CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage 3 - Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik (actualisatie)' (pfh. J. Broeders)17.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hollands Kroon

Inbreidingslocatie voor slechts negen woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Plan Kuin Winkel

Hollands Kroon

Inbreidingslocatie voor slechts zeven woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Plan Saegmolen Kolhorn

Hollands Kroon

Inbreidingslocatie voor slechts vier woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in zeer kleine dorpse kern. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

33

34

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

Sternstraat Wieringerwerf

Hollands Kroon

Inbreidingslocatie voor dertig woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Vrijkomende Locaties BS Den Oever en Oosterland

Hollands Kroon

Kleinschalige inbreidingslocatie (exacte aantal woningen nog niet bekend). Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Waternip 19 Nieuwe Niedorp

Hollands Kroon

Kleinschalige inbreidingslocatie (exacte aantal woningen nog niet bekend). Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Weereweg 124 Lutjewinkel

Hollands Kroon

Kleinschalige inbreidingslocatie voor slechts één woning. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Winkelmadepark Winkel

Hollands Kroon

Grootschalige nieuwbouwlocatie (103 woningen). Het grootste deel hiervan is echter pas na 2025 gepland en is dus niet in de komende tien jaar beschikbaar als alternatief voor het DEK-terrein. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

35

Zandhorst Breezand

Hollands Kroon

Kleinschalige inbreidingslocatie (exacte aantal woningen nog niet bekend). Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Locatie Langereis Ursem

Koggenland

Inbreidingslocatie voor slechts zeven woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Abbekerk gemeentewerf

Medemblik

Inbreidingslocatie voor twintig woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Asoniavelden

Medemblik

Grootschalige nieuwbouwlocatie (105 woningen). De woningen zijn echter pas na 2020 gepland en is dus niet in de komende jaren beschikbaar als alternatief voor het DEK-terrein. Niet vergelijkbaar met ligging van DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Eiland

Medemblik

Inbreidingslocatie voor achttien woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in dorpse kern (Wervershoof), die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt de locatie relatief ver van het centrum van Wervershoof en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

36

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

Grietje Slagterlaan (tennis)

Medemblik

Kleinschalige inbreidingslocatie (exacte aantal nog niet bekend). Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op DEK-terrein te realiseren.

Horn-Middenweg

Medemblik

Inbreidingslocatie voor slechts zes woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Kop Nieuwstraat

Medemblik

Inbreidingslocatie voor twintig woningen. Door kleinschaligheid niet vergelijkbaar met het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Nibbixwoud centrumplan

Medemblik

Inbreidingslocatie voor slechts 8. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEKterrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEKterrein te realiseren.

Wognum De Eendragt

Medemblik

Inbreidingslocatie voor slechts zes woningen. Niet vergelijkbaar met ligging van het DEK-terrein, door ligging in kleine dorpse kern, die niet dezelfde voorzieningen als Medemblik biedt. Daarnaast ligt het niet nabij een grotere stad. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

starterswoningen Herenweg

Opmeer

Inbreidingslocatie voor slechts zeven woningen. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Opmeer en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

37

Burg. Stuifbergenlaan

Stede Broec

Inbreidingslocatie voor twintig woningen. Door kleinschaligheid niet vergelijkbaar met het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op DEK-terrein te realiseren. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Grootebroek en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEKterrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Florapark

Stede Broec

Grootschalige nieuwbouwlocatie (130 woningen). De woningen zijn echter pas na 2020 gepland en is dus niet in de komende jaren beschikbaar als alternatief voor het DEK-terrein. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Bovenkarspel en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Het Voert

Stede Broec

Inbreidingslocatie voor 52 woningen. Door relatieve kleinschaligheid niet vergelijkbaar met het DEK-terrein.. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Grootebroek en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Molensloot Zuid

Stede Broec

Grootschalige nieuwbouwlocatie (150 woningen). De woningen zijn echter pas na 2020 gepland en is dus niet in de komende jaren beschikbaar als alternatief voor het DEK-terrein. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Grootebroek en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Op/Maat

Stede Broec

Inbreidingslocatie voor 60 woningen. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren. De locatie ligt relatief ver van het centrum van Bovenkarspel en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEK-

38

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Plan De Zwaan

Stede Broec

Inbreidingslocatie voor 27 woningen. Door kleinschaligheid niet vergelijkbaar met het DEK-terrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op DEK-terrein te realiseren. De locatie ligt daarnaast relatief ver van het centrum van Grootebroek en is dus niet vergelijkbaar met de centrumlocatie van het DEKterrein. Geen vergelijkbaar woonmilieu als op het DEK-terrein te realiseren.

Bron: Opgaven gemeenten op plancapaciteit.nl en Bureau Stedelijke Planning, 2016

Naast de lijst met zachte planlocaties (Tabel 12) is een lijst geanalyseerd met kleinere transformatielocaties. Deze is aangeleverd door de provincie NoordHolland (Tabel 13). Deze locaties zijn niet in Medemblik te vinden. Vooral in Enkhuizen en Drechterland zijn veel van deze kleinere mogelijke inbreidingslocaties te vinden. Deze locaties zijn echter te klein om een ontwikkeling van de omvang en met de uitstraling en sfeer van de geplande woningen op het DEK-terrein te realiseren. TABEL 13 ANALYSE KLEINE TRANSFORMATIELOCATIES PER GEMEENTE

GEMEENTE

LOCATIE

Enkhuizen

Parklaan 4-6, voormalige bowlingbaan/snookercentrum

Enkhuizen

Westerstraat 107

Enkhuizen

Westerstraat 111 (vml Administratiekantoor gemeente)

Enkhuizen

Doelenstraat (ouderenwoningen)

Enkhuizen

SMC voormalige poli Vijzelstraat

Enkhuizen

SMC parkeerterrein Vijzelstraat

Enkhuizen

Zilverstraat (voormalig constructiebedrijf De Bruin)

Enkhuizen

Verlaat, voormalig transportbedrijf Roosendaal

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

Enkhuizen

Noordergracht/vestingwal

Drechterland

IJsselzand / Anjerstraat

Drechterland

Westeinde locatie Intermaris ‘voormalig Seminis’

Drechterland

Reigersborg zuid IV

Drechterland

Drechterlandseweg

Drechterland

kassenbedrijf langs de Evendeel

Drechterland

Zwembad Hoogkarpsel

Drechterland

Hoogkarspel-Zuid

Drechterland

Markerwaardweg/Westerkerkweg

Drechterland

plan Bloemenhoek

Drechterland

Bosmanstaete

Drechterland

Bosmanstichting

Drechterland

ijsbaan

Drechterland

bedrijventerrein nabij Hem

Drechterland

Voormalige schoollocatie Oosterblokker

Drechterland

Bedrijventerrein Gildenweg

Drechterland

Witte Dam 2

Drechterland

Café Westwoud

Drechterland

Plan ’t Wuiver

Drechterland

De Kerkbuurt

Opmeer

Scholen Opmeer (Akker en Ruimteschip)

Opmeer

Scholen Hoogwoud (Adelaar en Wulfram)

39

40

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

Opmeer

School Aartswoud (dubbele punt)

Opmeer

Centrumgebied Opmeer-Spanbroek (lege kroeg)

Bron: Provincie Noord-Holland

BEOORDELING LOCATIES

Opvallend is dat het bij een groot deel van de locaties gaat om kleine plannen tot circa 10 woningen. Op deze locaties is per definitie geen vergelijkbaar (centrum)dorps woonmilieu te realiseren, zoals dat op het DEK-terrein is voorzien. Door de aangetoonde woningbehoefte aan het DEK-terrein over vele kleine projecten te verdelen, ontstaat per definitie een geheel ander woonmilieu. Ook voor de transformatielocaties uit Tabel 13 is dit het geval. De grotere alternatieve locaties waar de behoefte aan het DEK-terrein mogelijk opgevangen kan worden zijn Westeinde-Zuid, Winkelmadepark Winkel, Asoniavelden, Florapark en Molensloot Zuid Om verschillende redenen zijn ook deze locaties niet geschikt als alternatief binnen bestaand stedelijk gebied. Zo worden de mogelijke woningen op locaties Westeinde-Zuid en Winkelmadepark Winkel grotendeels pas na 2025 gerealiseerd. Asoniavelden, Florapark en Molensloot Zuid worden weliswaar eerder gerealiseerd, maar ook niet binnen de komende jaren. Daarnaast betreffen het geen van allen locaties met een centrumligging die vergelijkbaar is met het DEK-terrein. Er zijn dus geen reële alternatieven voor de woningen op het DEK-terrein op binnenstedelijke zacht planlocaties. CONCLUSIE

De geïnventariseerde locaties zijn beoordeeld op geschiktheid en beschikbaarheid voor de realisatie van de geplande woningen op het DEKterrein. Van alle mogelijke locaties is de omgeving en het woonmilieu geanalyseerd. Op geen van de locaties kan het woonmilieu van het DEK-terrein gerealiseerd worden. Dit betreft een (centrum)dorps en woonmilieu op een uitbreidingslocatie maar op korte afstand van het centrum. Daarnaast is de goede bereikbaarheid van Medemblik, Hoorn en Enkhuizen een belangrijke kwaliteit van het DEK-terrein. Geen van de zachte planlocaties in de woningmarktregio kan al deze aspecten bieden. De geplande woningen op het DEK-terrein kunnen dus niet op andere locaties binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Hiermee is voldaan aan Trede 2 van de Ladder.

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

7.2 TREDE 3 MULTIMODALE ONTSLUITING DEK-TERREIN In Trede 3 is de multimodale bereikbaarheid van het DEK-terrein onderzocht: • Door de binnenstedelijke ligging, vlakbij het centrum, kan de locatie profiteren van de bestaande infrastructuur. De multimodale ontsluiting van het DEK-terrein is hiermee beter dan die van een traditionele uitleglocatie, waar wegen en openbaarvervoerverbindingen nog moeten worden aangelegd. • Het DEK-terrein ligt zeer centraal binnen de kern Medemblik, op 500 meter van het centrum. Te voet is de binnenstad dus in circa 5 minuten te bereiken. • Met de bus zijn de binnenstad en het station van Hoorn in circa een halfuur bereikbaar. Vanaf het treinstation Hoorn zijn er rechtstreekse verbindingen met onder andere Alkmaar, Amsterdam en Haarlem. • De locatie kent een goede autobereikbaarheid. De oprit naar de A7 ligt op circa tien minuten rijden. De nabijgelegen kernen Enkhuizen en Hoorn zijn via respectievelijk de N240 en N302 en de A7 in circa 20 minuten per auto bereikbaar. • De locatie is ook per fiets goed ontsloten. Zowel naar het omringende landschap omliggende dorpen en steden zijn diverse fietspaden beschikbaar. De eindconclusie is dat de woningbouwplannen op het DEK-terrein voldoen aan Trede 1, 2 en 3 van de Ladder. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

41

42

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

BIJLAGE 1 : BEGRIPPENLIJST

•

Woningvoorraad Alle gerealiseerde woningen. •

Huidig aanbod Woningen in de woningvoorraad die te koop of te huur staan. •

Toekomstig aanbod / plancapaciteit Alle woningen die in de onderzoeksperiode gerealiseerd worden in het onderzoeksgebied. Deze zijn verdeeld in harde plannen die juridischplanologisch zijn vastgelegd in minimaal een vastgesteld ontwerpbestemmingsplan, en zachte plannen in de ideefase tot en met een voorontwerpbestemmingsplan. •

Woningbehoefte / marktruimte De uitbreidingsruimte in de markt voor nieuwe woningen. De marktruimte betreft de vraag minus de plancapaciteit en leegstaande woningen. Een positief cijfer betekent dat er een vraag is naar additionele woningen; een negatief cijfer impliceert overaanbod. De kwantitatieve marktruimte betreft het totaal aantal woningen en de kwalitatieve marktruimte de kenmerken van de woningen zoals: type en segment •

Onderzoeksgebied Afbakening van het gebied waarbinnen de regionale behoefte is vastgesteld. In het primaire onderzoeksgebied is het belangrijkste deel van de vraag gesitueerd. De gemeenten met een sterke verhuisrelatie met het primaire gebied vormen het secundair onderzoeksgebied. Tezamen is dit een weerspiegeling van de regionale woningmarkt. Met de regionale woningmarkt wordt in dit onderzoek de combinatie van het primaire en secundaire onderzoeksgebied bedoeld. •

Woonmilieu De omgeving van de woning waarbij onderscheid is gemaakt naar centrumstedelijk, buiten-centrum, (centrum)dorps, (centrum)dorps en landelijk.

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

BIJLAGE 2 : LITERATUURLIJST

•

ABF Research 2017, “Primos-prognose”

•

CBS 2017, “Statline.nl”.

•

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 2015, “WoON-onderzoek”.

•

Provincie Noord-Holland 2015, “Provinciale huishoudensprognose”

•

Provincie Noord-Holland 2017a, “Provinciale Ruimtelijke Verordening”

•

Provincie Noord-Holland 2017b, “Monitor plancapaciteit op plancapaciteit.nl”

•

Rijksoverheid 2017a, “Primos.datawonen.nl”.

•

Rijksoverheid 2017b, “Syswov.datawonen.nl”.

43

44

MOGELIJKHEDEN BESTAAND STEDELIJK GEBIED EN MULTIMODALE ONTSLUITING (TREDE 2 EN 3)

BIJLAGE 3 REGIONAAL AFSTEMMINGSFORMULIER WEST-FRIESLAND

bestemmingsplan Woningbouw DEK-Terrein Medemblik

Bijlage 3 Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken

72

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken voormalige DEK sportterrein, Medemblik 3e Definitief

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is de integratie en combinatie van onze specialisaties. We doen onderzoek en geven advies. We maken plannen en begeleiden de uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al meer dan 35 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit onze vestigingen in Deventer en Amstelveen bedienen we met circa 60 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken voormalige DEK sportterrein, Medemblik

3e Definitief

Uitgebracht aan: Gemeente Medemblik Postbus 45 1687 ZG WOGNUM

Auteur

mw. ing. M.J.C. Klein Overmeen

Kenmerk

BZ44B RAP20171212

Vrijgave

ing. F. de Groot

Datum

18-12-2017

Status

3e Definitief

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Inhoudsopgave Tekst

1.

2.

3.

pagina

Inleiding ...........................................................................................................1 1.1.

Aanleiding en doel ................................................................................1

1.2.

Uitgevoerde werkzaamheden en leeswijzer ..............................................1

1.3.

Gebruikte gegevens ..............................................................................2

Onderzoeksgebied .............................................................................................3 2.1.

Maaiveld en oppervlaktewater................................................................3

2.2.

Riolering en drainage ............................................................................4

2.3.

Bodemopbouw .....................................................................................4

2.4.

Freatische grondwaterstanden en reactie op neerslag ...............................5

2.5.

Grondwaterstanden in het eerste watervoerend pakket .............................6

Hemelwateranalyse en klimaatadaptatie ...............................................................7 3.1.

Voorkeursvolgorde ...............................................................................7

3.2.

Bovengrondse afwatering DEK-terrein op openbaar gebied ........................9

3.2.1. Lozingspunten op oppervlaktewater ...................................................... 12

4.

5.

6.

3.3.

Bovengrondse afwatering DEK-terrein particulier terrein ......................... 13

3.4.

Voordelen bovengrondse afwatering ..................................................... 14

3.5.

Aandachtspunten bovengrondse afvoer ................................................. 15

Grondwateranalyse en ontwateringsadvies ......................................................... 16 4.1.

Ontwateringsrichtlijnen ....................................................................... 16

4.2.

Wijze van ophoging ............................................................................ 16

4.3.

Varianten in ophoging en drainage ....................................................... 17

4.4.

Ontwateringsadvies ............................................................................ 19

Zettingsanalyse ............................................................................................... 22 5.1.

Inleiding ........................................................................................... 22

5.2.

Uitgangspunten.................................................................................. 23

5.3.

Resultaten ......................................................................................... 26

Samenhangende analyse en advies klimaatbestendig bouw- een woonrijp maken .... 28 6.1.

Samenvatting variant 3 ....................................................................... 28

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

6.2.

Samenvatting variant 4 ....................................................................... 29

6.3.

Samenvattende vergelijking varianten 3 en 4 ........................................ 31

6.4.

Samenhangende analyse..................................................................... 31

6.5.

DEK-terrein is voorbereid op klimaatveranderingen ................................ 32

6.6.

Toetsing aan gemeentelijk beleid klimaatadaptatie ................................. 33

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Overzicht onderzoeksgebied en uitgevoerde boringen en sonderingen Maaiveldhoogte Watersysteemkaart Resultaten veldwerk

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding en doel Op het voormalige sportterrein van DEK wordt een nieuwbouwplan gerealiseerd (zie figuur 1). Het terrein betrof een gedraineerd sportterrein en ligt sinds enkele jaren braak. Er worden ondermeer woningen gerealiseerd. De gemeente gaat het terrein bouw- en woonrijp maken. De ondiepe bodemopbouw bestaat er uit slecht doorlatende klei en het maaiveld ligt relatief laag ten opzichte van het oppervlaktewater en de omgeving. Daarom is wateroverlast in de gebruiksfase een reëel risico indien geen maatregelen worden getroffen. De gemeente wil voorkomen dat in de gebruiksfase wateroverlast ontstaat in het plangebied en de directe omgeving.

Figuur 1: Locatie plangebied Het doel van dit onderzoek is het opstellen van een technisch, richtinggevend advies, waarmee de gemeente in staat wordt gesteld om een watersysteemkeuze te maken (boven- of ondergronds) en om een passende maaiveldhoogte te kiezen. Het advies is tevens beoogd als handreiking voor latere uitwerking van ontwerpen van het watersysteem en een klimaatrobuuste bovengrondse inrichting.

1.2.

Uitgevoerde werkzaamheden en leeswijzer Ten behoeve van onderhavig advies hebben wij de volgende aanpak gehanteerd:  Hoofdstuk 2: Gebiedsinventarisatie van bestaande gegevens: hoogteligging, bodem, grondwater, oppervlaktewater, riolering, et cetera.  Hoofdstuk 2: Veldwerkzaamheden: sonderingen, boringen en zettingsproeven.  Hoofdstuk 3: Hemelwateranalyse en advies verwerking hemelwater.  Hoofdstuk 4: Grondwateranalyse en ontwateringsadvies: ophogen en/of draineren.  Hoofdstuk 5: Zettingsanalyse: zetting berekenen voor verschillende ophoogscenario’s.  Hoofdstuk 6: Samenhangende analyse en advies klimaatbestendig bouw- en woonrijp maken. In dit hoofdstuk worden toekomstige maaiveldhoogte in relatie tot andere disciplines en klimaatverandering bezien.

1 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Uitgevoerd veldwerk In aanvulling op bovengenoemde gegevens zijn de volgende veldwerkzaamheden uitgevoerd:  Er zijn twee boringen verricht (nummers 1 en 2). Tijdens de boringen zijn ongeroerde monsters genomen die in het laboratorium zijn onderzocht om de zettingsparameters te bepalen. Hiervoor zijn samendrukkingsproeven (conform NEN 5118: 1991 / A1; 1997 nl en CUR-aanbeveling 101-2005) uitgevoerd.  Er zijn 10 sonderingen, inclusief kleefmeting, uitgevoerd tot een diepte van circa 20 m beneden maaiveld.  De boringen en sonderingen zijn ingemeten ten opzichte van NAP. De locatietekening is opgenomen in bijlage 1, de uitgewerkte veldwerkgegevens zijn opgenomen in bijlage 4.

1.3.

Gebruikte gegevens Voor het uitvoeren van het onderzoek hebben wij de volgende gegevens gebruikt: 1. Bouwjaar bebouwing (Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). 2. Rioleringstekening, door gemeente digitaal aangeleverd. 3. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2). 4. Dinoloket van TNO en REGIS (Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem). 5. KNMI neerslag en verdampingdata (www.knmi.nl). 6. Beoordeling geohydrologie voormalig DEK sportterrrein, Oostersingel Medemblik, Wareco, BZ44, BRF20160927, 12 oktober 2016. 7. Bijkomend grondwateronderzoek voormalig DEK sportterrein, Medemblik, Wareco, BZ44A RAP20170203, 19 april 2017. 8. Legger wateren 2017, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. 9. Verkennend bodemonderzoek Vlietsingel te Medemblik, Bodemvisie, 160194, 28 juli 2016. 10. Effecten peilverhoging watergang langs het voormalige DEK terrein nabij Oostersingel en Vlietsingel te Medemblik, Van Dijk Geo- en Milieutechniek B.V., september 2016. 11. Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), gemeente Medemblik, amendement 2 april 2015. 12. Waterplan Enkhuizen – Medemblik, Antea Group, 275649, 31 maart 2016. 13. Bodemdaling in Nederland, kenmerk 2007-U-R0566B, d.d. 20 december 2006, TNO. De in de tekst vermelde cijfers tussen [ ] verwijzen naar bovenstaande gegevens.

2 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

2.

Onderzoeksgebied

2.1.

Maaiveld en oppervlaktewater In bijlage 2 en figuur 2 zijn de bestaande maaiveldhoogten in het onderzoeksgebied en de nabije omgeving weergegeven [2]. De maaiveldhoogte van het DEK terrein varieert van circa NAP -1,6 meter (m) tot circa NAP -1,4 m [3]. Het DEK terrein ligt lager dan de omgeving. Het maaiveld van de percelen aan de Vlietsingel en de Oostersingel varieert van NAP -1,0 m tot NAP -0,8 m. De Oosterdijk, aan de oostzijde van het DEK terrein heeft een maaiveldhoogte van NAP +3,5 of hoger.

Figuur 2: Maaiveldhoogte (AHN2) Het streefpeil van het oppervlaktewater rondom het onderzoeksgebied bedraagt NAP -2,2 m [8]. De drooglegging is in het gebied circa 0,7 m. De watergang ten noorden van het DEK terrein staat in directe verbinding met de Vlietstroom ten westen van de Vlietsingel. De ringsloot ten westen, zuiden en oosten van het DEK-terrein wordt onderbemalen en heeft een peil van -2,5 m NAP. Die onderbemaling hangt samen met de inmiddels vervallen functie als sportveld, waarbij de sportvelddrainage op dit slootje loosde. De onderbemaling wordt opgeheven zodra het bestemmingsplan definitief is. De adviezen in deze rapportage zijn gebaseerd op het toekomstig waterpeil van NAP -2,2 m.

3 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

2.2.

Riolering en drainage Riolering In bijlage 3 is de ligging van de riolering opgenomen [2]. In de huidige situatie is er geen riolering aanwezig binnen het plangebied. De gemeente is voornemens om bij de herontwikkeling van het DEK terrein een traditioneel DWA-systeem aan te leggen. De gemeente wil op een klimaatbestendige manier met het hemelwater omgaan (zie hoofdstuk 3). In de aangrenzende Oostersingel en de Vlietsingel is een gescheiden rioolstelsel aanwezig. Drainage Op het sportterrein is drainage aanwezig. Deze drainage verliest zijn functie door de herontwikkeling van het terrein. Daarnaast is in de Oostersingel drainage aanwezig.

2.3.

Bodemopbouw De bodem is geschematiseerd op basis van de beschikbare gegevens [4, 9 en 10] en veldwerkzaamheden, zie bijlage 4. De bodemopbouw is beschreven in tabel 1. Tabel 1: Bodemopbouw Laag-

Bodemlaag

num-

Beschrijving

Globale onderzijde

bodem

(m NAP) zie bijlage

mer

4 voor details

0

Maaiveld

-1,5

1

Freatisch

Zand, matig fijn zand, zwak siltig tot siltig, lokaal

wvp

kleihoudend

2

Deklaag

Veen, dikte circa 0,2 – 0,3 m, lokaal afwezig

-2,2

3

Deklaag

Klei, leemhoudend, zwak tot matig siltig, matig tot

-6,5

4

Deklaag

-1,9

slap, sporen schelpen Klei sterk tot uiterst siltig, matig slap, onderzijde

-7,8 à -9,0

lokaal matig stevig, lokaal doorsneden door resten riet/een veenlaag** 5

Deklaag

Veen, mineraalarm, resten riet, zwart, dikte in het

-8,4 à -9,2

algemeen circa 0,3 m 6

Deklaag

7

Deklaag

Klei, zwak siltig (dikte in het algemeen circa 1,3 à

-9,8 à -11,9

1,6 m) Veen matig stevig, bruin (dikte in het algemeen

-10,0 à -12,0

circa 0,1 à 0,2 m) 8

1e watervoe-

Zand doorsneden met leemlagen

-28,0***

rende pakket *lokaal loopt de ophooglaag door tot NAP -4,0 m (sondering 6) **de veenlaaglaag is in het algemeen circa 0,1 m dik, in sonderingen 2, 3, 4 en 5 ontbreekt deze veenlaag *** op basis Dinoloket [4] boring B14H0065

4 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Op de projectlocatie wordt een zandige ophooglaag aangetroffen met een dikte van circa 0,2 en lokaal circa 1,0 à 4 m. De ophooglaag bestaat uit matig fijn zand, lokaal kleihoudend. Op basis van beschikbare gegevens is er geen cunetprofiel (zand) te onderscheiden. Onder de ophooglaag wordt een pakket (Holocene) zettingsgevoelige klei- en veenlagen aangetroffen tot circa NAP -10 à -12 m. Dit betreft de waterscheidende laag (deklaag). In het algemeen bestaat deze laag uit klei, afgewisseld met veen, zie tabel 1 en nabij de onderzijde van de deklaag wordt een veenlaag aangetroffen van één tot enkele decimeters. De dikte en aangetroffen diepte van met name de veenlagen varieert sterk. Onder de deklaag wordt het eerste watervoerend pakket aangetroffen tot <NAP -28 m (bron: Dinoloket). Het eerste watervoerend pakket wordt gevormd door de Pleistocene zanden. Er bevindt zich een gedempte vaart in het onderzoeksgebied [9], de bodemopbouw in de vaart is onderzocht [9]. De bodemopbouw in de vaart is vergelijkbaar met de bodemopbouw in de omgeving [9].

2.4.

Freatische grondwaterstanden en reactie op neerslag Aan de Vlietsingel [10] zijn freatische grondwaterstanden (het eerste water wat men tegen komt bij het maken van een (boor)gat) gemeten tijdens een proef waarbij de onderbemaling tijdelijk was stopgezet. Tevens is beoordeeld wat het effect van de stopzetting van de onderbemaling is op de freatische grondwaterstand [7]. Hieruit blijkt dat de drainerende werking van de watergang op de grondwaterstand beperkt is. De invloedzone varieert in de tijd. Bij regen is de invloedzone klein omdat de aanvoer vanuit neerslag groter is dan de afvoer van water door de bodem naar de watergang. De invloedzone groeit naar mate een droge periode voortschrijdt (door stroming naar de watergang). De invloedzone van de watergang zal in de toekomst veranderen door ophoging en zetting. Als gevolg van ophoging met goed doorlatend zand en het door zetting lager komen te liggen van de klei/veenlagen neemt het doorlaatvermogen van het freatische pakket toe. Hierdoor zal ook de invloedsfeer van de watergang licht toenemen. De gemiddelde grondwaterstand wordt beïnvloed door het niveau van het oppervlaktewater. De gemiddelde grondwaterstand zal daarom stijgen als gevolg van de beoogde peilverhoging van 30 cm. De invloed van deze stijging wordt kleiner met een grotere afstand tot de sloot.

Verwacht wordt dat de grondwaterstanden op het DEK terrein na stopzetting van onderbemaling zal stijgen tot het huidige maaiveld: NAP -1,5 m [7]. Dit geldt voor het centrale deel van het DEK-terrein, waar het hoogste punt van de opbolling ligt. Grondwaterstand tijdens neerslag De grondwaterstand in het gebied reageert sterk op neerslag [7]. Bij neerslag vindt een aanzienlijke (meerdere decimeters bij 10 mm neerslag) en abrupte (binnen een dag) stijging plaats. Dit duidt op een slecht doorlatende bodem met weinig berging (kleine porositeit) en is consistent met archiefmetingen van de grondwaterstand in de omgeving [10].

5 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

De grondwaterstand zakt na neerslag sneller uit wanneer de peilbuis dichter bij een watergang staat. Na circa 1 of 2 weken is het grondwater uitgezakt tot het niveau van voor de neerslag. Bij de peilbuizen in de achtertuin van de woningen aan de Vlietsingel, is dit niveau ongeveer gelijk aan het oppervlaktewaterpeil. Het niveau is beduidend hoger in de voortuinen. De invloedsfeer van de watergang reikt daarmee niet verder dan de achtertuinen grenzend aan de watergang. Kwelstroom uit het IJsselmeer [7] Op verzoek van de opdrachtgever is beoordeeld in hoeverre kwelstroom bij kan dragen aan de opbolling van de grondwaterstand. Een kwelstroom vanuit het IJsselmeer is niet waargenomen in de metingen en leidt dus niet tot lokale (straat- of perceelniveau) afwijkingen. Kwel heeft wel (een geringe) invloed op de grondwaterstand op wijkniveau. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt in horizontale kwel en verticale kwel:  Horizontale kwel is de horizontale toestroom vanuit het IJsselmeer via de toplaag van de bodem (de bovenste meters). Deze toestroom is beperkt omdat de bodem bestaat uit klei. Bovendien zijn op veel locaties kwelsloten aangelegd langs het IJsselmeer die de toestroom afvangen, zo ook bij het onderzoeksgebied. Bovendien laten de metingen zien dat de grondwaterstand dichterbij het IJsselmeer niet significant hoger is dan op andere locaties.

 Een grotere invloed is de verticale kwel: het IJsselmeer zorgt voor een verhoogde aanvulling van diepere bodemlagen en dan met name het eerste watervoerend pakket vanaf circa 10 m diepte. Dit zorgt voor een verhoogde kweldruk, vanuit diepere bodempakketten. Omdat de deklaag uit dikke lagen klei bestaat en dus veel weerstand biedt tegen kweldruk, is de invloed van kwel op de grondwaterstand in het onderzoeksgebied gering. Bovendien is de druk in de diepe bodemlagen ter plaatse niet hoger dan de grondwaterstand in de ondiepe bodem.

2.5.

Grondwaterstanden in het eerste watervoerend pakket Er zijn geen gegevens van de grondwaterstand ter plaatse van de projectlocatie bekend. De dichtstbijzijnde peilbuis met een filter in het eerste watervoerend pakket bevindt zich in Opperdoes, op circa 3,4 km ten westen van de locatie (peilbuis B14H0060 001) nabij de kruising Noorderweg/Galgeweg. De grondwaterstand ter plaatse van peilbuis B14H0060 (1e watervoerende pakket) varieert van circa NAP -2,9 m tot circa NAP -3,4 m.

6 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

3.

Hemelwateranalyse en klimaatadaptatie

3.1.

Voorkeursvolgorde Door de realisatie van de woonwijk op het voormalige sportterrein, neemt het verharde oppervlak toe. Hemelwater dat op een verhard oppervlak valt, zoals bebouwing en terreinverharding, zal nauwelijks in de bodem dringen maar vrijwel direct afstromen. Als dat direct naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd betekent dit dat het waterpeil bij een flinke regenbui snel kan stijgen. Om te voorkomen dat ontoelaatbare stijgingen in het oppervlaktewater gaan ontstaan, zijn maatregelen als aanleg van waterberging noodzakelijk. Zo wordt wateroverlast als gevolg van de toename van verhard oppervlak voorkomen. Bij het bepalen van de methode van hemelwaterafvoer zijn de volgende voorkeursvolgorden gevolgd:  Vasthouden (infiltreren in de bodem) – bergen (en vertraagd afvoeren) – rechtstreeks afvoeren.  Bovengronds – ondergronds.

Figuur 3: Vasthouden - bergen - afvoeren Ter plaatse van het DEK terrein zijn de mogelijkheden om hemelwater vast te houden (te infiltreren in de bodem) nihil. De doorlatendheid van de bodem is onvoldoende. Het hemelwater wordt op het oppervlaktewater geborgen. Om te voorkomen dat op het omliggende oppervlaktewater ontoelaatbare peilstijgingen voorkomen, wordt het huidige oppervlaktewatersysteem binnen het plangebied vergroot. De bestaande watergangen worden verbreed en er worden nieuwe watergangen gegraven. HHNK heeft (als onderdeel van de watertoets) aangegeven dat er voldoende oppervlaktewater aanwezig is binnen de plangrens en dat aan de vereiste compensatie wordt voldaan. Door berging van het hemelwater van verhard oppervlak in het oppervlaktewater, komt het niet tot afvoer naar de riolering en zuivering. Het hemelwater komt op deze manier ten goede aan het natuurlijke watersysteem en helpt verdroging te voorkomen. In de volgende paragrafen gaan wij in op de mogelijkheden om hemelwater af te voeren van de verharding (openbaar en particulier) naar het oppervlaktewater. Deze mogelijkheden zijn ingegeven door de gebiedskenmerken van het gebied (maaiveldverloop, bodemopbouw, et cetera) en wensen ten aanzien van inrichting van de openbare ruimte van de gemeente Medemblik.

7 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Bij het DEK-terrein is de voorkeursvolgorde als volgt vertaald:

Figuur 4: Voorkeursvolgorde afwatering Aan ‘hoog en droog’ is invulling gegeven door het vloerpeil van de woningen minimaal 0,2 m boven het wegpeil te leggen. Hierdoor vindt er bij hevige regenval geen afstroming plaats richting de woningen.

Het vasthouden en infiltreren van hemelwater is gezien de bodemopbouw en grondwaterstanden niet mogelijk. Daarnaast is voldoende oppervlaktewater aanwezig om de toename aan verhard oppervlak te compenseren. Berging op particulier of openbaar terrein is niet noodzakelijk. Voor het DEK-terrein is gekozen voor optie E: een bovengrondse afvoer naar oppervlaktewater. Door de korte afstand tot oppervlaktewater, is het gebied hier zeer geschikt voor. Oppervlakkig afvoeren door middel van straatprofielen/goten kan eventueel gecombineerd worden met waterpasserende verharding zodat langdurige plasvorming voorkomen kan worden. Voorkeur gaat uit naar één type systeem. Een eenduidig systeem is duidelijk voor bewoners en beheerders, wat het functioneren ten goede komt. Een bovengrondse afvoer van hemelwater en waterberging op het oppervlaktewater is onderdeel van de klimaatbestendige inrichting van het terrein.

8 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

3.2.

Bovengrondse afwatering DEK-terrein op openbaar gebied In een overleg met de gemeente Medemblik zijn diverse wegprofielen besproken: tonrond, V-profiel en op één oor. In de onderstaande afbeelding zijn de verschillende profielen schematisch weergegeven. Bij een tonrond profiel stroomt het hemelwater van de rijbaan af naar twee zijden van de weg. In een V-profiel watert het water af naar het midden van de weg. Bij een weg op één oor stroomt het water naar één zijde van de weg.

Figuur 5: Schematische weergave van verschillende wegprofielen De gemeente zal nog een definitieve keuze maken voor een wegprofiel. Afhankelijk van deze keuze stroomt het hemelwater via één of twee goten naar de uitstroompunten op het oppervlaktewater. De goten wateren rechtstreeks en zonder vertraging af op het oppervlaktewater. Voor de wegen die parallel lopen aan het oppervlaktewater geldt dat deze in principe op één oor worden uitgevoerd, zodat het hemelwater rechtstreeks naar het oppervlaktewater afstroomt. De verdeling van wegprofielen is in figuur 6 opgenomen (vooralsnog zijn een tonrond profiel en een profiel op één oor aangegeven en zijn deze verder uitgewerkt in de rapportage).

9 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Figuur 6: Wegprofiel tonrond en op één oor Dwarsverhang wegprofiel Om voldoende afstroom te krijgen naar de goot, adviseren wij een dwarsverhang van 2% toe te passen. Bij een wegbreedte van 5 m, komt dit neer op een hoogteverschil van 5 cm per zijde in een tonrond-profiel (zie figuur 7). Bij een profiel op één oor is het hoogteverschil in het dwarsprofiel 10 cm.

Figuur 7: Dwarsverhang principe tonrond-profiel en weg op één oor

10 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Lengteverhang wegprofiel Het verhang in het lengteprofiel is enkel van belang voor de goot in een tonrond-profiel. Bij een weg op één oor stroomt het hemelwater immers rechtstreeks af naar het oppervlaktewater. Voor deze goot kan met een verhang van 4‰ naar het oppervlaktewater worden volstaan. Bij een maximale transportafstand van 75 m komt dit overeen met 28 cm hoogteverschil tussen het hoogste (meest stroomopwaarts) en laagste punt (zie figuur 8). De goot aan weerszijden van de weg kan zowel een prefab gootelement zijn, als een bestraatte goot van bijvoorbeeld klinkers. Een goot van 0,5 breed en 0,07 m diep heeft voldoende afvoercapaciteit om een bui met een intensiteit van 110 l/s/ha (bui 08 Leidraad Riolering) te kunnen transporteren. Deze bui komt (statistisch) eens per twee jaar voor. Voorbeelden wegprofiel tonrond Hieronder zijn enkele voorbeelden opgenomen van een weg met tonrond-profiel of op één oor, met een bestraatte goot.

Figuur 8: Voorbeelden tonrond-profiel of op één oor Hieronder is een voorbeeld opgenomen van een bestraatte goot. De goot kan aan weerszijden van de weg, langs de kantopsluiting met een aantal streklagen gerealiseerd worden.

11 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Figuur 9: Voorbeelden bestraatte goot 3.2.1.

Lozingspunten op oppervlaktewater Het DEK-terrein is rondom voorzien van oppervlaktewater. Op zeven punten kan het hemelwater oppervlakkig over de oever afstromen naar het oppervlaktewater. Dit is mogelijk omdat de wegen tonrond worden aangelegd en de goten zich aan weerszijden van de weg liggen. Daarnaast is er bij de lozingspunten de mogelijkheid om het water vanuit de goot via openbaar terrein en langs de bruggen naar het oppervlaktewater te leiden. Hiervoor kan in het openbare terrein een goot aangebracht worden.

Figuur 10: Lozingspunten op oppervlaktewater

12 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Voorbeelden lozingspunten Hieronder zijn enkele voorbeelden opgenomen van lozingsconstructies bij rechtstreekse afwatering naar het oppervlaktewater.

Figuur 11: Voorbeelden lozingspunten op oppervlaktewater

3.3.

Bovengrondse afwatering DEK-terrein particulier terrein Net als de afwatering op openbaar terrein, is de afwatering van particuliere verharding bovengronds. Het water kan oppervlakkig over de terreinverharding afstromen of via een goot worden geleid. Met het minimale hoogteverschil tussen weg- en vloerpeil van 20 cm, is voldoende verhang beschikbaar om een goede afwatering van particulier naar openbaar terrein te waarborgen. De meeste woningen grenzen met de achterzijde aan het oppervlaktewater. De afwatering van de achterzijde van de woning gebeurt oppervlakkig, door de tuin, naar het oppervlaktewater. Het hemelwater kan desgewenst geleid worden met een goot.

13 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Voorbeelden bovengrondse afwatering particulier terrein Hieronder zijn enkele voorbeelden opgenomen van bovengrondse afwatering op particulier terrein.

Figuur 12: Voorbeelden bovengrondse afwatering op particulier terrein

3.4.

Voordelen bovengrondse afwatering Een bovengrondse afwatering op particulier en openbaar terrein heeft de volgende voordelen:  Er is geen separaat leiding- en kolkenstelsel nodig voor hemelwater. Na realisatie behoeven er dan ook geen hemelwaterleidingen onderhouden te worden. Er is wel onderhoud aan wegen en andere leidingstelsel(s) nodig.  Beheer en onderhoud is eenvoudig door de zichtbaarheid van het systeem. Verstoppingen in het systeem zijn duidelijk zichtbaar en de verstopping is eenvoudig te verwijderen.

14 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

 

3.5.

Bewoners worden genoodzaakt om (meer) bewust te zijn van het afwateringstelsel. Dit verhoogt de betrokkenheid van de bewoners bij het duurzame watersysteem en klimaatverandering. Waterkwaliteit is eenvoudig te bewaken. Bewoners zijn minder snel geneigd om vervuilende stoffen te lozen omdat dit direct zichtbaar is. Een bovengrondse afwatering maakt deel uit van een klimaatbestendige inrichting van de wijk.

Aandachtspunten bovengrondse afvoer Ten aanzien van bovengrondse afvoer willen wij u de volgende aandachtspunten meegegeven.  Een goed functionerend bovengronds afwateringssyteem valt of staat met een zorgvuldige uitwerking en aanleg van het hemelwatersysteem, nog meer dan een traditionele afwatering in buizen. Wij adviseren in de nadere uitwerking van het hemelwatersysteem aandacht te geven aan de benodigde hoogteverschillen in het straatprofiel (dwars- én lengteprofiel), dimensionering van goten en lozingsconstructies bij bruggen. Deze punten dienen ook bij/na aanleg gecontroleerd te worden.  Plaats geen boom bij een uitstroompunt in oppervlaktewater in verband met bladinval en verstopping van de goot en het lozingspunt.  Wij adviseren bewoners voor te lichten over het hemelwatersysteem. Beheer en onderhoud van het systeem op eigen terrein valt onder de eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast zijn alle bewoners verantwoordelijk voor het gezamenlijk bewaken en behouden van de waterkwaliteit op eigen en op openbaar terrein.  Bij de wegen op één oor kan een ‘obstakel’ toegepast worden tussen de weg en het oppervlaktewater om te voorkomen dat fietsers of voertuigen bij gladde wegen in (de richting van) het water glijden. Dit kan in de vorm van een lage kade. Het water kan via openingen in de kade of bijvoorbeeld waterspuwers naar het oppervlaktewater afwateren.

 Waar de goot grenst aan een groenzone dient voorkomen te worden dat geparkeerd wordt in het groen. Parkeren kan schade toebrengen aan het groen.

15 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

4.

Grondwateranalyse en ontwateringsadvies

4.1.

Ontwateringsrichtlijnen Voor het nieuwbouwterrein geldt dat, indien er geen grondwatermaatregelen worden getroffen, er sprake zal zijn van structureel hoge grondwaterstanden (tot vlak aan maaiveld.) Op het nieuwbouwterrein zijn maatregelen nodig om grondwateroverlast in de toekomst te voorkomen. Het bouwrijp maken gebeurt bij voorkeur door middel van ophogen van het terrein, of door een combinatie van ophogen en het toepassen van een intensief drainage-netwerk (op perceelniveau vanwege de slecht doorlatende kleibodem). Conform het gemeentelijke beleid heeft het ophogen van het terrein de voorkeur boven drainage, aangezien daar de wens bestaat om grondwaterneutraal en klimaatadaptief te bouwen. Wat betreft de wegen wordt uitgegaan van een minimale ontwatering van 0,70 m ter plaatse van de as van de weg. Bij nieuwe woningen worden betonvloer constructies met isolatie toegepast met een totale dikte van circa 0,40 m. De kruipruimtebodem komt dan dieper te liggen dan bij oudere bebouwing. Voor nieuwbouw met kruipruimtes wordt over het algemeen een ontwateringsdiepte van 0,90 m ten opzichte van bovenzijde vloer geadviseerd (vloerdikte 0,20 m, dikte isolatie 0,20 m, hoogte kruipruimte 0,50 m). Voor nieuwbouw zonder kruipruimtes is de gewenste ontwateringsdiepte 0,50 m ten opzichte van bovenzijde vloer.

Het vloerpeil ligt, ongeacht of er met of zonder kruipruimte gebouwd wordt, minimaal 0,2 m boven de openbare weg. Zo wordt voorkomen dat ook bij extreme buien instroom van hemelwater in de woning kan plaatsvinden. Hiermee wordt de wijk klimaatbestendig ingericht.

4.2.

Wijze van ophoging Indien grondwaterneutraal gebouwd wordt, dient het terrein met circa 0,35 m of 0,85 m te worden opgehoogd, afhankelijk van de bouwwijze. Dit moet gedaan worden met goed doorlatend materiaal (nader uit te werken), zodat geen stagnatie van regenwater op slecht doorlatend materiaal voorkomt. In het algemeen zijn er twee methoden voor ophoging: integraal ophogen en de cunettenmethode. Beide methodes zijn in de onderstaande figuur 13 weergegeven.

16 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Figuur 13: Ophoogmethodes: integraal ophogen (links) en cunettenmethode (rechts) Bij integraal ophogen wordt een laag zand aangebracht over het hele terrein. De maatregel wordt getroffen om een goed begaanbaar, draagkrachtig en droog bouwterrein te realiseren. Bij de cunettenmethode wordt zand aangebracht onder de verhardingen en in de kruipruimte. De rioleringssleuf wordt vaak (gedeeltelijk) gevuld met zand en sloten worden veelal gedempt. De tuinen en het openbare groen worden opgehoogd met gebiedseigen vrijkomende grond uit wegcunetten, kruipruimten en watergangen. Wij adviseren het DEK-terrein integraal op te hogen. Integraal ophogen heeft als voordeel dat het verschil in restzetting tussen woningen en wegen wordt voorkomen. Dat voorkomt bijvoorbeeld ongelijkmatige verzakkingen van riooluitleggers, waardoor deze op tegenschot zouden komen te liggen. Daarnaast wordt met de integrale ophoging voorkomen dat ter plaatse van de woningen een ‘badkuip’ gecreëerd wordt. Hierbij kan het water zich verzamelen onder de woning en hier hogere grondwaterstanden creëren dan in de omgeving. Doordat de ‘badkuip’ is omgeven door slechtdoorlatende klei, kan het water zich vervolgens moeilijk naar de omgeving verspreiden.

4.3.

Varianten in ophoging en drainage Ten behoeve van de ontwikkeling van het DEK-terrein zijn verschillende varianten doorgerekend wat betreft ophogen, drainage en een combinatie van beide, om aan de ontwateringsrichtlijnen te voldoen. Allereerst zijn de uitersten bepaald: enkel ophogen ten opzichte van enkel draineren. Vervolgens zijn verschillende combinaties van ophogen met drainage berekend. Ten behoeve van de berekening van de varianten is gebruik gemaakt van de formule van Hooghoudt. Daarbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten:  Het terrein wordt integraal opgehoogd.  Als gevolg van de ophoging treden zettingen op die worden gecompenseerd met aanvullend ophoogmateriaal. Hierdoor is de toegepaste zandophoging groter dan de netto benodigde ophoging.  Ter plaatse van het cunet wordt grondverbetering toegepast. Het gebiedseigen materiaal wordt vervangen door goed doorlatend en draagkrachtig materiaal.  Doorlatendheid ophoogmateriaal: 5 m/dag.  Doorlatendheid gebiedseigen materiaal (klei): 0,01 m/dag.

17 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

      

Gewenste ontwatering wegen: 0,70 m. Gewenste ontwatering woningen zonder kruipruimte: 0,50 m ten opzichte van vloerpeil. Gewenste ontwatering woningen met kruipruimte: 0,90 m ten opzichte van vloerpeil. Vloerpeil ligt 0,20 m boven wegpeil. Het huidige maaiveld is NAP -1,5 m. Het maaiveld van de omliggende wegen (Oostersingel, Vlietsingel) is NAP -1,0 m. Drainage ligt op openbaar terrein. Bij drainage wordt uitgegaan van een instelniveau van de drain gelijk aan het oppervlaktewaterpeil (NAP -2,2 m). De drain komt in de openbare weg. Met een intreeweerstand van 0,1 m is de grondwaterstand in het goed doorlatende cunet NAP -2,1 m.

Tabel 2: Varianten ophoging en drainage Variant

1

2

3

4

5

6

Volledig

Combinatie van

Combinatie

Combinatie

Combinatie

Volledige

gedraineerd

ophoging en

van ophoging

van ophoging

van ophoging

ophoging

drainage

en drainage

en drainage

en drainage

Drainage weg

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ophoging

Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Netto ophoging*

0,0 m

0,1 m

0,4 m

0,75 m

0,9 m

1,5 m

Onderlinge afstand

35 m

35 m

35 m

35 m

35 m

80 m

0,10 m

0,15 m

0,15 m

ontwateringsmiddelen** Globale zetting t.p.v. woning* Berekende opbolling

1,3 m

0,4 m***

0,2 m***

0,2 m***

0,2 m***

0,8 m***

Wegpeil

NAP -1,5 m

NAP -1,4 m

NAP -1,1 m

NAP -0,75 m

NAP -0,6 m

NAP 0,0 m

Vloerpeil

NAP -1,3 m

NAP -1,2 m

NAP -0,9 m

NAP -0,55 m

NAP -0,4 m

NAP + 0,2 m

Grondwaterstand bij

NAP -1,3 m

NAP -1,1 m

NAP -1,4 m

NAP -1,45 m

NAP -1,55 m

NAP – 0,7 m

 

 

 

 

 

 

woning Vol-

Wegen

doet

Woningen

ontwa-

zonder

tering?

kruipruimte Woningen met kruipruimte

*

zie hoofdstuk 5, netto ophoging is verschil tussen huidig en toekomstig maaiveld ter plaatse van de weg

**

Afstand tussen drains en/of oppervlaktewater. De onderlinge afstand van de ontwateringsmiddelen bepaalt (samen met de doorlatendheid van de bodem) de mate van opbolling. Hoe groter de afstand tussen de ontwateringsmiddelen, hoe groter de opbolling.

***

Berekende opbolling in zandlaag

18 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Uit bovenstaande tabel blijkt dat varianten 3, 4, 5 en 6 voldoen aan de ontwateringseisen voor zowel wegen als woningen zonder kruipruimte. Bij varianten 4, 5 en 6 wordt tevens voldoende ontwatering bereikt voor woningen met kruipruimte. Bij de varianten 3, 4 en 5 is een combinatie van ophoging en drainage toegepast. Bij variant 6 wordt alleen opgehoogd.

4.4.

Ontwateringsadvies Uit de resultaten in tabel 2 blijkt dat alleen drainage (variant 1) of alleen ophogen (variant 6) om in het DEK-terrein voldoende ontwatering te realiseren voor wegen en woningen niet realistisch is. Wanneer alleen wordt opgehoogd, is 1,5 m ophoging nodig. Hiermee komt het wegpeil ruim boven de wegpeilen in de omgeving uit. De woningen komen fors hoger dan de bestaande woningen aan de Oostersingel en Vlietsingel te staan. Wanneer voor variant 1 (alleen drainage) gekozen zou worden, is de ontwatering ter plaatse van de wegen voldoende. Bij de woningen stijgt het grondwater tot aan vloerpeil, hetgeen niet gewenst is. Ter plaatse van het DEK-terrein adviseren wij een combinatie van ophoging en drainage. Vanuit duurzaamheid en kosten adviseren wij variant 3 toe te passen. Deze variant voldoet aan de ontwateringsrichtlijnen en de mate van ophoging is beperkt. De beperkte ophoging heeft kostentechnische voordelen en sluit wat betreft maaiveldhoogte het beste aan op de bestaande omgeving. Het nadeel van variant 3 is dat onvoldoende ontwatering wordt bereikt voor woningen met kruipruimte. Bij variant 3 dienen de woningen kruipruimteloos gebouwd te worden. Technisch is dit mogelijk en dit wordt in Nederland steeds vaker gedaan. Kruipruimteloos bouwen vraagt wel enige aandacht tijdens de bouw.

Zo moeten de doorvoeren van kabels en leidingen van buiten de woning naar binnen goed worden afgedicht. Bij variant 4 wordt meer opgehoogd, dat betekent meer flexibiliteit bij de bouwwijze. Bij deze variant wordt immers voldoende ontwatering gerealiseerd voor bebouwing met én zonder kruipruimte. Het bouwrijp maken van deze variant is kostbaarder dan variant 3, doordat de mate van ophoging groter is. De toekomstige maaiveldhoogte ligt bij variant 4 hoger dan bij variant 3. Het toekomstige maaiveld sluit daarom minder goed aan bij de omgeving. Om een compleet beeld te schetsen, zijn zowel variant 3 als 4 hieronder beschreven. Variant 3 (figuur 14) Bij deze variant wordt voldoende ontwatering bereikt voor wegen en woningen zonder kruipruimte. Voor woningen met kruipruimte is te weinig ontwatering. Het minimaal wegpeil op het DEK-terrein bedraagt NAP -1,1 m en ligt daarmee ongeveer gelijk met de Vlietsingel en Oostersingel. Het vloerpeil van de woningen ligt 0,2 m hoger dan het wegpeil ter plaatse van de kavel. Het minimaal vloerpeil bedraagt daarmee NAP -0,9 m. Variant 3 is schematisch weergegeven in figuur 14.

19 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Bij variant 3 wordt het maaiveld van de percelen integraal 0,5 m opgehoogd (brutoophoging). Door zetting zakt het maaiveld ter plaatse van de percelen circa 0,10 m. Het nieuwe maaiveld komt daarmee circa 0,40 m hoger te liggen dan het huidige maaiveld (= netto ophoging). In de weg wordt drainage aangelegd. Het instelniveau van de drainage is gelijk aan het oppervlaktewaterpeil.

Figuur 14: Variant 3: Combinatie van drainage en ophogen (netto ophoging 0,4 m) Variant 4 (figuur 15) Bij deze variant wordt voldoende ontwatering bereikt voor wegen en woningen zonder en met kruipruimte. Het minimaal wegpeil op het DEK-terrein bedraagt NAP -0,75 m en ligt daarmee net wat hoger dan de Vlietsingel en Oostersingel. Het vloerpeil van de woningen ligt 0,2 m hoger dan het wegpeil ter plaatse van de kavel. Het minimaal vloerpeil bedraagt daarmee NAP -0,55 m. Variant 4 is schematisch weergegeven in figuur 15. Bij variant 4 wordt het maaiveld van de percelen integraal 0,9 m opgehoogd (brutoophoging). Door zetting zakt het maaiveld ter plaatse van de percelen circa 0,15 m. Het nieuwe maaiveld komt daarmee circa 0,75 m hoger te liggen dan het huidige maaiveld (= netto ophoging). In de weg wordt drainage aangelegd. Het instelniveau van de drainage is gelijk aan het oppervlaktewaterpeil.

20 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Figuur 15: Variant 4: Combinatie van drainage en ophogen (netto ophoging 0,75 m)

21 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

5.

Zettingsanalyse

5.1.

Inleiding Vanwege de zettingsgevoelige bodemlagen treden in de huidige situatie reeds lichte zettingen op van circa 0,5 cm per jaar. Als gevolg van het ophogen van het terrein tot het gewenste maaiveldniveau treden aanvullende zettingen op. De mate en snelheid van de zettingen is afhankelijk van de bodemopbouw, grondwaterstanden en de tijd. Om de benodigde hoeveelheid ophoogmateriaal en voorbelasting inzichtelijk te maken is een zettingsanalyse uitgevoerd. De benodigde netto ophoging is bepaald door middel van integrale aanpak. Hierbij is onder andere gekeken naar toekomstige grondwaterstanden, benodigde drooglegging, maaiveld omgeving en drainage, als in hoofdstukken 1 t/m 4. Voor de zettingsberekeningen is gebruik gemaakt van het rekenprogramma D-Settlement, waarbij het isotachen model is toegepast. Er is gerekend met drie varianten in ophoging/ drainage (varianten 3, 4 en 5 zie tabel 2 in hoofdstuk 4). Om inzicht te krijgen in de ruimtelijke verschillen is gerekend met twee maatgevende bodemprofielen/dwarsdoorsneden. Bij doorsnede 1 is gekeken naar het wegcunet en particuliere terrein. In een separate doorsnede (doorsnede 2) is gerekend aan de aanvullende maaiveldophoging bij het talud van de bruggen. De locaties van de doorsneden zijn opgenomen in figuur 16. Een overzicht van de scenario’s van doorsnede 1 is opgenomen in tabel 3.

Tabel 3: Overzicht zettingscenario’s Zettings

Ophoog variant,

Netto

Maaiveld*

scenario

zie tabel 2

ophoging

(uiteindelijke

(m )

situatie (m NAP)

Bodemopbouw**

Doorsnede

1

Variant 4

0,75

-0,75

S3 en B1

1

3

Variant 5

0,9

-0,6

S3 en B1

1

5

Variant 3

0,4

-1,1

S3 en B1

1

* Wegpeil na afloop van bouwrijp fase ** Bodemopbouw: S = sondering, B = boring, zie paragraaf 2.3 Voor scenario’s 2 en 4 zijn tevens berekeningen uitgevoerd. Omdat de bodemopbouw bij scenario’s 1+3 maatgevend is en de resultaten van scenario’s 1+3 en 2+4 voor het particuliere terrein overeenkomen, zijn deze resultaten niet gepresenteerd.

De scenario’s zijn bepaald op basis van de benodigde ophoging, representatieve bodemopbouw en representatieve locaties. De bodemopbouw wisselt binnen de projectlocatie. Zo is bij de zone rondom doorsnede 1 een net iets andere bodemopbouw aangetroffen dan de zone rondom doorsnede 2. Voor de berekeningen zijn 2 verschillende dwarsdoorsnede /bodemopbouw gehanteerd. Zie tabel 3 voor de bodemopbouw en toelichting onder tabel 4 voor berekeningen dwarsprofiel 2.

22 def. 3

BZ44B RAP20171212

18-12-17

Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken vml. DEK terrein

Figuur 16: Locaties doorsneden

5.2.

Uitgangspunten Bij de berekeningen zijn de volgende uitgangspunten aangehouden, zie figuur 17 voor begrippen en figuur 18 voor de doorsnede van het model:  De berekende normale (autonome, zonder ophogen) zetting is circa 0,13 m over een periode van 30 jaar, dit komt overeen met [13].  De maximaal toelaatbare aanvullende restzetting als gevolg van het ophogen bedraagt 0,1 m over een periode van 30 jaar ter hoogte van de weg/openbaar terrein en 0,3 m ter hoogte van particulier terrein / tuinen. Dit betekent dat voor de toelaatbare restzetting, respectievelijk, een zetting van 0,23 m en 0,43 m over een periode van 30 jaar is toegestaan. Opgemerkt wordt dat dit de toegestane zetting is, dus niet per definitie de werkelijk optredende zetting.  Soortelijke gewichten van de bodemlagen en bodemparameters op basis van veldonderzoek, zie bijlage 4.  Soortelijk gewicht ophoogzand van 17 kN/m3 boven grondwaterstand en 19 kN/m3 onder de grondwaterstand.  In het verleden is op het DEK-terrein een watergang aanwezig geweest. Deze is inmiddels gedempt. De bodemopbouw in de gedempte vaart is vergelijkbaar met de bodemopbouw in de omgeving [9]. De situering van de gedempte vaart is aangegeven in bijlage 1.  Er is gerekend met een initiële (lage) grondwaterstand van NAP -2,2 m en een toekomstige grondwaterstand van NAP -1,5 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=1d263529-4126-4299-9733-3eba501a4b35