A Bijlage 2 bij motie VAO VVD Tegenprestatie naar vermogen.pdf
Tekst van het document
overgang niet geleidelijk ging.
4.3.5
De groep in de Prestatie010-aanpak is een groep
Re-integratievoorzieningen relatief onbekend
Volgens de activeringscoaches maken zij nog niet zo
minder kansrijke werkzoekenden, waarvoor
veel gebruik van de mogelijkheid om re-
bovendien minder budget beschikbaar is. Daarmee
integratievoorzieningen in te zetten. Daarvoor zijn
zijn er dus ook minder re-integratievoorzieningen
twee hoofdredenen:
beschikbaar voor de doelgroep van Prestatie010. De voorzieningen die er zijn, zijn slechts beperkt
Ten eerste zijn activeringscoaches nog niet allemaal
geschikt voor deze groep.
bekend met de mogelijkheden. De reintegratievoorzieningen bevinden zich verspreid over
4.3.6
Afstemming en monitoring bij belemmeringen
heel Rotterdam; dat maakt het voor de
Voorheen hadden activeringscoaches geen tijd om
activeringscoaches lastig om er kennis mee te
aandacht te besteden aan de belemmeringen van de
maken voor de activeringscoaches.
werkzoekenden. Zij verwezen een werkzoekende
Ten tweede kennen sommige coaches wel de
dan bijvoorbeeld door om met zijn belemmering aan
mogelijkheden, maar beperken zij zich liever tot de
de slag te gaan. Na een half jaar bespraken zij dan
voorbereidende trajecten en dragen de
de voortgang.
werkzoekenden dan over aan W&I, op het moment dat er sprake is van re-integratie richting betaald
Met de lagere caseload en frequenter contact in de
werk. Dit gebeurt vooral als de activeringscoach
huidige situatie kunnen coaches meer aandacht
sterk ervaart dat het doel van zijn/haar werk is
besteden aan belemmeringen en werkzoekenden
‘overdragen aan W&I’.
meer op weg helpen. Ook monitoren activeringscoaches nauwer de afspraken die ze
Een activeringscoach die er wel gebruik van maakt
maken. Een voorbeeld is dat voorheen de coach een
geeft aan het een heel handige optie te vinden.
werkzoekende doorverwees naar een taalaanbieder
Werkzoekenden krijgen zo de tijd om zich te
voor een taalcursus.
focussen op een training, een opleidingstraject of werkervaring. De coach kan deze trajecten nu
Het kon voorkomen dat de activeringscoach er dan
sneller en makkelijker inzetten, zonder tussenkomst
na een half jaar achter kwam, dat die cursus niet
van een tussenpersoon van W&I.
opgestart was voor de werkzoekende. Nu er nauw contact is tussen activeringscoach en taalaanbieder
De teammanager geeft aan dat in veel gevallen het
checken de activeringscoaches zelf of de
niveau van de W&I re-integratie instrumenten te
werkzoekende bij de cursus is gestart.
hoog is voor de Prestatie010 doelgroep. De instrumenten van W&I zijn gericht op ontwikkeling en
Activeringscoaches geven aan dat mantelzorg en
uitstroom naar werk. De teammanager geeft aan dat
psychosociale problemen de grootste drempels zijn
ongeveer driekwart van de Prestatie010 doelgroep
voor een werkzoekende om zelf een stap te zetten in
daar nog niet aan toe is en sommigen daar mogelijk
hun ontwikkeling. Het kost activeringscoaches veel
nooit aan toe zullen komen.
tijd en energie om hieraan te werken.
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
29
Waar voorheen mantelzorgers sneller een ontheffing
Er zijn hierdoor minder keuringen/fysieke diagnoses,
kregen, proberen activeringscoaches nu in kaart te
volgens activeringscoaches.
brengen hoeveel tijd het mantelzorgen kost en proberen ze werkzoekenden te bewegen om er iets
Een activeringscoach kan een instrument inzetten bij
naast te doen.
belemmeringen, maar werkzoekenden kunnen ook nog steeds een bepaalde periode de tijd krijgen om
De aanpak van belemmeringen op het gebied van
zelf aan zijn/haar belemmeringen te werken. Deze
taal of psychosociale belemmeringen is niet
periode is korter dan voorheen (6 maanden), de
veranderd ten opzichte van de oude situatie.
activeringscoach werkt de stappen van tevoren uit in
Activeringscoaches kijken of iemand leerbaar is en of
samenspraak met de werkzoekende en de coach
er meer in zit (taal). Er is nu wel meer afstemming en
monitort deze afspraken frequenter dan voorheen. Bij
monitoring van het traject. Zo zijn er nu voor
bijvoorbeeld belemmeringen op vervoersgebied
psychosociale problemen korte lijnen met het
kunnen werkzoekenden een fiets halen bij een
wijkteam bijvoorbeeld.
fietspunt met een bon. Lukt dat niet (deze fietspunten zijn soms te ver weg voor werkzoekenden), dan
De aanpak bij fysieke belemmeringen is wel
kunnen ze de tijd krijgen om te werken aan dit
veranderd, geven activeringscoaches aan. Voorheen
probleem (zelf vervoer regelen of vrijwilligerswerk
was er weinig tijd en werd er daarom sneller een
dichterbij zoeken). Als het de werkzoekende lukt de
keuring ingezet om te bepalen wat een
belemmering weg te werken, dan kijkt deze met de
werkzoekende kon. Nu is er meer tijd om met een
activeringscoach naar een volgende stap. Is het niet
werkzoekende te bespreken wat er wel en niet
gelukt, dan zoekt de werkzoekende met de
mogelijk is en leggen activeringscoaches de nadruk
activeringscoach naar een andere oplossing.
op wat wel kan.
30
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
4.3.7
Betere samenwerking met W&I
Een activeringscoach, man/vrouw:
De meeste activeringscoaches ervaren meer contact en betere samenwerking met de teams van Werk &
Je voelt je verantwoordelijker voor je eigen
Inkomen. Door het outreachend werken leren
werkzoekende en dus werk je er intensiever
activeringscoaches andere afdelingen beter kennen.
voor. Ook met externen.
Bijvoorbeeld door een pilot te doen of mee te lopen met ‘Werkloont’ leren activeringscoaches dit traject goed kennen. Niet alleen kennis van elkaars producten en instrumenten is belangrijk, maar ook de fysieke nabijheid. Op dezelfde locatie werken (zoals nu steeds vaker het geval is) is daarvoor bevorderlijk; het even bij elkaar langs kunnen lopen, werken met een bekend gezicht werkt beter dan op afstand. Soms weten mensen elkaar nog niet goed te vinden. Een activeringscoach moet dan 14010 bellen om
De ervaringen met welzijnsorganisaties zijn wisselend. De ene coach heeft er goed contact mee, met regelmatige evaluatiemomenten, bij de ander verloopt het contact minder goed en is men niet zo tevreden over de welzijnspartner. Sommige activeringscoaches werken op dezelfde locatie als bijvoorbeeld het wijkteam. Eerder zagen we al dat dit bevorderlijk is voor de samenwerking. 4.3.9
Meer werkplezier
erachter te komen welke collega’s ook betrokken zijn
Door al deze veranderingen ervaren
bij een werkzoekende.
activeringscoaches dat de mindset van werkzoekenden verandert. Er is vaak in eerste
4.3.8
Samenwerking met externe partners
Een activeringscoach, man/vrouw:
instantie wantrouwen bij een werkzoekende. Ze zijn bang dat hun uitkering afgepakt wordt. Door echt iets voor een werkzoekende te kunnen betekenen en tijd
De samenwerking met externe partners is veel leuker geworden. Ik heb dagelijks contact met ze en ga soms met de werkzoekende mee op pad.
voor iemand te (kunnen) nemen, wordt dat wantrouwen weggenomen en kan er gewerkt worden aan het maken van stappen. Dat maakt het werk leuk, vinden activeringscoaches. Een activeringscoach, man/vrouw:
Doordat activeringscoaches de voortgang monitoren, is er meer overleg met externe organisaties zoals wijkteams. Activeringscoaches voelen zich meer betrokken, ze
En als ze eenmaal een stapje hebben gezet, gaan we kijken of er nog een stapje mogelijk is, richting werk. Je kunt nu meer verandering veroorzaken bij iemand.
kennen de mensen bij de externe organisatie en ze weten elkaar beter te vinden. Dat maakt het werk leuker dan voorheen. Een activeringscoach noemt de Wijksafari waarbij activeringscoaches op bezoek gaan bij verschillende wijknetwerkpartners. Doordat de activeringscoach er dan al een keer geweest is, is het een volgende keer makkelijker contact leggen als er overleg over een werkzoekende gevoerd moet worden.
Ook geven de activeringscoaches aan blij te zijn met de focus op kwaliteit (meer tijd en aandacht voor een werkzoekende) in plaats van op kwantiteit (zo veel mogelijk gesprekken voeren). Het bevalt activeringscoaches goed dat ze meer en beter contact hebben met mensen; zowel met de werkzoekenden als met de samenwerkende organisaties bouwen zij een vertrouwensband op.
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
31
Doordat activeringscoaches dichter bij de werkzoekenden staan en zij de netwerkpartners beter kennen, kunnen zij de werkzoekenden beter coachen en sneller schakelen met samenwerkingspartners. Het werk wordt leuker door de vrijheid om op pad te kunnen gaan. Activeringscoaches noemen ‘het samen ontdekken van de route van een werkzoekende’ het leukst aan hun werk. Een activeringscoach, man/vrouw: Je zoekt in samenspraak met iemand een route. Het doel is elke keer anders, dat maakt het divers en leuk.
4.4
Sturing
Uit ander onderzoek is bekend dat de context waarin sociale professionals werken van invloed is op hun handelen (met name sturing en het stellen van doelstellingen zijn hierbij van belang, maar ook de aanwezigheid van een leercyclus in de uitvoering).9 Daarnaast is een van de doelen van de vernieuwde aanpak een passende dienstverlening, passend bij de behoeften van de werkzoekende. Hiervoor is maatwerk nodig. Eerder onderzoek laat zien dat sociale professionals vaak heel verschillend te werk gaan, als er ‘maatwerk’ geboden moet worden.10 Uit deze onderzoeken weten we dat de aanwezigheid van intervisie en een lerende cultuur belangrijk is om willekeur en ongelijke behandeling te voorkomen.
Ook de teammanager heeft het naar zijn zin in zijn
Om die reden hebben we de activeringscoaches en
functie.
de teammanager op deze aspecten (sturing en leren)
Teammanager, man:
bevraagd. 4.4.1
Intervisie en leren
Het sturen op ontwikkeling dat vind ik een
Activeringscoaches wisselen hun ervaringen met
hele mooie opdracht. Die probeer je in de
collega’s uit tijdens het (wekelijkse) werkoverleg en
volle breedte door te doen. Dus je probeert
de koffiemomenten en praten soms na met collega’s
je mensen te ontwikkelen en vanuit de
over een gesprek met een werkzoekende. Eén
ontwikkeling die zij doormaken ook dat zij
activeringscoach geeft aan dat het team is ingedeeld
daarin ook hun werkzoekenden meenemen.
in koppels. Als je iets wilt vragen, kun je dus altijd bij
Dus dat vind ik hartstikke mooi.
die collega terecht. Ook kunnen activeringscoaches overleggen met de kwaliteitsmedewerker of teammanager. Voor intervisie moet de activeringscoach dus zelf het initiatief nemen. Men
Terwijl activeringscoaches zoveel mogelijk mensen
gebruikt geen vaste methodiek voor intervisie of
duurzaam aan het werk proberen te krijgen, hebben
leren.
zij zelf soms een tijdelijke aanstelling. Sommige activeringscoaches ervaren hierdoor onrust met betrekking tot hun eigen dienstverband.
9
Bruggeling, Dave, Justine Anschutz, Annemarie Reijnen & Toine Wentink (2019). Evaluatie van het Nieuw Rotterdams Welzijn: een kwalitatief onderzoek naar de werking van het beleidskader NRW. OBI, Gemeente Rotterdam. Anschutz, Justine, Carolien de Haan, Cathelijne Mieloo & Toine Wentink (2018).Jeugdstelsel in de groei. 3e meting evaluatie Rotterdams Jeugdstelsel. OBI, Gemeente Rotterdam. 10 Bakker-Klein, Janny (2019). Anders kijken. Een zoektocht naar responsiviteit in het sociaal domein. Proefschrift. Bredewold, Femmianne, Jan-Willem Duyvendak, Thomas Kampen, Evelien Tonkens & Loes Verplanke (2019). De verhuizing van de verzorgingsstaat. Universiteit van Amsterdam/Universiteit voor Humanistiek. Berkel, Rik van, Paul van der Aa & Nicolette van Gestel (2010) Professionals without a profession? Redesigning case management in Dutch local welfare agencies, European Journal of Social Work, 13:4, 447-463.
32
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
4.4.2
Sturing en doelstellingen
Voorheen was een doelstelling voor de
Activeringscoaches ervaren het al dan niet hebben
activeringscoaches ‘een afspraak maken met een
van doelstellingen in hun werk allemaal verschillend.
werkzoekende’. Het feit dat een ‘afspraak’ ook een
De een ervaart wel doelstellingen en volgens de
ontheffing kon zijn, leidde in de oude situatie volgens
ander zijn ze er niet.
sommige coaches tot meer ontheffingen.
De doelstelling van vier gesprekken per
Wat betreft de doelstelling ‘overdragen naar Werk’,
werkzoekende per jaar levert voor sommige
zijn volgens coaches in 2019 de meest kansrijke
activeringscoaches druk op en heeft invloed op hoe
werkzoekenden al overgedragen naar Werk. In 2020
zij hun werk doen. Zoals eerder aangegeven, waren
was het voor hen dan ook lastiger om deze
vrijwilligersmarkten aantrekkelijk voor sommige
doelstelling te halen. De ene activeringscoach is
activeringscoaches, omdat deze behulpzaam zijn
beter in het bevorderen van de overdracht naar Werk
voor het halen van de doelstelling van 400
dan de ander en ook de wijk waarin de coach werkt
gesprekken per jaar. Activeringscoaches beseffen
(het type werkzoekende) heeft invloed op de
wel dat de kwaliteit van de gesprekken vaak niet
slagingskans hiervan.
hoog genoeg is op zo’n bijeenkomst dus de markten worden niet meer zo vaak ingezet.
Ook de teammanager benoemt dat de opdracht van de activeringscoaches voorheen kwantitatief was
Alleen face to face gesprekken tellen mee voor het
(‘met iedereen een afspraak over de tegenprestatie
behalen van de doelstelling, telefonische gesprekken
maken’) maar geeft aan dat de opdracht nu meer
niet. Soms roepen activeringscoaches om die reden
inhoudelijk is (‘zoveel mogelijk werkzoekenden
werkzoekenden op voor een gesprek dat ook
zetten een stap vooruit’).
telefonisch had gekund (niet tijdens Corona).
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
33
Dit levert voor de teammanager een ander accent in
Werkzoekende, vrouw:
de aansturing op. Voorheen werd er meer gestuurd op output (het aantal gesprekken dat gevoerd werd), nu meer op outcome (wat levert een gesprek met een werkzoekende op?) De teammanager stuurt op het opbouwen van een relatie met de werkzoekende; niet alles hoeft in één gesprek, soms is luisteren en
Ja, dan had ik iedere keer iemand anders. Dan heb ik zoiets van, daar gaan we weer. Weer bij iemand anders, weer alles vertellen.
de volgende keer verder praten ook goed. Daarnaast is er meer sturing op de organisatie van
Sommigen geven aan dat er in 2020 toch een
het werk en op de balans tussen kwaliteit en
wisseling is geweest in activeringscoach, omdat de
kwantiteit van de gesprekken met werkzoekenden.
activeringscoach van baan is veranderd.
Teammanager, man:
4.5.2
Frequenter contact en andere vormen van contact
Het werk van de activeringscoaches wordt leuker, maar ook moeilijker.
De geïnterviewde werkzoekenden ervaren niet altijd een frequenter contact. Sommigen geven aan nog steeds elk half jaar contact te hebben met hun
Sturen op het aantal behaalde doelstellingen levert druk op bij de activeringscoaches, daarom probeert de teammanager de activeringscoaches in te laten zien dat als zij hun werk goed doen, dat ze dan vanzelf ook de doelstellingen behalen.
4.5
Ervaringen werkzoekenden
Als er frequenter contact was, dan waardeerden werkzoekenden dit, vooral tijdens de lockdown in maart-mei 2020. Werkzoekende, vrouw: Maar sinds corona is, hij [activeringscoach]
Anders dan de activeringscoaches merken de
belt om de maand, twee maanden. Hij
geïnterviewde werkzoekenden niet altijd een verschil
vraagt, hoe gaat het? Heb je wat nodig?
met de vernieuwde aanpak van Prestatie010. Zo
Hulp nodig? Dat. Kunnen wij voor jou wat
zeggen ze niet altijd frequenter contact met hun
doen en zo? (…) Dus maar toen hij belt en
activeringscoach te hebben. Wel ervaren ze andere
zegt, hoe gaat het nu met corona en met de
effecten van de vernieuwde aanpak, zoals een
kinderen thuiszitten? Ik zegt, het gaat
persoonlijker bejegening, meer praktische hulp en
gewoon, leven.
meer opbouw in de dienstverlening. 4.5.1
Vast contactpersoon
De werkzoekenden waarderen het dat ze een vaste activeringscoach hebben, zeker in vergelijking met het verleden, toen zij regelmatig met verschillende coaches te maken hadden.
34
activeringscoach, anderen elke maand.
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
De geïnterviewde werkzoekenden geven ook aan dat
-
zij vaker contact via telefoon en Whatsapp hebben
Houdt rekening met de omstandigheden van de werkzoekende (beperkingen, situatie thuis)
dan voorheen. Voorheen nam de activeringscoach
-
Is behulpzaam, staat altijd klaar
meestal het initiatief voor een gesprek. Nu kunnen
-
Neemt de tijd, is rustig, zet de werkzoekende niet
werkzoekenden makkelijker direct hun
onder druk om iets te doen, waar deze nog niet
activeringscoach benaderen, omdat zij een vast
aan toe is.
contactpersoon hebben. Ze hebben ook het 06 nummer van de coach en maken hier gebruik van. Een paar voorbeelden van werkzoekenden die een 4.5.3
Menselijker en minder strenge bejegening
De geïnterviewde werkzoekenden zijn doorgaans
andere bejegening ervaren: Werkzoekende; man/vrouw:
tevreden met de bejegening door de activeringscoaches, of staan er neutraal tegenover (‘ze doen hun werk’). Werkzoekenden benoemen de volgende positieve punten in het contact met de activeringscoach: -
Is begripvol, toont empathie, een ‘menselijker’ en meer positieve benadering
-
Respondent: Deze klantmanager voelt gewoon fijner aan en ze luistert gewoon heel goed. En ze begrijpt me ook. En dat ze ook gewoon tips geeft aan mij en dat soort dingen. Interviewer: Was dat voorheen eigenlijk niet zo? Respondent: Nee.
Luistert goed, denkt mee, toont belangstelling voor de gezinssituatie
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
35
Een andere werkzoekende (vrouw) heeft eerst bij
Werkzoekende (man) is onzeker over de eisen van
W&I ondersteuning gehad, sinds anderhalf jaar van
de gemeente en ook afwachtend daarin:
Prestatie010: Dat je echt meer kijkt naar de mens en wat de mens aan kan, in plaats van stimuleren in een richting die niet kan. Dat heeft me echt meer motivatie gebracht wat die mevrouw [activeringscoach van Prestatie010] het anderhalf jaar met mij gedaan heeft als al die jaren met een push en een meneer of een mevrouw aan die balie die je maar aan het werk wil krijgen. Dus die mevrouw heeft echt in anderhalf
Als er gesprek is de volgende keer, dan denk je er gewoon aan van wat wordt het nu, met wat komen ze nu weer aan? En wordt het [vrijstelling i.v.m. mantelzorg] weer verlengd of wordt het niet verlengd? En wat moet ik dan doen? Moet ik gaan vrijwilligerswerk doen? Wat moet ik als tegenprestatie aantonen? Of wat doen of wat krijg ik aangeboden? Dat heb je steeds in je, de volgende keer. 4.5.5
Meer praktische hulp
jaar tijd meer bereikt als de acht jaar
Waarschijnlijk als gevolg van de brede uitvraag
daarvoor.
ervaren sommige werkzoekenden dat activeringscoaches hen praktische ondersteuning bieden, vaak op financieel gebied: aanvragen van
4.5.4
Onzekerheid over aanpak gemeente, nog weinig vertrouwen
(financiële) regelingen, vergoeding van nietverzekerde zorgkosten, een laptop voor de kinderen regelen tijdens corona, of het zoeken van een
Werkzoekenden zijn soms onzeker over de
woning. Werkzoekenden waarderen deze praktische
Prestatie010 aanpak van de gemeente en de
hulp zeer en waarderen ook het meedenken over de
gesprekken met de activeringscoach. Zij weten niet
knelpunten die zij ervaren. Zij geven aan behoefte te
zo goed wat ze kunnen verwachten hiervan. Een
hebben aan dit type ondersteuning omdat de
werkzoekende (vrouw) verwachtte dat de
ondersteuning uit hun omgeving vaak beperkt is: de
activeringscoach zou benadrukken in het gesprek dat
partner is afwezig of heeft gezondheidsproblemen,
ze moest gaan werken, maar dat viel mee:
familie woont ver weg of heeft het druk met werk en
Maar voordat ik hem [de activeringscoach] de eerste keer had gezien, had ik zoiets, je gaat nu werken, morgen kan je beginnen, over twee dagen ga je beginnen. Zo’n gevoel had ik daar. Maar toen ik hem als eerste zag, dacht ik o ja, hij ziet rustiger uit dan dat ik had verwacht.
eigen huishouden, of ze zijn door taalbarrières en een beperkt netwerk niet op de hoogte van bestaande (financiële) regelingen. In het algemeen blijkt uit de interviews dat nog niet alle behoeften van werkzoekenden goed in beeld zijn. Zo zijn er werkzoekenden die schulden hebben en daar hulp bij willen, maar die momenteel niet krijgen. Hetzelfde geldt voor hulp in het huishouden voor chronisch zieken. De hulp die de gemeente of andere instanties kunnen bieden, lijkt niet bij alle werkzoekenden bekend of het is niet concreet genoeg voor hen. Taalbarrières spelen hierin een rol. Dit zou mogelijk meer aandacht in de gesprekken kunnen krijgen.
36
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
Werkzoekende (vrouw):
4.5.7
Weinig ervaring met inzet reintegratievoorzieningen
Interviewer: En wat voor hulp heeft u dan
De werkzoekenden vertellen in het interview
nog nodig?
nauwelijks over ondersteuning die zij krijgen of
Respondent: Soms mijn koelkast kapot, ik
zouden willen op het gebied van arbeidsontwikkeling,
zelf [geld] lenen van mijn dochter. Maar die
zoals hulp bij het maken van een CV, bij het zich
is … terug moet betalen. Mijn wasmachine
presenteren, leren netwerken, of
niet goed werken. En sommige dingen,
sollicitatietrainingen.
maar kan niet ik vragen van gemeente. Helpen of niet helpen, ik weet het niet.
Sommige werkzoekenden (met duidelijker problematiek, zoals een psychiatrische stoornis of verstandelijke beperking) ontvangen wel thuiszorg, een vorm van persoonlijke begeleiding of hulp van een zorginstelling. 4.5.6
Ervaring met opbouw in de dienstverlening beperkt, maar positief
Enkele geïnterviewde werkzoekenden merken dat er
Eén werkzoekende geeft aan graag hulp te willen bij het solliciteren. Werkzoekende (man): [De activeringscoach zei de] laatste keer van ja, misschien kun je gaan solliciteren en dit en dat. Zo moet je op die site. En hadden we het over dat werk, [bij het gemeentelijke belteam van] 14010, hadden we [het] over die brochure [van Werk & Inkomen, met vacatures]. Maar ik zei dan (…): solliciteren met mijn eigen…., dat ik zelf erachteraan ga, dat wordt niks. Want het moet iets zijn dat echt bij mij past, zeg maar.
meer aandacht is voor een opbouw in de dienstverlening, dat de coaches hen telkens een stap
Een enkele geïnterviewde werkzoekende heeft een
verder willen brengen in hun ontwikkeling; van
training of een ander re-integratie instrument
cursus naar vrijwilligerswerk naar betaald werk. Dit
aangeboden gekregen. Echter, de werkzoekenden
was met name het geval bij de meer kansrijke
die een training aangeboden hebben gekregen,
werkzoekenden, met minder taalproblemen en
hebben deze niet gevolgd door gebrek aan
minder gezondheidsproblemen. Zij beoordeelden dit
zelfvertrouwen, om gezondheidsredenen of door een
positief, ook omdat de activeringscoach daarbij
persoonlijke situatie die belemmerend werkt.
rekening hield met hun omstandigheden en mogelijkheden.
Werkzoekende (vrouw) heeft met de activeringscoach over een training gesproken:
Werkzoekende, (vrouw) gaat binnenkort starten met vrijwilligerswerk: Maar zij [activeringscoach] zegt ook, als ik uw situatie hoor, ook alleenstaande moeder, je kan er niet tussenuit vallen. Dus je zal het wel rustig aan moeten opbouwen. (…) Je zal eerst een paar uurtjes vrijwilligerswerk moeten gaan doen, voordat je natuurlijk kan gaan denken aan een betaalde baan. (…) Ja, dat is dan echt wel een opbouw. Dat ze denkt van, nou, moeten we even samen kijken wanneer die overstap gemaakt kan worden.
Interviewer: Zijn er nog andere dingen die zij [activeringscoach] doet? Bijvoorbeeld, heeft ze u weleens een training of een cursus aangeboden? Respondent: Nee, zij heeft er laatst wel over gesproken. Maar ik zei, op dit moment werkt dat voor mij niet. Punt een, ben ik niet theoretisch aangelegd. En ik hou niet zo van het leren.….
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
37
Werkzoekende (vrouw) is positief over het uitzicht op ….En punt twee, ben ik daar nu echt te moe
een garantiebaan bij een bedrijf:
voor. Ik heb nu weinig rust in mijn leven, doordat [naam ex-partner] ook uitgevallen is.
Daar schijnt bij jullie een traject voor te zijn voor werk. En dan had ik het erover dat ik aan logistiek werk zat te denken. Dus met een heftruckcertificaat halen en dan een
Een andere werkzoekende (man) zou graag een
beetje divers werk doen. Ook gezien mijn
opleiding tot tramchauffeur willen volgen, maar ziet
gezondheid. En toen had zij het dus over
zijn leeftijd en lage opleidingsniveau als obstakel:
Picnic wat in Rhoon gevestigd zit. En daar heeft zij dus een contactpersoon die die
Interviewer: En wat zou u zelf willen? Respondent: Ja, dat vraag wordt steeds gesteld aan mij. Als ik daar ook ga bij sociale [dienst], bij de contactpersoon, [dan vraagt die]: wat zou u zelf willen? Ik zou heel veel dingen willen maar ja, heel veel dingen willen, [dat] gaat niet. Dus ik bedoel ik zou ook geen zieke vrouw willen hebben maar ja, ik heb er niet spijt van, maar ik zou ook graag een goeie baan willen hebben. Ik vind tramchauffeur cursus iets goeds. (…) Alleen, ik ben wel vijftig jaar al. (…). Je hebt zoveel mensen die dat doen. De ene is weer 32, 33, 28, noem maar op. Of 35, de voorkeur gaat naar de jongere mensen. (…) Die hebben als het goed is het briefje [diploma], die hebben wel school afgemaakt.
werkzaamheden daarin ook een beetje toebedeelt. En ook voor mensen die wat hebben, zoals ik. Dat je ook echt start met dat de werkgever de kennis heeft van diegene- Dus qua gezondheid niet helemaal… (…) Dat was echt wel zo’n baan dat de werkgever dus echt wel bewust is van de dingen die je hebt en ook de risico’s.
De andere werkzoekende heeft al wat langer geleden op de Bovendijk gewerkt (voormalige sociale werkvoorziening, nu onderdeel van Rotterdam Inclusief). Daarvoor kreeg deze werkzoekende een (tijdelijk) contract. Na zijn ontslag daar moest hij weer een uitkering aanvragen en daarvoor 2 maanden
4.5.8
Beperkt ervaring met garantiebaan en beschut werk
Bij twee werkzoekenden (dezelfde als hierboven) is meer aandacht geweest voor arbeidsontwikkeling. Bij hen is de optie van een garantiebaan ter sprake geweest.
38
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
wachten. Dat was voor hem een groot probleem, ook financieel, om die periode te overbruggen. De communicatie hierover was niet duidelijk geweest. Het laat zien dat overgangen van Prestatie010 naar Rotterdam Inclusief (en vice versa) goede begeleiding en uitleg nodig hebben.
4.5.9
Negatieve ervaringen met afdeling Inkomen
Dit rapport gaat weliswaar over de ervaringen met de aanpak Prestatie010. In de beleving van werkzoekenden is het onderscheid tussen de afdelingen niet altijd duidelijk en is alles ‘de gemeente’. Ook hebben ervaringen met de afdeling Inkomen soms invloed op het contact met de
Werkzoekende (vrouw): Dus beter kijken naar de mensen. En dat je twee of drie keuringen moet doen, dat begrijp ik. Maar als je dan op een gegeven moment elke keer dezelfde uitslag krijgt, dat jullie dan niet zolang blijven hangen daarin.
Prestatie010 afdeling. Enkele geïnterviewde werkzoekenden geven aan dat zij een negatieve ervaring hebben gehad met de afdeling Beheer
Werkzoekende (man):
Inkomen door misverstanden over inkomsten of vergoedingen. Zij ervaren dat de afdeling Inkomen
Ook een jaar lang, waarschijnlijk wordt zij
hen op een (te) strenge manier benadert, te veel
[zijn vrouw] dan ook weer opgeroepen. En
vasthoudt aan regels en te weinig begrip toont voor
ik zeg elke keer van dat aandoening wat ze
hun situatie. Dit ondermijnde bij sommigen hun
heeft, dat is een chronische ziekte. En dat
vertrouwen in de gemeente in het algemeen. Zij
gaat niet over een jaar over, of over twee
hadden daardoor moeite om te vertrouwen op het
jaar over. Ze gebruikt gewoon daarvoor
aanbod van hulp door de activeringscoach,
medicijnen. En waarom wordt zij dan steeds
bijvoorbeeld rond armoederegelingen.
elke keer opgeroepen? Ja, maar dat moet de procedure, we kunnen niet zonder
4.5.10 Blijvend pijnpunt: ontheffingen
oproep, jarenlang dat je dan niet
Volgens het officiële beleid worden ontheffingen
opgeroepen wordt. (...). En ze wordt toch
gegeven voor de duur van twee jaar of permanent.
opgeroepen, elke keer ga ik dan weer zulke
Werkzoekenden ervaren dit anders. De
verhalen vertellen.
geïnterviewde werkzoekenden hebben negatieve ervaringen met de gemeente op het gebied van ontheffingen op medische gronden. Vanwege de aanwezigheid van chronische ziekten bij henzelf of hun partner geven de werkzoekenden aan dat zij elk jaar opnieuw moeten aantonen met medische documentatie dat zij (of hun partner) geen vrijwilligerswerk kunnen doen. Werkzoekenden ervaren dat als belastend en onnodig. Zij vinden dat de gemeente beter moet beoordelen voor welke periode een ontheffing zin heeft en daarbij meer zou moeten vertrouwen op medische beoordelingen. De aard van de ziekte of belemmering is vaak zodanig, dat het volgens hen niet te verwachten is dat de partner (of zijzelf) nog beter zal worden. Als de gemeente een ontheffing voor meerdere jaren geeft, zorgt dat voor veel opluchting en meer rust bij de werkzoekenden.
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
39
4.6
Ervaringen werkzoekenden uit
Onder de werkzoekenden die te maken kregen met
enquête
verschillende activeringscoaches zijn de meningen
In de telefonische enquête is aan de werkzoekenden een aantal vragen gesteld over het contact met de activeringscoach en over hoe zij dit contact ervaren. 4.6.1
Vaste contactpersoon en frequentie van het contact
In de enquête hebben werkzoekenden aangegeven gemiddeld 3 keer per jaar contact te hebben met de activeringscoach. Het aantal contactmomenten per jaar verschilt per groep. Zo heeft de Prestatie010aanpak gemiddeld 3,5 keer per jaar contact en de Meedoen010-aanpak 2 keer. Het merendeel van de werkzoekenden (84%) vindt het aantal contactmomenten per jaar precies goed, 9% zou liever minder vaak contact hebben en 7% liever vaker. Er doen zich hierbij geen verschillen voor tussen de twee groepen. Als men het afgelopen jaar meer dan eens contact heeft gehad met de activeringscoach (met name dus de Prestatie010-aanpak) was dat in de meeste gevallen (70%) altijd met dezelfde persoon. In een kwart van de gevallen had men met verschillende personen te maken. Onder de Prestatie010-aanpak is het aandeel respondenten dat met eenzelfde activeringscoach te maken heeft gehad significant groter dan onder de Meedoen010-aanpak (77% versus 47%). Gezien het verschil tussen de individuele aanpak (Prestatie010) en de andere aanpak (Meedoen010) is dat een logische uitkomst. Degenen die altijd met dezelfde activeringscoach spraken vinden dit over het algemeen goed; “Een vaste contactpersoon is beter op de hoogte van je persoonlijke situatie” en: “Het voelt vertrouwd en je hoeft dan niet heel de tijd je verhaal opnieuw te vertellen.” Een klein deel van hen heeft hier geen mening over.
40
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
verdeeld. Ongeveer de helft van hen vindt het niet goed dat ze met verschillende personen te maken kregen; “Het is wel fijn om een vaste contactpersoon te hebben. Ik denk dat de verschillende contactpersonen langs elkaar heen werken. Een vaste contactpersoon is heel goed op de hoogte van je situatie”. Een kwart vindt het wel goed; “Ik vind het wel prima en heb geen last van verschillende personen” en nog een kwart heeft er geen mening over. 4.6.2
Waardering contact
Aan iedere respondent is een aantal stellingen voorgelegd met betrekking tot het contact met de contactpersoon/activeringscoach. In onderstaande grafieken zijn de resultaten op de stellingen te zien waarbij elke keer een uitsplitsing wordt gemaakt tussen de twee groepen. Men kon telkens antwoorden met:
De contactpersoon van de gemeente is vriendelijk tegen mij. Prestatie010
88%
Meedoen010
5
73%
7% 8% 11%
Zij lijken hierdoor positiever over de contacten met de activeringscoach. Echter, door het relatief grote aandeel Meedoen010-respondenten dat geen mening heeft (of neutraal antwoordt) betekent dit niet direct dat de Prestatie010aanpak ook meer tevreden is. De Meedoen010-
De contactpersoon van de gemeente heeft echt aandacht voor wat ik zelf graag wil doen.
respondenten hebben waarschijnlijk te weinig
Prestatie010
een oordeel over te kunnen vellen.
Meedoen010
72%
10%6% 6%
54%
7% 16% 6% 18%
contacten met de activeringscoach gehad om er Als alle neutrale antwoorden en ‘weet niet’ buiten beschouwing worden gelaten zijn de Meedoen010-respondenten het alleen vaker
Met de contactpersoon van de gemeente maak ik duidelijke afspraken over wat ik ga doen.
oneens met de stelling dat de contactpersoon
Prestatie010
respondenten zijn dus alleen over de
81%
Meedoen010
8%
65%
5 10%
17%
Meedoen010
73%
wordt daarom apart getoond, met (zie onderstaande
10% 7% 6%
57%
9% 15%
bereikbaarheid van de contactpersoon positiever.
Eén stelling is op een negatieve manier gesteld en
Ik heb het gevoel dat de contactpersoon van de gemeente echt wil weten hoe het met mij gaat. Prestatie010
makkelijk te bereiken is. De Prestatie010-
5 14%
grafiek). Ik heb het gevoel dat de contactpersoon van de gemeente mij steeds wil controleren.
Ik kan de contactpersoon van de gemeente makkelijk bereiken Prestatie010 door te bellen of met een e-mail of whatsappje. Prestatie010 Meedoen010
74%
6%
53%
5 7%
7% 13% 8%
19%
Meedoen010
51% 41%
10% 9% 14% 8%
23%
17%
15%
Ruim de helft van de respondenten in de Prestatie010-aanpak heeft niet het gevoel
De contactpersoon van de gemeente moedigt mij aan omgecontroleerd te worden door de activeringscoach nieuwe dingen te doen. (en is het dus helemaal oneens met de stelling). Prestatie010 Meedoen010
64% 43%
9% 8%
19%
10% 8%
9%
22%
Onder de Meedoen010-respondenten is dit aandeel lager.
In de grafieken vallen drie dingen op: -
Respondenten zijn over het algemeen positief over de contacten met de activeringscoach.
-
Respondenten uit de Meedoen010-aanpak hebben relatief vaak geen mening over de stellingen.
-
Respondenten uit de Prestatie010-aanpak zijn het relatief vaak helemaal eens met de stellingen.
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
41
4.6.3
Waardering contact t.o.v. een jaar geleden
Het merendeel van de respondenten had al voor
De contactpersoon moedigt mij meer aan om nieuwe dingen te doen.
januari 2019 een bijstandsuitkering en kan dus de
Prestatie010
20%
Meedoen010
17% 5
contacten van nu vergelijken met de contacten van een jaar geleden. Onderstaande grafieken laten de
5
45%
11% 15%
38%
10%
28%
resultaten zien. De contactpersoon is nu minder streng. De contactpersoon is nu vriendelijker tegen mij dan een jaar geleden.
Prestatie010 11%
47%
Prestatie010
21% 6%
50%
Meedoen010 11% 5
39%
Meedoen010
25%
42%
10%11%
18% 16%
16% 26%
7% 21% Ik heb nu vaker contact met de contactpersoon.
Ik heb nu meer het gevoel dat de contactpersoon mij steeds wil controleren. Prestatie010 8% 5
37%
Meedoen010 6%6%
38%
32%
15%
20%
19% 6%
44%
Meedoen010
19% 5
44%
18% 7%
Meedoen010
16% 5
41% 38%
17% 13% 15%
23%
27%
De contactpersoon heeft nu meer aandacht voor wat ik zelf graag wil doen. Prestatie010
Prestatie010
15% 13% 9%
Ook nu valt een aantal zaken op: -
Een relatief klein deel van de respondenten is het (helemaal) eens met de stellingen en een relatief
24%
groot deel van de respondenten geeft een neutraal antwoord (niet eens, niet oneens) of zegt
Met de contactpersoon maak ik nu duidelijkere afspraken over wat ik ga doen.
het niet te weten. Veranderingen ten opzichte van
Prestatie010
22%
opgemerkt te worden.
Meedoen010
18% 5
5
46% 45%
vorig jaar lijken dus maar beperkt (bewust)
12% 13% 7%
25%
-
Net als bij het vorige blok stellingen zien we ook hier dat respondenten uit de Meedoen010-aanpak in vergelijking met de Prestatie010-respondenten
Ik heb nu meer het gevoel dat de contactpersoon echt wil weten hoe het met mij gaat. Prestatie010
25%
Meedoen010
20% 6%
7%
42% 42%
11% 12% 9%
22%
vaker geen mening hebben over de stellingen. -
Afgezien van de verschillen tussen het aandeel ‘weet niet’ doen zich twee significante verschillen voor tussen de Prestatie010-respondenten en de Meedoen010-respondenten: Prestatie010respondenten zijn het vaker helemaal oneens met
Ik kan de contactpersoon nu makkelijker bereiken (door te bellen of met een e-mail of whatsappje).
de stelling dat de contactpersoon hen meer dan
Prestatie010
21% 7%
ook vaker helemaal oneens met de stelling dat de
Meedoen010
18%
43% 44%
12% 14% 10%
23%
vorig jaar wil controleren. Anderzijds zijn zij het contactpersoon nu meer aandacht heeft voor wat men zelf wil dan een jaar geleden.
42
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
4.6.4
Tevredenheid activeringscoach
Figuur 4.1.
Goede punten en verbeterpunten contactpersoon (Prestatie010 + Meedoen010)
Als naar een totaaloordeel wordt gevraagd voor het contact met de contactpersoon (activeringscoach) is
Bejegening
7%
60%
Begeleiding
4%
58%
Bereikbaarheid
6%
26%
De laatste groep is vaker neutraal over het contact
Aangeboden activiteiten
6%
14%
(35% versus 17%). Zoals al eerder vermeld is heeft
Vaak contact
5%
6%
dit mogelijk te maken met de lagere frequentie van
Weinig/geen contact
6% 2%
Iets anders
4% 1%
men al met al tevreden. Prestatie010-respondenten zijn vaker (zeer) tevreden over de contactpersoon dan Meedoen010-respondenten (73% versus 59%).
het contact waardoor men het contact minder goed kan beoordelen.
Niets / weet niet 74%
12%
Prestatie010: tevredenheid met contactpersoon Wat doet contactpersoon goed? Wat zou contactpersoon beter kunnen doen?
Respondenten uit de Prestatatie010-aanpak zijn Meedeoen010: tevredenheid met contactpersoon
vaker tevreden over de bejegening (64% vs 54%), de aangeboden activiteiten (17% versus 10%) en de (hoge) frequentie van het contact (8% versus 2%) dan de respondenten uit de Meedoen010-aanpak.
In Figuur 4.1 is te zien wat de activeringscoaches volgens respondenten goed doen en wat zij beter zouden kunnen doen. Zo is te zien dat men met name tevreden is over de bejegening en de begeleiding door de activeringscoach. De bereikbaarheid, aangeboden activiteiten en de frequentie van het contact worden minder vaak als goede punten van de activeringscoach genoemd. Als
4.7
Conclusies
In dit hoofdstuk zijn de ervaringen van een aantal activeringscoaches, een manager en een aantal werkzoekenden met de vernieuwde werkwijze van Prestatie010 beschreven, met bevindingen uit interviews en de onder werkzoekenden afgenomen enquête.
gevraagd wordt naar de verbeterpunten van de
Concluderend kunnen we stellen dat er formeel een
activeringscoach kan het merendeel van de
vernieuwde werkwijze Prestatie010 is, die bestaat uit
respondenten (74%) geen verbeterpunt noemen. De
de volgende hoofdonderdelen:
mening van de overige respondenten is zeer verdeeld.
Ervaringen nieuwe werkwijze – Hoofdstuk 4
43
•
Een brede uitvraag aan het begin en passende
Hetzelfde spanningsveld is zichtbaar bij de focus op
dienstverlening
minder en kortere ontheffingen bij de
•
Matching met vrijwilligersorganisaties
activeringscoaches, terwijl werkzoekenden juist liever
•
Een lagere caseload en een vast contactpersoon
eerder een ontheffing of een ontheffing voor langere
•
Frequenter contact en andere vormen van
tijd willen in geval van chronische ziekten bij henzelf
contact
of hun partner.
•
Focus op ontwikkeling van werkzoekenden en op mogelijkheden
•
Meer outreachend werken
•
Meer focus op overdracht naar Werk
•
Inzet van re-integratievoorzieningen
•
Extra inzet op schuldenaanpak (ETF)
Activeringscoaches zijn over het algemeen positiever over de vernieuwde aanpak dan werkzoekenden. Activeringscoaches merken ook veel verschil in werkwijze ten opzichte van de oude werkwijze. Zowel de activeringscoaches als teammanager beoordelen de grotere focus op kwaliteit in plaats van op kwantiteit als positief. Doordat coaches nu een vaste caseload hebben, voelen zij zich verantwoordelijker voor de werkzoekenden in hun caseload. Activeringscoaches geven aan dat de vernieuwde werkwijze voor meer werkplezier zorgt. Tegelijkertijd zorgen de doelstellingen bij sommigen voor werkdruk. Werkzoekenden merken het verschil tussen de oude en vernieuwde werkwijze veel minder, maar zij zijn wel positief over de huidige bejegening en de andere benadering door de activeringscoaches met meer aandacht voor belemmeringen in hun persoonlijke situatie. Ook zijn zij tevreden over de frequentie waarmee zij de activeringscoach spreken en vinden zij het fijn om een vaste activeringscoach te hebben. De visie van activeringscoaches botst soms met de realiteit van de werkzoekenden. Activeringscoaches willen werkzoekenden bewegen om zoveel mogelijk tegenprestatie activiteiten (tegelijk) te ontplooien, terwijl werkzoekenden soms moeite hebben om één tegenprestatie te combineren met hun andere verplichtingen: in het huishouden of de zorg voor anderen.
44
Ervaringen nieuwe werkwijze - Hoofdstuk 4
De brede uitvraag, meer aandacht voor belemmeringen en een persoonlijker aanpak vertaalt zich voor werkzoekenden in meer praktische hulp. Dit lijkt goed aan te sluiten bij de behoeften van werkzoekenden, vanwege beperkte kennis van regelingen, stress door financiële problemen en taalbarrières. Afstand en locatie spelen een rol bij zowel activeringscoaches als bij werkzoekenden. Het outreachend werken en langsgaan op locatie van het vrijwilligerswerk of dagbesteding is een voordeel voor werkzoekenden (minder reiskosten) en voor activeringscoaches (meer inzicht in de situatie van werkzoekenden). Daarentegen is afstand tot reintegratie voorzieningen of betaald werk soms een belemmering voor werkzoekenden. Het wijkgestuurd werken met meerdere partijen die in de wijk kantoor houden is een gunstige ontwikkeling voor het contact van activeringscoaches met professionals van Werk & Inkomen en van de wijkteams. De nieuwe mogelijkheden van de Prestatie010 professionals zoals de inzet van reintegratievoorzieningen, mogelijkheden voor een garantiebaan of beschut werk lijken de activeringscoaches nog beperkt te benutten. Onder andere door onbekendheid met deze instrumenten en door de beperkte beschikbaarheid van geschikte instrumenten.
5 Tegenprestaties en ervaringen 5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat in op de vormen van tegenprestatie die worden gedaan en in hoeverre dit de werkzoekenden bevalt. Daarbij wordt, waar mogelijk en relevant, onderscheid gemaakt tussen Prestatie010 en Meedoen010. Dit hoofdstuk is grotendeels gebaseerd op de telefonische enquête onder werkzoekenden.
5.2
Vormen van tegenprestatie
Van alle respondenten doet ongeveer twee derde tenminste één vorm van tegenprestatie. Dit komt nagenoeg overeen met de registraties van de afdeling (62%), zie paragraaf 3.6. De meerderheid van de respondenten die een tegenprestatie doen, doet één tegenprestatie. Ongeveer drie op de tien doen twee of meer activiteiten, zoals het werken aan
Vrijwilligerswerk wordt door de respondenten het meest gedaan (44%), daarna mantelzorg (18%). Werken aan schulden, een taalcursus of een beweegtraining worden elk door ongeveer een op de tien werkzoekenden gedaan. Andere vormen van tegenprestaties die door een klein aantal werkzoekenden worden genoemd zijn therapie, training emotieregulatie, computercursus en antiverslavingsprogramma. Wanneer we een uitsplitsing maken naar Prestatie010-aanpak en Meedoen010-aanpak is een duidelijk verschil te zien. Zo doet 81% in de Prestatie010-aanpak een tegenprestatie en is dat aandeel in de Meedoen010-aanpak 48%. Ook deze aandelen komen nagenoeg overeen met de percentages die uit de registraties blijken (respectievelijk 79% en 51%), zie paragraaf 3.6.
schulden in combinatie met mantelzorg.
Tegenprestaties en ervaringen – Hoofdstuk 5
45
Wat betreft de vormen van tegenprestatie doen zich
Prestatie010-aanpak over het algemeen beter is dan
een aantal significante verschillen voor tussen de
onder hen in de Meedoen010-aanpak (zie ook
groepen respondenten (er is sprake van een
paragraaf 3.4) en men zichzelf hierdoor ook vaker in
significant verschil als men met 95% zekerheid kan
staat acht om daadwerkelijk iets van een
zeggen dat de uitkomst niet op toeval berust). Zo
tegenprestatie te doen. Dit wordt bevestigd in de
wordt met name vrijwilligerswerk vaker gedaan door
interviews met werkzoekenden. Een werkzoekende
respondenten uit de Prestatie010-aanpak. Ook
zegt hierover:
geven zij vaker mantelzorg en nemen zij vaker deel aan een taalcursus. Zoals al eerder vermeld, is het verschil voor het onderwerp vrijwilligerswerk te verklaren door de criteria die zijn gehanteerd om de werkzoekenden in twee groepen te verdelen: Werkzoekenden die al vrijwilligerswerk doen worden ingedeeld in de Prestatie010-aanpak.
5.3
Mening over beleid tegenprestatie
Meer dan twee derde van de werkzoekenden is het met de stelling eens dat de meeste mensen met een uitkering van de gemeente Rotterdam een tegenprestatie moeten doen. Een kwart van de werkzoekenden is het hier noch mee eens noch mee oneens en ongeveer een op de tien werkzoekenden zijn het er niet mee eens. Uit de toelichting blijkt dat
In elk geval dat zodra mensen zich goed voelen en medisch en psychisch, ik vind dat wel goed. (…) Dan heb je meer een beetje een socialer leven. En je kan je leven een beetje op gang brengen zelf ook. Daarom vind ik dat goed.
De geïnterviewde werkzoekenden vinden het goed dat de tegenprestatie verplicht is voor gezonde mensen, maar voor henzelf is het anders. Zij waarderen het dat de activeringscoach rekening houdt met hun situatie, in aantal uren of soort tegenprestatie. Daardoor ervaren zij de tegenprestatie minder als verplicht. Werkzoekende, man:
men er over het algemeen geen bezwaar tegen heeft dat er een tegenprestatie gevraagd wordt: “Je moet wat terugdoen voor je uitkering”, “Je bent bezig en blijft onder de mensen” en “Het is goed voor je, je kan je ontwikkelen”. Maar zowel werkzoekenden die het eens zijn met de stelling als werkzoekenden die
Als iemand kan, verplicht is goed. Iedereen moet iets doen, als [je] gezondheid beter [is]. Ik wil werken, maar kan niet. Ik ben niet blij met 24 uur [per dag] thuis [zitten].
het oneens zijn, geven aan dat het afhankelijk is van de gezondheid of de tegenprestatie verplicht moet
Werkzoekende, vrouw:
worden gesteld: “Ik heb een hersenbloeding gehad en heb in coma gelegen en dan word ik toch verplicht
Ik denk dan van, sommige mensen hebben
om iets te doen. Ik vind dat niet altijd terecht.”
[het] makkelijk, kunnen makkelijk wat doen.
Werkzoekenden uit de Prestatie010-aanpak zijn het vaker helemaal eens met de stelling dan de werkzoekenden uit de Meedoen010-aanpak (51% versus 39%). Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de gezondheid onder hen in de
46
Tegenprestaties en ervaringen - Hoofdstuk 5
Ik moet zo van vechten om wat te doen (…). Ik moet op tijd zijn voor mijn kinderen, zulke dingen. Want als mijn man werkt, dan moet ik ook op tijd zijn. (…) Het is echt zo van, laat ik maar zeggen, chaos dan.
5.3.1
Mening Rotterdammers Omnibusenquête
5.4
Meer over tegenprestaties
In de Omnibusenquête worden elk jaar een aantal
Voor elke vorm van tegenprestatie die de
stellingen over de tegenprestatie voorgelegd aan de
respondenten doen, is een aantal vragen gesteld:
Rotterdammers. De uitkomsten uit deze enquête zijn
1. Doet men de tegenprestatie nog steeds?
vergelijkbaar met de uitkomsten uit dit onderzoek.
2. Waarom is men eventueel gestopt?
Zo is 61% van de Rotterdammers het eens met de stelling dat mensen met een uitkering iets terug moeten doen voor de stad. 60% van de Rotterdammers vindt dat mensen die langdurig werkloos zijn, verplicht zouden moeten worden om met behoud van de uitkering vrijwilligerswerk te doen. En bijna driekwart van de Rotterdammers vindt dat mensen met een uitkering die geen kans op een baan hebben, door de gemeente geholpen moeten worden om maatschappelijk actief te blijven. Zoals gezegd worden deze stellingen jaarlijks gemeten. De uitkomsten op de stellingen zijn al jaren stabiel.
3. Is het in de buurt? 4. Bevalt het? 5. Wat vindt men het leukst en het minst leuk? Aan de respondenten die vrijwilligerswerk doen of mantelzorger zijn is een aantal aanvullende vragen gesteld zoals wat voor vrijwilligerswerk er gedaan wordt of uit welke activiteiten de mantelzorg bestaat en voor wie er wordt gezorgd. Op de volgende pagina’s worden de resultaten op bovenstaande vragen per tegenprestatie weergegeven. Aan respondenten die meer dan één tegenprestatie doen zijn de vragen voor slechts één tegenprestaties voorgelegd. Dat maakt dat het aantal respondenten dat de vragen over een bepaalde tegenprestatie heeft beantwoord over het algemeen lager is dan het aantal respondenten dat deze tegenprestatie doet.
Tegenprestaties en ervaringen – Hoofdstuk 5
47
48
Tegenprestaties en ervaringen - Hoofdstuk 5
Tegenprestaties en ervaringen – Hoofdstuk 5
49
50
Tegenprestaties en ervaringen - Hoofdstuk 5
5.5
Tevredenheid met tegenprestatie
Voor ongeveer driekwart van de respondenten die een tegenprestatie doen geldt dat men trots is op de tegenprestatie die men doet, dat de omgeving
Ongeveer de helft is door de tegenprestatie meer buitenshuis gaan doen. Dit geldt (logischerwijs) vaker voor degenen die vrijwilligerswerk doen (66%) dan voor degenen die aan schulden werken (11%).
positief is over de tegenprestatie die gedaan wordt
Op de stelling ‘Ik ben gezond en fit genoeg voor de
en dat men zich thuis voelt bij de organisatie of de
tegenprestatie’ wordt duidelijk anders gereageerd
mensen waar een tegenprestatie wordt gedaan (zie
dan op de andere stellingen. Een relatief klein deel
Figuur 5.1). Een groot deel van de respondenten geeft het doen van een tegenprestatie ook een goed gevoel. Zo heeft bijna twee derde van de respondenten die een
van de respondenten is het eens met de stelling. De beantwoording van deze stelling hangt sterk samen met de ervaren gezondheid; Respondenten die de eigen gezondheid (zeer) goed vinden zijn het vaker eens met de stelling, visa versa.
tegenprestatie doen het gevoel iets goed te doen voor anderen en/of is blij dat men door het doen van de tegenprestatie de tijd goed besteedt.
Tegenprestaties en ervaringen – Hoofdstuk 5
51
De onderste drie stellingen in de figuur zijn negatief
Het volhouden van de tegenprestatie is voor meer
geformuleerd en laten daardoor een ander
dan de helft geen probleem. Een op de zes
antwoordenpatroon zien. Ongeveer zes op de tien
respondenten vindt het wel (enigszins) moeilijk om
respondenten die een tegenprestatie doen, doen het
het vol te houden.
niet omdat het moet en/of vinden het vervelend dat zij door de tegenprestatie minder vrije tijd hebben.
Al met al bevalt het doen van een tegenprestatie de meeste respondenten wel, maar valt het sommigen wat zwaar in verband met gezondheidsproblemen.
Figuur 5.1.
Stellingen met betrekking tot het doen van een tegenprestatie
79%
Ik ben trots op de tegenprestatie die ik doe. Andere mensen vinden het goed van mij dat ik de tegenprestatie doe.
74%
7%
Ik voel mij thuis bij de organisatie of mensen waarbij ik de tegenprestatie doe.
72%
11% 10% 5%2
16% 22
Ik doe iets goeds voor anderen door de tegenprestatie te doen.
64%
9%
Ik ben blij dat ik door de tegenprestatie mijn tijd goed kan besteden.
63%
15%
15% 35%
19%
5% 13%
53%
Door de tegenprestatie ben ik meer buitenshuis gaan doen. Ik ben gezond en fit genoeg voor de tegenprestatie.
27%
Ik doe de tegenprestatie alleen omdat het moet.
10% 5%
17%
Ik vind het moeilijk om de tegenprestatie vol te houden.
9% 8%
18%
Ik vind het vervelend dat ik door de tegenprestatie minder vrije tijd heb.
4 4
10%
13%
17%
6% 11%
15%
Helemaal eens Een beetje eens Niet eens / niet oneens Een beetje oneens Helemaal oneens
52
7% 10% 22
Tegenprestaties en ervaringen - Hoofdstuk 5
31%
17%
11% 62% 54% 61%
2 8%
17%
5.6
Conclusies
Werkzoekenden vinden over het algemeen dat de meeste mensen met een uitkering van de gemeente Rotterdam een tegenprestatie moeten doen. Maar of de tegenprestatie verplicht moet worden gesteld is wel afhankelijk van de gezondheid. Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn de twee meest voorkomende tegenprestaties onder de respondenten. Aan vrijwilligerswerk wordt gemiddeld 12 uur per week besteed, veelal bij basisscholen, in verzorgingstehuizen en in buurthuizen / huizen van
In het algemeen kan gesteld worden dat werkzoekenden die een tegenprestatie doen hier positief over zijn. Het geeft hen een goed gevoel om nuttig bezig te zijn en onder de mensen te zijn. Ze zijn vaak ook trots op de tegenprestatie die ze doen. Echter, een relatief klein deel van de werkzoekenden vindt zichzelf gezond en fit genoeg voor de tegenprestatie. Zoals aangegeven komt met name bij vrijwilligerswerk en mantelzorg naar voren dat het werk zwaar kan zijn.
de wijk. De meeste vrijwilligers bevalt het werk (heel) goed. Aan mantelzorg, waarbij voornamelijk voor familie wordt gezorgd, wordt gemiddeld 34 uur per week besteed. Over het algemeen wordt de zorg met plezier gegeven, maar worden er ook opmerkingen gemaakt over fysieke en mentale belasting.
Tegenprestaties en ervaringen – Hoofdstuk 5
53
6 Effecten en belemmeringen 6.1
Inleiding
Als we het hebben over de effecten van Prestatie010
De meerderheid van de mensen die een
kunnen we onderscheid maken in:
tegenprestatie doen is zich hierdoor een beetje beter (23%) of zelfs veel beter (42%) gaan voelen. Ook
-
-
Effecten op de werkzoekende zelf (gezondheid,
heeft het doen van een tegenprestatie voor de
zelfvertrouwen, sociale contacten, eigen
meerderheid een positief effect op het zelfbeeld: 21%
inschatting van kans op vinden van werk etc.)
is een beetje positiever over zichzelf gaan denken en
Effecten op de samenleving, hier samengevat in
41% veel positiever. Wat betreft deze aspecten doen
het aantal uren vrijwilligerswerk en mantelzorg,
zich geen verschillen voor tussen Prestatie010- en
waar de Rotterdamse samenleving van profiteert.
Meedoen010-respondenten.
In dit hoofdstuk wordt met name stilgestaan bij de
Aan de respondenten die mantelzorg geven is
effecten van de tegenprestatie op de respondenten,
gevraagd in hoeverre men zich belast voelt door dit
maar ook bij de belemmeringen die respondenten
werk. Voor vier op de tien mantelzorgers geldt dat zij
ervaren om stappen te zetten.
zich niet of nauwelijks belast voelen (zie ook Figuur 6.1). 16% voelt zich daarentegen enigszins belast en
6.2
Individuele effecten
6.2.1
Gezondheid
44% voelt zich tamelijk zwaar belast tot zeer zwaar belast of overbelast.
In paragraaf 3.4 zagen we al dat de gezondheid van
Al met al lijkt het doen van een tegenprestatie
het merendeel van de respondenten nog te wensen
positieve effecten te hebben op de mentale
overlaat. Bijna de helft van hen zegt een slechte of
gezondheid. Bij mantelzorgers kan de zorg echter
zeer slechte gezondheid te hebben. Slechts een op
ook teveel worden en tot zware belasting of
de acht respondenten heeft een goede, of in enkele
overbelasting leiden. Zo kwam in paragraaf 3.4.1 al
gevallen een zeer goede gezondheid. Ook zagen we
aan de orde dat werkzoekenden zich vaak in
dat respondenten uit de Prestatie010-aanpak over
complexe persoonlijke situaties bevinden op het
het algemeen een betere gezondheid hebben dan de
gebied van gezondheid, financiën, kinderen en
respondenten uit de Meedoen010-aanpak.
opvoeding, waarbij overbelasting een risico is, zeker als zij vrijwilligerswerk gaan doen.
Figuur 6.1.
54
Mate van overbelasting mantelzorgers (N=45)
Effecten en belemmeringen - Hoofdstuk 6
Werkzoekende, vrouw:
6.2.3
Het [vrijwilligerswerk] was moeilijk te combineren, zeg ik heel eerlijk. En toen met haar overlijden [van haar moeder] en daarna was dat nog pittiger geworden. Maar ja goed, ik ben een vrouw van doorzetten, we proberen het gewoon.
Wat heeft men geleerd?
Twee derde van de respondenten die een tegenprestatie doen, zegt hier iets van geleerd te hebben. Van de taalcursus en het werken aan schulden lijkt men vaker wat geleerd te hebben dan van andere tegenprestaties. ‘Lijkt’ omdat er vanwege de kleine aantallen geen significant verschil kan worden aangetoond.
Werkzoekende, vrouw:
Aangezien beide tegenprestaties gericht zijn op ‘iets
Ik heb [het] ook zelf druk thuis, dus daarom. Ik heb ook nog vier kinderen thuis, echt boodschappen en zo, alles. Is ook moeilijk.
leren’, zou dit echter wel een logische uitkomst zijn. Als specifiek wordt gevraagd wat men geleerd heeft van het vrijwilligerswerk, zegt bijna twee derde ‘het contact maken met andere mensen’ en 43% ‘met andere mensen samenwerken’. Van de overige
6.2.2
Contacten
tegenprestaties kunnen door de kleine aantallen
Het doen van een tegenprestatie heeft duidelijk effect
geen betrouwbare uitspraken gedaan worden.
op de sociale contacten (zie Figuur 6.2). Een ruime meerderheid heeft meer contact met andere mensen
In de interviews met werkzoekenden vertelden
en ongeveer de helft heeft meer contacten gekregen
sommige werkzoekenden dat zij kennis opdeden
met mensen met een andere cultuur. Het aantal
over opvoeding en het omgaan met kinderen, of het
contacten in de buurt is bij een kleiner aandeel van
omgaan met ouderen met dementie. Een
de respondenten toegenomen.
werkzoekende heeft leren lezen en schrijven door de taalcursus, anderen hebben hun taalvaardigheden
Of men door de tegenprestatie meer sociale
verbeterd. De beweegcursus zorgt volgens een
contacten heeft gekregen is sterk afhankelijk van de
werkzoekende voor meer kennis over voeding,
soort tegenprestatie die men doet. Zo zijn
gezondheid, bewegen en omgaan met stress.
mantelzorgers en mensen die aan schulden werken het vaker oneens met de stellingen. Respondenten die vrijwilligerswerk doen zijn het daarentegen vaker eens met de stellingen.
Figuur 6.2.
Effect van de tegenprestatie op de sociale contacten
Door het doen van een tegenprestatie, heb ik meer contacten met andere mensen. Door de tegenprestatie heb ik meer contacten gekregen met de mensen in mijn buurt.
60%
39%
Door de tegenprestatie heb ik meer contacten gekregen met mensen met een andere cultuur. Helemaal eens
Een beetje eens
Niet eens / niet oneens
10%
7%
46%
23%
11%
Een beetje oneens
18%
4
20%
3 9%
26%
4
20%
Helemaal oneens
Effecten en belemmeringen – Hoofdstuk 6
55
6.2.4
Kans op werk
Respondent: Ja, omdat is heel lastig en pijn,
Het merendeel van de respondenten (62%) heeft wel
als je begint te werken. En daarna over één
eens een betaalde baan gehad. Voor een relatief
maanden of twee maanden en wordt
klein deel van hen is dat kortgeleden; 12% heeft in
ziekmelden. Is niet goed voor die chef, ook
de afgelopen vijf jaar nog betaald werk gehad. Voor
niet, hè? (…) Nee, je wordt ziekmelden. En
ruim de helft (54%) is dit 10 jaar of langer geleden
daarna, je wordt …,, ik blijf in de ziek. Snap
geweest.
je? …. Ik wil niet zo werken? (…) Het moet goed zijn. Ik moet heel goed zijn. 35% van de respondenten zou wel (weer) een betaalde baan willen, 22% misschien, 18% waarschijnlijk niet en 26% zeker niet. Volgens 64% is de kans klein dat men binnen drie jaar een betaalde baan heeft. Volgens 11% is de kans groot.
Recent wetenschappelijk onderzoek onder Rotterdamse bijstandsgerechtigden bevestigt dat gezondheidsklachten het vinden van betaald werk belemmeren. Uit het BOLD Cities onderzoek blijkt ook dat het hebben van een chronische aandoening een negatieve invloed heeft op het starten met betaald werk. Bovendien neemt de kans op werk aanzienlijk af bij cliënten met meerdere chronische aandoeningen.11
De interviews met de werkzoekenden bevestigen dit
De respondenten in de enquête reageren
beeld. Uit de interviews blijkt dat werkzoekenden hun
verschillend op de vraag of de tegenprestatie hun
kansen laag inschatten voor het krijgen van betaald
kans op het vinden van betaald werk beïnvloedt. Een
werk, door hun leeftijd, hun fysieke problemen en
deel van de respondenten ziet de tegenprestatie niet
gebrek aan diploma’s of lage opleidingsniveau.
zozeer als een stap richting betaald werk. Bij sommigen lijkt het antwoord op deze vraag ook
Werkzoekende, man, heeft knieprotheses en
bepaald te worden door andere zaken dan de
verwacht dat werkgevers hem niet zullen aannemen:
tegenprestatie, bijvoorbeeld door hun gezondheid.
En als bij sollicitatiegesprek gevraagd wordt naar van heb je in het verleden fysieke probleem of noem maar op, dan word je niet gelijk aangenomen. Dan wordt er gezegd van: u hoort nog van ons.
23% van de respondenten die een tegenprestatie doen, denkt dat het doen van een tegenprestatie de kans op een betaalde baan (veel) groter maakt. Ze geven veelal aan dat ze door de tegenprestatie werkervaring
Werkzoekende, vrouw, heeft knieproblemen en is bang dat ze het niet kan volhouden:
opdoen en/of de taal beter leren spreken waardoor ze makkelijker een betaalde baan zouden kunnen krijgen: “Dit kan ik op mijn cv zetten als werkervaring.” En: “Als je goed Nederlands kunt, dan
Interviewer: Als uw lichamelijke problemen
kun je verder komen. Na deze cursus wil ik verder
over zijn, dan zou u wel weer een betaalde
leren.”
baan willen doen?
11
56
Merel Schuring et al. (2019). Re-integratie in BOLD Cities. Eindrapportage. Centre for BOLD Cities.
Effecten en belemmeringen - Hoofdstuk 6
37% van de respondenten denkt dat
En toen ben ik eigenlijk weer helaas in de
de kans op een betaalde baan gelijk blijft.
molen beland van ziek zijn. Het een na het