05 EXTERN Inspraaknotitie logiesbouw Benningbroek + bijlagen
Tekst van het document
Ad. 5
Dit betreft de opslag en levering van gevaarlijke stoffen. Dit komt aan de orde in de paragraaf 5.4. ‘Externe veiligheid’.
□
Spuitzone
Tussen het logiescomplex en een agrarische bestemming waar gewasbeschermingsmiddelen (mogen) worden gebruikt, dient de afstand zodanig te zijn, dat sprake is van goede ruimtelijke ordening. Dit is het geval indien wordt vastgesteld, dat ter plaatse van de logiesfunctie een goed woon- en leefklimaat aanwezig is. In uitspraken van de Raad van State werd uitgegaan van minimaal 50 meter als veilige afstand tussen een ‘gevoelig object’ en de precieze zone waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Hoewel een logiesgebouw formeel niet als een ‘gevoelige functie’ wordt aangemerkt, wordt in dit verband – gezien de uitgangspunten van het ‘Roemer-rapport’ – dit bij het voorliggende project wel als zodanig behandeld. De afstand tot de agrarische bestemming is 30 meter aan de oostzijde en meer dan 50 meter aan de westzijde (aan de overzijde van de A7). Te nemen maatregelen Gezien de aard en omvang van de voorliggende ontwikkeling en de feitelijke situatie wordt een nader locatiespecifiek onderzoek niet opportuun geacht. Daarenboven is de huidige berekeningsmethode door de Raad van state afgekeurd.
21 Wel kan worden vastgesteld, dat tussen het potentiële spuitgebied en het nieuwe logiescomplex een afstand van 50 meter niet mogelijk is, zodat ingezet moet worden op een deugdelijke afscherming op de erfgrens van de tuin aan de oostzijde van het perceel. Dit kan / zal geschieden in de vorm van een driftreducerende windhaag, die minimaal 90 % dicht zal zijn. De haag en de afstand daarvan tot het logiescomplex zullen leiden tot de vaststelling dat zeker nabij het complex, maar ook in het betreffende gedeelte van de tuin, geen sprake zal zijn van een ontoelaatbare drift van gewasbeschermende middelen. Conclusie Het is aan het bevoegd gezag (i.c. gemeente Medemblik) om te beoordelen of - gezien: a. de wel haalbare afstand (ca. 30 meter); b. de afschermende ingreep; c. de speciale voorwaarden voor het tijdstip en de omstandigheden waaronder spuiten is toegestaan; d. én tenslotte rekening houdende met de heersende windrichting (van het wooncomplex af), een en ander voldoende is om te spreken van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de logiesfunctie en derhalve van een goede ruimtelijke ordening. 5.1.5
Wegverkeerslawaai
De woonfunctie is een geluidsgevoelige functie. De Wgh bepaalt dat de ‘geluidsbelasting’ op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm (48 dB - ‘voorkeurswaarde’). Langs wegen en straten bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidszones. Uitzondering hiervan zijn woonerven en 30 km/u-gebieden. Onderzoek in het kader van de wet geluidhinder naar de geluidbelasting als gevolg van de aanwezige weg (i.c. de A7) is derhalve noodzakelijk om in het kader van een goede ruimtelijke ordening vast te stellen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Door het bureau ‘Advisering Geluid’ zijn indicatieve geluidsberekeningen wegverkeerslawaai gemaakt. De bevindingen zijn neergelegd in de notitie WG2023-02-15-A7-MIG-ABB d.d. 15 februari 2023. Hierbij de Conclusie en aanbeveling:
De integrale rapportage zal worden opgenomen in separate Bijlage C..
22 5.2
Verkeersaspecten
Verkeersbewegingen p.m. Parkeervoorziening. Van toepassing is de ‘Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021’. In principe dient voor de berekening van de parkeerbehoefte de tabel uit Bijlage II van de nota te worden gehanteerd, maar daarin wordt niet verwezen naar een wooncomplex als de onderhavige. Voor arbeidsmigranten kan een lagere richtlijn aan de orde zijn, afhankelijk van de mate waarin het vervoer van en naar het werk is georganiseerd. Er wordt naar gestreefd is om het beslag voor parkeren te minimaliseren. Dit kan doordat vervoer van en naar het werk met busjes zal plaatsvinden. Op deze manier blijft zoveel mogelijk buitenruimte rond het complex beschikbaar voor recreatiemogelijkheden voor de arbeidsmigranten en voor waterberging. In het overleg met de gemeente is gekozen voor een parkeernorm van 0.3 parkeerplekken per persoon ( 0,6 per kamer). 5.3
Luchtkwaliteit
Bij ontwikkelingen is in algemene zin onderzoek nodig naar de bestaande luchtkwaliteit en de effecten, die de realisatie van die ontwikkelingen daarop zal hebben. Op 15 november 2007 is de “Wet Luchtkwaliteit” (Stb.2007,434) in werking getreden en vervangt het “Besluit Luchtkwaliteit 2005”. Deze wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘in niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3%grens niet wordt overschreden. De 3%-grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet Luchtkwaliteit’ geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Het realiseren van een wooncomplex met 117 wooneenheden kan geacht worden te voldoen aan in ieder geval de drie eerstgenoemde voorwaarden. Conclusie Er zijn in het kader van de Wet Luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de realisering van het voorliggende bouwinitiatief. Met betrekking tot de stikstofdepositie wordt verwezen naar paragraaf 5.7. 5.4
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit betreft opslag, transport van gevaarlijke stoffen over de weg, over water en over het spoor. De veiligheidsrisico's in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheidsniveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. Op de ‘Risicokaart’ van Noord-Holland zijn voor de planlocatie en directe omgeving geen risicovolle inrichtingen aangegeven (zie afb. 13).
23
afb. 13
De planlocatie
op de risicokaart Noord-Holland.
Met het voorgenomen project worden in ieder geval geen nieuwe risico-relevante activiteiten ondernomen Op de risicokaart is te zien, dat op ca.1.150 meter ten oosten van de planlocatie een agrarisch bedrijf aanwezig is met opslag van gevaarlijke stoffen. Op 1.350 meter is een gas-transportleiding aanwezig, Deze afstanden leveren voor de logiesfunctie op de planlocatie geen gevaar op. De afstand tot de risico-contour van het tankstation ten zuiden van de planlocatie is ca. 480 meter; ook deze afstand betekent voor de planlocatie geen risico. (Resteert het feit, dat de planlocatie binnen het invloedsgebied van de A7 ligt en daarmee binnen de ‘effectafstand’ van verschillende rampenscenario’s, Over de A7 vindt transport plaats van vloeibare brandstoffen. Maatgevend voor het groepsrisico is het aantal GF3 transporten (577 transporten per jaar, omvang invloedsgebied 880 meter) en de bevolking in het gebied). p.m.
Advies Veiligheidsregio
5.5
Leidingen
Op de precieze planlocatie zijn geen leidingen aanwezig. 5.6
Cultuurhistorie / Archeologie
In tegenstelling tot de vrijwel alle gronden ter weerzijden van de A7 is op de planlocatie geen dubbelbestemming ‘Waarde - Agrarisch 3’ van toepassing. Verondersteld mag worden, dat ter plaatse van de planlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. p.m.
(overlegreactie van Archeologische dienst afwachten ?)
5.7
Natuurwaarden / Habitatrichtlijn-Vogelrichtlijn / Flora en Fauna
p.m.
(een ecologische quick-scan zal nog moeten worden uitgevoerd).
□
Aerius-berekening
p.m. (zal t.z.t. worden gedaan) De complete aerius-berekeningen is opgenomen in Bijlage 3.
24 5.8
Duurzaamheidsaspecten
Algemeen Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. Het voorliggende bouwplan zal uitgevoerd worden conform de richtlijnen van het 'Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen'. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft in dit kader het volgende opgemerkt: “Nieuwbouw biedt kansen voor energiebesparing en –opwekking. Alle inwoners uit Noord-Holland-Noord kunnen voor vragen en onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken, maar ook over het nieuwe energielabel voor woningen, terecht bij het Duurzaam Bouwloket. De gemeenten zijn hiervoor een samenwerking aangegaan; zie www.duurzaambouwloket.nl”. □
Uitgangspunten initiatiefnemer
Wordt in de volgende fase uitgewerkt.
6.
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende plan betreft de nieuwbouw van een wooncomplex met 117 wooneenheden voor buitenlandse werknemers. □
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Op grond van in het artikel 3.1.1 van het Bro voorgeschreven overleg wordt het ontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties en belangengroeperingen: Provincie Noord-Holland Archeologie Westfriesland Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Omgevingsdienst Noord Holland-Noord Rijkswaterstaat West-Nederland Noord Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
Tervisielegging ontwerp omgevingsvergunning De ontwerp omgevingsvergunning, voor wat betreft de activiteit grote planologische afwijking, zal na publicatie voor 6 weken ter inzage worden gelegd. De zienswijzen worden door het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) in de besluitvorming meegenomen. Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad Volgens artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht is, wanneer het college het voornemen heeft een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder 3, onder a van de Wabo te verlenen, een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. De gemeenteraad kan op grond van artikel 6.5, derde lid van het Besluit omgevingsrecht bepalen dat in bepaalde gevallen zo’n verklaring niet is vereist.
25 □.
Economische uitvoerbaarheid
Planschaderisico Het bouwplan betreft een particulier initiatief. De bouwkosten zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Met betrekking tot het planschade-risico en de plankosten is tussen gemeente en initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten. □
Overleg met de buurt
Rond de planlocatie zijn omwonenden mondeling op de hoogte gebracht. De reacties zijn…..p.m.
Bd 06-11-2023
1
BIJLAGE 1 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 2 Nadere gegevens uit het ontwerp - presentatieplan
Schematische plattegronden verdiepingen hoofdgebouw
Hieronder zicht op het logiescomplex vanuit verschillende hoeken
2
1
BIJLAGE 3 Aeriusberekening ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -----------------------
1
BIJLAGE 4 Paragraaf 5 ‘Conclusie’ uit het verkennend bodemonderzoek ----------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 5 Besluitkaart
1
BIJLAGE 6
2
3
4
5
6
7
8
9