03 DOC-21-357878 - Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 25
4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de impact van de ontwikkeling op de verschillende waarden beschreven. Hieronder vallen flora & fauna, archeologie, cultuurhistorie en water. Er wordt beschreven wat er is onderzocht en welke resultaten hieruit zijn gekomen. Vervolgens wordt hier een conclusie uit getrokken met betrekking tot de ontwikkeling.
4.2 Natuurwaarden De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is door Eelerwoude een Toetsing Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven.
4.2.1 Soortenbescherming Het voornemen om een zonneveld te realiseren in een huidige fruitboomgaard zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk (tijdens de aanleg) verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. Hiervoor zijn door de provincie Noord Holland vrijstellingen van de ontheffingsplicht opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling van ontheffingsplicht indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar deze overig beschermde soorten (algemeen voorkomende amfibieën en zoogdieren) of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen mogen worden uitgevoerd. Een duidelijk kader van het broedseizoen is er niet. Globaal wordt uitgegaan van de periode tussen 1 maart en 15 juli.
Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen bezette nesten worden verstoord. Rugstreeppad De rugstreeppad is een mobiele soort die aangetrokken wordt door open gebieden met goed vergraafbare bodem. De werkzaamheden kunnen deze soort daarom aantrekken. In de voortplantingsperiode van rugstreeppad, van april tot en met juli, wordt aanbevolen alert te zijn op aanwezigheid van rugstreeppad om vestiging van de soort voor of tijdens de werkzaamheden te voorkomen. Maatregelen hiervoor zijn:
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 26
-
Ondiepe waterplassen op het bouwterrein voorkomen. Zo kan de rugstreeppad op de locatie geen eiersnoeren leggen. Vergraven terreinen binnen een korte tijdsperiode dichten, zodat de rugstreeppad zich hier niet in kan vestigen. Indien dit het geval is kan het gebied geheel of gedeeltelijk worden omheind. Zandbulten of -hopen afdekken.
Bij het aantreffen van een rugstreeppad dient contact opgenomen te worden met een ecoloog, zodat het dier eventueel verplaatst kan worden naar een geschikt, alternatief terrein.
4.2.2 Bescherming gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Niet stikstof-gerelateerd Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Markermeer & IJmeer’, op 4 kilometer afstand. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven.
Derhalve, gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden, is er geen reden om aan te nemen dat een risico bestaat van enige belemmering van de kernopgaven van Natura 2000-gebieden, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Met de aanleg van het zonneveld worden mobiele werktuigen gebruikt die stikstof uitstoten. Gezien de kleinschaligheid van het zonneveld, de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebied en de beperkte, tijdelijke duur van de aanlegfase, wordt niet verwacht dat er sprake is van een toename van de depositie (mol/ha/jr) aan het Natura 2000-gebied. Om hier zekerheid in te bieden is door Eelerwoude een toetsing stikstofdepositie uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de AERIUS-calculator. Uit de toetsing kan geconcludeerd worden dat de realisatie van het zonneveld leidt tot een depositie van 0,00 mol/ha/jaar. Dit geldt zowel voor de bouwfase als de gebruiksfase. De stikstofberekening is als bijlage 3 bijgevoegd, bij deze ruimtelijke onderbouwing.
4.2.3 Bescherming houtopstanden In het plangebied staan fruitbomen die niet onder de bescherming van houtopstanden vallen. Daardoor is een nadere toetsing niet van toepassing.
4.2.4 Natuurnetwerk Nederland De Kromme Leek en diens oevers maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en vormen een
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 27
natuurverbinding (WNV1) tussen grotere natuurgebieden. Ontwikkelingen in het NNN zijn niet toegestaan, tenzij de waarden en kenmerken van het NNN niet worden aangetast. Middels een toetsing Natuurnetwerk Nederland is door Eelerwoude onderzocht of er sprake is van effecten op areaal, kwaliteit en samenhang van het NNN. Deze toetsing is als bijlage 4 bijgevoegd, bij deze ruimtelijke onderbouwing. Er vindt geen afname plaats aan areaal; deze blijft gelijk. Kwalitatief wordt de natuurverbinding verbeterd; de bestaande haag op het talud wordt verwijderd en de natuurvriendelijke oever zorgt voor meer diversiteit en schuil- en foerageermogelijkheden voor soorten zowel onderwater als op het talud en de oever. Het achterliggende struweel zorgt tevens voor schuilgelegenheid en beschutting tegen wind en regen. Daarmee wordt bijgedragen aan het thema klimaatadaptatie van gemeente Medemblik. Ook wordt de samenhang van het NNN niet aangetast. Het wordt (plaatselijk) robuuster door de herinrichting van de oever ter plaatse van het perceel. De maatregelen zijn verbeeld in het Landschappelijk inpassingsplan, behorende tot de bijlagen van deze ruimtelijke onderbouwing.
Op basis van bovenstaande onderbouwing worden met de aanleg van een natuurvriendelijke oever binnen het NNN met achterliggend struweel negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het NNN-gebied met de natuurverbinding WNV1 uitgesloten.
4.2.5 Zorgplicht In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om tijdens de uitvoering alert te zijn op de aanwezigheid van fauna. Indien nodig behoort verplaatsing van bovengenoemde fauna tot de te nemen maatregelen. Bij dergelijke of andere onvoorziene situaties dient contact opgenomen te worden met een deskundige (ecoloog).
4.2.6 Conclusie Het voorgenomen plan is betreffende het aspect natuurwaarden, in relatie tot wet- en regelgeving, uitvoerbaar.
4.3 Archeologie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Middels de dubbelbestemming ‘Archeologie - Waarde 3’ zijn de archeologisch waarden in de gemeente Medemblik vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen IV’ uit 2016. Deze bestemming is van toepassing op het volledige plangebied. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld beslaan, dient een aantal zaken aangetoond worden voordat een omgevingsvergunning verleend wordt. Aangetoond wordt dat in het plangebied geen archeologische waarden zijn of archeologische waarden onevenredig worden geschaad of archeologische waarden door bouwactiviteiten niet worden geschaad.
Om een beter beeld te schetsen van het archeologisch landschap binnen de gemeente Medemblik is samen met de andere gemeenten uit West-Friesland besloten archeologisch onderzoek uit te laten voeren door archeologie West-Friesland. Uit archeologisch onderzoek van archeologie West-Friesland is een gemeentelijke
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 28
Beleidskaart Archeologie en bijbehorende toelichting voortgekomen. Dit archeologisch beleid is vastgesteld op 28 februari 2019. Het biedt de gemeente Medemblik een betere kijk op archeologie en zorgt voor houvast bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een uitsnede van de Beleidskaart Archeologie is weergegeven in figuur 12.
Figuur 12. Uitsnede Beleidskaart Archeologie gemeente Medemblik, plangebied binnen blauwe omlijning (bron: archeologie West-Friesland).
Het plangebied is onderdeel van twee verschillende categorieën, namelijk categorie 5 en 6. Voor categorie 5 geldt dat met archeologie rekening gehouden moet worden bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en een diepte van meer dan 40 cm. Gebieden binnen deze categorie zijn afgebeeld met een licht oranje kleur. De andere categorie betreft het geel gekleurde gebied. Dit is categorie 6, waarvoor geldt dat rekening gehouden moet worden met archeologie bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en een diepte van meer dan 40 cm. Beiden categorieën vallen onder de verwachtingsgebieden met onbekende waarden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voor de uitvoering van voorliggend plan worden enkele graafwerkzaamheden verricht. Dit betreft het afgraven van de bovenste 40 cm grond langs de Kromme Leek, het graven van enkele gleuven voor de kabels en de plaatsing van transformatoren. Voor de constructie van de zonnepanelen worden geen graafwerkzaamheden of andere grondroerende werkzaamheden verricht. Zonnepanelen worden geplaatst op tafels geplaatst. Deze tafels bestaan uit een stalen constructie. Voor het vastzetten van de tafels worden stalen palen tussen de 1 en 3 meter diep de grond in geslagen. De diepte is bepaald aan de hand van de veenachtige grondsamenstelling. De panelen dienen stevig vastgezet te worden, zodat eventuele verschuiving of het inzakken van de panelen voorkomen wordt.
Van een betonnen fundering is geen sprake. De palen zijn na de exploitatiefase probleemloos en zonder graafwerkzaamheden uit de grond te trekken. Ondanks het beperkte oppervlak dat geroerd wordt heeft adviesbureau RAAP een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, welke als separate bijlage is bijgevoegd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. RAAP adviseert om aanpassingen door te voeren, zodat verstoring wordt
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 29
voorkomen. Dit kan worden gedaan door bodemingrepen zoveel mogelijk binnen de diepte van de bouwvoor te houden. Een eventuele ophoging kan ervoor zorgen dat ingrepen die dieper uitgevoerd moeten worden toch binnen die buffer blijven. Ten aanzien van de stalen funderingspalen worden geen aanpassingen geadviseerd omdat de verstoring hierdoor minimaal wordt geacht. Naast de funderingspalen worden kabelsleuven gegraven en technische installaties, zoals het transformatorstation geplaatst. Deze ingrepen in de bodem zijn dusdanig beperkt dat het aannemelijk is dat er geen sprake zal zijn van aantasting van mogelijke aanwezige archeologische waarden. Tot slot blijft ten allen tijde de archeologische meldingsplicht van kracht. Dit betekend dat wanneer bij werkzaamheden archeologische vondsten worden aangetroffen, waarvan kan worden aangenomen dat dit archeologische waardevolle vondsten betreffen, dit gemeld wordt bij het bevoegd gezag.
4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. Voor het bepalen van de cultuurhistorische waarden is de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geraadpleegd. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied geen sprake is van rijksmonumenten of cultuurhistorische bouwwerken. Op 30 meter van het plangebied staat een stolpboerderij. De Kromme Leek en aangrenzende grond is met een gele kleur aangeduid als aardkundig waardevol gebied. Deze grond is in de loop der jaren aangetast door egalisering van de oeverwallen. De oorzaak is mede de ruilverkaveling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met realisatie van voorliggend plan is geen sprake van zichtverlies op of schade aan de stopenboerderij. Het plan heeft een positieve invloed op het aardkundig waardevol gebied aan de Kromme Leek. De historische staat van de beekoever wordt hersteld met de aanpassing naar een natte natuurzone.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 30
Figuur 13. Uitsnede Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie, met plangebied binnen blauwe omlijning (bron: Provincie Noord-Holland).
4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beoordeeld. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit was 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel) stroomgebied beheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld.
Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 weer, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en een toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 31
inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Provinciaal beleid De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier Waterprogramma 2016-2021 In samenwerking met haar partners heeft Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het Waterprogramma 2016-2022 vastgesteld. Dit plan beschrijft de doelstellingen, prioriteiten, maatregelen, programmering en uitvoering van het waterbeheer. Met het Waterprogramma 2016-2022 voldoet het waterschap aan de wettelijke eis van de Waterwet en het Bestuursakkoord Water.
Het Waterprogramma bouwt voort op de regionale Deltavisie, geschreven lange termijn. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is gekomen tot 16 verschillende bouwstenen binnen de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. De 16 bouwstenen zijn verder uitgewerkt in een programma’s voor beheer en uitvoering van maatregelen. Deze doelstellingen vinden onder andere een concretere doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: de Keur, Legger, stimuleringsmiddelen en communicatie. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 32
Figuur 14. Uitsnede Legger Wateren 2020 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, plangebied binnen zwartgestippelde belijning.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de Legger Wateren 2020 is weergegeven dat het plangebied omkaderd is met watergangen. Het plangebied is gelegen aan de Kromme Leek. Dit is een primaire watergang en wordt beheerd door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Langs de oost- en westzijde van het plangebied liggen kavelsloten. Dit zijn secundaire watergangen en in beheer van de aanliggend eigenaar. Langs de zijden van de watergangen geldt een beschermingszone van 5 meter aan beide zijden. Deze zone dient vrijgehouden te worden ten behoeve van beheer en onderhoud. In voorliggend plan wordt een natte natuurzone gerealiseerd langs de oever van de Kromme Leek. De natte natuurzone zorgt voor een betere berging van water en biedt meer mogelijkheden voor flora en fauna om zich aan de waterzijde te ontwikkelen. Daarmee sluit het aan bij de ambities van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier om te werken naar een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van de fysieke leefomgeving. Daarnaast is de digitale watertoets uitgevoerd, welke separaat is bijgevoegd. Uit de watertoets blijkt de normale procedure van toepassing is. Het plan is afgestemd met het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft vervolgens gereageerd op de ingediende watertoets.
Uit de reactie van het waterschap blijkt dat er geen sprake is van een versnelde afvoer van hemelwater en dus geen watercompensatie hoeft te worden gerealiseerd. Hiermee is het voorgenomen plan uitvoerbaar.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 33
4.6 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige archeologische-, cultuurhistorische- en natuurwaarden niet aangetast. Het voornemen is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de bestaande waarden in het plangebied.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 34
5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: bodem; geluid; luchtkwaliteit; lichtreflectie; elektromagnetische straling; kabels en leidingen; externe veiligheid; bedrijven en milieuzonering; verkeer en parkeren; vormvrije m.e.r.-beoordeling.
5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In opdracht van enkele gemeenten, waaronder Medemblik, is onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit binnen het grondgebied. Aan de hand hiervan is een bodemkwaliteitskaart opgesteld met een rangschikking van bodemkwaliteitszones. Het plangebied is op de bodemkwaliteitskaarten gerangschikt onder buitengebied en landbouwgrond/natuur. Gezien het huidig gebruik en de bodemkwaliteitsonderzoek kan aangenomen worden dat de grond geschikt is voor de realisatie van een zonneveld.
5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 35
De VNG heeft inzake bedrijven en milieuzonering richtafstanden voorgeschreven ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Zonnevelden met een elektrisch vermogen boven de 50 MW vallen onder de catagorie elektriciteitsproduktiebedrijven. Voor transformatorstations met een vermogen minder dan 10 MVA geldt voor het voorkomen van geluidhinder een richtafstand van 30 meter. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies (zoals burgerwoningen). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Tussen het plangebied en de Zwaagdijk zijn enkele geluidsgevoelige objecten gelegen. Deze zijn weergegeven in figuur 15. Objecten die een enige vorm van geluid produceren worden zoveel mogelijk aan de oostzijde van het plangebied gesitueerd. Daarmede is de afstand tussen geluidsgevoelige objecten en deze installaties groter dan 30 meter. Zonnepanelen genereren geen geluid. Het zonneveld vormt daarmede geen geluidhinder voor de omliggende woonhuizen, waardoor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in stand gehouden blijft. Een akoestisch onderzoek is niet benodigd.
Figuur 15. Omliggende geluidsgevoelige objecten, omcirkeld met een gele kleur.
5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Om te berekenen of de ontwikkeling met het aantal verkeersbewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 36
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De NIBM-tool is geraadpleegd om te berekenen in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan een vermindering van de luchtkwaliteit. Bij een dagelijks aantal verkeersbewegingen van 800 (waarvan 5% vrachtverkeer) is de ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling een zonneveld betreft, zijn er alleen verkeersbewegingen merkbaar tijdens de aanlegfase. Deze brengt een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Hierbij blijft het aantal ruimschoots onder de 800 per dag. Na deze fase is er een daling van het aantal verkeersbeweging naar de huidige situatie. Alleen voor onderhoud en beheer zijn tijdig een te verwaarlozen aantal verkeersbewegingen benodigd. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarmede niet tot een vermindering van de luchtkwaliteit. Aannemelijk is dat een onderzoek naar de luchtkwaliteit niet behoort tot de noodzaak. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ wordt behandeld in paragraaf 4.2.2.
5.5 Lichtreflectie Het zonneveld wordt landschappelijk ingepast binnen de omgeving. Bestaande structuren worden behouden en aangevuld met nieuwe groenstructuren. Aan de zijde van de Zwaagdijk is het zonneveld afgeschermd door een elzenhaag van circa 4 meter en een losse haag van circa 1,5 meter. Verder blijft een deel van de fruitboomgaard en enkele solitaire bomen staan. Tezamen zorgen de groenstructuren voor minimaal tot geen zicht op de panelen. De panelen zijn geplaatst in een kleine hellingshoek en gericht op het zuiden. Het licht wordt hierdoor weerkaatst naar boven. Ook is reflectie van zonnepanelen onder normale omstandigheden bijna niet mogelijk, aangezien de panelen zijn voorzien van een speciale anti-reflectie coating of folie. Het plangebied is gelegen op enige afstand van de Zwaagdijk en is daarvan afgeschermd door woningen en bijbehorend groen. Van hinder voor weggebruikers door lichtreflectie is dan ook geen sprake. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van zonneveld Zwaagdijk-West niet tot gevolg heeft dat er hinder voor omwonenden of passanten ontstaat met betrekking tot lichtreflectie.
5.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (ìT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonneveld door de afstand van een zonneveld tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 ìT komt. Gezien de relatief grote afstand van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 ìT. In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 meter van onderzochte transformatorstations.
De transformatorstations worden op een afstand groter dan 30 meter van de dichtstbijzijnde gevoelige objecten geplaatst. Daarmee vormt de elektromagnetische straling geen hinder voor de omgeving.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 37
5.7 Externe veiligheid Externe veiligheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkleind. Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een degelijke motivering is toegestaan. Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (tankwagen, gasleidingen) bronnen. Er wordt getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling. Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT). Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De aanwezigheid van risicobronnen (productie, opslag transport en gebruik van gevaarlijke stoffen) in de directe omgeving van het plangebied is in kaart gebracht door middel van de risicokaart. Dit is weergegeven in figuur 16. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen gelegen. Op meer dan 300 meter van het plangebied ligt de Provinciale weg N302. Deze weg is in gebruik voor het transport van brandbare stoffen. Gezien de afstand tot deze weg ontstaat er geen gevaar voor het zonneveld.
Figuur 16. Uitsnede risicokaart met het plangebied binnen een blauwe omlijning (bron: risicokaart.nl).
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 38
Een zonneveld is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonneveld een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een hek rondom het zonneveld. Dit hekwerk is circa 2 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor onbevoegde personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Het park is enkel te betreden door middel van een afgesloten poort. Deze poort komt achter het erf aan de Zwaagdijk 396 te staan. De ingang wordt gebruikt bij regulier beheer en onderhoud. Ook is het zonneveld toegankelijk voor hulpdiensten, zoals de brandweer. Daarnaast wordt het park geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd.
5.8 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met de realisatie van voorliggend plan worden transformators en omvormers geplaatst.
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' behoort de voorliggend plan tot de categorie 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 30 meter. Voor de omvormers is dezelfde afstand aangehouden. In voorliggend plan wordt de afstand van 30 meter tot omliggende woningen en bedrijven gewaarborgd. Inrichting van de kavels als zonneveld levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige objecten. Het zonneveld hoeft zelf niet beschermd te worden ten opzichte van andere bedrijven. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot de totstandkoming van gevoelige objecten. Het plan waarborgt de richtafstanden als voorgeschreven in de VGN-uitgave. Daarmee vormt het geen hinder of gevaar voor de omgeving.
5.9 Verkeer en parkeren Het zonneveld draagt niet in betekende mate bij aan de verkeers- en parkeerbelasting op de locatie en omgeving. In de aanleg- en ontmantelingsfase ontstaat een tijdelijke verhoging van het aantal verkeersbewegingen. In de exploitatiefase is voor het beheer en onderhoud een verwaarloosbaar aantal verkeersbewegingen nodig. Het plangebied wordt ontsloten via de erftoegangsweg van de Zwaagdijk 396. Dit gebeurt op een veilige wijze. Parkeren is mogelijk op de gronden en verharding aangrenzend aan het zonneveld en behorende tot de kavel van de grondeigenaar.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 39
5.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze aangeeft of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een m.e.r. gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Het project maakt een functiewijziging naar een zonneveld mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het zonneveld betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9). De ontwikkeling van een zonneveld valt pas onder deze categorie als deze onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject (het project dient een voldoende substantieel karakter te hebben). Ook valt het project niet onder categorie D22.1. Hiervan is sprake bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het zonneveld wekt alleen energie op. Verder is categorie D11.2 niet van toepassing, aangezien het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft en het zonneveld een relatief beperkt oppervlak (5 ha.) beslaat. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r.
en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770. Het zonneveld wordt aangelegd met respect voor de bodem en door de open cultuur is hier geen schade te verwachten. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De locatie is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. De locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, Natuur Netwerk Nederland-zonering of andere gebieden. Het realiseren van een zonneveld op de planlocatie is goed onderzocht en het zonneveld is zorgvuldig ingepast (Landschappelijk inpassingsplan Haver Droeze en hoofdstuk 2). Resumerend zullen er zowel tijdens de aanlegfase, als tijdens de gebruiksfase, als tijdens de ontmantelingsfase, geen significante negatieve effecten bestaan voor het milieu. Om dit uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd (bijlagen) en zijn de milieuaspecten zorgvuldig onderzocht in dit hoofdstuk.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 40
De conclusie is dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Een nadere analyse in de vorm van een aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is vanwege het ontbreken van de activiteit in de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet noodzakelijk.
5.11 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 41
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofstuk wordt ingeaan op de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan. De ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid worden omschreven.
6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In de voorgaande hoofstukken is omschreven op welke manier het voorgenomen plan past binnen het relevante overheidsbeleid. Hieruit is gebleken dat er voor de uitvoering van het project geen ruimtelijke en milieukundige belemmeringen zijn. Op dit aspect is het project dan ook uitvoerbaar.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3.1 Omgevingsproces Sunvest betrekt vanaf het begin de omgeving en belanghebbende organisaties om deze om feedback te vragen. Het omgevingsproces wordt in paragraaf 2.2.7 toegelicht.
6.3.2 Vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 Bro wordt het plan voorgelegd aan de vooroverlegpartners, waaronder: Het Rijk Geoordeeld is dat dit ruimtelijke plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Noord-Holland Het plan wordt voor vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro, toegezonden aan de provincie NoordHolland.
6.3.3 Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na dit termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging, in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 42
6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.4.1 Kostenverhaal gemeente Medemblik Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst gesloten, waarin onder andere het verhalen van eventuele planschade wordt geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
6.4.2 Financiering zonneveld De realisatie van Zonneveld Zwaagdijk doet Sunvest voor eigen rekening en risico. Tevens is de SDE++ subsidie noodzakelijk, die kan worden aangevraagd nadat een omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonneveld is verleend.
6.5 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 43
Bijlage 1 – Landschappelijk inrichtingsplan
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 44
Bijlage 2 – Quickscan Flora en Fauna
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 45
Bijlage 3 – Stikstofberekening Zonneveld Zwaagdijk
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 46
Bijlage 4 – NNN-toetsing Zonneveld Zwaagdijk
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 47
Bijlage 5 – Watertoets
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 48
Bijlage 6 – Bespreeknotitie Commissie Ruimte 5 februari 2019
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 49
Bijlage 7 – Besluit raadsvergadering 6 juni 2019
Zonneveld Zwaagdijk | Eelerwoude | 50
www.eelerwoude.nl