CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 juli 2021, gemeente Medemblik28.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

 

Dat dit scenario veel kansen biedt om elkaar in het onderwijs te versterken. Dat de fysieke afstand tussen de scholier en school niet per sé een obstakel hoeft te zijn.

Wat zijn de nadelen van scenario B?  Dat in dit scenario onderwijs waarschijnlijk grootschaliger wordt geregeld.

Het wenselijke van dit scenario is dat de nadruk ligt op het samenwerken, zoals de verbinding met elkaar zoeken en het leren van elkaar. Dit zou kunnen plaatsvinden in een breed integraaljeugdcentrum waar de leeftijden van 0 t/m 18 jaar samenkomen. Verder biedt dit scenario veel kansen om elkaar te versterken. Dit geldt bijvoorbeeld voor kleine scholen die normaal gesproken zelf de financiën moeten regelen. In deze situatie kun je veel meer met elkaar doen, waardoor de lasten minder zwaar worden. Ook kun je de panden en ruimtes samen zo efficiënt mogelijk benutten. Een nadeel is echter dat het onderwijs steeds grootschaliger wordt georganiseerd, en dat is niet wenselijk voor de kinderen uit het basisonderwijs. Voor hen kan een groot gebouw een “afschrikwekkende” functie hebben. In dit scenario zullen scholen meer gecentraliseerd zijn in de grotere kernen, waardoor scholieren uit bepaalde kernen verder zullen moeten reizen. Maar de fysieke afstand tussen de scholier en het onderwijs speelt een steeds minder belangrijke rol.

Digitalisering en de coronapandemie hebben laten zien dat het goed mogelijk is om allerlei activiteiten ook online te laten plaatsvinden.

Wat zijn de voordelen van scenario C?

Dat er in dit scenario veel ruimte is voor het onderwijs om zelf te

ondernemen.

Wat zijn de nadelen van scenario C? 

Dat commerciële partijen niet altijd continuïteit en duurzaamheid in hun gedachten zullen hebben.

Dat het een groot risico kan zijn om het volledige eigenaarschap van de accommodaties te geven aan de inwoners; dit kan leiden tot conflicten.

Dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de verschillende dorpsculturen, wanneer het gaat om de centralisatie van de accommodaties.

De deelnemers vinden het zeer wenselijk dat er in dit scenario veel ruimte is voor het onderwijs om zelf initiatieven te nemen. Een belangrijk initiatief zou bijvoorbeeld cocreatie kunnen zijn. Met co-creatie kan de samenwerking aan worden gegaan tussen het onderwijs en bijvoorbeeld de sportsector om zo de leefbaarheid binnen een kern te versterken. Een groot nadeel is dat verschillende commerciële partijen zullen opduiken. Zij hebben namelijk winstgevende belangen. Ook vragen de deelnemers zich af in hoeverre de gemeenschap eigenaarschap aan kan. Er kan hierdoor verschraling van accommodaties optreden. Het moet namelijk niet zo zijn dat wie het hardst roept en de meeste leden heeft alles voor elkaar kan krijgen. Hierdoor kunnen ook de onderlinge spanningen oplopen, wat niet goed is voor de saamhorigheid binnen een kern. Verder kan dit onderlinge “gevecht” ten koste gaan van de wat kleinere accommodaties. Ook moet er rekening worden gehouden met het feit dat de ene kern initiatiefrijker is dan de ander kern. De deelnemers vragen zich verder af of de kernen zelf wel klaar zijn voor centralisatie van de accommodaties. Dit hangt namelijk af van de specifieke dorpscultuur, en moet dus per kern bekeken worden.

Het zou bijvoorbeeld voor de inwoners in kleine kernen niet wenselijk zijn als bepaalde lokale sportvoorzieningen zich zouden voegen bij een soortgelijke vereniging in een grote kern; de cultuur is te verschillend. Het is

daarom belangrijk dat de gemeente niet alles loslaat, en wel bepaalde kaders opstelt om zo het aanbod en de kwaliteit van de accommodaties te waarborgen. De deelnemers geven aan dat het belangrijk is dat de gemeente naar de inwoners luistert en hun initiatieven serieus neemt. Tegelijkertijd moet de gemeente beseffen dat de inwoners niet altijd neutraal zijn en vaak handelen vanuit hun eigen belang. De gemeente moet daarom als neutrale katalysator de leiding nemen, en de initiatieven niet volledig overlaten aan de inwoners zelf. Wat zijn de voordelen van scenario D? 

Dat de inwoners een kernbudget krijgen om zelf te beslissen over de accommodaties binnen de kern.

Wat zijn de nadelen van scenario D? 

Dat het kernbudget kan leiden tot onderlinge strijd.

Dat dit scenario kan leiden tot verdunning, waardoor de kwaliteit van de accommodaties onder druk kan komen te staan.

Het is voor de deelnemers wenselijk dat inwoners van een kern een budget krijgen toegewezen voor de accommodaties. Maar ze vragen zich wel af of het kernbudget geoormerkt is. Moet het naar een bepaalde accommodatie gaan, of zijn de inwoners vrij om te bepalen waar het geld naartoe gaat? Als de inwoners helemaal vrij zijn in het bepalen waar het budget naartoe gaat, kan dit leiden tot onderlinge strijd. Het zou daarom wenselijker zijn als het toegewezen kernbudget bestaat uit een geoormerkt basisbudget en een vrij besteedbaar budget. Een ander nadeel van het toegewezen kernbudget is dat het kan leiden tot verdunning en kwaliteitsvermindering van sommige accommodaties. De kwaliteit van de accommodaties die een budget krijgen zal beter worden. Maar wat gebeurt er met de accommodaties die geen budget krijgen? Er moeten dus wel randvoorwaarden worden opgesteld door de gemeente voor het kernbudget, zodat het aanbod en de kwaliteit van de accommodaties in stand blijft. Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun aanbevelingen waren aan het gemeentebestuur. Wat voor advies zouden de

deelnemers aan het gemeentebestuur van Medemblik willen geven? Welke richting zou de gemeente moeten kiezen? Het is voor de deelnemers belangrijk dat er wordt samengewerkt tussen de inwoners, het onderwijs en de gemeente. Het onderwijs en de gemeente zouden bijvoorbeeld samen met de jeugd maatschappelijke initiatieven kunnen ontplooien. Of het nu gaat om de samenwerking, accommodatie of de cultuur: kwaliteit moet voorop staan. Een van de deelnemers is van mening dat er een duidelijk doel en visie moeten worden geformuleerd door de gemeente, aangezien de huidige visie van de gemeente – het in standhouden van de leefbaarheid van de kernen – te simplistisch is om als basis te dienen voor het accommodatiebeleid. Dit hangt onder andere samen met de cultuur van een kern, de kwaliteit van gebouwen en het eigenaarschap. Het doet daarom geen recht aan de diversiteit van de vraagstukken om het allemaal te scharen onder het label ‘leefbaarheid’. Het advies zou daarom zijn om een visie voor de gehele gemeente op te stellen en dan pas een lange termijn accommodatiebeleid. Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Lars Beenen: directeur S.G. De Dijk

Sjaak Beentjes: huisvestingsmanager Stichting Allure

Odette Meskers: bestuurslid Stichting Allure

Leo Wijker: voorzitter College van Bestuur SKO

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit (wethouder)

Ambtelijke ondersteuning 

Stephan van Beek (verslag)

Monique Burger: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Marcel Leenders: beleidsadviseur onderwijshuisvesting gemeente Medemblik

Jan Nekkers (moderatie gesprek)

Tomas Rongen: projectleider LTA

Verslag sportverenigingen 31 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties zijn de scenario’s één voor één besproken. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit scenario?

In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun voorkeursscenario was. En waarom dit – indien van toepassing - afwijkt van het voorkeursscenario van de inwoners. Workshop eerste deel Wat zijn de voordelen van scenario A? 

Dat er accommodaties blijven bestaan in elke kern

Wat zijn de nadelen van scenario A? 

Dat in dit scenario vele voorzieningen zullen verdwijnen in de kleine kernen.

Dat het groepsgevoel binnen verengingen in kleine kernen zal verdwijnen wanneer de verenigingen op zullen gaan in grotere verenigingen door samenwerkingsverbanden.

Dat wanneer de eigenaarschap volledig bij de gemeente ligt, de kosten omhoog zullen gaan.

Dat in dit scenario de accommodaties te afhankelijk zijn van de gemeente

De deelnemers vinden het wenselijk dat er in elke kern basisaccommodaties, zoals scholen blijven bestaan. Maar tegelijkertijd realiseren ze zich dat vele voorzieningen zoals sport accommodaties verdwijnen in de kleine dorpen: dit is zeer onwenselijk. Het is voor elke kern belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenschappelijke voorzieningen in stand worden gehouden. Ook maken sommige deelnemers zich zorgen over de bestaande dorpscultuur van de sportverenigingen in de kleine kernen. Die cultuur zal verdwijnen wanneer zij moeten opgaan in een grote vereniging, want ze moeten zich immers aanpassen aan een andere cultuur. Tevens maken de deelnemers zich zorgen over het eigenaarschap. Wanneer het eigenaarschap volledig bij de gemeente ligt, zullen de kosten om de accommodatie in stand te houden hoog zijn. Als de verenigingen zelf

eigenaar zijn van de accommodaties, zullen de kosten lager zijn, want zij maken gebruik van vrijwilligers. Verder vinden de deelnemers dat in dit scenario de accommodaties te afhankelijk zijn van de gemeente. Daardoor kunnen de verenigingen weinig zelf bepalen. Wat zijn de voordelen van scenario B?  Dat er door de gemeente geld in de accommodaties wordt gestoken. 

Dat er in dit scenario sprake is van een hechte samenwerking.

Wat zijn de nadelen van scenario B?  Dat sommige accommodaties zullen verdwijnen in vooral de kleine kernen. 

Dat de verwachting is dat de kleine kernen spookdorpen zullen worden; er komen geen nieuwe gezinnen bij.

Dat de onderlinge competitie tussen de grote en kleine kernen zal verdwijnen.

Dat er veel verkeerbewegingen zullen ontstaan; dit is niet duurzaam.

De deelnemers vinden het goed dat in dit scenario hecht wordt samengewerkt tussen de inwoners, gemeente en accommodaties. Ook vinden de deelnemers het wenselijk dat de gemeente investeert in een kwalitatief hoog voorzieningsniveau van de accommodaties. Dit scenario pakt echter zeer slecht uit voor de kleine kernen. De accommodaties zijn in dit scenario kernoverstijgend, en zijn gecentreerd in de grote kernen. In de kleine kernen blijft er vrijwel niets over aan voorzieningen: het worden spookdorpen met alleen maar ouderen. Ook zal de onderlinge competitie tussen de grote en kleine kernen verdwijnen: de kleine verenigingen hebben immers geen accommodaties meer. Wel zal de verkeersbeweging toenemen – de inwoners uit de kleine kernen zullen immers moeten reizen naar een grote kern voor de accommodaties. En meer autoverkeer is niet milieuvriendelijk.

Wat zijn de voordelen van scenario C?

Dat er in de kernen vrijwilligers zijn om samen de accommodatie te

onderhouden.

Wat zijn de nadelen van scenario C?

Dat het onduidelijk is in dit scenario waar de financiering van de accommodaties vandaan komt.

Dat het onduidelijk is welke accommodatie de gemeente wel gaat ondersteunen, en welke niet.

 

Dat dit scenario voor de kleine kernen ongunstig is.

Dat in dit scenario de scholen in de kleine kernen zullen verdwijnen, waardoor de leefbaarheid binnen de kleine kernen zal verdwijnen.

Het voordeel van dit scenario is dat de grote vereniging in de kern draaiende wordt gehouden door vrijwilligers, waardoor de vereniging als “eigen” voelt. De kleine vereniging ervaart dit echter als een nadeel, want zij hebben maar weinig leden. Een ander nadeel is dat in dit scenario waarschijnlijk de scholen verdwijnen in de kleine kernen, wat nadelig is voor de leefbaarheid. Verder is het in dit scenario onduidelijk waar de financiering van de accommodaties vandaan komt. Het is onduidelijk welke accommodaties precies worden gesteund door de gemeente, en welke niet. Het zou zomaar kunnen dat een gemeente een initiatief voor een nieuwe voorziening in een kern niet financieel gaat ondersteunen, omdat in een nabijgelegen kern de voorziening al bestaat.

Wat zijn de voordelen van scenario D? 

Dat je zelf kan bepalen als kern waar het budget naar toegaat.

Wat zijn de nadelen van scenario D? 

Dat het toegewezen kernbudget kan leiden tot onderlinge “gevechten”; de club met de meeste leden zal waarschijnlijk bepalen; kleine verenigingen zullen hierdoor het onderspit moeten delven.

Dat het in dit scenario onduidelijk is hoe het zit met de onderhoudskosten – is het kernbudget hoog genoeg om deze kosten te dekken?

Dat in dit scenario elke vier jaar een stemming is. Het is beter om de gemeente te laten bepalen wie het kernbudget krijgt.

Dat er onvoldoende wordt rekening gehouden met het feit dat de meeste investeringen op lange termijn worden gedaan.

Het voordeel van dit scenario is dat je als inwoners binnen een kern zelf kan bepalen naar welke accommodatie het budget gaat. Maar dit kan tegelijkertijd ook een nadeel

zijn. De grote verengingen kunnen met hun grote ledenaantal meer invloed uitoefenen, wat ten koste kan gaan van de kleine verenigingen. Dit kan leiden tot onderlinge spanningen wat de saamhorigheid niet ten goede komt. De stemming is dus nadelig voor de kleine vereniging. Voor hen is beter als de gemeente bepaalt waar het budget heengaat. Verder is het onduidelijk wat er in dit scenario gaat gebeuren met de onderhoudskosten van een accommodatie. Is het toegewezen kernbudget wel genoeg om deze kosten te dekken? Ook wordt er onvoldoende rekening gehouden met het feit dat investeringen voor accommodaties meestal worden gedaan voor een lange termijn. Het is daarom lastig dat de stemming over het kernbudget elke vier jaar plaatsvindt. Het korte termijn denken zal dan prevaleren, wat de kwaliteit van de voorziening niet altijd ten goede komt. Verder vragen de deelnemers zich af waarom het bedrag voor het kernbudget gebaseerd is op het aantal inwoners binnen een kern. Dit is namelijk nadelig voor de kleine kernen met weinig inwoners.

Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun voorkeursscenario was, en waarom dit – indien van toepassing – afwijkt van het voorkeursscenario van de inwoners. Geen van de deelnemers kon zich in een van de vier toekomstscenario’s vinden. De deelnemers vinden geen van de scenario’s passen bij het beeld dat zij voor ogen hebben voor de accommodaties. Gevraagd naar hun eigen voorkeursscenario benadrukken zij dat het belangrijk is om de kleine kernen leefbaar te houden. Daarnaast moeten gemeenschappelijke voorzieningen zoals scholen en sportverenigingen aanwezig zijn in elke kern. Een aantal aparte voorzieningen, zoals een strandclub, kunnen eventueel kernoverstijgend zijn, maar de basisvoorzieningen moeten in stand worden gehouden. Verder vinden sommige deelnemers dat de gemeente het huidige accommodatiebeleid gewoon moet voortzetten. Wel moet de gemeente meer geld investeren in de accommodaties, zodat ze blijven voortbestaan.

Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Piet Aker: namens handbalvereniging Quick

Hein Boon: bestuurder van Cecentor

Eelco Groen: voorzitter voetbalvereniging Hauwert ‘65

Bart Groot: voorzitter handbalvereniging Hauwert

John Groot: vergadering aan het begin verlaten

Rob Groot: penningmeester voetbalvereniging Hauwert ‘65

Peter Koopman: voorzitter zaalvoetbalvereniging Nieuweboer Architecten.

Erik Kooster: Bestuurder van Cecentor

Maurice Kroon: vice-voorzitter voetbalvereniging S.E.W. Nibbixwoud

Maartje Romein: interim-voorzitter handbalvereniging Quick.

Sjaak Ros: voorzitter voetbalvereniging A.L.C. Abbekerk

Adri Schouten: voorzitter voetbalvereniging S.E.W. Nibbixwoud

Cees Sierkstra: voorzitter voetbalvereniging RKVV Zwaagdijk

Niels Velthorst: secretaris voetbalvereniging Hauwert ‘65

Guy Wakelkamp: voorzitter voetbalvereniging MOC

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit wethouder Gemeente Medemblik

Tom Beerepoot: gemeente raadslid VVD Medemblik

Selma Cool: voorzitter dorpsraad Hauwert

Gerben Gringhuis: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Ria Manshanden: gemeenteraadslid Groenlinks Medembik

Piet Mosch: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Roelandt Paarlberg: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Luiten Plekker: gemeenteraadslid Gemeente Belangen, Medemblik

Saskia Schouten: gemeenteraadslid CDA Medemblik

Claudia Selders: gemeenteraadslid CDA, toehoorder

Ambtelijke ondersteuning 

Tomas Rongen: projectleider LTA

Martijn Scholten: beleidsadviseur sport gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Jan Nekkers Futureconsult (moderatie gesprek)

Stephan van Beek, Futureconsult (verslag)

1 06 Beantwoording Commissievragen GB raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer Zaaknummer Naam commissielid Fractie Onderwerp

Z-20-133065 G. Gringhuis GemeenteBelangen Commissievragen GemeenteBelangen raadscie. 28-6 agendapunt 5.1 Bespreeknotitie LTA Datum waarop de vraag is gesteld 23 juni 2021 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling

1.

Er wordt aangegeven dat dorpsraden geïnformeerd zijn. Naar wij weten is er een bijeenkomst geweest met de dorpsraden. Zijn hiervan notulen beschikbaar voor onze beeldvorming.

antwoord

Hiervan zijn notulen beschikbaar en tevens gedeeld met de kernraden. Deze worden met u als raad gedeeld (bij de commissiestukken gevoegd).

2.

Het traject met de belanghebbenden had een adviserend karakter. Wat is uiteindelijk het samenvattende advies van hen?

Antwoord

De belanghebbenden hebben een diversiteit in adviezen gegeven. Deze diversiteit zorgt ervoor dat er geen sprake is van een eenduidig advies. De uitkomsten zijn met de raad gedeeld en in de bespreeknotitie is een beschouwende tekst opgenomen. Op deze manier denken wij het meeste recht te doen aan de inbreng vanuit de participatie van de belanghebbenden.

3.

In de notitie staat benoemd dat we in 2024 350.000 euro tekort hebben en in 2040 hebben we een tekort van 1.700.000 tekort. Graag ontvangen we meer inzicht hierin. Zou dit tekort onderverdeeld kunnen worden in de volgende categorieën? wettelijke taken: onderwijs, gymzalen en consultatiebureaus sport en bewegen dorpshuizen en MFA’s zwembaden jeugdcentra

Antwoord

Het financiële plaatje is een update van de raadsvergadering van februari 2020. Tijdens die berekening is geen rekening gehouden met de bovenstaande categorisering. Om deze vraag te beantwoorden is meer tijd nodig. Wij komen op een later moment terug bij de commissie met de beantwoording.

4.

In de bespreeknotitie worden kosten geraamd van 145.000 euro per jaar voor de komende 2 jaren. Waar is dit bedrag op gebaseerd?

Antwoord

Dit bedrag is gebaseerd op de voorgestelde vervolgaanpak nadat het beleid is vastgesteld. Hiervoor is budget nodig voor de benodigde capaciteit, onderzoeken en kosten voor de participatieve aanpak. De raad beslist hierover tijdens de begrotingsvergadering.

1 07 ARCHIEF DOC-21-388461 - Bijlage Verslagen workshops maatschappelijke organisaties LTA.pdf

Oplegger verslaglegging workshops Hieronder volgt de verslaglegging van de workshops met de direct betrokken maatschappelijke organisaties voor het lange termijn accommodatiebeleid(LTA). Na de inwonerenquête zijn de workshops de tweede en tevens laatste stap, in het door de raad vastgestelde, participatieproces van het LTA. Nu wordt zorgvuldig het overzicht gecreëerd uit de verzamelde input bestaande uit verscheidenheid uit meningen, argumenten en standpunten zijn gedeeld. Vanuit de maatschappelijke doelstellingen en financieel kader wordt in een bespreeknotitie dillema’s van LTA gedeeld met de raad. Het participatietraject tezamen met het proces in de raad zorgt voor een lange termijn accommodatiebeleid wat eind 2021 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden.

Lange Termijn Accommodatiebeleid gemeente Medemblik Bundeling van de verslagen van de workshops in maart

Inhoud Aanleiding................................................................................................................................................2 Opzet van het traject...........................................................................................................................2 Maatschappelijke organisaties betrekken ter advisering........................................................................5 Samenvatting gespreksverslagen workshops..........................................................................................7 Verslag Zwembadbesturen 16 maart 2021 .............................................................................................9 Verslag Besturen van jeugd- en jongerenorganisaties 22 maart 2021..................................................14 Verslag kinderopvang en consultatiebureaus 23 maart 2021...............................................................19 Verslag sportverenigingen 24 maart 2021 ............................................................................................24 Verslag MFA’s, dorpshuizen en sporthallen 30 maart 2021..................................................................29 Verslag schoolbestuurders 31 maart 2021............................................................................................35 Verslag sportverenigingen 31 maart 2021

............................................................................................40

Aanleiding Wethouder Joset Fit heet de deelnemers welkom. De gemeente Medemblik is bezig een lange termijn accommodatiebeleid op te stellen. De gemeenteraad heeft op 17 december 2020 opdracht gegeven dit lange termijn accommodatiebeleid vorm te geven met participatie van inwoners en van maatschappelijke organisaties. Accommodaties (zoals buitensport, sporthallen, dorpshuizen, scholen, kinderopvang en jongerencentra) zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de kernen. Maar er wacht komende jaren een forse financiële uitdaging op het gebied van accommodaties. Bij ongewijzigde voortzetting van het huidige beleid ontstaan in de toekomst structurele tekorten, zoals blijkt uit de onderstaande prognose.1

Het verschil tussen de oranje en blauwe lijn geeft het financieel tekort weer als we doorgaan met het huidige accommodatiebeleid. Dit is het gevolg van dat er geen overkoepelend beleid was. Het gevolg daarvan is dat de gemeente investeringen heeft gedaan om aan de wensen van de inwoners te voldoen maar daarbij niet de lange termijn investeringen in de begroting is opgenomen. Daarom moet het nieuwe lange termijn accommodatiebeleid de kaders bieden om keuzes te maken zodat de structurele lasten verlaagd worden en we ruim onder de blauwe lijn eindigen.

1 De onderstaande prognose is gedeeld met de gemeenteraad op februari 2020. Destijds was de scope van het

accommodatiebeleid: MFA’s , jeugdgebouwen, gemeentehuis, scholen, kerken , zwembaden en bandweerkazerne.

Opzet van het traject Om tot een lange termijn accommodatiebeleid te komen, heeft de gemeenteraad het volgende traject vastgesteld. Eerst is onderzocht wat de meest impactrijke keuzes zijn die voorliggen als het gaat om de accommodaties in Medemblik. Die afwegingsrichtingen betreffen: 

de verdeling van de accommodaties over de kernen, variërend van een gelijkmatige verdeling over alle kernen tot kernoverstijgende accommodaties

het beleggen van het eigenaarschap: ligt dat bij de gemeente of bij de verenigingen, stichtingen en commerciële organisaties? De rol van de gemeente, variërend van een actieve rol tot een terughoudende rol.

Op basis van deze afwegingsrichtingen zijn vier mogelijke toekomstscenario’s opgesteld die elk laten zien welk eindbeeld in het horizonjaar 2040 ontstaat als de afwegingsrichtingen

consequent

worden

uitgevoerd.

Daarmee

laten

de

toekomstscenario’s als het ware ‘de uiterste hoeken van de kamer’ zien. actieve rol gemeente

het assenkruis

Sober en doelmatig

Verdeling over de gemeente

rol

Actief op zoek naar kwaliteit

Kernover stijgend

focus

De kernen aan zet met een eigen kernbudget

Een rijk palet met de samenlevin g aan zet

terughoudende rol gemeente

Deze scenario’s zijn voorgelegd aan de inwoners ter raadpleging. In februari hebben alle inwoners van 15 jaar en ouder een digitale enquête ontvangen over het lange termijn

accommodatiebeleid.

Zij

konden

digitaal

aangeven

hoe

zij

de

toekomstscenario’s in volgorde van voorkeur wilden plaatsen. Ook werd gevraagd hoe tevreden zij zijn met de bestaande accommodaties en welk gebruik zij daarvan maken.

In totaal hebben 2.978 inwoners de enquêtes ingevuld, dat is een respons van 8%. De uitslag van de enquête is als volgt:

Uit de uitslagen blijkt dat inwoners van Medemblik hun voorkeuren redelijk gespreid over de toekomstscenario’s hebben verdeeld. Het scenario dat de lichte voorkeur heeft is scenario D waarin het kernbudget centraal staat. Op de tweede plaats van voorkeur komt scenario A waarin accommodaties zoveel mogelijk in de eigen kern zijn gesitueerd. Eerste duiding van de uitslag: 

Inwoners hebben een voorkeur voor accommodaties in de nabijheid van de kern.

Omdat inwoners een voorkeur voor zowel scenario A als D hebben kan geconcludeerd worden dat de wijze van exploitatie (uitbesteding aan de samenleving, of in eigen beheer van de gemeente) minder van belang is.

Uit de antwoorden over gebruik van en tevredenheid over de accommodaties blijkt dat inwoners van Medemblik relatief tevreden zijn over de huidige accommodaties.

De vragen die zijn gesteld over de aanpak, uitkomsten en representativiteit van de enquête, het proces en de presentaties zijn/worden beantwoord door de wethouder, projectleider en ambtelijke vertegenwoordigers.

Maatschappelijke organisaties betrekken ter advisering Na de raadpleging van de inwoners is de volgende stap in het participatietraject om de maatschappelijke organisaties hierbij te betrekken. Op 16, 22, 23, 24, 30 maart en 31 maart 2021 werden zeven workshops gehouden over het Lange Termijn Accommodatiebeleid van Medemblik. Voor de workshops werden verschillende maatschappelijke organisatiesgroepen uitgenodigd: 

Op 16 maart met de besturen van zwembaden

Op 22 maart met de besturen van jeugd- en jongerenorganisaties

Op 23 maart met de kinderopvang en consultatiebureaus

Op 24 maart met besturen van sportverenigingen (1)

Op 30 maart met MFA’s, dorpshuizen en sporthallen

Op 31 maart met besturen van scholen

Op 31 maart met besturen van sportverenigingen (2)

Conform het kaderstellend Partipicatieplan voor het Lange Termijn Accommodatiebeleid van Medemblik hadden de maatschappelijke organisaties tijdens deze workshop een adviserende rol. Dat betekende dat zij argumenten, motiveringen, inzichten en adviezen naar voren kunnen brengen die gebruikt worden om een Lange Termijn Accommodatiebeleid voor de gemeente Medemblik vorm te geven. Bij workshops zijn raadsleden van de gemeente Medemblik aanwezig als toehoorder. Tijdens de workshops werden de maatschappelijke organisaties eerst op de hoogte gebracht van de financiële aanleiding om een lange termijn accommodatiebeleid op te stellen. Vervolgens werden de resultaten van het voorafgaande participatietraject aan hen gepresenteerd. Dat betrof met name de uitslagen van de digitale enquête over de tevredenheid met de accommodaties in Medemblik en de beoordeling van de vier toekomstscenario’s voor het accommodatiebeleid door inwoners van Medemblik van 15 jaar en ouder. Daarna werd de maatschappelijke organisaties verzocht de vier toekomstscenario’s te beoordelen vanuit het gezichtspunt van de organisatie die zij vertegenwoordigden. De scenario’s werden gepresenteerd in een kort filmpje, waarna de deelnemers de voor- en nadelen van ieder scenario konden benoemen. Na alle scenario’s op die manier doorlopen te hebben, werd hen verzocht een

afsluitend oordeel te geven en (elementen van) hun eigen voorkeursscenario te delen. De workshops vonden vanwege de coronacrisis in digitale vorm plaats. Bij de beoordeling van de toekomstscenario’s vond de verslaglegging plaats. De verslaglegger noteerde zichtbaar voor alle deelnemers op een werkveld de opmerkingen van de deelnemers. Zij konden indien nodig de aantekeningen corrigeren of aanvullen. De onderstaande verslagen zijn tijdens de workshops integraal opgenomen. Daarnaast is een weergave gemaakt van de opmerkingen en aanvullingen die naar aanleiding daarvan tijdens de workshops werden gemaakt. Doel van de workshops was om argumenten, motivering, inzichten en adviezen naar voren te halen die gebruikt kunnen worden bij de ontwikkeling van het lange termijn accommodatiebeleid van Medemblik. Daarom zijn de verslagen geen letterlijke notulen en zijn ook niet de namen van sprekers toegevoegd. Hieronder volgt de samenvatting van de gespreksverslagen van de workshops en daaropvolgend volgen chronologisch de gespreksverslagen achter elkaar.

Verslag Zwembadbesturen 16 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties wordt eerst het voorkeursscenario van de inwoners als uitgangspunt genomen. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit voorkeursscenario?

In het tweede deel van de workshop wordt de blik verbreed en kunnen ook de overige scenario’s of elementen daarvan in het gesprek betrokken worden. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn onder andere: Welke elementen van de overige scenario’s wilt u in het lange termijn

accommodatiebeleid opnemen. Welke overige aanvullingen heeft u om tot het voor uw organisatie gewenste

toekomstscenario te komen? Welke suggesties en welk advies wilt u de gemeente Medemblik meegeven om

het accommodatiebeleid tot een succes te maken? Workshop eerste deel Wat is wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat de verantwoordelijkheid ligt bij de inwoners om te bepalen welke accommodaties aanwezig zijn binnen de kern.

 

Dat er een grotere kans is op een divers aanbod van accommodaties. Dat we niet hoeven te reizen naar de andere kernen voor de accommodaties.

Dat er sprake is van saamhorigheid binnen de kernen.

Dat de leefbaarheid van de kernen in stand wordt gehouden.

De deelnemers vinden het positief dat de inwoners zeer betrokken zijn binnen de eigen kernen. Het is voor hen erg belangrijk dat de inwoners verantwoordelijkheid willen nemen. Het is namelijk hun gemeente en uiteindelijk bepalen de inwoners wat voor accommodaties ze willen. De betrokkenheid van de inwoners uit zich in de hechte woongemeenschappen, waarin iedereen elkaar goed kent en op elkaar let. De saamhorigheid wordt binnen dit scenario bevorderd door de invoering van de kernbudgetten. Positief aan dit scenario is dat door de invoering van de kernbudgetten iedere kern zelf kan investeren

in de gewenste accommodaties. Zo krijg je binnen de gemeente een divers aanbod aan accommodaties - elke kern heeft namelijk de accommodaties die passen bij de eigen identiteit. De invoering van de kernbudgetten bevordert de leefbaarheid van de eigen kernen. Doordat de kernen zelf bepalen welke accommodaties ze willen, blijft de kern voor de inwoners levend en trekken inwoners niet weg. Wat is niet wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat het niet goed voor de grotere accommodaties is als het kernbudget is gebaseerd op het aantal inwoners.

Dat er veel afhangt hoe de budgetten worden ingevuld. Er moeten keuzes worden gemaakt tussen verschillende accommodatie.

Als er minder budget is, dan moet je het als gemeenschap met elkaar “uitvechten” over het voortbestaan van de accommodaties.

Dat er geen rekening wordt gehouden met het feit dat er een aantal

accommodaties niet meer bestaat na de stemming voor de inrichting van het kernbudget.

 

Dat dit scenario de doodsteek geeft aan een aantal accommodaties.

Dat de risico’s worden neergelegd bij de bestuurder of de exploitant van de accommodatie.

Er zijn ook elementen die niet wenselijk zijn binnen deze voorkeursrichting. De algemene indruk was vooral: als deze voorkeursrichting wordt gekozen geeft dat de doodsteek aan een aantal accommodaties. Sommige deelnemers vinden het bijvoorbeeld krom dat een kern een budget krijgt toegewezen gebaseerd op het aantal inwoners. Dit betekent namelijk dat de grotere accommodaties die soms een kernoverstijgende doelgroep hebben – zoals zwembaden – failliet zullen gaan. Verder zijn de deelnemers kritisch over hoe de kernbudgetten worden ingevuld. Ze gaan ervan uit dat bij de verdeling van de kernbudgetten keuzes worden gemaakt tussen de verschillende accommodaties. Wat voor impact heeft dit voor bijvoorbeeld de ouderen? Zij zullen zich misschien moeten schikken naar wat de jongeren willen en verliezen dan hun vaste stekje.

Volgens sommige aanwezigen kunnen de kernbudgetten ook leiden tot onderlinge concurrentie. Dit zou de saamhorigheid in een kern uiteindelijk kunnen ondergraven. De

gemeenschap

moet

het

namelijk

onderling

gaan

“uitvechten”

welke

accommodaties blijven bestaan en welke niet. Dat geeft ook grote onzekerheid en risico’s voor bestuurders en exploitanten van accommodaties – zij kunnen er niet vanuit gaan dat het budget jaarlijks aan hen wordt toebedeeld. Deze onzekerheid wordt nog bevorderd doordat de voorkeuren van de inwoners snel kunnen wisselen. Zeker als het gaat om accommodaties waarbij grote lange termijn investeringen nodig zijn, zoals bij zwembaden, is dat een uitdaging. Als een kern heeft besloten dat er geen geld meer naar een bepaalde accommodatie gaat en na vier jaar besluit daar toch weer geld aan te willen besteden, kun je niet één twee drie een dergelijke accommodatie weer opstarten. Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop werd de focus op scenario D verlaten en konden de deelnemers ook elementen van andere scenario’s of eigen bevindingen in de discussie betrekken. Algemeen werd gesteld dat de tweede afwegingsrichting van de scenario’s – namelijk of de gemeente accommodaties in eigen beheer heeft of aan de samenleving heeft overgedragen – op de zwembaden niet van toepassing is. Deze zijn namelijk allemaal in beheer en exploitatie van de verenigingen en organisaties zelf. De gemeente verstrekt alleen maar financiering via subsidies. De deelnemers vinden dat de gemeente moet stoppen met bezuinigen op de accommodaties.

Er is in de afgelopen jaren namelijk al te veel bezuinigd – ergens moet er een grens zijn. Belangrijk is dat zwembaden meerdere functies hebben voor de samenleving. Een zwembad is niet alleen een plek om lekker te sporten, maar heeft ook een verbindende functie. Mensen komen ook voor een gezellig praatje bij elkaar in de zwembaden. Met name voor jongeren is een zwembad in de zomer de plek waar men elkaar kan ontmoeten.

Verder heeft een zwembad ook een educatieve functie doordat er zwemlessen gegeven worden en mensen leren zwemmen. In een waterrijk land als Nederland is dit een basisvoorziening die de veiligheid bevordert. Tenslotte hebben zwembaden een integratiefunctie – nieuwkomers, mensen met een allochtone achtergrond, komen in contact met de huidige inwoners. Het blijkt voor de maatschappelijke organisaties toch lastig om te bepalen hoe zij zelf een rol kunnen spelen om het accommodatiebeleid te optimaliseren. Eén deelnemer kwam met het idee om als stichtingen en verenigingen bij elkaar te komen, om zo gezamenlijk te brainstormen over een advies aan de gemeente. Een andere deelnemer wees de gemeente erop om eerst goed te kijken naar waar de groeiende kosten vandaan komen, waardoor we in deze situatie zijn terecht gekomen. Ook was er bij een enkeling sprake van gelatenheid en berusting: als een zwembad in de toekomst niet meer houdbaar is, moeten we ons daar maar bij neerleggen. Los van het concept van een kernbudget per kern, benadrukken de deelnemers dat het belangrijk is dat de inwoners actief meebepalen in het aanbod van de accommodaties: het is immers hun gemeente. Zij verwachten daarnaast wel dat de gemeente de lange termijn in het oog blijft houden en blijft inspringen wanneer accommodaties die fundamenteel zijn voor de leefbaarheid dreigen te verdwijnen.

Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Chyla Bot: penningmeester van Het Molenbad

Jouke van Groningen: voorzitter van Zwembad de Spetter

Rob Kommers: voorzitter van Het Zwembad in Midwoud

Jos Oosterbrink: voorzitter van het Molenbad

Bart Timmer: manager van Zwembad de Zeehoek

Claus Ursem: bestuurslid van Stichting samenwerkende zwembaden WestFriesland

Mariëlle van Wijk: bestuurslid van Het zwembad in Midwoud

Klaas Jan Zijp: bestuurder van het Ploetertje in Benningbroek

Gemeentebestuur: toehoorders 

Tom Beerepoot: raadslid van de VVD en tevens secretaris van Het Molenbad

Joset Fit (wethouder)

Gerben Gringhuis: raadslid van Gemeente Belangen

Bart Huisman: commissielid voor GroenLinks Medemblik

Saskia Schouten: raadslid van het CDA

Claudia Selders: raadslid van het CDA

Ambtelijke ondersteuning 

Stephan van Beek (verslag)

Monique Burger: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Jan Nekkers (moderatie gesprek)

Tomas Rongen: projectleider LTA

Verslag Besturen van jeugd- en jongerenorganisaties 22 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties wordt eerst het voorkeursscenario van de inwoners als uitgangspunt genomen. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit voorkeursscenario?

In het tweede deel van de workshop wordt de blik verbreed en kunnen ook de overige scenario’s of elementen daarvan in het gesprek betrokken worden. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn onder andere: Welke elementen van de overige scenario’s wilt u in het lange termijn

accommodatiebeleid opnemen. Welke overige aanvullingen heeft u om tot het voor uw organisatie gewenste

toekomstscenario te komen? Welke suggesties en welk advies wilt u de gemeente Medemblik meegeven om

het accommodatiebeleid tot een succes te maken? Workshop eerste deel Wat is wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat je met een eigen budget zelf kan bepalen wat voor accommodatie je wilt binnen de eigen kern.

Dat het positief is dat de verantwoordelijkheid bij de inwoners van de kern ligt. Op die manier houd je de inwoners betrokken en creëer je onderlinge saamhorigheid. Maar de inbreng van de jongeren moet wel worden gewaarborgd, zodat accommodaties gericht op jongeren blijven bestaan.

Dat sommige accommodaties kern overstijgend zijn is acceptabel, vooral

voor de wat oudere jeugd. Maar er moet wel rekening worden gehouden met de jeugd die te jong is om zelf te reizen naar een andere kern voor een accommodatie.

De deelnemers vinden het wenselijk dat de inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor de invulling van de accommodaties binnen de eigen kern. Het is positief dat elke kern een budget krijgt toegewezen en deze mag uitbesteden naar voorkeur. Zo versterk je de betrokkenheid van de inwoners met de kern waarin zij wonen. De inwoners weten namelijk zelf het beste wat voor accommodaties zij nodig hebben. De voorwaarde is

echter wel dat de inbreng van de jongeren tijdens de stemming over het kernbudget wordt gewaarborgd. Er zou bijvoorbeeld een vaste jongerenclub moeten komen die het geluid van de jongeren vertegenwoordigt. Op die manier hoeven er ook geen accommodaties gericht op jongeren onnodig te verdwijnen: de jeugd heeft immers de toekomst. Het feit blijft wel dat sommige belangrijke accommodaties waar veel jongeren gebruik van maken zo zouden verdwijnen en alleen aanwezig zijn in bepaalde kernen. Het is voor de deelnemers niet erg dat een aantal accommodaties kern overstijgend is. De wat oudere jeugd is prima instaat om zelfstandig te reizen naar een andere kern. Maar er moet wel rekening worden gehouden dat de wat jongere jeugd zich dit niet kan veroorloven. Accommodaties gericht op de allerjongste moeten daarom in elke kern in stand worden gehouden. Wat is niet wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat de mogelijkheid bestaat dat veel accommodaties gericht op de jeugd zullen verdwijnen.

 

Dat de kosten voor het onderhoud van de gebouwen bij de inwoners ligt.

Dat de stemming over het kernbudget mogelijk niet representatief genoeg is. Belangen van minderheden krijgen in dit scenario te weinig aandacht. Sommige groepen zijn niet goed genoeg in staat om hun mening te ventileren.

Dat de gemeente in dit scenario onvoldoende stil staat bij de impact van

het besluit om de inwoners zelf de regie te geven over de accommodaties.

Dat de lasten zoals het onderhoud van het gebouw in dit scenario hoger worden, en worden neergelegd bij de verengingen en organisaties.

Dat dit scenario een onzekerheid geeft voor het bestuur van een

organisatie, vanwege het stemmen dat elke vier jaar plaatsvindt.

De deelnemers waren duidelijk: dit is niet het ideale scenario. Ze vinden het accommodatiebeleid een te complex verhaal om zo maar over te laten aan de inwoners zelf. Ze vragen zich af of de gemeente genoeg rekening houdt met de mogelijke consequenties voor het accommodatiebeleid. De deelnemers zijn vooral bang dat jeugd- en jongerenaccommodaties het loodje leggen vanwege de stemming. Het zullen waarschijnlijk vooral de volwassenen zijn die participeren. De vraag is in hoeverre zij zullen stemmen in het belang van de jeugd. De deelnemers

zijn ervan overtuigd dat veel groepen voor zichzelf kiezen, en niet omkijken naar het collectieve belang. Verder zullen minderheidsgroeperingen die niet genoeg in staat zijn om op te komen voor de eigen belangen, zoals jongeren met een beperking, het onderspit delven. Zij kunnen moeilijker hun mening ventileren, en worden overschreeuwd door dominante groeperingen. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de stem van de zwakkeren gewaarborgd blijft? De deelnemers maken zich ook zorgen over de impact van het eigenaarschap over de gebouwen waar de verengingen en organisaties gebruik van maken. In dit scenario ziet het er naar uit dat de verengingen en organisaties verantwoordelijk zijn voor de kosten van het onderhoud van de gebouwen; zij zijn immers zelf eigenaar. De kosten zullen hierdoor eventueel oplopen. Zijn de vrijwilligers wel bekwaam genoeg om de gebouwen te onderhouden, of moeten ze dure professionals inhuren? Krijgen zij wel voldoende budget om alles zelf te regelen? Indien dit niet zo is zal dit negatieve gevolgen hebben voor de accommodaties, zoals achterstallig onderhoud van het gebouw of zelfs faillissement. Dit scenario geeft ook een grote onzekerheid voor het bestuur van een accommodatie. Elke vier jaar wordt er een stemming gehouden, waardoor bestuurders alleen een vierjarenplan kunnen schrijven.

De deelnemers vinden dat er dan geen ruimte is voor een bestuur om een langetermijnvisie op te stellen, waardoor er voor sommige plannen helaas geen toekomst is. En continuïteit in een visie is juist zo belangrijk om de accommodaties in leven te houden.

Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop werd de focus op scenario D verlaten en konden de deelnemers ook elementen van andere scenario’s of eigen bevindingen in de discussie betrekken. Deelnemers vinden het wenselijk dat de gemeente een actieve rol speelt om accommodaties te ondersteunen – vooral accommodaties met veel vrijwilligers. Zij zijn de professionals, en kunnen met hun kennis en financiële middelen de accommodaties levend houden. Ook moet de gemeente ervoor zorgen dat de budgetten evenredig worden toegewezen. Het moet niet zo zijn dat alleen accommodaties met een grote achterban zichzelf financieel kunnen onderhouden. Daarnaast moet de gemeente ermee rekening houden dat sommige kernen weinig jeugd- en jongerenorganisaties kennen, omdat daar simpelweg niet veel jeugd woont. Toch moeten in deze kernen de accommodaties niet volledig verdwijnen – niet iedereen kan makkelijk reizen naar een andere kern. Het is belangrijk dat de drempel om toe te treden tot een organisatie of vereniging lager wordt, om zo meer mensen te betrekken bij een accommodatie. Een belangrijke oplossing is dat verenigingen en organisaties meer met elkaar gaan samenwerken en meer verschillende doelgroepen betrekken. Hierdoor wordt de levensvatbaarheid van

de

accommodaties

vergroot.

Jeugd-

en

jongerenorganisaties

kunnen

bijvoorbeeld meer samenwerken met het onderwijs. Ook moet zo efficiënt mogelijk om worden gegaan met leegstaande ruimtes. Dit kan bijvoorbeeld door meerdere verenigingen en organisaties gebruiken te laten maken van dezelfde ruimtes op verschillende tijdstippen. Maar wel met goede afspraken. In het verleden hebben deze gedeelde ruimtes namelijk geleid tot irritaties. Verder is het belangrijk om de wensen van de eigenaar van het gebouw te respecteren. Een gastorganisatie of -vereniging mag niet zonder toestemming bepalen over de eventuele inrichting van de ruimte. Tot slot moet de organisatie of verenging wel passen bij het pand waar zij gebruik van willen maken: een kinderdagverblijf in een ruimte waar gedart wordt is niet verstandig. De deelnemers benadrukken het belang van de jongeren-en jeugdaccommodaties in de verschillende kernen. Een belangrijke functie is dat de accommodatie een ontmoetingsplaats is voor de jongeren, waardoor de onderlinge saamhorigheid wordt

versterkt. Maar nog belangrijker – het is een plek waar jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en waar ze leren om te gaan met verantwoordelijkheid.

Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Sandra Aarends: Bestuurslid jongerencentrum The Future

Dorinda Dolving: Vrijwilliger van jongerencentrum Missing

Frans Feld: bestuurslid JC De Bunker

Jordy Lutterot: vrijwilliger van jongerencentrum Missing

Justine Lomax: jongerenwerker in gemeente Medemblik

Jalisha Meegdes: bestuurslid jongerencentrum The Future

Bram Neij: bestuurslid jongerencentrum The Future

Marit Overboom: vicevoorzitter Forever Young Wognum

Arjen Rood: Bestuurslid JongerenBeweging Zwaagdijk-West

Antonie van Splunter: jongerenwerker gemeente Medemblik

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit (wethouder)

Bert de Jong: raadslid PVDA

George van Keulen, commissielid gemeenteraad GroenLinks in Medemblik

Saskia Schouten: raadslid van het CDA

Gerben Gringhuis: raadslid van Gemeente Belangen

Ambtelijke ondersteuning 

Stephan van Beek (verslag)

Monique Burger: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Jan Nekkers (moderatie gesprek)

Tomas Rongen: projectleider LTA

Verslag kinderopvang en consultatiebureaus 23 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties wordt eerst het voorkeursscenario van de inwoners als uitgangspunt genomen. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het voorkeursscenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit voorkeursscenario?

In het tweede deel van de workshop wordt de blik verbreed en kunnen ook de overige scenario’s of elementen daarvan in het gesprek betrokken worden. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn onder andere: Welke elementen van de overige scenario’s wilt u in het lange termijn

accommodatiebeleid opnemen. Welke overige aanvullingen heeft u om tot het voor uw organisatie gewenste

toekomstscenario te komen? Welke suggesties en welk advies wilt u de gemeente Medemblik meegeven om

het accommodatiebeleid tot een succes te maken? Workshop eerste deel Wat is wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat er samenwerking is met de inwoners en met andere partijen. Er zou veel efficiënter moeten worden samengewerkt. Bijvoorbeeld ruimtes/panden delen.

Dat de kinderopvang zelf gaat investeren in bijvoorbeeld de huisvesting.

Hierdoor worden ze eigenaar van het pand. De druk op de gemeentelijke begroting zal hierdoor afnemen.

Dat de JGZ-locaties dichtbij de doelgroep komen.

Dat je multifunctionele accommodaties krijgt. Gebouwen worden efficiënt gebruikt. Hierdoor krijg je een hoog voorzieningsniveau binnen de kleine kernen, al hangt dit af van het beschikbare budget.

Dat de eigendom van de accommodaties wordt overgedragen aan de instellingen zelf. Hierdoor komt de inwoner centraal te staan.

De deelnemers vinden het wenselijk dat er in dit scenario meer samenwerking is tussen de inwoners, maatschappelijke instellingen en het bestuur van de kernen. De

inwoners kunnen dan via de stemming aangeven waar het bestuur van de kern het kernbudget aan gaat besteden. Echter is het voor de deelnemers wel belangrijk dat er wordt ingezet op efficiënt samenwerken. Hoe kunnen de ruimtes en panden zo optimaal mogelijk gebruikt worden? De maatschappelijke instellingen kunnen bijvoorbeeld de panden die zij gebruiken delen met andere organisaties. Of men kan multifunctionele

gebouwen

creëren

waar

verschillende

accommodaties

in

gehuisvest worden, waardoor de ruimte zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt. Hierdoor krijg je een hoog voorzieningsniveau binnen de kernen en stimuleert het de onderlinge samenwerking. De deelnemers vinden het verder wenselijk dat de gemeente de eigendom van de accommodaties overdraagt aan de maatschappelijke instellingen. Op deze manier kunnen ze de inwoner centraal stellen en de instelling een laagdrempelig karakter geven. De kinderopvang kan nu met het toegewezen kernbudget zelf kiezen waarin zij gaan investeren, zoals de huisvesting. Ook kunnen de maatschappelijke instellingen zoals de JGZ (jeugdgezondheidszorg) hun locaties dicht bij hun doelgroep huisvesten. Natuurlijk hangen deze keuzes af van het beschikbare toegewezen budget: het moet wel betaalbaar blijven. Wat is niet wenselijk aan het voorkeursscenario D van de inwoners? 

Dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met het feit dat de inwoners eigen belangen hebben. Ook de gemeenteraad en het bestuur van

voorzieningen zoals het onderwijs kunnen soms tegenstrijdige belangen hebben. 

Dat het belangrijk is om te weten welke ambitie de gemeente houdt voor

de kernen. Zijn er bijvoorbeeld basisvoorwaarden voor de inrichting van de accommodaties? Het is belangrijk dat de gemeente wel kaders aan blijft geven en niet te veel loslaat.

Dat het de concurrentie tussen de kernen versterkt. De ene kern gaat voor kinderopvang, terwijl de andere kern gaat voor een mooie sportlocatie.

Dat cultuur van de inwoners meespeelt in het denken binnen een kern. Elke kern heeft zijn eigen identiteit met normen en waarden.

Dat landelijke ontwikkelingen in de gaten moeten worden gehouden. In hoeverre heeft dit impact op de besluitvorming binnen de gemeente/kernen?

Dat het niet altijd wenselijk is dat elke voorziening in elke kern aanwezig is. Bijvoorbeeld een JGZ-locatie in elke kern is onnodig en duur. Sommige voorzieningen kunnen juist kernoverstijgend zijn.

Naast de wenselijke elementen, heeft het voorkeursscenario ook onwenselijke elementen volgens de deelnemers. Zo zou de stemming over het beschikbare kernbudget wel eens verkeerd kunnen uitpakken. De inwoners hebben namelijk hun eigen belangen: eenieder kiest in de eerste plaats voor zichzelf. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit betekenen dat sommige maatschappelijke instellingen binnen een kern zullen verdwijnen. Verder vragen de deelnemers zich af of de gemeente alles met betrekking tot de inrichting van de accommodaties loslaat binnen een kern. Of gelden er nog bepaalde basisvoorwaarden voor de inrichting van de accommodaties? Houdt de gemeente bijvoorbeeld voldoende rekening met de specifieke cultuur van de kernen? Elke kern heeft namelijk zijn eigen normen en waarden. Het is ook belangrijk om de landelijke ontwikkelingen in de gaten te houden, en te bedenken in hoeverre dit invloed heeft op de besluitvorming in de gemeente en binnen de kernen. Daarnaast zijn de deelnemers bezorgd dat dit scenario de concurrentie tussen de kernen bevordert. Sommige kernen zullen zich focussen op kinderopvang, terwijl andere kernen meer aandacht geven aan sportvoorzieningen. De deelnemers geven aan dat het daarom belangrijk is dat de gemeente kaders aangeeft en de regie niet loslaat, zodat het niet uit de hand kan lopen.

Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop werd de focus op scenario D verlaten en konden de deelnemers ook elementen van andere scenario’s of eigen bevindingen in de discussie betrekken. De deelnemers vinden het zeer wenselijk als er een goede integrale samenwerking is tussen de maatschappelijke instellingen en belangrijke ketenpartners, zoals scholen. Dit maakt instellingen laagdrempeliger en zichtbaarder voor inwoners. Je kunt bijvoorbeeld voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van de ontwikkeling van kinderen aan elkaar koppelen

Ook vinden de deelnemers dat de kwaliteit van de voorziening altijd voorop moet staan: het is niet nodig om in elke kern een JGZ-locatie te hebben. Het is beter om kwalitatief goede voorzieningen in een beperkt aantal kernen te hebben. Wel moet er rekening mee gehouden worden dat de spreiding van de voorzieningen niet te ver doorslaat. Dit heeft namelijk een negatief effect op de kleine kernen. Het is belangrijk dat bij spreiding rekening wordt gehouden met primaire voorzieningen. Een bassischool heeft een belangrijke functie in een kleine kern, namelijk het bevorderen van de saamhorigheid. Een JGZ-instelling is geen primaire voorziening en hoeft dan ook niet in elke kern een locatie te hebben. Het is echter wel van belang dat de bereikbaarheid tussen de kernen wordt verbeterd, zodat een JGZ wel goed bereikbaar is vanuit de andere kernen. Voor veel deelnemers is het volledige eigenaarschap over een accommodatie wenselijk - je krijgt zelf veel meer en sneller voor elkaar dan wanneer de gemeente eigenaar is. Aan de andere kant zijn er zorgen over het onderhoud van gebouwen. De gemeente zou voor deze kosten op moeten draaien, want het budget is niet genoeg. Als een accommodatie zelf op zoek moet gaan naar extra geld, zullen ze een wat commerciëler karakter krijgen. Dit kan leiden tot kwaliteitsverbetering, maar soms ook tot belangenverstrengeling.

De gemeente zou ook andere aspecten moeten meenemen in het beleid die niet per se direct gerelateerd zijn aan de accommodaties, zoals de woningbouw. Als er in een kern nieuwe eengezinswoningen worden gebouwd, zullen er meer kinderen komen die gebruik willen maken van accommodaties. En het is ook verstandig om het duurzaamheidsaspect mee te nemen in het lange termijn beleid, aangezien Nederland zich landelijk bezighoudt met verduurzaming. Als laatste benadrukken de deelnemers dat de gemeente rekening moet houden met minder kansrijke kernen. Deze kernen hebben namelijk hun specifieke problemen die de rijkere kernen niet kennen, zoals vergrijzing, geen nieuwbouwmogelijkheden en een laag inwoneraantal. De minder kansrijke kernen hebben daarom een specifieke benadering nodig. Geen van de deelnemers had de voorkeur voor scenario’s A of D. Sommige gaven scenario B de voorkeur, maar de meeste deelnemers kozen voor Scenario C. De deelnemers vinden dat Scenario C noodzakelijke samenwerkingen en verbinding

creëert tussen de verschillende organisaties. Op die manier worden van accommodaties gerealiseerd die multifunctioneel en van hoge kwaliteit zijn.

Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Gaby Alberts: directie van Berend Botje

Suzan Feenstra: accounthouder GGD

Marga Hendriks: directeur bestuurder van Kappio

Christine de Jong: manager huisvesting Berend Botje.

Annemiek Klopper: locatiemanager Smallsteps

Remco de Noord: beleidsadviseur onderwijs bij gemeente Medemblik

Wendy Visser: werkt bij Smallsteps kinderopvang, twee locaties in Medemblik en Andijk.

Marjan Zwolsman: werkzaam bij de GGD, relatiebeheerder en contactpersoon.

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit (wethouder)

Ambtelijke ondersteuning 

Stephan van Beek (verslag)

Suzan Feenstra: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Remco de Noord: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Jan Nekkers (moderatie gesprek)

Tomas Rongen: projectleider LTA

Verslag sportverenigingen 24 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties zijn de scenario’s één voor één besproken. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit scenario?

In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun voorkeursscenario was. En waarom dit – indien van toepassing - afwijkt van het voorkeursscenario van de inwoners. Workshop eerste deel Wat zijn de voordelen van scenario A? 

Dat het vertrouwd is en rust brengt; de situatie is hetzelfde als nu.

Dat er in elke kern accommodaties aanwezig zijn.

Wat zijn de nadelen van scenario A? 

Dat er steeds minder verenigingen ontstaan.

Dat verenigingen moeilijk zullen standhouden in kleine kernen, vanwege te weinig massa.

Dat de nadruk ligt op basisverenigingen. Wat gebeurt er met nieuwe

accommodaties (kan ook binnen de vereniging zelf), is daar ruimte voor?

Dat het financieel lastig wordt voor de kleine verenigingen in de kleine

kernen. Marktpartijen moeten het soms overnemen, waardoor het duurder wordt.

Dat elke vereniging zijn eigen belangen heeft en ook onderhoud op verschillende manieren gebeurt bij elke vereniging.

De deelnemers vinden scenario A erg lijken op de huidige situatie: het voelt vertrouwd en het brengt rust. Elke kern heeft accommodaties, en dat is voor de deelnemers wenselijk. Tegelijkertijd zijn de deelnemers zich ervan bewust dat het moeilijk is om deze situatie in stand te houden. Ze maken zich zorgen dat sommige verenigingen uiteindelijk verdwijnen, omdat er niet genoeg budget is. Marktpartijen kunnen de rol van de gemeente eventueel innemen, maar daardoor worden de verenigingen alleen maar duurder voor de leden.

Verder benadrukken de deelnemers dat er binnen dit scenario weinig ruimte is voor het ontstaan van nieuwe accommodaties. De nadruk ligt te veel op het behouden van de verenigingen die al bestaan. Wat zijn de voordelen van scenario B? 

Dat in sommige gevallen kernoverstijgende voorzieningen goed zijn voor de levensvatbaarheid van de accommodatie.

Dat je meer mensen op dezelfde plek bij elkaar krijgt; dit geeft bestaansrecht aan sommige verenigingen.

Wat zijn de nadelen van scenario B? 

Dat sommige accommodaties niet meer zullen bestaan.

Dat verenigingen geen saamhorigheidsfunctie hebben.

Dat het niet goed is als er accommodaties verdwijnen, aangezien deze ervoor zorgen dat de kern leefbaar blijft.

Dat wanneer verenigingen grootschalig gaan samenwerken, de kern het knusse/kneuterige karakter verliest.

Dat veel verenigingen volledig draaien op de inwoners/vrijwilligers van het dorp.

Dat onderlinge competitie tussen de kernen wenselijk is. Dit verdwijnt als de verenigingen op grote schaal gaan samenwerken.

Dat ontmoeting belangrijk is; iedereen leeft in zijn eigen kern en wil liever niet naar een andere kern gaan voor een accommodatie.

Voor sommige deelnemers is het wenselijk dat een aantal accommodaties kernoverstijgend is. Het is namelijk voor hen niet reëel om in elke kern een locatie te hebben en het is goed voor de levensvatbaarheid van sommige verenigingen om een samenwerkingsverband aan te gaan. De voorwaarde is echter wel dat er flink wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de kernen. De meeste deelnemers vinden echter vooral dat dit scenario de doodsteek geeft aan een

groot

aantal

accommodaties:

er

moeten

keuzes

worden

gemaakt.

Kernoverstijgend betekent immers dat in een aantal kernen accommodaties zullen verdwijnen. Dat is niet wenselijk volgens de deelnemers, verengingen hebben namelijk een belangrijke sociale functie: het is een plek om elkaar te ontmoeten.

De

deelnemers benadrukken dat de onderlinge concurrentie tussen de kernen met hun verenigingen bijdraagt aan de saamhorigheid binnen de kern: de inwoners moedigen de vereniging van de eigen kern aan! Verder draaien veel verenigingen op vrijwilligers uit de kernen. De accommodaties maken dus de kernen leefbaar en geven invulling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=543cc3bf-e39a-4673-9658-3beacf305c4f