CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

07 ARCHIEF DOC-21-388461 - Bijlage Verslagen workshops maatschappelijke organisaties LTA.pdf

Raadscommissie 1 juli 2021, gemeente MedemblikBij agendapunt: Bespreeknotitie Lange Termijn Accommodatiebeleid juni 202111.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Digitalisering en de coronapandemie hebben laten zien dat het goed mogelijk is om allerlei activiteiten ook online te laten plaatsvinden.

Wat zijn de voordelen van scenario C?

Dat er in dit scenario veel ruimte is voor het onderwijs om zelf te

ondernemen.

Wat zijn de nadelen van scenario C? 

Dat commerciële partijen niet altijd continuïteit en duurzaamheid in hun gedachten zullen hebben.

Dat het een groot risico kan zijn om het volledige eigenaarschap van de accommodaties te geven aan de inwoners; dit kan leiden tot conflicten.

Dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de verschillende dorpsculturen, wanneer het gaat om de centralisatie van de accommodaties.

De deelnemers vinden het zeer wenselijk dat er in dit scenario veel ruimte is voor het onderwijs om zelf initiatieven te nemen. Een belangrijk initiatief zou bijvoorbeeld cocreatie kunnen zijn. Met co-creatie kan de samenwerking aan worden gegaan tussen het onderwijs en bijvoorbeeld de sportsector om zo de leefbaarheid binnen een kern te versterken. Een groot nadeel is dat verschillende commerciële partijen zullen opduiken. Zij hebben namelijk winstgevende belangen. Ook vragen de deelnemers zich af in hoeverre de gemeenschap eigenaarschap aan kan. Er kan hierdoor verschraling van accommodaties optreden. Het moet namelijk niet zo zijn dat wie het hardst roept en de meeste leden heeft alles voor elkaar kan krijgen. Hierdoor kunnen ook de onderlinge spanningen oplopen, wat niet goed is voor de saamhorigheid binnen een kern. Verder kan dit onderlinge “gevecht” ten koste gaan van de wat kleinere accommodaties. Ook moet er rekening worden gehouden met het feit dat de ene kern initiatiefrijker is dan de ander kern. De deelnemers vragen zich verder af of de kernen zelf wel klaar zijn voor centralisatie van de accommodaties. Dit hangt namelijk af van de specifieke dorpscultuur, en moet dus per kern bekeken worden.

Het zou bijvoorbeeld voor de inwoners in kleine kernen niet wenselijk zijn als bepaalde lokale sportvoorzieningen zich zouden voegen bij een soortgelijke vereniging in een grote kern; de cultuur is te verschillend. Het is

daarom belangrijk dat de gemeente niet alles loslaat, en wel bepaalde kaders opstelt om zo het aanbod en de kwaliteit van de accommodaties te waarborgen. De deelnemers geven aan dat het belangrijk is dat de gemeente naar de inwoners luistert en hun initiatieven serieus neemt. Tegelijkertijd moet de gemeente beseffen dat de inwoners niet altijd neutraal zijn en vaak handelen vanuit hun eigen belang. De gemeente moet daarom als neutrale katalysator de leiding nemen, en de initiatieven niet volledig overlaten aan de inwoners zelf. Wat zijn de voordelen van scenario D? 

Dat de inwoners een kernbudget krijgen om zelf te beslissen over de accommodaties binnen de kern.

Wat zijn de nadelen van scenario D? 

Dat het kernbudget kan leiden tot onderlinge strijd.

Dat dit scenario kan leiden tot verdunning, waardoor de kwaliteit van de accommodaties onder druk kan komen te staan.

Het is voor de deelnemers wenselijk dat inwoners van een kern een budget krijgen toegewezen voor de accommodaties. Maar ze vragen zich wel af of het kernbudget geoormerkt is. Moet het naar een bepaalde accommodatie gaan, of zijn de inwoners vrij om te bepalen waar het geld naartoe gaat? Als de inwoners helemaal vrij zijn in het bepalen waar het budget naartoe gaat, kan dit leiden tot onderlinge strijd. Het zou daarom wenselijker zijn als het toegewezen kernbudget bestaat uit een geoormerkt basisbudget en een vrij besteedbaar budget. Een ander nadeel van het toegewezen kernbudget is dat het kan leiden tot verdunning en kwaliteitsvermindering van sommige accommodaties. De kwaliteit van de accommodaties die een budget krijgen zal beter worden. Maar wat gebeurt er met de accommodaties die geen budget krijgen? Er moeten dus wel randvoorwaarden worden opgesteld door de gemeente voor het kernbudget, zodat het aanbod en de kwaliteit van de accommodaties in stand blijft. Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun aanbevelingen waren aan het gemeentebestuur. Wat voor advies zouden de

deelnemers aan het gemeentebestuur van Medemblik willen geven? Welke richting zou de gemeente moeten kiezen? Het is voor de deelnemers belangrijk dat er wordt samengewerkt tussen de inwoners, het onderwijs en de gemeente. Het onderwijs en de gemeente zouden bijvoorbeeld samen met de jeugd maatschappelijke initiatieven kunnen ontplooien. Of het nu gaat om de samenwerking, accommodatie of de cultuur: kwaliteit moet voorop staan. Een van de deelnemers is van mening dat er een duidelijk doel en visie moeten worden geformuleerd door de gemeente, aangezien de huidige visie van de gemeente – het in standhouden van de leefbaarheid van de kernen – te simplistisch is om als basis te dienen voor het accommodatiebeleid. Dit hangt onder andere samen met de cultuur van een kern, de kwaliteit van gebouwen en het eigenaarschap. Het doet daarom geen recht aan de diversiteit van de vraagstukken om het allemaal te scharen onder het label ‘leefbaarheid’. Het advies zou daarom zijn om een visie voor de gehele gemeente op te stellen en dan pas een lange termijn accommodatiebeleid. Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Lars Beenen: directeur S.G. De Dijk

Sjaak Beentjes: huisvestingsmanager Stichting Allure

Odette Meskers: bestuurslid Stichting Allure

Leo Wijker: voorzitter College van Bestuur SKO

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit (wethouder)

Ambtelijke ondersteuning 

Stephan van Beek (verslag)

Monique Burger: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Marcel Leenders: beleidsadviseur onderwijshuisvesting gemeente Medemblik

Jan Nekkers (moderatie gesprek)

Tomas Rongen: projectleider LTA

Verslag sportverenigingen 31 maart 2021 Tijdens de gesprekken met de maatschappelijke organisaties zijn de scenario’s één voor één besproken. Vragen die tijdens de workshop beantwoord worden zijn: 

Wat zijn de voordelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Wat zijn de nadelen van het scenario gezien vanuit uw organisatie?

Welke rol ziet u voor uw eigen organisatie in dit scenario?

In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun voorkeursscenario was. En waarom dit – indien van toepassing - afwijkt van het voorkeursscenario van de inwoners. Workshop eerste deel Wat zijn de voordelen van scenario A? 

Dat er accommodaties blijven bestaan in elke kern

Wat zijn de nadelen van scenario A? 

Dat in dit scenario vele voorzieningen zullen verdwijnen in de kleine kernen.

Dat het groepsgevoel binnen verengingen in kleine kernen zal verdwijnen wanneer de verenigingen op zullen gaan in grotere verenigingen door samenwerkingsverbanden.

Dat wanneer de eigenaarschap volledig bij de gemeente ligt, de kosten omhoog zullen gaan.

Dat in dit scenario de accommodaties te afhankelijk zijn van de gemeente

De deelnemers vinden het wenselijk dat er in elke kern basisaccommodaties, zoals scholen blijven bestaan. Maar tegelijkertijd realiseren ze zich dat vele voorzieningen zoals sport accommodaties verdwijnen in de kleine dorpen: dit is zeer onwenselijk. Het is voor elke kern belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenschappelijke voorzieningen in stand worden gehouden. Ook maken sommige deelnemers zich zorgen over de bestaande dorpscultuur van de sportverenigingen in de kleine kernen. Die cultuur zal verdwijnen wanneer zij moeten opgaan in een grote vereniging, want ze moeten zich immers aanpassen aan een andere cultuur. Tevens maken de deelnemers zich zorgen over het eigenaarschap. Wanneer het eigenaarschap volledig bij de gemeente ligt, zullen de kosten om de accommodatie in stand te houden hoog zijn. Als de verenigingen zelf

eigenaar zijn van de accommodaties, zullen de kosten lager zijn, want zij maken gebruik van vrijwilligers. Verder vinden de deelnemers dat in dit scenario de accommodaties te afhankelijk zijn van de gemeente. Daardoor kunnen de verenigingen weinig zelf bepalen. Wat zijn de voordelen van scenario B?  Dat er door de gemeente geld in de accommodaties wordt gestoken. 

Dat er in dit scenario sprake is van een hechte samenwerking.

Wat zijn de nadelen van scenario B?  Dat sommige accommodaties zullen verdwijnen in vooral de kleine kernen. 

Dat de verwachting is dat de kleine kernen spookdorpen zullen worden; er komen geen nieuwe gezinnen bij.

Dat de onderlinge competitie tussen de grote en kleine kernen zal verdwijnen.

Dat er veel verkeerbewegingen zullen ontstaan; dit is niet duurzaam.

De deelnemers vinden het goed dat in dit scenario hecht wordt samengewerkt tussen de inwoners, gemeente en accommodaties. Ook vinden de deelnemers het wenselijk dat de gemeente investeert in een kwalitatief hoog voorzieningsniveau van de accommodaties. Dit scenario pakt echter zeer slecht uit voor de kleine kernen. De accommodaties zijn in dit scenario kernoverstijgend, en zijn gecentreerd in de grote kernen. In de kleine kernen blijft er vrijwel niets over aan voorzieningen: het worden spookdorpen met alleen maar ouderen. Ook zal de onderlinge competitie tussen de grote en kleine kernen verdwijnen: de kleine verenigingen hebben immers geen accommodaties meer. Wel zal de verkeersbeweging toenemen – de inwoners uit de kleine kernen zullen immers moeten reizen naar een grote kern voor de accommodaties. En meer autoverkeer is niet milieuvriendelijk.

Wat zijn de voordelen van scenario C?

Dat er in de kernen vrijwilligers zijn om samen de accommodatie te

onderhouden.

Wat zijn de nadelen van scenario C?

Dat het onduidelijk is in dit scenario waar de financiering van de accommodaties vandaan komt.

Dat het onduidelijk is welke accommodatie de gemeente wel gaat ondersteunen, en welke niet.

 

Dat dit scenario voor de kleine kernen ongunstig is.

Dat in dit scenario de scholen in de kleine kernen zullen verdwijnen, waardoor de leefbaarheid binnen de kleine kernen zal verdwijnen.

Het voordeel van dit scenario is dat de grote vereniging in de kern draaiende wordt gehouden door vrijwilligers, waardoor de vereniging als “eigen” voelt. De kleine vereniging ervaart dit echter als een nadeel, want zij hebben maar weinig leden. Een ander nadeel is dat in dit scenario waarschijnlijk de scholen verdwijnen in de kleine kernen, wat nadelig is voor de leefbaarheid. Verder is het in dit scenario onduidelijk waar de financiering van de accommodaties vandaan komt. Het is onduidelijk welke accommodaties precies worden gesteund door de gemeente, en welke niet. Het zou zomaar kunnen dat een gemeente een initiatief voor een nieuwe voorziening in een kern niet financieel gaat ondersteunen, omdat in een nabijgelegen kern de voorziening al bestaat.

Wat zijn de voordelen van scenario D? 

Dat je zelf kan bepalen als kern waar het budget naar toegaat.

Wat zijn de nadelen van scenario D? 

Dat het toegewezen kernbudget kan leiden tot onderlinge “gevechten”; de club met de meeste leden zal waarschijnlijk bepalen; kleine verenigingen zullen hierdoor het onderspit moeten delven.

Dat het in dit scenario onduidelijk is hoe het zit met de onderhoudskosten – is het kernbudget hoog genoeg om deze kosten te dekken?

Dat in dit scenario elke vier jaar een stemming is. Het is beter om de gemeente te laten bepalen wie het kernbudget krijgt.

Dat er onvoldoende wordt rekening gehouden met het feit dat de meeste investeringen op lange termijn worden gedaan.

Het voordeel van dit scenario is dat je als inwoners binnen een kern zelf kan bepalen naar welke accommodatie het budget gaat. Maar dit kan tegelijkertijd ook een nadeel

zijn. De grote verengingen kunnen met hun grote ledenaantal meer invloed uitoefenen, wat ten koste kan gaan van de kleine verenigingen. Dit kan leiden tot onderlinge spanningen wat de saamhorigheid niet ten goede komt. De stemming is dus nadelig voor de kleine vereniging. Voor hen is beter als de gemeente bepaalt waar het budget heengaat. Verder is het onduidelijk wat er in dit scenario gaat gebeuren met de onderhoudskosten van een accommodatie. Is het toegewezen kernbudget wel genoeg om deze kosten te dekken? Ook wordt er onvoldoende rekening gehouden met het feit dat investeringen voor accommodaties meestal worden gedaan voor een lange termijn. Het is daarom lastig dat de stemming over het kernbudget elke vier jaar plaatsvindt. Het korte termijn denken zal dan prevaleren, wat de kwaliteit van de voorziening niet altijd ten goede komt. Verder vragen de deelnemers zich af waarom het bedrag voor het kernbudget gebaseerd is op het aantal inwoners binnen een kern. Dit is namelijk nadelig voor de kleine kernen met weinig inwoners.

Workshop tweede deel In het tweede deel van de workshop konden de deelnemers aangeven wat hun voorkeursscenario was, en waarom dit – indien van toepassing – afwijkt van het voorkeursscenario van de inwoners. Geen van de deelnemers kon zich in een van de vier toekomstscenario’s vinden. De deelnemers vinden geen van de scenario’s passen bij het beeld dat zij voor ogen hebben voor de accommodaties. Gevraagd naar hun eigen voorkeursscenario benadrukken zij dat het belangrijk is om de kleine kernen leefbaar te houden. Daarnaast moeten gemeenschappelijke voorzieningen zoals scholen en sportverenigingen aanwezig zijn in elke kern. Een aantal aparte voorzieningen, zoals een strandclub, kunnen eventueel kernoverstijgend zijn, maar de basisvoorzieningen moeten in stand worden gehouden. Verder vinden sommige deelnemers dat de gemeente het huidige accommodatiebeleid gewoon moet voortzetten. Wel moet de gemeente meer geld investeren in de accommodaties, zodat ze blijven voortbestaan.

Aanwezigen

Maatschappelijke organisaties: deelnemers 

Piet Aker: namens handbalvereniging Quick

Hein Boon: bestuurder van Cecentor

Eelco Groen: voorzitter voetbalvereniging Hauwert ‘65

Bart Groot: voorzitter handbalvereniging Hauwert

John Groot: vergadering aan het begin verlaten

Rob Groot: penningmeester voetbalvereniging Hauwert ‘65

Peter Koopman: voorzitter zaalvoetbalvereniging Nieuweboer Architecten.

Erik Kooster: Bestuurder van Cecentor

Maurice Kroon: vice-voorzitter voetbalvereniging S.E.W. Nibbixwoud

Maartje Romein: interim-voorzitter handbalvereniging Quick.

Sjaak Ros: voorzitter voetbalvereniging A.L.C. Abbekerk

Adri Schouten: voorzitter voetbalvereniging S.E.W. Nibbixwoud

Cees Sierkstra: voorzitter voetbalvereniging RKVV Zwaagdijk

Niels Velthorst: secretaris voetbalvereniging Hauwert ‘65

Guy Wakelkamp: voorzitter voetbalvereniging MOC

Gemeentebestuur: toehoorders 

Joset Fit wethouder Gemeente Medemblik

Tom Beerepoot: gemeente raadslid VVD Medemblik

Selma Cool: voorzitter dorpsraad Hauwert

Gerben Gringhuis: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Ria Manshanden: gemeenteraadslid Groenlinks Medembik

Piet Mosch: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Roelandt Paarlberg: gemeenteraadslid Gemeente Belangen Medemblik

Luiten Plekker: gemeenteraadslid Gemeente Belangen, Medemblik

Saskia Schouten: gemeenteraadslid CDA Medemblik

Claudia Selders: gemeenteraadslid CDA, toehoorder

Ambtelijke ondersteuning 

Tomas Rongen: projectleider LTA

Martijn Scholten: beleidsadviseur sport gemeente Medemblik

Johan Hagedoorn: beleidsadviseur bij gemeente Medemblik

Jan Nekkers Futureconsult (moderatie gesprek)

Stephan van Beek, Futureconsult (verslag)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=d101b359-bc91-4cc2-904a-e120559f4b56