CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

05 EXTERN Inspraaknotitie logiesbouw Benningbroek + bijlagen

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Principeverzoeken middelgrote locaties huisvesting buitenlandse werknemers (pfh. J. Broeders)10.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INSPRAAKNOTITIE LOGIESGEBOUW BENNINGBROEK Geachte commissieleden, Mijn naam is Klaas de Leeuw en ik ben één van de initiatiefnemers samen met Hans en Dirk Ursem van de ontwikkeling van het logiesgebouw in Benningbroek. Voor u ligt het voorstel van het College om in te stemmen met een verdere uitwerking van een drietal principeverzoeken waaronder de locatie Benningbroek. Uiteraard zijn wij positief over het feit dat het College bij de beoordeling van ons principeverzoek tot de conclusie is gekomen dat er voldoende aanleiding is om tot verdere uitwerking over te gaan. Maar gezien het grote belang om op afzienbare termijn kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten te kunnen realiseren, leek het ons verstandig om een aantal gedachten met u te delen. Zoals u wellicht uit de stukken heeft kunnen afleiden heeft de locatie reeds een horecabestemming. Binnen deze bestemming is het realiseren van een permanent logiesgebouw voor arbeidsmigranten zonder aanvullende ruimtelijke procedures toegestaan. Op het terrein is daarnaast voldoende ruimte om een aantal tijdelijke gebouwen te realiseren. Feitelijk wordt aan u dus eigenlijk alleen een standpunt gevraagd voor de aanvullende gebouwen omdat deze niet binnen de huidige bestemming kunnen worden gerealiseerd en dit alleen mogelijk is met instemming van uw raad.

Het is dan ook niet ondenkbaar dat op korte termijn de vergunningsaanvraag voor het hoofdgebouw zal worden ingediend en tegelijkertijd de ruimtelijke procedure zal worden gestart om gedurende 20 jaar het strijdig gebruik mogelijk te maken. Dit maakt ons initiatief het meest kansrijk van alle aan u voorgelegde voorstellen. Immers, ook indien de realisatie van aanvullende gebouwen tot eventuele bezwaarprocedures zou leiden, kan toch op korte termijn de realisatie van het hoofdgebouw van ons project in gang worden gezet. Zoals bekend is er sprake van een locatie welke door de Provincie als Bijzonder Provinciaal Landschap is aangemerkt. Criticasters zullen wellicht stellen dat dit betekent dat er dus eigenlijk niets kan op deze locatie omdat de Provincie geen ontheffing zal verstrekken. De praktijk leert echter dat er wel degelijk ontheffingen zijn verleend. Zeker, in geval van projecten met een tijdelijk karakter. Dat neemt niet weg dat er zorgvuldig met dit aspect moet worden omgegaan. Een eerste analyse van onze architect leert dat er voldoende aanknopingspunten zijn om een goed in het landschap passend ensemble te realiseren. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er binnen het huidige bestemmingsplan al een behoorlijk volume kan worden gerealiseerd zonder dat de Provincie hiervoor een ontheffing hoeft te verstrekken.

De bijgebouwen waarvoor dit wel noodzakelijk is, zullen dan op een zorgvuldige wijze moeten worden ontworpen. Dit alles neemt niet weg dat er altijd sprake zal zijn van een afweging van belangen. De urgentie om kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren is niet alleen vanuit een maatschappelijke verantwoording te benaderen maar zeker ook vanuit een economische. Wil de regio zich economisch kunnen blijven ontwikkelen dan is de inzet van arbeidsmigranten van groot belang. Een adequate huisvesting is dan wel noodzakelijk. Uiteraard zal de vraag aan u worden gesteld waarom aan de huisvesting van arbeidsmigranten ogenschijnlijk wel aandacht wordt besteed en deze aandacht er niet (of onvoldoende) lijkt te zijn voor starters of andere groepen waarvoor onvoldoende huisvestingsmogelijkheden worden aangeboden. De praktijk leert dat arbeidsmigranten op dit moment op veel plekken worden gehuisvest welke daar eigenlijk niet voor zijn bedoeld. Met name de, al dan niet illegale, verhuur van reguliere woningen aan uitzendbureaus leidt vaak tot ongewenste situaties in woonwijken door leefstijlverschillen. Maar ook leidt dit tot minder aanbod voor reguliere woningzoekenden.

Het realiseren van grotere logiesgebouwen zal dus ook tot gevolg hebben dat minder woonhuizen behoeven te worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten en de hierdoor vrijkomende woningen weer beschikbaar komen op de markt. Des te meer reden om het voorstel van het College te omarmen en de ingediende initiatieven verder uit te werken! Ik hoop hiermee ons initiatief in de juiste context te hebben geplaatst en wens u een productieve discussie!

Beknopte analyse van de relatie van de planlocatie met het omringende landschap en de ruimtelijke impact. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --------------------------------

De planlocatie is onderdeel van een reeks ‘verstoringen’ van het landschap in samenhang met de A7, zoals dit hier in hoofdzaak het knooppunt Abbekerk en aansluitende gronden en wegen betreft, maar ook het ten zuiden daarvan gelegen benzineverkoop-station.

De planlocatie begrenst door A7, Stationsbuurt, Broerdijk en de recreatieve spoorlijn.

De planlocatie gezien vanuit de Abbekerkerpolder ( Reigerweg)

De planlocatie vanuit het zuiden gezien vanaf de Stationsbuurt

De planlocatie gezien van uit het oosten vanaf de Broerdijk

De planlocatie gezien vanaf de A7

Overwegingen □

De planlocatie wordt in de wijde landschappelijke ruimte ‘gemarkeerd’ door een reeks hoogopgaande bomen ( ca. 12,00 m’ hoog).

□

Het beleven en de ‘meetbaarheid’ van de (landschappelijke) ruimte wordt bepaald door de - al dan niet waardevolle - elementen, die zich in die ruimte bevinden. Een terecht hoge waardering krijgen in dit verband de lineaire nederzettingen (ontginningswegen) met het kenmerkende silhouet met kerktoren, stolp(en), watertoren en bomenreeks(en), alsmede de kenmerkende begrenzing van de droogmakerijen door de bedijkingen (bv. Westfriese omringdijk). De waarneembaarheid van deze elementen wordt gegarandeerd door het open houden van lange en brede (weidse) zichtlijnen.

□

Daarnaast wordt belang gehecht aan de karakteristieke ontginningsstructuren (perceelvorm, -ricthting en slotenstructuur).

□

Ingrepen in het landschap zijn van alle tijden en worden vaak gezien als ‘verstoring’ van de vertrouwde karakteristiek van het landschap (denk daarbij met name in dit verband aan grootschalige gebiedsontsluiting (snelwegen met af- en inritten en afslagen en bijbehorende voorzieningen) en nieuwbouw buiten de bestaande stedelijke kernen. Een goed verdedigbaar uitgangspunt is om noodzakelijke ingrepen / voorzieningen die een grote impact kunnen hebben op (de kwaliteit van) het landschap te combineren met de al aanwezige infrastructuur (waarbij o.a. gedacht kan worden aan windmolens, hoogspanningsleidingen e.d.). Het is volstrekt terecht om kritisch te zijn op het bouwen buiten bestaande stedelijke gebieden, maar bij gebleken noodzakelijkheid c.q. breed gedragen wenselijkheid dient men nauwgezet - en met een positieve grondhouding - te onderzoeken of, waar en hoe daarvoor mogelijkheden bestaan zonder de kwaliteit van het landschap onevenredig aan te tasten.

Concluderende overwegingen ▪

De gevraagde huisvesting voor arbeidsmigranten is een gemeentelijk, regionaal en provinciaal breed gedragen noodzakelijke voorziening.

▪

De gekozen locatie is qua aard, omvang, ligging en bereikbaarheid een uitstekende optie voor een dergelijke voorziening.

▪

De impact op de gewenste openheid van het landschap kan - mede gezien de aanwezigheid van de bomenreeks en de A7 met aansluitende wegenstructuur - als beperkt en verdedigbaar worden beschouwd.

▪

De planlocatie is als perceel geen onderdeel van een karakteristiek en derhalve behoudenswaardig verkavelingspatroon.

▪

Het vigerende bestemmingsplan laat ter plaatse reeds bebouwing toe; qua functie is de huisvesting van arbeidsmigranten verwant aan de vigerende bestemming.

▪

Een goed ontworpen gebouw kan op de locatie in samenhang met het knooppunt van wegen een aantrekkelijk en herkenbaar baken in het landschap zijn, zoals eerder bedacht met de huidige bestemming, waarbij rekening gehouden werd met een ‘historische’ molen bovenop de bebouwing

Eindconclusie Planologisch en landschappelijk is bebouwing op de planlocatie mogelijk en verdedigbaar; precieze omvang en hoogte-ontwikkeling is onderwerp van nadere bestudering, maar gezien de aard en noodzaak van de functie en de voorgenomen ‘tijdelijkheid’, liggen er voldoende mogelijkheden voor een bevredigend resultaat. Bd. 26-09-2023

- Concept B-1 -

Gemeente

Medemblik

--------------------------------------------------------------------------------

Ruimtelijke onderbouwing ex. art. 2.12 Wabo t. b. v. een omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan Project:

“Logiescampus Arbeidsmigranten Stationsbuurt 1, Benningbroek” (Permanente en tijdelijke huisvesting voor een periode van max. 20 jaar)

ir. H. van Brederode bi bnSP Tigris 12 1186 JA Amstelveen SBA-reg.nr. 1.950290.005

6 november 2023

1

TOELICHTING 1.

Inleiding

1.

2.

Beschrijving nieuwe ontwikkeling

3.

3.

Ruimtelijk beleidskader 3.1 Nationale Omgevingsvisie 3.2. Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Medemblik 3.4.2 Beleid huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik 3.4.3 Bestemmingsplan

6. 6. 8. 10. 11. 11. 11. 12.

4.

Beeldkwaliteit 4.1 Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid 4.2. De gemeentelijke welstandsnota

13. 13. 16.

5.

Milieubeperkingen en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.1.1 Milieueffectrapportage (M.e.r.) 5.1.2 Bodem en grondwater 5.1.3 Water 5.1.4 Bedrijven en milieuzonering 5.1.5 Wegverkeerslawaai 5.2 Verkeersaspecten 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Leidingen 5.6 Cultuurhistorie / Archeologie 5.7 Natuurwaarden / Habitatrichtlijn -Vogelrichtlijn / Flora en Fauna 5.8 Duurzaamheidaspecten

16. 16. 16. 18. 18. 20. 21. 22. 22. 22. 23. 23. 23. 24.

6.

Uitvoerbaarheid

24.

Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Welstandscriteria Buitengebied Nadere gegevens uit het ontwerp - presentatieplan Aeriusberekening Conclusie Verkennend bodemonderzoek Besluitkaart Beheerplan Watertoetsformulier ………………………………………………………………….

in een volgende fase nog toe te voegen

Separate bijlagen bij de Ruimtelijke onderbouwing (op te nemen in digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl)

Bijlage A

Omgevingsscan Flora en Fauna

Bijlage B

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage C

Akoestisch onderzoek verkeerlawaai

in volgende fase uit te voeren / toe te voegen

1 1.

Inleiding

Initiatief De Leeuw Projectontwikkeling B.V., Kneeskade 1c, 1761 JB Anna Paulowna, is voornemens een permanent logiesgebouw met 3 tijdelijke dependances voor arbeidsmigranten te realiseren op de locatie Stationsbuurt 1 te Benningbroek, gemeente Medemblik. Hiermee zullen 164 logiesplekken beschikbaar komen, waarvan 92 permanent. De tijdelijke logiesfunctie is bedoeld voor de termijn van maximaal 20 jaar. Na het verstrijken van deze termijn worden de dependances verwijderd en de erfverharding teruggebracht tot hetgeen noodzakelijk is voor het hoofdgebouw. De initiatiefnemer heeft op 6 april 2022 voor een grootschaliger variant met 234 logiesplekken een principeverzoek ingediend, waarvan de gemeente heeft aangegeven, dat een dergelijk project kan voldoen aan te stellen voorwaarden en in ieder geval tegemoet komt aan de huisvestingsproblematiek van tijdelijke werknemers, waarbij tevens minder sprake zal zijn van verdringing op de reguliere woningmarkt. Omdat de grootschaligheid op gespannen voet bleek te staan met de landschappelijke waarden van de omgeving is de voorliggende variant uitgewerkt met een hoofdgebouw, dat qua omvang dichter bij de mogelijkheden komt, die de vigerende stedenbouwkundige regeling toestaat. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Medemblik, sectie S nrs. 206 en 207.

afb. 1

De ligging van de planlocatie in groter verband (Google Earth).

Bestaande situatie De planlocatie ligt tussen de autosnelweg A7 en de recreatieve spoorlijn Medemblik - Hoorn. Het betreft een onbebouwd terrein met het adres Stationsbuurt 1, waarop een horeca-bestemming ligt, die bedoeld was voor de realisering van een hotel-restaurant met een molen, maar die nooit is geëffectueerd. Op ca. 230 m’ ten oosten ligt een agrarisch bedrijf aan de Broerdijk 32 en ca. 100 m’ ten zuiden is de wildopvang ‘De Bonte Piet’ aanwezig op Stationsbuurt 2 (afb. 2). Het plangebied bestaat uit 2 delen: het perceel grasland (6380 m2), nu vrijwel onverhard en aan de noordzijde daarvan het voormalige rangeerterrein van de Stichting Stoomtram (1832 m2), met struiken en enkele bomen, eveneens onverhard.

afb. 2

De planlocatie

2 Huidige bestemming en gewenste afwijking De gronden zijn geregeld in het bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld 22 februari 2018. Op de gronden liggen de enkelbestemmingen “Horeca 2” (artikel 23) en “Verkeer - Railverkeer” (art. 36), alsmede de Gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone- molenbiotoop’ ( die feitelijk is achterhaald). De gewenste afwijking van het bestemmingsplan betreft het gebruik van de gronden en het bouwen van een logiescampus met een permanent hoofdgebouw en 3 tijdelijke dependances. Het gebruik betreft logieseenheden met restaurant voor 92 permanente eenheden en 72 tijdelijke eenheden voor (‘short- en mid-stay’) van arbeidsmigranten. Dit gebruik past heel redelijk binnen de bestemmingsomschrijving ‘Horeca 2’ *), maar de bebouwingsomvang (oppervlak en bouwhoogte) is binnen het aangegeven bouwvlak slechts beperkt mogelijk binnen het gegeven bouwvlak en omvat voor de tijdelijke voorziening een groot gedeelte van de gronden met de bestemming “Verkeer – Railverkeer” (zie afb. 8). Daarnaast is van toepassing het ontwerp-bestemmingsplan ‘Veegplan gemeente Medemblik’, voor zover het de verwerking van de beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers betreft.

Planologische regeling Voor het mogelijk maken van het gebruik van de betreffende gronden voor het realiseren een logiescampus voor arbeidsmigranten is een procedure voor een omgevingsvergunning voor ‘planologisch strijdig gebruik’ en ‘bouwen’ vereist. Voor de dependances betreft dit een periode van maximaal 20 jaar. Op grond van artikel 2.1 lid 2 sub c overeenkomstig artikel 2.12 lid 2 sub a onder 3 Wabo kan het strijdige gebruik met het bestemmingsplan worden opgeheven. Gelet op de strijdigheid met het bestemmingsplan dient ter onderbouwing van het opheffen van de strijdigheid een ruimtelijke afweging te worden gemaakt. Het onderhavige document - ruimtelijke onderbouwing - voorziet in dit vereiste. *) Ter vergelijking hierbij de bestemmingsomschrijving van ‘Horeca 2’ en relevante begrippen:

3 2.

Beschrijving nieuwe ontwikkeling

De planlocatie is onbebouwd. Rondom zijn sloten aanwezig welke zo nodig worden opgerekt ten behoeve van de watercompensatie. De ontsluiting vindt plaats vanaf de Stationsbuurt, direct na de afslag naar de Broerdijk. Het hoofdgebouw wordt uitgevoerd als permanent gebouw in overwegend 3 bouwlagen, zoveel mogelijk binnen het bouwvlak van het vigerende bestemmingsplan. Om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen van de huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten, maar tevens ook ten behoeve van een haalbare exploitatie, moeten voor het behalen van voldoende logies-eenheden (164 logies-eenheden) concessies worden gedaan ten aanzien van de toegestane goot- en bouwhoogte. De verwachting is dat dit kan worden geregeld als ‘afwijking’ van het bestemmingsplan. In het hoofdgebouw worden de nodige voorzieningen ingepast. De bebouwing van de dependances bestaat uit gestapelde prefab-units in 2 bouwlagen, waarbij het zowel qua bouwen, als qua functie een ‘afwijking’ van het bestemmingsplan betreft, .

Het plan gaat uit van de volgende randvoorwaarden: • Het project wordt enerzijds als permante voorziening gerealiseerd en anderzijds als flexibele / tijdelijke voorziening in de vorm van drie vrijstaande kleinere logies compartimenten in twee bouwlagen; • Algemene ruimtes als keuken, winkel, recreatieruimte en wasruimtes voor gemeenschappelijk gebruik; • Eén- en tweepersoonskamers voor optimale privacy; • Wekelijkse inspectie, klachtenregistratie, 24/7 beheer en een schoonmaak protocol maken onderdeel uit van de geldende huisregels; • Cameratoezicht en directe communicatie met de lokale overheid voor de nachtregistratie; • Ontsluiting voor auto’s kan worden gerealiseerd door direct aan het begin van de Stationsbuurt een brug aan te leggen. Voor meer informatie inzake ‘beheer’, zie bijlage 6. Voor sport en ontspanning alsmede het doen van inkopen is het fietspad naar Abbekerk en Midwoud een prima optie; daarvoor zal de exploitant voldoende fietsen beschikbaar stellen, alsmede een adequate fietsenstalling op het complex realiseren. Vooralsnog is sprake van een voorlopige indicatie van de bebouwing in de vorm van een ‘massastudie’ (afb. 3).

afb. 3

Lay out - ‘Massastudie’

4 Het hoofdgebouw Voor het permanente hoofdgebouw is gekozen voor een ontwikkeling met 3 bouwlagen centraal en zijdelings aflopend naar twee bouwlagen, binnen het in het vigerende bestemmingsplan gegeven bouwvlak. Hiermee wordt de toegestane bouwhoogte van 8 meter ter plaatse van het centrale volume met … m’ overschreden. De overschrijding van de maximaal toegestane goothoogte van 5,50 m’ wordt ‘verzacht’ door het dakmateriaal naar beneden in de gevel door te trekken, zodat visueel een lage goothoogte wordt gesuggereerd.

afb. 4

Aanzicht van het hoofdgebouw

afb. 5

Schematische plattegrond begane grond

andere aanzichten Bijlage 2

Overige verdiepingen Bijlage 2

5 Met de keuze voor de hoofdvorm en materialisatie wordt getracht om de vertrouwde karakteristiek van landelijke bebouwing te benaderen, om als zodanig tot een verantwoorde landelijke inpassing te komen. De dependances Door toepassing van modulair bouwsysteem is het tijdelijke deel van het logiescomplex duurzaam te produceren en te realiseren. De drie dependances kunnen immers na 20 jaar weer gedemonteerd en verplaatst worden en is na verplaatsing op een andere locatie voor vele doelgroepen herbruikbaar De ‘bouwsteen’ is een unit voor 2 personen in twee varianten. De keuze voor prefab-units is ingegeven door het tijdelijke karakter van het gebouw. Na afloop van de termijn van 20 jaar kan het complex ontmanteld worden en kunnen de units zo nodig hergebruikt worden.

afb. 6 Schematisch plattegrond van de beganegrond v.d. dependance

afb. 7

-

verdieping identiek

Aanzicht van een dependance – 12 eenheden = 24 logiesplekken

6 3. 3.1

Ruimtelijk beleidskader Nationale Omgevingsvisie – Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving

De Nationale Omgevingsvisie vervangt de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)’. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Dit betreft met name de grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen zal worden gewerkt aan prioriteiten, zoals ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Zowel voor de lange als de korte termijn zijn voor bovengenoemde NOVI-prioriteiten maatregelen nodig, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Het Rijk geeft de nationale belangen aan en maakt nationale keuzes. Vervolgens wordt richting gegeven aan decentrale afwegingen en zal gebiedsgericht worden gewerkt.

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De Novi benoemt dit als ‘omgevingsinclusief’ beleid, waarbij drie afwegingsprincipes worden onderscheiden: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is een overzicht gegeven van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Samengevat kan worden gesteld, dat met de NOVI het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak presenteert. Een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in één, waarbinnen we gezamenlijk optimaal kan worden gewerkt aan het behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Huisvesting arbeidsmigranten In het rijksbeleid zijn geen concrete uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de huisvesting van buitenlandse werknemers.

Wel is advies gevraagd aan het Aanjaagteam Bescherming arbeidsmigranten, dat op 30 oktober 2020 ter zake advies heeft uitgebracht (zgn. Rapport Roemer) en dat steun van het kabinet heeft verkregen op 14 december 2020. Er zijn voorstellen gedaan op het gebied van certificering van uitzendbureaus en de verbetering van de registratie van arbeidsmigranten, waarbij het belangrijkste item de kwaliteit en beschikbaarheid van huisvesting is. Een en ander overziende kan vastgesteld worden, dat de voorliggende ontwikkeling gezien moet worden als overwegend vallend onder het beoordelings- en afwegingsproces op het beleidsniveau van de provincie en de gemeente. □

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het voorliggende initiatief raakt geen onderwerpen uit het Barro.

7

□

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relevant voor de ontwikkeling ‘Wooncomplex arbeidsmigranten Benningbroek: □

De planlocatie ligt niet in bestaand stedelijk gebied

□

Is sprake van een stedelijke ontwikkeling ? Ja, als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'

□

De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.

□

Is sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling ? Ja, een logiesgebouw met 82 logiesruimten voor 2 personen op een locatie waar eerder een horeca bedrijf van een veel bescheidener omvang was voorzien – wel bestemd, maar niet gerealiseerd – is een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

□

Beschrijving van de behoefte In 2020 is voor de regio Westfriesland kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van het aantal buitenlandse werknemers sinds 2010 (Arbeidsmigranten in West-Friesland, Decisio, 22 maart 2020). Ook is een prognose gedaan naar de ontwikkeling van het aantal buitenlandse werknemers tot 2030. Deze cijfers zijn in 2021 geactualiseerd (Actualisatie cijfers arbeidsmigranten Noord-Holland Noord, Decisio, 21 april 2021). Beide onderzoeken laten zien dat het aantal vergunde huisvestingsplekken achterblijft bij het aantal werkzame personen: Van de 9.700 in Westfriesland werkzame buitenlandse werknemers, werkten er in 2019 ruim 3.500 in de gemeente Medemblik. Daar staan 1.015 vergunde huisvestingsplekken binnen de gemeente Medemblik tegenover (schatting op basis van gemeentelijk vergunningensysteem, april 2021). Prognoses geven aan dat aantal in Westfriesland werkzame buitenlandse werknemers ook de komende jaren blijft groeien tot tussen de 13.410 en 19.500 personen in 2030. Dat is een gemiddelde jaarlijkse groei van tussen de 3% en de 5%

Hiermee is de behoefte in West-Friesland aan het voorliggende huisvestingsplan voor tijdelijke arbeidsmigranten op de locatie Benningbroek voldoende aangetoond. Conclusie Een en ander overziende kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van strijdigheid met Rijksbeleid. Verder blijkt uit het voorgaande dat het beoordelings- en afwegingsproces inzake initiatieven / projecten van de onderhavige aard en omvang volledig behoort tot het beleidsniveau van de provincie en de gemeente.

8 3.2

Provinciaal beleid

Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is de bevoegdheid voor de provincie inzake beleidsvorming en uitvoering in de huidige vorm geregeld. Dit houdt in dat de provincie haar visie op het ruimtelijke beleid neerlegt in een zelfbindend beleidsdocument om vervolgens de beschreven provinciale intenties en belangen juridisch te borgen in een ruimtelijke verordening. Relevant op provinciaal niveau is de “Omgevingsvisie Noord-Holland 2050” (vastgesteld 19 november 2018) en de “Omgevingsverordening Noord-Holland 2020” (vastgesteld 23 oktober 2020). De Omgevingsverordening richt zich op bestemmingsplannen, beheersverordening, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 Wabo). Hierbij gaat het om algemene regels omtrent de inhoud. □

Omgevingsvisie NH 2050

Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten (PS) de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. De beleidsnota vervangt de Structuurvisie 2040 en loopt vooruit op de Omgevingswet, waarvan het voornemen is dat deze in 2023 in werking zal treden. Gedeputeerde Staten hebben de Omgevingsverordening op 27 november 2020 vastgesteld. Als hoofdambitie heeft de provincie in de Omgevingsvisie NH 2050 aangegeven te willen streven naar een evenwichtige ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’. De provincie draagt bij aan het welzijn én aan de economische vitaliteit, gericht op een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier en inde overtuiging dat dit tevens een goed economisch vestigingsklimaat bevorderd. Bij de concretisering van de ambities geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ De samenhangende - ambities betreffen de volgende aspecten: gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie natuur- en biodiversiteit / natuurinclusief ontwikkelen duurzame en vernieuwende economie toekomstbestendige landbouw klimaat-adaptatie energietransitie ontwikkelen van stad en land metropoolregio Amsterdam ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Noord-Holland-Noord De ambities zijn uitgewerkt in samenhangende ‘bewegingen naar de toekomst’, waarin meerdere ontwikkelprincipes worden gehanteerd. Voor heel Noord-Holland zijn de ontwikkelprincipes in kaart gebracht (afb.

8). In Noord-Holland-Noord worden vooral de kwalitatieve eigenschappen, zoals rust en ruimte, groen en natuur en bovenal de gezonde lucht als specifieke, behoudenswaardige kenmerken beschouwd. Om die reden wordt bij de noodzakelijke verdergaande verstedelijking vooral prioriteit gegeven aan ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied met de aanwezigheid van voorzieningen en een goede bereikbaarheid van openbaar vervoer. □

Omgevingsverordening NH 2020

De verordening gaat over de fysieke leefomgeving en de activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het bereiken en in standhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in samenhang met het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In de Omgevingsverordening gaat het om de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH 2050: ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ en ruimte bieden voor maatwerk, gelet op de diversiteit van de regio’s. Daarbij moeten enkele inhoudelijke ambities en ontwikkelingsprincipes uit de Omgevingsvisie NH2050 in concrete juridische regels worden omgezet. Zowel voor stedelijke als landelijke gebieden zijn een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op gemeentelijke (bestemmings-) plannen over onderwerpen waar een provinciaal belang mee gemoeid is.

9 Gemeenten zijn verplicht om voor het bestaand stedelijk gebied bestemmingsplannen vast te stellen, maar hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid.

afb. 7

De omgevingsvisiekaart Noord-Holland 2050 met de planlocatie

Voor de onderhavige ontwikkeling is van belang hetgeen is verwoord in Afdeling 6 ‘Instructieregels’. In artikel 6.3:

Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen •

1.Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.

•

2.Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Bekend is dat de Provincie Noord-Holland actief is in het zoeken naar huisvestingslocatie in samenwerking met 3 gemeenten in de Kop van Noord-Holland. N.B. Voor ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ en “Bijzonder Provinciaal Landschap’ zie paragraaf 4.1. Conclusie: Er worden in de Omgevingsverordening met betrekking tot de voorliggende ingreep verder geen richtinggevende of belemmerende uitgangspunten of regels geformuleerd. De voorgestelde ontwikkeling van een complex t.b.v. de huisvesting van arbeidsmigranten op de locatie te Benningbroek vertoont geen strijdigheden met het hiervoor genoemde ruimtelijke beleid van de provincie.

10 3.3

Regionaal beleid

□

Structuurschets Westfriesland `Een dijk van een regio`

De zeven gemeenten van Westfriesland gaan zelf aan de slag en maken onderling afspraken over regionale samenwerking en hebben daarbij aangegeven dat ze binnen vijf jaar tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland willen horen. Om deze ambitie te bereiken hebbende colleges van Burgemeester en Wethouders de Structuurschets Westfriesland ´Een dijk van een regio´ ( februari 2017) opgesteld. De structuurschets is daarnaast vooral een uitnodiging aan initiatiefnemers, ondernemers en bewoners. Gezamenlijk wordt vorm gegeven aan de toekomst van Westfriesland. De gemeenten willen ruimte bieden aan initiatieven die Westfriesland versterken. Vanuit dit perspectief zijn vijf arrangementen voor Westfriesland geschetst. 1. Kustland 2. Experimenteerlandschap 3. Agribusiness-landschap 4. Het Westfriese Leven 5. Transformatielandschap Deze arrangementen moeten gezien worden als ‘verbeelde kansen’. Het is dus geen letterlijke vertaling van beleid en moet ook niet als zodanig worden geïnterpreteerd. Ze bevatten een samenhangende serie kansen en potenties, soms ruimtelijk, soms niet-ruimtelijk. Voor de onderhavige ontwikkeling is met name arrangement 3 ´Agribusiness-landschap´ relevant, onder het motto: “Westfriesland gaat ruimte bieden aan ontwikkeling, innovatie en schaalvergroting van de agrarische sector”. Dit in balans met andere potenties en kwaliteiten van gebieden.

Ruimte wordt geboden als dit geen afbreuk doet aan andere economisch rendabele, kansrijke ontwikkelperspectieven. Soms is er alle ruimte voor ontwikkeling en schaalvergroting: de landschappelijke kwaliteiten laten het toe, de leefbaarheid is niet in het geding en de ontsluitingsmogelijkheden zijn daar. Soms echter zijn er andere belangen en ontwikkelpotenties, bijvoorbeeld gericht op recreatie of wonen, in dat geval is terughoudendheid en balans het devies. De ontwikkelruimte moet goed worden afgewogen en samengaan met de andere belangen. Hoewel de huisvesting van arbeidsmigranten niet met name wordt genoemd, mag er van worden uitgegaan, dat - gezien het grote belang van buitenlandse arbeiders in het agrarische productieproces - een adequate huisvesting daarvan valt onder de intentie voor het versterken van de agrarische sector. Dit wordt bevestigd door de op 9 september 2021 vastgestelde nota ‘Beleidsregels buitenlandse werknemers gemeente Medemblik’ (zie hierna bij Gemeentelijk beleid)). Conclusie De realisering van een complex voor de huisvesting van buitenlandse werknemers is te beschouwen als een activiteit bedoeld ter versterking van de agrarische bedrijvigheid in West-Friesland, Als zodanig is het plan in overeenstemming met de uitgangspunten / doelstellingen van de Structuurschets Westfriesland..

N.B.:

Aangezien het bij de voorliggende ontwikkeling gaat om een logiesfunctie, waarvan een deel permanent is (92 logiesplekken) en een deel tijdelijk (72 logiesplekken), zijn de regionale beleidsnota’s ‘Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland’ en het ‘Afwegingskader Wonen Westfriesland 2021’ niet van toepassing.

11 3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Structuurvisie Medemblik Van toepassing is de “Structuurvisie 2012-2022 ‘Sterke kust en sterk achterland’. De structuurvisie betreft een actualisatie en harmonisering van het beleid van de voormalige gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof en bevat een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Daarbij worden de opgaven en ambities voor de komende tien jaar in beeld gebracht op het gebied van: regionale samenwerking, landschap en cultuurhistorie, wonen, voorzieningen en leefbaarheid, economie en bedrijvigheid, bereikbaarheid en ontsluiting, natuur en water en duurzaamheid. De titel van de structuurvisie verwijst naar de wens van de gemeente Medemblik om de kustlijn van Medemblik tot en met Andijk verder te ontwikkelen en het achterland te versterken. Andere belangrijke thema's zijn verbreding van de economie en het gezond houden van de leefbaarheid in alle kernen. Medemblik wil de komende jaren het vestigen in de gemeente zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met oog voor realiteit stimuleert de gemeente dorpsvernieuwingen en geeft ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Deze ruimte vult de gemeente als volgt in: • Er zijn voldoende woningbouwlocaties aanwezig, waarbij de gemeente de vinger aan de pols houdt bij het op gang brengen van de ontwikkeling van de locaties.

• Daarbij biedt de gemeente ruimte om programmatisch af te wijken van de oorspronkelijke plannen voor een locatie. • In de afweging van de locaties vormt de herontwikkeling van de kwaliteitslocaties (dorpsvernieuwing) een belangrijke rol om verpaupering in de dorpen tegen te gaan. Het voorliggende initiatief betreft geen specifieke vorm van wonen, maar een logiesfunctie t.b.v. de tijdelijke huisvesting werknemers’. Relevant is de beleidsnotitie ‘Beleid huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik’ 3.4.2

Beleid huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik

Regio Westfriesland kampt met tekort aan huisvesting voor buitenlandse werknemers In de regio Westfriesland zijn veel bedrijven afhankelijk van de inzet van buitenlandse werknemers, maar er is een groot tekort aan huisvesting voor deze doelgroep. Om aan de vraag van bedrijven te kunnen voldoen, zijn de komende jaren minimaal 3.000 logiesplekken nodig. Op 9 september 2021 stelde de gemeenteraad van Medemblik het beleid ‘Huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik’ vast. De gemeente Medemblik streeft naar voldoende kwalitatief goede huisvesting voor buitenlandse werknemers. Om dit te kunnen faciliteren heeft de gemeente beleidsregels. In de beleidsregels stelt de gemeente kaders in welke gevallen de gemeente wil meewerken aan huisvesting en welke voorwaarden daaraan zijn gekoppeld. In 2019 evalueerde de gemeente het gemeentelijk beleid rondom de huisvesting van buitenlandse werknemers (rapport ‘Huisvesting van buitenlandse werknemers in Medemblik’, Rigo Research en Advies, 10 september 2019). Deze beleidsevaluatie, kwantitatief onderzoek, en de rapporten en aanbevelingen van het landelijke Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten leverden bouwstenen op voor nieuw beleid. Aan de totstandkoming van het nieuwe beleid is een interactief proces voorafgegaan.

Zo kon tijdens verschillende sessies op input gerekend worden van: buitenlandse werknemers zelf, huisvesters en werkgevers, kernraden, en de eigen organisatie. Er zijn verschillende categorieën van huisvesting onderscheiden. Van toepassing voor het onderhavige project is de categorie ‘grootschalige huisvesting’.

12 Om te bepalen waar deze huisvesting gerealiseerd kan worden, zijn de zeven Westfriese gemeenten samen aan de slag gegaan met een locatie onderzoek. Hierbij zijn drie fasen doorlopen: een verkennende analyse van vraag en aanbod van huisvesting, een enquête onder inwoners, bedrijven en ondernemers en het bepalen van afwegingscriteria en potentiële locaties. Uiteindelijk zijn 19 voorkeurs-zoekgebieden bepaald voor de huisvesting van buitenlandse werknemers. De voorliggende locatie Stationsbuurt, Benningbroek valt niet onder de zoekgebieden die vanuit de Swecorapportage zijn aangegeven Dit hoeft geen probleem te zijn, als de locatie maar aan een aantal voorwaarden voldoet: • Eigenaar grond is de initiatiefnemer • Redelijk grootschalig met 164 bedden • Maximaal 20 jaar voor een gedeelte met 72 bedden • Exploitabel • Goede ontsluiting • 24/7 controle • Op basis van logies Daarbij aangetekend, dat het onderhavige voorstel potentieel een belangrijke bijdrage kan leveren in de huisvestingsproblematiek van arbeidsmigranten in West-Friesland. Conclusie Het voorgestelde plan voor 164 logiesplekken /-bedden voor arbeidsmigranten past in het geformuleerde gemeentelijke beleid inzake huisvesting arbeidsmigranten. 3.4.3

Bestemmingsplan

De gronden zijn geregeld in het bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld 22 februari 2018. Op de gronden liggen de enkelbestemmingen “Horeca-2” (artikel 23).en “Verkeer - Railverkeer” (artikel 36). Daarnaast is sprake van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’, maar daar de realisering van een molen – als onderdeel van een horecabedrijf - nooit heeft plaats gevonden, is deze van geen betekenis meer. Bebouwing binnen de bestemming ‘Horeca -2’ is een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk, 5,5 en 8 meter, met dien verstande dat voor de geplande molen een hoogte is toegestaan van 22 meter. Binnen de bestemming ‘Verkeer - Railverkeer’ zijn geen gebouwen mogelijk, maar geldt voor ‘andere bouwwerken’, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het spoorweg verkeer een bouwhoogte van maximaal 10,00 meter.

afb. 9 De planlocatie op de bestemmingsplankaart

13

Gezien de bestemmingen en criteria is de gewenste bestemming voor een redelijk grootschalig complex t.b.v. huisvesting van arbeidsmigranten niet mogelijk, behalve voor een deel binnen de bestemming ‘Horeca 2’. Derhalve dient voor deze planontwikkeling te worden voorzien van een passende planologische regeling. Met het doorlopen van de planologische procedure voor een ‘Omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan’ wordt het mogelijk de voorliggende ontwikkeling te realiseren NB.:

Voor het gehele grondgebied van de gemeente geldt in principe het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren Medemblik”, vastgesteld 19 september 2019, maar daarin is tevens aangegeven, dat in geval nieuwe beleidsregels over parkeernormen worden vastgesteld, deze in de plaats treden van de beleidsregels, zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen. Voor het voorliggende plan is derhalve de ‘Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021’ van toepassing (zie paragraaf 5.2).

4.

Beeldkwaliteit

4.1.

Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid

Gezien de ligging van de planlocatie in het landelijke gebied zijn de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ (2018) en de nota ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (2020) van toepassing. □

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)

Noord-Holland biedt een rijke variatie aan landschappen, kernen en cultuurhistorische monumenten. Er zijn wadden, duinen, polders, heidevelden, veenweiden en droogmakerijen. De provincie onderscheidt zich door zijn openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap. Het is een dynamische leefomgeving die al sinds mensenheugenis verandert en dat ook zal blijven doen. De provincie wil dan ook ruimte blijven bieden aan nieuwe ontwikkelingen, op een manier die bijdraagt aan de waarden en kwaliteiten van het landschap en waarbij de ontstaansgeschiedenis herkenbaar blijft . Met deze Leidraad wil de provincie partijen zoals gemeenten, initiatiefnemers, beheerders en ontwerpers stimuleren en inspireren om tot kwalitatieve en duurzame ruimtelijke ontwerpen te komen. De Leidraad is daarbij ook bedoeld om – in lijn met de ambities van de Omgevingswet en de provinciale Omgevingsvisie – inzichtelijk te maken welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van belang zijn. Voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied van Noord-Holland die bestemmingsplanplichtig is, is een goede onderbouwing van de ruimtelijke kwaliteit vereist. De Leidraad beschrijft de bestaande waarden en de ontwikkelkansen in de verschillende gebieden in Noord-Holland.

De kaart van de provincie is daartoe onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en tien provinciale structuren, De planlocatie ligt in de landschappelijk eenheid West-Fries Midden (afb. 9.) De ‘kernwaarden’ van het gebied zijn de landschappelijke karakteristiek, de openheid en ruimte beleving en de ruimtelijke dragers. Dit zijn: de Westfriese Omringdijk, de lintdorpen met de vele stolpen, de spoorlijn Hoorn-Medemblik, de ringvaarten en tochten, de provinciale wegen (op enkele plekken) en de snelweg A7 (alleen bij Hoorn). Het plangebied heeft een bijzondere positie in het betreffende landschap: het is een soort ‘restgebied’ tussen de A7, de spoortracé Hoorn -Medemblik en de Broerdijksloot (zie afb. 2). Vastgesteld kan worden dat ter plaatsen - behalve de evidente ‘openheid’ - geen bijzondere karakteristieken aanwezig zijn.

14

afb. 10 De planlocatie in de landschappelijk eenheid West-Fries Midden

afb. 11

De planlocatie met rechts de A7 en links het tracé van de spoorlijn Hoorn-Medemblik

Bij een beoordeling van de nieuwe ontwikkeling (m.n. bouwhoogte) zal het effect van de nieuwbouw op de openheid beoordeeld moeten worden. In de Leidraad wordt hieromtrent het volgende opgemerkt;

Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: •

het behoud van het huidige open landschap langs de snelweg A7 en het benadrukken van de continuïteit van het Westfriese landschap aan beide zijden van de snelweg. > Behoud de kwalitatieve open inrichting van de zone langs de snelweg. Wees zeer terughoudend met ruimtelijke ontwikkelingen direct aan de A7 (‘snelwegzichtlocaties’). De onderliggende landschappelijke (verkavelings)structuren zijn steeds leidend en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voegen zich hiernaar.

15 □

Bijzonder Provinciaal Landschap

In Noord-Holland zijn 32 gebieden aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Dit zijn landschappen waarop we extra zuinig zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier.

Het BPL is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. Dit zijn de ‘kernkwaliteiten’ van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere opbouw van de ondergrond. De kernkwaliteiten mogen niet worden aangetast. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. In lijn met de provinciale ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1.

Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. De planlocatie ligt in het ‘BPL Abbekerk en omgeving’ (afb. 12 a, b en c). Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Westfriese Omringdijk en de N239. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door de oude bebouwingslinten van Gouwe, Sijbekarspel, Benningbroek, Midwoud, Oostwoud en Veldhuis. Aan de oostzijde ligt de grens op de provinciale weg N240. De snelweg A7 doorsnijdt het gebied in noord-zuid richting. Het BPL Abbekerk en omgeving omvat het beschermd dorpsgezicht van lintdorp Twisk met zijn vele monumenten en het traject van de historische spoorlijn Hoorn – Medemblik (waarover recreanten een rit met een historische stoomtrein kunnen maken). Het BPL vormt tevens een landschappelijke buffer tussen de grootschalige glastuinbouwclusters ten noorden en ten zuiden van dit gebied. De ‘kernkwaliteiten’ van het BPL zijn hieronder weergegeven.

Afb. 12 a, b

16

De planlocatie in relatie met de kernkwaliteiten BPL ‘Abbekerk en omgeving’ . Afb. 12 c Te zien is dat de planlocatie geen rol speelt m.b.t. de ‘aardkundige en landschappelijke karakteristieken’, noch m.b.t. de ‘ruimtelijke dragers’; daarnaast is de betekenis voor de ‘openheid en ruimtelijke beleving’ betrekkelijk marginaal (zie ook afb. 2 en 10) Een en ander overziende mag verondersteld worden, dat er – mede gezien de vigerende bestemmingsregeling, de grote behoefte en de uitstekende bereikbaarheid – op de planlocatie ontwikkelingsmogelijkheden aanwezig zijn voor de realisering van een logiesgebouw voor arbeidsmigranten.

4.2

De gemeentelijke welstandsnota

De gemeentelijke welstandsnota is gebaseerd op artikel 12a van de Woningwet en art. 9.1 tweede lid van de bouwverordening. Van toepassing is de herziening van 2019. In de nota zijn welstandscriteria voor gebied 20 (Buitengebied) van toepassing (Bijlage 1) Sprake is van een ‘regulier’ welstandsgebied: Het buitengebied in de gemeente Medemblik is regulier welstandsgevoelig. In het landelijk gebied wenst de gemeente een hoge kwaliteit van natuur, milieu en landschap. Duurzaamheid staat centraal. Daarnaast streeft de gemeente naar behoud van het streekeigen karakter In de volgende fase zal het plan aan de welstandscommissie worden voorgelgd.

5.

Milieubeperkingen en omgevingsaspecten

5.1

Milieu

5.1.1

Milieu effect rapportage (M.e.r.)

De Omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan beoogt de mogelijkheid te bieden voor het realiseren van wooncomplex met 117 logieseenheden voor buitenlandse werknemers (ook wel aangegeven als arbeidsmigranten) en bijbehorende voorzieningen.. Voor een activiteit dat is opgenomen in de zogenaamde D-lijst is een M.e.r.-rapportage een vereiste; voor een activiteit, die onder de drempelwaarde valt, dient een zgn. ‘vormvrije M.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De realisering van een logiescomplex valt in de D-lijst onder punt D-11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), maar valt onder de drempelwaarde. Aangetoond moet worden dat het uitgesloten is dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Op 7 juli 2017 is het Besluit M.e.r. gewijzigd. Beoordeeld dient te worden of er een vormvrije M.e.r. beoordeling noodzakelijk is voor de bouw van het wooncomplex voor arbeidsmigranten. Dit moet - afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling - in principe geschieden in de vorm van een ‘aanmeldingsnotitie’ (wordt in voorkomende gevallen zo nodig separaat aan de gemeente geleverd). In deze paragraaf wordt een beperkte toetsing M.e.r. gedaan:

17

□

Kenmerken van het project

▪

Relatie met drempel D lijst

De realisering van een logiescomplex voor arbeidsmigranten valt in de D-lijst onder punt D-11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), maar valt onder de drempelwaarde. ▪

Cumulatie met andere projecten.

Nee ▪

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Gebruik bouwmaterialen tijdens de bouw en gebruik energie tijdens exploitatie. ▪

Productie afvalstoffen

Huishoudelijk afval, afvalwater ▪

Verontreiniging en hinder

Veroorzaakt uitstoot van CO2 en luchtverontreiniging, zowel door de wooneenheden als door het extra autoverkeer (zie de bijlage Aeriusberekening) ▪

Risico voor ongevallen

Het project veroorzaakt geen risico voor derden. □

Plaats van het project

▪

De aard en kwaliteit van de projectlocatie

De locatie is gelegen in het landelijk gebied van Benningbroek tussen de A7 en de recreatieve spoorlijn Hoorn - Medemblik. De directe omgeving is aan te merken als agrarisch productiegebied. De planlocatie is gezien de ligging en bereikbaarheid zeer geschikt voor een logiescomplex voor arbeidsmigranten omdat de locatie goed bereikbaar is, de gebruikers overwegend werkzaam zijn in het agrarische gebied en voorziening in omliggende kernen zowel met de auto als de fiets uitstekend bereikbaar zijn. Tenslotte kan in het onderhavige geval ook worden vermeld, dat de locatie op slechts 4 km is gelegen vanaf de productielocatie van de units, hetgeen een bijdrage betekent aan de duurzaamheid. In de omgeving zijn geen functies aanwezig, die qua milieu onevenredige hinder opleveren voor nieuwe logiesverblijven en omgekeerd zullen deze geen nadelige invloed hebben op de exploitatiemogelijkheden van de aanwezige niet-woonfuncties. De gronden hebben geen bijzondere landschappelijke betekenis. De locatie is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Er zijn voor het overige geen waarden aan het bouwterrein toe te kennen, die bescherming behoeven of noodzaken tot het nemen van bijzondere maatregelen. Er is bodemonderzoek gedaan; voor het toekomstig gebruik voor woningen zijn geen belemmeringen aanwezig. ▪

De omvang van het project

Het aantal logies-eenheden is 72, elk voor maximaal 2 personen. ▪

Mogelijke schadelijke effecten van de functie

Er worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt en geen afvalstoffen geproduceerd. Er is bij de logiesfunctie geen sprake van verontreiniging van en hinder voor de omgeving en er is geen sprake van emissie van schadelijke stoffen.

18 □

Kenmerken van het potentiële effect

▪

Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Potentiële effecten zullen uitsluitend lokaal optreden; er zijn geen regionale of landsgrensoverschrijdende effecten. ▪

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Verbruik van bouwmaterialen is eenmalig. Overige effecten zijn permanent. ▪

Verwerking afval en productie

CO2 en luchtverontreiniging kan met nieuwe technologie op termijn worden verminderd. Hiermee is in voldoende mate aangetoond dat het uitgesloten is, dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn naar aanleiding van het realiseren van een logiescomplex met 82 logieseenheden met 2 bedden voor tijdelijke arbeidsmigranten op de betreffende locatie. 5.1.2

Bodem en grondwater

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging moet verkennend bodemonderzoek uit worden gevoerd. □

Verkennend bodemonderzoek

Na meer duidelijkheid omtrent de definitieve planvorming zal het onderzoek worden uitgevoerd.. De paragraaf ‘Conclusie’ uit het bodemonderzoeksrapport zal worden weergegeven in Bijlage 4. Het integrale rapport zal bij de digitale levering als separate Bijlage B aan de stukken worden toegevoegd

5.1.3

Water

In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen (of het voeren van vergelijkbare procedures). In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) dat verplicht is bij ruimtelijke procedures, wordt vooroverleg gepleegd met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. □

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. □

Watertoets

Voor het voorliggende project is een digitale watertoets gedaan waarvan het resultaat is bijgevoegd bij deze toelichting als Bijlage 7. Omdat de planlocatie onbebouwd is en derhalve sprake is van een evidente toename aan verharding, heeft het plan invloed op de waterhuishouding. Hierna worden kort de belangrijkste punten beschreven.

19 ▪ Watercompensatie Op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, moet bij een toename van meer dan 800 m2 bebouwd of overig verhard oppervlak binnen stedelijk gebied, minstens 10% van het extra bebouwde of verharde oppervlak worden gecompenseerd door middel van nieuw oppervlaktewater. Dit water moet worden gerealiseerd binnen hetzelfde peilvak en dient blijvend in open verbinding te staan met de rest van het watersysteem. Gezien het feit, dat de locatie horecavoorziening was bestemd met een beperkt oppervlak en het bestemmingsplan een bebouwingoppervlak van ca. 900 m2 toestaat, dient een berekening gemaakt te worden hoeveel aan watercompensatie nodig is en waar dit in welke vorm wordt gerealiseerd. Oppervlakte projectgebied: 8212 m2 Verharding logiescomplex met wegen en paden; Verharding wegen en parkeren (half verhard) Totaal verharding x 10% watercompensatie = 400 m2

:

3000 m2 1000 m2 (percentage p.m.)

▪ Waterkering De projectlocatie is niet gelegen in of op een bij de Legger van het Waterschap aangewezen primaire of regionale waterkering. ▪ Waterkwaliteit en riolering Bij de nieuwbouw zullen geen materialen worden toegepast, welke een verontreinigende werking hebben op hemelwater en/of grondwater en de afvoer van hemelwater vindt gescheiden plaats ten opzichte van het riool. Het initiatief heeft geen gevolgen voor de waterkwaliteit. Een woonbestemming zorgt niet voor een verhoogd risico op een slechtere waterkwaliteit. Voor de afvoer van (vuil)water wordt aangesloten op de aanwezige voorziening. Het hemelwater kan als schoon worden beschouwd en zal gescheiden van de riolering worden afgevoerd. Tenslotte kan nog worden vermeld, dat de planlocatie is gelegen op het niveau - 1,80 NAP, hetgeen op gespannen voet staat met het uitgangspunt om het bouwen van woningen onder NAP waar mogelijk te beperken. Hieromtrent is het volgende van belang: De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn samen met medeoverheden bezig met het ontwikkelen van een richtinggevend kader. Doel van het kader is de ondersteuning van het regionale proces om een bewuste afweging te maken over waar wordt gebouwd gegeven het water en bodem systeem en de risico’s vanuit wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid.

Dit kader is richtinggevend voor gebiedsontwikkeling en keuzes die bevoegde gezagen maken. Hiermee worden water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming, aldus de minister en staatssecretaris. Er wordt verwacht dat de definitieve versie van het kader in het najaar van 2023 kan worden gepresenteerd. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat nieuwbouw onder NAP niet definitief tot het verleden behoort, in ieder geval als het aan de politiek ligt. Nieuwbouw echter zal binnen bepaalde risicogebieden niet snel meer worden gerealiseerd. Voor het overige is bouwen onder NAP volgens ons kabinet toekomstbestendig, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Wat die voorwaarden precies zullen zijn, moet nog blijken. Voorshands wordt in dit verband alleen benadrukt dat het niet verstandig is om nieuwbouw te realiseren in o.a. de diepste delen van de (diepe) polders (t/m ca. 6,00 meter min ANP) De diepte van de voorliggende locatie behoort daar met zijn 1,80 m’ beneden ANP niet bij. □

Conclusie

Voor de uitvoerbaarheid van het project zijn naar verwachting geen belemmeringen op het aspect waterhuishouding.

20 5.1.4

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening houdt onder andere het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten in. Zo zorgt milieuzonering er voor dat een nieuw bedrijf (of uitbreiding van bedrijvigheid) een passende locatie ten opzichte van woningen kan krijgen. Hiermee wordt zoveel mogelijk hinder bij woningen en andere gevoelige functies voorkomen of beperkt. ( NB.: logiesvoorzieningen zijn formeel geen gevoelige functie). In de geactualiseerde publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) wordt een richtafstanden-lijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven. De afstanden zijn richtinggevend; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Ook heeft een en ander tot doel dat een nieuwe woning of uitbreiding van bestaande woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Hiermee wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden over het uitoefenen van hun activiteiten. Voor dit aspect zijn de volgende gegevens relevant: 1.

De omgeving van het te realiseren logiescomplex is agrarisch gebied.

2.

Op ca. 230 meter ten oosten in een akkerbedrijf aanwezig;

3.

Op ca. 100 meter ten zuiden van het plangebied is een maatschappelijke functie aanwezig;

4.

Op ca. 180 meter ten zuiden bevindt zich een kleine bedrijfsvestiging;

5.

Op ca. 580 meter ten zuiden is een tankstation aanwezig aan de A 7;

Ad. 1

De kleinste afstand tot de agrarisch bestemming is aan de oostzijde van de planlocatie en bedraagt 30 m’. Aandacht moet besteed worden aan het potentiële gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (zie hierna ‘Spuitzone’).

Ad. 2 t/m 4

Deze afstanden zijn zodanig, dat de bedrijfsactiviteiten op de vestigingslocatie geen hinder opleveren voor het (logies)verblijf op de planlocatie en omgekeerd zullen de bedrijven door het (logies)verblijf aldaar niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering. Er wordt ruimschoots voldaan aan de genoemde richtafstanden van de VNG-publicatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=923d6fa9-99d0-4649-8086-6ec3b7bbf9b3