CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 3 - Toelichting

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Zwaagdijk-West - De Perenlaan' (pfh. J. Broeders)25.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.6.2 Aanvullend onderzoek stikstofdepositie In de quickscan worden effecten op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten. Desalniettemin dient de stikstofdepositie van het project op omliggend Natura 2000-gebied beoordeeld te worden. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS 2023.0.1. AERIUS 2023.0.1 berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000gebieden. Op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten, bouwfase en gebruiksfase van het initiatief is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 7).

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

48

De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekening met Aerius 2023.0.1 blijkt dat er als gevolg van het plan De Perenlaan zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebied plaatsvindt, die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. Betekenis voor dit project • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming. De fruittuin herbergt geen potenties voor beschermde soorten. • Een ontheffing of vergunning Wnb is niet nodig. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet de algemene zorgplicht. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.

5.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Voor beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Andere geluidsbronnen zijn niet van toepassing.

5.7.1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGO advies omvat het inzichtelijk maken vande geluidsbelasting op de te realiseren woningen op het perceel ten gevolge alle relevante wegen (alle wegen incl. 30 km/h)in de omgeving (zie bijlage 8). Onderzoeksresultaten Door middel van het akoestisch onderzoek zijn de maximale gevelbelastingen ten gevolge van bovengenoemde wegen vastgesteld. Gebleken is dat de geluidsbelasting wegverkeer van de Zwaagdijk maatgevend is. De geluidsbelasting van de N307 is door de afstand tot het plangebied en de geluidsschermen aan weerszijden van deze provinciale weg niet relevant gebleken en bedraagt maximaal 47 dB (incl. Art 110g Wgh). Ook de geluidsbelasting van de Klokkeweit is niet relevant . Gelet hierop is de geluidsbelasting van de Zwaagdijk maatgevend voor de toetsing aan de Wet geluidhinder en het vaststellen van hogere grenswaarden. De maximale waarde Wet geluidhinder voor nieuwbouw in binnenstedelijke situaties bedraagt 63 dB. De hoogst berekende geluidsbelasting incl. Art. 110 Wgh bedraagt voor deze situatie 59 dB op de gevel van de seniorenwoningen. ten gevolge van de Zwaagdijk. Afweging Gelet op deze geluidsbelasting wordt voldaan aan de maximale hogere grenswaarde. Wel wordt de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai zijnde 48 dB overschreden.

Er dienen hogere grenswaarden te worden vastgesteld. Als plafondwaarde voor de goede ruimtelijke ordening is eveneens de maximale geluidsbelasting Wet geluidhinder voor nieuwbouw in binnenstedelijke situaties gehanteerd, zijnde 63 dB incl. Art. 110g Wgh. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt zoals vermeld 59 dB. Gelet op genoemde plafondwaarde wordt ook hieraan voldaan. De conclusie luidt dat de ontwikkeling ook voldoet aan het aspect goede ruimtelijke ordening.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

49

De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (excl. Art 110g Wgh) bedraagt maximaal 64 dB op de zuidgevel van seniorenwoning 4. Hiermee wordt voldaan aan de gehanteerde plafondwaarde van 65 dB.

5.7.2

Geluidsmaatregelen

Geluidsmaatregelen Zwaagdijk Voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Zwaagdijk dienen geluidsmaatregelen wettelijk te worden overwogen. De effectiviteit van geluidsreducerend wegdek zal er niet toe leiden dat alsnog aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt voldaan. Tevens is er nabij het te ontwikkelen kavel sprake van een 30 km/h regime waarbij de geluidsreducerende werking van een dergelijk wegdek bij deze lage snelheid niet efficiënt zal zijn. Ook zal ten gevolge van de Klokkeweit sprake zijn van veel wringend verkeer waardoor de kwaliteit van geluidsreducerend wegdek sterk aan slijtage onderhevig zal zijn. In de regel worden op kruisingen dan ook regulier wegdek (DAB) toegepast. Tevens is het aantal te ontwikkelen woningen niet in verhouding tot de kosten voor het aanleggen van een geluidsreducerend wegdek over grote afstand. Het toepassen van maatregelen om de verkeersintensiteit te reduceren op de Zwaagdijk is reeds aan de orde gelet op de 30 km/h zone die hier is aangebracht. Overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidschermen zijn stedenbouwkundig /technisch onvoldoende inpasbaar gelet op de situatie ter plaatse. Tevens zijn deze eveneens financieel niet doelmatig gelet op het aantal te beschermen woningen. Gevelmaatregelen in de vorm van balkons zijn niet realistisch aangezien het hier grondgebonden woningen betreft.

Geluidswering gevels Op grond van het Bouwbesluit 2012 moet de gevel van een gevoelige bestemming voldoende geluidwerend zijn. Het vereiste binnenniveau bedraagt volgens het bouwbesluit 33 dB(A). Om hieraan te kunnen voldoen dient de geluidwering van de gevels dusdanig te zijn dat wordt voldaan aan het vereiste binnenniveau voor het gecumuleerde industrielawaai. De geluidwering dient te worden bepaald volgens de NEN 5077, ‘Geluidwering in gebouwen’. De vereiste geluidwering dient voor de geluidgevoelige ruimten de in de tabel hieronder aangegeven waarden te zijn om te kunnen voldoen aan het vereiste binnenniveau van 33 dB(A).

Mingevelisolatie Weg

Minimale gevelisolatie

Seniorenwoningen

Zwaagdijk

31

Starterswoningen

Zwaagdijk

25

Vrijstaandewoningen

Zwaagdijk

14

Locatie

tabel 5. Minimaal benodigde gevelisolatie per woning

5.7.3 Besluit hogere grenswaarden Op basis van het akoestisch onderzoek van HGO advies dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Zwaagdijk naast 354) te nemen vanwege het wegverkeer op de Zwaagdijk tot aan de maximale ontheffingswaarde van 59 dB. De gemeente Medemblik kent geen hogere waarde beleid. Wel zijn de berekende gevelbelastingen getoetst aan het aspect ‘geluidsluwe gevel’ (≤ 48 dB) en de gecumuleerde geluidsbelasting (max. 65 dB). Geluidsluwe gevel per deelontwikkeling: • seniorenwoningen; allen geluidsluwe gevel met uitzondering van woning 1 en 4;

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

50

• •

starterswoningen; allen geluidsluwe gevel met uitzondering van woning 5 en toetspunt 12 (zuidgevel); vrijstaande woningen; allen geluidsluwe gevels De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt maximaal 64 dB en voldoet daarmee aan gestelde plafondwaarde van 65 dB.

Voor de ontwikkeling dienen de volgende hogere grenswaarden ten gevolge van het wegverkeer op de Zwaagdijk te worden vastgesteld:

tabel 6. Vast te stellen hogere grenswaarden - starterswoningen

tabel 7. Vast te stellen hogere grenswaarden - seniorenwoningen

Betekenis voor dit project • Bij de uitvoering van dit project is wegverkeerslawaai een aandachtspunt.Gezien de gevelbelasting moeten maatregelen toegepast worden om realisatie van het gebouw mogelijk te maken. Gemeente Medemblik heeft geen apart geluidbeleid, gehandeld moet worden volgens de Wet geluidhinder. • Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel uitgevoerd te worden op grond van het Bouwbesluit 2012. Hierbij moeten ook afdeling 3.2, afdeling 3.3 en afdeling 3.4 van het Bouwbesluit 2012 te worden meegenomen. • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik dient een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Zwaagdijk naast 354) te nemen vanwege het wegverkeer op de Zwaagdijk tot aan de maximale ontheffingswaarde van 59 dB.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

51

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1 Verkeer Ontsluiting van het terrein vindt plaats vanaf de Zwaagdijk. Het woningbouwplan brengt een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Zwaagdijk en de omliggende wegen met zich mee. Verkeersgeneratie Als gevolg van de ontwikkeling zal er extra verkeer van en naar de planlocatie over de Zwaagdijk rijden. De CROW publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317) geeft kencijfers voor de verkeersgeneratie van woningen. Naast het type woning zijn nog twee andere aspecten van invloed op het te hanteren kencijfer: de geografische ligging ten opzichte van het centrum en de stedelijkheidsgraad. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers en verkeersgeneratie. Medemblik kiest er voor uit te gaan van het gemiddelde van de minimale en maximale kencijfers (zie: Nota parkeren 2021). Op basis van de ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW is er een verwacht aantal van ca. 136 ritten per gemiddelde weekdag (zie tabel 1), op basis van 18 grondgebonden woningen en een gemiddelde verkeersgeneratie van bijna 8 motorvoertuigbewegingen per woningen. De kencijfers houden rekening met de ligging in de ‘rest bebouwde kom’ van ‘weinig stedelijk gebied’ (bron: Nota Parkeernormen gemeente Medemblik 2021). Woningtype

Aantal woningen

Kengetal (per woning)

Verkeersgeneratie

Koop, vrijstaand

4

8,2 (7,8 – 8,6)

32 (32,8)

Koophuis hoek/ tussen

14

7,4 (7,0 – 7,8)

104 (103,6)

tabel 8.

Aannames voor de verkeersbewegingen per dag

Capaciteit omliggende wegen Met betrekking tot de huidige verkeersintensiteit bevat de Zwaagdijk voldoende capaciteit om het extra verkeer op een goede wijze af te wikkelen. Na de opwaardering van de Westfrisiaweg en het instellen van een 30 km/u regime tussen kerk en Klokkeweit is de weg minder aantrekkelijk geworden voor sluipverkeer en is de weg vooral bestemd voor bestemmingsverkeer. De oprit van de Westfrisiaweg is dichtbij (5 minuten rijden). Op de Zwaagdijk takken diverse nieuwe ontwikkelingen aan. In Zwaagdijk-Oost betreft dit de projecten De Gracht West (74 woningen, uitvoering 2022-2024) en Het Lint (38 woningen, uitvoering 2025-2029). Deze locaties liggen naast het winkelhart Zwaagdijk-Oost en hebben via de Oosterboekelweg een snelle aansluiting op de Westfrisiaweg. Tegenover de Perenlaan ligt een tweede woningbouwontwikkeling, namelijk Zwaagdijk 377 met een beoogd woningaantal van 20. Dit plan is nog in voorbereiding. Potentieel worden er de komende 10 jaar in Zwaagdijk-West daarmee 38 woningen gebouwd. De woningbouwontwikkeling zal voor extra bestemmingsverkeer op de Zwaagdijk zorgen. Het verkeer wordt over het algemeen goed gespreid: zowel aan de oostzijde als de westzijde is er een goede aansluiting op de Westfrisiaweg. Daarnaast zal het verkeer doorstromen via lokale wegen richting Wognum, Nibbixwoud en Hoorn. Langs de Zwaagdijk ligt een vrijliggend fietspad.

De verkeerssituatie op de Zwaagdijk is daarmee acceptabel. In de Perenlaan wordt zowel gebouwd voor forenzen als voor starters en gezinnen. Er wordt verwacht dat het verkeer voor ca. 60 % aansluit op de Westfrisiaweg. Het betreft dan voornamelijk drukte in de ochtend en avonduren, ca. 80 % richting A7 en ca. 20 % richting Houtribdijk. Concreet betekent dit circa 109 extra verkeersbewegingen tussen de Wogmergouw en de A7, en 27 extra verkeersbewegingen tussen de Rijweg en Enkhuizen. Verdeeld over de

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

52

dag is dit zelfs in avond- en ochtendspits nauwelijks van invloed op de verkeersafwikkeling op de Westfrisiaweg. Ontsluiting van het terrein In de Perenlaan sluit direct aan op de Zwaagdijk. Er is een hoofdontsluiting aan de rechterzijde van het markante gebouw op het erf, de dubbele stolp. Het toegangspad komt uit op een centraal erf waarop de woningen zijn georiënteerd. De erfverharding bestaat uit klinkers (uitwerking parkeervakken met graskeien wordt nader onderzocht). Aan de linkerzijde is van de stolp is een calamiteitenroute aanwezig. Deze dient tevens als toegangspad tot de woningen en is niet als reguliere auto-ontsluiting te gebruiken. De calamiteitenroute bestaat uit graskeien, waardoor deze opgenomen wordt in het openbaar groen rond de woningen.

5.8.2 Parkeren Op 28 september 2021 heeft de gemeente Medemblik de herziening van de Nota Parkeernormen uit 2014 vastgesteld. Met deze beleidsregel wordt geregeld welke parkeernorm en/of normen van toepassing zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom van Zwaagdijk-West. Omdat het een woongebied betreft kan geen rekening worden gehouden met dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Op basis van de Nota Parkeernormen gemeente Medemblik 2021 ligt het plangebied in de ‘rest bebouwde kom’, van ‘weinig stedelijk’ gebied. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is conform de Nota Parkeernormen afhankelijk van het woningtype. De relevante parkeernormen voor de ontwikkeling van het plangebied zijn in onderstaande tabel 9 weergegeven: Woningtype

Aantal woningen

Kengetal (per woning)

Parkeerbehoefte

Vrijstaande woning

4

2,3

9,6

Hoek- of tussenwoning

14

2

28

Totaal benodigd tabel 9.

38

Benodigd aantal autoparkeerplaatsen

De vrijstaande woningen zullen worden gerealiseerd met 2 parkeerplaatsen op eigen erf. Dit krijgt vorm als lange oprit met garage, of dubbele oprit12. In het openbaar gebied worden 34 parkeerplaatsen gerealiseerd. Met een aanbod van 39 plaatsen is er een sluitende parkeerbalans. Daarbij wordt rekening gehouden met (18 x 0,3=) 6 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen ten behoeve van bezoekers. In de uitwerking van het plan wordt gestreefd naar het realiseren van dubbele parkeerplaatsen op eigen erf bij de vrijstaande woningen waardoor het aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied kan worden verkleind ten gunste van groen. Verantwoording mobiliteit en benodigd aantal parkeerplaatsen Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid moet in elk nieuwbouwplan rekening worden gehouden met voldoende parkeerplaatsen. Op basis van de Nota Parkeernormen 2021 zijn In de Perenlaan 38 parkeerplaatsen noodzakelijk: in openbaar gebied worden 34 parkeerplaatsen gerealiseerd (waarvan 2 mindervalide plaatsen en 2 plaatsen met laadpaal), en 5 op eigen terrein. Gezien de ligging van de planlocatie zijn waarschijnlijk in werkelijkheid minder parkeerplaatsen noodzakelijk. De locatie In de Perenlaan wordt als volgt ook voor fietsers en voor OV goed ontsloten:

12

Een lange oprit met garage telt als 1,3 in de parkeertelling, een dubbele oprit als 2. Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

53

• • •

De locatie wordt ontsloten via de Zwaagdijk. De Zwaagdijk is van oudsher de ontsluitingsroute door dit gebied. Er zijn veilige fietsroutes zowel langs het lint als haaks op het lint. Er lopen buslijnen direct langs het dorp. De planlocatie ligt op circa 1,3 km afstand en op 4 minuten fietsafstand van een bushalte in Hoorn-Noord bij de voormalige gevangenis, en op 6 minuten fietsafstand van een halte aan de Hoornseweg. Station Hoorn en station Hoorn-Kersenboogerd liggen als OV-knooppunt op fietsafstand van de nieuwe woningen (15 minuten fietsen).

Betekenis voor het project: • De woningbouwontwikkeling zal extra bestemmingsverkeer op de Zwaagdijk genereren. de Zwaagdijk heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer op een goede wijze af te wikkelen. • Het parkeren wordt op eigen erf opgelost, er is sprake van een sluitende parkeerbalans.

5.9

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies.

5.9.1 Milieuzonering Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De afstanden in de tabel van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

Tabel 10. Gewenste afstand tot milieuhinderlijke situaties (VNG)

Zwaagdijk 354 De ontwikkellocatie bevindt zich op een deel van het agrarische perceel en de huidige boomgaard van Zwaagdijk 354. In het bestemmingsplan is ten behoeve van de fruitteelt een spuitvrije zone opgenomen. Hierover is overeenstemming met de grondeigenaar (zie paragraaf 5.9.2). De ontwikkelende partij van de Perenlaan heeft afspraken gemaakt met de grondeigenaar van Zwaagdijk 354. In het bestemmingsplan is ten behoeve van de woningbouwontwikkeling een spuitvrije zone opgenomen die deels over de (overblijvende) agrarische gronden van Zwaagdijk 354 vallen. (zie paragraaf 5.9.2). Het fruiitteeltbedrijf wordt op basis van de gemaakte afspraken met de ontwikkeling van de woningbouw niet in de toekomstige bedrijfsvoering belemmerd. Zwaagdijk 354 heeft een groot agrarisch bouwvlak dat rijkt tot aan de grens van de planlocatie De Perenlaan. Voor akkerbouw en fruitteelt (SBI 0111, 0113) is in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ een richtToelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

54

afstand tot woningen opgenomen van 30 meter op basis van geluidhinder. De afstand tot de woningen is respectievelijk 15 m (vrijstaande kavel) en 20 m (stolp aan het lint). De huidige bedrijfsgebouwen staan op meer dan 30 meter vanaf de geprojecteerde woningen. De eigenaar van Zwaagdijk 354 heeft aangegeven de bedrijfsbebouwing niet uit te willen breiden, en bovendien is er op dit moment geen sprake van geluidproductie vanuit de bedrijfsgebouwen. In het bestemmingsplan zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen de woningen worden gerealiseerd. De woningen kunnen dus niet dichter bij de inrichting komen te liggen. Binnen het agrarisch bouwvlak is ook tot een afstand van 30 meter ruimte vanaf de geprojecteerde woningen binnen het agrarisch bouwvlak nog ontwikkelruimte. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, een goede milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Het fruitteeltbedrijf wordt met de ontwikkeling van de woningbouw niet in de toekomstige bedrijfsvoering belemmerd. Op basis van het geldende bestemmingsplan is op de planlocatie agrarische bedrijfsvoering mogelijk, met uitzondering van glastuinbouw.

Dit betekent dat (potentieel) een ander type agrarisch bedrijf op deze locatie mogelijk is, waaronder veehouderij. De mogelijkheid voor andere agrarische bedrijfsvoering op de planlocatie zal de woningbouwontwikkeling De Perenlaan niet belemmeren: • Door de aanwezigheid van bestaande woningen binnen een afstand van 100 m, zoals Zwaagdijk 352 (maatgevend) op korte afstand is het nagenoeg niet mogelijk om hier dieren bedrijfsmatig te gaan houden vanwege de potentiële geurhinder. • De nieuwe woningen komen op iets minder dan 30 meter van de perceelsgrens/grens agrarisch bouwvlak, maar wel op 30 meter van de bestaande bedrijfsgebouwen van het naastgelegen perceel met de agrarische bestemming. De richtafstand van de VNG geldt vanaf de grens van de inrichting tot aan de gevel van de te bouwen woningen en is geen 30 meter. De richtafstand van 30 meter geldt echter voor het gebiedstype rustige woonwijk/ rustig buitengebied. De richtafstanden kunnen in een gemengd gebied met één afstandstap worden verkleind zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functievermenging waarbij direct naast woningen andere functies voorkomen. De planlocatie De Perenlaan ligt in de bebouwde kom van Zwaagdijk. De gebouwen in het dorpslint staan dicht op elkaar.

In het dorpslint is een menging van wonen, (agrarische) bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. De Zwaagijk is een hoofdstructuur, en kan daarmee als omgevingstpe gemengd gebied worden beschouwd. Op basis hiervan kan de omgeving van de planlocatie worden aangemerkt als gemengd gebied. De richtafstand kan dan met één afstandsstap worden verlaagd van 30 meter naar 10 meter. Hier kan wel aan worden voldaan. Dit betekent dat op basis van de VNG-richtafstanden er sprake is van een verantwoorde situatie. • Bij milieuzonering wordt gekeken naar de huidige situatie en naar de potentiële (door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte) situatie. In dit geval is met de eigenaar van Zwaagdijk 354 overeenstemming bereikt over het afstaan van een deel van de boomgaard ten behoeve van de boomgaard. De grondeigenaar heeft aangegeven de komende jaren niets fundamenteels aan zijn bedrijf te willen veranderen. De huidige (omvang van) de bedrijfsbebouwing voldoet, deze geven nauwlijks overlast qua geluid. Er zijn geen uitbreidingsplannen. Er is overeenstemming over de spuitvrije zone op het terrein. Dit betekent dat voor de ontwikkeling van De Perenlaan uitgegaan kan worden van de bestaande milieusituatie, en dat een potentiële verandering in de agrarische bedrijfsvoering op de locatie Zwaagdijk 354 voor de ontwikkeling van De Perenlaan niet relevant is.

Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven/inrichtingen niet (verder) in de ontwikkelmogelijkheden belemmerd.

Zwaagdijk 371 Het agrarische bedrijf Zwaagdijk 371 ligt buiten de bebouwde kom. Achter de woning ligt een groot kassencomplex. De richtafstand voor geluidhinder is 30 m tot omliggende woningen. Deze afstand is aangehouden tot de woningen aan de Klokkeweid. Het ontwikkelproject ligt op grotere afstand van het bedrijf. Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

55

Zwaagdijk 375 Het tegenoverliggende perceel Zwaagdijk 375 kent een woonbestemming. Op het perceel zijn een paardenbak, een stal en mestopslag aanwezig achter de woning. Er is sprake van het hobbymatig houden van dieren. De Wet geurhinder en veehouderij geeft geen regels voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren. De regels in deze wet zijn daarom niet van toepassing op het onderhavige perceel. Hetzelfde geldt voor de in dit kader door de gemeente Medemblik vastgestelde ‘Verordening Fysieke Leefomgeving van de gemeente Medemblik’. In de bestaande situatie grenst het perceel van de hobbymatige paardenhouderij aan zowel de oost- als de westzijde aan een bestaande woning van derden. Geurhinder zou kunnen worden ervaren vanaf de stal en mestopslag.In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn geen richtafstanden voor een (hobbymatige) paardenhouderij opgenomen, wel voor een paardenfokkerij. Indien er sprake zou zijn van een paardenfokkerij (wat hier niet het geval is) geldt voor geur een richtafstand van 50 meter tot nabijgelegen woningen van derden in buitengebied. Omdat door de woningbouw een binnen de bebouwde kom situatie wordt gecreëerd qua geur dient er in dit gevel een afstand van 100 meter te worden aangehouden.

Deze afstand is, voor zover kan worden nagegaan, aanwezig ten opzichte van de stallen en mestopslag en de dichtstbijzijnde nieuw te realiseren woningen in het woningbouwproject. Voor de aspecten geluid en stof geldt voor een paardenfokkerij een richtafstand van 30 meter tot woningen in een rustig woongebied. Het betreft hier bijvoorbeeld de aanwezigheid van een paardenbak. De beoogde woningbouwlocatie heeft voldoende afstand tot de stal en de mestopslag.

afb.26 Overzicht milieuzonering rond planlocatie

Afweging De ligging in landelijk gebied zorgen er voor dat zowel aan de noord- als zuidzijde van de Zwaagdijk sprake is van milieuzonering. Rekening gehouden moet worden met spuitzones van omliggende fruittuinen ten noorden van de Zwaagdijk. Verder moet rekening gehouden worden met voldoende afstand tot de aanwezige paardenbak, voldoende afstand tot de mestplaat en voldoende afstand tot de aanwezige agrarische kassen ten zuiden van de Zwaagdijk. Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

56

5.9.2 Spuitzonering De woningen worden aan west-, noord- en oostzijde begrensd door bestaande agrarische gronden. Naast dat sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen (met een spuitvrije zone), is het van belang dat de agrariërs hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren zonder dat zij in hun bedrijfsvoering door de realisatie van de nieuwe woningen worden beperkt. Op basis van het vigerende bestemmingsplan Dorpskernen IV is op de beoogde landerijen de realisatie van boomgaarden mogelijk. Omdat bij fruitteelt overwegend zijwaarts en opwaarts gespoten zijn woningen in de buurt van boomgaarden het meest gevoelig voor spuitdrift. Ligging woningen ten opzichte van de agrarische percelen De afstand van de (achter-)gevels van de woningen in het plan tot omliggende agrarische percelen is minimaal 20 meter.13 Dit is vergelijkbaar met omliggende woningen langs de Zwaagdijk. De afstand van de huidige bedrijfswoning tot de boomgaard is kleiner. Voor bestaande woningen geldt geen spuitzonering. In het bestemmingsplan wordt zoals dat onderstaand nader wordt toegelicht een aanduiding ‘milieuzone - spuitvrije zone’ van 50 meter vanaf de perceelsgrens van de woningen opgenomen conform de huidige richtlijnen. Gebruik van bestrijdingsmiddelen In de boomgaarden ten noorden en oosten van de planlocatie wordt beperkt gesproeid.

De bomen staan dicht op elkaar, waardoor machinaal sproeien voorzichtig gebeuren moet. Door een minimale spuitboomhoogte aan te houden en naar beneden te sproeien wordt efficiënt gespoten met minimale drift. Aanwezigheid water Tussen het nieuwe woongebied en de agrarische gronden aan de westzijde ligt een sloot. Volgens het Activiteitenbesluit mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen. Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet bij het woonperceel kan komen en de agrarische bedrijfsvoering als gevolg van het bouwplan niet wordt beperkt. Kaders Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassenbeschermingsmiddelen in de open lucht worden toegepast en nabij gelegen gevoelige objecten zoals woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van de risico's van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers en werknemers.

De richtafstanden die zijn opgenomen in de VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) hebben geen betrekking op open teelten en zijn dus evenmin bruikbaar (ABRvS 23 september 2009, zaaknummer 200900570/1/R2). Afhankelijk van het soort teelt en of er sprake is van een (water toevoerende) sloot, stelt het Activiteitenbesluit milieubeheer het hanteren van teeltvrije zones verplicht, maar ook hierin zijn geen afstandsnormen voor spuitzones opgenomen. Weliswaar ontbreekt wetgeving over afstandsnomen voor spuitzones, maar er heeft zich op dit terrein wel jurisprudentie gevormd. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Het is mogelijk die afstand te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek, waarbij kan worden 13

Voor het beoordelen van de spuitzones worden de planologische grenzen aangehouden.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

57

aangetoond dat onder de gegeven omstandigheden ook bij het hanteren van een kortere afstand een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij een gevoelige functie is gegarandeerd (ECLI:NL:RVS:2015:1698 en ECLI:NL:RVS:2017:1353). Echter door latere jurisprudentie kunnen zowel de PRI-onderzoeken als het in het gehanteerde EFSA-model niet meer ten grondslag worden gelegd aan een locatie specifiek onderzoek (ECLI:NL:RVS:2020:3018 en ECLI:NL:RVS:2022:3023). In een recente uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3160): is geoordeeld “Een kleinere afstand kan aanvaardbaar zijn indien (bijvoorbeeld) driftreducerende maatregelen worden getroffen”. En ook in een recente uitspraak van maart 2023, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat een kleinere afstand kan worden aangehouden, mits dit op basis van zorgvuldig en op locatie toegesneden onderzoek deugdelijk kan worden gemotiveerd (ECLI:NL:RBMNE:2023:1048). Afweging Opwaarts spuiten kan als representatieve maximale planologische situatie worden beschouwd voor de agrarische gronden gelegen ten westen, noorden en oosten, dus aan 3 zijden, van de planlocatie. Het noordelijke en oostelijke perceel zijn van de oorspronkelijke grondeigenaar.

Op deze grond is in het bestemmingsplan een aanduiding ‘milieuzone - spuitvrije zone’ van 50 meter vanaf de perceelsgrens van de woningen opgenomen conform de huidige richtlijnen. Waarbij er niet meer gespoten mag worden met gewasbeschermingsmiddelen, tenzij hiervoor een vergunning is verleend. Ditzelfde geldt ook voor de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrijezone’ ten westen van de planlocatie, waarbij met de grondeigenaren van de agrarische percelen is afgesproken dat er een vaststellingsovereenkomst wordt getekend, waarbij de grondeigenaren akkoord gaan met een spuitvrije zone van 50 meter vastgelegd in het bestemmingsplan, op dezelfde manier hierboven omschreven. Dit betekent dat er binnen 50 meter van de woonbestemming niet gespoten zal worden met gewasbeschermingsmiddelen, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

afb.27 Indicatieve spuitzonering rond planlocatie

Betekenis voor dit project: • Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden niet belemmerd in het functioneren. Er is voor de woningen sprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

58

• •

leefklimaat en er bestaat vanuit milieuhygiënische overwegingen geen bezwaar tegen het plan. In de situering van de bouwvlakken in het plan wordt een spuitvrije zone van 50 m vanaf de erfgrens aangehouden. De beoogde woningbouwontwikkeling veroorzaakt ook geen milieuhinder voor de omliggende woningen.

5.10 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt ‘gevoelige bestemmingen’ (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De planontwikkeling beoogt de ontwikkeling van 18 nieuwe woningen waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft.

Huidige luchtkwaliteit De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten in de omgeving (bij de Westfrisiaweg, N307)blijven onder de 35 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Niet in betekende mate (NIBM-tool) Met het voorgenomen plan is er in beperkte mate sprake van extra personenverkeer. Het personenverkeer heeft gezien de beperkte omvang geen significante werking op de luchtkwaliteit. Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vinden alleen verkeersbewegingen plaats die samenhangen met de woonfunctie. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Deze conclusie wordt door het invoeren van de basisgegevens in het project in onderstaande tabel volgens de NIBM-tool bevestigd:

tabel 3.

Worst-case berekening NIBM-tool Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

59

Betekenis voor dit project: Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het bestemmingsplan.

5.11 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl:

afb.28 Uitsnede uit de risicokaart.nl

Met het plan worden geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied geïntroduceerd. De locatie en activiteiten zijn getoetst op het aspect externe veiligheid. Het plangebied bevindt zich buiten de risicocontouren en invloedsgebieden van inrichtingen, buisleidingen, windturbines en hoogspanningslijnen. Deze aspecten zijn daarom niet aan de orde. Op de Risicokaart Noord-Holland zijn in de omgeving geen risicovolle objecten waar te nemen. Het dichtstbijzijnde risicovolle object is Tankstation Argos Oil, gelegen op meer dan 500 meter. Er hoeft derhalve niet aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen te worden getoetst. Daarnaast is het plangebied niet gelegen in een gebied waar wegen of spoorwegen met een PR-contour of GR-knelpunt voorkomen. Transport gevaarlijke stoffen Provincialeweg Het plangebied bevindt zich op ca. 450 meter van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over wegen (N307 Westfrisiaweg).Langs het plangebied loop de N506. Er wordt LF1-LF2 en GF3 over vervoerd, wat resulteert in een invloedsgebied van 355 meter. In artikel 7 van het Bevt moet

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

60

wanneer het plan binnen de 200 meter van de transportas ligt een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%. Een verantwoording van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Bovengrondse hoogspanningsleiding Ten noorden van de planlocatie ligt op een afstand van ca. 350 m een bovengrondse hoogspanningsleiding. De planlocatie ligt buiten het magneetveld van deze leiding. De aanwezigheid van de hoogspanningsleiding vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van de planlocatie. Overige inrichtingen Overige inrichtingen liggen op zodanige afstand van de planlocatie dat deze geen veiligheidsrisico vormen. Advies Veiligheidsregio Advies voor het aspect externe veiligheid van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VR NHN) is deze situatie niet noodzakelijk. Het planvoornemen is wel door de Veiligheidsregio getoetst aan de uitgangpunten die in de handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021 staan beschreven. Met betrekking tot de bereikbaarheid voldoet het plan aan de uitgangspunten. Met betrekking tot de bluswatervoorziening is in de directe nabijheid van het plangebied open water gelegen. Dit kan functioneren als bluswatervoorziening.

Het plan voldoet daarmee voor beide aspecten aan de uitgangspunten van de handreiking.

Conclusie De normen voor externe veiligheid vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling: • het plan heeft slechts een zeer beperkt effect op het groepsrisico; • de risico’s blijven binnen de normen; • de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een calamiteit is goed geregeld. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het plan.

Betekenis voor dit project De planlocatie buiten het invloedsgebied van transport over water, spoor of door buisleidingen of andere inrichtingen. Op basis van de ligging aan de Provincialeweg is een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk en dient te worden gekeken naar de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van bewoners. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

5.12 Kabels en Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Betekenis voor dit project: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.

5.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

61

genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De ontwikkeling aan de Zwaagdijk met ca. 1 ha woongebied voor 18 woningen blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 9). Uit de resultaten van de Natuurtoets (zie hoofdstuk 5.5) blijkt dat een passende beoordeling in het kader van de natuurbeschermingswet voor zover op dit moment bekend niet noodzakelijk is. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten treden er geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Aandachtspunt is wel de geluidhinder wegverkeer aan de gevel en binnen de woningen. In de regels bij voorliggend bestemmingsplan zijn hiervoor regels opgenomen. Het college neemt op basis van deze regels een Hogere waardenbesluit voor maximaal 59 dB.

Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldnotitie zullen zich, op basis van de aard van de activiteiten en de gebiedskenmerken, voor zover bekend, geen aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de beoogde (gedeeltelijke) functiewijziging van de planlocatie Zwaagdijk naast 354 voordoen. De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (zie bijlage 9), zodat deze procedureel wordt verankerd. Betekenis voor dit project: Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in categorie D 11.2 van het bijlage bij het Besluit m.e.r. Uit de doorlopen vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat op voorhand kan worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve effecten op het milieu aan de orde zijn die een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage rechtvaardigen.

5.15 Conclusie toets van de omgevingsaspecten Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Er zijn wel de volgende aandachtspunten: • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik dient een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Zwaagdijk naast 354) te nemen vanwege het wegverkeer op de Provincialeweg tot aan de maximale ontheffingswaarde van 59 dB. • Op de locatie heeft een verkennend archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Vanwege de aard van de archeologische resten uit de prehistorie (geen vondst- of cultuurdag aanwezig, weinig vondstmateriaal) is booronderzoek volgens opgave van Archeologie West-Friesland niet geschikt voor het opsporen van vindplaatsen. Het archeologisch onderzoek dient daarom te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven. Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld. Het proefsleuvenonderzoek moet goedgekeurd zijn door Archeologie West-Friesland als voorwaarde voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

62

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid. Het bestemmingsplan zoektzoveel mogelijk aansluiting bij de regels van het bestemmingsplan Dorpskernen IV en recente bestemmingsplannen in de gemeente Medemblik.

6.2

Juridische vormgeving

6.2.1 Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

6.2.2 Opzet planregels De hoofdfunctie op de locatie is wonen. De planregels van het bestemmingsplan kennen de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de voorschriften opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader.

Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

63

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, de algemene gebruiksregels en de algemene afwijkingsregel opgenomen. Dit zijn regels die in hun algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen. In de Algemene gebruiksregels zijn een aantal vormen van gebruik opgesomd, die strijdig zijn met de bestemming. In de Algemene afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen, zoals aanpassing van het Bouwbesluit. In de Overige regels zijn de parkeernormen geborgd. Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden. In dit artikel is ook bepaald dat, indien van toepassing, moet worden voorzien in voldoende laad- en losmogelijkheden. Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels, hoofdstuk 4.

6.2.3 Verbeelding Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) veranderd. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak Op de verbeelding zijn bestemmingsvlakken opgenomen. Een bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Daarnaast zijn er ook bouwvlakken opgenomen. Een bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bouwvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen.

6.3

Verantwoording keuze van de bestemmingen

Enkelbestemmingen Agrarisch, Groen, Verkeer – Verblijfsgebied, Water, Wonen In het voorliggende bestemmingsplan is de hoofdstructuur van de openbare ruimte en van de bebouwing vastgelegd. Voor de verkeersstructuur is de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. De te verbreden waterloop is als Water bestemd. De toekomstige hoofdgroenstructuur heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen. Voor de uitgeefbare gronden is de bestemming ‘Wonen’ opgenomen. Het betreft een gedetailleerd bestemmingsplan waarbij de ambities en gewenste ruimtelijke kwaliteit van het stedenbouwkundig plan zoveel mogelijk zijn vastgelegd, zonder de architectonische uitwerking en flexibiliteit te belemmeren. Artikel 3: Agrarisch Ten behoeve van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie hebben de omliggende agrarische gronden een spuitzonering gekregen. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ blijft de geldende bestemmingsregeling van kracht, met uitzondering van de (nieuwe) milieuzone voor spuitzonering. De spuitzonering is aangeduid als ‘milieuzone – spuitvrije zone’ voor de zone waarbinnen geen gewasbescherming is toegestaan. Voor het perceel Wognum K 4219 en het perceel Wognum K 4221 is in het bestemmingsplan een persoonlijk overgangsrecht opgenomen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

64

perceel is toegestaan tot de volgende oogst, en de woningen worden pas na die tijd (na november 2025) in gebruik genomen. Artikel 4: Groen De hoofdgroenstructuur is als ‘Groen’ bestemd. Binnen deze bestemming zijn ook voetpaden toegestaan, en ter plaatse van de aanduiding een calamiteitenroute. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 5: Verkeer – Verblijfsgebied De verkeersruimte in het plangebied is als ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ bestemd. Er is een flexibele inrichting mogelijk met wegverharding, voetpaden, parkeerplaatsen en groen. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. Artikel 6: Water De waterloop is bestemd als ‘Water’. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. Artikel 7: Wonen Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn maximaal 18 woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken te worden gebouwd. De maximale goothoogte en bouwhoogte zijn op de verbeelding weergegeven. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Dorpskernen IV. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 Voor de Waarde - Archeologie 3 is aansluiting gezocht met het archeologisch beleidsplan Medemblik.

Deze bestemming ligt nu ook al op het hele perceel. De planologische regeling uit het bestemmingsplan Dorpskernen IV is overgenomen.

6.4

Handhaving

De Wet ruimtelijke ordening bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een belangrijk juridisch aspect in de uitvoering van het plan is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen ‘vasthouden’. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: de grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In het bestemmingsplan is in dit verband gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van, in het bijzonder, de regels van het plan.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

65

7.

HAALBAARHEID

7.1

Algemeen

Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Betrokkenheid Dorpsraad en bewoners Zwaagijk-West De dorpsraad Zwaagdijk-West is vanaf het begin nauw betrokken geweest bij voorliggend initiatief. Daarbij heeft zij een afweging gemaakt tussen verschillende alternatieven in het dorp. In 2020 is hiervan verslag gedaan op de jaarvergadering. Binnen de bebouwde kom zijn er een aantal potentiële woningbouwlocaties aanwezig, waarvan twee zijn opgenomen in het Woonakkoord. De locaties liggen formeel in landelijk gebied . Het betreft het voorliggende nieuwe erf naast Zwaagdijk 354, en een open ruimte hiertegenover, aan de zuidzijde van de Zwaagdijk tot aan het Klokkeweit. Op de locaties is door de inwoners van Zwaagdijk tijdens de vergadering enthousiast gereageerd. Daarbij is vooral ook aangedrongen op snelheid in realisatie en bouwen voor Zwaagdijkse vraag: ouderen en jongeren. De Dorpsraad heeft als uitgangspunt gesteld dat woningbouw moet passen binnen het karakter van het dorp, dus waardevolle landschappelijke openheid open houden en alleen op enige afstand van de Kromme Leek plaats mag vinden, voor een brede doelgroep. Met nadruk op starters op de arbeidsmarkt (jongeren en alleenstaanden) en senioren. De Dorpsraad is positief over voorliggende locatie aan de noordzijde van de Zwaagdijk vanwege de flexibiliteit in het plan.

Door ten noorden van de Zwaagdijk te ontwikkelen blijft de openheid langs het lint ter hoogte van de Klokkeweit behouden, en biedt het initiatief, met een divers en aanvullend woningbouwprogramma voor starters en senioren. Het plan is in samenspraak met de dorpsraad opgesteld en afgestemd met omwonenden. Op deze manier kon er een plan worden opgesteld dat daadwerkelijk wordt gedragen door de inwoners van het dorp. Het resultaat van dit proces is tijdens een tweede bewonersavond in 2021 aan belangstellende gepresenteerd. Op basis van het initiatief hebben zich na de jaarvergadering spontaan reeds tientallen potentiële kopers gemeld. De realisatie van 18 woningen lijkt met een grote betrokkenheid vanuit de dorpsraad, de actuele vraag in het dorp en een ruimtelijk kwalitatief plan passend op de locatie haalbaar. Naast het op een constructieve manier aanhaken van de dorpsraad, heeft initiatiefnemer ook afspraken gemaakt met zowel de buren aan de linker als de rechterzijde, deels agrariërs, ten aanzien van spuitzonering en de situering van een hekwerk met bladhoudende wintergroene beplanting.

7.2.2 Bestemmingsplanprocedure Voorontwerp Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de betrokken diensten en instanties als bedoeld in het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (zie bijlage 10). De opmerkingen van de overlegpartners zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan is grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

66

Procedureel is de Crisis- en herstelwet van toepassing. De procedure tot vaststelling van een bestemmingsplan in een ontwikkelingsgebied wijkt niet af van de procedure zoals die is geregeld in de Wro, het Bro en de Awb. De procedurele versnellingen uit hoofdstuk 1 Chw zijn wel van toepassing (zie artikel 1.1 lid 1 onder b Chw). Deze gelden met name voor de beroepsfase.

7.3

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Het voorliggende plan is een initiatief van USP Vastgoed b.v., dat in goed overleg met de Dorpsraad Zwaagdijk-West tot stand is gekomen. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Voor de ontwikkeling is sinds het in werking treden van de Wet ruimtelijke ordening (1 juli 2008) ook de Grondexploitatiewet van toepassing. De wet regelt het kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Een van de belangrijkste items in de wet is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Een gemeente moet de kosten verhalen en mag er niet meer van afzien. Het verhalen van kosten kan op basis van de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke weg. De privaatrechtelijke weg heeft de voorkeur. Tussen initiatiefnemer en de gemeente Medemblik wordt vooraf een anterieure overeenkomst ondertekend, waarin ook het planschaderisico is geregeld. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.

Toelichting bestemmingsplan De Perenlaan Zwaagdijk-West

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=44637d69-05ef-4512-a0db-5e2bf4259ee6