24-927 Gemeente Medemblik - Bijlage A - Benchmark Analyse d.d. 12.02.2025 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Bijlage A: Benchmark Analyse GemeenteMedemblik 12 februari2025 24-927/MP/PH/DA/1050050
Begrotingen2018 -2024
224-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
Benchmark begrotingen 2018-2024
en
jaarrekeningen 2017- 2022
Disclaimer Voorliggende rapportageis het resultaat van data-analyse van de begrotingen over de periode 2018 – 2024 en de jaarrekeningen over de periode 2017 - 2023. De gebruikte cijfers zijn opgehaald uit openbare onbewerkte IV3-data (“first-version”) , zoals die door de gemeentenaan het CBS zijn aangeleverd. Deze rapportage betreft daarom een zogeheten “feitelijke” rapportage op basis van de door het CBS beschikbaar gestelde openbare data. Deze rapportage geeft inzicht hoe de gemeente presteert ten opzichte van de geselecteerde referentiegemeenten qua begroting en jaarrekening. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de juistheid en volledigheid van deze benchmark. Verder is er in de verschillende analyses van deze benchmark geen onderzoek gedaan naar de achterliggende oorzaken van eventuele geconstateerde verschillen aangezien hierover geen openbare informatie beschikbaar is. In deze benchmark kunnen er verschillen optreden tussen de verschillende tabellen en grafieken. Deze verschillen kunnen worden veroorzaakt door afrondingsverschillen in het databestand.
324-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
Inhoudsopgave
1. Inleiding
4
2. Vergelijking gemeentefonds
9
3. Benchmark op clusterniveau
11
4. Benchmark op taakvelden
27
5. Aanvullende analyse clusters sociaal domein
34
4. Benchmark op kostensoorten
42
Inleiding SECTIE 1
Inleiding
Pagina
1. 1 Inleiding
5
1. 2 Selectie van referentiegemeenten
7
524-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1. 1 Inleiding De resultaten van de benchmark worden gebruikt voor het in kaart brengen van ombuigingsmaatregelen.
Inleiding In het kader van het vrijmaken van begrotingsruimte is de gemeente Medemblik (hierna: Medemblik) momenteel bezig met het in kaart brengen van mogelijke ombuigingen. Als onderdeel van dit traject heeft de gemeente aan BDO Advisory gevraagd om een benchmark uit te voeren. De benchmark geeft inzicht hoe de gemeente ten opzichte van vergelijkbare gemeenten presteert qua begroting en jaarrekening. De begrotingen (periode 2018 -2024) en jaarrekening (periode 2017 – 2022) van de gemeente Medemblik worden in deze benchmark vergeleken met een aantal geselecteerde referentiegemeenten. De resultaten van de benchmark dienen als input voor het in kaart brengen van ombuigingsmaatregelen , samen met de door de gemeente opgestelde historische analyse. Het benchmarkrapport is opgesteld vanuit de volgende drie invalshoeken:
De inkomsten en uitgaven op basis van de clustersystematiek van het gemeentefonds. Voor deze analyse wordt gebruik gemaakt van de begroting 2024. Een vergelijking tussen Medemblik en de referentiegemeenten , hierna te noemen de benchmark , op basis van de verschillende clusters en diens onderliggende taakvelden. Voor deze analyses wordt gebruik gemaakt van de begrotingen en jaarrekeningen. Een vergelijking tussen Medemblik en de referentiegemeenten op clusterniveau op basis van de verschillende kostensoorten. Voor deze vergelijking maken we eveneens gebruik van de begrotingen en jaarrekeningen.
Het gebruik van deze drie invalshoeken stelt ons in staat om inzicht te krijgen in de onderdelen
waarin Medemblik meer of minder inkomsten/uitgaven heeft dan het Gemeentefonds en de referentiegemeenten. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat het meer uitgeven aan een bepaalde taak niet noodzakelijkerwijs hoeft te betekenen dat de gemeente Medemblik het “minder” doet ten opzichte van de referentiegemeenten. Hier kunnen verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen , zoals gemeentelijk beleid , politieke samenstelling en natuurlijk belangstelling en benodigdheden vanuit de lokale gemeentelijke omgeving en burgers. Analyse clusters en taakvelden Bij de clusters is de begroting (periode 2018–2024) en bij de taakvelden de begroting en realisatie (2017-2022) weergegeven. Om de resultaten uit de benchmark zo goed mogelijk te kunnen duiden , zijn per analyse de volgende berekeningen uitgevoerd: De uitgaven per inwoner in een jaar zoals weergegeven in de lijndiagram , zijn berekend door de totale uitgaven aan het taakveld in het desbetreffende jaar te delen door het aantal inwoners in hetzelfde jaar; De gemiddelde uitgaven per inwoner zijn berekend door de som van de uitgaven over alle jaren te delen door de som van het aantal inwoners over alle jaren; Het verschil per inwoner geeft aan hoeveel euro er gemiddeld over alle jaren gemiddeld meer of minder is uitgegeven dan de benchmark.
Dit wordt berekend door de gemiddelde uitgaven per inwoner van de gemeente te verminderen met de gemiddelde uitgaven per inwoner van de benchmark; Het totale verschil in euro’s wordt berekend door het verschil per inwoner te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal inwoners van de gemeente Medemblik over de periode waarop er is begroot.
624-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1. 1 Inleiding
Attentiepunt lezen grafieken Bij de uitwerking van de benchmark is een aantal afbeeldingen weergegeven in de vorm van een lijngrafiek. Het kan voorkomen dat de grafiek en de bedragen niet op elkaar aansluiten , waarbij de benchmark hoger in bedrag ligt , maar visueel lager wordt weergegeven dan de gemeente. Wij attenderen u erop dat de weergegeven bedragen in overeenstemming zijn met de openbare IV3-data. De grafieklijnen kunnen echter misplaatst worden weergegeven als gevolg van de opmaak van het analysemodel. Wanneer waarden dicht bij elkaar liggen , kan het analysemodel de grafieklijnen in willekeurige richting uit elkaar duwen. Daarnaast kan er bij de bedragen per inwoner sprake zijn van afrondingsverschillen. Leeswijzer De rapportage begint in sectie 2 met een globale vergelijking van de inkomsten- en uitgavenclusters van de gemeente Medemblik en het Gemeentefonds. In sectie 3 wordt een vergelijking gemaakt tussen de gemeente Medemblik en de referentiegemeenten op basis van de begroting 2018-2024 op de verschillende uitgaveclusters. In dit onderdeel schetsen wij een algemeen beeld van op welke clusters Medemblik meer uitgaven begroot in 2024 ten opzichte van de referentiegemeenten. Daarnaast wordt in sectie 3 de onderliggende taakvelden en kostensoorten binnen het cluster globaal weergegeven.
Sectie 4 bevat een analyse van een aantal taakvelden behorende tot de clusters uit sectie 3. Er is gekozen om de taakvelden te analyseren waarbij Medemblik over de begrotingsjaren 2018-2024 gemiddeld circa € 500K meer uitgaven begroot ten opzichte van de benchmark. Deze drempelwaarde is gekozen om inzicht te krijgen in taakvelden waar Medemblik gemiddeld significant meer begroot ten opzichte van de benchmark. De analyse van deze taakvelden gaat in op de begroting 2018-2024 en de realisatie 2017-2022.
Sectie 5 bevat een aanvullende analyse voor het sociaal domein in vergelijking met de West-Friese gemeenten. Deze analyse is uitgevoerd op basis van de realisatie. Deze aanvullende analyse is om twee redenen gemaakt , het sociaal domein heeft een grote afhankelijkheid van de regio wat betreft aanbieders en de doelgroep. Daarnaast kunnen verschillen beter worden geduid door de regionale kennis. Sectie 6 bevat een analyse van de verschillende kostensoorten op basis van de begroting 2018-2024 en de realisatie 2017-2022.
724-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1. 2 Selectie
referentiegemeenten
van
De gemeente Medemblik wordt in de benchmark vergeleken met vijf referentiegemeenten. Deze zijn gebaseerd op de begrote uitgaven per
cluster conform de uitkeringen systematiek van het gemeentefonds. Voor het uitvoeren van de analyse van de benchmark in sectie 3-5 , is een aantal referentiegemeenten geselecteerd , deze zijn weergegeven in tabel 1. Het bedrag wat gemeenten vanuit het Rijk ontvangen in de algemene uitkering is volgens de clustersystematiek vanuit het Rijk toe te wijzen aan verschillende clusters. Op basis van deze begrote uitgaven per cluster vanuit het Rijk hebben wij gekeken welke gemeenten het meest overeenkomen met
Medemblik.
In tabel 1 is een overzicht opgenomen van deze gemeenten en de begrote uitgaven per inwoner in 2024 op basis van de systematiek van het gemeentefonds. De grootste afwijking in de begrote uitgaven per inwoner zitten in de uitgavenclusters Participatie en Onderwijs. Een
belangrijke kanttekening is dus dat deze uitgaven gebaseerd zijn op de systematiek vanuit het Rijk en dit niet de bedragen zijn die de gemeente zelf begroten. Het gebruik van deze methodiek maakt het mogelijk om referentiegemeenten te selecteren welke ongeveer dezelfde bedragen per inwoner ontvangen uit het gemeentefonds.
Tabel 1 | Referentiegemeenten Benchmark | Algemene uitkeringen (€) per inwoner op basis van clustersystematiek gemeentefonds in 2024 Selectiegemeenten Schagen De Fryske Marren Noordwijk Horst aan de Maas Moerdijk
Medemblik Gemiddelde Afwijking
Nr 1 2 3 4 5
SBV 223 229 226 218 215
Participatie 225 221 182 205 220
Wmo 282 312 230 256 249
Jeugd 354 429 316 363 374
B&O 367 360 367 360 361
O&V 136 135 132 126 131
Onderwijs 152 136 131 126 135
SC&R 254 261 242 252 252
IR&M 397 473 274 397 481
Overig
218 222
186 211 13%
246 266
390 367 -6%
357 363
122 132
120 136 13%
263 252 -4%
435 405 -7%
2%
8%
2%
8%
-122 57 -44 -60
OEM -165 -165 -165 -165 -165
OZB -229 -223 -313 -256 -268
Totaal 1. 994 2. 047 1. 680 1. 838 1. 925
-13 -34 152%
-165 -165 0%
-236 -258 9%
1. 922 1. 897 -1%
-
824-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1. 2 Selectie
van
referentiegemeenten
Medemblik ontvang minder geld uit het gemeentefonds ten opzichte van de referentiegroep op alle uitgavenclusters met uitzondering Jeugd Sport cultuur & recreatie Infrastructuur ruimte & milieu. ,
van
,
In grafiek 1 zijn de begrote uitgaven per inwoner , op basis van de systematiek van het gemeentefonds , weergegeven voor de gemeente Medemblik en het gemiddelde van de referentiegroep. Op de clusters met de donkerblauwe pijl ontvangt Medemblik minder uitgaven vanuit het gemeentefonds ten opzichte van de referentiegroep. In sectie 3 van deze rapportage wordt per cluster
gekeken of begrote uitgaven per inwoner van Medemblik en de referentiegroep hetzelfde beeld laten zien als op basis van de systematiek van het gemeentefonds.
+ +
€23
-/€4
-/€25
246
222
218
186
435 405
390
-/€20
€30
-/€6
367
363
357
+
€11
266
211
122
SBV
Participatie
Wmo
Jeugd
B&O Medemblik
Referentiegroep
Grafiek 1 | Uitgaven (€) per inwoner Medemblik versus gemiddelde referentiegroep op basis van clustersystematiek gemeentefonds in 2024
O&V
263
-/€16
-/€10
132
120
252
136
Onderwijs
SC&R
IR&M
Vergelijking Gemeentefonds SECTIE 2 Vergelijking gemeentefonds 2. 1 Vergelijking gemeentefonds
Pagina 10
1024-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
2. 1 Vergelijking inkomsten-
uitgavenclusters Medemblik
en
versus
Gemeentefonds
De begrote uitgaven 2024 van de gemeente Medemblik liggen ongeveer€ 10 miljoen lager dan de begrote uitgaven gebaseerd op de
systematiek van het gemeentefonds Het begrotingssaldo per cluster van de gemeente Medemblik is vergeleken met het
De begrote inkomsten en uitgaven per cluster van de gemeente Medemblik en de systematiek van het gemeentefonds is in grafiek 2 weergegeven. Bij de cluster Onroerende zaakbelasting (OZB) begroot Medemblik meer inkomsten ten opzichte van de inkomsten gebaseerd op de clustersystematiek van het gemeentefonds. Bij de cluster Sociale basisvoorzieningen (SBV) en WMO begroot Medemblik meer uitgave ten opzichte van de inkomsten gebaseerd op de clustersystematiek van het gemeentefonds. Deze zijn samen met het cluster Jeugd onderdeel van het sociaal domein. In totaal begroot Medemblik meer uitgaven op het sociaal domein ten opzichte van de systematiek van het gemeentefonds. Medemblik begroot meer inkomsten aan OZB en minder aan de overige eigen middelen. In totaal begroot Medemblik zo een € 978 , miljoen aan inkomsten en uitgaven. Dit ligt lager dan het begrote bedrag vanuit het gemeentefonds welke neerkomt op € 107 miljoen.
begrotingssaldo per cluster gebaseerd op de clustersystematiek van het Gemeentefonds. Belangrijk om op te merken is dat de toerekening van baten en lasten naar de verschillende clusters vrij is voor gemeenten. Er is geen verplicht rekeningschema dat wordt voorgeschreven. In de analyse wordt derhalve de omvang van de netto lasten op basis van de door gemeente Medemblik toegepaste toerekening vergeleken met de veronderstelde omvang vanuit het gemeentefonds. Om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de gegevens uit het gemeentefonds en de begroting 2024 , zijn de kosten van overhead verdeeld over de verschillende uitgavenclusters in plaats van als een los cluster. Voor overhead wordt vanuit het gemeentefonds namelijk geen separate vergoeding gegeven. Op basis van de beschikbare gegevens heeft voor de gemeente Medemblik deze verdeling plaatsgevonden aan de hand van totale lastenverhouding tussen de taakvelden. Dit is een breed toegepaste methodiek bij gemeenten.
Medemblik
Gemeentefonds
158, 124, 113,
10
863885 , ,
20
176, 179,
164,
152, 115, 121,
113,
86, 53,
54,
56,
33,
55,
146,
109,
76,
13,
0
-44, SBV
Participatie
Wmo
Jeugd
B&O
Uitgavenclusters Grafiek 2 | Benchmark begroting op clusterniveau versus gemeentefonds (*€ mln. ) | 2024
O&V
Onderwijs
SC&R
IR&M
OZB
OEM
Mutaties reserves
Inkomstenclusters
Uitkering gemeentefonds
Benchmark op cluster niveau SECTIE 3 Benchmark
op
clusterniveau
Pagina
3. 1 Algemeen beeld clusterniveau
12
3. 2 Sociale basisvoorzieningen
14
3. 3 Participatie
15
3. 4 Individuele voorzieningen WMO
16
3. 5 Individuele voorzieningen Jeugd
18
3. 6 Bestuur en ondersteuning
20
3. 7 Orde en veiligheid
21
3. 8 Onderwijs
22
3. 9 Sport , cultuur en recreatie
23
3. 10 Infrastructuur , ruimte en milieu
24
3. 11 OZB (West-Friese Gemeenten)
25
3. 12 Overige eigen middelen
26
1224-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 1 Algemeen beeld clusterniveau (I/II) Binnen de clusters Bestuur en ondersteuning ten opzichten van de benchmark
,
Sociale basisvoorzieningen
In de hiernaast staande tabel zijn de begrote bedragen van het jaar 2024 van de gemeente
Medemblik en de referentie-gemeenten weergegeven. De verschillende inkomsten- en uitgavenclusters zijn in het BDO-analysemodel op alfabetische volgorde gesorteerd. De begrotingscijfers zijn toegedeeld naar verschillende clusters en zijn weergegeven in zowel absolute bedragen als percentages van de begroting. De uitgavenclusters van de gemeente waar ten opzichte van de begroting procentueel meer wordt uitgegeven dan bij de referentiegroep , zijn weergegeven met een rode driehoek. Medemblik ontvangt in 2024 meer geld uit het gemeentefonds dan het gemiddelde van de referentiegroep. De opbrengsten OZB van Medemblik als percentage van de totale ontvangsten liggen lager dan die van de referentiegroep. Het bedrag aan inkomsten uit reserves als percentage van de begroting ligt hoger voor Medemblik dan de referentiegroep.
en
WMO begroot de gemeente Medemblik in 2024
meer uitgaven
1324-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 1 Algemeen beeld clusterniveau (II/II) Binnen de clusters Bestuur en ondersteuning ten opzichten van de benchmark
,
Sociale basisvoorzieningen
Om de gemeente Medemblik beter te kunnen vergelijken met de benchmark gemeenten wordt er gekeken naar de uitgaven en inkomsten per cluster per inwoner , zoals weergegeven in tabel 3. Kijkend naar de uitgavenclusters geeft de gemeente Medemblik ten opzichte van de begroting percentueel meer uit per inwoner aan de volgende clusters: Individuele voorzieningen Jeugd; Individuele voorzieningen WMO; Infrastructuur , ruimte en milieu; Sociale basisvoorzieningen.
Een belangrijke kanttekening is dat meer uitgaven per inwoner binnen een bepaald cluster niet automatisch betekent dat de gemeente Medemblik het ‘slechter’ doet dan de referentiegroep. In het verschil in uitgaven per inwoner tussen de gemeente Medemblik en de referentiegroep , zijn verschillende oorzaken aan te wijzen zoals bijvoorbeeld
gemeentelijk beleid , de uitvoeringspraktijk en eventuele kostendrijvers.
en
WMO begroot de gemeente Medemblik in 2024
meer uitgaven
1424-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 2 Sociale basisvoorzieningen Medemblik begroot in 2024 52% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | Voor zowel Medemblik als de referentiegroep , is er over de periode 2018-2024 een schommeling zichtbaar in de begrote uitgaven per inwoner (overzicht 1). Vanaf 2022 is een grote toename zichtbaar in de begrote uitgaven per inwoner , waarbij het verschil met de referentiegroep toeneemt. Gemiddeld begroot Medemblik over de periode 14% meer uitgaven op het cluster dan de referentiegroep wat neerkomt op circa € 1 miljoen wat Medemblik meer begroot uit te geven. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | Op alle drie de taakvelden binnen het cluster begroot Medemblik in 2024 meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep , zoals weergegeven in overzicht 2. • Op het taakveld 6. 1 Samenkracht en burgerparticipatie begroot Medemblik in 2024 29% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Over de periode 2018-2024 begroot Medemblik jaarlijks gemiddeld € 136K meer aan uitgaven op het taakveld dan de referentiegroep. • Bij het taakveld 6. 2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen liggen de begrote uitgaven per inwoner in 2024 van Medemblik 72% hoger dan de referentiegroep. Structureel begroot Medemblik meer uitgaven dan de referentiegroep.
Over de periode 2028-2024 wordt er jaarlijks gemiddeld € 11, miljoen meer begroot dan de referentiegroep. Dit taakveld is nader toegelicht in paragraaf 4. 5. • In 2024 begroot Medemblik op het taakveld 7. 1 Volksgezondheid slechts € 1 meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Over de gehele periode 2018-2024 begroot de gemeente jaarlijks gemiddeld € 181K minder uitgaven dan de referentiegroep. Kostensoort niveau | Het bedrag dat Medemblik in 2024 meer begroot dan de referentiegroep is terug te zien in de kostensoort salarissen en sociale lasten en goederen en diensten. • Binnen de goederen en diensten is het verschil toe te wijzen aan de subcategorieën ingeleend personeel , sociale uitkeringen in natura en overige goederen en diensten.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner)
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
6. 1
Samenkracht en burgerparticipatie
102
79
23
6. 2
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
115
47
68
7. 1
Volksgezondheid
51
50
1
268
176
93
Totaal
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 145 1. 0 Salarissen en sociale lasten 3. 0 Goederen
en
27
diensten
4. 0 Overdracht 7. 0 Verrekeningen
69 -14
67 5
12
131
Medemblik Referentiegroep
1524-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 3 Participatie In 2024 begroot Medemblik per inwoner 38% minder uitgaven dan de referentiegroep Cluster niveau | Binnen het cluster blijven de begrote uitgaven per inwoner voor Medemblik van 2018-2021 redelijk gelijk , waarna deze in 2022 stijgen en vanaf 2023 afnemen (overzicht 1). Over de gehele periode 2018-2024 begroot Medemblik , met uitzondering van 2019 , meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. De referentiegroep laat over de gehele periode een schommeling zien in de begrote uitgaven per inwoner. Opvallend is dat het verschil in de begrote uitgaven tussen Medemblik en de referentiegroep afwisselend afneemt en toeneemt. Gemiddeld begroot Medemblik over de periode 2018-2024 16% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit komt neer op een bedrag van circa € 11, miljoen dat Medemblik jaarlijks minder begroot uit te
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner)
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
6. 5
Arbeidsparticipatie
13
27
-14
6. 3
Inkomensregelingen
52
68
-16
6. 4
WSW en beschut werk
49
89
-40
114
184
-70
Totaal
geven.
Taakveld niveau | Op de taakvelden binnen het taakveld begroot Medemblik in 2024 minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep (overzicht 2). Echter begroot de gemeente op het taakveld 6. 3 inkomensregelingen over de periode 2018-2024 jaarlijks gemiddeld € 900K meer dan de referentiegroep. Dit taakveld wordt nader toegelicht in paragraaf 4. 4. Kostensoort niveau | Opvallend is dat binnen het cluster Medemblik geen uitgaven begroot op de salarissen en sociale lasten (overzicht 3). Op de goederen en diensten begroot Medemblik in 2024 59% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit verschil is terug te zien in de subcategorie ‘sociale uitkeringen in natura’.
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 1. 0 Salarissen en sociale lasten 3. 0 Goederen
en diensten
4. 0 Overdracht
0 25 22
Medemblik
35
Referentiegroep 79 136
1624-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 4 Individuele voorziening WMO I/II Op het cluster Individuele voorzieningen WMO begroot de gemeente Medemblik in 2024 € 1 meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | Over de periode 2018-2024 (overzicht 1) liggen de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik en de referentiegroep redelijk in lijn met elkaar. Voor zowel Medemblik als de referentiegroep is er over de periode 2018-2024 een stijging zichtbaar in de begrote uitgaven per inwoner. In 2022 en 2023 is er een groot verschil zichtbaar in de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik ten opzichte van de referentiegroep , waarna dit verschil in 2024 weer minimaal wordt. Vanaf 2019 is zichtbaar dat Medemblik structureel meer uitgaven per inwoner begroot dan de referentiegroep. Gemiddeld begroot Medemblik over de gehele periode 2018-2024 20% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. De begrote uitgaven in 2024 laten een ander beeld zien dan weergegeven in sectie 1.3 , waar zichtbaar is dat Medemblik per inwoner minder geld ontvangt uit het gemeentefonds voor het cluster. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | De taakvelden binnen het cluster zijn weergegeven in overzicht 2. De taakvelden waar Medemblik in 2024 meer begroot geven over de gehele periode structureel hetzelfde beeld weer.
Opvallend is dat Medemblik op de taakvelden 6. 71a en 6. 71c in 2024 aanzienlijk meer uitgaven begroten per inwoner dan de benchmark. Gezien de wijziging van de BBV indeling vanaf 2023 in het sociaal domein , geeft het analyseren van losse taakvelden geen representatief beeld. Om die reden is het gehele cluster inclusief de realisatie in deze sectie toegelicht. Kostensoort niveau | In overzicht 3 zijn de kostensoorten op hoofdlijnen binnen de realisatie van het cluster weergegeven. Medemblik begroot in 2024 76% meer uitgaven per inwoner aan de Salarissen en sociale lasten ten opzichte van de referentiegroep. Op de Goederen en diensten begroot Medemblik 15% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. • Het verschil binnen de goederen en diensten is voornamelijk toe te wijzen aan de subcategorie ‘sociale uitkeringen in natura’.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 6. 71b
Begeleiding (Wmo)
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
7
56
-49
6. 81aBeschermd wonen (Wmo)
0
-4
4
6. 71cDagbesteding (Wmo)
43
16
27
6. 71aHuishoudelijke hulp (Wmo)
139
98
41 -1
6. 81b
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)
0
1
6. 6
Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
52
45
7
6. 71d
Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
7
27
-21
6. 71
WMO
0
5
-5
6. 81
WMO Beschermd
0
1
-1
247
246
1
Totaal
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 1. 0 Salarissen en sociale lasten 3. 0 Goederen
21
37
en diensten
183
4. 0 Overdracht
0
7. 0 Verrekeningen
0 1
40
210
Medemblik Referentiegroep
1724-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| Realisatie2017 -2024
3. 4 Individuele voorziening WMO II/II Op het cluster Individuele voorzieningen WMO begroot de gemeente Medemblik in 2024 € 1 meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | De gerealiseerde uitgaven per inwoner binnen het cluster voor zowel Medemblik als de referentiegroep laten over de periode 2017-2022 een forse stijging zien , zoals weergegeven in overzicht 1. Over de periode 2017-2022 is zichtbaar dat Medemblik vanaf 2019 structureel meer uitgaven per inwoner realiseert dan de referentiegroep. Gemiddeld realiseert Medemblik 19% meer uitgaven per inwoner wat neerkomt op een gemiddeld bedrag van jaarlijks € 14, miljoen dat Medemblik meer uitgeeft. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | Binnen het sociaal domein is er in 2023 een BBV-wijziging geweest. Voor deze wijziging kende het BBV drie taakvelden voor het Wmo (zie tabel 2). Op alle taakvelden realiseert Medemblik in 2024 meer uitgaven dan de referentiegroep. Over de periode 2017-2022 realiseert Medemblik op de taakvelden 6. 6 en 6. 81 structureel meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. We zien dat er voornamelijk meer uitgegeven wordt op het taakveld maatwerkdienstverlening 18+.
Kostensoort niveau | Op de kostensoort salarissen en sociale lasten realiseert Medemblik in 2022 € 38-, meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep zoals weergegeven in overzicht 3. Dit wordt mede veroorzaakt doordat alle loonkosten van het sociaal domein onder de Wmo worden verantwoord. Ook op de goederen en diensten realiseert Medemblik meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Het verschil binnen deze kostensoort is toe te wijzen aan de subcategorie Sociale uitkeringen in natura. Tevens zien we dat Medemblik minder uitgaven realiseert op overdrachten , hieruit blijkt dat referentiegemeenten meer gebruik maken van onder andere gemeenschappelijke regelingen ten aanzien van de Wmo.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | Realisatie 2022 Taakveld (€ per inwoner)
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
6. 6
Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
71
56
15
6. 71
Maatwerkdienstverlening 18+
153
128
25
6. 81
Geëscaleerde zorg 18+
11
-2
12
235
183
52
Totaal
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | Realisatie 2022 44
1. 0 Salarissen en sociale lasten 3. 0 Goederen
6 191
en diensten
4. 0 Overdracht
142 0
32
Medemblik Referentiegroep
1824-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 5 Individuele voorziening Jeugd (I/II) Op het cluster Jeugd begroot de gemeente Medemblik in 2024 47% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | Over de periode 2018-2024 (overzicht 1) laat Medemblik tot en met 2021 een gelijkmatige ontwikkeling van de begrote lasten zien , daarna stijgen de begrote lasten stevig met circa 50%. De referentiegemeenten laten vanaf 2021 een ander beeld zien waarbij de uitgaven per inwoner in 2022 dalen en vanaf 2023 weer stijgen. Ook is er een toename zichtbaar in het verschil tussen Medemblik en de referentiegroep vanaf 2021. Over de gehele periode 2018-2024 begroot Medemblik gemiddeld 38% (€ 79-) , meer uitgaven per inwoner aan het cluster dan de referentiegroep. Dit komt neer op een bedrag van ongeveer € 36, miljoen dat Medemblik meer begroot dan de referentiegroep. De begrote uitgaven in 2024 van beide groepen komt overeen met het beeld in sectie 1. 3 waarbij Medemblik per inwoner meer geld ontvangt uit het gemeentefonds voor het cluster. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | De taakvelden waar Medemblik in 2024 meer begroot uit te geven per inwoner is in de verschillenkolom in overzicht 2 in het rood weergegeven. Opvallend is dat op het taakveld 6.
74a ‘Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf’ Medemblik in 2024 € 227 meer begroot uit te geven per inwoner dan de referentiegroep. Gezien de wijziging van de BBV indeling vanaf 2023 in het sociaal domein , geeft het analyseren van losse taakvelden geen representatief beeld. Om die reden is het gehele cluster inclusief de realisatie in deze sectie toegelicht. Kostensoort niveau | In overzicht 3 zijn de verschillende kostensoorten binnen het cluster op hoofdlijnen weergegeven. Op de kostensoort Goederen en diensten begroot Medemblik in 2024 € 187 meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit verschil is voornamelijk toe te wijzen aan de subcategorie ‘sociale uitkeringen in natura’. De gemeente Medemblik begroot alle loonkosten van het sociaal domein op het cluster Wmo , hierdoor zijn er geen loonkosten verantwoord op dit cluster.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 6. 72 Maatwerkdienstverlening 186. 72aJeugdzorg begeleiding 6. 72cJeugdhulp dagbesteding 6. 72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 6. 73 Pleegzorg en gezinsgericht 6. 73aPleegzorg 6. 73b Gezinsgericht 6. 73cJeugdhulp met verblijf overig 6. 74 GGZ 6. 74aJeugd behandeling GGZ zonder verblijf 6. 74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6. 74cGesloten plaatsing 6. 82 Geëscaleerde zorg 186. 82aJeugdbescherming 6. 82b Jeugdreclassering Totaal
Medemblik 0 12 0 58 0 17 0 0 0 243 1 7 0 40 0 378
Referentiegroep 8 56 17 44 0 9 12 25 0 16 31 3 5 15 2 257
Verschil -8 -44 -17 14 0 7 -12 -25 0 227 -30 3 -5 26 -2 121
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 0 1. 0 Salarissen en sociale lasten
3. 0 Goederen
10 378
en diensten
4. 0 Overdracht
191 0 56
Medemblik Referentiegroep
1924-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| Realisatie2017 -2024
3. 5 Individuele voorziening Jeugd (II/II) Op het cluster Individuele voorzieningen Jeugd realiseert de gemeente Medemblik in 2022 19% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | Over de periode 2017-2022 (overzicht 1) is een geleidelijke stijging zichtbaar in de gerealiseerde uitgaven per inwoner van Medemblik en de referentiegroep. Tot 2021 is er ook een toename zichtbaar in het verschil tussen de twee groepen waarna dit vanaf 2021 weer afneemt. Over de gehele periode is zichtbaar dat Medemblik structureel meer uitgaven per inwoner realiseert dan de referentiegroep. Gemiddeld realiseert Medemblik 39% meer uitgaven per inwoner wat neerkomt op een gemiddeld bedrag van jaarlijks € 4 miljoen wat Medemblik meer uitgeeft. Echter blijkt uit de analyse dat Medemblik slecht 6% meer ontvangt voor het cluster Jeugd. Taakveld niveau | De taakvelden in de realisatie binnen het cluster zijn weergegeven in overzicht 2. Binnen het sociaal domein is er in 2023 een BBV-wijziging geweest. Voor deze wijziging kende het BBV twee taakvelden voor het Jeugd namelijk: Geëscaleerde zorg 18en Maatwerkdienstverlening 18-. Uit de benchmark blijkt dat Medemblik in 2022 op beide taakvelden hogere uitgaven realiseert dan de referentiegroep. Dit verschil is gedurende de periode 2017-2022 consistent zichtbaar.
We zien in de realisatie dat Medemblik voornamelijk meer uitgeeft aan de (relatief duurdere) maatwerkdienstverlening. Kostensoort niveau | In overzicht 3 zijn de gerealiseerde uitgaven op de kostensoorten op hoofdlijnen weergegeven. Op de kostensoorten valt op dat Medemblik geen uitgaven realiseert op de Salarissen en sociale lasten en zij minder uitgeven aan overdrachten. Ons is aangegeven dat de loonkosten op de taakvelden van de WMO zijn geboekt (zie sectie 3. 4). Medemblik realiseert in 2022 echter 34% meer uitgaven per inwoner aan de Goederen en diensten. Dit verschil is toe te wijzen aan de subcategorieën Sociale uitkeringen in natura en Ingeleend personeel.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | Realisatie 2022 Taakveld (€ per inwoner) 6. 82 Geëscaleerde zorg 186. 72 Maatwerkdienstverlening 18Totaal
3.
Medemblik 36 284 321
Referentiegroep 26 244 270
Verschil 10 40 50
Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | Realisatie 2022
1. 0 Salarissen en sociale lasten
3. 0 Goederen
0 3 321
en diensten
4. 0 Overdracht
239 0 26
Medemblik Referentiegroep
1.
2024-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 6 Bestuur
en
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
Ondersteuning
Medemblik begroot op dit cluster over de periode 2018-2024 structureel aanmerkelijk minder lasten dan de referentiegemeenten. Cluster niveau | In de grafiek (overzicht 1) is de ontwikkeling weergegeven van de begrote lasten over de periode 2018 – 2024 van Medemblik en de referentiegemeenten. Uit de tabel is af te leiden dat vanaf 2018 bij beide partijen sprake is van een gestage stijging van de lasten , waarbij de stijging bij Medemblik procentueel ten opzichte van 2018 het hoogst is (111% tegen 71% bij de referentiegemeenten). In absolute bedragen begroot Medemblik structureel gemiddeld minder lasten dan de referentiegemeenten , wat gemiddeld neerkomt op € 41, miljoen per jaar. Taakveld niveau | De taakvelden binnen het cluster waar Medemblik meer begroot per inwoner dan de referentiegroep is in de verschillenkolom (overzicht 2) in het rood aangegeven. De benchmark op taakveldniveau leidt tot de volgende observaties: • Op het taakveld 0. 2 Burgerzaken begroot Medemblik in 2024 167% (€ 25-) , meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit taakveld wordt in paragraaf 4. 2 nader toegelicht. Over de periode 2018-2024 is er structureel zichtbaar dat Medemblik meer uitgaven per inwoner begroot op het taakveld dan de referentiegroep. • We zien dat Medemblik structureel significant minder begroot op het taakveld overhead en dan voornamelijk op de personele lasten.
Ondanks dat wij de onderliggende oorzaak hiervan niet hebben onderzocht , kan deze afwijking te maken hebben met de boekingssystematiek. De gemeente Medemblik begroot overhead gerelateerde functies eerder op andere taakvelden dan de referentiegroep. Hierbij zullen de personele lasten bij de overige taakvelden daardoor iets hoger kunnen uitvallen. Kostensoort niveau | De belangrijkste kostensoort binnen het cluster is Salarissen en sociale lasten , Medemblik begroot in 2024 hiervoor aanmerkelijk minder dan de referentiegemeenten. Een ander opmerkelijk verschil is die bij de Overdrachten: subcategorie ‘inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen’. Bij deze subcategorie begroot Medemblik meer lasten , wat erop duidt dat Medemblik per inwoner meer uitgeeft dan de referentiegemeenten op de taakvelden binnen het cluster.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 0. 1 Bestuur 0. 2 Burgerzaken
Medemblik Referentiegroep 58 69 40 15 390 541 489 625
0. 4 Overhead Totaal
Verschil -11 25 -151 -136
3.
Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 288 1. 0 Salarissen en sociale lasten 416 2. 0 Belastingen
0 1 112
3. 0 Goederen en diensten 4. 0 Overdracht
21
7. 0 Verrekeningen
23 37
65
Medemblik 150
Referentiegroep
1.
2124-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 7 Orde
en
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
veiligheid
In 2024 begroot Medemblik 23% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Cluster niveau | De begrote uitgaven voor Medemblik stijgen geleidelijk over de periode 2018-2024 (overzicht 1). Voor de referentiegroep is er een forse stijging zichtbaar over deze periode. Over de periode 2018-2024 begroot Medemblik afwisselend meer of minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep waarbij de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik langzaam stijgen. Tot en met 2023 liggen de begrote uitgaven per inwoner van beide groepen redelijk in dezelfde lijn. In 2024 is echter zichtbaar dat de referentiegroep veel meer begroot uit te geven per inwoner dan Medemblik. Over de periode 2018-2024 begroot Medemblik gemiddeld 4% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit komt neer op een bedrag van gemiddeld € 181-, wat Medemblik minder begroot aan het cluster. Het beeld voor 2024 komt overeen met het beeld in sectie 1. 3 waarin wordt weergegeven dat Medemblik per inwoner minder geld ontvangt uit het gemeentefonds voor het cluster. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | Ook op de taakvelden binnen het cluster begroot Medemblik in 2024 minder uitgaven per inwoner (overzicht 2).
Over de periode 2018-2024 is ook zichtbaar dat Medemblik gemiddeld structureel minder uitgeeft per inwoner dan de referentiegroep aan de afzonderlijke taakvelden. Kostensoort niveau | Wat opvalt is dat Medemblik in 2024 op geen van de kostensoorten meer uitgaven per inwoner begroot dan de referentiegroep (overzicht 3). Dit ligt in lijn met het beeld wat te zien is op cluster- en taakveld niveau.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 1. 1
Crisisbeheersing en brandweer
1. 2
Openbare orde en veiligheid
Totaal
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
69
88
-20
35
47
-12
104
135
-31
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 25
1. 0 Salarissen en sociale lasten 3. 0 Goederen
8
en diensten
Medemblik
24 69
4. 0 Overdracht 7. 0 Verrekeningen
30
3
6
75
Referentiegroep
2224-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 8 Onderwijs In 2024 begroot Medemblik 28% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep op het cluster Onderwijs Cluster niveau | De begrote uitgaven per inwoner voor Medemblik blijven over de periode 2018-2024 redelijk gelijk , zoals weergegeven in overzicht 1. Over de periode 2018-2024 liggen de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik structureel lager dan die van de referentiegroep. Wel is er over deze periode een schommeling zichtbaar in het verschil tussen de twee groepen , waarbij het verschil vanaf 2022 toeneemt. De begrote uitgaven per inwoner van Medemblik laat over de periode 2018-2024 een redelijk stabiele lijn zien. Gemiddeld begroot Medemblik over de gehele periode 21% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit komt neer op een bedrag van circa € 771K dat Medemblik gemiddeld minder begroot op het cluster. Het beeld in 2024 is in lijn met het beeld in sectie 1. 3 waarbij Medemblik per inwoner minder geld ontvangt uit het gemeentefonds dan de referentiegroep voor het cluster. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | Op alle taakvelden binnen het cluster begroot Medemblik in 2024 minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep zoals weergegeven in overzicht 2.
Ook over de periode 2018-2024 begroot Medemblik gemiddeld minder uitgaven per taakveld dan de referentiegroep. Kostensoort niveau | Binnen de kostensoort van het cluster valt op dat Medemblik , met uitzondering van de belastingen , minder uitgaven per inwoner begroot dan de referentiegroep (overzicht 3).
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner)
Medemblik
Referentiegroep
Verschil
4. 3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
27
36
-9
4. 2
Onderwijshuisvesting
44
56
-12
4. 1
Openbaar basisonderwijs
Totaal
0
6
-6
71
98
-27
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 1. 0 Salarissen en sociale lasten
0
6
2. 0 Belastingen 3. 0 Goederen
3
4 38
en diensten
4. 0 Overdracht 7. 0 Verrekeningen
Medemblik 41
Referentiegroep
2 2 27
46
1.
2324-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 9 Sport
,
cultuur
en
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
recreatie
In 2024 begroot Medemblik 18% minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep Cluster niveau | Over de periode 2018-2024 liggen de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik afwisselend hoger of lager dan die van de referentiegroep zoals weergegeven in overzicht 1. Vanaf 2022 is er een forse stijging zichtbaar voor de referentiegroep. Voor Medemblik schommelen de begrote uitgaven per inwoner over de periode 2018-2024. Gemiddeld begroot Medemblik over de gehele periode 2018-2024 € 1-, minder uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | De taakvelden binnen het cluster waar Medemblik in 2024 meer uitgaven per inwoner begroot dan de referentiegroep is in de verschillen kolom in overzicht 2 het rood weergegeven. • Op het taakveld 5. 7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie begroot Medemblik in 2024 meer uitgaven dan de referentiegroep. Echter is er geen structureel verschil zichtbaar over de periode 2018-2024 waarbij Medemblik meer begroot. Gemiddeld begroot Medemblik over de periode 2018-2024 € 500K meer uitgaven dan de referentiegroep. Dit taakveld is nader toegelicht in paragraaf 4.
6 Kostensoort niveau | De begrote uitgaven per inwoner voor de kostensoorten ‘salarissen en sociale lasten’ en ‘goederen en diensten’ liggen in 2024 voor Medemblik en de referentiegroep redelijk gelijk (overzicht 3). Medemblik begroot in 2024 echter minder uitgaven per inwoner op alle kostensoorten , met uitzondering van de belastingen.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 5. 1 Sportbeleid en activering
Medemblik 0
Referentiegroep 10
Verschil -10
5. 2
Sportaccommodaties
52
83
-32
5. 3
Cultuurpresentatie , cultuurproductie en cultuurparticipatie
7
19
-12
5. 4
Musea
12
3
8
5. 5
Cultureel erfgoed
3
7
-3
5. 6
Media
19
20
-2
5. 7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
134
131
3
226
274
-48
Totaal
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 44
1. 0 Salarissen en sociale lasten 2. 0 Belastingen 3. 0 Goederen
en
1
49
3 89
diensten 53
4. 0 Overdracht 7. 0 Verrekeningen
38
57
70
Medemblik 96
Referentiegroep
1.
2424-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
3. 10 Infrastructuur
,
ruimte
en
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
milieu
Medemblik begroot in 2024 31% meer uitgaven per inwoner op het cluster Infrastructuur , ruimte en milieu dan de referentiegroep Cluster niveau | De begrote uitgaven per inwoner voor beide groepen stijgen over de periode 2018-2024 zoals weergegeven in overzicht 1. In 2022 zijn er voor Medemblik baten zichtbaar die voortkomen uit een bijdrage van de netto-ontvangende gemeenten in verband met de overdracht van de wegen van het Hoogheemraadschap HollandsNoorderkwartier (HHNK). Over de periode 2018-2024 liggen de begrote uitgaven per inwoner van Medemblik , met uitzondering van 2022 , redelijk in lijn met die van de referentiegroep. De uitgaven liggen binnen deze periode , met uitzondering van 2022 , ook structureel hoger dan de referentiegroep. Gemiddeld begroot Medemblik over de periode 2018-2024 9% meer uitgaven per inwoner dan de referentiegroep. Dit komt neer op een bedrag van circa € 680K dat Medemblik meer begroot aan uitgaven op het cluster. Het beeld in 2024 komt overeen met het beeld in sectie 1. 3 waarbij Medemblik per inwoner meer geld ontvangt uit het gemeentefonds voor het cluster. Let op: de cijfers in de grafiek liggen dicht bij elkaar en kunnen onduidelijk zijn weergegeven , de lijn klopt wel! Taakveld niveau | De taakvelden waar Medemblik in 2024 meer uitgaven per inwoner begroot dan de referentiegroep is in de verschillenkolom in overzicht 2 in rood weergegeven.
Hoewel Medemblik op de taakvelden 2.4 , 3. 4 en 8. 1 in 2024 meer uitgaven begroot dan de referentiegroep blijft het verschil over de jaren 2018-2024 gemiddeld kleiner dan € 500K. Over de periode 2018-2024 begroot Medemblik ook structureel meer dan de referentiegroep op het taakveld 2. 4 Economische havens en waterwegen. Op het taakveld (8. 3) Wonen en bouwen wordt over deze periode gemiddeld € 861K meer begroot dan de referentiegroep. Dit taakveld is verder uitgewerkt in paragraaf 4. 3. Kostensoort niveau | Medemblik begroot in 2024 meer uitgaven per inwoner op de salarissen en sociale lasten , goederen en diensten en overdrachten zoals weergegeven in overzicht 3.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ Medemblik Referentiegroep 7. 3 3. 3 7. 5 2. 4 3. 1 3. 4 3. 2 7. 4 2. 5 0. 63 2. 2 2. 3 7. 2 8. 1 0. 9 2. 1 8. 3 Totaal
per inwoner) Afval Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Begraafplaatsen en crematoria Economische havens en waterwegen Economische ontwikkeling Economische promotie Fysieke bedrijfsinfrastructuur Milieubeheer Openbaar vervoer Parkeerbelasting Parkeren Recreatieve havens Riolering Ruimtelijke ordening Vennootschapsbelasting (Vpb) Verkeer en vervoer Wonen en bouwen
-38 0 1 16 14 -31 0 45 0 0 0 0 -39 53 0 177 47 245
-32 3 3 6 18 -60 0 45 1 -26 9 2 -33 31 2 198 20 187
Verschil -7 -3 -2 10 -4 30 0 0 -1 26 -9 -2 -6 23 -2 -21 27 58
3. Kostensoort niveau | benchmark per inwoner | begroting 2024 1. 0 Salarissen en sociale lasten 2. 0 Belastingen -190 3. 0 Goederen en diensten
135 -126 28
4. 0 Overdracht 7. 0 Verrekeningen
161
87 28
Medemblik
73 108 127
Referentiegroep
2524-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 11 OZB (West-Friese gemeenten) Medemblik begroot over de periode 2018-2024 gemiddeld minder inkomsten aan OZB ten opzichte van de referentiegroep Let op: In deze analyse zijn niet de standaard referentiegemeenten gebruikt , maar de zeven West-Friese gemeenten , gezien de tarieven vaak worden afgestemd met de regio gemeenten. Deze analyse geeft inzicht in de ‘concurrentie’ positie van de gemeente Medemblik ten opzichte van de buurgemeenten.
Trendlijn| In de cijfers is te zien dat Medemblik vanaf 2023 fors meer inkomsten begroot dan de jaren daarvoor. Het kantelpunt in 2023 is te verklaren doordat dat de opbrengst OZB in 2023 met meer dan 3% stijgt. Dit wordt veroorzaakt door de overdracht van de wegen van het Hoogheemraadschap , een aantal amendementen en de voorgestelde verhoging van OZB die is opgenomen in het Coalitieakkoord Gemeente Medemblik 20222026. De benchmark analyse toont aan dat de gemeente Medemblik hogere OZB-tarieven hanteert dan het gemiddelde van de West-Friese gemeenten. Op basis van de waarde van woningen van eigenaren , is het verschil tussen Medemblik en het gemiddelde van de West-Friese gemeenten € 4.391-, per inwoner. Het verschil van de waarde van niet woningen gebruikers en eigenaren is respectievelijk € 2.273-, en € 2.406-, per inwoner. Daarnaast ligt het tarief voor eigenaren van woningen in Medemblik 2% hoger dan het gemiddelde van de West-Friese gemeenten. Voor eigenaren van niet-woningen is dit verschil nog groter , namelijk 6%. Ook het tarief voor gebruikers van niet-woningen is hoger dan het gemiddelde van de West-Friese gemeenten , namelijk 4%. Gemeenten met hogere tarieven | Medemblik zit aan de hoge kant van de OZB-tarieven ten opzichte van de regio. Echter zien we dat de gemeente Opmeer en Stede Broec hogere tarieven hanteren dan Medemblik woningen.
Daarnaast hanteert de gemeente Enkhuizen hogere tarieven voor niet-woningen.
2. Analyse OZB West-Friese Gemiddelde gemeenten WestVergelijking OZB Per inwoner* Waarde woningen eigenaren Waarde niet woningen gebruikers
waarde niet woningen eigenaren woonruimten
Friese gemeenten
Medemblik
Verschil
€ 121. 654
€ 126. 045
€ 4. 391
€ 13. 960
€ 16. 234
€ 2. 273
€ 14. 786 044 ,
€ 17. 192 045 ,
€ 2. 406 001 ,
108% , 252% , 197% ,
126% , 309% , 240% ,
2% 6% 4%
*Bron: uitkering gemeentefonds
Tarieven Eigenaar Woningen Eigenaar niet-woningen Gebruiker niet-woningen
2624-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
1.
Cluster niveau | benchmark per inwoner| begroting 2018 -2024
3. 12 Overige eigen middelen Medemblik begroot over de periode 2018-2024 gemiddeld minder inkomsten uit de Overige eigen middelen ten opzichte van de referentiegroep Cluster niveau | In overzicht 1 is het verloop van het cluster Overige eigen middelen over de periode 2018-2024 weergegeven. Opvallend is dat Medemblik over de periode 20182023 baten begroot waarna dit in 2024 omslaat in lasten wat de gemeente Medemblik per saldo begroot op het cluster. Voor de referentiegroep is dezelfde trend zichtbaar waarbij er baten worden begroot tot en met 2023 en lasten in 2024. De referentiegemeenten begroten jaarlijks afwisselend meer of minder baten of lasten. Taakveld niveau | In overzicht 2 zijn de taakvelden binnen het cluster in 2024 voor Medemblik en de referentiegroep weergegeven. Opvallend is dat op het taakveld 0. 3 Beheer overige gebouwen en gronden Medemblik in 2024 € 41 meer uitgeeft dan de referentiegroep. Ook begroot Medemblik in 2024 op het taakveld 0. 64 Belastingen overig € 18 per inwoner aan lasten terwijl de referentiegroep € 2 per inwoner aan baten begroot. Onder dit taakveld 0. 64 Belastingen overig verstaan we de hondenbelasting , precariobelasting , reclamebelasting , heffing en invordering , bezwaar en beroep. Op de overige taakvelden begroot Medemblik in 2024 minder lasten of baten dan de referentiegroep. Onder het taakveld 0.
8 Overige baten en lasten verstaan we de stelposten , taakstellende bezuinigingen , begrotingsruimte en een schatting van niet voorziene uitgaven.
2. Taakveld niveau |benchmark per inwoner | begroting 2024 Taakveld (€ per inwoner) 0. 3 Beheer overige gebouwen en gronden 0. 5 Treasury 0. 64 Belastingen overig 0. 8 Overige baten en lasten 8. 2 Grondexploitatie (niet-bedrijventereinen) Totaal
Medemblik 52 -12 18 0 0 58
Referentiegroep 11 -24 -2 51 -13 23
Verschil 41 12 20 -51 -13 35
Benchmark taakvelden
op
SECTIE 4 Benchmark
op
taakvelden
Pagina
4. 1 Inleiding benchmark op taakvelden
28
4. 2 Burgerzaken
29
4. 3 Openbaar
groen en
(openlucht) recreatie
30
4. 4 Toegang en eerstelijnsvoorziening
31
4. 5 Inkomensregelingen
32
4. 6 Wonen en bouwen
33
2824-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 1 Verdiepende analyse taakvelden
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een verdiepende analyse uitgevoerd op een aantal taakvelden waarop de uitgaven van Medemblik per inwoner hoger zijn dan die van de referentiegemeenten. De analyse omvat zowel de begroting (periode 2018-2024) als realisatie (periode 2017-2022) van de betreffende taakvelden. De analyse richt zich op hoe de begrote en gerealiseerde lasten van de taakvelden zich in de genoemde perioden ontwikkelen en van elkaar verschillen. Voor het bepalen van de taakvelden die in deze verdiepende analyse worden meegenomen , is een drempelwaarde gehanteerd. Door deze drempelwaarde is er een selectie gemaakt van taakvelden die een materiële afwijking laten zien en daarmee interessant voor een verdiepende analyse. De gehanteerde drempelwaarde voor deze analyse is €500.000-, Alle taakvelden waarbij de gemiddelde afwijking van de begrote lasten boven de drempelwaarde ligt , zijn meegenomen in deze analyse. Een uitzondering hierop zijn de taakvelden binnen de clusters Jeugd en WMO. Deze zijn niet meegenomen in deze analyse , gezien de BBV wijziging in 2023 , waardoor onderlinge vergelijking van de cijfers tot onzuivere uitkomsten leidt.
De volgende taakvelden zijn meegenomen in de verdiepende analyse: Burgerzaken (taakveld 0. 2) Openbaar groen en (openlucht) recreatie (taakveld 5. 7) Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (taalveld 6. 2) Inkomensregelingen (taakveld 6. 3) Wonen en bouwen (taakveld 8. 3)
2924-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 2 Burgerzaken In vergelijk met de referentiegemeenten is er sprake van een structurele hogere last op dit taakveld.
Begroting | Gedurende de periode 2018-2024 laten de begrote lasten per inwoner van Medemblik een stijging zien van 43%. De referentiegemeenten laten van 2018 tot en met 2023 een stijging zien waarna er in 2024 weer in daling zichtbaar is in het begrote bedrag. Als we uitgaan van een gemiddelde ontwikkeling van de lasten over de periode 2018-2024 dan begroot Medemblik jaarlijks gemiddeld 119% meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Dit komt neer op een jaarlijks gemiddeld bedrag van € 862K. Nadere analyse van de data laat zien dat de kostensoort Salarissen en sociale lasten structureel hoger ligt bij Medemblik en dat deze ook nog verder stijgt in vergelijking met de referentiegemeenten.
Realisatie | Gedurende de periode 2018-2024 laten de gerealiseerde lasten per inwoner van Medemblik een stijging zien van 36% , terwijl de referentiegemeenten een stijging van 67% laten zien. Het verschil in de gerealiseerde lasten tussen Medemblik en de referentiegemeente ligt gemiddeld hoger dan het verschil bij de begrote lasten. De hiernaast staande grafieken laten een vergelijkbare trendontwikkeling zien van de begrote- en gerealiseerde lasten. Gemiddeld is er bij Medemblik sprake van een lichte onderrealisatie van de begrote lasten terwijl die bij de benchmark gelijk is gebleven. Als we uitgaan van een gemiddelde ontwikkeling van de lasten over de periode 2018-2024 dan realiseert Medemblik jaarlijks gemiddeld 107% meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Dit komt neer op een jaarlijks gemiddeld bedrag van € 672K. Ook in de realisatie is het verschil tussen Medemblik en de referentiegemeenten terug te zien in de kostensoort Salarissen en sociale lasten.
3024-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 3 Openbaar groen
en
(openlucht) recreatie
Op taakveld 5. 7 begroot Medemblik in 2024 2% (€ 3-) meer uitgaven ,
per inwoner
Begroting | Met uitzondering van 2021 begroot Medemblik structureel meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Over de gehele periode 2018-2024 begroot de gemeente 13% meer lasten , wat neerkomt op een jaarlijks gemiddeld bedrag van circa € 500K. Het verschil is over de periode terug te zien in de kostencategorieën Salarissen en sociale lasten en Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen.
Realisatie | De gerealiseerde lasten liggen voor beide partijen , met uitzondering van 2022 , redelijk gelijk en constant. Gemiddeld begroot Medemblik over de periode 2017-2022 € 1-, minder lasten per inwoner dan de referentiegemeente , wat neerkomt op een gemiddeld bedrag van € 45K. Ook bij de gerealiseerde lasten is het verschil toe te schrijven aan de kostencategorieën Salarissen en sociale lasten en Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen. De begroting en realisatie per inwoner van Medemblik liggen redelijk in lijn met elkaar en laten afwisselend minimale over- en onderschrijdingen zien.
dan de referentiegroep
3124-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 4 Toegang
en
eerstelijnsvoorzieningen
De gerealiseerde lasten op dit taakveld vallen ten opzichte van de begrote lasten bij beide partijen lager uit waardoor de onderlinge
verschillen onder het drempelwaarde komen. Begroting | Vanaf 2021 begroot Medemblik structureel meer uitgaven per inwoner dan de referentiegemeenten. Over de jaren 2018 tot en met 2020 is een gelijkmatige ontwikkeling te zien , maar in de daaropvolgende jaren is er sprake van een stevige stijging van de begrote lasten , terwijl die bij de referentiegemeenten nagenoeg gelijk blijft. Gemiddeld genomen begroot Medemblik over de periode 2018-2024 57% meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Dit komt neer op een jaarlijks gemiddeld bedrag € 11, miljoen wat meer wordt begroot. Het verschil over deze periode is terug te zien in de kostensoorten Salarissen en sociale lasten en de Goederen en diensten. Binnen de kostensoort Goederen en diensten is het verschil grotendeels toe te wijzen aan de subcategorie Sociale uitkeringen in natura.
Realisatie | Uit de grafiek hiernaast is af te leiden dat de realisatie van de lasten op dit taakveld gemiddeld genomen voor zowel Medemblik als voor de referentiegemeenten lager is uitgevallen dan begroot. Gemiddeld genomen realiseert Medemblik over de periode 2017-2022 10% minder lasten per inwoner , wat neerkomt op een jaarlijks gemiddeld bedrag van € 179K. Bij de realisatie is te zien dat Medemblik over de gehele periode meer begroot op de sub-kostensoort Sociale uitkeringen in natura , maar op de overige kostensoorten juist minder lasten begroot dan de referentiegroep. Als we de begroting en realisatie van Medemblik met elkaar vergelijken , is over de periode 2018-2021 sprake van een onderschrijding. In 2022 is er echter een kantelpunt waarbij er een overschrijding zichtbaar is voor de begrote uitgaven per inwoner.
3224-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 5 Inkomensregelingen Vanaf 2022 is in de realisatie een trendbreuk zichtbaar doordat de gerealiseerde lasten hoger liggen dan de begrote lasten. Deze trendbreuk zien we niet terug in de begrote lasten voor 2023 en 2024 voor dit taakveld. Begroting | De grafiek hiernaast laat zien dat Medemblik structureel hogere lasten per inwoner begroot dan de referentiegemeenten , vanaf 2022 is er een dalende trend zichtbaar die in 2024 zelfs onder die van de referentiegemeenten ligt. Over de periode 2018-2024 begroot Medemblik gemiddeld 44% meer lasten per inwoner , wat neerkomt op een gemiddeld bedrag van jaarlijks € 907K. Dit verschil is terug te zien in de kostensoorten Goederen en diensten en de Overdrachten. Binnen de kostensoort Goederen en diensten is het verschil bijna volledig toe te schrijven aan de subcategorie Sociale uitkeringen in natura. Binnen de kostencategorie Overdrachten is het verschil geleidelijk verdeeld over de verschillende subcategorieën.
Realisatie | Vanaf 2018 realiseert Medemblik structureel meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Dit verschil tussen Medemblik en de referentiegemeente vanaf 2018 gestaag af en naderen elkaar in 2022. Gemiddeld genomen realiseert Medemblik over de jaren 2017-2022 jaarlijks 41% meer lasten per inwoner. Dit komt neer op een gemiddeld bedrag van € 762K dat Medemblik jaarlijks meer aan gerealiseerde lasten heeft dan de referentiegemeenten. In de realisatie is het verschil bijna volledig toe te schrijven aan de sub-kostensoort Sociale uitkeringen in natura binnen de kostensoort Goederen en diensten. Over de periode 2018-2021 is er sprake van een onderschrijding bij Medemblik. Vanaf 2022 is in de realisatie een trendbreuk zichtbaar doordat de gerealiseerde lasten hoger liggen dan de begrote lasten. Deze trendbreuk zien we niet terug in de begrote lasten voor 2023 en 2024 voor dit taakveld.
3324-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
4. 6 Wonen
en
bouwen
De begrote en gerealiseerde lasten op dit taakveld liggen bij Medemblik hoger dan bij de referentiegemeenten wat vooral toe te schrijven is aan de kostensoort Salarissen en sociale lasten. Begroting | De grafiek voor dit taakveld laat voor Medemblik een afwisselende ontwikkeling van de begrote lasten zien terwijl die van de referentiegemeenten redelijk stabiel is. De begrote lasten over de periode 2018-2024 stijgen bij Medemblik met circa 15% terwijl die bij de referentiegemeenten stabiel blijft. Als we uitgaan van een gemiddelde ontwikkeling van de lasten over de periode 2018-2024 dan begroot Medemblik jaarlijks gemiddeld 95% meer lasten per inwoner dan de referentiegemeenten. Dit komt neer op een jaarlijks gemiddeld bedrag van € 861K. De begrote hogere lasten zijn bijna in het geheel toe te schrijven aan de kostensoort Salarissen en sociale lasten.
Realisatie | Gemiddeld genomen realiseert Medemblik jaarlijks € 19-, meer aan lasten per inwoner , wat neerkomt op een bedrag van €851K. Bij de realisatie van deze lasten is het verschil tussen Medemblik en de referentiegemeenten bijna volledig toe te schrijven aan de lasten voor Salarissen en sociale lasten. Bij zowel Medemblik als bij de referentiegemeenten liggen de gemiddelde gerealiseerde lasten lager dan begroot , waarbij echter de verschillen tussen beide partijen nagenoeg gelijk blijven.
Aanvullende analyse op clusters sociaal domein SECTIE 5 Benchmark
op
kostensoorten
Pagina
5. 1 Vergelijkbaarheid West-Friese gemeenten sociaal domein
35
5. 2 Sociaal domein algemeen
36
5. 3 Cluster Sociale basisvoorzieningen
37
5. 4 Cluster Participatie
38
5. 5 Cluster Jeugd
39
5. 6 Cluster WMO
41
3524-927 d. d. 13. 12. 2024 CONCEPT
5. 1 Vergelijkbaarheid West-Friese gemeenten Sociaal Domein
De gemeente Medemblik vergelijkt zichzelf vaak met de WestFriese gemeenten voor het sociaal domein. In het overzicht dat hiernaast is opgenomen , is de uitkering vanuit het gemeentefonds per inwoner voor de verschillende clusters binnen het sociaal domein opgenomen. Deze uitkeringen worden bepaald op basis van indicatoren zoals het aantal inwoners onder de 18 , inwoners onder de inkomensgrens , inwoners met een migratieachtergrond , aantal dorpskernen , enzovoorts. Wordt de vergelijkbaarheid van de referentiegroep vastgesteld. Op basis van deze analyse concluderen we dat de West-Friese gemeenten , conform de indicatoren van het gemeentefonds , als volgt met de gemeente Medemblik vergeleken kunnen worden: Vergelijkbaar zijn op het cluster Jeugd. Redelijk vergelijkbaar zijn voor het cluster Sociale Basis Voorzieningen (SBV). Enigszins vergelijkbaar zijn voor de clusters Participatie en Wmo.
Op basis van de systematiek van het gemeentefonds zou naar verwachting de uitgaven per inwoner voor het sociaal domein bij de gemeente Medemblik circa 6% lager liggen dan de uitgaven van de referentiegroep.