5. Drie jaar na Roemer, Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Tekst van het document
• Naar aanleiding van deze uitkomsten wordt door de ministeries van BZK, JenV en SZW verkend of en hoe een, die op dit moment plaatsvindt, aanwezigheidsmelding moet worden ingesteld. Dit wordt meegenomen in een bredere verkenning naar het verbeteren van de zicht op arbeidsmigranten.
20
Kamerstukken II, 27 859, nr. 162.
21
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 4 Huisvesting
Huisvesting H4 De Wet goed verhuurderschap 4.1.B en 4.3.B Aanscherpen normen en integratie private keurmerken SNF en AKF. 4.3.A en 4.3.D Decentralisatie gebruiksoppervlaktenorm in Omgevingswet 4.3.C Programma ‘Een thuis voor iedereen’
De huisvesting van arbeidsmigranten is een belangrijk aandachtspunt. Er zijn te weinig locaties en veel huisvesting is van slechte kwaliteit. Arbeidsmigranten zijn ook nog te vaak afhankelijk van werkgevers als het gaat om huisvesting. Om misstanden te voorkomen en de huisvestingssituatie en woonbescherming van arbeidsmigranten te verbeteren, zijn er drie doelen gesteld.
Wetsvoorstel Regie op de Volkshuisvesting 4.2.A Programma Woningbouw en stimuleringsregelingen 4.2.B Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid 4.2.C Zelfstandig huurcontract voor alle woonvormen 4.4.A Loskoppelen huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst 4.4.B
• Verbeteren kwaliteit van de huisvesting (paragraaf 4.1) • Meer huisvesting realiseren (paragraaf 4.2) • Versterken van de huurpositie (paragraaf 4.3)
4.1 Het verbeteren van de kwaliteit van de huisvesting De meeste aanbevelingen op het gebied van huisvesting gaan over het zorgen voor een betere kwaliteit van de huisvestingslocaties. Sommige arbeidsmigranten leven in slechte huisvesting met weinig faciliteiten, waarvoor zij veel geld moeten betalen. Het komt ook regelmatig voor dat er te veel arbeidsmigranten in te kleine ruimtes gehuisvest worden, of op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. Om deze situatie te verbeteren is er nieuwe wetgeving gerealiseerd. De Wet goed verhuurderschap ziet toe op een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap (aanbevelingen 4.1.B en 4.3.B). Ook de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt, stelt eisen aan de kwaliteit van huisvesting. Gemeenten kunnen dan zelf de norm voor het minimale aantal vierkante meters per persoon bepalen (aanbeveling 4.3.C). Verder wordt onderzocht of de normen van de private keurmerken SNF en AFK kunnen worden aangescherpt en samengevoegd tot één keurmerk (aanbevelingen 4.3.A en 4.3.D). Wet goed verhuurderschap • Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze wet introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap met regels waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich moeten houden.
Gemeenten hebben zo meer mogelijkheden om ongewenst verhuurgedrag, zoals woondiscriminatie, intimidatie, onredelijke servicekosten en een te hoge borg tegen te gaan. • Om arbeidsmigranten beter te beschermen zijn er voor hen extra regels waar verhuurders en verhuurbemiddelaars zich aan moeten houden. Zo moet de huurovereenkomst apart van de arbeidsovereenkomst worden vastgelegd en moet de verhuurder de arbeidsmigrant informeren in een voor de arbeidsmigrant begrijpelijke taal. • In aanvulling op de algemene regels, kunnen gemeenten een verhuurvergunning instellen voor de verhuur van reguliere woonruimte en/of voor de verhuur aan arbeidsmigranten. Met de vergunning voor de verhuur aan arbeidsmigranten kunnen zij extra voorwaarden stellen aan verhuurders, zoals een maximum aantal personen per kamer en voorwaarden ten aanzien van sanitair, was- en kook voorzieningen. Als de verblijfsruimte een woonruimte betreft, kunnen gemeenten ook voorwaarden stellen aan de huurprijs, het huurverhogingspercentage en het onderhoud. • Iedere gemeente moet op 1 januari 2024 een meldpunt hebben waar anoniem en kosteloos meldingen kunnen worden gedaan van ongewenst verhuurgedrag.
22
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
• Gemeenten zijn bij private verhuurders en verhuurbemiddelaars verantwoordelijk voor het toezicht en het handhaven van de algemene regels en de verhuurvergunning. In het geval van woningcorporaties is het toezicht en handhaving belegd bij de Autoriteit Woningcorporaties. Om gemeenten bij hun toezicht en handhaving te ondersteunen hebben de VNG en het ministerie van BZK de Handreiking Goed Verhuurderschap opgesteld. Gemeenten krijgen van het Rijk eenmalig 9,2 miljoen euro in 2023 en structureel 12,4 miljoen euro voor toezicht en handhaving van de wet. • Gemeenten en brancheorganisaties krijgen de beschikking over een toolkit om hen te helpen bij het communiceren over de Wet goed verhuurderschap. De toolkit wordt ontwikkeld door het ministerie van BZK en zal naar verwachting eind 2023 worden gepubliceerd. • De informatie op rijksoverheid.nl, volkshuisvestingnederland.nl en workinNL.nl is geactualiseerd naar aanleiding van de Wet goed verhuurderschap. • Daarnaast organiseerde de VNG in samenwerking met het ministerie van BZK een webinar en regiobijeenkomsten over de Wet goed verhuurderschap en heeft de VNG een modelverordening opgesteld die gemeenten kunnen toepassen indien zij een verhuurvergunning willen invoeren. • Aanbeveling 4.3.B gaat over de overgangstermijn naar de nieuwe norm.
In de Wet goed verhuurderschap is opgenomen dat voor bestaande verblijfsruimten een overgangsperiode geldt van drie jaar om aan de vergunningsvoorwaarden te voldoen. Aanscherpen normen en integratie private keurmerken SNF en AKF • De Stichting Normering Flexwonen (SNF) en het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) hebben allebei een eigen keurmerk. Het advies van het Aanjaagteam is om de keurmerken te integreren en daarbij op een aantal punten de normen aan te scherpen. Denk hierbij aan de minimale oppervlaktenorm en de woonfuncties onder één dak bij jaarrond huisvesting. • De bestuurders van Stichting Normering Flexwonen (SNF) en het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) zijn in gesprek om te komen tot een fusie met daarbij de integratie van de normen en keurmerken. Over het harmoniseren van de inhoud van de norm voor huisvesting ‘jaarrond’ is overeenstemming. Over de norm voor huisvesting bij seizoensarbeid op het erf van de agrarische ondernemer is nog geen overeenstemming bereikt. Ten tijde van het schrijven van deze jaarrapportage hebben de gesprekken hierover nog geen uitkomst geboden. • Als er overeenstemming is over het aanscherpen van de normen kunnen de eisen vastgesteld worden. De daadwerkelijke integratie van de beide keurmerken zal afhangen van de discussie hierover en de tijd die daarna nodig is voor accreditatie.
Decentralisatie gebruiksoppervlaktenorm in Omgevingswet • De kwaliteit van huisvesting is onder meer afhankelijk van de normen die aan de huisvesting worden gesteld, zoals het aantal vierkante meters per persoon (gebruiksoppervlaktenorm). • Het Bouwbesluit 2012 geeft handvatten waaraan huisvesting moet voldoen, zeker als het gaat over kwaliteit en veiligheid. Zo moet de gebruiksoppervlaktenorm voorkomen dat er te veel mensen in een woning wonen. • Deze norm wordt, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024, gedecentraliseerd naar het omgevingsplan van gemeenten. Gemeenten kunnen dan het minimumoppervlak per persoon aanpassen en bekijken welke norm lokaal gewenst is. In alle omgevingsplannen wordt via de bruidsschat21 opgenomen dat de gebruiksoppervlaktenorm voor een woning minimaal 12m2 is en voor een woonwagen minimaal 6m2. • Gemeenten krijgen de ruimte om een hogere eis te stellen. Onder de Omgevingswet is er ook ruimte om dit artikel aan te passen. Zo zouden er minimale gebruiksoppervlakte normen voor bijvoorbeeld een logiesfunctie voor werknemers kunnen worden gesteld. Het aanjaagteam heeft geadviseerd om tenminste 15 m2 en 1 persoon per slaapkamer (minimaal 5,5 m2) in te voeren.
21
Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels automatisch van het Rijk naar gemeenten.
23
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
4.2 Meer huisvesting realiseren Er is een tekort aan huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Daarom is het belangrijk dat gemeenten en provincies gestimuleerd worden om meer huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren. De volgende maatregelen vallen onder dit doel: • Programma ‘Een thuis voor iedereen’ • Wetsvoorstel Regie op de Volkshuisvesting (aanbeveling 4.2.A) • Programma Woningbouw en stimuleringsregelingen (aanbeveling 4.2.B) • Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid (aanbeveling 4.2.C) Programma ‘Een thuis voor iedereen’ • Op 11 mei 2022 heeft de minister voor VRO het programma ‘Een thuis voor iedereen’ aangeboden aan de Tweede Kamer.22 Het doel is om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. In het programma is opgenomen dat alle gemeenten vanaf 2023 werken aan integrale en regionaal afgestemde ‘woonzorgvisies’ waarmee invulling wordt gegeven aan de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van alle aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten. De Metropoolregio Amsterdam, de regio Parkstad Limburg, de regio Haaglanden, de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen, de provincie Groningen en de regio Enschede werken als eerste regio´s aan deze brede woonzorgvisies. De inzet is dat zij hiermee medio 2024 klaar zijn.
Op basis van hun ervaringen zijn andere regi0´s ook van start gegaan. • Het is belangrijk dat de woonopgave uit de woonzorgvisies voor onder andere arbeidsmigranten onderdeel wordt van de woningbouwprogrammering. Inmiddels zijn er in het hele land regionale woondeals gesloten waarmee de woningbouwprogrammering per regio en gemeente is vastgelegd. In die woondeals is tevens vastgelegd dat de woonopgave wordt betrokken bij de kwalitatieve invulling van de woningbouwprogrammering. Concreet betekent dit dat wordt gekeken wat de woonbehoefte van aandachtsgroepen is, waaronder arbeidsmigranten. Vervolgens wordt bezien hoe die behoefte is in te passen in de bestaande woningvoorraad, dan wel wordt opgenomen in de uitwerking van de woningbouwplannen. • Aandachtspunt hierbij is dat gemeenten, vanwege problemen met registratie (zie hoofdstuk 3) onvoldoende zicht hebben op de aantallen arbeidsmigranten. • Het tijdpad om te komen tot de regionaal afgestemde woonzorgvisies is gericht op 2026. Dit hangt samen met het voornemen uit het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting dat de woonzorgvisies in dat jaar onderdeel worden van het dan wettelijk verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma. Dit wetsvoorstel is op 18 juli 2023 naar de Raad van State gestuurd. Het streven is dat de wet in 2024 in werking treedt.
• Met een integrale monitor gaat het Rijk, samen met de VNG, het IPO (Interprovinciaal Overleg) en Aedes (de vereniging voor woningcorporaties in Nederland), vanaf 2024 de realisatie van de woon behoefte van aandachtsgroepen volgen.
22
Kamerstukken II, 32 847, nr. 883.
24
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting • Op dit moment zijn er te weinig betaalbare woningen en ontbreekt het aan voldoende locaties om te bouwen. Het kabinet heeft als doel om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar. Om hierop te kunnen sturen komt er een verplichting dat het Rijk, de provincies en gemeenten een volkshuisvestingsprogramma opstellen. Deze verplichting wordt opgenomen in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. • Dit wetsvoorstel geeft het Rijk, de provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om samen, en met regionale afstemming, regie te voeren op de volkshuisvesting. Hiermee hebben (lokale) overheden meer grip op hoeveel, waar en voor wie er wordt gebouwd. Ook kan er sneller gebouwd worden en krijgen kwetsbare mensen met urgentie een woning. • Provincies en gemeenten worden gevraagd om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen, met specifieke aandacht voor de opgave van aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten. Dit moet op regionaal niveau worden afgestemd, met een toezichthoudende rol voor provincies. • Van 16 februari tot en met 30 maart 2023 is de internetconsultatie van het wetsvoorstel geweest. Op 18 juli 2023 is het wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd.
Om meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren, zetten gemeenten samen werkingsverbanden op. Twee voorbeelden daarvan zijn te vinden in regio Rivierenland en regio Hart van Brabant. Lees hier meer over in dit artikel over regionale samenwerking voor meer en betere huisvesting van arbeidsmigranten: Samenwerkingsverbanden stimuleren meer huisvesting voor arbeidsmigranten in regio’s Rivierenland en Hart van Brabant | Praktijkverhaal | Home | Volkshuisvesting Nederland
Programma woningbouw en stimuleringsregelingen • Om te bevorderen dat er voldoende betaalbare worden woningen gebouwd, zijn er verschillende stimuleringsregelingen. Het programma ‘Woningbouw’, dat op 11 maart 2022 aan de Tweede Kamer is gestuurd, beschrijft de aanpak om de woningbouw te versnellen.23 • Gemeenten kunnen een beroep doen op de Woningbouwimpuls voor het versnellen van de woningbouw, het vergroten van het aantal nieuwbouwwoningen in een project of het vergroten van de betaalbaarheid van die woningen. In maart 2023 is de vijfde tranche hiervan opengesteld, deze bedraagt 250 miljoen euro. • Om op een snelle manier woningen te bouwen voor mensen die moeite hebben met het vinden van geschikte huisvesting, waaronder aandachtsgroepen, wordt versneld ingezet op het realiseren van 37.500 flexwoningen in de periode 2022-2024. In 2022 zijn 4.200 flexwoningen gerealiseerd. In de eerste twee kwartalen van 2023 zijn circa 2.100 flexwoningen opgeleverd. • In juli 2023 waren er voor circa 12.000 in totaal flexwoningen (vergevorderde) plannen om flexwoningen te plaatsen in 202324. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 ruim 300 miljoen euro extra vrij gemaakt om flex- en transformatiewoningen meerjarig te kunnen ondersteunen.25 De eerste tranche van deze Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen wordt in het najaar 2023 opengesteld.
• Daarnaast is het loket voor de financiële herplaatsingsgarantie26 sinds 2 mei 2023 geopend.27 De garantie is erop gericht om de kans op herplaatsing van flexwoningen te vergroten. Deze garantie helpt om de kosten eerlijk te verdelen wanneer de flexwoningen na de eerste locatie nergens opnieuw kunnen worden geplaatst. Ook wordt er verder gewerkt aan een fysieke herplaatsingsgarantie28. Via
23
Kamerstukken II, 32 847, nr. 878.
24
Kamerstukken II, 32 847, nr. 1037.
25
Kamerstukken II, 36 350, nr. 1
26
De financiële garantie helpt om de kosten eerlijk te verdelen wanneer ze na de eerste locatie nergens opnieuw zouden kunnen worden geplaatst.
27
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/versnellen-tijdelijke-huisvesting/financiele-herplaatsingsgarantie/
28
De fysieke herplaatsingsgarantie zorgt ervoor dat flexwoningen altijd een nieuwe plaats vinden wanneer zij moeten worden
project-aanmelden verplaatst na hun (eerste) locatie.
25
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting worden gemeenten, provincies en woningcorporaties ondersteund en wordt kennis gedeeld29. • Net als in voorgaande jaren stelt het ministerie van BZK in 2023 een bedrag beschikbaar voor het vergroten van het woningaanbod voor aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten. In 2022 is 52,1 miljoen euro aan gemeenten verstrekt voor de realisatie van ca. 4.800 flexwoningen en ca. 3.000 permanente woonruimten. Het gaat hierbij om 1.148 woonruimten voor arbeidsmigranten. Voor 2023 is er ruim 34 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Het vinden van passende woningen voor aandachtsgroepen is een grote uitdaging. Om hierbij te helpen, heeft het ministerie van BZK in 2023 een overzicht gepubliceerd. In het overzicht staan alle bestuurlijke instrumenten waarmee gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor het huisvesten van aandachtsgroepen, maar ook provincies en woningcorporaties, aan de slag kunnen. Daarnaast biedt het overzicht onder meer: • informatie over ondersteuningsmogelijkheden en subsidies; • handige links naar bijvoorbeeld websites, onderzoeken en kamerbrieven; • verwijzingen naar beschikbare expertteams; • verwijzingen naar beschikbare regelingen voor financiële ondersteuning. Overzicht Mogelijkheden, ondersteuning en regelingen huisvesting aandachtsgroepen | Publicatie | Home | Volkshuisvesting Nederland
Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid • Het Aanjaagteam adviseert om bij de besluitvorming over nieuwe bedrijvigheid, de huisvestingsvraag onderdeel te maken van het vestigingsbeleid. Zo kunnen mogelijke knelpunten met betrekking tot huisvesting van arbeidsmigranten eerder worden gesignaleerd. • Samen met het Rijk, gemeenten en provincies en de inbreng van bedrijven en brancheorganisaties heeft het ondersteuningsprogramma arbeidsmigranten van de VNG de eerste versie van de effect rapportage bij nieuwe bedrijvigheid (‘effectrapportage’) ontwikkeld. • De doelstelling is drieledig: - De effectrapportage heeft tot doel om gemeenten te ondersteunen in het vroegtijdig verkrijgen van inzicht op welke wijze het huisvestingsvraagstuk van arbeidsmigranten verbonden is aan het gevoerde economisch en ruimtelijk beleid. - Door middel van de effectrapportage worden zowel (lokale) overheden als bedrijfsleven aan gespoord vroegtijdig na te denken over de effecten van het gevoerde beleid ten opzichte van de arbeids- en huisvestingsbehoefte in de gemeente en regio. Door de effecten inzichtelijk te maken, probeert de effectrapportage bewustwording te creëren bij bedrijven en overheden rondom de huisvesting van arbeidsmigranten.
- De effectrapportage heeft tot doel om in het contact tussen gemeente en bedrijf, voorafgaande aan het traject van vergunningverlening, tot een constructieve uitwisseling te komen van informatie waarbij de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten uitvoerig worden besproken. Deze gesprekken dragen bij aan de afweging in hoeverre een vestigingslocatie geschikt is. • Vanaf oktober 2023 wordt de effectrapportage getest bij zes gemeenten: Barneveld, Hollands Kroon, Horst aan de Maas, Meierijstad, Rotterdam en Zuidplas. Op basis hiervan wordt een vervolgversie ontwikkeld die in het tweede kwartaal van 2024 gereed is. • De effectrapportage kent een aantal onderdelen. - Als eerste worden referentieobjecten beschreven, zodat gemeenten een indruk kunnen krijgen van het aantal arbeidsmigranten dat zij bij een grote bedrijfsvestiging kunnen verwachten. Dit wordt uit gewerkt voor een aantal sectoren zoals: logistiek, voedingsindustrie, metaal en de land- en tuinbouw. - Daarnaast omvat het instrument handvatten voor gemeenten om in gesprek met nieuwe bedrijven te komen tot afspraken. Hiervoor is een gespreksleidraad en een vragenlijst ontwikkeld.
29
Kamerstukken II, 32 847, nr. 1037.
26
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
4.3 Versterken van de huurpositie De huurpositie van arbeidsmigranten moet verbeterd worden. Ook is het noodzakelijk dat arbeids migranten minder afhankelijk zijn van hun werkgever als het gaat om huisvesting. Daarom adviseert het Aanjaagteam om een zelfstandig huurcontract in te voeren voor alle woonvormen, óók in het geval van huisvesting op een bedrijfsterrein of groepsgewijze huisvesting (aanbeveling 4.4.A). In navolging van dit advies wordt de loskoppeling van huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst per 1 juli 2023 verplicht gesteld in de Wet goed verhuurderschap (aanbeveling 4.4.B). Daarnaast werkt het ministerie van BZK aan een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten. Zelfstandig huurcontract voor alle woonvormen • In veel gevallen is er voor arbeidsmigranten te weinig huurbescherming, waardoor het regelmatig voorkomt dat bij het einde van de arbeidsovereenkomst de huisvesting direct eindigt. • Het ministerie van BZK werkt een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten uit met meer huur(prijs) bescherming en verdere (materiële) ontkoppeling van de arbeids- en huurovereenkomst. • Het streven is om het wetsvoorstel huurcontract arbeidsmigranten in de eerste helft van 2024 in internetconsultatie te brengen.
Loskoppelen huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst • Met de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap is de loskoppeling van de huur- en arbeidsovereenkomst verplicht gesteld. • Specifiek voor arbeidsmigranten betekent deze wet dat de huurovereenkomst geen onderdeel meer mag zijn van de arbeidsovereenkomst en dat de informatievoorziening plaats moet vinden in een voor de arbeidsmigrant begrijpelijke taal. • Bij de verhuur aan arbeidsmigranten moet een schriftelijk en zelfstandig huurcontract worden aangeboden.
27
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 5 – Zorg en welzijn
H5 Zorg en welzijn Verlengde zorgfaciliteiten 5.1.A Toegang tot zorginformatie 5.1.B Toegang huisartsenzorg 5.1.C Verzamelen, verrijken en delen van kennis en expertise Pilot kortdurende opvang
Voor arbeidsmigranten is het niet altijd eenvoudig Ontwikkelen rechtentool om toegang te krijgen tot de gezondheidszorg. Dit heeft te maken met taalbarrières, onvoldoende kennis van het Nederlandse zorgstelsel of het niet kunnen vinden van een huisarts. Daarnaast zit een probleem bij het wegvallen van de zorgverzekering na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Het doel is om de toegang tot de zorg te verbeteren. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en werkgevers. Binnen het thema zorg en welzijn is ook aandacht voor de problematiek rondom dakloze EU-burgers.
5.1 Betere toegang tot zorg Een Nederlandse zorgverzekering is verplicht voor arbeidsmigranten die in Nederland aan het werk zijn. Om de toegang tot de zorg voor arbeidsmigranten te verbeteren, hebben zorgverzekeraars de afgelopen jaren veel maatregelen genomen. Met name de digitale toegang tot de zorgverzekering en het contact met de huisartsenzorg zijn verbeterd. Eind 2022 hebben Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de ministeries van SZW en VWS een convenant ondertekend. Hierin zijn ook afspraken gemaakt over het verbeteren van de zorginformatie.
Zorgconvenant Dit convenant legt een gezamenlijke commitment vast om de toegang tot zorg voor arbeidsmigranten te verbeteren, op het gebied van: • Zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van arbeidsmigranten. Dit omvat onder andere betere informatievoorziening, toegang tot de polis en verzekeringspas. Daarnaast betreft het de zorg bemiddeling tussen verzekerde en zorgverleners. • Verantwoordelijkheden van werkgevers. Hier gaat het met name om afspraken die zorgverzekeraars maken met werkgevers over collectiviteiten en de protocollen die zorgverzekeraars gebruiken om de betrouwbaarheid en integriteit van werkgevers te controleren. • Verantwoordelijkheden van zorgaanbieders. Hierbij kan gedacht worden aan de toegang tot huisartsenzorg en de rol van zorgverzekeraars om zorgverleners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om ook zorg aan arbeidsmigranten te verlenen.
Daarnaast zijn er verlengde zorgfaciliteiten noodzakelijk om ervoor te zorgen dat mensen niet onverzekerd zijn als ze hun baan verliezen. De volgende maatregelen vallen onder dit doel: • Verlengde zorgfaciliteiten (aanbeveling 5.1.A) • Toegang tot zorginformatie (aanbeveling 5.1.B) • Toegang huisartsenzorg (aanbeveling 5.1.C) • Verzamelen, verrijken en delen van kennis en expertise
28
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Verlengde zorgfaciliteiten • Veel arbeidsmigranten zijn verzekerd via de werkgever. De werkgever regelt de zorgverzekering en de betaling van de zorgpremie door een inhouding op het loon. Als het werkt stopt, stopt ook de zorgverzekering. Verlengde zorgfaciliteiten zijn nodig om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten die hun baan verliezen, niet onverzekerd zijn. • Zorgverzekeraars die zich richten op arbeidsmigranten bieden meestal een financiële garantstelling voor zorgaanbieders. Dit betekent dat internationaal werkenden tot 30 dagen na beëindiging van de verzekering behandeld kunnen worden. • Met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst vervalt ook de zorgverzekeringsplicht. In de praktijk zit vaak echter enige periode tussen het einde van de arbeidsovereenkomst en het beëindigen van de zorgverzekering. Hierdoor wordt dan de zorgverzekering met terugwerkende kracht alsnog beëindigd. Zorgkosten van arbeidsmigranten die met terugwerkende kracht niet verzekerd blijken door de beëindiging van het arbeidscontract, worden niet in rekening gebracht bij de arbeidsmigrant. • De Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden maakt het mogelijk dat onverzekerde arbeidsmigranten de noodzakelijke medische zorg vergoed krijgen. De kosten van deze regeling zijn de laatste jaren flink gestegen en komen in 2022 uit op 50 miljoen euro.
60% tot 70% van de zorggebruikers heeft een niet-Nederlandse nationaliteit. Het lijkt erop dat zorgverleners de weg naar deze regeling beter weten te vinden. • De kosten van zorg aan onverzekerbare vreemdelingen (zoals arbeidsmigranten die onrechtmatig in Nederland verblijven) komen ten laste van de Regeling Onverzekerbare Vreemdelingen als de patiënt deze zelf niet kan betalen. Toegang tot zorginformatie • Zorgverzekeraars hebben al veel stappen gezet om de toegang tot zorginformatie te verbeteren. Zo hebben zorgverzekeraars30 geregeld dat verzekerden ook zonder DigiD kunnen inloggen in de online omgeving om zaken rondom de zorgverzekering te bekijken en te regelen. Het is ook gemakkelijker voor arbeidsmigranten om een DigiD aan te vragen (zie onder hoofdstuk 7). • Met het zorgconvenant is ingezet op meer en betere voorlichting. De zorginformatie moet in meerdere talen beschikbaar zijn en de toegang tot de polis en andere documenten moet eenvoudiger worden gemaakt. Het merendeel van de zorgverzekeraars biedt al (polis)informatie in het Nederlands en Engels aan. Verzekeraars die zich specifiek richten op arbeidsmigranten bieden de informatie ook aan in andere talen, zoals Duits, Pools en Roemeens.
• Er wordt door Zorg en Zekerheid gewerkt aan de mogelijkheid om zorg gerelateerde documenten, zoals digitale passen en polisbladen, beschikbaar te stellen via plannings- en/of salarispakketten van uitzendbureaus. In de ‘Mijn Omgeving’ of app vindt de arbeidsmigrant dan niet alleen zijn arbeids contract, rooster in salarisstrook, maar ook informatie van de zorgverzekering. Toegang medische voorzieningen • Veel arbeidsmigranten staan niet ingeschreven bij een huisarts. Dat komt omdat zij maar tijdelijk in Nederland verblijven. Het Aanjaagteam adviseert dat er afspraken worden gemaakt tussen zorg verzekeraars en huisartsen in de buurt van locaties waar veel arbeidsmigranten wonen. Hierover is in de Jaarrapportage van 2022 gerapporteerd. Ook in het zorgconvenant zijn hierover afspraken gemaakt. • In 2023 zijn de zorgverzekeraars aan de slag gegaan met de afspraken in het zorgconvenant31. Het gaat hierbij veelal om maatwerkafspraken met bepaalde huisartsen. Ook ontstaan steeds meer nieuwe manieren van werken in de zorg voor arbeidsmigranten door samenwerking van huisartsen organisaties en werkgevers. Online huisartsenpraktijk ‘Arene’ is daar een goed voorbeeld van. Zij bieden de mogelijkheid om een medisch dossier bij te houden en in de eigen taal een digitaal of telefonisch consult aan te vragen.
30
CZ, Zilveren Kruis, Zorg en Zekerheid en Salland Zorgverzekeraar
31
Dit zorgconvenant is ondertekend door Zorgverzekeraars Nederland, het ministerie van SZW en het ministerie van VWS en legt een gezamenlijke commitment vast om de toegang tot zorg voor arbeidsmigranten te verbeteren op het gebied van o.a. zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van arbeidsmigranten, verantwoordelijkheden van werkgevers en verantwoordelijkheden van zorgaanbieders.
29
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
• In het zorgconvenant is afgesproken dat zorgverzekeraars zorgaanbieders actiever aanspreken op onterechte weigering of behandeling van arbeidsmigranten. Als huisartsen patiënten laten betalen of aangeven dat er geen plaats is, nemen zorgverzekeraars contact op met de betreffende huisarts. • Het ondersteuningsteam arbeidsmigranten van de VNG heeft in samenwerking met Pharos en de werkgroep zorg & welzijn een wegwijzer voor arbeidsmigranten ontwikkeld. De wegwijzer gaat in op de onderdelen: basisinformatie, zorg & welzijn, zorg voor (on)verzekerden en dakloosheid en re-connectie (terugkeer naar het thuisland). Per onderdeel worden informatie en tips uit de praktijk gegeven. Daarnaast kunnen gemeenten zelf ook invullen hoe ver zij op de verschillende thema’s zijn. Ter ondersteuning van de wegwijzer is tevens een handreiking met bijbehorende beleidschecklist ontwikkeld. Verzamelen, verrijken en delen van kennis en expertise • De inzet van Pharos, een kennisinstelling gefinancierd door het ministerie van VWS, is gericht op het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Dit gebeurt onder andere door het verzamelen, verrijken en delen van kennis en expertise. Deze organisatie richt zich onder meer op de gezondheid van arbeidsmigranten.
• In 2023 heeft het ministerie van VWS met Pharos de volgende afspraken gemaakt: - Aangaan van een samenwerking met uitzendbureaus en het netwerk van partijen beheren die werken aan de gezondheid van arbeidsmigranten. - Het ter beschikking stellen van kennis over gezondheidsbevordering bij arbeidsmigranten aan organisaties die invloed hebben op de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten. Pharos trekt hierin samen op met twee brancheorganisaties van uitzendbureaus. - Kennis en praktijkvoorbeelden delen van koplopergemeenten, zorgverleners en werkgevers. Dit doet zij onder andere door het organiseren van een leerkring met koplopers over het thema arbeidsmigranten en gezondheid. - Kennisontwikkeling specifiek gericht op de gezondheid en gezondheidskansen voor kinderen van arbeidsmigranten. - De kennis die is opgedaan over de mentale gezondheid van statushouders verrijken en toepasbaar maken voor andere groepen mensen met een migratieachtergrond, waaronder arbeidsmigranten. • Daarnaast heeft Pharos, in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), gemeenten ondersteund met kennis bij het ontwikkelen van een lokale aanpak om gezondheidsachterstanden van kwetsbare groepen te verminderen.
5.2 Betere ondersteuning dakloze EU-burgers In 2022 is het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers gelanceerd. Het plan, opgesteld door de ministeries van VWS, SZW en JenV in samenwerking met de VNG en de G4 gemeenten, heeft betrekking op minder zelfredzame, dakloze EU-burgers. Het doel van dit plan is om deze groep mensen perspectief te bieden, menselijk leed te verminderen, overlast op straat te beperken en terugkeer naar het land van herkomst mogelijk te maken. Het plan van aanpak is een aanvulling op de aanbevelingen van het Aanjaagteam. Onder dit doel vallen twee maatregelen: • Pilot kortdurende opvang • Ontwikkelen rechtentool
30
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Pilot kortdurende opvang • In 2023 is door het kabinet structureel 65 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor de aanpak van dakloosheid. Van deze middelen is 7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een pilot voor de opvang van dakloze EU-burgers. • Zes gemeenten (G4, Eindhoven en Venlo) bieden in deze pilot kortdurende opvang aan dakloze EU-burgers. Deze kortdurende opvang is gericht op begeleiding terug naar werk of naar het land van herkomst. De pilot wordt geëvalueerd op zowel kwantitatieve indicatoren (bijvoorbeeld het aantal werktoeleidingen en aantal plekken bij kortdurende opvang) en kwalitatieve indicatoren (bijvoorbeeld wat de positieve effecten van dit type opvang zijn en welke knelpunten worden ervaren). • In december 2023 wordt een tussenevaluatie van de pilot verwacht, waarna in juni 2024 een eind evaluatie wordt gedaan. Aan de hand van de tussenevaluatie zal worden besloten of en hoe de pilot in 2024 wordt voortgezet. Ontwikkelen rechtentool • De ministeries van VWS, SZW en JenV zijn bezig met het ontwikkelen van een rechtentool. De regelgeving rondom toegang tot de opvang is complex. Met deze tool moet het voor gemeenten eenvoudiger worden om te bepalen of een (individuele) dakloze EU-burger recht heeft op opvang.
• De rechtentool zal naar verwachting in december 2023 klaar zijn voor gebruik en getest worden in een aantal gemeenten, waaronder de gemeenten die ook deelnemen aan de pilot voor kortdurende opvang, namelijk de G4, Eindhoven en Venlo. Het doel is om deze tool uiteindelijk voor alle gemeenten beschikbaar te stellen.
31
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 6 Handhaving en toezicht
H6 Handhaving en toezicht Meer capaciteit Arbeidsinspectie ten behoeve van toezicht op toelatingsplicht van uitzendbureaus 6.1.C Handhaving door gemeenten 4.1.C Meer onaangekondigde inspecties/controles door gemeenten, SNF, AKF en SNA 6.1.E
Landelijke en lokale samenwerkingsverbanden 6.1.A Er worden op het gebied van werk, registratie en huisvesting belangrijke stappen gezet om de positie van arbeidsmigranten Grensoverschrijdend samenwerken 6.1.D te verbeteren. Als sluitstuk van de regelgeving zijn handhaving Verbeteren van gegevensuitwisseling 6.1.B en toezicht nodig om naleving van regelgeving te bevorderen en misstanden tegen te gaan. Om tot een geïntegreerd toezicht te komen is een goede samenwerking tussen de verschillende toezichtpartijen belangrijk. Ook moet er voldoende capaciteit zijn om te kunnen handhaven.
6.1 Samenhang en samenwerking in toezicht met voldoende capaciteit Er is een groot aantal toezichthouders en handhavingsinstanties betrokken bij de handhaving en het toezicht ter bestrijding van misstanden bij arbeidsmigranten. De Arbeidsinspectie ziet erop toe dat burgers en bedrijven zich houden aan de arbeidswetten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving en het toezicht op huisvesting en registratie. Daarnaast zijn de Belastingdienst, het UWV en de SVB verantwoordelijk voor het toezicht inzake belastingen en premies. Het is belangrijk dat deze overheidspartijen goed samenwerken en dat zij onderling afspraken maken over het aanpakken van misstanden en het beschermen van arbeidsmigranten. Daarnaast is het van belang dat publieke en private toezichthouders onderling goed samenwerken en dat de samenwerking met buitenlandse toezichthouders verstevigd wordt om beter grensoverschrijdend te kunnen werken.
Onder dit doel vallen de volgende maatregelen: • Meer capaciteit Arbeidsinspectie ten behoeve van toezicht op toelatingsplicht van uitzendbureaus (aanbeveling 6.1.C) • Handhaving door gemeenten (aanbeveling 4.1.C) • Meer onaangekondigde inspecties/controles door gemeenten, SNF, AKF en SNA (aanbeveling 6.1.E) • Landelijke en lokale samenwerkingsverbanden (aanbeveling 6.1.A) • Grensoverschrijdend samenwerken (aanbeveling 6.1.D) • Verbeteren van gegevensuitwisseling (aanbeveling 6.1.B)
De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet erop toe dat burgers en bedrijven zich houden aan de wetten en regels rondom werk. De grootste taken van de Arbeidsinspectie vloeien voort uit zeven arbeidswetten. Deze taken richten zich vooral op de circa 340.000 werkgevers en hoe zij hun verantwoordelijkheden waarmaken. Uitgangspunt bij het toezicht van de Arbeidsinspectie is de verantwoordelijkheid van werkgevers voor gezond, veilig en eerlijk werk. De missie van de Arbeidsinspectie beslaat drie domeinen: eerlijk werk, veilig en gezond werk en bestaanszekerheid. Elk domein heeft een eigen dynamiek en doelen. De Arbeidsinspectie zet daarbij een brede interventiemix in. Die mix bestaat uit allerlei instrumenten van voorlichting tot en met het doen van strafrechtelijk onderzoek. Om de effectiviteit te vergroten investeert de Arbeidsinspectie in het gebruik van data en informatie, strategische communicatie en samenwerking met relevante partnerorganisaties op haar domein.
32
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Meer capaciteit Arbeidsinspectie ten behoeve van toezicht op toelatingsplicht van uitzendbureaus • De beoogde inwerkingtreding van het aangepaste wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten is 1 januari 2026 (zie hoofdstuk 2). • De Arbeidsinspectie is bezig met het uitwerken en voorbereiden van het toezicht op het aangekondigde toelatingsstelsel. Het kabinet begroot voor het opschalen van de toezichtcapaciteit in 2023 6,3 miljoen euro en vanaf 2024 structureel 10,5 miljoen euro. • Er is naar schatting 90 fte beschikbaar voor dit deel van het publieke toezicht op uitzendbureaus. In 2023 is hiervoor de eerste groep mensen geworven. Tot de inwerkingtreding van de toelatingsplicht wordt deze groep mensen ingezet voor het intensiveren van het toezicht op uitzendbureaus. Dit is aanvullend op de huidige aanpak omtrent toezicht op uitzendbureaus.
De gemeenten zien toe op de handhaving en toezicht als het gaat om huisvesting en registratie. Zo wordt er door gemeenten en andere partijen gewerkt aan verschillende kwaliteitsmaatregelen om te zorgen voor het goed bijhouden van de gegevens van arbeidsmigranten in de BRP en zijn gemeenten verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de Wet goed verhuurderschap. Zie ook hoofdstuk 3 en 4. Handhaven op goede en fatsoenlijke huisvesting is belangrijk. Dit verkleint het risico op overbewoning, brandveiligheid en overlast.
Handhaving door gemeenten • Gemeenten zijn ten aanzien van private verhuurders en verhuurbemiddelaars verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de Wet goed verhuurderschap. In het geval van woningcorporaties ligt deze verantwoordelijkheid bij de Autoriteit Woningcorporaties. Om gemeenten te faciliteren in de handhaving van de Wet goed verhuurderschap krijgen ze van het Rijk eenmalig 9,2 miljoen euro in 2023 en structureel 12,4 miljoen euro. • De werkgroep handhaving en toezicht van het ondersteuningsprogramma van de VNG (zie hoofdstuk 1) onderzoekt wat gemeenten kunnen doen om kwetsbare arbeidsmigranten te beschermen en welke barrières zij kunnen opwerpen om malafide ondernemers aan te pakken. Dit wordt in samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid uitgewerkt in een barrièremodel dat eind 2023 klaar zal zijn. Ook wordt gewerkt aan een handreiking die gemeenten ondersteunt bij hun handhavingsaanpak. Meer onaangekondigde inspecties huisvesting • Onaangekondigde inspecties geven meer informatie over de situatie in de praktijk dan aangekondigde inspecties. Dit geldt ook voor administratieve controles. Daarom adviseert het Aanjaagteam om vaker onaangekondigde inspecties te doen. Dat geldt voor gemeenten, de SNF (Stichting Normering Flexwonen), het AKF (Agrarisch Keurmerk Flexwonen) en de SNA (Stichting Normering Arbeid).
• Gemeenten voeren huisvestingscontroles gericht op BRP-signalen zoals adresfraude, vooral onaan gekondigd uit. Controles gericht op bijvoorbeeld brandveiligheid zijn meestal om praktische redenen aangekondigd. • Het AKF controleert 100% van de door haar gecertificeerde huisvestingslocaties en doet dit elk jaar opnieuw. Daarnaast wordt 10% daarvan onaangekondigd bezocht zonder melding vooraf om te beoordelen of de situatie niet is gewijzigd na certificering. • De SNF controleert 100% van de huisvestingslocaties, waarvan nieuwe locaties binnen zes weken en daarna alle locaties periodiek. Ze voert de reguliere controles aangekondigd (24 uur van te voren) uit, omdat het om huisvestingslocaties gaat. De SNF heeft aangegeven de spoedinspecties zo kort mogelijk van tevoren bekend te maken. In het reglement registratie is de mogelijkheid toegevoegd dat de SNF op uitnodiging deelneemt aan inspecties van het bevoegd gezag. Deze inspecties hoeven niet aan gekondigd te worden. • Het private keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (SNA), ter voorkoming van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche, kondigt haar inspecties altijd vooraf aan in verband met de administratie die aanwezig moet zijn. Wel is het zo dat bij een inspectie een steekproef wordt gedaan van een aantal dossiers van het betreffende bedrijf dat gecontroleerd wordt.
Het bedrijf weet vooraf niet welke dossiers zullen worden opgevraagd voor controle. 33
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Landelijke en lokale samenwerkingsverbanden • Landelijke en lokale samenwerkingsverbanden zijn heel belangrijk om tot geïntegreerd toezicht te komen. Er zijn meerdere samenwerkingsverbanden die (expliciet en impliciet) gericht zijn op de handhaving en het toezicht van regelgeving rondom arbeidsmigranten. • Er bestaan verschillende samenwerkingsverbanden met betrekking tot handhaving en toezicht. Voorbeelden zijn de LSI (Landelijke Stuurgroep Interventieteam), het AMU (Samenwerkingsverband Aanpak Misstanden Uitzendbureaus), de RIEC’s (Regionale Informatie- en Expertise Centra) en het LIEC (Landelijk Informatie- en Expertise Centrum), het FRIT (Flexibel Regionaal Interventie Team), het PIT (Peelland Interventie Team) en het Fieldlab. LSI (Landelijk Stuurgroep Interventieteam) De LSI is een samenwerkingsverband van het UWV, de Belastingdienst, de SVB, het Openbaar Ministerie, de politie, de IND, de Arbeidsinspectie en een groot aantal gemeenten (vertegenwoordigd door de VNG). Het doel van deze samenwerking is het voorkomen en terugdringen van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude en overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden. De afgelopen jaren krijgt de problematiek rond arbeidsmigranten een steeds grotere plaats binnen de LSI-activiteiten. Dat geldt vooral voor projecten in relatie tot huisvesting van arbeidsmigranten.
FRIT (Flexibel Regionaal Interventie Team) Het FRIT in Noord-Limburg is opgericht naar aanleiding van de aanbevelingen van het Aanjaagteam en na instemming van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI). Dit regionale pilotproject opereerde onder de vlag van de LSI. Met het FRIT is gewerkt aan een instrumentarium om de overheid daadkrachtiger, sneller en effectiever te laten optreden en meer grip te krijgen op maatschappelijke problemen rondom arbeidsmigranten. Inmiddels is het FRIT geëvalueerd, en hebben meerdere interventies plaatsgevonden. Door de intensieve samenwerking zijn veel signalen nader onderzocht en zijn onderzoeken gestart door o.a. de Arbeidsinspectie en andere deelnemende ketenpartners. AMU (Samenwerkingsverband Aanpak Misstanden Uitzendbureaus) Sinds de oprichting van het AMU32 in 2012, werken de Belastingdienst, het UWV en de Arbeidsinspectie samen aan complexe zaken waarbij uitzendbureaus zijn betrokken. Het gaat dan bijvoorbeeld om overtreding van arbeidswetten, belastingontduiking, vervalsing van identiteitsdocumenten, gefingeerde dienstverbanden en georganiseerde uitkeringsfraude. Er vinden gezamenlijke analyses en onderzoeken plaats. De AMU werkt ook samen met de SVB33, IND, de politie, gemeenten, de RIEC’s, de SNA, de SNF en de SNCU, alsmede de vakbonden en de brancheorganisaties.
RIEC’s (Regionale Informatie- en Expertise centra) en LIEC (Landelijk Informatie- en Expertise centrum) De tien Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC) ondersteunen bij de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit in Nederland. Dit doen zij door het vergroten van de bewustwording, het ondersteunen en versterken van samenwerking en het delen van kennis en expertise op het gebied van de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC34 heeft in 2022 in totaal 1323 diverse RIEC-casussen behandeld. Fieldlab Mensenhandel Fieldlab is een initiatief van het OM en de politie om in samenwerking met andere (overheids)organisaties en wetenschappers tot een nieuwe, effectievere aanpak van mensenhandel te komen. Het tegengaan
32
Tot medio 2018 was AMU een LSI-project. Daarna is de samenwerking losgekoppeld van de LSI en heeft het een meer structureel karakter gekregen.
33
Vanaf 2023 heeft SVB zich aangesloten bij het samenwerkingsverband, daarvoor is het convenant aangepast en zijn de onderliggende samenwerkingsafspraken verlengd.
34
In het RIEC werken o.a. de politie, het OM, het UWV, gemeenten, provincies, de Belastingdienst, de NVWA en de Nederlandse Arbeidsinspectie samen aan de integrale aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit in Nederland (straf- en bestuursrechtelijk én fiscaal).
34
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
van uitbuiting van arbeidsmigranten maakt onderdeel uit van een groter project dat gaat over het bestrijden van mensenhandel35. Er zijn bij uitzendbureaus en arbeidsmigranten gezamenlijke controles geweest, er zijn nieuwe interventies uitgeprobeerd en er is van elkaar geleerd. Vanuit het Field lab kon de zorg bij migranten weggenomen worden dat als zij zouden klagen, zij hun werk kwijt zouden raken. Dat lukte dankzij de samenwerking met de ABU en gemeenten, omdat zij alternatief werk en huisvesting aan konden bieden aan arbeidsmigranten. Er wordt gekeken of dit vangnet verder kan worden uitgerold. Grensoverschrijdend samenwerken • Het Aanjaagteam adviseert om een multidisciplinair team in te stellen, bestaande uit verschillende inspecties en toezichthouders zoals de Arbeidsinspectie, de SVB en de Belastingdienst, dat zich uitsluitend bezighoudt met grensoverschrijdende zaken. Dit team kan gezamenlijke inspecties doen en gegevens uitwisselen in samenwerking met buitenlandse toezichthouders. • Er zijn meerdere samenwerkingsverbanden waarin door de Arbeidsinspectie, de SVB, het UWV en de Belastingsdienst en gemeenten, grensoverschrijdend wordt samengewerkt. Zo wordt bij het eerder genoemde samenwerkingsverband AMU grensoverschrijdende problematiek behandeld.
• Daarbinnen start per 1 januari 2024 het multidisciplinaire team met extra personele capaciteit als uitwerking van deze aanbeveling. Middels grensoverschrijdende onderzoeken met gezamenlijke inspecties wil men toezicht houden op een eerlijke en rechtmatige behandeling van arbeidsmigranten als het gaat om werk en het gebruik van socialezekerheidswetgeving. • Verder moet er door het multidiscplinair team aandacht worden besteed aan bedrijven die mobiele werknemers over de grens huisvesten. • De geplande resultaten in 2024 zijn dat een aantal lopende onderzoeken wordt opgestart naar malafide werkgevers, voorlichting aan werkgevers en werknemers wordt gegeven, een beoordelingsen wegingskader wordt ontwikkeld en een internationaal netwerk met de ELA en zusterorganisaties voor inspecties en voorlichting wordt opgebouwd. • Daarnaast is het advies om meer gebruik te maken van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) en de mogelijkheden binnen de Benelux om gezamenlijke inspecties in te richten. Samenwerking met ELA Een belangrijke taak van de ELA is het faciliteren van gezamenlijke of gecoördineerde inspecties van een of meerdere lidstaten. De ELA ondersteunt daarnaast de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de arbeidsinspecties en andere toezichthouders in de verschillende lidstaten.
Met deze beide kerntaken bevorderen de ELA en de lidstaten eerlijk, gezond en veilig werk in Europa, rechtmatige arbeid en een gelijk speelveld. De ELA biedt tevens een netwerk van kennis en contacten en stimuleert samenwerking tussen toezichthouders van verschillende landen met nationale verbindingsofficieren als schakelpunten in dit netwerk. Voorbeelden ELA acties: Het afgelopen jaar zijn er verschillende acties geweest: • In februari 2023 hielden diverse handhavingsdiensten, waaronder de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de politie en de Arbeidsinspectie, een integrale controleactie op wegtransport in Aalsmeer. Doel van de gezamenlijke actie was, naast het handhaven van de regels voor wegtransport, het uitwisselen van kennis en ervaring. In totaal controleerden de handhavingsdiensten 28 voertuigen in Nederland en 436 voertuigen in de overige lidstaten. • In de bouwsector werd in mei 2023 een gezamenlijke grensoverschrijdende actie gehouden in ELA-verband. De inspecties van 15 lidstaten deden hieraan mee. De meest voorkomende vermoedelijke overtredingen waren onderbetaling van loon, onrechtmatig verkregen sociale uitkeringen, inbreuken op de arbeidstijdregelingen, niet-echte gedetacheerde werknemers, schijnzelfstandigheid, schijn-/frauduleuze uitzendbureaus of brievenbusfirma’s, illegale tewerkstelling van onderdanen van
35
Voor de Fieldlabs zijn diverse deelonderwerpen geselecteerd zoals uitbuiting door malafide uitzendbureaus, uitbuiting in drugscriminaliteit, rekrutering arbeidsmigranten Westland, slechte huisvesting arbeidsmigranten, gedwongen drugshandel op scholen, uitbuiting van kinderen voor gedwongen criminaliteit en bedelarij door (Oost-Europese) familieclans, uitbuiting buitenlandse au pairs
35
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
derde landen, grensoverschrijdende zwartwerk aan de grens, schendingen van gezondheids- en veiligheidsregels en het ontbreken van detacheringsverklaringen. • In juni 2023 vond in Europa de jaarlijkse Joint Action Days Labour Exploitation plaats. In die week onderzochten verschillende Europese landen tegelijkertijd signalen van arbeidsuitbuiting en/of ernstige benadeling. Dat gebeurde in een samenwerking met politie en arbeidsinspecties in Europa. Zo gingen in Nederland inspecteurs op pad in zowel de thuiszorg als in de horeca. Alle landen voerden op dezelfde dag inspecties uit bij vestigingen van de desbetreffende ketens. Ook vond er een uitwisseling plaats van personeel tussen de Europese inspectiediensten om kennis te delen. EURIEC (Euroregionaal Informatie- en Expertisecentrum) Het EURIEC 36 is onderdeel van het RIEC Limburg, dat zich richt op de grensoverschrijdende bestuurlijke aanpak van ondermijning in het grensgebied van België, Nederland en de Duitse deelstaat NoordrijnWestfalen. Een van de taken van het EURIEC is het ondersteunen en adviseren van onder andere de RIEC’s bij grensoverschrijdende casuïstiek met de buurlanden.
Daarnaast identificeert en agendeert het EURIEC knelpunten in wetgeving rond grensoverschrijdende samenwerking, werken zij aan het vergroten van het bewustzijn over de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking en zetten zij structurele grensoverschrijdende overlegplatformen op. Verbetering gegevensuitwisseling • Het advies van het Aanjaagteam is om een wettelijke basis te creëren voor gegevensuitwisseling tussen toezichthouders. Dat geldt zowel voor het uitwisselen van gegevens tussen publieke toezichthouders als tussen publieke en private toezichthouders. • Er is een onafhankelijk bureau ingeschakeld (onderzoeksbureau Verdonck, Klooster & Associates) om een plan op te stellen om gegevensuitwisseling tussen toezichthouders te versterken. In dit plan is rekening gehouden met de veelheid aan gegevensuitwisseling die er nu al is, zoals in LSI-verband (Landelijke Stuurgroep Interventieteam), en met de juridische mogelijkheden op basis van de AVG. • Op grond van artikel 64 van de Wet SUWI mogen de LSI-partners samenwerken en gegevens uitwisselen ten behoeve van de voorkoming en bestrijding van onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen, de voorkoming en bestrijding van belasting- en premiefraude en het niet naleven van de arbeidswetten.
• Met de komst van het nieuwe wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (zie hoofdstuk 2) wordt de wettelijke basis voor gegevensuitwisseling tussen publieke toezichthouders en private inspectie instellingen en andere instanties ook in de Waadi verder ingericht. • Verder wordt er – in het kader van grensoverschrijdend toezicht – in een gezamenlijke werkgroep37 geïnventariseerd welke taak onder welke bevoegde autoriteit valt en op basis van welke grondslag adequate gegevensuitwisseling plaats kan vinden.
36
Het werd in 2019 opgericht en is in 2021 verlengd tot 2023.
37
Hierin zijn verschillende autoriteiten van verschillende lidstaten vertegenwoordigd.
36
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 7 – Informatie en dienstverlening
en H7 Informatie dienstverlening Landelijk dekkende informatievoorziening Directe informatie naar arbeidsmigranten via e-mail na registreren BRP Toegang tot DigiD 3.2.B Verbetering toegang tot recht 7.2.D Toegang tot taal- en integratietrajecten 7.1.B
Het is van belang dat arbeidsmigranten wegwijs worden gemaakt in de Nederlandse samenleving en zelfredzaam zijn. Het eenvoudig kunnen vinden van de juiste informatie over wonen, werken en zorg in Nederland draagt hieraan bij. Ook de toegang tot de dienstverlening van de overheid moet goed geregeld zijn. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor arbeids migranten om beter te integreren in de Nederlandse samenleving. Het leren van de Nederlandse taal speelt hierbij een belangrijke rol. Onder het thema Informatie en dienstverlening vallen twee doelen: • Betere toegang tot informatie, dienstverlening en recht (paragraaf 7.1) • Verruimen mogelijkheden tot integratie (paragraaf 7.2)
7.1 Betere toegang tot informatie, dienstverlening en recht Voor arbeidsmigranten is de toegang tot overheidsinformatie niet vanzelfsprekend. Taal- en cultuurverschillen zorgen ervoor dat arbeidsmigranten een drempel ervaren om hulp en ondersteuning te vragen aan de overheid. Daarnaast is de wet en- regelgeving vaak complex en zijn aanvraagprocedures ingewikkeld. De maatregelen die onder dit doel vallen zijn: • Landelijk dekkende informatievoorziening • Directe informatie naar arbeidsmigranten via e-mail na registreren BRP • Toegang tot DigiD (aanbeveling 3.2.B) • Verbetering toegang tot recht (aanbeveling 7.2.D) Landelijk dekkende informatievoorziening • Het effectief bereiken van arbeidsmigranten vraagt om gerichte en duidelijke communicatie in de eigen taal en op het juiste moment. Er zijn de afgelopen jaren al verschillende initiatieven geweest om tot een betere informatievoorziening te komen. • De lancering van de website WorkinNL is hier een goed voorbeeld van. Vele instanties en gemeenten gebruiken de website, maar er wordt nog hard gewerkt aan het onder de aandacht krijgen van WorkinNL bij de arbeidsmigrant zelf. De website was al beschikbaar in meerdere talen. Recent zijn er drie talen toegevoegd (Chinees, Oekraïens, Russisch). Ook is er een sectie over toeslagen opgenomen en zijn de verschillende informatiepunten in het land vermeld op de website.
• De MyInfoApp, ontwikkeld door het Expertisecentrum Flexwonen, kan door gemeenten worden gebruikt om arbeidsmigranten beter te informeren over hun directe woon- en werkomgeving. • Welkomstcentra in de grote steden hebben hun dienstverlening uitgebreid naar de groep EU-arbeidsmigranten. Rotterdam heeft een uitgebreide dienstverlening middels informatiepunten in de wijken. In Den Haag is een mobiel informatiepunt gestart met groot succes. • In het najaar van 2023 is de pilot Brabant Migratie Informatiepunt gestart. Op vijf plekken zijn fysieke en mobiele informatiepunten geopend. • Het ministerie van SZW is begonnen met het beter coördineren van activiteiten rondom informatievoorziening en dienstverlening tussen partijen die arbeidsmigranten voorlichten en ondersteunen, 37
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
zoals werknemers- en werkgeversorganisaties, NGO’s en zorg- en welzijnsorganisaties. Vanaf medio 2023 wordt er gewerkt aan een Netwerk Informatievoorziening voor EU-arbeidsmigranten (NIVEA). Er komen door het hele land laagdrempelige, toegankelijke informatiepunten en er wordt ingezet op goede dienstverlening van specialistische organisaties zoals het Juridisch Loket, UWV, FairWork en Stichting Barka. Directe Informatie naar arbeidsmigranten via e-mail na registreren BRP • Met het registreren van e-mailadressen in de BRP kan er door de overheid op persoonlijk niveau worden gecommuniceerd met arbeidsmigranten. Zo kunnen zij bijvoorbeeld actief gewezen worden op hun rechten en plichten in Nederland. • Momenteel worden de voorbereidingen getroffen om de geregistreerde e-mailadressen te kunnen gebruiken voor het verstrekken van overheidsinformatie. Naar verwachting zullen in de tweede helft van 2024 de eerste informatiemails verstuurd worden. Toegang tot DigiD • Om gebruik te kunnen maken van online dienstverlening van de overheid is een DigiD nodig. Sinds 2020 kunnen alle niet-ingezetenen met een EER-nationaliteit een DigiD aanvragen. • Voor het activeren van een DigiD wordt na de aanvraag een activeringscode uitgegeven. Voor ingezetenen wordt de DigiD activeringscode verzonden naar het in de BRP geregistreerde woonadres.
Mensen die als niet-ingezetene geregistreerd staan, moeten hun activeringscode ophalen bij één van de DigiD-balies. • Om het voor niet-ingezetenen gemakkelijker en laagdrempeliger te maken om DigiD aan te vragen, is het mogelijk gemaakt om in hetzelfde bezoek zowel de inschrijving als de aanvraag van een DigiD te regelen. Ook wordt direct de activeringscode voor de DigiD verstrekt. • Vorig jaar is bovenstaande mogelijkheid bij drie RNI-loketten voor langere periode getest. Het doel is om deze mogelijkheid bij alle 19 RNI-loketten aan te bieden. Arbeidsmigranten beschikken zo snel over een DigiD en kunnen daarmee gebruik maken van digitale overheidsdienstverlening. • Voordat deze werkwijze succesvol uitgerold kan worden naar alle 19 RNI-loketten zijn er nog rand voorwaarden die moeten worden ingevuld zoals het aanbieden van de aanvraag in meerdere talen. Begin 2024 zal er aan deze randvoorwaarden worden gewerkt zodat in 2024 alle 19 RNI-loketten de aanvraag van een DigiD kunnen faciliteren. Verbetering toegang tot het recht voor kwetsbare werknemers • Arbeidsmigranten hebben vaak beperkte toegang tot het recht. Dit komt onder meer door onvoldoende kennis van de Nederlandse taal, onbekendheid met procedures, gebrek aan hulp en ondersteuning, en door belemmeringen in het rechtssysteem.
Het Aanjaagteam adviseert een laagdrempelige vorm van geschilbeslechting om de toegang tot het recht voor arbeidsmigranten te verbeteren. Omdat de problematiek breder is dan geschilbeslechting alleen, is verkend wat er nog meer nodig is om de toegang tot het recht voor (kwetsbare) werknemers in bredere zin te verbeteren. • Er wordt ingezet op verbetering van de toegang tot het recht voor kwetsbare werknemers op drie manieren: - Informatievoorziening (zie hierboven). - Advies en ondersteuning aan rechtszoekenden (met mogelijkheid van doorverwijzing naar bemiddeling en rechtsbijstand). - Laagdrempelige geschilbeslechting via de kantonrechter. • Een samenwerking met het Juridisch Loket biedt mogelijkheden om advies en ondersteuning aan rechtszoekenden te bieden. Het Juridisch Loket biedt in de concrete situatie van de rechtszoekende afdoende hulp of verwijst door waar nodig. Ook andere organisaties, zoals vakbonden, spelen een rol in de advies- en hulpverlening. Vakbonden kunnen ook, als blijkt dat er sprake is van meerdere conflicten bij dezelfde werkgever, optreden in collectieve acties. • Wat betreft de laagdrempelige geschilbeslechting wordt aangesloten bij een tijdelijk experiment onder de tijdelijke Experimentenwet van het ministerie van JenV.
De minister voor Rechtsbescherming heeft regelgeving opgesteld voor een experiment met een vereenvoudigde en snellere procedure bij de kantonrechter in het arbeidsrecht. Als dit experiment slaagt, kan deze eenvoudige en korte procedure in de regelgeving worden opgenomen. 38
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
• Komende periode wordt de vormgeving nader uitgewerkt. De Kamer is 20 oktober 202338 over deze nadere invulling geïnformeerd. In het vierde kwartaal van 2023 gaat de regelgeving voor het experiment in consultatie.
7.2 Verruimen mogelijkheden tot integratie Als arbeidsmigranten besluiten om voor langere tijd in Nederland te blijven, dan is beheersing van de Nederlandse taal belangrijk voor een goede integratie in de Nederlandse samenleving. EU-arbeidsmigranten zijn niet inburgeringsplichtig, maar integratie kan wel gestimuleerd worden door zowel de overheid als werkgevers. Toegang tot taal- en integratietrajecten (aanbeveling 7.1.B) • Het advies van het Aanjaagteam is dat gemeenten de bestaande voorzieningen op het gebied van inburgering en integratie ook openstellen voor EU-arbeidsmigranten. Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om arbeidsmigranten actief te wijzen op de inburgerings- en integratiemogelijkheden bij gemeenten en ze in staat te stellen om deel te nemen aan een taal- en/of integratietraject. • Bij de voorbereidingen van het coalitieakkoord 2021 is bekeken in hoeverre het openstellen van de middelen voor inburgering voor deze doelgroep (ook financieel) haalbaar zou zijn. Een-op-een implementatie blijkt niet mogelijk. • Er is gekeken naar andere mogelijkheden om de taalvaardigheid en integratie onder (langdurig verblijvende) arbeidsmigranten te stimuleren. Daarbij zet het ministerie van SZW in op het stimuleren van de rol van de werkgever bij taalonderwijs en integratie.