04 DOC-20-312498 - Bijlage: Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021
Tekst van het document
b.
van een (afzonderlijke) seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van artikel 3:42, tweede lid van deze wet.
Artikel 3:8
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
1.
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.
2.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie en
b.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met of krachtens het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.
32
Artikel 3:9 1.
Straatprostitutie
Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a.
op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
b.
gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
2.
Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door het bevoegd gezag het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
3.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid van deze verordening, kan door het bevoegd gezag aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
4.
De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b van deze verordening.
5.
De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 3:10 (Vervallen)
Sekswinkels
Artikel 3:11
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
(Vervallen) AFDELING 3
Beslistermijn en weigeringsgronden
Artikel 3:12
Beslistermijn
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid van deze verordening, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3:13 1.
Weigeringsgronden
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a.
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
33
2.
b.
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening of
c.
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of bij het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet.
Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid van deze verordening, achterwege gelaten, in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
c.
de veiligheid van personen of goederen;
d.
de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e.
de gezondheid of zedelijkheid of
f.
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
AFDELING 4.
Beëindiging, exploitatie en wijziging beheer
Artikel 3:14
Beëindiging exploitatie
1.
De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2.
Binnen drie dagen na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3:15
Wijziging beheer
1.
Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
2.
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
3.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
34
Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:1 Definities (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:2
Aanwijzing collectieve festiviteiten
(vervallen en opgegaan in de VFL)
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:4 Geluidsplafond (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:5 Onversterkte muziek (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:5a
Geluidhinder in de openlucht
Artikel 4:5b
Geluidhinder door dieren
(vervallen en opgegaan in de VFL) (vervallen)
Artikel 4:5c Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:5d (vervallen)
Geluidhinder door vrachtauto’s
Artikel 4:6 Overige geluidshinder (vervallen en opgegaan in de VFL) Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7
Straatvegen (vervallen)
Artikel 4:7a
Gevelreiniging en -werkzaamheden
1.
In dit artikel wordt onder gevelreiniging verstaan het met behulp van schoonmaakapparatuur verwijderen van aanslag, verf, conserveerlagen of van enig andere dergelijke stof van gevels, muren, daken, puien, bruggen, viaducten, pijlers of andere vergelijkbare oppervlakten.
2.
Alle overige werkzaamheden, anders dan gevelreiniging, die in de uitoefening van een bedrijf en met behulp van apparatuur aan de gevel plaatsvinden vallen eveneens onder de reikwijdte van dit artikel. 35
3.
4.
Het is verboden om zonder voorafgaande melding aan het bevoegd bestuursorgaan gevels te reinigen of gevelwerkzaamheden te verrichten: a.
als daarvoor de bescherming van het milieu, door stof-, nevel- of geluidsoverlast in gevaar wordt gebracht en
b.
als niet wordt voldaan aan de hiervoor vastgestelde voorwaarden.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de voorwaarden die aan de melding en aan de werkzaamheden worden gesteld.
Artikel 4:8
Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:9
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (vervallen en opgegaan in de VFL) Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:10 Definities (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:11a Acuut gevaar, spoedeisend belang (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:11b Bijzondere voorschriften (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:12 Herplant- en instandhoudingsplicht (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:12a Bestrijding van boomziekten (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:12b Bescherming publieke houtopstand (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:12c Afstand van de erfgrenslijn (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:12d Toezicht (vervallen en opgegaan in de VFL)
36
Afdeling 4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke. (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:14 (vervallen)
Stankoverlast door gebruik van meststoffen
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke, gevaarlijke of ontsierende reclame (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:16 (vervallen)
Vergunningplicht lichtreclame
Afdeling 5
Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17 Definities (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:19 Slapen op openbare plaatsen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:20 Definitie (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 4:21
Verplichting gronden te zuiveren van schadelijke plantensoorten
Artikel 4:22 (vervallen)
Inwinnen van advies
(vervallen en opgegaan in de VFL)
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1
Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 5:1
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); b. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen. 37
Artikel 5:2 (vervallen)
Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
Artikel 5:3
Te koop aanbieden van voertuigen
1.
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:4
Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 5:5
Voertuigwrakken
1.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:6 1.
Kampeermiddelen en andere voertuigen
Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd dan wel een kampeerauto als bedoeld in artikel 1.1 van het Voertuigreglement: a.
langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
b.
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
3.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening NH2020.
4.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
38
Artikel 5:7
Parkeren van reclamevoertuigen
1.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8
Parkeren van grote voertuigen
1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
4.
Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
5.
Het college kan voor de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9 (vervallen)
Uitzicht belemmerende voertuigen
Artikel 5:10
Parkeren anders dan op de rijbaan
1.
Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet bij de rijbaan behorend weggedeelte.
2.
Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
Artikel 5:11 1.
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
39
2.
Het verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd;
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:12
Overlast van fiets en bromfiets
1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen op de weg gelegen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
2.
Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.
3.
Het is verboden om in door het college in het belang van het beheer van de openbare ruimte aangewezen gebieden, een fiets of bromfiets langer dan vier weken onafgebroken te stallen.
Afdeling 2
Collecteren
Artikel 5:13 (vervallen)
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving
Afdeling 3
Venten
Artikel 5:14
Definitie
1.
Onder venten wordt verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
2.
Onder venten wordt niet verstaan: a.
het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;
c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening.
40
Artikel 5:15
Ventverbod
1.
Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid de volksgezondheid of het milieu aangewezen plaatsen, dagen of uren.
2.
Het is verboden te venten op zondagen, op maandag tot en met zaterdag tussen 19.00 uur en 08.00 uur.
3.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
4.
Het in lid twee omschreven verbod voor de zondagen geldt niet voor de verkoop van ijs.
Artikel 5:16 (vervallen)
Vrijheid van meningsuiting
Afdeling 4
Standplaatsen
Artikel 5:17
Definitie
1.
In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op of aan de openbare weg en in de openbare ruimte gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
2.
Onder standplaats wordt niet verstaan: a.
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
b.
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de vergunning worden geweigerd als:
4.
a.
de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand of
b.
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
Het college kan plaatsen aanwijzen en nadere regels stellen voor het innemen van een standplaats. 41
5.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
1.
Artikel 5:18, eerste lid van deze verordening, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening NH2020.
2.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a van deze verordening, is niet van toepassing voor bouwwerken.
Artikel 5:21 (vervallen)
Aanhoudingsplicht
Afdeling 5
Organiseren van een snuffelmarkt
Artikel 5:22 (vervallen)
Definitie
Artikel 5:23 (vervallen)
Organiseren van een snuffelmarkt
Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken (Vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:24
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
(vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:26 (vervallen)
Aanwijzing ligplaats
Artikel 5:27 (vervallen)
Verbod innemen ligplaats
Artikel 5:28 (vervallen)
Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:30 Veiligheid op het water (vervallen en opgegaan in de VFL) 42
Artikel 5:30a Motorboten, jetski’s en waterscooters (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:30b Overlast van vaartuigen (vervallen en opgegaan in de VFL) Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:31 Definities (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:32 Crossterreinen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden (vervallen en opgegaan in de VFL) Afdeling 8 Vuurverbod (vervallen en opgegaan VFL) Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 5:34a Verbod op gebruik wensballonnen (vervallen en opgegaan in de VFL) Afdeling 9 (vervallen)
Verstrooiing van as
Artikel 5:35 (vervallen)
Definitie
Artikel 5:36 (vervallen)
Verboden plaatsen
Artikel 5:37 (vervallen)
Hinder of overlast
Afdeling 10
Gebruik gemeentewapen
Artikel 5:37a
Gebruik gemeentewapen
1.
Gebruik van het gemeentewapen door derden is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van het college.
2.
Op de schriftelijke toestemming bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
43
Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1
Sanctiebepaling
1.
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en op grond van artikel 1:4 daarin gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak voor zover daartegen niet reeds bij Wet, Algemene maatregel van bestuur of Provinciale verordening is voorzien.
2.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6:2
Toezichthouders
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast (buitengewone) opsporingsambtenaren aangesteld voor de politieregio waaronder de gemeente Medemblik valt.
2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4
Intrekking en vervallen verklaring oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Medemblik zoals vastgesteld op 28 november 2019 en inwerking getreden op 1 januari 2020 wordt ingetrokken. Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6
Inwerkingtreding nieuwe verordening
Deze verordening treedt in werking op ………………………… 2021.
44
Artikel 6:7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op ……………………………………… Datum ……………………………………………. De griffier,
De voorzitter,
Bekend gemaakt:……………………….
45