CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

03 DOC-24-795601 - Bijlage 3 : bestemmingsplan Molenbllik

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Molenblik (pfh. J. Broeders)30.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

75

Bijlagen bij de toelichting (separaat)

Bijlage 1

Ladderonderbouwing Molenblik, Medemblik, Bureau Stedelijke Planning, 23 september 2021

Bijlage 2

Analyse verkeerskundige impact ontwikkeling Molenblik Medemblik, Antea Group, 20 april 2023

Bijlage 3

Memo Bedrijven en milieuzonering, Antea Group, 24 januari 2022

Bijlage 4

Verkennend bodem- en asbestonderzoek plangebied Molenblik in Medemblik, Antea Group, 27 juli 2021

Bijlage 5

Vooronderzoek plangebied Molenblik in Medemblik, Antea Group, 15 maart 2022

Bijlage 6

Archeologische Quickscan De Weeshuisgronden/Schepenwijk III, Medemblik, Archeologie West-Friesland, 23 september 2016

Bijlage 7

Medemblik Weeshuisgronden IVO-P, Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, ADC ArcheoProjecten, april 2020

Bijlage 8

Aanvullend Archeologisch Advies, Archeologie West-Friesland, 20 april 2022

Bijlage 9

Natuurtoets Molenblik te Medemblik, Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan, Antea Group, 7 april 2022

Bijlage 10

Nader onderzoek jaarrond beschermde nesten Molenblik te Medemblik, Antea Group, 12 mei 2021

Bijlage 11

Stikstofdepositieonderzoek Bestemmingsplan Molenblik, Antea Group, 7 december 2023

Bijlage 12

Externe veiligheid Molenblik Medemblik, Antea group, 31 mei 2021

Bijlage 13

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bouwplan Molenblik te Medemblik, Antea Group, 9 maart 2022

Bijlage 14

Memo geur omgeving Molenblik Medemblik, Antea Group, 29 maart 2022

Bijlage 15

Watertoets Molenblik, Toelichting op de watertoets Molenblik te Medemblik, Antea Group, 28 april 2022

Bijlage 16

Partiële herziening peilbesluit, Toelichting op peilwijziging voor plan Molenblik te Medemblik, Antea Group, 1 april 2022

Bijlage 17

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling, Molenblik te Medemblik, Antea Group, 12 april 2022

Bijlage 18

Reactienota afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Medemblik op de 3.1.1 Bro vooroverlegreactie van de provincie Noord-Holland en de gemeente Hollands Kroon, 16 november 2021

Gemeente Medemblik Regels, deel uitmakende van het Bestemmingsplan Molenblik Vastgesteld

Plannummer: NL.IMRO.0420.BPKMEDMOLENBLIK-va01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….

Inhoudsopgave Regels

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 9

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Bestemmingsregels Agrarisch Groen Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie - 2 Waarde Archeologie - 3

11 11 12 13 14 15 17 23 26 28

Hoofdstuk3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregel Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

31 31 32 33 34 35 36

Hoofdstuk4 Artikel 18 Artikel 19

Overgangs- en slotregels Overgangsregels Slotregel

37 37 38

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan

2

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1

1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan 'Molenblik' met identificatienummer NL.IMRO.0420.BPKMEDMOLENBLIK-va01 van de gemeente Medemblik; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6

bedrijf aan huis:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.7

beeldkwaliteitsplan:

het beeldkwaliteitsplan zoals dat is opgenomen in bijlage 1 bij de regels behorende bij dit bestemmingsplan; 1.8

beroep aan huis:

het uitoefenen van een vrij- en zelfstandig beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch dienstverlenend gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel en prostitutie, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt; 1.9

bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf of beroepsuitoefening aan huis, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.10

bestaand:

ten aanzien van de aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan;

3

1.11

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.12

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met éénzelfde bestemming; 1.13

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.16

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18

bouwperceelsgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.19

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct gelegen is bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.23

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

4

1.24

geluidsgevoelige objecten:

gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.25

geluidsgevoelige functies:

in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt; 1.26

geurgevoelig object:

een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; 1.27

hoofdgebouw:

één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.28

kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.29

kap:

een dak dat voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.30

kleinschalige duurzame energiewinning:

winning van energie uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte; 1.31

kunstwerken:

bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.32

langzaam verkeersroutes:

fietspaden, voetpaden en wandelpaden; 1.33

mantelzorg:

het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband in de vorm van inwoning en/of afhankelijke woonruimte;

5

1.34

milieusituatie:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient bij de situering en omvang van milieubelastende functies erop te worden gelet dat de mogelijke uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt; 1.35

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, zinkers, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes en apparatuur voor telecommunicatie; 1.36

overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder danwel met ten hoogste één wand; 1.37

peil:

indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.38

perceelsgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.39

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40

steiger:

constructie langs een oever die tot aanlegplaats dient voor vaartuigen; 1.41

straat- en bebouwingsbeeld:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient gestreefd te worden naar het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een, in stedenbouwkundig en landschappelijk opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. In het algemeen wordt bij bebouwing gestreefd naar: a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedte-verhouding tussen de bebouwing onderling; 1.42

streefpeil:

het waterpeil zoals vastgelegd in het peilbesluit van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

6

1.43

verkeersveiligheid:

ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een verkeersveilige situatie; 1.44

vlonder:

terras, grenzend aan het water; 1.45

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.46

voorgevelrooilijn:

de (binnen het bouwperceel denkbeeldig doorgetrokken) lijn door een voorgevel(s) van het hoofdgebouw. Hierbij blijven ondergeschikte bouwdelen als erkers, portalen, aan- en uitbouwen buiten beschouwing. Deze zijn niet bepalend voor de ligging van de voorgevelrooilijn; 1.47

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of een daarmee gelijk te stellen vorm van huisvesting; 1.48

woning - aaneengebouwd:

een grondgebonden woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen; 1.49

woning - geschakeld:

een grondgebonden woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander (hoofd)gebouw van een andere woning; 1.50

woning - gestapeld:

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.51

woning - rug-aan-rug:

een grondgebonden woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning; 1.52

woning - terraswoning:

een grondgebonden twee-aaneengebouwde woning waarbij de private buitenruimte aan de achterzijde van de woning aan het water is vormgegeven als terras en waarbij geen bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan; 1.53

woning - twee-aaneengebouwd:

blokken van twee grondgebonden woningen, die aan één zijde een gemeenschappelijke wand hebben; 1.54

woning - vrijstaand:

een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand grondgebonden hoofdgebouw;

7

1.55

woonhuis:

een gebouw, dat één, niet gestapelde woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.56

zijgevelrooilijn:

de lijn waarop de zijgevel van de woning is geplaatst.

8

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de perceelsgrens:

tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige gebouwen tezamen; 2.3

bedrijfsvloeroppervlak:

het binnenwerkse vloeroppervlak van de ruimtes die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten; 2.4

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

doorvaarbare breedte:

de breedte van het voor de doorvaart beschikbare wateroppervlakte, gemeten tussen het bouwwerk en enig ander onderdeel daarvan, dan wel talud of enig ander werk, waar deze afstand bij het minimaal dan wel maximaal toegestane waterpeil het kleinst is; 2.7

doorvaarbare hoogte:

tussen het bouwwerk en het hoogst toegestane waterpeil, waar deze afstand het kleinst is; 2.8

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.9

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.10

ondergronds bouwen:

bij het berekenen van de te bouwen oppervlakte wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen, voor zover deze zijn gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bijbehorende bovengrondse gebouwen; 2.11

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.12

lengte, breedte en diepte van gebouwen:

tussen de buitenzijde van de gevel en/of de harten van scheidingsmuren.

9

10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 3.1

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch grondgebruik, met uitzondering van houtteelt en bosbouw; b. cultuurgrond; met daaraan ondergeschikt: c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; d. nutsvoorzieningen; e. extensief dagrecreatief medegebruik; f. kleinschalige duurzame energiewinning; g. ontsluitingswegen van bebouwde percelen en agrarische kavelpaden; h. sloten, vaarten, en daarmee gelijk te stellen waterlopen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen en overkappingen

Op de gronden zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde toegestaan. Hieronder zijn niet begrepen: a. bouwwerken voor mestopslag, sleufsilo's en andere silo's; b. tunnelkassen; c. antennemasten.

3.2.2

Andere bouwwerken

a. De bouwhoogte van oeverbeschoeiingen bedraagt ten hoogste 0,3 m, gemeten vanaf het streefpeil; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1,5 m.

11

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

groenvoorzieningen; bermen, taluds en beplanting; waterlopen, water(partijen), oeverbeschoeiingen en bruggen en/of duikers; speelvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. j. k.

wandel- en fietspaden; straten; parkeervoorzieningen; vlonders; kleinschalige duurzame energiewinning; nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen;

met de daarbij behorende: l.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen en overkappingen

a. Op de gronden zijn uitsluitend gebouwen toegestaan ten dienste van verkeer, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, met een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximum hoogte van 3 m.

4.2.2

Andere bouwwerken

a. De bouwhoogte van oeverbeschoeiingen bedraagt ten hoogste 0,3 m, gemeten vanaf het streefpeil. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m, met uitzondering van lantaarnpalen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen ten behoeve van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

12

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en paden; b. bruggen, dammen en/of duikers, en naar de aard daarmee gelijk te stellen kunstwerken; c. waterlopen, sloten, bermen en beplanting;

met daaraan ondergeschikt: d. kleinschalige duurzame energiewinning; e. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende: f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen en overkappingen

a. Op de gronden zijn uitsluitend gebouwen toegestaan ten dienste van openbare nutsvoorzieningen, met een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximum hoogte van 3 m.

5.2.2

Andere bouwwerken

a. Er zullen geen bouwwerken ten behoeve van de opwekking van windenergie worden gebouwd. b. De bouwhoogte van andere bouwwerken, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 12 m bedragen.

13

Artikel 6 6.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

ontsluitingswegen; woonstraten; wandel- en fietspaden; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; kunstwerken; groenvoorzieningen; waterlopen, water(partijen), oeverbeschoeiingen en bruggen en/of duikers; kleinschalige, duurzame energiewinning; nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen;

met de daarbij behorende: l.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen en overkappingen

a. Op de gronden zijn uitsluitend gebouwen toegestaan ten dienste van het verkeer en van openbare nutsvoorzieningen, met een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximum hoogte van 3 m.

6.2.2 a. b. 1. 2. 3. c.

6.3

Andere bouwwerken

De bouwhoogte van oeverbeschoeiingen bedraagt ten hoogste 0,3 m, gemeten vanaf het streefpeil. Bruggen en doorvaarbare duikers zijn toegestaan, voor zover: de doorvaarbare hoogte ten minste 1,5 m bedraagt; de doorvaarbare breedte ten minste 3,5 m bedraagt; de bovenkant van het brugdek ten hoogste 2,2 m bedraagt, gemeten vanaf het streefpeil. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m, met uitzondering van lantaarnpalen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m.

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen ten behoeve van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

14

Artikel 7 7.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen en waterwegen; b. oevers, bermen en beplanting; c. groenvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: d. wegen, straten en paden; e. bruggen; f. kunstwerken voor de waterbeheersing, duikers, dammen en oeverbeschoeiingen, niet zijnde vlonders en steigers;

met de daarbij behorende g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Gebouwen en overkappingen

a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming.

7.2.2 a. b. 1. 2. 3. c.

7.3

Andere bouwwerken

De bouwhoogte van oeverbeschoeiingen bedraagt ten hoogste 0,3 m, gemeten vanaf het streefpeil. Bruggen en doorvaarbare duikers zijn toegestaan, voor zover: de doorvaarbare hoogte ten minste 1,5 m bedraagt; de doorvaarbare breedte ten minste 3,5 m bedraagt; de bovenkant van het brugdek ten hoogste 2,2 m bedraagt, gemeten vanaf het streefpeil. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik dat strijdig is met de bestemmingsomschrijving wordt in elk geval aangemerkt: a. Het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden als afmeervoorziening ten behoeve van woonboten. b. Het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden als afmeervoorziening ten behoeve van plezierbootjes, anders dan voor eigen gebruik. c. Het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden en gebouwen voor de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik) onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen.

15

7.4

Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen ten behoeve van een goede waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

16

Artikel 8 8.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep; b. ter plaatse van de aanduiding: 1. 'vrijstaand', voor vrijstaande woningen; 2. 'twee-aaneen', voor twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen; 3. 'aaneengebouwd', voor aaneengebouwde woningen; 4. 'gestapeld', voor gestapelde woningen; 5. 'specifieke bouwaanduiding - terraswoning', voor terraswoningen;

met daaraan ondergeschikt: c. ontsluitingswegen; d. woonstraten; e. wandel- en fietspaden; f. parkeervoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. kunstwerken; i. groenvoorzieningen; j. waterlopen, water(partijen), oeverbeschoeiingen en bruggen en/of duikers; k. kleinschalige, duurzame energiewinning; l. nutsvoorzieningen; m. voorzieningen ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen;

met de daarbij behorende n. gebouwen en bijbehorende bouwwerken; o. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; p. tuinen, erven en terreinen.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het aantal woningen binnen deze bestemming mag niet meer bedragen dan 220; b. bij de toetsing van bouwplannen dient het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 1 in acht te worden genomen.

8.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwperceel is maximaal 1 woonhuis toegestaan, tenzij er sprake is van gestapelde bouw dan mogen er meer woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw wordt binnen een bouwvlak gebouwd; c. als hoofdgebouwen zijn ter plaatse van de aanduidingen toegestaan: aaneengebouwde woningen (rijwoningen en rug-aan-rugwoningen), terraswoningen, twee-aan-een-gebouwde woningen,

17

geschakelde woningen, vrijstaande woningen en gestapelde woningen.

8.2.3

Aaneengebouwde woningen (rijwoningen)

Voor het bouwen van aaneengebouwde woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 12 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; hoofdgebouwen moeten worden uitgevoerd met een kap.

8.2.4

Aaneengebouwde woningen (rug-aan-rugwoningen)

Voor het bouwen van aaneengebouwde woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; hoofdgebouwen moeten worden uitgevoerd met een kap; de afstand van de voorgevelrooilijn tot de voorste perceelgrens bedraagt minimaal 2 m.

8.2.5

Terraswoningen

Voor het bouwen van terraswoningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 10 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; hoofdgebouwen moeten worden uitgevoerd met een kap; de afstand van de voorgevelrooilijn tot de voorste perceelgrens bedraagt minimaal 3 m.

8.2.6

Twee-aaneengebouwde woningen

Voor het bouwen van twee-aaneengebouwde woningen en geschakelde woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 13 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; hoofdgebouwen moeten worden uitgevoerd met een kap; de afstand van de voorgevelrooilijn tot de voorste perceelgrens bedraagt minimaal 2,5 m; de afstand van de niet aaneengebouwde zijde van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2 m te bedragen.

8.2.7

Vrijstaande woningen

Voor het bouwen van vrijstaande woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m; hoofdgebouwen moeten worden uitgevoerd met een kap;

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=c917445b-f383-489e-86ae-51ac60462df1