CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

04 P04554_BP_Gemeentewerf Abbekerk_20220816

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling BP Centrumplan Woningbouw Abbekerk (pfh. J. Broeders)24.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Gemeentewerf Abbekerk Gemeente Medemblik Vastgesteld

Bestemmingsplan Gemeentewerf Abbekerk Gemeente Medemblik Vastgesteld

Rapportnummer:

P04554

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0420.BPABBWERF.VA01

Datum:

16 augustus 2022

Projectteam BRO:

RFe, TSc, JvdA, PZu

Concept:

augustus 2018

Voorontwerp:

augustus 2019

Ontwerp:

november 2021, mei 2022

Vaststelling:

29 september 2022

BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 5 6

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie: planbeschrijving

7 7 8

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Betekenis van beleid op ontwikkelingen te Abbekerk

15 15 17 20 22 23

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Bodem 4.8 Water 4.9 Archeologie 4.10 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling

25 25 28 31 32 35 36 38 40 43 44

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Bestemmingen

46 46 46 48

Inhoudsopgave

1

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50 50 50

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Quickscan flora en fauna en aanvullend onderzoek vleermuizen en huismus Bijlage 3: Archeologische quickscan Bijlage 4: Bodem Bijlage 5: Bedrijven en milieuzonering (schietvereniging) Bijlage 6: Water Bijlage 7: MER Aanmeldingsnotitie Bijlage 8: Toetsing afwegingskader wonen Bijlage 9: Stikstof Bijlage 10: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 11: Zienswijzennota

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Medemblik wil in nauwe samenwerking met omwonenden het terrein van de gemeentewerf en de natuurijsbaan aan de Kerkweg in Abbekerk herontwikkelen met maximaal 38 woningen. Er heeft een actief participatieproces plaatsgevonden met als uitkomst een voorkeursscenario voor de herontwikkeling. Dit voorkeursscenario bestaat uit een bouwplan met vrijstaande woningen, aaneengesloten woningen en gestapelde woningbouw en wordt mogelijk gemaakt in voorliggend nieuw bestemmingsplan. Dit nieuwe bestemmingsplan is noodzakelijk omdat het huidige bestemmingsplan geen mogelijkheid biedt voor de herontwikkeling van het gebied.

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen in de kern Abbekerk, gemeente Medemblik. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de straat Noordzicht. De oostelijke grens wordt gevormd door het wandel- en fietspad dat loopt vanaf de Kerkweg tot aan het Noordzicht. Achter dit pad staat de Hervormde kerk van Abbekerk met de bijbehorende begraafplaats. Daarnaast wordt een deel van de westelijke plangrens gevormd door de Dorpsstraat. In het zuiden wordt het plangebied begrensd door de tuinen van de woningen Dorpstraat 58 en Plantsoenstraat 2. Tot slot wordt de westelijke plangrens gevormd door de achtertuinen van de woningen aan de straat Kogge en Dreef. Het plangebied valt binnen zeven kadastrale percelen. Deze percelen staan bekend als de gemeente Noorder-Koggeland, sectie C met perceelnummers 1355 (gedeeltelijk), 1205, 756, 1274, 895, 1278 en 1206. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van circa 11.700 m2. Luchtfoto’s met de ligging en de begrenzing van het plangebied zijn weergegeven in figuur 1.1. Voor de exacte begrenzing van het plangebied verwijzen we naar de verbeelding van het voorliggend bestemmingsplan. Foto’s van het plangebied in de huidige situatie zijn opgenomen in paragraaf 2.1.

Hoofdstuk 1

3

Ligging plangebied in Abbekerk

A7

Globale begrenzing plangebied

Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied

Hoofdstuk 1

4

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied van deze ontwikkeling geldt het bestemmingsplan “Dorpskernen II Herziening 2014” (d.d. 29 september 2016). Een uitsnede van dit bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen:  Maatschappelijk (ter plaatse van de gemeentewerf);  Sport (ter plaatse van de hal van schietvereniging De Vrijheid en het grasveld/de ijsbaan ten zuiden van de Kerkweg);  Bedrijf (klein perceel aan de Kerkweg);  Horeca (ter plaatse van ‘Het Nieuwe Bonte Paard’)  Groen (ter plaatse van de strook tussen de achtertuinen van de woningen aan de straat Kogge en de gemeentewerf);  Verkeer (ter plaatse van de Kerkweg en bijbehorende parkeerstroken);  Wonen (ter plaatse van de Plantsoenstraat 2). Daarnaast is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen.

Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Dorpskernen II Herziening 2014” (d.d. 29 september 2016)

Hoofdstuk 1

5

De toekomstige woningen worden gerealiseerd binnen de bestemmingen Maatschappelijk, Sport en Horeca. Volgens de regels van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden met een maatschappelijke bestemming bestemd voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van maatschappelijke en culturele voorzieningen en daaraan ondergeschikte wegen, paden, nutsvoorzieningen of kleinschalige duurzame energiewinning. Daarnaast zijn de gronden met een sportbestemming bestemd voor sportvelden (met bijbehorende voorzieningen) en gebouwen ten behoeve van sportdoeleinden (met bijbehorende voorzieningen, zoals clubgebouw, kantine en kleedkamers). De gronden met de bestemming horeca zijn op deze locatie bestemd voor horecabedrijven van de categorie 2, inclusief terrassen en andere onderschikte functies (parkeervoorzieningen, wegen en paden, tuinen/ erven en verhardingen, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemmingen is de bouw van woningen niet direct toegestaan. Daarnaast is op de locatie van de toekomstige woningen voor het overgrote deel geen bouwvlak opgenomen. De voorgenomen woningen kunnen niet gerealiseerd worden volgens de regels van het geldende bestemmingsplan. Om de woningen juridisch-planologisch mogelijk te maken is dus een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit document geeft hier invulling aan.

Ten behoeve van de waterhuishouding dienen tevens enkele bestaande watergangen in de nabije omgeving van de ontwikkeling te worden verbreed. Hiertoe zijn er stoken Water bestemd waar de vigerende bestemming Groen is. Tenslotte is ten behoeve van de aanleg van een voorgenomen voetgangersbrug aan de Dorpsstraat een klein stuk watergang met de bestemming Water tot bestemming Verkeer met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 beschrijven we het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 geven we inzicht in diverse milieu-planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 geven we de juridische toelichting op de planopzet. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het plangebied voor een groot deel uit een gemeentewerf van de gemeente Medemblik. Dit terrein is grotendeels verhard en afgesloten met een hekwerk. Op het terrein staan enkele gebouwen (Kerkweg 2 en 4) en overkappingen die voornamelijk gebruikt worden voor de opslag van materiaal. Daarnaast staat er aan de noordzijde van de werf een nutsvoorziening. Het grootste gebouw (Kerkweg 3) van het plangebied wordt gebruikt als schiethal en verenigingsgebouw van S.V. De Vrijheid (schietvereniging). Het meest zuidelijke deel van het plangebied is ingericht als grasveld met omringende bomen. Dit is de natuurijsbaan. Aan de oostkant is momenteel horecavoorziening ‘ Het Nieuwe Bonte Paard’ gelegen. Het plangebied wordt ontsloten via de Kerkweg. Dit is een doodlopende weg die vanaf de Dorpsstraat, langs restaurant Het Nieuwe Bonte Paard, naar het westen loopt. Aan het einde van de Kerkweg is ruimte om te parkeren. Dit parkeerterrein (16 parkeerplekken) wordt in de huidige situatie voornamelijk gebruikt door de bezoekers van restaurant en zalencentrum Het Nieuwe Bonte Paard, bezoekers van de begraafplaats en leden van de schietvereniging.

Figuur 2.1 Huidige situatie in foto’s Hoofdstuk 2

7

2.2 Toekomstige situatie: planbeschrijving Het plan voor het gebied bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 38 woningen in verschillende segmenten en is tot stand gekomen op basis van de gemeentelijke Kaderstellende Notitie 1 en een actief participatieproces met omwonenden. Plankaders De kaders voor de herontwikkeling van het gebied zijn neergelegd in de gemeentelijke Kaderstellende Notitie. Hierna in het kort de 13 kaders waaraan de planontwikkeling dient te voldoen

Kader 1: Gebruiksfunctie Op de locatie Gemeentewerf/ijsbaan realiseren we een nieuw woon- en leefgebied. Kader 2: Identiteit en ambitie De vier pijlers voor de invulling en de uitstraling van het nieuwe woongebied zijn: 1.

Onderscheidend woningaanbod

2.

Sociaal duurzame buurt

3.

Ruimte voor diverse doelgroepen

4.

Benutten van de aanwezige gebiedskwaliteiten: landschappelijke kenmerken, rustige sfeer en ruime opzet.

Kader 3: Aantal woningen De toekomstige ruimtelijke kwaliteit van het woongebied is belangrijker dan het exact aantal te bouwen woningen. Het aantal te bouwen woningen wordt daarom niet vastgesteld. De raad heeft in de structuurvisie van 2012 vastgesteld dat op de locatie Gemeentewerf/ijsbaan maximaal 20 woningen kunnen worden gerealiseerd. Kader 4: Doelgroepen en differentiatie De woningdifferentiatie sluit aan op de regionale behoefte. Het hele terrein heeft een hoge mate van woningdifferentiatie. Een bepaalde mate van flexibiliteit in de aantallen en de percentages is gewenst om indien nodig, fasegewijs in te kunnen spelen op onvoorziene ontwikkelingen in de woningmarkt en de woonwensen. Alle woningen zijn levensloopbestendig, waardoor woningen eenvoudig zijn aan te passen aan verschillende levensfasen van bewoners. Het bouwen van kangoeroewoningen wordt mogelijk gemaakt. Kader 5: Stedenbouwkundige en planologische uitgangspunten: Bij de uitwerking van het gebied sturen we op een samenhangend bebouwingsbeeld: er is een zorgvuldige overgang tussen de nieuwbouw, de openbare ruimte en de kenmerken van omliggende woongebieden. Creativiteit en keuzevrijheid zoeken we op blok- en/of woningniveau; hier bieden we ruimte aan creativiteit en individuele woonwensen. We geven in dit kader een nadere invulling met de volgende uitgangspunten: -

voornamelijk laagbouw (maximaal 2 lagen met kap) op het volledige terrein, met een reservering voor een ruimtelijk accent in het midden van het gebied. Daarbij denken we aan één gebouw van eveneens maximaal 2 bouwlagen met kap;

-

een heldere en veilige ontsluitingsstructuur voor auto’s en praktische ontsluitingen voor fietsers en voetgangers op omliggende wegen. Geen doorgaande routes om sluipverkeer te voorkomen;

-

een zorgvuldige overgang tussen de nieuwe kavels en de aangrenzende erven van omliggende bestaande woningen. Met omwonenden verkennen we in het kader hiervan in een vroeg stadium de mogelijkheden voor tuinvergroting en/of grondruil en extra overgangen door middel van groenvoorzieningen. De uitwerking en haalbaarheid hiervan gaan we bij de Gebiedsvisie onderzoeken;

-

in het project zijn beperkte mogelijkheden voor het realiseren van waterpartijen. Bij de waterhuishouding wordt rekening gehouden met mogelijke effecten van klimaatverandering.

1

Gemeente Medemblik, Kaderstellende Notitie Locatie Gemeentewerf/IJsbaan Abbekerk, 18 oktober 2017

Hoofdstuk 2

8

Kader 6: Welstand en ruimtelijke kwaliteit Voor de locatie Gemeentewerf/ijsbaan ontwikkelen we in de Gebiedsvisie ‘spelregels’, waaraan de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing wordt getoetst. Het uitgangspunt is het borgen van een samenhangend straat-/bebouwingsbeeld.

Voor de CPO/PO locaties bieden we ruimte voor meer experimentele, vernieuwende bouw. In het kader van de Gebiedsvisie onderzoeken we of voor deze locaties een welstandsarm regime kan worden aangewezen. Kader 7: Ontwikkelstrategie De gemeente is eigenaar van het gehele plangebied. De gemeente maakt de grond bouwrijp. Nadat de grond bouwrijp is gemaakt geeft de gemeente de bouwgrond (gefaseerd) uit aan diverse partijen die tot ontwikkeling kunnen overgaan. De gemeente neemt de aanleg van de openbare ruimte op zich. Er is sprake van actief grondbeleid.

….. Kader 8: Varianten De “plusvariant” voor kwaliteit openbare ruimte, participatie (inclusief CPO) en duurzaamheid is uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de locatie Gemeentewerf/ijsbaan. Kader 9: Duurzaamheid Voor de locatie Gemeentewerf/ijsbaan stimuleren we toepassing van energiebesparende maatregelen en duurzame energieopwekking. We gaan gas-loos bouwen op deze locatie. De waterhuishouding wordt afgestemd op mogelijke toekomstige effecten van klimaatveranderingen. Materiaalgebruik voor bebouwing en openbare ruimte moet duurzaam zijn. Kader 10: Begrenzing plangebied Binnen het plangebied liggen de percelen van de Schietvereniging en aangrenzend aan het plangebied ligt Café Het Nieuwe Bonte Paard. Deze functies worden niet gewijzigd. Wel wordt voor de infrastructuur in de planvorming rekening gehouden met het feit dat deze functies mogelijk in de toekomst kunnen wijzigen.

Kader 11: Exploitatie Uitgangspunt is een kostendekkende exploitatie, gebaseerd op de keuze voor de ‘plusvariant’. Kader 12: Planning Uitgangspunt is dat voor dit project de standaardprocedure voor een bestemmingsplan doorlopen wordt inclusief het ter visie leggen van het Voorontwerpbestemmingsplan. Kader 13: Relatie met ontwikkelingen Dorpshuis Abbekerk De projecten Dorpshuis en woningbouw gemeentewerf / ijsbaan worden nauwkeurig op elkaar afgestemd.

Met de nieuwe woonbuurt wil de gemeente Medemblik ervoor zorgen dat er in Abbekerk voor de komende jaren een voldoende aantrekkelijk en passend woningaanbod is voor diverse doelgroepen. De omvang en de ligging van deze locatie biedt goede mogelijkheden voor gemoedelijk wonen in een prettige dorpse omgeving op loopafstand van winkel- en sportvoorzieningen. Er wordt ingezet op vier pijlers: 1. Sociaal duurzame buurt: de mens centraal, kwaliteit van leefomgeving en oog voor gezondheid en onderlinge betrokkenheid. CPO kan hier een bijdrage aan leveren. De ligging van de woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte kunnen aanleiding geven tot samenleven. 2. Ruimte voor diverse doelgroepen. 3. Aantrekkelijke en gedifferentieerde woningbouw voor verschillende woonvormen. 4. Benutten van de aanwezige gebiedskwaliteiten: aansluiten bij de sfeer en de kwaliteit van de aangrenzende woongebieden.

Hoofdstuk 2

9

In de regio, in de gemeente Medemblik en ook in Abbekerk is er verschil tussen de potenties op de woningmarkt en de bestaande woningvoorraad. Om in te spelen op de toekomstige woningbehoefte is het belangrijk dat er niet meer van hetzelfde gebouwd wordt, maar dat de nieuwbouw onderscheidend is. Het gaat om onderscheid in woningtype, prijs en architectuur. Stedenbouwkundige en planologische uitgangspunten Daarnaast bevat de Kaderstellende Notitie stedenbouwkundige en planologische uitgangspunten.  Een samenhangend bebouwingsbeeld: er is een zorgvuldige overgang tussen de nieuwbouw, de openbare ruimte en de kenmerken van omliggende woongebieden;  Creativiteit en keuzevrijheid worden gezocht op blok- en/of woningniveau;  Voornamelijk grondgebonden laagbouw (maximaal 2 lagen met kap) op het volledige terrein, met een reservering voor een ruimtelijk accent in het midden van het gebied (max. 3 bouwlagen);  Een heldere en veilige ontsluitingsstructuur voor auto’s en praktische ontsluitingen voor fietsers en voetgangers op omliggende wegen. Geen doorgaande routes om sluipverkeer te voorkomen;  Een zorgvuldige overgang tussen de nieuwe kavels en de aangrenzende erven van omliggende bestaande woningen;  In het project zijn beperkte mogelijkheden voor het realiseren van waterpartijen. Eventueel noodzakelijke watercompensatie wordt op een andere locatie gerealiseerd.

Bij de waterhuishouding wordt rekening gehouden met mogelijke effecten van klimaatverandering. De toekomstige ruimtelijke kwaliteit van het woongebied is belangrijker dan het exact aantal te bouwen woningen. Het aantal te bouwen woningen wordt daarom niet vastgesteld. De raad heeft in de Structuurvisie 2012-2022 en het Programma Wonen 2018-2026 vastgesteld dat op de locatie Gemeentewerf/ijsbaan maximaal 20 woningen kunnen worden gerealiseerd (zie par. 3.4). Er wordt echter ook genoemd dat deze plannen nog zacht zijn en daardoor beïnvloedbaar. Participatie Mede op basis van bovenstaande uitgangspunten is met omwonenden een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Daaruit zijn de volgende uitgangspunten voortgekomen:  Creëer een ruimtelijke scheiding door middel van ‘groene randen’ om het plangebied;  Zoek aansluiting in het plan bij de ruime verkaveling en typologie van de woningen aan de Kogge en Plantsoenstraat;  Zoek aansluiting bij de hoogte in de omgeving (maat en schaal bebouwing Abbekerk);  Ontsluit de nieuwe woningen via de Plantsoenstraat middels een nieuwe verbinding;  Realiseer parkeren ‘voor de deur’. Planbeschrijving De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal vijf vrijstaande woningen, waarvan vier aan de noordwestzijde van het plangebied en één woning aan de Plantsoenstraat naast huisnummer 2.

Daarnaast komen er maximaal negen rijwoningen aan de zuidzijde (locatie ijsbaan) en maximaal 24 gestapelde woningen (waarvan 8 op de locatie gemeentewerf en 16 op de locatie van de huidige horecabestemming Het Nieuwe Bonte Paard). In totaal zal het plangebied daarmee ruimte bieden aan maximaal 38 woningen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken worden het bestaande grasveld/ijsbaan en de gemeentewerf heringericht en worden de huidige gebouwen en overkappingen gesloopt. De nutsvoorziening in het noorden van het plangebied en het gebouw dat gebruikt wordt door de schietvereniging blijven behouden.

Hoofdstuk 2

10

De toekomstige grondgebonden en gestapelde woningen krijgen een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. De vier vrijstaande woningen worden gerealiseerd aan de westzijde van het plangebied. Hierbij zullen de achtertuinen grenzen aan de achtertuinen van de vier bestaande vrijstaande woningen aan de straat Kogge. Eén vrijstaande woning wordt gerealiseerd naast de woning aan de Plantsoenstraat 2. De 9 rijwoningen komen aan de zuidzijde van het plangebied, ter plaatse van het huidige grasveld/ijsbaan. De bestaande bomen en de struiken op de zuidelijke perceelsgrens worden gerooid, tenzij deze (in goed overleg) ingepast kunnen worden in het stedenbouwkundig plan. De gestapelde woningen worden gerealiseerd aan de oostzijde van het plangebied, deels op de locatie van een bestaand gebouw van de gemeentewerf en deels ter plaatse van de huidige horecavoorziening ‘Het Nieuwe Bonte Paard’. Voor deze laatstgenoemde ontwikkeling wordt qua bebouwingsvorm gekozen voor een gebouw dat in de uiterlijke verschijningsvorm en positie aan de Dorpsstraat gelijk is aan Het Nieuwe Bonte Paard. De kapvorm (geschakelde dwarsgevels) is identiek aan de huidige vorm. De rooilijn van het appartementencomplex is iets naar achteren gezet om daarmee wat mee ruimte te creëren voor kleine tuintjes c.q. terrassen aan de bestaande watergang.

Om het geheel een wat speelsere indruk te geven en de individualiteit van de woningen te benadrukken, worden in de gevel verbijzonderingen toegepast, passend binnen het beeld dat wordt aangetroffen in de overige bebouwing aan de Dorpsstraat. De toegangsstraat aan de noordzijde wordt als eenrichtingsstraat (ten behoeve van autoverkeer) en tweezijdig fiets/voetpad vormgegeven en gedimensioneerd. Aan deze straat opent het appartementencomplex zich in een V-vorm, waardoor zicht ontstaat op de gezamenlijke binnentuin, waar zich de ontsluiting naar de woningen bevindt. Op de verdieping worden de woningen ontsloten via een galerij. Aan de zuidzijde van het complex is een stijgpunt (lift/trappenhuis) om op de verdieping te kunnen komen. De gevels aan de ontsluitingsstraat zijn opengewerkt zodat er zicht op straat ontstaat. De richting en positie van de twee bebouwingsvleugels worden gericht op de naastgelegen openbare ruimten. Enerzijds betreft dat de Dorpsstraat, waar een getrapte gevel is toegepast (naar analogie van het bestaande pand), anderzijds betreft het parkeerterrein ten behoeve van de appartementen, passend binnen de orthogonale bebouwingsstructuur van het plangebied. In onderstaande figuren wordt de toekomstige bebouwing van het appartementencomplex gevisualiseerd.

Hoofdstuk 2

11

Figuur 2.2 Impressie bebouwing t.p.v. Het Nieuwe Bonte Paard en achterliggend gebied

Figuur 2.3 Appartementencomplex aan de Dorpsstraat en interne ontsluitingsweg

Figuur 2.4 Aanzicht appartementencomplex aan de Dorpsstraat

Figuur 2.5 Aanzicht appartementencomplex vanuit het plangebied

Hoofdstuk 2

12

Met de ontwikkeling wordt naast de bouw van woningen ook de inrichting van het openbare terrein ontwikkeld. De Kerkweg is ter plaatse van ‘Het Nieuwe Bonte Paard’ erg smal en kan minder makkelijk de toename van het verkeer verzorgen (voornamelijk bij het passeren van elkaars voertuigen). Daarom is gekozen om een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen vanaf de Plantsoenstraat, nabij de bestaande parkeerplaats van de tennisvereniging. Deze nieuwe parkeerplaats verbindt het afgetakte deel van de bestaande Kerkweg met de Plantsoenstraat. Om de vrijstaande woningen te bereiken wordt daarnaast vanaf de bestaande Kerkweg een nieuwe weg richting het noorden aangelegd (ter plaatse van het bestaande verharde terrein van de gemeentewerf). De bestaande langzaamverkeersroutes van de Kerkweg naar het Noordzicht en vanaf de Kerkweg naar de Dreef blijven behouden. Ook wordt een nieuwe langzaamverkeersroute aangelegd vanaf de nieuwe woningen naar het parkeerterrein aan de Plantsoenstraat. Binnen het plangebied worden 60 parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast kan bij de vrijstaande woningen op eigen terrein dubbel worden geparkeerd. Door dubbelgebruik kunnen nog 6 extra parkeerplaatsen worden gebruikt, hetgeen het totaal aantal parkeerplaatsen op 76 brengt. De inrichting van het plangebied ter plaatse van de huidige gemeentewerf en de ijsbaan is in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 2.6: Stedenbouwkundige impressie plangebied

Hoofdstuk 2

13

Beeldkwaliteitsplan Voor de locatie Gemeentewerf/ijsbaan zijn spelregels opgesteld waaraan de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing dient te worden getoetst. Dit is samengevat in een Beeldkwaliteitsplan; dit plan is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. Een beeldkwaliteitsplan geeft richting aan de stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke uitwerking van het ontwerp. Het is een inspiratiebron voor architecten, zelfbouwers en de inrichters van de openbare ruimte. Ook dient het plan als leidraad en toetsingskader voor de beoordelingen van omgevingsvergunningen en de welstandsbeoordeling. Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee de brug tussen de uitgangspunten en gedachten achter het stedenbouwkundig plan en de daadwerkelijke bouwfase. Het zorgt derhalve dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte tot uitdrukking komt. De welstandsnota van gemeente Medemblik uit 2019 vormt de basis voor dit beeldkwaliteitsplan. Beeldkwaliteitsrichtlijnen uit de welstandnota zijn in dit beeldkwaliteitsplan doorvertaald voor de betreffende locatie. Voor de richtlijnen verwijzen we kortheidshalve naar het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan.

Figuur 2.7: Stedenbouwkundige plantoelichting

Figuur 2.8: Referenties beeldkwaliteitsplan

Hoofdstuk 2

14

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk lichten we het beleidskader toe dat relevant is voor het plan en we toetsen het plan hieraan. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld, die op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Deze zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Conclusie Met dit initiatief worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De Nationale Omgevingsvisie heeft dan ook geen invloed op dit plan.

Hoofdstuk 3

15

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijk ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd wordt dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De Ladder ziet toe op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De Ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

Conclusie Voorliggend plan is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte:  De maximaal 38 woningen die zijn voorzien passen binnen de regionale kwantitatieve woningbehoefte van 780 woningen in West-Friesland tot aan 2021, zoals vastgelegd in de Regionale Woonvisie West-Friesland 2017 (zie par. 3.3).  Daarnaast voorziet het aantal woningen in de actuele, kwantitatieve, lokale behoefte van 1.200 woningen tot aan 2026, zoals vastgelegd in het gemeentelijk Programma Wonen 2018-2026 (zie par. 3.4). Het initiatief is opgenomen in de totale plancapaciteit van de gemeente Medemblik.  Het initiatief sluit aan op het provinciaal en regionaal woonbeleid en sluit aan bij de acties van het RAP (zie par. 3.4), waarin de noodzaak tot groei, verstedelijking en verdichting binnen het bestaand stedelijk gebied van belang wordt geacht. Voorrang wordt gegeven aan projecten die binnen het bestaande stedelijke gebied (conform de definitie van het Rijk voor de Ladder en conform de definitie van de provincie) liggen. 2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

16

Het plan kent verschillende woningsegmenten van vrijstaande koop tot huurappartementen en van diverse grootten en prijscategorieën.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. In deze visie wordt de ambitie beschreven te zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie worden vijf samenhangende bewegingen omschreven die laten zien hoe de provincie wil omgaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. De provincie geeft aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen:  Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.  Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem moet de agglomeratiekracht vergroot worden.  Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.

 Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.  Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Eén van de uitgangspunten onder de beweging ‘sterke kernen, sterke regio’s’ is ‘concentreren in kernen, passend bij de rol in regionaal netwerk’. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en –dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Ook hier kan in regionale afstemming meer onderscheid in worden gemaakt.

Het gaat in ieder geval om:  Centrumsteden fungeren als kloppend hart voor de omliggende regio’s  Groenstedelijke kernen bouwen  Dorpskernen zorgen voor behoud van voorzieningen in het landelijk gebied Bij de dorpskernen lopen de functies en karakters van de vele kernen ver uiteen. Er worden in regionaal verband keuzes gemaakt over welke dorpskernen als voorzieningencentra (blijven) fungeren. Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en de leefbaarheid in deze gebieden. Er is daarnaast een zeer divers beeld van de sociale cohesie (denk hierbij aan bijvoorbeeld een bruisend verenigingsleven) en ontwikkelkracht per kern. Dit vraagt daarom ook om maatwerk, in samenspraak met de lokale bevolking en ondernemers.

Hoofdstuk 3

17

Conclusie Dit woningbouwplan past binnen de provinciale beleidskaders, waarin sprake is van compact bouwen op een binnenstedelijke locatie. Dit gebeurt op een schaal die past bij Abbekerk en de gemeente Medemblik (zie paragraaf 3.3 en 3.4). Leidraad landschap en cultuurhistorie / Provinciale Ruimtelijke Verordening De provincie Noord-Holland heeft in de Structuurvisie 2040 ruimtelijke kwaliteit, naast klimaatbestendigheid en duurzaam ruimtegebruik, opgenomen als één van de drie hoofdbelangen. De ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ (kortweg Leidraad) is een belangrijk instrument om daar richting aan te geven. Deze Leidraad is een vernieuwde versie van de Leidraad uit 2010. Het doel en de werking van de Leidraad zijn vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De PRV beschrijft de provinciale belangen ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn alleen mogelijk indien de Leidraad daarbij wordt toegepast. Die ruimtelijke ontwikkelingen betreffen bijvoorbeeld nieuwe bebouwing, uitbreiding van agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Met deze Leidraad wil de provincie partijen zoals gemeenten, initiatiefnemers, beheerders en ontwerpers stimuleren en inspireren om tot kwalitatieve en duurzame ruimtelijke ontwerpen te komen.

De Leidraad is daarbij ook bedoeld om – in lijn met de ambities van de Omgevingswet en de aankomende provinciale Omgevingsvisie – inzichtelijk te maken welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van belang zijn. De Leidraad wordt een belangrijke bouwsteen voor de provinciale Omgevingsvisie. Voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied van Noord-Holland die bestemmingsplan plichtig is, is een goede onderbouwing van de ruimtelijke kwaliteit vereist. Het plangebied is onderdeel van het ensemble “West-Friesland Midden”. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:  Bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek  Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en  Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Conclusie De uitwerking van de Leidraad is hoofdzakelijk gericht op het buitengebied en de randen van kernen. Het voorliggende bouwplan betreft een binnenstedelijk bouwplan, omringd door bestaande bebouwing uit verschillende periodes. Het bouwplan heeft geen relatie met het buitengebied, maar ligt wel direct achter het dorpslint van Abbekerk. Het plan heeft hier echter geen invloed op. Het lint blijft met het plan herkenbaar en beleefbaar.

Provinciale Woonvisie 2010-2020 (vervallen) Met de provinciale Woonvisie streeft de provincie naar voldoende woningen in een aantrekkelijk woonmilieu en met een passende kwaliteit in het jaar 2020. Dit betekent dat Noord- Hollanders meer dan nu kunnen wonen in het soort woning op die specifieke locatie die zij voor ogen hebben. Om dit te bereiken ontwikkelen de regio’s eigen woningbeleid, Regionale Actie Programma’s en afspraken over programmering (zie par. 3.3).

Hoofdstuk 3

18

De provincie zorgt ervoor dat de regionale afspraken passen binnen de ruimtelijke kaders van de structuurvisie en woonvisie. Ze moeten zo goed mogelijk aansluiten op de behoefte van woonconsumenten. De Provinciale Woonvisie 2010-2020 behandelt drie beleidsmatige speerpunten: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Op 31 maart 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Deze vervangt de Uitvoeringsregeling Woonvisie 2016. Om aan de Provinciale Woonvisie en de Woonagenda uitvoering te geven zijn onder andere drie instrumenten voorhanden: 1. de Regionale Actieprogramma’s Wonen, 2. de regionale woonakkoorden en 3. het Woonfonds. Provinciale Ruimtelijke Verordening De verordening (geconsolideerde versie 28 mei 2019) betreft een juridisch-bindende uitwerking van de Omgevingsvisie en bevat concrete regels die doorwerken naar lagere overheden. Met het bepaalde in de verordening moet dus rekening gehouden worden in een bestemmingsplan. Conclusie In hoofdstuk 2 van de verordening is in artikel 5 Nieuwe stedelijke ontwikkeling het volgende opgenomen: 1.

Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Het plan voorziet in maximaal 38 woningen en kan worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.1 is aangetoond dat het plan bijdraagt aan het invullen van de regionale en gemeentelijke woonbehoefte Omgevingsverordening NH2022 De nieuwe Omgevingsverordening NH 2022 in voorbereiding. De Omgevingsverordening NH2022 is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2023). Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt, dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Voor de omgevingsverordening geldt bij de invoering van de Omgevingswet geen overgangsrecht, zodat de omgevingsverordening gelijktijdig met de Omgevingswet in werking moet treden. Daarnaast zijn een aantal specifieke onderwerpen toegevoegd, te weten op het terrein van natuur en milieu en de Regionale Energie strategieën 1.0 (RES’en 1.0). De RES’en 1.0 zijn leidend voor wind op land. Ook is uitvoering gegeven aan moties en toezeggingen die voortkwamen uit de behandeling van de Omgevingsverordening NH2020 in Provinciale Staten.

Er heeft geen heroverweging van de Omgevingsverordening NH2020 plaats gevonden tenzij hier een directe aanleiding of noodzaak toe was.

Hoofdstuk 3

19

3.3 Regionaal beleid Structuurschets West-Friesland Westfriesland is een regio met veel kwaliteiten. De regio ligt prachtig aan het Markermeer/IJsselmeer, heeft een vitale, diverse agrarische sector, kent mooie steden, bestaat uit aantrekkelijke landschappen en bezit een sterke ondernemersgeest. Een regio die gunstig gelegen is in Noord- Holland ten opzichte de dynamische Amsterdamse regio en goed verbonden is. Om de regio verder te versterken is het Pact van Westfriesland opgesteld. De zeven gemeenten van Westfriesland hebben aangegeven dat ze binnen vijf jaar tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland willen horen. Om die ambitie te bereiken heeft de regio onder andere deze structuurschets opgesteld. De Regionale Economische Agenda (REA) en de Sociale agenda Westfriesland hebben economische en sociale structuurversterking als ambities. Deze structuurschets bevat een ruimtelijke uitwerking van deze ambities en voegt er ruimtelijke structuurversterking als derde ambitie aan toe. De essentie van de structuurschets:  De structuurschets is uitvoeringsgericht en biedt een uitnodigend verhaal dat regionale partijen en initiatiefnemers verleidt om mee te bouwen aan de toekomst van de regio.

Een structuurschets die niet alles vastlegt, maar ruimte en flexibiliteit biedt aan initiatieven van, en gericht is op samenwerking tussen, publieke, private en maatschappelijke partijen.  ‘Elkaar iets gunnen’: er wordt gedacht vanuit het regionaal belang. Wat goed is voor de regio, is goed voor alle gemeenten. Keuzes zijn gebaseerd op regionale kwaliteiten, potenties en marktkansen en niet op basis van gemeentegrenzen.  ‘Integratie van beleid’: er is veel beleid beschikbaar: soms recent, soms iets ouder; soms integraal en soms sectoraal. Dit beleid heeft een plek gekregen in de structuurschets.  Inhoudelijk en procesmatig is ‘in de geest van de Omgevingswet’ gewerkt. De structuurschets bevat primair de Westfriese visie op de regio. De regio ziet deze structuurschets als inhoudelijke input voor de provinciale omgevingsvisie. De ambities zijn vertaald in zeven doelstellingen. Samen dragen deze bij aan de ambitie om tot de aantrekkelijkste regio’s in Nederland te behoren en spelen ze in op de gewenste economische, sociale en ruimtelijke structuurversterking. Met de zeven doelstellingen wordt bijgedragen aan de ambities uit het Pact en daarmee aan de ‘vijf hoofdindicatoren’, zoals deze zijn benoemd in de ‘Staat van de regio’: wonen, bezoeken, ondernemen, werken en onderwijs.

Voor voorliggend bestemmingsplan zijn met name het zorgen voor woonruimte en het versterken van de externe woonkwaliteit van belang. Westfriesland zorgt voor woonruimte voor de Westfriese bevolking Westfriesland is relatief fors aan het vergrijzen. De regio zal moeten inspelen op deze opgave, zeker de komende jaren. Senioren gaan in belangrijke mate de woningvraag bepalen. De regio kampt met een eenzijdig woningaanbod, veel eengezinswoningen met tuin in een rustige woonbuurt. Deze voorraad voldoet maar beperkt aan de woonwensen. Meer diversiteit is gewenst. De opgave is sterk kwalitatief: het grootste deel van de toekomstige woningvoorraad is nu al aanwezig. Veel aandacht dient uit te gaan naar het transformeren, aantrekkelijk houden en verduurzamen van deze voorraad.

Hoofdstuk 3

20

Opgaven:  Zorg dat de bestaande voorraad aantrekkelijk blijft;  Verduurzaam en transformeer de bestaande voorraad, maak deze deels levensloopgeschikt;  Bouw nieuwe woningen gericht op alle doelgroepen, deels ook levensloopgeschikt. Westfriesland versterkt de externe woonkwaliteit Specifieke groepen kunnen worden verleid om in Westfriesland te gaan wonen, uitgaande van de unieke kwaliteiten van de regio. Voor (hoger opgeleide) gezinnen die zoeken naar aantrekkelijke woonplekken in de luwte van de Amsterdamse regio zijn de Hoornse binnenstad of de landelijke gebieden nabij de A7 of de kust (herontwikkeling van bebouwing in kleine kernen en linten) een aantrekkelijk perspectief. Ook voor werknemers van Agriport is Westfriesland een interessant alternatief. Dit gaat niet om grote aantallen, maar om een kwalitatief, vraag-gestuurd aanbod. Een betere promotie van het aanbod banen (voor hoger opgeleiden) in de technische en de agrarische sector verleidt potentiële bewoners eveneens. Opgave:  Maak aantrekkelijke, onderscheidende woonmilieus voor (hoger opgeleide) werknemers op bijzondere plekken. Regionale Woonvisie West-Friesland 2017 De regio West-Friesland hanteert voor de beoordeling van woningbouwplannen de Regionale Woonvisie die door de betreffende gemeenteraden in 2017 vastgesteld is.

Daarin zijn afspraken gemaakt over de woningverdeling in de regio voor de periode 2017 t/m 2026. De actuele ontwikkelingen (gewijzigd huurbeleid, nieuwe wetgeving, veranderingen in woningmarkt, demografie en economie) werkt de gemeente uit in een lokaal woonprogramma (zie Programma Wonen par. 3.4). Doel van deze Woonvisie is om de Westfriese bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen en zoveel mogelijk een breed scala aan woonwensen en woningbehoefte van de inwoners binnen de regio te realiseren. West-Friesland wil behoren tot de 10 beste woonregio’s van Nederland en wil door deze aantrekkelijkheid ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. Dit doen ze door vraaggericht, complementaire woningen en woonmilieus aan te bieden. De speerpunten die daarbij horen zijn:  Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen.  Vitale kernen: leefbaar West-Friesland tot in de kern.  Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten.  Scheiden van wonen en zorg: Langer Zelfstandig Wonen bevorderen.  Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven Woningmarkt In Westfriesland neemt in de periode 2016 - 2030 het aantal huishoudens toe met circa 8.500 (+9%). Na 2026 vlakt deze wel af (provinciale prognose). Hetzelfde gaat op voor de woningbehoefte in Westfriesland.

In de volgende tabel staat de huishoudensontwikkeling en de woningbehoefte per gemeente.

Hoofdstuk 3

21

Conclusie Na Hoorn heeft de gemeente Medemblik over de gehele periode (tot aan 2030) een belangrijke rol als het gaat om de regionale woningmarkt en het faciliteren van de groei van het aantal huishoudens en de bijbehorende woningbehoefte. De ontwikkeling van 38 woningen op de locatie IJsbaan/ Gemeentewerf geeft hier invulling aan en sluit aan bij de speerpunten van het beleid. RAP Wonen West-Friesland 2017-2021 Het RAP Wonen West-Friesland 2017-2021 betreft de uitvoeringsagenda van de Regionale Woonvisie. In dit Regionaal Actie Programma Wonen (RAP) voor West-Friesland werken de West-Friese gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Enkhuizen Drechterland en Stede Broec samen aan een evenwichtig en afgestemd actieprogramma voor het woonbeleid in de regio. Naast de gemeenten, hebben ook betrokken marktpartijen zoals woningcorporaties, zorgpartijen, bouwers, ontwikkelaars en huurdersvereniging input geleverd voor dit RAP. Hiervoor zijn verschillende sessies over de Woonvisie georganiseerd. In het RAP zijn de speerpunten uit de West-Friese Woonvisie uitgewerkt in acties. Enkele acties die in lijn liggen met voorliggend woningbouwplan zijn:  Vraaggestuurd bouwen van woningen, met oog voor kleine kernen;  Sturen op een gezonde mix, DNA van wijken;  Transformatie voor nieuwbouw en inbreiding voor uitbreiding.

3.4 Gemeentelijk beleid Programma Wonen 2018-2026 De raad heeft op 13 juli 2017 de regionale woonvisie vastgesteld (zie Woonvisie West-Friesland par. 3.3). Het Programma Wonen is hier de lokale uitwerking van en vastgesteld op 22 februari 2018. Kwantiteit Tot en met 2026 mag de gemeente Medemblik 1.200 woningen bouwen. Hiervan zijn ca. 457 woningen onderdeel van zogenaamde zachte plannen. Dit zijn plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld. In het Programma Wonen is de locatie IJsbaan/ Gemeentewerf aangemerkt als concrete locatie. Op dit moment is het nog een zacht plan, waarvoor voorliggend bestemmingsplan in voorbereiding is. Samen met de regio wordt er gelobbyd voor meer bouwruimte. Tot 2020 komen er 200 nieuwe huurwoningen bij. Als de wachttijden van de corporaties oplopen kan dit aantal worden opgehoogd.

Hoofdstuk 3

22

Kwaliteit De bestaande woningvoorraad is tamelijk eenzijdig. Om onderscheidende en complementaire plannen te ontwikkelen bevat het Programma Wonen een aantal criteria:  Zorg voor meer eigen inbreng bewoners;  Bouw woningtypen die afwijken van wat al veel voorkomt;  Minder voorschriften van de gemeente. Structuurvisie 2012-2022 In de structuurvisie is de locatie Gemeentewerf/ijsbaan aangeduid als ‘kwaliteitslocatie’ die voor 2018 wordt ontwikkeld. Op deze locatie wordt rekening gehouden met de bouw van 20 woningen. Er wordt echter ook genoemd dat deze plannen nog zacht zijn en daardoor beïnvloedbaar. Voorliggend plan voorziet in 38 woningen. Dat zijn er 18 meer dan in de structuurvisie rekening gehouden is. De regionale ambtelijke werkgroep heeft daarom overleg gevoerd. Binnen de regio WestFriesland is namelijk afgesproken dat nieuwe initiatieven worden afgestemd binnen de regio en worden getoetst aan het regionale ‘afwegingskader wonen’ en het rapport ‘Westfries vooruitdenken en Tempo Maken’. Zie voor het verslag van dit overleg de bijlagen. Conclusie De regionale adviesgroep wonen heeft geconcludeerd dat het plan voldoet aan het afwegingskader wonen en aan de uitgangspunten van het Westfries Vooruitdenken.

Het toevoegen van 18 woningen aan het plangebied Gemeentewerf-IJsbaan past binnen de uitgangspunten van het woonbeleid en is een kwalitatieve en kwantitatieve toevoeging op de woningvoorraad in Westfriesland. Programma duurzaamheid Op 16 november 2017 is het programma duurzaamheid vastgesteld. Een ambitie- en strategiedocument dat laat zien op welke wijze Medemblik met de gevolgen van klimaatverandering wil omgaan en invulling geeft aan de afspraken uit het klimaatverdrag van Parijs. De afspraken van Parijs 2015 zijn vastgelegd in het Klimaatverdrag. EU-richtlijnen ondersteunen dit verdrag. Het Rijk heeft in de ‘Nationale klimaatadaptatiestrategie 2016’ vastgelegd dat Nederland ruim onder de 2 graden opwarming moeten blijven. Deze strategie is de landelijke uitwerking van het Klimaatverdrag. Daarnaast koerst het rijk op:  Een verbod op afvalverbranding vanaf 2025;  Aardgasloze woningen in 2050. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de gemeente en voor de inwoners van Medemblik. De urgentie van klimaatverandering en de verstrekkende gevolgen van het Rijksbeleid vragen om een nieuw plan. Daarvoor heeft het college samen met de raad het Programma Duurzaamheid opgesteld. Een programma waarmee de gemeente samen met partners en bewoners haar duurzaamheidsbeleid wil verbreden en versnellen op het gebied van elektriciteit, warmte, grondstoffen en water.

3.5 Betekenis van beleid op ontwikkelingen te Abbekerk De gemeente, de regio West-Friesland en de provincie hebben flinke bouwambities. Uit woningmarktonderzoek3blijkt dat dit ook komt door de vraag vanuit de Metropoolregio Amsterdam. Stimuleren van 3

Woningmarktonderzoek drie locaties Abbekerk (Bureau Stedelijke Planning, 10 mei 2019)

Hoofdstuk 3

23

doorstroming door aantrekkelijke woningen en woonmilieus toe te voegen is hierbij belang, mede omdat de doorstroming tijdens de crisis en door de beperkte nieuwbouw tot stilstand is gekomen. De gemeente geeft aan ook in de kleinere kernen (zoals Abbekerk) te willen bouwen, dit om dorpsgebonden jongeren vast te houden en ruimte te bieden aan ouderen om door te stromen. Ook is de gemeenten geïnteresseerd in bijzondere woonconcepten. In Abbekerk is alleen ruimte voor woningontwikkeling binnen de bebouwde kom, de ontwikkeling van drie inbreidingslocaties voldoet perfect aan deze beleidswens. Binnen Abbekerk is er behoefte aan woningen voor starters, gezinnen en ouderen. Door op een inbreidingslocatie te bouwen voor de vraag naar woningen in Abbekerk vanuit diverse doelgroepen, voldoen de plannen op de drie locatie in Abbekerk perfect aan de diverse beleidsambities.

Hoofdstuk 3

24

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Toetsingskader Verkeer Met de landelijke gemiddelden uit de publicatie ‘Kencijfers parkeren en generatie’ van het CROW kan de te verwachte verkeersgeneratie worden bepaald. In de publicatie wordt een minimum en maximum verkeersgeneratie genoemd. Parkeren Het geldende parkeerbeleid van de gemeente Medemblik ligt vast in de ‘Nota Parkeernormen’ d.d. 25 april 2021. De nota is een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Medemblik, om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. Met behulp van dit toetsingskader moet worden voorkomen dat als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen parkeerproblemen in de openbare ruimte ontstaan. Omdat de parkeervraag mede afhangt van de gebiedstypologie (dichtheid, aanwezigheid openbaar vervoer) is de gemeente Medemblik, mede op basis van het aantal adressen per km2 ingedeeld in de volgende categorieën:  Binnenstad Medemblik: matig stedelijk, centrumgebied;  Overige kernen en Medemblik buiten binnenstad: niet stedelijk, rest bebouwde kom;  Buiten bebouwde kom: niet stedelijk, buitengebied. Onderzoek Verkeer In de huidige situatie heeft het plangebied een maatschappelijke bestemming en bestaat het uit een gemeentewerf, ijsbaan, schietvereniging en een horecavoorziening.

In de toekomstige situatie blijft de schietvereniging gehandhaafd en worden in het plangebied 24 gestapelde, 9 aaneen gebouwde rijwoningen en 5 vrijstaande woningen gerealiseerd. Op basis van kencijfers van het CROW is gekeken wat deze ontwikkeling voor gevolgen heeft voor de verkeersgeneratie ter plaatse. Een gemeentewerf is niet als functie opgenomen door het CROW. Om een indicatie te geven van de huidige verkeersgeneratie is gekozen voor een arbeids-/bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transport). Als bvo (bruto vloeroppervlak) is de oppervlakte van de huidige bijgebouwen en de loods op de gemeentewerf aangehouden. Dit komt in totaal neer op circa 500 m 2. In de navolgende tabel is de toename van het verkeer weergegeven.

Hoofdstuk 4

25

Huidige situatie Gemeentewerf

Gehanteerd in CROW-tool Arbeids-/bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transport)

Aantal 500 m2 bvo

Totaal Nieuwe situatie Vrijstaande woningen Aaneen gebouwde woningen Gestapelde woningen Totaal

Min. verkeersgeneratie (mvt/etm) 20

20 Gehanteerd in CROW-tool Koop, vrijstaand

Max. aantal 5 woningen

Min. verkeersgeneratie (mvt/etm) 39

Koop, drie-onder-één-kap

9 woningen

56

Huur, etage, midden/goedkoop

24 woningen

89

Toename

184 164 mvt/etmaal

In totaal zal de verkeersgeneratie met circa 164 motorvoertuigen per etmaal toenemen. Het verkeer naar het plangebied wordt verspreid via de Plantsoenstraat en de Dorpsstraat richting het plangebied geleid en niet meer enkel via de Dorpsstraat. Parkeren Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van de kern Abbekerk. Volgens de Nota Parkeernormen van de gemeente Medemblik valt deze locatie onder: “Overige kernen en Medemblik buiten binnenstad: niet stedelijk, rest bebouwde kom”. Hierdoor worden de parkeernormen van de middelste kolom uit onderstaande tabel gehandhaafd om het benodigde aantal parkeervakken te berekenen in de toekomstige situatie. Vanuit het plangebied is het niet mogelijk om met een auto verder de omliggende woonwijk in te rijden. Het is qua autoverkeer een afgesloten gebied. Bij een gebrek aan voldoende parkeerplaatsen zijn er geen mogelijkheden om in de aanleggende woonwijk te parkeren. Gevolg is dat er geparkeerd wordt buiten de parkeervakken, hetgeen dient e worden voorkomen. Parkeernormen auto gemeente Medemblik (inclusief bezoek) Binnenstad Medemblik Overige kernen Koop, vrijstaand, 2-onder-een-kap 1,8 2,3 Koop, tussenwoning en hoekwoning 1,5 2,0 Huur, etage, midden/goedkoop 1,1 1,4

Buitengebied 2,4 2,0 1,4

Figuur 4.1: Parkeernormen auto voor woningen

Parkeerbehoefte overige (omliggende) functies Schietvereniging De schietvereniging die momenteel reeds aanwezig is blijft in de nieuwe situatie gehandhaafd. Deze club heeft ca. 60 leden is op woensdagavond en vrijdagavond vanaf 20:00 uur geopend. De club heeft 12 parkeerplaatsen nodig (huidig gebruik). Bezoekers van deze schietvereniging (na 20.00 u) zullen pas na thuiskomst van de bewoners in het plangebied een parkeerplaats nodig hebben. Dubbelgebruik is hier niet van toepassing.

Hoofdstuk 4

26

Begraafplaats Er hoeft geen rekening gehouden te worden met de parkeerbehoefte voor de begraafplaats gezien er slechts ca. 10 plechtigheden per jaar plaatsvinden. Daarbij vinden deze plechtigheden overdag plaats, wanneer de bezettingsgraad van de parkeerplaatsen laag is en er sprake is van ‘dubbelgebruik’. In de huidige situatie grenst een horecavoorziening aan de begraafplaats. Het is logisch dat genodigden bij begrafenissen hun auto nabij deze voorziening parkeren. Deze horecavoorziening zal echter verdwijnen, waardoor de noodzaak van de aanleg van parkeerplaatsen ook verdwijnt. Daarnaast is er overloop beschikbaar op het parkeerterrein van de tennisvereniging aan de Plantsoenstraat en op het Burgemeester Kromplein. Hiermee is bij drukte voldoende parkeergelegenheid op loopafstand gegarandeerd. Bezoekers kapel Gezien het incidentele karakter van deze kapelbezoeken (die tevens naar verwachting ook niet in grote groepen zullen plaatsvinden) wordt het niet nodig geacht hiervoor parkeerplaatsen te realiseren. Bezoekers zullen naar verwachting ’s avonds nadat thuiskomst van bewoners hun bezoek brengen aan de kapel. Zij zullen dus niet de parkeerplaatsen van de bewoners ‘bezetten’ maar enkele straten verderop binnen Abbekerk parkeren.

Parkeerberekening Aan de hand van de parkeernormen uit de nota Parkeernomen 6 maart 2014 van de gemeente Medemblik is de toekomstige parkeerbehoefte berekend (zie onderstaande tabel). Voor ieder type woning is een verschillende parkeerbehoefte. Geconcludeerd wordt dat er (afgerond) 76 parkeerplekken noodzakelijk zijn om in de parkeerbehoefte van de toekomstige woningen te kunnen voorzien. Nieuwe situatie Vrijstaande woningen Aaneen gebouwde woningen Gestapelde woningen Schietvereniging Totaal

Gehanteerd Koop, vrijstaand Koop, rij

Aantal 5 woningen 9 woningen

Min. openbare pp. 2,3 x 5 = 11,5 9 x 2 = 18,0

Huur, etage, midden/goedkoop Schietbanen

24 woningen 14 banen

24 x 1,4 = 33,6 12,0 (huidig gebruik) 75,1 parkeerplaatsen

In het inrichtingsplan wordt rekening gehouden met de aanleg van 2 in plaats van 1 parkeerplaats op het eigen terrein. Dit betekent dat 10 parkeerplaatsen op eigen terrein worden ontwikkeld. Indien een ontwikkeling meerdere functies kent, is het in theorie mogelijk om parkeerplaatsen voor meerdere functies in te zetten. Dit geldt niet voor de bestaande parkeerplaatsen en parkeerplaatsen die vast toebehoren aan een bepaalde gebruiker. Een voorbeeld is een privé-oprit bij een woning. Indien er niet vast toebedeelde parkeerplaatsen zijn en een ontwikkeling meerdere functies kent, dan kan een ‘dubbelgebruik’-toets uitgevoerd worden om de parkeereis te bepalen. De parkeereis wordt bepaald door het piekmoment. Uit de berekening van het dubbelgebruik van de gebruikers van de 24 appartementen, rijtjeswoningen en de bezoekers van de schietvereniging is er sprake van een vermindering van de aanleg van 6 openbare parkeerplaatsen. Resumerend komt het totaal aantal parkeerplaatsen daarmee op de gewenste omvang van 76 parkeerplaatsen. Conclusie Uit paragraaf 2.2 blijkt dat er met het voorliggende plan in totaal 76 parkeerplekken gerealiseerd worden, waarvan 60 openbare plekken en 10 plekken op eigen terrein. Daarnaast is sprake van 6 plaatsen met dubbelgebruik. Dit betekent dat het totaal benodigd aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd.

Het plan voldoet aan de nota Parkeernormen van 24 april 2021.

Hoofdstuk 4

27

4.2 Geluid Toetsingskader Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  De toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  De aanleg van een nieuwe weg;  De reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Tabel: Breedte geluidszones langs wegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=8b9da2ef-5464-4214-96ec-9da28b8406c5