10 Principeverzoek 5: Zegersweel
Tekst van het document
Zegersweel Zwaagdijk Huisvesting arbeidsmigranten
PRINCIPEVERZOEK
Principeverzoek Zegersweel
Datum Opdrachtgever Project Auteur Telefoonnummer E-mailadres Status
28 februari 2024
: 28 februari 2024 : Dijkstra GPO : Huisvesting arbeidsmigranten, Zegersweel Zwaagdijk : G. Beentjes : 06- 54385588 : g.beentjes@visserenvandam.nl : V3
2
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Inhoudsopgave
1
2
3
4
Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding................................................................................................................................ 5
1.2
Projectlocatie .......................................................................................................................... 5
Omschrijving initiatief ..................................................................................................................... 7 2.1
Bestaande situatie ................................................................................................................... 7
2.2
Gewenste situatie.................................................................................................................... 7
Planologische situatie ................................................................................................................... 11 3.1
Bestemmingsplan Buitengebied ............................................................................................ 11
3.2
Parapluplan Parkeren Medemblik ......................................................................................... 12
3.3
Strijdigheden omgevingsplan ................................................................................................ 12
Toets aan beleid ........................................................................................................................... 13 4.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 13
4.1.1 4.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 13
Provinciaal beleid .................................................................................................................. 13
4.2.1
Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................ 13
4.2.2
Omgevingsverordening NH2022 ................................................................................... 15
4.2.3
Woonagenda 2020 - 2025 ............................................................................................. 16
4.3
Regionaal beleid .................................................................................................................... 16
4.3.1
Woonakkoord regio Westfriesland, 2020 – 2025 .......................................................... 16
4.3.2 Locatieonderzoek naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers .................................................................................................................................. 17 4.4
5
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 19
4.4.1
Structuurvisie gemeente Medemblik 2012 – 2022 ....................................................... 19
4.4.2
Beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik ................ 19
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ..................................................................................... 21 5.1
Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................................. 21
5.2
Omgevingsveiligheid.............................................................................................................. 22
5.3
Water .................................................................................................................................... 22
5.4
Ecologie ................................................................................................................................. 24
5.5
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren ........................................................................ 24
5.6
Beschermen van gezondheid en milieu ................................................................................. 25
5.6.1
Kwaliteit van de buitenlucht .......................................................................................... 26 3
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
5.6.2
Geluid van een activiteit op een geluidgevoelig gebouw .............................................. 26
5.6.3
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen ................................................. 28
5.6.4
Bodemkwaliteit ............................................................................................................. 29
5.6.5
Geur............................................................................................................................... 29
5.7
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed .. 30
5.8
Spuitzonering gewasbeschermingsmiddelen ........................................................................ 30
5.9
Kabels en leidingen................................................................................................................ 31
5.10
Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 31
6
Vragen scoringstabel .................................................................................................................... 33
7
Algehele beoordeling .................................................................................................................... 37
Bijlagen
I. II.
Erfplan, Timo Cents, 7 februari 2024 Indeling huisvesting (plattegronden)
4
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
1 Inleiding 1.1 Aanleiding In de regio Westfriesland bestaat een grote behoefte aan buitenlandse werknemers. Veel bedrijven zijn afhankelijk van de inzet van deze buitenlandse werknemers en daarom is het een bepalende factor voor de groei van de economie van de regio. Er is een tekort aan huisvesting en uit onderzoek blijkt dat de vraag van bedrijven naar buitenlandse werknemers verder toeneemt. Daarom zijn de komende jaren minimaal 3.000 logiesplekken nodig om buitenlandse werknemers in de regio te kunnen huisvesten. De zeven Westfriese gemeenten werken samen om te voorzien in huisvesting voor deze doelgroep. Daartoe is een locatieonderzoek uitgevoerd naar geschikte locaties voor middelgrote huisvestingslocaties1. Uit dit onderzoek zijn 19 voorkeurslocaties naar voren gekomen. Voor elk van de voorkeurszoekgebieden is een factsheet opgesteld, die inzicht geeft in een globale afbakening van het voorkeurszoekgebied, de scores op de locatiecriteria, evenals aandachtspunten en randvoorwaarden. Voorliggend principeverzoek gaat in op de locatie Zegersweel (adres: Veenakkers 55) in Zwaagdijk. Deze locatie valt binnen voorkeursgebied XIV van het locatieonderzoek. Dit document motiveert waarom voorliggende locatie geschikt is voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Hierbij wordt ingegaan op de aandachtspunten en randvoorwaarden uit het locatieonderzoek, wordt getoetst aan het Omgevingsplan van de gemeente Medemblik, het ruimtelijk beleid en wordt kort ingegaan op de relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving. Hierna wordt eerst ingegaan op de projectlocatie en de ligging.
1.2 Projectlocatie De projectlocatie betreft het adres Veenakkers 55 in Zwaagdijk. Het is gelegen in de hoek van de Tolweg met de Veenakkers. De projectlocatie heeft een omvang van circa 3,5 hectare. Ten oosten van de Tolweg is het bedrijventerrein WFO-terrein gelegen. Ten zuiden grenst het projectgebied aan een groene natuurverbinding De Weelen die loopt vanaf de Tolweg oostwaarts richting Enkhuizen. Dit water is in gebruik als recreatieve vaarroute tussen Medemblik en Enkhuizen. Aan de oostzijde grenst het projectgebied aan agrarische gronden. Aan de noordzijde grenst de weg Veenakkers met ten noorden daarvan een fruitgaard.
1 Locatieonderzoek naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers, Sweco, 20 december 2022
5
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Afbeelding: projectgebied aangegeven met een gestreept kader
6
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
2 Omschrijving initiatief 2.1 Bestaande situatie Het projectgebied is grotendeels ingericht als agrarische grond. Aan de noordzijde is grenzend aan de Veenakkers een bedrijfsperceel met bedrijfswoning aanwezig en is ten westen daarvan een rioolboostergemaal aanwezig. De open grond is in gebruik ten behoeve van de kweek van pioenrozen. Ten behoeve van het boostergemaal en de bedrijfswoning zijn twee ontsluitingen op de Veenakkers aanwezig. Via de Marktweg en de Markerwaardweg (N240) kent het projectgebied een goede ontsluiting naar de Drechterlandseweg (N505) en de Westfrisiaweg (N307).
Afbeelding: bestaande situatie met zicht vanaf omliggende punten
2.2 Gewenste situatie Dijkstra GPO (i.s.m. Buro Reikwijdte) is initiatiefnemer en gaat samenwerken met een ervaren exploitant/beheerder die uiteraard beschikt over een SNF keurmerk. Inmiddels zijn meerdere verkennende gesprekken gevoerd met ervaren marktpartijen met een bewezen trackrecord in realisatie, exploitatie en beheer. Eén van deze marktpartijen is Homeflex. Homeflex realiseert en beheert tijdelijke, modulaire huisvesting voor arbeidskrachten. Op verschillende plekken in Nederland heeft Homeflex (verder: exploitant) oplossingen kunnen bieden voor huisvesting. Voorbeelden zijn: De Lus in Schagen, Zeewolde en Barneveld Voorthuizen. Overal staat de menselijke maat hierbij voorop.
7
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Binnen de voorliggende projectlocatie wordt huisvesting gerealiseerd voor 300 arbeidsmigranten. De realisatie is voor een periode van minimaal 15 jaar of 20 jaar. Er worden twee typen flexwoningen gerealiseerd: aan de west- en oostzijde 1-laagse woningen en daar tussenin blokken 2-laagse woningen. De opbouw van de flexwoningen is modulair zodat er snel is te realiseren, maar ook kan er snel en efficiënt worden aangepast. Alle woningen zijn 67 m2 bvo groot en omvatten vier slaapkamers van ieder 12 m2 bvo groot. Ieder slaapkamer is éénpersoons. In de tweelaagse woonblokken midden in het plangebied is rekening gehouden met een extra unit voor bijvoorbeeld een bijeenkomstfunctie voor de bewoners. Mocht dit niet nodig worden geacht/ nodig blijken te zijn, wordt deze unit niet gerealiseerd. Aan de noordoostzijde van het projectgebied wordt een ontsluiting gerealiseerd die toegang geeft tot de parkeerplaatsen ten behoeve van de bewoners en bezoekers. Er worden 165 parkeerplaatsen gerealiseerd uitgevoerd met grastegels. Vanaf de parkeerplaats is het ‘woongedeelte’ van het projectgebied bereikbaar. Dit erf wordt autoloos en via paden van halfverharding zijn de verschillende flexwoningen bereikbaar. Tussen de woonblokken worden kleine boomgaarden gerealiseerd met zitplekken om elkaar te kunnen ontmoeten. Dit zorgt voor sociale cohesie.
Hetzelfde geldt voor een sportveld aan de zuidoostzijde. De navolgende afbeelding toont de voorgestelde invulling die afkomstig is uit het Erfplan dat is opgesteld ten behoeve van voorliggend initiatief. Het is een voorstel voor landschappelijke inpassing waarmee wordt aangetoond dat er een leefomgeving met een hoogwaardige kwaliteit kan worden gerealiseerd. Het Erfplan is bijgevoegd als bijlage bij dit principeverzoek.
Afbeelding: Erfplan, Timo Cents
Aan de noordwestzijde van het projectgebied wordt een stolpboerderij met verwijzing naar de Westfriese stolp gerealiseerd, als passend lintelement op de hoek van de Tolweg met de Veenakkers. Hier wordt een buurtkamer met een servicelocatie gerealiseerd. Te denken valt aan een ontvangstlocatie van boodschappen, postpakketten en andere bestellingen. Ook worden hier fietsen 8
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
verhuurd en vormt het een receptie voor het gehele terrein. Omliggende winkelvoorzieningen/ supermarkten zijn op redelijke afstand bereikbaar (2,5 kilometer Hoogkarspel en 2,8 kilometer Wervershoof), maar een verzamelvoorziening (soort pickup point) voor boodschappen is efficiënt. Bovendien is boodschappenservice Picnic op enkele honderden meters afstand aanwezig op het WFO. Om de afstand tot omliggende kernen te verkleinen worden er stallingsvoorzieningen voor scooters en elektrische fietsen gerealiseerd. De boerderij is via een eigen in- en uitrit bereikbaar en zal voornamelijk voor langzaam verkeer dienen. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Het geheel wordt landschappelijk ingepast door het herstellen van het historisch slotenpatroon met brede rietoevers en het toepassen van houtwallen/opgaand groen. Aan de westzijde wordt een watergang van 10 meter gerealiseerd met daarnaast een 10 meter brede houtwal. Dit ook om afstand te creëren tot de Tolweg en het nabijgelegen bedrijventerrein WFO. Aan de zuidzijde is NNN-gebied aanwezig. Aan deze zijde worden natuuroevers met rietlanden gerealiseerd om de overgang naar dit gebied zachter te maken. Bovendien kunnen ook maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit worden getroffen zoals insectenhotels en nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen.
Ten opzichte van de bestaande situatie kan er ecologisch gezien een verbetering worden aangebracht ten opzichte van de bestaande monocultuur. Voor het autoverkeer is er één ontsluiting (noordkant - oost) en voor het langzame verkeer twee (noordkant - oost en - west). Beide ontsluitingen komen uit op de Veenakkers. Zoals aangegeven heeft het plangebied een goede en snelle ontsluiting naar de provinciale wegen. Ook voor fietsers is het omliggende netwerk vriendelijk ingericht. Zowel langs de Veenakkers als de Tolweg liggen separate fietspaden waardoor de fietsveiligheid hoog is. Op het WFO is op 550 meter een bushalte aanwezig waar een buslijn rijdt tussen Hoorn en Andijk/Wervershoof. In Hoogkarspel is het dichtstbijzijnde treinstation aanwezig op 3 kilometer afstand. Deze afstand is goed te overbruggen met de fiets en daarom aanvaardbaar. De twee ontsluitingspaden zijn ook op het gebied van veiligheid positief: calamiteitenverkeer kan het projectgebied op twee manieren bereiken. De aanrijtijd voor ambulance is goed: op het moment is er een ambulancepost op het WFO aanwezig. Normaliter rukt een ambulance uit vanuit de post in Hoogkarspel en daarmee is de aanrijtijd ook goed. De brandweerkazerne van Hoogkarspel-Westwoud is op 2,5 kilometer aanwezig op de Streekweg. De projectlocatie valt qua verzorgingsgebied onder hetzelfde als het hele WFO terrein.
Op het gebied van veiligheid en rampenbestrijding is verder nog te melden dat de ondergrond geschikt is om een bluswaterbron (of meerdere) te boren, waardoor er geen afhankelijkheid is van PWN om een bluswaterpunt te realiseren op de waterleiding. Voor omgevingsgebonden bluswaterbehoefte kunnen wij steunen op het water in de aangrenzende watergangen van Polder Het Grootslag. Het energienet in de regio zit aan de maximale capaciteit. Daarom wordt op de Zegersweel gekozen voor de toepassing van zonnepanelen op daken in combinatie met thuisbatterijen of met een hernieuwbare brandstof als propaan. Dit sluit aan bij de wijze van gasvoorziening langs de Veenakkers, waar woningen voorzien zijn van een propaantank. De exploitant gaat de verhuur en het beheer doen voor de volledige minimaal 15 jaar of 20 jaar en heeft een eigen technische dienst met regelmatige inspecties. Er gelden huisregels in meerdere talen 9
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
in iedere woning. Er is een nachtregistratie en een klachtenregistratie. Ook is de exploitant 24/7 bereikbaar voor calamiteiten. Op deze wijze kan worden geborgd dat er een goede leefomgeving ontstaat en overlast tot een minimum wordt beperkt. Alle woningen zijn SNF-gecertificeerd (Stichting Normering Flexwonen).
10
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
3 Planologische situatie Voor de gronden van het projectgebied geldt het omgevingsplan Medemblik. Onderdeel van het omgevingsplan zijn het voormalige bestemmingsplan ‘Buitengebied’, het paraplubestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Medemblik’ en het bestemmingsplan ‘Veegplan gemeente Medemblik’. Het Veegplan gemeente Medemblik wordt meegenomen in de toetsing aan bestemmingsplan Buitengebied hierna.
3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Het bestemmingsplan Buitengebied is door de gemeenteraad vastgesteld op 22 februari 2018. Binnen dit bestemmingsplan is de projectlocatie gelegen binnen gronden met de gebruiksdoelen Agrarisch, Bedrijf, Bedrijf – Nutsvoorziening en Waarde – Archeologie 3. Ook geldt er een gebruiksdoel Leiding Riool die van noord naar zuid loopt in verband met het boostergemaal en een gebruiksdoel Leiding Hoogspanning in verband met een 50 kV-leiding die aan de zuidzijde van het plangebied van oost naar west loopt.
Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied ter plaatse van de projectlocatie
De gronden met het gebruiksdoel Agrarisch zijn bedoeld voor agrarisch grondgebruik en niet voor woningen al dan niet voor arbeidsmigranten. Er is geen bouwvlak aanwezig waar bebouwing is toegestaan. Op gronden met de gebruiksdoelen Bedrijf en Bedrijf – Nutsvoorziening worden geen woningen gerealiseerd of anderszins functies gewijzigd. Hierdoor ontstaat er op dat punt geen strijd met deze gebruiksdoelen. Wel is er in verband met het boostergemaal een Milieuzone – geurzone aanwezig. Met deze geurzone is rekening gehouden in voorliggend Erfplan. Er ontstaat geen strijd met deze Milieuzone – geurzone. 11
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
De gronden ter plaatse van het gebruiksdoel Leiding – Riool zijn bedoeld voor rioolpersleidingen en het beheer ervan. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. Binnenplans kan worden afgeweken van deze regel, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de betreffende nutsleiding. Daarbij wordt de betreffende leidingbeheerder (HHNK) om advies gevraagd. Hetzelfde als voor de persrioolleiding geldt voor de hoogspanningsleiding. Er wordt echter geen bebouwing gerealiseerd boven de gronden met dit gebruiksdoel. Er zal wel moeten worden afgestemd met de leidingbeheerder (Liander) in hoeverre er kan worden gegraven in verband met het water en de natuuroevers. Op basis van proefsleuven zal dit overleg nader vervolg gaan krijgen. In verband met het afgraven van gronden, planten van bomen, aanbrengen van verhardingen en van bebouwing ontstaat er strijd met het gebruiksdoel Waarde – Archeologie 3. Er zal archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd om te bepalen in hoeverre er sprake is van archeologische waarden. Hierover is goed contact met Archeologie West-Friesland.
3.2 Parapluplan Parkeren Medemblik Op 19 september 2019 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Parkeren vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan vereist dat er voor een nieuw bouwwerk voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Op basis van de Nota Parkeernormen wordt bepaald wanneer sprake is van voldoende parkeergelegenheid. In paragraaf 5.5 wordt onderbouwd dat er voldoende parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd op het perceel, zij het in afwijking van de Nota Parkeernormen. De Nota biedt de mogelijkheid om een andere norm toe te passen mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de parkeersituatie. Zie voor de motivering paragraaf 5.5.
3.3 Strijdigheden omgevingsplan Het initiatief is strijdig met het omgevingsplan op de volgende punten: 1. Wonen is niet toegestaan binnen het gebruiksdoel Agrarisch. 2. Bouwen in de buurt van de persrioolleiding is niet toegestaan. Binnenplans kan ervan worden afgeweken. 3. Graven in gronden ter plaatse van de hoogspanningsleiding moet worden afgestemd met de leidingbeheerder. Binnenplans kan worden afgeweken ten behoeve van afgravingen na goedkeuring van de leidingbeheerder. 4. Strijd met het gebruiksdoel Waarde – Archeologie 3 in verband met afgravingen, beplantingen, verhardingen en bebouwing.
12
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
4 Toets aan beleid 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: − Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. − Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. − Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. − Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. − Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. − Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. − Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
− Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke- en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Beoordeling Weliswaar geeft de NOVI niets aan over de realisatie van woningen voor arbeidsmigranten in Westfriesland, maar met voorliggend project wordt een bijdrage geleverd aan de grote woningbehoefte die bestaat. Het betreffen hier weliswaar flexwoningen voor arbeidsmigranten, maar dit zorgt er tevens voor dat woningen op de reguliere woningmarkt eerder beschikbaar zijn. Daarnaast toont het Erfplan aan dat er wordt ontworpen met het oog op het cultureel erfgoed en landschappelijke- en natuurlijke kwaliteiten. Daarnaast kunnen maatregelen op het gebied van biodiversiteit ervoor zorgen dat biodiversiteit wordt verbeterd. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4. Geconcludeerd wordt dat het project in lijn is met de doelen en ambities uit de NOVI.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van
13
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
(karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a.
Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 1.
Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 14
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
2. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Beoordeling Het voorliggende initiatief is niet in strijd met de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat uit van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Helder is dat arbeidsmigranten hard nodig zijn als bijdrage aan de economie in de regio. De realisatie van huisvesting dicht bij een van de plekken waar arbeidskrachten nodig zijn kan worden gezien als economische transitie, omdat het innovatief is en een duurzame economie bevordert. Het bijgevoegde Erfplan toont aan dat het initiatief kan worden gerealiseerd met het oog op een natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving. 4.2.2 Omgevingsverordening NH2022 Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening NH2022 in werking getreden.
De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2022. Het relevante onderdeel van de Omgevingsverordening voor dit initiatief gaat over de ruimtelijke inpassing. Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied (paragraaf 6.2.6) Artikel 6.70 van de Omgevingsverordening geeft aan dat bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied ‘Landelijk gebied’ wordt gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Beoordeling De voorliggende projectlocatie is gelegen in het werkingsgebied ‘Landelijk gebied’. Het bijgevoegde Erfplan gaat in op de Leidraad landschap en Cultuurhistorie.
De inrichting is tot stand gekomen met 15
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
inachtneming van de ambities en ontwikkelprincipes die gelden voor het ensemble West-Friesland Oost. 4.2.3 Woonagenda 2020 - 2025 De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: I. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. II. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. III. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. IV. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes zijn o.a.: I. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. II. Er zijn snel meer woningen nodig.
De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. III. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen ‘woonakkoorden’ tussen provincie en gemeenten. Beoordeling De woning die met voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt komen tegemoet aan de vraag naar (flex)woningen. Op het regionale beleid wordt in paragraaf 4.3 in gegaan.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Woonakkoord regio Westfriesland, 2020 – 2025 Het Woonakkoord regio Westfriesland is gesloten tussen Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de bestuurlijke regio Westfriesland, zijn de gemeente Drechterland, gemeente Enkhuizen, gemeente Hoorn, gemeente Koggenland, gemeente Medemblik, gemeente Opmeer en gemeente Stede Broec.
16
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Eén van de opgaven die is opgenomen is het realiseren van voldoende woonvoorzieningen voor buitenlandse werknemers, in balans met de omgeving. De regio zal economisch in toenemende mate afhankelijk zijn van buitenlandse werknemers. Om meer zicht op de omvang van het aantal buitenlandse werknemers te krijgen, is opgenomen dat de regio Westfriesland nader onderzoek doet. Verwezen wordt naar het rapport Decisio van maart 2020. De laatste versie van onderzoek van Decisio dateert van 5 april 2022 (Factsheet kerngegevens). Uit de prognosescenario’s blijkt voor provincie Noord-Holland dat het aantal arbeidsmigranten de komende tien jaar blijft toenemen tot een populatie van naar schatting 136 tot 164 duizend arbeidsmigranten in 2030. Dit betekent een jaarlijkse groei van 2 tot 4%. Ook blijkt hieruit dat de verblijfsduur van arbeidsmigranten steeds korter wordt en dat daarmee het belang van voldoende flexibele short-stay huisvesting van belang is. Het locatieonderzoek van Sweco is ook mede gebaseerd op deze rapportage van Decisio. 4.3.2
Locatieonderzoek naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers In opdracht van de regio heeft Sweco een locatieonderzoek (rapportage 20 december 2022) opgesteld dat in gaat op geschikte plekken voor middelgrote huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Aan de hand van de scores op afwegingscriteria en een kwalitatieve beschouwing is een shortlist met kansrijke locaties samengesteld. Van daaruit zijn op basis van overleg met gemeenten en veldwerk 19 voorkeurszoekgebieden bepaald. De voorliggende projectlocatie is opgenomen als voorkeurszoekgebied XIV. Voor elk van de voorkeurszoekgebieden is een factsheet opgesteld, die inzicht geeft in een globale afbakening van het voorkeurszoekgebied, de scores op de locatiecriteria, evenals aandachtspunten en randvoorwaarden. Met de realisatie van middelgrote huisvestingslocaties in de 19 voorkeurszoekgebieden kan het tekort van 3.000 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers in de regio Westfriesland (zoals weergegeven in het document van Desicio) worden opgelost. Voorkeurszoekgebied XIV WFO Het voorkeurszoekgebied bevat twee gebieden aan weerszijden van het bestaande bedrijventerrein WFO-terrein: het gebied ten westen van het WFO-west en ten zuiden van de Zwaagdijk (ZwaagdijkOost), en het gebied en ten oosten van WFO-oost (Zwaagdijk-Oost/Wervershoof), langs de Tolweg en Veenakkers.
Een locatie ten oosten van het WFO-terrein geniet de voorkeur binnen dit zoekgebied, gelet op onder meer de verkeersontsluiting en overige ruimteclaims.
17
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
De afbeelding hiervoor – afkomstig uit het locatieonderzoek – toont aan dat het voorkeurszoekgebied goed scoort qua kansrijkheid. Aandachtspunten zijn: - Rekening houden met ruimteclaim zonnepark ten westen van WFO-west. Dit gedeelte van het voorkeurszoekgebied vormt tevens een zoekgebied voor zonne-energie in de Regionale Energiestrategie. - Rekening houden met eventuele uitbreidingsplannen WFO-terrein. - Ontsluiting WFO-terrein is omgevingsissue: heeft mogelijk impact op draagvlak. - Aandacht voor milieuzonering van bedrijventerrein (tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan op WFO-terrein). Als randvoorwaarden zijn opgenomen: - Zoveel mogelijk aansluitend bij bedrijventerrein. - Enkel óp bedrijventerrein mogelijk als er geen goede alternatieven (elders of grenzend aan bedrijventerreinen) voorhanden zijn (voor zover milieuplanologisch mogelijk). Beoordeling Zoals reeds aangegeven is het voorliggende projectgebied gelegen in het voorkeurszoekgebied XIV WFO. Op het punt van de ligging ten opzichte van supermarkten en winkels wordt met voorliggend initiatief ingezet op een verzamelplek voor boodschappen en andere pakketten in de te realiseren boerderij. Boodschappen laten bezorgen wordt steeds gemakkelijker en daar wordt op ingezet. Fietsenverhuur wordt gefaciliteerd en er wordt een scooterstalling gerealiseerd om supermarkten wel bereikbaarder te maken.
Echter, de dichtstbijzijnde supermarkt is in Hoogkarspel gelegen op 2,5 kilometer en in Wervershoof gelegen op circa 2,8 kilometer afstand. Dit zijn overbrugbare afstanden. Het winkelhart Zwaagdijk is gelegen op 4,2 kilometer. Bovendien is boodschappendienst Picnic aanwezig op het WFO. Verder is de ontsluiting/bereikbaarheid aan de andere kant zeer goed te noemen door de aanwezigheid van provinciale wegen op korte afstand. Dit oostelijk deel van het WFO-terrein kent niet de ruimteclaim van het zonnepark. Op het aspect milieuzonering wordt in hoofdstuk 5 nog ingegaan. De randvoorwaarde van het zoveel mogelijk aansluiten van de huisvesting bij het bedrijventerrein staat op gespannen voet met de milieuzonering. Desalniettemin sluit het voorliggende projectgebied zoveel als mogelijk aan bij het WFO-terrein en is rekening gehouden met de omliggende functies in het Erfplan. Op het punt van ontbreken van planinitiatief is nu geen sprake meer. Uitbreidingsmogelijkheden voor het WFO blijven bestaan, bijvoorbeeld aan de Noordzijde van de Veenakkers waar meer ruimte is dan aan de zuidzijde of bijvoorbeeld aan de zuidzijde van het WFO, waar de ontsluitingsmogelijkheden kort op de N-wegen aantrekkelijk zijn. Geconcludeerd kan worden dat de voorkeurszoeklocatie op zichzelf goede kansen geeft voor de realisatie van huisvesting.
De toetsing die in deze paragraaf gedaan is laat zien dat aan de overige eisen kan worden voldaan. Op het gebied van milieuzonering is maatwerk nodig, maar in het Erfplan zijn maatregelen genomen om meer afstand te creëren en een goed woon- en leefklimaat te realiseren. 18
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie gemeente Medemblik 2012 – 2022 Op 28 februari 2013 is de gemeentelijke Structuurvisie 2012-2022 'Sterke kust en sterk achterland' vastgesteld. De structuurvisie betreft een actualisatie en harmonisering van het beleid van de voormalige gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof en bevat een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen voor de genoemde periode. Daarbij worden de opgaven en ambities voor de tien jaar in beeld gebracht op het gebied van: regionale samenwerking, landschap en cultuurhistorie, wonen, voorzieningen en leefbaarheid, economie en bedrijvigheid, bereikbaarheid en ontsluiting, natuur en water en duurzaamheid. Specifiek voor arbeidsmigranten is opgenomen dat wordt gestreefd naar het bieden van duurzame en menswaardige huisvesting. De huisvesting kan zowel binnen als buiten de kernen plaatsvinden in goed overleg met het bedrijfsleven en wordt in regionaal verband opgepakt. Beoordeling Sinds de vaststelling van voorliggende Structuurvisie is er al veel gepasseerd op het gebied van de huisvesting van arbeidsmigranten. Voorliggend initiatief is tot stand gekomen na regionaal verband voorkeursvestigingslocaties te hebben opgesteld. Het bijbehorende Erfplan toont aan dat er sprake is van duurzame en menswaardige huisvesting.
Er is oog voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en een groene inpassing waarbij het sociale aspect ook voldoende aandacht heeft gekregen. 4.4.2 Beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik Op 15 november 2021 zijn de Beleidsregels voor de huisvesting van buitenlandse werknemers in de gemeente Medemblik bekend gemaakt. Voor grootschalige huisvesting van meer dan 60 personen is opgenomen is dat er maximaal 2 huisvestingslocaties van meer dan 60 huisvestingplekken per kern zijn toegestaan. Het maximaal aantal huisvestingsplekken per huisvestingslocatie bedraagt maximaal 300. Ook moet het aantal huis te vesten werknemers onder andere afgestemd zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen. Voor iedere vorm van huisvesting is voorts opgenomen: 1. Deze moet minimaal voldoen aan de SNF-norm (norm voor het reguliere SNF-register) dan wel een opvolger daarvan. Bovenop op de SNF-norm geldt een aanscherping: voor alle vormen van short- en mid-stay huisvesting voor buitenlandse werknemers geldt dat minimaal 40% van de huisvestingsplekken ingericht moet worden als eenpersoons slaapkamers. 2. De initiatiefnemer is verantwoordelijk en draagt zorg voor een goed beheer en toezicht. Ook van het terrein waarop de huisvesting plaatsvindt.
De initiatiefnemer stelt een door de gemeente goed te keuren beheerplan op. In het beheerplan staat hoe de initiatiefnemer toezicht houdt, orde handhaaft en excessen voorkomt. Het beheerplan bevat tevens een paragraaf over mobiliteit, waarin aangegeven staat hoe de huisvestingslocatie en voorzieningen bereikt kunnen worden. 3. In geval van nieuwbouw moet voldaan worden aan een goede landschappelijke inpassing. De gemeente kan dit op kosten van de initiatiefnemer laten toetsen door een stedenbouwkundige. 19
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
4. Er moet sprake zijn van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein: aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels (die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormen van 6 maart 2014, dan wel een opvolger daarvan) wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 5. De gemeente sluit een planschadeverhaalsovereenkomst en/of een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer, als een exploitatieplan voor het verhalen van de gemaakte kosten noodzakelijk wordt gevonden. De gemeente kan voor vergunningverlening een Bibob toets uitvoeren. Ook worden duidelijke afspraken vastgelegd over de bouw en het gebruik van de huisvesting. 6. Een verblijfsregister is verplicht bij short-stay huisvesting (op grond van artikel 438 Wetboek van Strafrecht). 7. Het inschrijven in BRP verplicht bij mid-stay huisvesting (op grond van artikel 2.38 Wet BRP). 8. Het initiatief is milieutechnisch inpasbaar in de omgeving, waarborgt een voldoende woonen leefklimaat voor de buitenlandse werknemer en zorgt niet voor belemmering van omliggende bedrijven. 9. Huisvesting in kampeermiddelen is niet toegestaan. Beoordeling Met betrekking tot het beleid kan het volgende worden gesteld: - De realisatie van voorliggend initiatief leidt er niet toe dat er meer dan 2 locaties met meer dan 60 huisvestingsplekken in de gemeente zijn. - Het maximum van 300 wordt niet overschreden.
De ligging en omvang van de locatie laat de huisvesting van 300 opvangplekken toe. De omvang is groot genoeg en goed bereikbaar. Er wordt een verzamelpunt voor boodschappen en pakketten supermarkt voorgesteld om tegemoet te komen aan het feit dat de voorzieningen op wat grotere afstand liggen. De aanwezigheid van Picnic op het WFO is een voordeel. Ook worden er scooter- en elektrische fietsfaciliteiten geboden. - De huisvesting voldoet aan de SNF-norm en bovendien wordt het minimale percentage van 40% eenpersoonskamers ruim gehaald. Er worden namelijk uitsluitend eenpersoonskamers gerealiseerd. - De exploitant is een ervaren aanbieder van flexwoningen voor arbeidsmigranten en neemt het beheer en toezicht op zich. Zoals is omschreven in paragraaf 2.2 gebeurt dit goed en zorgvuldig. Een beheerplan zal uiteraard worden opgesteld en afgestemd. - Uit het bijgevoegde Erfplan blijkt dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing met toepassing van veel groen en water. - Er wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd. Zie voor de onderbouwing paragraaf 5.5. - Op de milieutechnische inpasbaarheid wordt ingegaan in hoofdstuk 5. - Aan de overige genoemde voorwaarden kan worden voldaan. Aan het gemeentelijk beleid met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten kan worden voldaan.
20
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand): 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling Uit jurisprudentie blijkt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer sprake is van de realisatie van meer dan 11 woningen. In voorliggend geval wordt een samenstel van 300 huisvestingsplekken gerealiseerd met ondersteunende voorzieningen op een locatie waar een agrarisch gebruiksdoel geldt.
Dit moet worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarom is de instructieregel van toepassing. Uit de rapportage van Decisio en het locatieonderzoek van Sweco komt naar voren dat er een grote vraag naar short-stay en mid-stay flexwoningen is. Voorliggend initiatief komt aan die vraag tegemoet. Aan de Ladder kan daarom worden voldaan.
21
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
5.2 Omgevingsveiligheid Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of een wijziging omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening. Bij het beoordelen van de veiligheid toetst het bevoegd gezag (voor zover hier van belang) aan de instructieregels in paragrafen 5.1.2.2 Bkl (opslag, productie, gebruik en vervoer gevaarlijke stoffen en windturbines), 5.1.2.3 Bkl (belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen) en 5.1.2.4. Bkl (opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk). Beoordeling Rondom het bouwplan zijn geen locaties voor het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk. Ook is er geen belemmeringengebied voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen en er is geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. Er zijn vanuit het aspect veiligheid geen bijzondere beperkingen voor de realisatie van het bouwplan.
5.3 Water Bij de beoordeling van een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een wijziging omgevingsplan moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37 Bkl). Eerder werd hieronder ook wel de ‘watertoets’ verstaan. Dit houdt in dat een verantwoording dient te worden afgelegd van het onderzoek naar en het integrale beleid betreffende de afstemming van het ruimtelijk beleid met het waterbeleid. Alle relevante facetten van het waterbeheer in relatie met de ruimtelijke ordening dienen in beeld te worden gebracht, zoals de waterkwantiteit (vernatting of verdroging) en de waterkwaliteit, alsmede functies die aan in het plangebied voorkomend water worden toegekend. De aandacht dient zich zowel tot het grondwater als het oppervlaktewater te richten. Bij beschouwing van de consequenties van het plan voor de waterhuishouding zijn de volgende items van belang: beïnvloedt het plan een kering of dijk; worden er sloten gedempt of sloten verlegd; is de toename van verhard oppervlakte (daken en openbare weg) en; beïnvloedt het plan het onderhoud van watergangen. De projectlocatie behoort tot het gebied dat in beheer is bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
22
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterplan 2022-2027) opgesteld. In het Waterplan 2022-2027 zijn de ambities en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig, gebiedsgericht waterbeheer mogelijk. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. Watertoets Het initiatief is getoetst aan diverse wateraspecten. Waterkering De projectlocatie is niet gelegen in (de beschermingszone van) een regionale waterkering. Oppervlaktewater De voorliggende ontwikkeling realiseert meer oppervlaktewater dan er in de bestaande situatie aanwezig is. Bestaande sloten worden verbreed. Er zullen afspraken met het HHNK worden gemaakt over het beheer en onderhoud.
Verharding en compenserende maatregelen De voorliggende ontwikkeling voegt verharding toe aan het projectgebied. Dit is ook een van de redenen dat er oppervlaktewater wordt toegevoegd. In overleg met het HHNK zal worden bepaald hoeveel compensatiewater en andere maatregelen nodig zijn. Waterkwaliteit en riolering Hemelwater wordt direct (of eventueel via infiltratie, nader af te stemmen met het HHNK) afgevoerd richting de omliggende sloten. Voor de afvoer van vuil water zal een rioolvoorziening worden getroffen. Door de nabije aanwezigheid van het boosterrioolgemaal met rioolleiding zal dit geen probleem vormen. Conclusie Uit de watertoets blijkt dat het initiatief niet wordt belemmerd door het wateraspect. Na uitwerking van de plannen zal in overleg met het HHNK worden bepaald hoeveel water er gerealiseerd moet worden, welke andere maatregelen nodig zijn en hoe op de bestaande riolering moet worden aangesloten. Er komen geen belemmeringen naar voren vanuit het wateraspect.
23
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
5.4 Ecologie De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat in een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en een aantal strikte verboden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten (soortenbescherming). Daarnaast bevat het Bal specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels (gebiedsbescherming). Ook bevat het Bal enkele bepalingen over de jacht en houtopstanden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora en fauna- activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onder g Ow). Op grond van paragrafen 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4 van het Bal moet worden beoordeeld of een bouwplan van invloed is op de in het gebied aanwezige flora en fauna. Er zal daarom nog een ecologisch onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen welke beschermde diersoorten aanwezig zijn binnen het projectgebied. Gezien het huidige agrarische gebruik wordt niet verwacht dat er belemmeringen op dit aspect naar voren komen. Qua gebiedsbescherming kan worden gesteld dat er geen onevenredige invloed op Natura 2000gebieden wordt verwacht omdat deze op relatief grote afstand liggen.
Voor wat betreft stikstofdepositie wordt daarom ook niet verwacht dat de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar wordt overschreden. De woningen worden geplaatst en niet gebouwd. Hierdoor zal de bouwfase ook relatief weinig uitstoot tot gevolg hebben. Uiteraard vinden er ook grondwerkzaamheden plaats. Naar de aanleg- en gebruiksfase zal een stikstofberekening worden uitgevoerd. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied aan NNN-gebied. Dergelijk gebied kent geen externe werking waardoor in de basis geen aantasting plaats zal vinden van de aanwezige natuurwaarden. Het voorgenomen Erfplan gaat uit van het toevoegen van natuurwaarden aan de zuidzijde. De beoordeling hiervan zal worden meegenomen in het ecologisch onderzoek dat gaat worden uitgevoerd. De verwachting is niet dat het initiatief in strijd zal zijn met de instructieregels van het Bal. Mochten er beschermde soorten worden aangetroffen zullen hier compensatiemaatregelen voor worden genomen en een vergunning voor een Flora- en fauna activiteit voor worden aangevraagd. Het voornemen bestaat om ecologische maatregelen te nemen om de biodiversiteit te vergroten ten opzichte van de bestaande agrarische functie. Te denken valt aan nestgelegenheden, schuil- en foerageergelegenheden, het aanplanten van bomen en het aanbrengen van natte walkanten/ecologische oevers.
5.5 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld op de verkeerseffecten en op het aspect parkeren.
24
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Verkeer De CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' van december 2018, kent geen norm voor de verkeersgeneratie van een huisvesting van arbeidsmigranten. Door de Raad van State is geaccepteerd dat over het algemeen onder tijdelijke werknemers veel wordt gecarpooled en gemiddeld 2,5 personen gebruik maken van één auto. In een eerdere uitspraak (RVS: 201406645/1/R2) ging het ook om huisvesting van 300 tijdelijke werknemers. In die uitspraak werd uitgegaan van 280 verkeersbewegingen waarbij er ook van werd uitgegaan dat elke auto per week een keer extra de huisvestingslocatie verlaat om bijvoorbeeld boodschappen te doen. Wanneer we rekening houden met het regelmatig bezoeken van de locatie door de beheerder en er wordt uitgegaan van 300 motorvoertuigen per dag, is dit een hoeveelheid die prima kan worden afgewikkeld op het omliggende wegennet. De kruising van Veenakkers met de Tolweg is voldoende ingericht om deze toename te verwerken. De korte ontsluitingsmogelijkheid richting de nabijgelegen N240/N307/N505 maakt de ontsluiting van het projectgebied goed. Parkeren De Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021 geeft voor de huisvesting van tijdelijke werknemers een norm van 0,7 parkeerplaats per persoon. Op basis van de CROW-publicatie 381 gelden lagere normen voor kamerverhuur. Op basis hiervan kan worden beargumenteerd dat met een lagere parkeernorm kan worden gerekend.
Zoals hiervoor aangehaald wordt er namelijk veel gecarpooled onder arbeidsmigranten. Bovendien kent Medemblik tot op heden nog geen middelgrote locaties van huisvesting van arbeidsmigranten. Voor de kleinere locaties is het logisch om een wat hogere norm te hanteren. Hoe groter de huisvesting, hoe meer er ook gecarpooled wordt. Bovendien zal een aanzienlijk deel van de te huisvesten arbeidsmigranten gaan werken op het WFO en daarom met de fiets, dan wel lopend naar het werk gaan. Eerder is ook de uitspraak aangehaald voor de huisvesting van 300 tijdelijke werknemers (RVS: 201406645/1/R2). Het betrof hier de huisvesting op Visvijverweg 14 in Swifterband. Hier werd gerekend met een norm van 0,5 parkeerplaats per persoon. Wanneer de beschikbare recente luchtfoto’s worden bekeken is duidelijk dat deze norm voldoende is. Wanneer de norm van 0,5 parkeerplaats per persoon wordt toegepast, zijn er 150 parkeerplaatsen nodig. Er worden er in voorliggend initiatief 165 gerealiseerd (norm is dan 0,55) om enige ruimte te creëren. Conclusie Het omliggende wegennet is voldoende robuust ingericht om de toename aan verkeersstromen op te vangen. Op basis van een bestaand initiatief wordt er vanuit gegaan dat er voor voldoende parkeerplaatsen wordt gezorgd.
5.6 Beschermen van gezondheid en milieu In paragraaf 5.1.4 Bkl zijn de instructieregels opgenomen voor de beoordeling van een ruimtelijke ontwikkeling op het gebied van gezondheid en milieu. Op het onderliggende initiatief zijn de instructieregels van belang voor de kwaliteit van de buitenlucht (paragraaf 5.1.4.1), het geluid door activiteiten (paragraaf 5.1.4.2) het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen (paragraaf 5.1.4.2a), de bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5) en geur (paragraaf 5.1.4.6). 25
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
5.6.1 Kwaliteit van de buitenlucht Artikel 5.54 geeft standaard gevallen aan waarbij in ieder geval sprake is van een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 µg/m3 of minder en die daardoor ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ zijn. Een van de voorbeelden zijn gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. Het gaat hier om een toename van 300 woningen. Duidelijk is dat er hier sprake is van een ontwikkeling die NIBM is. Voorts is ook gekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te bieden vanuit het aspect luchtkwaliteit. De tabel hierna toont de achtergrondwaarden in relatie tot de advieswaarden van de WHO en de wettelijke grenswaarden.
Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Achtergrondwaarde (µg/m3)
Advieswaarde WHO (µg/m3)
Wettelijke grenswaarde (µg/m3)
10 13 6
10 15 5
40 40 25
Uit de tabel volgt dat de achtergrondwaarden onder of net boven de advieswaarden van de WHO liggen en ruim onder de wettelijke grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse is dusdanig dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project. 5.6.2 Geluid van een activiteit op een geluidgevoelig gebouw Artikel 5.59, tweede lid van het Bkl verplicht dat een aanvaardbaar geluidsituatie geborgd moet worden in het omgevingsplan (of in een BOPA). De geluidwaarden van artikel 5.65 Bkl worden hierbij gehanteerd. Het eerste lid van artikel 5.65 bevat (via de tabellen 5.65.1 en 5.65.2) geluidwaarden. De tabellen zijn hierna weergegeven. Deze instructieregel is van belang indien een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een mba (milieubelastende activiteit) en andersom: een mba in de buurt van een geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten.
Afbeelding: tabel geluidswaarden Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 26
Principeverzoek Zegersweel
28 februari 2024
Beoordeling Relevant zijn de bedrijfsfuncties op Veenakkers 53 (landbouwmechanisatiebedrijf op grond van het Omgevingsplan), het rioolgemaal naast Veenakkers 53 en de bedrijvigheid op het WFO. Landbouwmechanisatiebedrijf, Veenakkers 53 Een landbouwmechanisatiebedrijf is een milieucategorie 3.1 bedrijf. Voorliggende omgeving kan gezien de aanwezigheid van verschillende functies en aanwezigheid van diverse (hoofd)ontsluitingswegen worden getypeerd als een ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat de gereduceerde richtafstand die geldt voor het landbouwmechanisatiebedrijf 30 meter bedraagt. In het ontwerp dat is opgenomen in het Erfplan is ruim meer afstand gehouden waardoor aan de richtafstand wordt voldaan. De verwachting is daarmee ook dat er wordt voldaan aan de standaardwaarden van artikel 5.65 Bkl. Rioolgemaal Rioolgemalen zijn milieucategorie 2 bedrijven met een gereduceerde afstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt ruim voldaan in de voorgestelde inrichting. Voorts wordt ook voldaan aan de niet gereduceerde afstand van 30 meter in verband met de geurzone die aanwezig is. Hierop wordt in paragraaf 5.6.5 nader ingegaan. Bedrijvigheid WFO Aan de overzijde van de Tolweg is het WFO aanwezig, waar bedrijven van milieucategorie 4.2 zijn toegestaan. Dit zijn bedrijven met een gereduceerde richtafstand van 200 meter.
Het meest dichtstbijzijnde bedrijf is aanwezig op Nieuwmarkt 8 (Hessing). Omdat de richtafstand niet wordt gehaald zal er akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd naar de bedrijvigheid om te kunnen bepalen of er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en of er sprake is van beperking van de bedrijvigheid die is toegelaten. In het ontwerp dat is opgenomen in het Erfplan is wel rekening gehouden met de bedrijvigheid door een bredere watergang te realiseren in combinatie met een brede groenstrook met hoogopgaand groen. Op deze wijze wordt afstand gecreëerd in combinatie met het ontnemen van zicht. Dit draagt op zijn minst bij aan het woon- en leefklimaat binnen het projectgebied. Bovendien vindt het in- en uitladen van vrachtwagens voornamelijk plaats aan de westzijde van het bedrijfsperceel op Nieuwmarkt 8. Aan de oostzijde bevindt zich het parkeerterrein voor medewerkers van het bedrijf. Op het moment dat medewerkers komen en gaan zullen ook de bewoners van het projectgebied Zegersweel naar- of van hun werk gaan, waardoor het geluid van aanrijdende auto’s of dichtslaande portieren op het parkeerterrein van Nieuwmarkt 8 geen negatief effect zal hebben op het woon- en leefklimaat. De huidige inrichting van het bedrijfsperceel zal daarom een positief effect hebben op het aspect geluid afkomstig van bedrijfsactiviteiten.