5. Drie jaar na Roemer, Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Tekst van het document
Drie jaar na Roemer:
Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023 December 2023
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Inhoud Inleiding3 Jaarrapportage 2023 in het kort
4
Hoofdstuk 1 – Arbeidsmigranten en beleid
9
Hoofdstuk 2 – Werk
13
Hoofdstuk 3 – Registratie
18
Hoofdstuk 4 - Huisvesting
22
Hoofdstuk 5 – Zorg en welzijn
28
Hoofdstuk 6 - Handhaving en toezicht
32
Hoofdstuk 7 – Informatie en dienstverlening
37
Leeswijzer De indeling van de jaarrapportage 2023 is op een aantal punten aangepast ten opzichte van de jaarrapportage 2022. Zo zijn de maatregelen verdeeld over zeven thema’s in plaats van zes. Sommige maatregelen zijn opgenomen onder een ander thema omdat dit logischer is. Elk hoofdstuk begint met een korte inleiding op het thema en geeft aan welke doelen en maatregelen hieronder vallen. Bij de maatregelen staat – indien van toepassing – een verwijzing naar de betreffende aanbeveling(en) van het Aanjaagteam. Per maatregel is vervolgens beschreven wat de stand van zaken is en wat de vervolgstappen zijn.
2
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Inleiding
Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer heeft op 30 oktober 2020 concrete aanbevelingen gedaan om de positie van arbeidsmigranten in Nederland te verbeteren en misstanden tegen te gaan. Zowel de SER in het MLT-advies als het huidige kabinet in het coalitieakkoord 2021 hebben het advies overgenomen. Inmiddels zijn we drie jaar verder. Het (inmiddels demissionair) kabinet, uitvoerings- en handhavingsorganisaties, sociale partners, medeoverheden en andere partners voelen een blijvende urgentie om er met elkaar voor te zorgen dat arbeidsmigranten volwaardig kunnen deelnemen aan onze samenleving. Er zijn al belangrijke stappen gezet. Tegelijkertijd is er ook de komende jaren nog veel te doen voordat de uitvoering van het advies van het Aanjaagteam voltooid is en een structurele verbetering van de positie van arbeidsmigranten is bereikt. De ministeries van BZK, EZK, JenV, LNV, SZW, VWS en de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de Arbeidsinspectie) geven, samen met vakbonden, werkgeverorganisaties, gemeenten en provincies, opvolging aan het advies van het Aanjaagteam. Het Interdepartementale Project Arbeidsmigranten (IPA) monitort de implementatie van de maatregelen door de betrokken ministeries en de bovengenoemde stakeholders en jaagt de voortgang aan door hier blijvend over in gesprek te zijn.
Jaarrapportage en website Een van de aanbevelingen (aanbeveling 7.2.A) is om jaarlijks aan de Tweede Kamer te rapporteren over de voortgang. Het IPA heeft in overleg met gemeenten, provincies, vakbonden en werkgeversorganisaties (de ‘Begeleidingsgroep’) deze derde jaarrapportage opgesteld. Hiermee wordt inzicht gegeven in de voortgang van de maatregelen en de resultaten die zijn geboekt. In 2023 is ook de website www.arbeidsmigratieingoedebanen.nl geïntroduceerd. De website biedt een actueel en integraal overzicht van de status en voortgang van alle maatregelen die zijn genomen om de positie van arbeidsmigranten in Nederland te verbeteren en is bedoeld voor alle mensen die betrokken zijn bij het maken van beleid rondom arbeidsmigranten en de uitvoering ervan. De opzet van de website sluit aan bij de opzet van de jaarrapportage. Monitoring en evaluatie De ministeries en de Arbeidsinspectie zijn verantwoordelijk voor de monitoring van de effecten en evaluatie van de eigen maatregelen. In de Jaarrapportage Arbeidsmigranten 2022 is aangegeven dat er vanaf 2023 meer zicht zou komen op de effecten van de implementatie van de maatregelen op de positie van arbeidsmigranten. Helaas is dit nog nauwelijks mogelijk gebleken. Dit komt onder andere omdat veel maatregelen pas recent zijn ingevoerd.
In 2024 start een meerjarig onderzoeksprogramma om, in relatie tot onder meer de beoogde doelen van het advies van het Aanjaagteam, periodiek inzicht te krijgen in de eigen ervaringen van de specifieke doelgroep arbeidsmigranten met betrekking tot hun positie in Nederland.
3
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Jaarrapportage 2023 in het kort
Het kabinet is sinds de zomer demissionair. Het demissionair kabinet (hierna: kabinet) werkt samen met uitvoeringsorganisaties, sociale partners, medeoverheden en andere partijen om de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (hierna: het Aanjaagteam) te implementeren. Het doel van de aanbevelingen van het Aanjaagteam is dat in Nederland verblijvende arbeidsmigranten volwaardig kunnen deelnemen aan onze samenleving. Daarnaast is het doel, zoals ook aangegeven in het Coalitieakkoord 2022, om uitbuiting van werknemers tegen te gaan, slechte huisvesting aan te pakken, en oneerlijke concurrentie en verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen. De aanbevelingen zijn concreet uitgewerkt in maatregelen. Deze maatregelen zijn onderverdeeld in zeven thema’s: • Arbeidsmigranten en beleid: het is belangrijk dat er voldoende rekening wordt gehouden met arbeidsmigranten in en bij de beleidsvorming. • Werk: arbeidsmigranten komen naar Nederland om te werken. Dit werk moet eerlijk, gezond en veilig zijn. • Registratie: een goede registratie zorgt ervoor dat de overheid zicht heeft op het verblijf van arbeidsmigranten in Nederland en dat gerichter gecommuniceerd kan worden met arbeidsmigranten. • Huisvesting: er moet meer huisvesting van voldoende kwaliteit komen voor arbeidsmigranten en een betere huurbescherming.
• Zorg en welzijn: het is van belang dat arbeidsmigranten toegang hebben tot goede zorg in de omgeving waar zij wonen of werken. • Handhaving en toezicht: om misstanden tegen te gaan en arbeidsmigranten beter te beschermen is, als sluitstuk op een goed functionerend systeem, samenhang en samenwerking in toezicht nodig en voldoende handhavingscapaciteit. • Informatie en dienstverlening: voor de positie en zelfredzaamheid van arbeidsmigranten is toegang tot de juiste informatie, dienstverlening en recht van groot belang. In figuur 1 zijn de maatregelen opgenomen per thema waarbij waar relevant wordt verwezen naar de aanbeveling zoals opgenomen in het advies van het Aanjaagteam. Daarna is in figuur 2 de voor genomen planning van maatregelen (of delen hiervan) te zien in de periode van 2022 tot en met 2026, voor zover er een tijdslijn bekend is.
4
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Figuur 1 Overzicht maatregelen per thema.
Arbeidsmigranten en beleid H1
H3 Registratie
Netwerk sleutelpersonen 7.1.A
Registratie contactgegevens en tijdelijk verblijfadres 3.1.B en 3.1.C
Ondersteuningsprogramma VNG 7.2.C en 7.2.E
Actieve rol werkgevers ten aanzien van registratie 3.1.A, 3.1.E en 3.1.F Gebruik van signalen uit de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit 3.1.D Feedbackcyclus loonaangifteketen 3.1.F Experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan (abo)
Werk H2
Voorinschrijving niet-ingezetenen Applicatie zelf doorgeven wijzigingen
Toelatingsstelsel voor bestaande en startende uitleners 2.1.A t/m 2.1.E, 2.1.H
Verplichte aanwezigheidsmelding
Cao-afspraken 2.2.B t/m 2.2.D
H5 Zorg en welzijn
Aanpakken malafide bestuurders 2.1.F Rechtsvermoeden bij onderbetaling minimumloon 6.2.A Due diligence bij inleners en uitleners 2.2.A
Verlengde zorgfaciliteiten 5.1.A
Meld- en vergewisplicht voor meldingsplichtige arbeidsongevallen bij uitleners 2.1.G
Toegang tot zorginformatie 5.1.B Toegang huisartsenzorg 5.1.C Verzamelen, verrijken en delen van kennis en expertise Pilot kortdurende opvang
Huisvesting H4
Arbeids migrant
Ontwikkelen rechtentool
H6 Handhaving en toezicht
Wet goed verhuurderschap 4.1.B en 4.3.B Aanscherpen normen en integratie private keurmerken SNF en AKF. 4.3.A en 4.3.D
Meer capaciteit Arbeidsinspectie ten behoeve van toezicht op toelatingsplicht van uitzendbureaus 6.1.C
Decentralisatie gebruiksoppervlaktenorm in Omgevingswet 4.3.C Programma ‘Een thuis voor iedereen’
Handhaving door gemeenten 4.1.C
Wetsvoorstel Regie op de Volkshuisvesting 4.2.A Programma Woningbouw en stimuleringsregelingen 4.2.B
Meer onaangekondigde inspecties/controles door gemeenten, SNF, AKF en SNA 6.1.E
Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid 4.2.C
Landelijke en lokale samenwerkingsverbanden 6.1.A
Zelfstandig huurcontract voor alle woonvormen 4.4.A
Grensoverschrijdend samenwerken 6.1.D
Loskoppelen huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst 4.4.B
Verbeteren van gegevensuitwisseling 6.1.B
en H7 Informatie dienstverlening Landelijk dekkende informatievoorziening Directe informatie naar arbeidsmigranten via e-mail na registreren BRP Toegang tot DigiD 3.2.B Verbetering toegang tot recht 7.2.D Toegang tot taal- en integratietrajecten 7.1.B
5
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Figuur 2 Overzicht maatregelen en mijlpalen 2022-2026
2022
2023
2024
2025
2026
Behandeling wetsvoorstel door TK en EK.
Q3 – Toelatende instelling operationeel, afgifte toelatingsbewijzen
Q1 – Wetgeving van kracht voor hand having toelatingsplicht
Werk Toelatingsstelsel voor bestaande en startende uitleners (aanbevelingen 2.1.A t/m 2.1.E, 2.1.H)
Q4 – Wetsvoorstel certificering naar RvSt
Q4 – Verzending aangepast voorstel naar TK
Q3 – Toelatende instelling operationeel, afgifte certificaten
Aanpakken malafide bestuurders (aanbeveling 2.1.F)
Q3 – Brief naar TK geen bestuursrechtelijk bestuursverbod
Rechtsvermoeden bij onderbetaling minimumloon (aanbeveling 6.2.A)
Q4 – Brief aan TK over alternatieven
Q4 – Brief aan TK
2022
2023
2024 Registratie
Sluitend systeem van registratie met onder andere de volgende maatregelen: Registratie tijdelijke verblijfsadressen en contactgegevens in BPR (aanbeveling 3.1.B, aanbeveling 3.1.C)
Q1-Q2 – BRP systemen aangepast Q4 – Start inschrijving bij RNI-loketten
Q4 – Verstrekking van tijdelijke verblijfsadressen aan gemeenten
Actieve rol werkgevers ten aanzien van registratie (3.1.A, 3.1.E en 3.1.F) Experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan
Uitkomsten nadere verkenning naar actieve rol werkgevers
Q4 – Start experiment 5 gemeenten als ABO (evaluatie na 4 jaar)
Voorinschrijving niet-ingezetenen
Q2 – Voorinschrijving niet-ingezetenen vanuit buitenland
Applicatie zelf doorgeven wijzigingen
Q4 – Applicatie uitrol bij alle 19 RNI loketten
6
2025
Q1 – Aanpassing fiscale regelgeving treedt in werking om gebruik G rekening te stimuleren dan wel verplicht te stellen
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Figuur 2 Overzicht maatregelen en mijlpalen 2022-2026
2022
2023
2024
2025
2026
Huisvesting Kwaliteit huisvesting vergroten et onder andere de volgende maatregelen: De Wet goed verhuurderschap (aanbeveling 4.1.B en 4.3.B).
Q2 – Indiening wetsvoorstel Goed Verhuurderschap TK
Q1 – Behandeling wetsvoorstel TK en EK 1 juli 2023 – Wet Goed Verhuurderschap van kracht Q4 – Toolkit vanuit BZK
Decentralisatie gebruiks oppervlaktenorm in Omgevingswet (aanbeveling 4.3.C)
Q1 – Meldpunt ongewenst verhuurgedrag
Q1 – Inwerkingtreding Omgevingswet
Het zorgen voor meer huisvesting met onder andere de volgende maatregelen: Programma ‘Een thuis voor iedereen’
Q2 – Start programma Een thuis voor Iedereen
Wetsvoorstel Regie op de Volkshuisvesting (aanbeveling 4.2.A) Programma Woningbouw en stimuleringsregelingen (aanbeveling 4.2.B)
Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid (aanbeveling 4.2.B)
Start woonzorgvisies door bepaalde regio’s
Regionaal afgestemde woonzorgvisies
18 juli 2023 - Verzoek advies aan RvS
Inwerkingtreding wetsvoorstel
Q4 – eerste versie van effectrapportage wordt in pilot getest bij 6 gemeenten
Q4 – vervolgversie van de effectrapportage
Q1 – Start Programma Woningbouw, met o.a. ambitie flexwoningen Q4 – Kamerbrief financiële herplaatsingsgarantie voor versnelling tijdelijke huisvesting
7
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Figuur 2 Overzicht maatregelen en mijlpalen 2022-2026
2022
2023
2024
2025
Versterken huurpositie met onder andere de volgende maatregelen: Zelfstandig huurcontract voor alle woonvormen (aanbeveling 4.4.A)
Q1/Q2 – wetsvoorstel in internetconsultatie
Loskoppelen huurovereenkomst en arbeidsovereenkomst (aanbeveling 4.4.B)
1 juli 2023 – Met Wet goed verhuurderschap is schriftelijk en zelfstandig huurcontract voor arbeidsmigranten, los van arbeidscontract, verplicht.
Informatie en dienstverlening Landelijk dekkende informatievoorziening
Q3 – Website WorkinNL.nl bij Fairwork, met informatie aan arbeidsmigranten over werken en wonen in NL uitgebreid met nieuwe talen.
Q4 – start pilot Brabant Migratie Informatiepunt. Op vijf plekken worden fysieke en mobiele informatiepunten geopend.
Q3 – Meertalige publiekscampagne gericht op arbeidsmigranten en werkgevers
Q3 – start werken aan Netwerk Informatievoorziening voor EU-arbeidsmigranten (NIVEA).
Q4 – Brief aan TK over vormgeving van arbeidscommissie voor verbeterde toegang tot recht bij arbeidsgeschillen. • Informatievoorziening. • Advies en ondersteuning aan rechtszoekenden. • Laagdrempelige geschilbeslechting via de kantonrechter. Q4 – Internetconsultatie AMvB JenV experiment laagdrempelige procedure bij kantonrechter
8
Dienstverlening in 4 provincies start in 2024
Beoogde inwerkingtreding AMvB JenV experiment laagdrempelige procedure bij kantonrechters
2026
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 1 – Arbeidsmigranten en beleid
Arbeidsmigranten en beleid H1 Netwerk sleutelpersonen 7.1.A Ondersteuningsprogramma VNG 7.2.C en 7.2.E
Arbeidsmigranten in Nederland vormen een diverse groep als het gaat om het land van herkomst, inkomen, opleidingsniveau en verblijfsduur. De schattingen van het aantal arbeidsmigranten in Nederland variëren sterk. De belangrijkste redenen voor de grote verschillen in de geschatte aantallen zijn de gebruikte bronbestanden en de gehanteerde definities. De Staat van migratie 2023 geeft een algemeen overzicht van cijfermatige en beleidsmatige ontwikkelingen op het terrein van migratie in 20221. In deze jaarrapportage kijken we naar de aantallen in Nederland werkzame arbeidsmigranten en nog specifieker naar de doelgroep kwetsbare arbeidsmigranten waarop de maatregelen van het Aanjaagteam betrekking hebben.
1.1 Over wie hebben we het? Het Aanjaagteam definieert de arbeidsmigrant als iemand die afkomstig is uit een ander land en die tijdelijk in Nederland verblijft en hier werkzaam is. De groep arbeidsmigranten waarop de voorgestelde maatregelen van het Aanjaagteam betrekking heeft, bestaat voornamelijk uit personen uit andere lidstaten van de Europese Unie (EU) die in Nederland via het vrij verkeer van werknemers of van diensten in de EU laag of praktijkgericht werk doen. Zij werken vaak in flexibele banen en verdienen het minimumloon of iets daarboven. Daarnaast gaat het ook om derdelanders die via vrij verkeer van diensten, dan wel via een tewerkstellingsvergunning ongeschoold of praktijkgericht werk doen. Het IPA hanteert dan ook bij de weergave van de aantallen (zie hieronder) de volgende definitie voor de doelgroep kwetsbare arbeidsmigranten: EU-burgers en derdelanders, die voor werk en korter dan vijf jaar in Nederland verblijven, en ten hoogste 130% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. In het vijfde panel van het Kenniscentrum Arbeidsmigranten2 wordt bevestigd dat er met name een kwetsbare positie is waar te nemen voor een deel van de arbeidsmigranten die op basis van een uitzendcontract in laaggekwalificeerde banen werken en in niet zelfstandige huisvesting verblijven.
Deze groep is het meest afhankelijk van de werkgever, zegt vaker ongunstige woonomstandigheden te ervaren, conflicten/problemen met de werkgever te hebben en niet of nauwelijks kennis van de Nederlandse taal en weinig sociale contacten in hun omgeving in Nederland te hebben. Werknemers uit andere landen van de EU-27 In deze paragraaf zijn een aantal relevante data uit de Migrantenmonitor 2021 en 2022 van het CBS3 opgenomen. Het CBS kijkt in de cijfers onder andere naar personen geboren in het buitenland die in december 2021 dan wel december 20224 in Nederland werkzaam zijn. Hierbij is niet gekeken naar het migratiemotief van de doelgroep en is iedereen opgenomen die is geboren in het buitenland ongeacht hun verblijfsduur in Nederland. Dit kunnen dus ook studenten en gezinsmigranten zijn. Ook mensen die al tientallen jaren in Nederland wonen (en werken) zijn opgenomen in de Migrantenmonitor als zij zijn geboren in het buitenland.
1
De Staat van Migratie 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl
2
Eindrapport-De-woon-werk-en-leefsituatie-van-arbeidsmigranten-in-Nederland.pdf (hetkenniscentrumarbeidsmigranten.nl)
3
Migrantenmonitor 2021 en 2022 (cbs.nl)
4
Let op de cijfers van 2022 zijn voorlopige cijfers.
9
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Niet-ingezetenen Er is een grote groep die in het CBS cijfers geregistreerd staat als niet-ingezetene in de BRP. Bij een (verwacht) verblijf in van langer dan 4 maanden in Nederland is inschrijving in de BRP als ingezetene bij de gemeente verplicht. Bij een (verwacht) verblijf van minder dan 4 maanden volstaat registratie als niet-ingezetene in de BRP. Het is onbekend of de groep niet-ingezetenen ook daadwerkelijk bestond uit personen die korter dan vier maanden in Nederland verblijven. In de cijfers hieronder worden zij wel meegenomen bij de personen waarvan het verblijf wordt geschat op minder dan vijf jaar. Dit moet met voorzichtigheid worden gelezen. Zie ook hoofdstuk 3 – registratie waarin aandacht is voor de kwaliteitsmaatregelen die worden genomen om te zorgen dat de juiste registratie van arbeidsmigranten wordt bevorderd. Aantallen uit andere landen EU-27 In december 2021 waren 594.800 personen in Nederland aan het werk als werknemer afkomstig uit een ander land van de EU-27. In december 2022 waren dit 635.100 personen. Het IPA hanteert, zoals hierboven aangegeven, de volgende definitie voor de doelgroep kwetsbare arbeidsmigranten: EU-burgers en derdelanders, die voor werk en korter dan vijf jaar in Nederland verblijven, en ten hoogste 130% van het minimumloon verdienen.
In december 2021 waren 206.690 personen uit EU-27 lidstaten in Nederland aan het werk als werknemer met een geschatte verblijfsduur van minder dan 5 jaar en die maximaal 130% van het WML verdienden. Dit is 35% van het totaal aantal personen werkzaam als werknemer afkomstig uit een ander land van de EU-27. 140.000 personen hiervan waren ingeschreven als niet-ingezetene in de BRP. Van de groep kwetsbare migranten van 206.690 personen werkte 90% op basis van een flexibele5 arbeidsrelatie (in totaal 187.020 personen). Daarvan werkten 155.670 personen (75% van de groep kwetsbare migranten) als oproep- of uitzendkracht. In december 2022 waren er 205.180 personen uit EU-27 lidstaten in Nederland aan het werk als werknemer met een geschatte verblijfsduur van minder dan vijf jaar en die maximaal 130% van het WML verdienden. Dit is 32% van het totaal aantal personen werkzaam als werknemer afkomstig uit een ander land van de EU-27. 138.410 personen hiervan waren ingeschreven in als niet-ingezetenen in de BRP. In totaal werkte 91% van de groep kwetsbare arbeidsmigranten van 205.180 personen op basis van een flexibele arbeidsrelatie (in totaal 186.570 personen) en daarvan werkten 156.570 personen (76% van de totale groep kwetsbare migranten) als oproep- of uitzendkracht.
In tabel 1 is een top vijf van landen opgenomen als het gaat om de groep personen waar de aan bevelingen van het Aanjaagteam betrekking op heeft uit de EU-27. Tabel 1: Top 5 nationaliteiten personen met een baan in Nederland afkomstig uit een ander land van de EU-27 met (geschat) verblijf van minder dan vijf jaar en die minder dan 130% WML verdienen
2021
2022
Polen
96.690
92.310
Roemenië
34.710
35.340
Bulgarije
21.790
22.120
Duitsland
7.230
6.830
Hongarije
6.020
6.170
Overig
40.250
42.410
Totaal
206.690
205.180
Cijfers CBS Migrantenmonitor met peildatum december 2021 en 2022
5
Op basis van een contract voor bepaalde tijd.
10
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Werknemers uit landen van buiten de EU In de Migrantenmonitor van het CBS zijn voor het eerst ook cijfers opgenomen over personen geboren buiten de EU die in Nederland werkten in 2021 en 2022. In eerdere stukken naar de Tweede Kamer zijn ten aanzien van arbeidsmigranten uit landen buiten de EU altijd instroomcijfers opgenomen en niet eerder standcijfers. In de Migrantenmonitor wordt niet gekeken naar het migratiemotief van de doelgroep en zijn alle personen opgenomen die geboren zijn buiten de EU ongeacht hun verblijfsduur in Nederland. Dit kunnen dus ook studenten, statushouders, gezinsmigranten en ontheemden uit Oekraine zijn of mensen die al gedurende langere tijd in Nederland wonen (en werken). Als gekeken wordt naar de doelgroep van het IPA, namelijk arbeidsmigranten die hier werken, korter dan vijf jaar in Nederland verblijven, en ten hoogste 130% van het minimumloon verdienen blijkt het volgende uit de cijfers van de CBS Migrantenmonitor. In december 2021 waren 71.590 personen geboren buiten de EU als werknemer aan het werk in Nederland met een geschatte verblijfsduur van minder dan vijf jaar en die maximaal 130% van het WML verdienden. Van deze groep had 86% (61.220 personen) een flexibel contract. Hiervan waren 33.190 personen (46% van het totaal aantal kwetsbare migranten) werkzaam als oproep- of uitzendkracht.
In december 2022 waren 98.220 personen van buiten de EU aan het werk in Nederland als werknemer met een geschatte verblijfsduur van minder dan vijf jaar en een inkomen van maximaal 130% van het WML. Van deze groep had 91% (89.100 personen) een flexibel contract. Hiervan waren 52.100 personen (53% van de totale groep kwetsbare migranten) werkzaam als oproep- of uitzendkracht. Zoals hierboven aangegeven hoeft dit niet te gaan om migranten die naar Nederland zijn gekomen om te werken maar het geeft een voorzichtige indicatie van de omvang van de doelgroep van migranten uit landen van buiten de EU die in Nederland werkt en zich in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt bevindt in Nederland. Werknemers en zelfstandigen op grond van het vrij verkeer van diensten6 Sinds 1 maart 2020 moeten buitenlandse dienstverrichters hun komst, de aard en duur van de werkzaamheden die zij in Nederland verrichten, de dienstontvanger en de gedetacheerde werknemers melden in het online meldloket. Tevens moeten zelfstandigen zich melden als zij in Nederland een dienst gaan verrichten in een bepaalde sector. De cijfers van het meldloket bieden een globaal beeld van de aard en omvang van detachering naar Nederland maar er is ook sprake van overlap met de bovengenoemde cijfers. Wel is onbekend hoe groot deze overlap is.
Het totale aantal unieke gemelde werknemers bij het nationale loket betreft 89.630 in 2022. Daarvan hadden 22.440 werknemers een nationaliteit van buiten de EU, EER of Zwitserland en 67.190 een EU-nationaliteit. In 2022 hebben 5.500 zelfstandigen een of meerdere meldingen gedaan. Hoewel er in 2022 meer gedetacheerde werknemers in beeld waren dan in 2021 is er vermoedelijk nog steeds sprake van ondermelding. Ook is van belang om op te merken dat het om gegevens gaat die de dienstverrichters en dienstontvangers zelf hebben verstrekt. De cijfers moeten daarom met de nodige voorzichtigheid worden bezien.
1.2 Arbeidsmigranten betrekken bij en in het beleid Het doel is om arbeidsmigranten te betrekken bij en in het beleid. Dat betekent enerzijds rekening houden met de doelgroep arbeidsmigranten bij het ontwikkelen van nieuw beleid en anderzijds ervoor zorgen dat het beleid met betrokkenheid van de doelgroep zelf is afgestemd op de leefwereld van arbeidsmigranten en voorziet in hun behoeften. Hierbij is het van belang dat lokale overheden ondersteuning krijgen bij het ontwikkelen van samenhangend beleid rondom arbeidsmigranten.
6
De Staat van Migratie 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl
11
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
De volgende maatregelen vallen onder dit doel: • Netwerk sleutelpersonen arbeidsmigranten (aanbeveling 7.1.A) • Ondersteuningsprogramma VNG (aanbevelingen 7.2.C en 7.2.E) Netwerk sleutelpersonen arbeidsmigranten • De ministeries die vertegenwoordigd zijn in het IPA hebben in 2022 het netwerk sleutelpersonen opgericht. Dit netwerk bestaat uit personen die dagelijks in contact zijn met EU-arbeidsmigranten en directe hulp verlenen, vaak werkzaam bij zorg- en welzijnsorganisaties of vakbonden. • Het netwerk kent drie doelen: - Het ophalen van ervaringen bij arbeidsmigranten: wat leeft er en waar lopen zij tegenaan? - Het toetsen van beleidsinitiatieven en -richtingen bij arbeidsmigranten. - Het onder de aandacht brengen van initiatieven en informatie vanuit de (Rijks)overheid. • Sinds de start in 2022 zijn er drie netwerkbijeenkomsten per jaar geweest waarin onder andere is stilgestaan bij thema’s als informatievoorziening, toegang tot het recht, zorg- en welzijn en huisvesting en de belangrijkste ontwikkelingen omtrent de maatregelen. • Het netwerk laat zien dat het toegevoegde waarde heeft. Zo sluit de informatie op de website WorkinNL nu beter aan op de doelgroep en zijn er Q&A’s toegevoegd over het wonen en werken in Nederland. Ook maken sleutelpersonen arbeidsmigranten wegwijs in de Nederlandse gezondheidszorg.
Ondersteuningsprogramma VNG • Sinds april 2022 is het ondersteuningsteam arbeidsmigranten van de VNG operationeel. Dit team ondersteunt proactief, met subsidie van de ministeries van BZK en SZW, gemeenten om te komen tot samenhangend beleid op het gebied van arbeidsmigranten en regionale samenwerking tussen gemeenten. • In werkgroepen wordt kennis ontwikkeld op het gebied van huisvesting (hoofdstuk 4), zorg en welzijn (hoofdstuk 5), registratie (hoofdstuk 3) en handhaving (hoofdstuk 6). Dit leidt tot publicaties, hand reikingen en (online) trainingen voor gemeenten. • Het team ondersteuning arbeidsmigranten van de VNG organiseert sinds april 2023 de workshop ‘Samenhangend beleid arbeidsmigranten in 1 dag’. Deze workshop helpt gemeenten om te komen tot een integraal beleid rondom arbeidsmigranten. • In nauwe samenwerking met Pharos is de werkgroep zorg en welzijn medio 2022 van start gegaan. Het doel van de werkgroep is om te onderzoeken hoe gemeenten de zorg naar arbeidsmigranten en het welzijn van arbeidsmigranten kunnen verbeteren. De werkgroep biedt goede voorbeelden, modellen en handreikingen aan gemeenten.
In samenwerking met Pharos heeft de VNG een wegwijzer en een handreiking zorg en welzijn • Als bedrijven zich willen vestigen of willen uitbreiden, is het wenselijk dat gemeenten bij de aanvraag vroegtijdig inzicht verkrijgen op welke wijze het huisvestingvraagstuk van arbeidsmigranten is verbonden aan het gevoerde economisch en ruimtelijk beleid. De werkgroep effectrapportage ontwikkelt hiervoor een tool. Zie ook paragraaf 4.2 – effectrapportage. • De werkgroep handhaving en toezicht onderzoekt wat gemeenten kunnen doen om kwetsbare arbeidsmigranten te beschermen, en welke barrières zij kunnen opwerpen om malafide ondernemers aan te pakken. Dit wordt uitgewerkt in een barrièremodel, dat in het vierde kwartaal van 2023 klaar is. Ook stelt de werkgroep een handreiking op die gemeenten ondersteunt bij hun handhavingsaanpak. Verder onderzoekt de werkgroep hoe de samenwerking van gemeenten met andere inspectiediensten structureel verbeterd kan worden en hoe zij tot meer samenhang in het toezicht kunnen komen. • De werkgroep registratie bespreekt hoe de aanbevelingen van het Aanjaagteam voor gemeenten het beste ingevuld kunnen worden. • Het huisvesten van arbeidsmigranten roept vaak uiteenlopende reacties op. Een goede communicatie bij de ontwikkeling en uitvoering van de aanpak is cruciaal.
De werkgroep draagvlak voor huisvesting geeft gemeenten handvatten hoe je draagvlak kunt creëren op beleidsniveau en bij de lokale gemeenschap. Deze werkgroep gaat in de 2024 van start. • Daarnaast zijn er diverse trainingen en webinars georganiseerd over actuele onderwerpen waaronder regionale samenwerkingen en de Wet goed verhuurderschap. Een groot aantal individuele gemeenten zijn geholpen met vraagstukken op het gebied van arbeidsmigranten.
12
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 2 – Werk
Werk H2 Toelatingsstelsel voor bestaande en startende uitleners 2.1.A t/m 2.1.E, 2.1.H Cao-afspraken 2.2.B t/m 2.2 .D
Aanpakken malafide bestuurders 2.1.F De aanbevelingen van het Aanjaagteam zijn gericht op het verbeteren van de arbeidspositie Rechtsvermoeden bij onderbetaling minimumloon 6.2.A van arbeidsmigranten. In het advies van het Due diligence bij inleners en uitleners 2.2.A Aanjaagteam is uitgebreid stilgestaan bij de rol van Meld- en vergewisplicht voor meldingsplichtige arbeidsongevallen uitzendbureaus. Werkgevers en sociale partners bij uitleners 2.1.G hebben daarnaast de belangrijke rol om met elkaar de verantwoordelijkheid te nemen om eerlijk, veilig en gezond werk voor arbeidsmigranten te realiseren.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om de werksituatie van arbeidsmigranten te verbeteren. Deze maatregelen vallen onder drie doelen: • Aanpak misstanden in uitzendsector (paragraaf 2.1) • Eerlijk werk garanderen (paragraaf 2.2) • Gezond en veilig werken7 (paragraaf 2.3)
2.1 Aanpak misstanden in uitzendsector Eén van de belangrijkste aanbevelingen van het Aanjaagteam is het opzetten van een certificeringsstelsel voor bestaande en startende uitzendbureaus (aanbeveling 2.1.A). In samenwerking met sociale partners is het conceptwetsvoorstel verplichte certificering voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten opgesteld. In het voorjaar 2023 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) haar advies uitgebracht over dit wetsvoorstel.8 Er is naar aanleiding van dit advies een aanpassing gedaan. Het aangepaste wetsvoorstel heet ‘toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ en is in oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. Toelatingsstelsel voor bestaande en startende uitleners (aanbevelingen 2.1.A t/m 2.1.E, 2.1.H) • Het wetsvoorstel toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)9 is in oktober 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding van het toelatingsstelsel is 1 januari 2026. • Het toelatingsstelsel is onderdeel van de bredere hervorming van de arbeidsmarkt (zie ook Kamerbrief over Hoofdlijnen Arbeidsmarkt10) en heeft als doel om arbeidskrachten beter te beschermen, een gelijk speelveld voor alle uitleners te realiseren en malafide partijen van de markt te weren.
• Met de aanpassing van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) wordt het voor alle uitleners van arbeidskrachten verboden om zonder een toelating arbeidskrachten in Nederland ter beschikking te stellen. Ondernemingen die arbeidskrachten inhuren (inleners), kunnen dan geen zaken meer doen met niet-toegelaten uitleners (aanbeveling 2.1.A). • Uitleners zijn in beginsel alle ondernemingen die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stellen, zoals bedoeld in de Waadi. Hieronder vallen ook buitenlandse uitleners die op de Nederlandse markt actief zijn (aanbeveling 2.1.H).
7
Dit is niet expliciet als doel opgenomen in het rapport ‘Tweederangsburgers’.
8
Dit advies met kenmerk W12.22.00200/III is op 29 maart jl. vastgesteld en op 3 april jl. openbaar gemaakt via https://www. raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@134456/w12-22-00200-iii/
9
De betrokken organisaties zijn FNV, CNV, VCP, VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland, ABU, en NBBU.
10
Kamerstukken II, 29 544, nr. 1112.
13
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
• Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid in regelgeving om sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt onder voorwaarden uit te zonderen van de toelatingsplicht. Daarnaast biedt het wetsvoorstel aan ondernemingen, waarbij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten een zeer gering onderdeel van de bedrijfsactiviteiten is, de mogelijkheid om ontheffing te krijgen van de toelatingsplicht. • Om in aanmerking te komen voor toelating moeten uitleners voldoen aan vastgestelde normen. Deze normen gaan onder andere over de juiste beloning en arbeidsvoorwaarden, kwalitatief goede huisvesting en afdracht van loonheffing en omzetbelasting. • Het Aanjaagteam heeft het verplicht gebruik van de g-rekening11 aanbevolen (aanbeveling 2.1.B). De g-rekening kan worden aangesproken als een uitlener de loonheffingen of de omzetbelasting niet betaalt. De Belastingdienst voert samen met betrokken banken en branchepartijen een verkenning uit naar de mogelijkheden tot verplichtstelling van de g-rekening. Vooruitlopend op de uitkomst van deze verkenning zal het gebruik van de g-rekening gestimuleerd worden door enerzijds een vrijwarings regeling voor de fiscale inlenersaansprakelijkheid bij storting op de g-rekening en anderzijds door vereenvoudiging van de fiscale inlenersaansprakelijkheid.
Vrijwaring kan worden verkregen bij storting van 35% van de factuursom op de g-rekening en als er tevens wordt voldaan aan de geldende administratieve voorwaarden. Vereenvoudiging van de aansprakelijkstelling is in lijn met een eerder aangenomen wettelijke bepaling die nog niet in werking is getreden, zodat de Belastingdienst sneller tot een aansprakelijkstelling over kan gaan. • Als onderdeel van het toelatingsstelsel wordt in beginsel ook een verplichting tot financiële zekerheidsstelling opgenomen (aanbeveling 2.1.C). Voor startende uitleners geldt bij de aanvraag van een voor lopige toelating een waarborgsom van 50.000 euro, die bij de aanvraag van een definitieve toelating (in beginsel zes maanden na de ingangsdatum van de voorlopige toelating) aangevuld moet worden tot een bedrag van 100.000 euro. • De minister van SZW wordt verantwoordelijk voor het verlenen van toelating aan uitleners voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Dit gebeurt op basis van een toelatingsprocedure en aan de hand van toelatingsvoorwaarden. De minister toetst of de aanvrager aan alle voorwaarden voor toelating voldoet en of er geen sprake is van een weigeringsgrond.
Onderdeel van de toelatingsvoorwaarden is een recent rapport van een inspectie-instelling12 waarmee de uitlener onderbouwt dat hij voldoet aan het normenkader (bestaande uit een set eisen waaraan uitleners moeten voldoen voor een toelating). • De Arbeidsinspectie zal toezicht houden op de naleving van de toelatingsplicht door uitleners en inleners. Zij kan handhavend optreden als bedrijven toch arbeidskrachten ter beschikking stellen terwijl ze niet toegelaten zijn, of als inleners arbeidskrachten inlenen van niet-toegelaten uitleners. Inleners die gebruik maken van niet-toegelaten uitleners krijgen een bestuurlijke boete opgelegd door de Arbeidsinspectie (aanbeveling 2.1.F). Inleners kunnen zelf kosteloos in een openbaar register controleren – ook middels een beoogd notificatiesysteem – of de uitlener met wie zij willen samenwerken, is toegelaten. Ook als er arbeidskrachten ter beschikking worden gesteld, maar zij niet als arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld zijn opgenomen in de administratie van de in- en uitlener, worden de regels van de toelatingsplicht geschonden en kan de Arbeidsinspectie handhavend optreden. • Met het wetsvoorstel wordt de wettelijke basis voor gegevensuitwisseling tussen publieke en private toezichthouders ook in de Waadi verder ingericht (zie hoofdstuk 6).
2.2. Eerlijk werk garanderen Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en sociale partners om eerlijk werk voor arbeidsmigranten te realiseren. Een belangrijke wijze waarop deze verantwoordelijkheid vorm krijgt, is via de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Hierin worden afspraken gemaakt over de arbeids voorwaarden en arbeidsomstandigheden in verschillende sectoren.
11
Een geblokkeerde bankrekening, waaruit alleen geld kan worden overgemaakt naar de Belastingdienst en naar andere g-rekeningen.
12
Private inspectie-instellingen die door de minister van SZW aangewezen worden en door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd moeten zijn om te kunnen controleren op het normenkader.
14
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Onder dit doel vallen vier maatregelen: • Cao-afspraken (aanbevelingen 2.2.B t/m 2.2.D) • Aanpakken malafide bestuurders (aanbeveling 2.1.F) • Rechtsvermoeden bij onderbetaling minimumloon (aanbeveling 6.2.A) • Due diligence bij inleners en uitleners (aanbeveling 2.2.A) CAO-afspraken In zowel de ABU CAO voor uitzendkrachten als de NBBU CAO voor uitzendkrachten (geldig tot 1 januari 2024) zijn twee belangrijke afspraken gemaakt in lijn met de aanbevelingen van het Aanjaagteam: een inkomensgarantie van tenminste wettelijk minimumloon (WML) in de eerste twee maanden en geen schulden opbouwen voorafgaand aan de start van het werk. Daarnaast is een overgangsbepaling bij het verlaten van de huisvesting afgesproken: artikel 36, lid 5, regelt dat als de uitzendovereenkomst eindigt, er een overgangstermijn geldt van vier weken waarbinnen de uitzendkracht de huisvesting die hij huurt van de uitzendonderneming dient te verlaten. De huurprijs blijft dan maximaal gelijk aan de huurprijs tijdens het dienstverband (zie ook hoofdstuk 4 over het versterken van de huurpositie van arbeids migranten). Er is op 25 april 2023 een verzoek ingediend bij het ministerie van SZW om de ABU CAO algemeen verbindend te verklaren. Wanneer een bedrijfstak-cao algemeen verbindend verklaard (avv) wordt, geldt deze voor alle bedrijven in een bepaalde sector.
Over dit verzoek moet nog een besluit worden genomen door het ministerie van SZW13. Gegarandeerd minimumloon voor eerste 2 maanden • Arbeidsmigranten moeten worden beschermd tegen het risico dat er minder werk is dan van tevoren is beloofd. • In de cao voor de uitzendsector is in artikel 39 een inkomensgarantie opgenomen. Hierin staat dat de uitzendkracht die voor het eerst voor werk bij die uitzendonderneming naar Nederland komt en door die uitzendonderneming of in opdracht van die uitzendonderneming door een derde buiten Nederland wordt geworven, in principe14 gedurende de eerste twee maanden ten minste recht heeft op een bedrag ter hoogte van het voltijdsminimum (jeugd)loon, ongeacht de contractduur en het aantal gewerkte uren (‘de inkomensgarantie’). Geen schulden opbouwen • Het Aanjaagteam heeft aanbevolen om in de cao van de uitzendbranche op te nemen dat het niet toegestaan is om schulden op te bouwen, bijvoorbeeld voor de reis naar Nederland of het woon-werkverkeer. • Door de afspraak over een gegarandeerd minimumloon voor de eerste twee maanden (zie hierboven) kunnen arbeidsmigranten de kosten om naar Nederland te komen achteraf meestal betalen van het ontvangen loon. Zo bouwen zij hierover geen schulden op.
• Ook is in artikel 39 opgenomen dat als een arbeidsmigrant binnen twee weken niet meer werkt voor de uitzendonderneming en daarmee niet het gegarandeerde minimumloon ontvangt, dat dan de eventuele gemaakte schulden zullen worden kwijtgescholden15.
De Nederlandse Schuldhulproute (NSR) en de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) hebben ook afspraken gemaakt. Via het platform geldfit.nl willen uitzenders de drempel verlagen om financiële problemen aan te pakken. Met deze samenwerking krijgen uitzendkrachten, waaronder arbeidsmigranten, op een laagdrempelige manier toegang tot hulp bij geldzorgen.
13
Er is bij deze procedure sprake van een lange procedurele onderbreking omdat de te avv’en cao-tekst niet voldoet aan de vereisten. De procedure wordt voortgezet op het moment dat het probleem is opgelost.
14
Voor nadere voorwaarden zie artikel 39 van de CAO.
15
Het gaat hier om kosten die op basis van de wettelijke regels niet konden worden ingehouden en/of verrekend. Dit betreffen schulden voor zover ze gefaciliteerd zijn door de uitzendonderneming en betrekking hebben op vervoer thuisland-Nederland, vervoer woon-werkverkeer, huisvesting en/of zorgverzekering.
15
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
CAO-afspraken in andere sectoren De beschreven afspraken gelden in sectoren waar dit in de cao is geregeld, zoals de uitzend- en vlees sector. Daarmee zijn ze nog niet van toepassing op alle sectoren waarin veel arbeidsmigranten in Nederland werkzaam zijn. VNO-NCW heeft in 2021 via haar arbeidsvoorwaardennota richting alle sectoren aandacht gevraagd voor de aanbevelingen van het Aanjaagteam. Ook hebben de sociale partners in de Stichting van de Arbeid (hierna: de Stichting) op 27 september 2023 een handreiking voor decentrale partijen uitgebracht om in de cao’s op passende wijze invulling te geven aan de aanbevelingen van het Aanjaagteam. Met deze handreiking adviseert de Stichting decentrale partijen wat opgenomen kan worden in cao-afspraken, zodat arbeidsmigranten die voor het eerst naar Nederland komen en direct worden ingehuurd ook de eerste twee maanden een gegarandeerd minimumloon verdienen en geen schulden opbouwen voor hun reis naar Nederland. Daarnaast doet de Stichting aanbevelingen op het gebied van goede huisvesting voor arbeidsmigranten, toegang van vakbonden tot de werkvloer en correcte registratie in de BRP bij verblijf korter en langer dan vier maanden. Transparantie over minimum inhuurprijs Het systeem van verplichte toelating van uitzendbureaus zal moeten leiden tot een verbetering op de uitzendmarkt.
Voor malafide uitzendbureaus is er in de markt dan geen plaats meer waardoor het invoeren van een minimum inhuurprijs onnodig wordt geacht. Daarom wordt er vooralsnog geen actie ondernomen op deze aanbeveling. Aanpakken malafide bestuurders • Een van de aanbevelingen van het Aanjaagteam is om een bestuursrechtelijk bestuursverbod in te voeren. In een brief aan de Tweede Kamer van 14 juli 202216 is al beschreven dat het invoeren van een bestuursrechtelijk bestuursverbod onwenselijk is17. Met name wegens het staatsrechtelijke aspect. Voor een bestuursrechtelijk bestuursverbod is er vooraf geen toestemming nodig van de rechter. • Er zijn andere instrumenten beschikbaar om recidive van malafide uitleners tegen te gaan. Onder andere het beboeten van feitelijk leidinggevenden. De Arbeidsinspectie gaat de komende tijd aan de slag met de toepasbaarheid van dit instrument in de praktijk. Dit wordt toegelicht in de Verzamelbrief Instrumentarium Aanpak Arbeidsmisstanden die eind 2023 naar de Kamer gaat. • Verder wordt in het wetsvoorstel ‘Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) van toepassing verklaard op het toelaten van uitleners. Hiermee kan, in het geval van risico op malafide praktijken, een toelating geweigerd worden of een eerder toegekende toelating worden ingetrokken.
Deze maatregel heeft betrekking op de rechtspersoon en kan er dus concreet voor zorgen dat een malafide onderneming geweerd wordt van de markt. Rechtsvermoeden bij onderbetaling minimumloon • Het Aanjaagteam adviseert om in de Wet minimumloon (WML) een bepaling op te nemen over het rechtsvermoeden van een dienstverband van zes maanden bij een ondeugdelijke administratie en vermoedelijke onderbetaling, analoog aan artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen. • Bij een vermoeden van onderbetaling en het ontbreken van de benodigde gegevens bij de werkgever om vast te kunnen stellen of het wettelijk minimumloon is betaald, zou de Arbeidsinspectie of de civiele rechter, de mogelijkheid moeten krijgen om alsnog in bepaalde situaties een onderbetaling te berekenen (fictief) en betaling af te dwingen door uit te gaan van in ieder geval zes maanden (voltijds)arbeid.
16
Kamerstukken II, 29 861, nr. 96
17
Er zijn alternatieve instrumenten beschikbaar, het ontbreken van toestemming van een rechter maakt het bestuursrechtelijk bestuursverbod kwetsbaar, een bestuursverbod kan worden omzeild via zogenaamde katvangers (iemand die in naam eigenaar of houders is van een bedrijf, met als doel om de werkelijke eigenaar of houder buiten bereik van de (justitiële) autoriteiten te houden) waardoor de effectiviteit minder groot is, de Arbeidsinspectie heeft eerder aangegeven dat zij dit instrument met grote terughoudendheid zullen inzetten vanwege de hoge bewijslast en risico op lange juridische trajecten.
16
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
• Het ministerie van SZW heeft een verkenning uitgevoerd naar dit instrument. De Kamer wordt hierover geinformeerd in de Verzamelbrief instrumentarium Aanpak Arbeidsmisstanden die eind 2023 naar de Kamer gaat. Due diligence bij inleners en uitleners • De overheid wil ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland, dit maatschappelijk verantwoord doen. Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) betekent rekening houden met zaken op het gebied van mensenrechten, werkomstandigheden en milieu. • Bedrijven die gebruikmaken van arbeidsmigranten moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor goede woon- en werkomstandigheden in de gehele keten. Dat betekent dat bedrijven inzichtelijk moeten maken wat er gebeurt in hun keten en dat ze, waar mogelijk, misstanden bespreekbaar maken en oplossen. Dit heet ‘due diligence’ of gepaste zorgvuldigheid. • Momenteel is er (Europese) IMVO-wetgeving in de maak waarin deze verplichting wettelijk wordt geregeld. Dit zal ervoor moeten zorgen dat slechte omstandigheden sneller geïdentificeerd en voorkomen worden. • Om de aanbeveling van ‘due diligence’ in jaarverslagen van in- en uitleners over te nemen, wordt aangesloten bij Europese lopende trajecten rondom IMVO. De Europese Commissie heeft op 23 februari 2022 het voorstel voor een Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) gepubliceerd.
Dit richtlijnvoorstel moet het mogelijk maken om negatieve effecten op mensenrechten en het milieu in waardeketens te voorkomen en aan te pakken. Over de CSDDD wordt op Europees niveau nog onderhandeld. De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is op 5 januari 2023 in werking getreden. De richtlijn verplicht bedrijven om te rapporteren over de impact van hun activiteiten op mens en milieu, en zo te zorgen voor meer transparantie.
2.3 Gezond en veilig werken Net als iedere werknemer in Nederland, heeft een arbeidsmigrant recht op een veilige en gezonde werkomgeving. Het Aanjaagteam heeft de aanbeveling gedaan om de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Veel arbeidsmigranten werken via een uitzendbureau in Nederland. Het Aanjaagteam adviseert een wettelijke verplichting in te voeren voor uitzendbureaus om arbeids ongevallen te melden bij de Arbeidsinspectie. Als gevolg daarvan zal het inlenend bedrijf arbeids ongevallen in de toekomst ook moeten melden aan het uitzendbureau en moet het uitzendbureau vaststellen of het veilig is om weer aan het werk te gaan bij dezelfde inlener. Meld- en vergewisplicht voor meldingsplichtige arbeidsongevallen bij uitleners (aanbeveling 2.1.G) • Het Wetsvoorstel invoering meldplicht arbeidsongevallen en vergewisplicht uitleners beoogt uitzendbureaus een grotere verantwoordelijkheid te geven als het gaat om de veiligheid en gezondheid van uitgeleende werknemers. Daarbij gaat het om het melden door uitzendbureaus van ernstige en/of dodelijke arbeidsongevallen van deze werknemers aan de Arbeidsinspectie. Het gaat ook om het controleren of er voldoende maatregelen zijn genomen door de inlener zodat de werknemer weer veilig aan het werk kan gaan.
Dit is van belang voor alle uitzendkrachten, maar zeker voor arbeids migranten omdat dit een kwetsbare groep is en het aantal bedrijfsongevallen onder uitzendkrachten relatief hoog is. • Het wetsvoorstel is voor advies voorgelegd aan de Adviescollege Toetsing Regeldruk, Autoriteit Persoonsgegevens en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Er heeft ook een internetconsultatie18 plaatsgevonden en er zijn diverse toetsen uitgevoerd, waaronder een mkb-toets onder inleners en onder uitleners. Deze worden op dit moment verwerkt. Streven is inwerkingtreding van het wets voorstel uiterlijk 1 januari 2026.
18
Overheid.nl | Consultatie Wet invoering meldplicht arbeidsongevallen en vergewisplichten uitleners (internetconsultatie.nl)
17
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Hoofdstuk 3 – Registratie
H3 Registratie Registratie contactgegevens en tijdelijk verblijfadres 3.1.B en 3.1.C Actieve rol werkgevers ten aanzien van registratie 3.1.A, 3.1. E en 3.1.F Gebruik van signalen uit de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit 3.1.D Feedbackcyclus loonaangifteketen 3.1.F Experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan (abo)
Arbeidsmigranten kunnen als ingezetene of als Voorinschrijving niet-ingezetenen niet-ingezetene ingeschreven staan. Dat hangt af van de verwachte duur van hun verblijf in Applicatie zelf doorgeven wijzigingen Nederland. Om aanspraak te kunnen maken op Verplichte aanwezigheidsmelding bepaalde rechten en gebruik te kunnen maken van overheidsvoorzieningen, is correcte registratie in de Basisregistratie Personen (BRP) van belang. Daarnaast zorgt een goede registratie ervoor dat de overheid – waaronder gemeenten – zicht heeft op het verblijf van arbeidsmigranten in Nederland en dat met hen contact kan worden opgenomen en gericht beleid kan worden gemaakt. Tot slot helpt goede registratie bij toezicht en handhaving als het gaat om de woon- en werksituatie van arbeidsmigranten.
3.1 Beter zicht op arbeidsmigranten Hoe arbeidsmigranten staan ingeschreven in de BRP is afhankelijk van de verwachte verblijfsduur. Als zij verwachten langer dan vier maanden in Nederland te verblijven, moeten zij zich laten inschrijven als ingezetene bij hun woongemeente. Bij een korter verblijf kunnen zij zich laten inschrijven bij een RNI-loket (loket voor registratie niet ingezetenen19) als niet-ingezetene. Met deze registratie ontvangen ze een BSN. Op het moment dat zij langer dan vier maanden in Nederland verblijven, moeten ze alsnog aangifte van verblijf als ingezetene doen. De registratie in de BRP is niet altijd correct. Zo staan arbeidsmigranten, die toch langer dan vier maanden in Nederland verblijven, vaak nog ten onrechte als niet-ingezetene geregistreerd. Ook doen arbeidsmigranten niet altijd aangifte van vertrek als zij Nederland verlaten. In navolging van het advies van het Aanjaagteam zijn er verschillende maatregelen genomen om de registratie te verbeteren. Daarnaast zijn een aantal kwaliteitsmaatregelen toegevoegd die een bijdrage leveren aan een correcte registratie en het actueel houden van de geregistreerde gegevens.
Dit zijn de maatregelen die vallen onder het doel ‘Beter zicht op arbeidsmigranten’: • Registratie contactgegevens en tijdelijk verblijfadres (aanbevelingen 3.1.B en 3.1.C) • Actieve rol werkgevers ten aanzien van registratie (aanbevelingen 3.1.A, 3.1. E en 3.1.F) • Gebruik van signalen uit de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (aanbeveling 3.1.D) • Feedbackcyclus loonaangifteketen (aanbeveling 3.1.F) • Experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan (abo) • Voorinschrijving niet-ingezetenen • Applicatie zelf doorgeven wijzigingen • Verplichte aanwezigheidsmelding Registratie contactgegevens en tijdelijk verblijfsadres • Vanaf oktober 2022 is het mogelijk – maar niet verplicht – om een tijdelijk verblijfsadres en contactgegevens te registreren in de BRP als iemand zich inschrijft als niet-ingezetene. Deze gegevens zijn een eerste stap in de goede richting om meer zicht te krijgen op het verblijf van arbeidsmigranten in
19
De RNI is bedoeld voor personen in het buitenland die een relatie hebben met de Nederlandse overheid. Ook mensen die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven kunnen zich inschrijven in de RNI. Dit zijn niet enkel arbeidsmigranten.
18
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Nederland. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om contact met arbeidsmigranten op te nemen (zie hoofdstuk 7). Bijvoorbeeld om arbeidsmigranten, die voor langere tijd als niet-ingezetene geregistreerd staan, erop te wijzen dat ze zich als ingezetene moeten laten inschrijven bij de gemeente. • Een groot deel van de arbeidsmigranten werkt mee aan het vrijwillig verstrekken van een verblijfsadres. Sinds de start van de registratie van tijdelijke verblijfsadressen en contactgegevens zijn er bij ruim 85% van de inschrijvingen een tijdelijk verblijfsadres en/of contactgegevens geregistreerd. • In oktober 2023 hebben de eerste gemeenten, die meedoen aan het experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan (zie hieronder) tijdelijke contactgegevens ontvangen van niet-ingezetenen die verblijven in hun gemeenten. • Om de tijdelijke verblijfsadressen en contactgegevens aan alle gemeenten en andere afnemers te kunnen verstrekken, moeten de autorisaties en systemen van (lokale) overheden worden aangepast. De verstrekking van de tijdelijke verblijfsadressen en contactgegevens is de eerste stap om gemeenten beter zicht te geven op wie er in hun gemeente verblijft. Zo wordt het onder andere mogelijk om per adres een overzicht op te vragen van wie daar als ingezetene geregistreerd staat en wie het adres als tijdelijk verblijfsadres heeft opgegeven.
Het autoriseren van gemeenten heeft vertraging opgelopen, maar de verwachting is dat voor het einde van 2023 de eerste gegevens aan gemeenten kunnen worden verstrekt. Het is voor gemeenten al wel mogelijk om tellingen aan te vragen van het aantal geregistreerde personen met tijdelijke verblijfsadressen in hun gemeente. • Voor de bruikbaarheid van de geregistreerde gegevens is het van belang dat er wordt gestreefd om ze actueel te houden. Er zijn verschillende kwaliteitsmaatregelen genomen en in ontwikkeling. Deze staan verderop in dit hoofdstuk beschreven. Relatief aantal personen met Tijdelijk verblijfsadres t.o.v. de gemeentegrootte Genormaliseerd als het aantal peronen met een Tijdelijk Verblijfsadres per 1000 inwoners in de gemeente
Absoluut aantal personen met Tijdelijk verblijfsadres per gemeente Aantal personen met een Tijdelijk Verblijfsadres per gemeente
Bovenstaande plaatjes laten zien hoeveel mensen met een tijdelijk verblijfadres staan geregistreerd in een gemeente. In de rechter afbeelding gaat het om het aantal personen per gemeente (absoluut aantal). In de linkerafbeelding gaat het om het aantal personen in relatie tot de grootte van de gemeente (relatief aantal).
Actieve rol werkgevers ten aanzien van registratie • Om te zorgen voor een meer sluitend proces voor het correct registreren en bijhouden van gegevens over het verblijf van arbeidsmigranten ziet het Aanjaagteam een aanvullende rol voor werkgevers. Dit omdat zij de arbeidsmigranten hebben geworven en zij het meest in persoonlijk contact staan met de arbeidsmigrant gedurende het dienstverband. • Voor de vormgeving van een zorgplicht voor werkgevers is onder meer gesproken met de VNG, VNO-NCW, ABU en NBBU. De mogelijke oplossingsrichting die in de verkenning naar voren kwam is het invoeren van een informatieplicht voor de werkgevers (al dan niet beperkt tot de uitzendsector). Bij het invoeren van deze plicht is de gedachte dat een werkgever in ieder geval actief relevante en juiste informatie geeft aan de bij hen werkzame arbeidsmigranten om hen te stimuleren dat zij zich a) correct inschrijven als ingezetene of niet-ingezetene en b) hun adresgegevens up-to-date houden. Uiteindelijk blijft de arbeidsmigrant volgens de Wet BRP zelf verantwoordelijk voor correcte inschrijving. 19
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Dit geeft het een signaal af dat werkgevers de bij hen werkende arbeidsmigranten correct dienen te informeren over registratie. • Een dergelijke plicht sluit goed aan bij de Fair Employment Code van de ABU en de Centrale Organisatie voor de Vleessector en de ABU- en NBBU-CAO voor uitzendkrachten, waarin is opgenomen dat de leden de registratie van internationale medewerkers stimuleren. De naleving hiervan wordt echter niet getoetst. Een informatieplicht sluit daarmee goed aan op wat voor veel werkgevers, met name in de uitzendbranche, reeds staande praktijk zou moeten zijn. • Het Aanjaagteam heeft, naast het vastleggen van bovenstaande informatieplicht (toen “actieve zorgplicht”), geadviseerd om via het certificeringsstelsel toe te zien op de naleving ervan. Hierbij ligt de focus van de maatregel op de uitzendsector, omdat een groot deel van de arbeidsmigranten hierin werkzaam is. Vanwege de beheersbaarheid van het toelatingsstelsel en het draagvlak daarvoor is besloten om de informatieplicht niet via het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus in te regelen. • Dit neemt niet weg dat aanvullende inzet nodig is om de registratie van arbeidsmigranten te verbeteren. Daarom worden andere mogelijkheden verder uitgewerkt om ervoor te zorgen dat de correcte registratie van arbeidsmigranten verbetert en de aanvullende rol van werkgevers hierbij wordt vormgegeven.
Experiment gemeenten als aangewezen bestuursorgaan (abo) • Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het registreren en bijhouden van de gegevens van ingezetenen in hun eigen gemeente. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de registratie en het bijhouden van gegevens van niet-ingezetenen. Het registreren en actualiseren van deze gegevens wordt gedaan door de 19 RNI-loketten en door de daartoe in de BRP-regelgeving aangewezen bestuursorganen (o.a. de Belastingdienst en de SVB). • Met een experiment wordt gekeken of gemeenten ook een rol kunnen spelen in het bijhouden van de gegevens van niet-ingezetenen. Met het experimentbesluit krijgen vijf gemeenten de bevoegdheid om tijdelijke verblijfsadressen aan te vullen en te actualiseren. Dit betekent dat de aangewezen gemeenten de bevoegdheid krijgen om wijzigingen in het tijdelijk verblijfsadres van niet-ingezetenen door te geven aan de minister van BZK. • Het experiment is gestart op 1 oktober 2023. Gemeente Aalsmeer, Hollands Kroon, Horst aan de Maas, Peel en Maas en Schiedam zijn begonnen met het bijhouden van de tijdelijke verblijfadressen. Volgend jaar kan er gerapporteerd worden over de eerste resultaten van het experiment. • Het experiment duurt vier jaar.
Op basis van de uitkomsten van het experiment zal in samenspraak met de NVVB en VNG worden besloten of de bevoegdheid wordt opgenomen in de wet BRP en wordt uitgebreid naar andere gemeenten. Gebruik van signalen uit de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit • De Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) is een aanpak met als doel om de kwaliteit van de adres gegevens in de BRP te verbeteren, zodat overheidsorganen op basis van juiste informatie hun publieke taken kunnen uitvoeren. Het Aanjaagteam adviseert om signalen uit de LAA te gebruiken voor correcte registratie van arbeidsmigranten. • In de LAA werken publieke organisaties samen om incorrecte adresgegevens in de BRP te herkennen en te herstellen. Signalen die wijzen op een verkeerde adresregistratie worden gedeeld, geanalyseerd en door het ministerie van BZK verstrekt aan gemeenten voor mogelijk onderzoek. • Er zijn verschillende LAA-signalen ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld. het signaal veelverhuizers, die helpen om misstanden met betrekking tot de woonsituatie en inschrijving van arbeidsmigranten te ontdekken. Voorinschrijving niet-ingezetenen • In 2023 is de mogelijkheid tot voorinschrijving voor niet-ingezetenen gerealiseerd. Hiermee kunnen betrokkenen de benodigde gegevens al vóór de afspraak bij het RNI-loket digitaal invullen.
Dit voorkomt fouten bij het overtypen van gegevens aan de balie en versnelt het inschrijfproces bij de RNI-loketten. Ook kunnen de contactgegevens vooraf geverifieerd worden door middel van een sms/e-mail. Daarnaast wordt hiermee de wachttijd voor arbeidsmigranten en werkgevers verminderd. • Het portaal voor de voorinschrijving is na de livegang eerst op kleine schaal getest in de gemeenten Venlo en Breda. De eerste ervaringen zijn positief. • Het portaal zal voor het einde van het jaar 2023 in gebruik worden genomen bij alle 19 RNI-loketten. 20
Drie jaar na Roemer: Jaarrapportage arbeidsmigranten 2023
Applicatie zelf doorgeven wijzigingen • Om het tijdelijke verblijfsadres en de contactgegevens na de inschrijving zo actueel mogelijk te houden, wordt er een applicatie ontwikkeld waarmee arbeidsmigranten zelf digitaal wijzigingen in deze gegevens kunnen doorgeven. • De verwachting was dat deze applicatie in de tweede helft van 2023 gereed zou zijn. Er wordt nu uitgegaan van medio 2024. Feedbackcyclus loonaangifteketen • Om de systematiek van het registreren sluitend te maken is een feedbackcyclus nodig. Het Aanjaagteam heeft hiervoor aanbevolen om het BSN in de loonaangifteketen te vergelijken met de BRP. • Door een periodieke vergelijking kan worden vastgesteld van welke BSN’s in de loonaangifteketen nog geen tijdelijk verblijfsadres is vastgesteld. Ook kan bepaald worden welke niet-ingezetenen met een verblijfsadres niet meer voorkomen in de loonaangifteketen. • De mogelijkheid voor een dergelijke feedbackcyclus wordt door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en het UWV verkend. Verplichte aanwezigheidsmelding • In 2022 is een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de juridische mogelijkheid om registratie in de BRP te verplichten voor EU-burgers die kortdurend in Nederland verblijven.20 • Hierin werd geconcludeerd dat het lidstaten is toegestaan om van personen te vereisen dat ze zich bij aanwezigheid in de lidstaat melden, mits deze melding laagdrempelig is.