijks wijzigen. In de huidige situatie bevindt de supermarkt zich aan de andere zijde van de Ganker met parkeergelegenheden op de nieuwe locatie. In de nieuwe situatie zullen de parkeerterreinen en de

15

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

supermarkt zelf aan dezelfde zijde van de weg gelegen zijn. Dit komt de veiligheid ook ten goede. In alle redelijkheid kan niet gesteld worden dat door de verplaatsing ter plaatse van de woningen en de school een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ontstaat ten opzichte van de huidige situatie. Bij de mogelijke nieuwe woningen op het adres de Dreef 3-41 (wijkcentrum) zal ook sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op de gevels van deze woningen kan ook worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het project.

4.7.

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. NSL/NIBM Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.

Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10 , vrijwel altijd ook wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5 ". Onderzoek Voor het plan is een berekening uitgevoerd met de NIBM-tool 2020. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit kunnen worden vastgesteld. Het project maakt de verplaatsing van een bestaande supermarkt mogelijk, waarbij de oppervlakte toeneemt met circa 300 m2 .

Op grond van CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - Van parkeerkencijfers naar parkeernormen) is de verkeersgeneratie per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak (niet-stedelijk gebied; rest bebouwde kom) gemiddeld 134,7 verkeersbewegingen. De uitbreiding leidt daarmee tot 404 extra verkeersbewegingen. Het plan blijft onder de nibm-grens en kan als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd.

16

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, moet ook worden bekeken of de luchtkwaliteit in het projectgebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woon- en leefklimaat worden overschreden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 en PM2,5 ). Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het projectgebied de achtergrondniveaus voor NO2 , PM10 en PM2,5 in zowel 2020, 2025 als 2030 onder de grenswaarden liggen. Het project moet worden beschouwd als een nibm-project. Uit de achtergrondniveaus blijkt dat deze onder de wettelijke normen blijven. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit kan achterwege blijven.

4.8.

Verkeer en parkeren

Verkeer In de huidige situatie bevindt de bestaande supermarkt zich ten noorden van de Ganker. De parkeerterreinen van de supermarkt bevinden zich zowel ten noorden als zuiden van die straat en worden beide ontsloten op de Ganker. In de toekomstige situatie wordt enkel op het parkeerterrein ten zuiden van de Ganker geparkeerd. Zoals aangegeven in de vorige paragraaf leidt de verplaatsing met uitbreiding, op grond van CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - Van parkeerkencijfers naar parkeernormen), tot 404 extra verkeersbewegingen. De wegenstructuur in de omgeving heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen die gepaard gaan met deze ontwikkeling op te vangen. Parkeren In de Nota Parkeernormen (maart 2014) heeft de gemeente vastgelegd hoeveel parkeerplaatsen er bij woningen en voorzieningen gerealiseerd dienen te worden. Omdat de parkeervraag erg afhankelijk is van gebiedstype is de gemeente opgedeeld in drie categorieën. De parkeernormen zijn gebaseerd op de kencijfers van het CROW. Nibbixwoud valt onder ‘niet stedelijk, rest van de bebouwde kom’. In de nota is voor een fullservice supermarkt (>1.000 m2 winkelvloeroppervlak; hoog en middelhoog prijsniveau) een parkeernorm opgenomen van 5,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak.

De nieuwe supermarkt heeft een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.437 m2 en daarmee een parkeervraag van afgerond 81 parkeerplaatsen (14,37 x 5,6). De oude supermarkt heeft een bedrijfsvloeroppervlak van circa 1.100 m2 . De toename aan bedrijfsvloeroppervlak is circa 337 m2 . Op basis van de aanwezigheidspercentages kan de extra parkeervraag worden berekend. Werkdag ochtend

Werkdag Werkdag Koop Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag middag avond avond nacht middag avond middag

17

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Aanwezigheids 30 percentage

60

40

80

0

100

40

0

Extra parkeervraag

12

7

15

0

19

7

0

6

In de huidige situatie zijn er circa 50 parkeerplaatsen beschikbaar voor de supermarkt. Dit aantal voorziet in de praktijk in de parkeerbehoefte, omdat er relatief veel klanten met de fiets komen. In het projectgebied zijn in de toekomstige situatie 60 parkeerplaatsen aanwezig. Daarnaast worden er acht parkeerplaatsen aangelegd ten behoeve van de naastgelegen school. Deze parkeerplaatsen kunnen worden gebruikt als overloop wanneer de school gesloten is. Met het totaal van 60 parkeerplaatsen en acht overloopparkeerplaatsen kan gezien de praktijk ook op de zaterdag in de parkeervraag worden voorzien.

4.9.

Water

Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder verbouw- en nieuwbouwplannen, wordt getoetst welke consequenties deze plannen hebben voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water. Dit project maakt een nieuwe ontwikkeling mogelijk. Er is daarom een watertoets uitgevoerd (Bijlage 5). Met de gegevens die zijn opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat het hoogheemraadschap overlegt hoe in het plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels (https://www.hhnk.nl/keur/). Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage.

Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat voor de nieuwe ontwikkeling geadviseerd wordt om een gescheiden stelsel aan te leggen. Geadviseerd wordt verder om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Hier wordt in het project rekening mee gehouden.

18

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Toename verharding De verhardingstoename ten gevolge van het project bedraagt meer dan 2.000 m2 . Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2.000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse plangebiedkenmerken een specifiek compensatiepercentage.

4.10. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Afweging Het project maakt de verplaatsing van een bestaande supermarkt mogelijk. De nieuwbouw heeft een oppervlakte van circa 1.400 m2 . In onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r. is voor stedelijke ontwikkelingsprojecten als grenswaarde een een oppervlakte van 100 hectare of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer opgenomen. Het project is daarmee dusdanig kleinschalig van aard en omvang dat het ruimschoots onder de drempelwaarden voor ontwikkelingen blijft, zoals die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals opgenomen in deze onderbouwing blijkt dat de effecten van de realisatie van het project in het betreffende gebied niet van dien aard zijn dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. De aard van de voorgenomen activiteit is niet van die omvang dat er onevenredig nadelige effecten op de omgeving plaatsvinden. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. Er zijn geen negatieve effecten op de omgeving te verwachten.

Het project is van een relatief geringe omvang. Daarbij is het project qua situering en potentiële negatieve effecten op de omgeving niet van dien aard dat het nader beoordeeld moet worden in een afzonderlijke m.e.r.(beoordelings)procedure.

19

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Hoofdstuk 5 5.1.

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Door middel van de grondexploitatieregeling beschikt de gemeente over de mogelijkheid tot het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van een bouwplan als bepaald in artikel 6.12 Wro en 6.2.1 Bro moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer, waarin het kostenverhaal is geregeld. Hierin wordt ook rekening gehouden met mogelijke planschade. De vaststelling van een exploitatieplan bij het project is dan ook niet nodig.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De resultaten van vooroverleg en inspraak worden te zijner tijd verwerkt in deze paragraaf. Dit geldt ook voor de uitkomsten van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit.

20

1 08 DOC-21-348723 - Bijlage 8: Bijlagen ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw supermarkt

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud 27-01-2021

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Inhoudsopgave

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

4

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

5

Bijlage 2

Bodemonderzoek

31

Bijlage 3

Beknopte natuurtoets

61

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

70

Bijlage 5

Watertoets

287

3

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

4

Omgevingsvergunning nieuwbouw supermarkt Nibbixwoud

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek

5

Nibbixwoud, Ganker Gemeente Medemblik (NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-07/13

Nibbixwoud, Ganker Gemeente Medemblik (NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2020-07/13

Nibbixwoud, Ganker Gemeente Medemblik (NH.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Een onderzoek in opdracht van BügelHajema Adviseurs bv Steekproefrapport 2020-07/13 ISSN 1871-269X Status: definitief auteur: drs. R. Exaltus, senior KNA-prospector/archeoloog (actor registratienummer 92909010) autorisatie: dr. J. Jelsma, senior KNA-prospector/archeoloog (actor registratienummer 35453178) Goedgekeurd namens de gemeente Medemblik, mevr. C. Soonius, regioarcheoloog d.d. 18 augustus 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en BRL SIKB 4000. Dit onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 en 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef bv, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, Zuidhorn, september 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk

050 - 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Locatie en administratieve gegevens 2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen 2.2 Fysische geografie 2.3 Archeologie 2.4 Historische geografie 2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel 3. Veldonderzoek 3.1 Aanpak 3.2 Resultaten veldonderzoek 4. Conclusies en advies Geraadpleegde Literatuur, Bronnen en Kaarten Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorbeschrijvingen

1 1 2 4 4 4 6 8 9 10 10 11 13

Figuur 1.

Nibbixwoud, Ganker. Het plangebied ligt binnen de rode cirkel. Eén vierkant op de kaart komt overeen met één vierkante kilometer. De kaart is noordgericht. Bron: Opentopo.nl

Samenvatting In opdracht van BügelHajema Adviseurs bv is door De Steekproef bv een terrein onderzocht aan de Ganker te Nibbixwoud in de gemeente Medemblik. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het geldende bestemmingsplan Dorpskernen IV geldt een archeologische onderzoeksplicht voor grondroerende werkzaamheden die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. In het plangebied zal een supermarkt worden gebouwd met een oppervlakte van vijftienhonderd vierkante meter. Tevens zal de bestaande parkeerplaats worden uitgebreid. Het terrein is nu nog in gebruik parkeerterrein en speelveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het plangebied ligt van oudsher op akker- en weiland tussen De Wijzend en Nibbixwoud, op relatief grote afstand van historische bebouwing. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied hooguit een middelhoge verwachting voor resten van bewoning uit de bronstijd indien in de ondergrond een in de prehistorie bewoonbare rug aanwezig is. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied zes boringen geplaatst in een dichtheid van zes boringen per hectare.

Hierbij is gebruik gemaakt van een guts met een diameter van drie centimeter en een edelmanboor met een diameter van twaalf centimeter. In het plangebied liggen onder een veertig tot tachtig centimeter dik pakket van recent vergraven en/of opgebrachte grond, een afzetting van matig fijn zand die waarschijnlijk inderdaad een inversierug vormt. In geen van de boringen zijn vegetatiehorizonten of vuile lagen waargenomen die op prehistorische bewoning zouden kunnen wijzen. Het naboren tot in de top van het matig fijne zand met een megaboor heeft evenmin relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Selectieadvies (KNA 4.1 VS07) door drs. R. Exaltus, senior KNA-archeoloog/-prospector Tijdens het booronderzoek zijn geen vegetatiehorizonten of anderszins vuile lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoning in de prehistorie. Evenmin zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Tezamen met de gemiddeld tot ruim een meter beneden NAP verstoorde bodem geven de resultaten van het onderzoek derhalve geen directe aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Dit selectieadvies is inmiddels overgenomen door Archeologie West-Friesland met de volgende toevoeging: Het plangebied heeft een omvang van ca. 0,5 ha. De meeste bodemingrepen blijven binnen de geconstateerde geroerde bovengrond.

Alleen de nieuwbouw van de supermarkt en aanleg van kabels en leidingen zal dieper reiken dan de verstoorde bovengrond. Aangezien de omvang van de supermarkt 1500 m2 is, overschrijdt deze de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek niet. Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikels 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Medemblik.

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1 LS01) In opdracht van BügelHajema Adviseurs bv is door De Steekproef bv een terrein onderzocht aan de Ganker te Nibbixwoud in de gemeente Medemblik. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het geldende bestemmingsplan Dorpskernen IV geldt een archeologische onderzoekplicht voor grondroerende werkzaamheden die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. In het plangebied zal een supermarkt worden gebouwd met een oppervlakte van vijftienhonderd vierkante meter. Tevens zal de bestaande parkeerplaats worden uitgebreid. Het plangebied als geheel meet ongeveer vijfduizend vierkante meter. Het terrein is nu nog in gebruik parkeerterrein en speelveld (zie Figuur 2). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het veldonderzoek is het vaststellen van de mate van gaafheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid hierin van archeologische waarden.

Hierbij wordt gekeken naar de bodemopbouw en de mate waarin deze intact is en naar het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals bewerkt en verbrand vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal, bot en houtskool.

Figuur 2.

Nibbixwoud, Ganker. Het plangebied gezien vanaf boorpunt 6 in noordwestelijke richting.

1

1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 4.1 LS02) Het plangebied ligt tussen de Korte Dres en de Ganker in de dorpskern van Nibbixwoud. Het terrein is overwegend in gebruik als speelveld. Het noordelijke deel bestaat uit een parkeerterrein. Het maaiveld ligt op ongeveer een halve meter beneden NAP. Tabel 1.

Nibbixwoud, Ganker. Administratieve gegevens.

Provincie

Noord-Holland

Gemeente

Medemblik

Plaats

Nibbixwoud

Toponiem

Ganker

Centrumcoördinaat plangebied 132,665/522,737 Bevoegde overheid

Gemeente Medemblik

Opdrachtgever

BügelHajema Adviseurs bv

OM-nr.

4872307100

ISSNnr.

1871 - 269X

Steekproef projectcode

2020-07/13

Geomorfologische context

Getij-inversierug

Beheer en plaats documentatie De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

2

Figuur 3.

Nibbixwoud, Ganker. De in het plangebied voorgenomen bouw van een supermarkt met parkeervoorzieningen. Bron: Kees van Hoek Architect.

3

2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het bureauonderzoek zijn opgenomen in de lijst aan het einde van dit rapport. De onderzoeksmethode is afgestemd op het archeologisch beleid van de gemeente Medemblik. Aan de hand van het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor de paragraaf over de fysische geografie zijn kaarten van de bodem, de geologie, geomorfologie en de fysische geografie geraadpleegd, evenals het Actueel Hoogtebestand Nederland. Voor de paragraaf over archeologie is onder andere ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd. In ARCHIS 3 kunnen vondstmeldingen, archeologische terreinen en eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken worden ingezien. Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie (zoeken.cultureelerfgoed.nl). Het bevat een GIS-systeem waarin de archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van historische kaarten en de website topotijdreis.nl (hierop zijn topografische kaarten in te zien).

2.2 Fysische geografie (KNA 4.1 LS04) In de periode na de ijstijden (het Holoceen) smolten de ijskappen en raakte het Noordzeebekken gevuld met water. Vanaf het moment van binnendringen van de zee in West-Nederland begon een natuurlijk proces van ophoging van de bodem door de afzetting van zeezand en zeeklei alsmede door veengroei. Veengroei vond plaats onder invloed van de stijgende grondwaterspiegel. Dit veen dekte vaak het eerder gevormde getijdelandschap af. Dit landschap werd gekenmerkt door wadplaten die voornamelijk uit klei bestaan en kreken waarin en waarlangs voornamelijk zand is afgezet. Deze gordels van zandige afzettingen zijn ruggen gaan vormen waarop in de prehistorie hier en daar bewoning plaatsvond. De processen van sedimentatie van zand en klei en veengroei hielden vanaf 6000 vC min of meer gelijke tred met de doorgaande relatieve zeespiegelstijging. Langs de Noordzeekust ontstonden door golfwerking en zeestromingen strandwallen die zijn opgebouwd uit zand uit het Noordzeebekken. Door de stijging van de zeespiegel schoven de kustlijn en de daarbij behorende strandwallen steeds verder naar het oosten op. Rond 4000 vC veranderde dit en werd de WestNederlandse kust, ondanks de doorgaande relatieve zeespiegelstijging, een aanwaskust. Vanaf die tijd vormden zich jongere strandwallen aan de zeezijde van oudere strandwallen.

Het proces van aangroei van de kust door verbreding van de zone met strandwallen is doorgegaan tot circa 900 AD. Rond die tijd begon een periode met kustafslag, waarbij ook grote delen van het eerder gevormde veenlandschap zijn opgeruimd. Door inbraken vanuit het Zeegat van Bergen veranderde Westfriesland (wederom) in een waddengebied dat tweemaal per etmaal onder water liep. Het plangebied ligt in dit voormalige zeegat. Van groot belang voor het begrip van de landschapsontwikkeling in het plangebied is een nieuw landschappelijk model ontwikkeld (Van Zijverden 2017).

4

In het laat‐neolithicum bestond het landschap uit kreken en kommen. Het gebied werd in deze periode doorsneden door plaatsvaste kreken met duidelijk ontwikkelde oevers die werden geflankeerd door overslaggronden. De kreekoevers van de geulsystemen in hun eindfase zijn met uitzondering van extreem hoogwater gedurende het hele jaar exploiteerbaar geweest. Met name de hoger opgeslibde geulen van het Hauwert laagcomplex Laag B en C, werden in het laat-neolithicum bewoond. In de top van de langs de kreken gevormde oevers zijn dan ook vegetatie-horizonten gevormd. Deze liggen doorgaans rond 2,5 meter beneden NAP. De kreken doorsneden in deze periode grote natte komgebieden die vrijwel het hele jaar onder water stonden. In deze kommen groeide plaatselijk riet en is onder water klei afgezet. Deze “rietkommen” worden nu teruggevonden als dunne veenlaagjes en matig gerijpte klei met liggend blad van riet. Het plangebied ligt op een getij-inversierug die gedurende het neolithicum nog open water vormde. Op de overgang van het laat‐neolithicum naar de bronstijd vond een gebeurtenis plaats waarbij de verbinding met het Vecht‐bassin verloren ging. Door de verkleining van het bassin ontstond een vloed gedomineerde delta in oostelijk West‐ Friesland en een eb gedomineerde delta in westelijk West‐Friesland.

In de midden‐ bronstijd B bestond oostelijk West‐Friesland uit een volledig verzoet voormalig kwelderlandschap waarin geen sedimentatie meer optrad, terwijl westelijk West‐ Friesland nog steeds een open estuarium vormde met een geringe mate van sedimentatie. In de late bronstijd trad opnieuw een belangrijke verandering op. Het Zeegat van Bergen sloot zich, waardoor in de voormalige eb gedomineerde delta veengroei kon gaan plaatsvinden. Op basis van enkele waarnemingen van hoogveen verspreid over West-Friesland wordt over het algemeen aangenomen dat er sprake is geweest van een volledige hoogveenbedekking. Over deze hoogveenbedekking bestaat echter nog de nodige discussie, zowel over de verspreiding als de oorzaak van veenvorming. Aan de randen van dit uitgestrekte veengebied kon plaatselijk nog gewoond en geakkerd worden in de ijzertijd. De bodems bestaan uit kalkrijke leek- en woudeerdgronden of uit kalkarme poldervaaggronden. Beide zijn ontstaan in lichte zavel. De poldervaaggronden worden gekenmerkt door beginnende bodemvorming die overwegend bestaat uit rijping, ontkalking en ondiepe oxidatie. De leek- en woudeerdgronden worden gekenmerkt door een gerijpte bodem met in de top daarvan een donkere laag van respectievelijk vijftien tot dertig en dertig tot vijftig centimeter dikte.

Aangenomen wordt dat deze is ontstaan door de opname van voormalige veenbedekking in de bewerkte toplaag.

5

Figuur 4.

Nibbixwoud, Ganker. Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart met rood omlijnd het plangebied.

2.3 Archeologie (KNA 4.1 LS01, LS04) Volgens de gemeentelijke beleidskaart (zie Figuur 4) ligt het plangebied in een zone waarin archeologisch onderzoek vereist is bij bodemingrepen die groter zijn dan 2500 vierkante meter. In het plangebied liggen volgens het Archeologisch informatiesysteem Archis geen bekende archeologische vindplaatsen. Ongeveer tweehonderd meter ten zuidoosten van het plangebied ligt zaaknummer 3301432100. Hier is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij een sporenniveau uit de middeleeuwen is aangetroffen. Het gaat om ontginningssporen en niet om sporen van bewoning. Sporen uit de prehistorie ontbreken volledig. Respectievelijk honderd en honderdvijftig meter ten zuidwesten van het plangebied liggen de zaaknummers 2789385100 en 2789393100. Hier zijn tijdens een oppervlaktekartering aardewerkscherven uit de late middeleeuwen gevonden. Tweehonderd meter ten noordwesten van het plangebied ligt zaaknummer 2789360100. Ook hier zijn tijdens een oppervlaktekartering aardewerkscherven uit de late middeleeuwen aangetroffen. Zaaknummer 3985422100 tenslotte, betreft een door Archeologie West-Friesland in 2016 verricht booronderzoek op een terrein waarvoor op basis van het bureauonderzoek een hoge archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit de bronstijd. Het is waarschijnlijk dat bewoningsresten dicht onder het maaiveld liggen.

Door het ontbreken van een duidelijke vondstlaag is het in

6

West-Friesland niet mogelijk om nederzettingsterreinen uit de bronstijd op te sporen aan de hand van boringen. Voornaamste doel van het verkennend booronderzoek was het vaststellen van de mate van verstoring in het plangebied. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het zuidelijke terrein vrij diep verstoord is geraakt. Onder de verstoring is in de meeste gevallen een afgetopt zandpakket aanwezig dat te relateren is aan de getijdengeul die in het plangebied heeft gelegen. Omdat archeologische resten dicht onder het maaiveld worden verwacht, zullen deze grotendeels zijn verdwenen bij de aanleg van de zuidelijke sportvelden. De hoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie kan voor het plangebied ten zuiden van Het Woud naar beneden worden bijgesteld. Het noordelijke terrein is een stuk minder diep verstoord. Ook hier is een afgetopt bodemprofiel bestaande uit zandafzettingen gevonden. Op basis van het verkennend booronderzoek kan de hoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie in het noordelijk deel van het plangebied worden gehandhaafd. Ongeveer een halve kilometer ten noordwesten van het plangebied is een proefslevenonderzoek uitgevoerd door Archeologie West-Friesland (zaaknummer 4011179100). Hierbij is op het noordelijke sportveld van het SEW-terrein een beperkt aantal sporen uit de bronstijd, middeleeuwen en (met name) de nieuwe tijd aangetroffen.

De sporen lagen vrij dicht onder het maaiveld en zijn daardoor sterk afgetopt bij de aanleg van de sportvelden. De aangetroffen resten bleken onvoldoende om vervolgonderzoek te adviseren.

Figuur 5.

Nibbixwoud, Ganker. Uitsnede uit de Archis-kaart. Het plangebied wordt gevormd door zaaknummer 4872307100. De groene, genummerde punten zijn bekende vindplaatsen. De overige omlijnde terreinen zijn eerder gemelde onderzoeksgebieden.

7

2.4 Historische geografie (KNA 4.1 LS03) Het plangebied ligt van oudsher ten westen van de verbindingsweg van de bebouwing van De Wijzend naar die van Nibbixwoud dat voor het eerst in historische bronnen genoemd wordt in 1311 in een rekening van door de Baljuw van Medemblik geïnde boeten. In de nabijheid van het plangebied was geen bebouwing aanwezig. De latere bebouwing dateert uit de tweede helft van de twintigste eeuw. In deze periode is op het noordelijke helft van het plangebied een basisschool gebouwd die nog is afgebeeld op de topografische kaart uit 2010 (zie Figuur 6). Deze school is inmiddels gesloopt.

Figuur 6.

Nibbixwoud, Ganker. Het plangebied (binnen het rode kader) op uitsneden uit de topografische kaarten uit 1879 (boven) en 2010 (onder).

8

2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1 LS05) Het plangebied ligt op een getij-inversierug op ongeveer een halve meter beneden NAP. Gedurende het neolithicum lag ter plaatse van het plangebied nog open water. Langs de flanken van de getij-inversierug kan een potentieel bewoonbaar niveau aanwezig zijn uit het laat-neolithicum. In voorgaande perioden was het landschap ongeschikt voor bewoning. In de bronstijd werden de relatief hooggelegen ruggen gebruikt voor bewoning en akkerbouw en vond op de aangrenzende, lagergelegen zones veeteelt plaats. Na de bronstijd werd het landschap wederom ongeschikt voor bewoning. Pas in de middeleeuwen is het landschap hier weer in (agrarisch) gebruik genomen. Uit deze periode zullen in het plangebied hooguit resten van sloten en ontginningsgreppels aanwezig zijn. Indien in de ondergrond bewoonbare ruggen aanwezig zijn, kunnen hierop bewoningsresten uit de bronstijd voorkomen. Gedurende voor bewoning geschikte perioden ontstaan veelal vegetatie-horizonten. Deze kunnen gekoppeld zijn aan vondstlagen die bestaan uit iets donkerder gekleurde lagen van zandige afzettingen en/of gerijpte klei met daarin houtskool, verbrand bot, vuursteen en aardewerk en dergelijke. De kans op de aanwezigheid van dergelijke resten is echter hooguit middelhoog.

Om de bovengenoemde archeologische verwachting te toetsen is een inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) uitgevoerd. Dit wordt beschreven in Hoofdstuk 3.

9

3. Veldonderzoek 3.1 Aanpak (KNA 4.1 VS01, VS08) Over het 0,5 hectare grote plangebied zijn zes boorpunten verdeeld in twee noordoost-zuidwest gerichte boorraaien (zie Figuur 7). Hierdoor is een boordichtheid ontstaan van twaalf boringen per hectare. Op deze manier voldoet de toegepaste boordichtheid als verkennend boornetwerk om vast te stellen of in het plangebied inderdaad een in de prehistorie bewoonbare rug aanwezig is en vanaf welke diepte archeologische sporen aanwezig kunnen zijn. Alle boringen zijn geplaatst met een guts met een diameter van drie centimeter en zijn tenminste doorgezet tot anderhalve meter beneden het maaiveld. Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald.

Figuur 7.

Nibbixwoud, Ganker. Boorpuntenkaart met daarop de genummerde boringen. Bron: Klic-melding.

10

3.2 Resultaten veldonderzoek (KNA 4.1 VS02, VS03) Op 6 juli 2020 zijn zes boringen uitgevoerd. De ligging van de boorpunten is weergegeven in Figuur 7. De resultaten van het booronderzoek zijn afgebeeld in Figuur 9 en beschreven in Appendix II. Het reliëf in het plangebied varieert van 0,23 meter beneden NAP op boorpunt 2 tot 0,6 meter beneden NAP op boorpunt 6. De relatief hoge ligging van boorpunt 2 is het gevolg van de ligging op een aangebracht heuveltje op het speelveld. Bovenin deze boring is dan ook een bijna veertig centimeter dik pakket opgebracht zand aangetroffen. Bovenin alle overige boringen ligt een pakket recent vergraven klei en zand dat vermengd is met humus en zeer moderne insluitsels zoals vensterglas, moderne metaalresten en zelfs plastic. Het ontstaan van dit pakket is waarschijnlijk het gevolg van de inrichting tot speelveld en de bouw en sloop van de voormalige school. De dikte van deze moderne toplaag loopt uiteen van ruim vijftien centimeter op boorpunt 2 tot tachtig centimeter op boorpunt 4. Deze moderne toplaag gaat vervolgens op de boorpunten 2 tot en met 6 over in een pakket matig fijn zand met daarin enkele dunne kleilaagjes. Op de boorpunten 2 tot en met 5 loopt dit pakket door tot onderin de boringen (tot 2,2 meter beneden NAP op boorpunt 2). Op boorpunt 1 is direct onder de moderne toplaag ondoordringbaar puin aangetroffen.

Dit is waarschijnlijk een overblijfsel van de schoolgebouwen die hier tot voor kort stonden. In boring 6 loopt het pakket matig fijn zand door tot 0,75 meter beneden het maaiveld. Hieronder is een door zandlaagjes onderbroken kleipakket aanwezig. Op het scheidsvlak van deze beide lagen is een brok van elders aangevoerd veen waargenomen (zie Figuur 8). In geen van de boringen zijn onder de moderne toplaag vegetatiehorizonten of anderszins vuile lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoning in de prehistorie.

Figuur 8.

Nibbixwoud, Ganker. Het veenbrok dat in boring 6 tussen het pakket klei (links) en het pakket zand (rechts) is aangetroffen.

Op alle boorpunten is tot in de top van het matig fijne zand nageboord met een edelmanboor met een diameter van twaalf centimeter. Het zorgvuldig doorzoeken van het hierbij opgeboorde materiaal heeft slechts enkele zeer moderne glas- en metaalresten opgeleverd die afkomstig zijn uit de bouwvoor. Relevante archeologische indicatoren die op archeologische sporen (anders dan brandlaagjes) zouden kunnen wijzen, ontbreken echter volledig. Om deze redenen is het KNA-onderdeel Waardestelling in dit rapport niet nader uitgewerkt.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=45cf1582-0692-4d4a-bb7c-cb1f181da401