04 DOC-20-312498 - Bijlage: Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021
Tekst van het document
Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021
1
Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021 Besluit van de raad van de gemeente Medemblik tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021; De raad van de gemeente Medemblik gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. ……………………….; overwegende dat:
meerdere artikelen uit de Algemene plaatselijke verordening (Apv), betrekking hebbende op de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving (VFL) reden geven de Algemene plaatselijke verordening (Apv) van de gemeente Medemblik geheel te herzien;
het wenselijk is deze gelegenheid te benutten de redactionele wijzigingen te verwerken die de VNG in een tweetal ledenbrieven in 2020 heeft geadviseerd en heeft doorgevoerd in de model-Apv;
het wenselijk is een aantal aanpassingen en verbeteringen door te voeren;
gelet op: de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de Kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien: het advies van de raadscommissie van ……………………..; b e s l u i t: onder intrekking van de Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2020; vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening Medemblik 2021.
2
Inhoudsopgave
3
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
9
Artikel 1:1 Artikel 1:2 Artikel 1:3 Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Artikel 1:7 Artikel 1:8
Definities Beslistermijn Indiening aanvraag Voorschriften en beperkingen Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Termijnen Weigeringsgronden
9 9 9 9 10 10 10 10
Hoofdstuk 2
Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
11
Afdeling 1
Voorkomen of bestrijden van onregelmatigheden
11
Artikel 2:1 Artikel 2:1a Artikel 2:2 Artikel 2:3 Artikel 2:4 Artikel 2:5 Artikel 2:6 Artikel 2:7 Artikel 2:8 Artikel 2:9
Samenscholing en ongeregeldheden Verblijfsontzeggingen Messen en andere voorwerpen als steekwapen Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Afwijking termijn Te verstrekken gegevens Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke Dienstverlening Straatartiest en dergelijke
11 11 11 12 12 12 12 12 12 13
Afdeling 2
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
13
Artikel 2:10 Artikel 2:11
Artikel 2:13 Artikel 2:14 Artikel 2:15 Artikel 2:16 Artikel 2:17 Artikel 2:18 Artikel 2:19 Artikel 2:20 Artikel 2:21 Artikel 2:22 Artikel 2:23
Voorwerpen op of aan de weg 13 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 13 Maken, of veranderen van een uitweg 13 Verbod en omgevingsverguning 13 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning 13 Toegestane opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten en constructies 13 Veroorzaken gladheid 13 Winkelwagentjes 13 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 13 Open straatkolken en dergelijke 13 Kelderingangen en dergelijke 13 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 13 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 13 Vallende voorwerpen 13 Voorziening voor verkeer en verlichting 14 Objecten onder een hoogspanningslijn 14 Veiligheid op het ijs 14
Afdeling 3
Evenementen
Artikel 2:12 Artikel 2:12a Artikel 2:12b Artikel 2:12c
14 3
Artikel 2:24 Artikel 2:25 Artikel 2:25a Artikel 2:26
Definities Evenementen Indieningstermijn evenementenvergunning en melding Ordeverstoring
14 15 16 16
Afdeling 4
Toezicht op openbare inrichtingen
16
Artikel 2:27 Artikel 2:28 Artikel 2:29 Artikel 2:30 Artikel 2:31 Artikel 2:32 Artikel 2:33
Definitie Exploitatie openbare inrichting Sluitingstijden Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting Verboden gedragingen Handel binnen openbare inrichtingen Het college als bevoegd bestuursorgaan
16 17 18 18 18 18 18
Afdeling 5
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
19
Artikel 2:34 Artikel 2:34a Artikel 2:34b Artikel 2:34c
Definities Regulering paracommerciële rechtspersoon Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Beperking Happy hours
19 19 20 20
Afdeling 6
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
20
Artikel 2:35 Artikel 2:36 Artikel 2:37 Artikel 2:38
Definitie Kennisgeving exploitatie Verblijfsregister Verschaffen gegevens verblijfsregister
20 20 20 20
Afdeling 7
Toezicht op speelgelegenheden
21
Artikel 2:39 Artikel 2:40
Speelgelegenheden Kansspelautomaten
21 21
Afdeling 8
Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
21
Artikel 2:41 Artikel 2:42 Artikel 2:43 Artikel 2:44 Artikel 2:45 Artikel 2:46 Artikel 2:47 Artikel 2:48 Artikel 2:48a Artikel 2:49 Artikel 2:50 Artikel 250a Artikel 2:51 Artikel 2:52 Artikel 2:53
Betreden gesloten woning of lokaal Plakken en kladden Vervoer plakgereedschap en dergelijke Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal Betreden van plantsoenen en dergelijke Rijden over bermen en dergelijke Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Verboden drankgebruik Lachgasverbod Verboden gedrag bij of in gebouwen Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Neerzetten van fietsen en bromfietsen Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Bespieden van personen
21 22 22 22 22 22 22 22 23 23 23 23 24 24 24
4
Artikel 2:54 Artikel 2:55 Artikel 2:56 Artikel 2:57 Artikel 2:58 Artikel 2:59 Artikel 2:60 Artikel 2:61 Artikel 2:62 Artikel 2:63 Artikel 2:64 Artikel 2:65
Bewakingsapparatuur Nodeloos alarmeren Alarminstallaties Loslopende honden Verontreiniging door honden en paarden Gevaarlijke honden Honden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Wilde dieren Loslopend vee Duiven Bijen Bedelarij
24 24 24 24 24 24 25 25 25 25 25 25
Afdeling 9
Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
25
Artikel 2:66 Artikel 2:67 Artikel 2:68 Artikel 2:69 Artikel 2:70
Definitie Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Vervreemding van door opkoop verkregen goederen Handel in horecabedrijven
25 25 26 26 26
Afdeling 10
Consumentenvuurwerk en carbid
26
Artikel 2:71 Artikel 2:72 Artikel 2:73 Artikel 2:73a
Definitie Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de feestdagen Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Verbod carbidschieten
26 26 26 26
Afdeling 11
Drugsoverlast
27
Artikel 2:74 Artikel 2:74a
Drugshandel op straat Openlijk drugsgebruik
27 27
Afdeling 12
Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
27
Artikel 2:75 Artikel 2:76 Artikel 2:77 Artikel 2:78 Artikel 2:79
Bestuurlijke ophouding Veiligheidsrisicogebieden Cameratoezicht op openbare plaatsen Gebiedsontzeggingen Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
27 27 27 28 28
Hoofdstuk 3
Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
29
Afdeling 1
Algemene bepalingen
29
Artikel 3:1 Artikel 3;2 Artikel 3:3
Definities Bevoegd bestuursorgaan Nadere regels
29 30 30
Afdeling 2
Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
30
Artikel 3:4
Seksinrichtingen
30 5
Artikel 3:5 Artikel 3:6 Artikel 3:7 Artikel 3:8 Artikel 3:9 Artikel 3:10 Artikel 3:11
Gedragseisen exploitant en beheerder Sluitingstijden Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Straatprostitutie Sekswinkels Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
30 32 32 32 33 33
Afdeling 3
Beslistermijn en weigeringsgronden
33
Artikel 3:12 Artikel 3:13
Beslistermijn Weigeringsgronden
33 33
Afdeling 4
Beëindiging exploitatie en wijziging beheer
34
Artikel 3:14 Artikel 3:15
Beëindiging exploitatie Wijziging beheer
34 34
Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
35
Afdeling 1
Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
35
Artikel 4:1 Artikel 4:2 Artikel 4:3 Artikel 4:4 Artikel 4:5 Artikel 4:5a Artikel 4:5b Artikel 4:5c Artikel 4:5d Artikel 4:6
Definities Aanwijzing collectieve festiviteiten Kennisgeving incidentele festiviteiten Geluidsplafond Onversterkte muziek Geluidhinder in de openlucht Geluidhinder door dieren Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Geluidhinder door vrachtauto’s Overige geluidhinder
35 35 35 35 35 35 35 35 35 35
Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
35
Artikel 4:7 Artikel 4:7a Artikel 4:8 Artikel 4:9
Straatvegen Gevelreiniging en –werkzaamheden Natuurlijke behoefte doen Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
35 35 36
Afdeling 3
Het bewaren van houtopstanden
36
Artikel 4:10 Artikel 4:11 Artikel 4:11a Artikel 4:11b Artikel 4:12 Artikel 4:12a Artikel 4:12b
Definities Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Acuut gevaar, spoedeisend belang Bijzondere voorschriften Herplant- en instandhoudingsplicht Bestrijding van boomziekten Bescherming publieke houtopstand
36 36 36 36 36 36 36
6
33
36
Artikel 4:12c Artikel 4:12d
Afstand van de erfgrenslijn Toezicht
36 36
Afdeling 4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
37
Artikel 4:13 Artikel 4:14 Artikel 4:15 Artikel 4:16
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke Stankoverlast door gebruik van meststoffen Verbod hinderlijke, gevaarlijke of ontsierende reclame Vergunningplicht lichtreclame
37 37 37 37
Afdeling 5
Kamperen buiten kampeerterreinen
37
Artikel 4:17 Artikel 4:18 Artikel 4:18a Artikel 4:19 Artikel 4:20 Artikel 4:21 Artikel 4:22
Definities Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Slapen op openbare plaatsen Aanwijzing kampeerplaatsen Definitie Verplichting gronden te zuiveren van schadelijke plantensoorten Inwinnen van advies
37 37 37 37 37 37 37
Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
37
Afdeling 1
Parkeerexcessen en stopverbod
37
Artikel 5:1 Artikel 5:2 Artikel 5:3 Artikel 5:4 Artikel 5:5 Artikel 5:6 Artikel 5:7 Artikel 5:8 Artikel 5:9 Artikel 5:10 Artikel 5:11 Artikel 5:12
Definities Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke Te koop aanbieden van voertuigen Defecte voertuigen Voertuigwrakken Kampeermiddelen en andere voertuigen Parkeren van reclamevoertuigen Parkeren van grote voertuigen Uitzicht belemmerende voertuigen Parkeren anders dan op de rijbaan Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Overlast van fiets en bromfiets
37 38 38 38 38 38 39 39 39 39 39 40
Afdeling 2
Collecteren
40
Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving
40
Afdeling 3
Venten
40
Artikel 5:14 Artikel 5:15 Artikel 5:16
Definitie Ventverbod Vrijheid van meningsuiting
40 41 41
Afdeling 4
Standplaatsen
41
Artikel 5:17 Artikel 5:18 Artikel 5:19
Definitie Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Toestemming rechthebbende
41 41 42
`
7
Artikel 5:20 Artikel 5:21
Afbakeningsbepalingen Aanhoudingsplicht
42 42
Afdeling 5
Organiseren van een snuffelmarkt
42
Artikel 5:22 Artikel 5:23
Definitie Organiseren van een snuffelmarkt
42 42
Afdeling 6
Openbaar water en waterstaatswerken
42
Artikel 5:24 Artikel 5:25 Artikel 5:26 Artikel 5:27 Artikel 5:28 Artikel 5:29 Artikel 5:30 Artikel 5:30a Artikel 5:30b Artikel 5:31
Voorwerpen op, in of boven openbaar water Ligplaats vaartuigen Aanwijzing ligplaats Verbod innemen ligplaats Beschadigen van waterstaatswerken Reddingsmiddelen Veiligheid op het water Motorboten, jetski’s en waterscooters Overlast van vaartuigen Definities
42 42 42 42 42 42 42 43 43 43
Afdeling 7
Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden
43
Artikel 5:32 Artikel 5:33
Crossterreinen Beperking verkeer in natuurgebieden
43 43
Afdeling 8
Vuurverbod
43
Artikel 5:34 Artikel 5:34a
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Verbod op gebruik wensballonnen
43 43
Afdeling 9
Verstrooiing van as
43
Artikel 5:35 Artikel 5:36 Artikel 5:37
Definitie Verboden plaatsen Hinder of overlast
43 43 43
Afdeling 10
Gebruik gemeentewapen
43
Artikel 5:37a
Gebruik gemeentewapen
43
Hoofdstuk 6
Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
44
Artikel 6:1 Artikel 6:2 Artikel 6:3 Artikel 6:4 Artikel 6:5 Artikel 6:6 Artikel 6:7
Sanctiebepaling Toezichthouders Binnentreden woningen Intrekken en vervallen verklaring oude verordeningen Overgangsbepaling Inwerkingtreding nieuwe verordening Citeertitel
44 44 44 44 44 44 45
8
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 van deze verordening. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsverguning. Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in bijlage 1 van de begripsbepalingen in de Verordening fysieke leefomgeving (verder VFL}. Constructie: een bouwsel dat dient om een opschrift, aankondiging of afbeelding aan te bevestigen. Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet op de openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere wijze toegankelijk zijn. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. VFL: Verordening fysieke leefomgeving Zaak: een perceel inclusief de onroerende zaken die zich daarop bevinden. Artikel 1:2
Beslistermijn
1.
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
Artikel 1:3 (vervallen)
Indiening aanvraag
Artikel 1:4
Voorschriften en beperkingen
1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
9
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.
ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;
e.
de houder dit verzoekt.
Artikel 1:7
Termijnen
1.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2.
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 1.
Weigeringsgronden
Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde;
b.
de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
d.
de bescherming van het milieu.
10
2.
Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.
Hoofdstuk 2
Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1
Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:1
Samenscholing en ongeregeldheden
1.
Het is verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw of vaartuig, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de openbare orde te verstoren.
2.
Degene die op een openbare plaats: a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan of
c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van het bevoegde gezag zijn weg te vervolgen of zich in de door het bevoegde gezag aangewezen richting te verwijderen. 3.
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het derde lid.
5.
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestatie.
Artikel 2:1a (vervallen)
Verblijfsontzegging
Artikel 2:2
Messen en andere voorwerpen als steekwapen
1.
Het is verboden, op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
2.
Het verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie, en niet voor voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.
11
3.
Het verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend.
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
De kennisgeving bevat: a.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
b.
het doel van de betoging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling en
f.
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3.
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs, waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5.
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 (vervallen)
Afwijking termijn
Artikel 2:5 (vervallen)
Te verstrekken gegevens
Artikel 2:6
Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Artikel 2:7 (vervallen)
Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke
Artikel 2:8 (vervallen)
Dienstverlening
(vervallen)
12
Artikel 2:9 (vervallen)
Straatartiest en dergelijke
Afdeling 2
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:12a (Vervallen)
Verbod en omgevingsvergunning
Artikel 2:12b (Vervallen)
Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning
Artikel 2:12c
Toegestane opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten en constructies
(Vervallen) Artikel 2:13 (vervallen)
Veroorzaken van gladheid
Artikel 2:14 (vervallen)
Winkelwagentjes
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:16 (vervallen)
Open straatkolken en dergelijke
Artikel 2:17 (vervallen)
Kelderingangen en dergelijke
Artikel 2:18 (vervallen)
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
(vervallen en opgegaan in de VFL)
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:20 (vervallen)
Vallende voorwerpen
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (vervallen en opgegaan in de VFL) 13
Artikel 2:22 Objecten onder een hoogspanningslijn [vervallen en opgegaan in de VFL] Artikel 2:23 (vervallen)
Veiligheid op het ijs
Afdeling 3
Evenementen
Artikel 2:24
Definities
1.
2.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.
markten als bedoeld in artikel 160 eerste lid, onder h van de Gemeentewet;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.
het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening;
g.
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f, welke niet plaatsvinden op of aan de weg;
Onder evenement wordt mede verstaan: a.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
c.
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening;
d.
een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd of toertocht op of aan de weg of op het ijs;
e.
een straatfeest of buurtbarbecue op één dag of een skeeler-, fiets- of wandeltocht zonder wedstrijdstrijdelement (meldingsplichtig evenement);
f.
een (grootschalig) evenement in een sportevenementenhal;
g. h.
een besloten bijeenkomst voor zover die plaatsvindt op een doorgaans voor het publiek toegankelijke plaats, of waarvoor publiekelijk kaarten worden verkocht en/of publiekelijk reclame wordt gemaakt; het afsteken van vuurwerk door professionele vuurwerkbedrijven;
i.
A-geclassificeerde evenementen, reguliere evenementen zonder risico; 14
3.
j.
B-geclassificeerde evenementen, evenementen met een verhoogd risico;
k.
C-geclassificeerde evenementen, risicovolle evenementen.
In deze afdeling wordt onder een meldingsplichtig evenement verstaan: a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
b.
het evenement plaatsvindt tussen 07.00 en 00.00 uur;
c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur en/of na 23.00 uur op een doordeweekse dag en na 00.00 uur op een dag in het weekend;
d.
op zondag de activiteiten na 13.00 uur beginnen;
e.
er geen alcoholhoudende drank bedrijfsmatig wordt verstrekt en geen etenswaren of andere goederen te koop worden aangeboden;
f.
de activiteiten die plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins en geen belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten;
g.
er maximaal twee kleine objecten worden geplaatst met een gezamenlijke oppervlakte van minder dan 25 m2;
h.
er te allen tijde een organisator aanwezig is.
4.
De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het derde lid te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
5.
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:25
Evenementen
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding op grond van artikel 2:1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing is.
3.
Geen vergunning is vereist voor een meldingsplichtig evenement, zoals bedoeld in artikel 2:24, derde lid van deze verordening.
4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
15
5.
De organisator c.q. vergunningaanvrager van door de burgemeester aan te wijzen categorieën vechtsportwedstrijden of –gala’s waarvoor een evenementenvergunning verplicht is, is niet van slecht levensgedrag;
6.
De burgemeester weigert een vergunning als de organisator c.q. vergunningaanvrager van een evenement als bedoeld in lid 5 van slecht levensgedrag is.
7.
De burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze afdeling nadere regels vaststellen.
Artikel 2:25a
Indieningstermijn evenementenvergunning en melding
Het indieningstijdstip van een melding en een aanvraag voor een evenementenvergunning: 1.
minimaal tien werkdagen voor de geplande datum van aanvraag van het meldingsplichtige evenement;
2.
minimaal acht weken voor de geplande aanvang van het vergunningsplichtige en A- geclassificeerde evenement;
3.
minimaal twaalf weken voor de geplande aanvang van het vergunningsplichtige en B-geclassificeerde evenement;
4.
minimaal vierentwintig weken voor de geplande aanvang van het vergunningsplichtige en C-geclassificeerde evenement.
Artikel 2:26
Ordeverstoring
1.
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2.
Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.
3.
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechtelijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
4.
Het verbod van lid 3 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 4
Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27
Definitie
1.
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
16
2.
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed en/of de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
4.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
5.
a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.
zorginstelling;
c.
museum of
d.
bedrijfskantine of -restaurant.
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet als: a.
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting of
b.
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid van deze verordening.
6.
De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
7.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.
17
Artikel 2:29
Sluitingstijden
1.
Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
2.
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
4.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.
5.
Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig verlenen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting
1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting: a.
de orde te verstoren;
b.
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:29, eerste lid van deze verordening;
c.
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32 (vervallen)
Handel binnen openbare inrichtingen
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 van deze verordening op als bevoegd bestuursorgaan.
18
Afdeling 5
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
Artikel 2:34
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel 2:34a 1.
Regulering paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: a.
maandag tot en met vrijdag vanaf 14.00 uur tot 00.00 uur;
b.
zaterdag, zon- en feestdagen vanaf 12.00 uur tot 00.00 uur.
2.
Als er bij paracommerciële rechtspersonen, als bedoeld in het eerste lid, wedstrijd- of verenigingsactiviteiten plaatsvinden geldt, binnen de in lid 1 genoemde tijdvakken, de beperking dat het verstrekken van alcoholhoudende drank uitsluitend is toegestaan gedurende de periode die begint één uur voor aanvang van de eerste activiteit en die eindigt twee uur na de beëindiging van de laatste activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de paracommerciële rechtspersonen.
3.
Het is paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve of educatieve aard, alsmede jongerenwerk, met uitzondering van dorps- en buurthuizen, verboden sterke drank te schenken.
4.
In afwijking van het gestelde in lid 1 verstrekt een paracommerciële rechtspersoon met een ontheffing sluitingstijd ex artikel 2:29, lid 3 van deze verordening alcoholhoudende drank tot maximaal de verlengde sluitingstijd.
19
Artikel 2:34b
Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
1.
In afwijking van artikel 2:34a, lid 1, is het toegestaan om bij bijeenkomsten in het kader van een uitvaart een zogeheten troostborrel te schenken.
2.
In afwijking van artikel 2:34a, lid 1, is het paracommerciële rechtspersonen die zich richten op het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken bij bijeenkomsten van persoonlijke aard met een maximum van zes keer per kalenderjaar. Dit geldt alleen voor buurt- en dorpshuizen.
3.
Voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard geldt een meldingsplicht.
4.
De beperkingen opgenomen in de artikelen 2:34a tot en met 2:34c gelden niet voor de dorpshuizen in de kernen Abbekerk, Benningbroek en Twisk.
Artikel 2:34c
Beperking happy hours
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk voor wordt gevraagd. Afdeling 6
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35
Definitie
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al of niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36
Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 (vervallen)
Verblijfsregister
Artikel 2:38
Verschaffen gegevens verblijfsregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of de feitelijk leidinggevende van de inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
20
Afdeling 7
Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
1.
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
2.
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
3.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
4.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening weigert de burgemeester de vergunning als:
6.
a.
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid of
b.
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40
Kansspelautomaten
1.
In hoogdrempelige inrichtingen als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet op de kansspelen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.
2.
In laagdrempelige inrichtingen als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet op de kansspelen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Afdeling 8
Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
1.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
3.
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 21
Artikel 2:42 Plakken en kladden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap en dergelijke
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
(vervallen)
1.
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2.
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
3.
Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
Artikel 2:45 (vervallen)
Betreden van plantsoenen en dergelijke
Artikel 2:46 (vervallen)
Rijden over bermen en dergelijke
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
1.
2.
Het is verboden op een openbare plaats: a.
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, steiger, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
b.
zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
1.
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats of openbaar water, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; 22
b. Artikel 2:48a
een andere plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Lachgasverbod
1.
Het is verboden op een openbare plaats of op het openbaar water distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
2.
Het is verboden op een openbare plaats of op het openbaar water, die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
3.
Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het eerste lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artikel 2:49 1.
2.
Verboden gedrag bij of in gebouwen
Het is verboden zonder redelijk doel: a.
zich in een portiek of poort op te houden;
b.
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen dan wel te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50a
Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
1.
Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechtelijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
2.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 23
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen of bromfietsen.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. Artikel 2:52 (vervallen).
Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Artikel 2:53 (vervallen)
Bespieden van personen
Artikel 2:54 (vervallen)
Bewakingsapparatuur
Artikel 2:55 (vervallen)
Nodeloos alarmeren
Artikel 2:56 (vervallen)
Alarminstallaties
Artikel 2:57 Loslopende honden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
1.
Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2.
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3.
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a.
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b.
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en
c.
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 24
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, aanhef en onder c van deze verordening, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:61 (vervallen)
Wilde dieren
Artikel 2:62
Loslopend vee
Artikel 2:63 (vervallen)
Duiven
(vervallen)
Artikel 2:64 Bijen (vervallen en opgenomen in de VFL) Artikel 2:65 (vervallen)
Bedelarij
Afdeling 9
Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij Algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:67 1.
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
De handelaar is verplicht aantekeningen bij te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a.
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b.
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
c.
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, soort merk en nummer van het goed;
d.
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed en
e.
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
2.
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
3.
Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 25
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: 1.
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: a.
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
b.
van een verandering van de onder a bedoelde adressen;
c.
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
d.
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.
2.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
3.
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
4.
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 (vervallen)
Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Artikel 2:70 (vervallen)
Handel in horecabedrijven
Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en carbid (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:71 Definitie (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (vervallen en opgegaan in de VFL) Artikel 2:73a Verbod carbidschieten (vervallen en opgegaan in de VFL)
26
Afdeling 11
Drugsoverlast
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de openbare weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen op te houden, in of bij een voertuig te bevinden of daarmee rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, te gebruiken, toe te dienen of voorbereidingen daartoe te verrichten of daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen en/of ten behoeve van dat gebruik stoffen of voorwerpen bij zich te hebben. Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Afdeling 12
Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:49, 2:50 en 2:50a van deze verordening groepsgewijs niet naleven. Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
1.
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
2.
De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke plaatsen: a.
parkeerterreinen en -garages;
b.
gemeentehuis en overige overheidsgebouwen;
c.
evenementenlocaties.
27
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde ordeverstoringen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
3.
Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding of het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
4.
De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1.
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2.
Onder ernstige en herhaaldelijke hinder zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan het herhaaldelijk vertonen of veroorzaken van: a. b. c. d. e.
intimiderend gedrag; geluidsoverlast; vuilnisoverlast; overlast door dieren en/of overlast door bezoekers.
3.
Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid kan de burgemeester de gebruiker van de woning of het gebouw een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 151d tweede lid en derde lid Gemeentewet opleggen. De last bestaat uit het opleggen van aanwijzingen aan de overtreder ten behoeve van het voorkomen van verdere ernstige hinder.
4.
De burgemeester stelt nadere regels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.
28
HOOFDSTUK 3
Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke
Afdeling 1
Algemene bepalingen
Artikel 3:1
Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; c. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; d. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; e. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; f.
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;
g. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; h. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; i.
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;
j.
raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;
k. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; l.
seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
29
Artikel 3:2
Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet. Artikel 3:3
Nadere regels
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk. AFDELING 2.
Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3:4
Seksinrichtingen
1.
Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a.
de persoonsgegevens van de exploitant;
b.
de persoonsgegevens van de beheerder en
c.
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
3.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4.
Een vergunning kan slechts voor één seksinrichting worden verleend.
5.
De vergunning wordt voor een periode van maximaal vijf jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.
6.
De vergunning kan ten hoogste eenmaal met maximaal vijf jaar worden verlengd.
Artikel 3:5 1.
Gedragseisen exploitant en beheerder
De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag en c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: a.
met toepassing van het artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; 30
3.
4.
5
b.
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
c.
binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: –
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
_
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
–
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
–
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen;
–
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
–
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
b.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b.
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. 31
Artikel 3:6
Sluitingstijden
1.
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen 00.00 en 06.00 uur.
2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3.
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid van deze verordening, gesloten dient te zijn.
4.
Het is een exploitant of beheerder verboden personen toe te laten of te laten verblijven in de seksinrichting die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt
5.
Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Artikel 3:7 1.
2.
Tijdelijke afwijking sluitingstijden en (tijdelijke) sluiting
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a.
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;