03 00 ARCHIEF Beantwoording Raadsvragen boetje Deel 6 (def)
Tekst van het document
Beantwoording vragen raadsleden Nummer
DOC-23-739153
Zaaknummer
Z-22-434444
Datum waarop de vraag is gesteld:
21 september 2023
Fractie:
Hart voor Medemblik
Raadslid:
N. de Waal
Afdeling Onderwerp
Raadsvragen HvM “Gang van zaken rond de HVC-donatie van 250.000,- euro aan de inwoners van Midwoud en Oostwoud ter compensatie voor de aanleg van de zonneweide” – DEEL 6
Termijn beantwoording is 30 dagen Inleiding Hart voor Medemblik voelt zich ten opzichte van de ambtelijke organisatie opnieuw lichtelijk bezwaard, maar niet schuldig voor wat betreft het grote aantal nieuwe vragen dat zij hieronder stelt. Vragensteller heeft altijd aangeven dat deze zaak wat hem betreft stinkt en daarom dit dossier pas te zullen laten rusten nadat alle huidige en toekomstige vragen volledig zijn beantwoord en nadat er ook naast die vragen door alle betrokkenen volledig open kaart is gespeeld. Wij zijn van mening dat bij een dergelijk politiek-fundamenteel dossier, dat in deze gaat over het handelen van ons bestuur, over het vertrouwen in ons bestuur en over waarheidsvinding, de factor tijd nooit een rol zou mogen spelen; niet voor de politiek, noch voor de gemeentelijke organisatie. Vragensteller is inmiddels anderhalf jaar bezig met het onderzoek naar de gang van zaken rond de “donatie” van HVC aan onze gemeente ten gunste van de inwoners van Midwoud en Oostwoud die als “compensatie” gold voor de aanleg van de zonneweide bij de Tripkouw. Als gevolg daarvan is er al eerder tijdens ons onderzoek het nodige aan opmerkelijke zaken boven water gekomen. Nadat wij medio december 2022 antwoorden kregen op onze 33 vragen van 22 augustus van dat jaar hebben wij die antwoorden samen met bijbehorende informatienota van wethouder Broeders nader bestudeerd.
Dat heeft ertoe geleid dat ik op 15 februari 2023 ruim 20 aanvullende documenten bij u heb opgevraagd en aan het onderzoek heb toegevoegd. Alles bij elkaar heeft dit niet gezorgd voor de zo gewenste duidelijkheid, maar, niet geheel onverwacht, juist tot nog veel meer verbazing, zorgen, boosheid, onrust en vragen in dit dossier geleid. Hart voor Medemblik heeft meermaals aangegeven dat deze zaak niet gaat om het wel of niet behouden van het Boetje in Oostwoud; dat was en is wat ons betreft volledig aan de inwoners. Het gaat ons in dit dossier om iets veel groters en belangrijkers dan dat. Deze zaak raakt alle politiek-fundamentele aspecten die nodig zijn voor degelijk, transparant, gedragen en eerlijk bestuur. We hebben het dan over besluiten die door het college worden genomen, over (gemeenschaps)geld dat wordt uitgegeven en de rechtmatigheid daarvan, over de verantwoording van die besluiten en uitgaven richting raad en inwoners, over participatie, over het naar waarheid beantwoorden van raadsvragen, over het vertrouwen dat inwoners in de lokale politiek hebben en over het vertrouwen in het huidige college.
Dit alles nog naast het volgens Hart voor Medemblik zeer zorgelijke feit dat “donaties” direct of indirect aan inwoners worden gedaan om hun bezwaren tegen projecten, die de gemeente al dan niet samen met externe partijen wil (laten) realiseren, weg te nemen: in dit dossier maar liefst 250.000 euro behorende bij de aanleg van de zonneweide in Midwoud/Oostwoud en zeer recent nog eens 100.000 euro in het dossier rond de realisatie van de zonneweide in Zwaagdijk Oost. Op 22 december 2022 werd de door mij ingediende motie van afkeuring over de handelwijze rond de herhaaldelijk zwaar ondermaatse beantwoording van raadsvragen in dit dossier besproken. Elke partij in de raad was het met de inhoud daarvan eens, maar toch werd de motie weggestemd omdat die te veel aan de positie van de nieuwe wethouder zou knagen. In die vergadering heeft deze “nieuwe” wethouder Broeders verklaard “zijn handen in het vuur te steken” (citaat) voor zijn informatienota van 13 december 2022 en voor de beantwoording van onze raadsvragen van 22 augustus 2022, die wij van hem op 15 december 2022 mochten ontvangen. Juist vanwege díe uitspraak zijn wij geschokt en zeer onaangenaam verrast door hetgeen wij de
laatste 8 maanden tijdens het vervolg van ons onderzoek zijn tegengekomen. Dit alles leidt tot onderstaande 82 nieuwe vragen. 1.
Onze raadsvragen met nummer 1 van 19 november 2021, nr. 3 van 19 april 2022 en nr. 1 van 18 mei 2022, bleken alle drie noodzakelijk om volstrekte helderheid te kunnen verkrijgen over HVC’s concrete bestedingsdoel van haar donatie van €250.000,- Pas op die laatste vraag is het enige juiste en echte antwoord gekomen aan de hand van de zogenaamde toekenningsbrief van HVC d.d. 18 februari 2020 die wij op 15 februari 2023 bij u opvroegen. Die brief zegt: “………………. verschillende organisaties, omwonenden en uw gemeente hebben aangegeven dat er wensen zijn om de vervallen boet en (en dus niet: “en/of”, zoals u eerder antwoordde!) het omliggende terrein op te knappen en een openbare en maatschappelijke functie te geven. Met deze bijdrage (€ 250.000,-) kan de gemeente Medemblik hier een mooie invulling aan geven in overleg met betrokkenen uit de dorpen Midwoud en Oostwoud…” Het bevreemdt ons zeer dat het college bij haar antwoord op onze vraag 1 van 22 augustus 2022 (als er na onze 3e vraag van 18 mei 2022 hierover door haar eindelijk echt helder is gemaakt wat HVC’s bestedingsdoel was, namelijk wel degelijk het behoud van het Boetje!) dan pas opeens verwijst naar een nimmer eerder door u genoemd verslag van de Projectgroep Zonneweide Midwoud d.d.
22 januari 2020 waaruit blijkt “dat HVC heeft ingestemd met het oormerken van een bedrag van € 200.000,- voor het voorterrein met varkensboet c.a. en een bedrag van €50.000,- voor de aanvullende landschappelijke inpassing waaronder verlengen vaarverbinding en fietspad”. Hoe kan het zijn dat: • Op 22 januari 2020, dus nog vóór de bewuste brief met daarin HVC’s letterlijke bestedingsdoel van de donatie, er al bedragen zijn geoormerkt voor o.a. het verlengen van de vaarverbinding en het fietspad? Het geld zou volgens HVC’s toekenningsbrief toch moeten worden uitgegeven “in overleg met de betrokkenen in de dorpen Midwoud en Oostwoud”? Dat is voor wat betreft het verlengen van de vaarverbinding en het fietspad toch nooit gebeurd? • HVC’s letterlijke tekst in haar brief van een maand later (18 februari 2020) vwb het bestedingsdoel daar zo duidelijk van afwijkt? Het Boetje en omliggend terrein opknappen is toch iets heel anders dan het verbreden van de vaarverbinding en van een fietspad? Graag ontvangen wij uw heldere uitleg hierover.
antwoord
U blijft vragen stellen over het door HVC beoogde bestedingsdoel. Het bestedingsdoel van HVC, als dat er al ooit is geweest, is in ieder geval niet langer relevant vanaf het moment dat de middelen zijn overgedragen aan de gemeente. Vanaf het moment dat de € 200.000,- door uw raad in een reserve is geplaatst, is het volledig onder het budgetrecht van de raad gebracht. U kunt met deze middelen doen wat u wenst, al dan niet op voorstel van het college. Daarmee acht dit college het niet zinvol om nogmaals en met terugwerkende kracht te gaan filosoferen over de vraag wat HVC met deze middelen had beoogd te willen bereiken.
Documentnummer: DOC-23-739153
2 van 46
2.
2. De mail van HVC van 25 november 2021 met daarin opeens die enorme draai in HVC’s bestedingsdoel werd door u pas naar voren gebracht in uw antwoord van 7 juni 2022 op onze vraag 1 van 18 mei 2022, nadat op mijn noodzakelijke 3e (!) vraag over HVC’s (letterlijke) bestedingsdoel van haar donatie geen ander antwoord meer gegeven kon worden dan het enige juiste antwoord, namelijk: “……verschillende organisaties, omwonenden en uw gemeente hebben aangegeven dat er wensen zijn om de vervallen boet en (“en”! Dus niet “of”, zoals u ons eerder onjuist heeft geantwoord) het omliggende terrein op te knappen en een openbare en maatschappelijke functie te geven. Met deze bijdrage kan de gemeente Medemblik hier een mooie invulling aan geven in overleg met betrokkenen uit de dorpen Midwoud en Oostwoud.” Waarom bracht u deze e-mail pas zo laat naar voren, terwijl er door ons al zo vaak en zoveel eerder naar HVC’s bestedingsdoel was gevraagd en juist die bewuste mail inhoudelijk en wezenlijk zoveel blijkt af te wijken van HVC’s letterlijke bestedingsdoel zoals door haar omschreven in haar brief van 18 februari 2020? Dit geeft namelijk extra voeding aan het al bestaande idee dat er achteraf iets “gerepareerd” moest worden waarover wij in onze vraag 3 van 22 augustus 2022 al spraken en waarvan wij inmiddels na aanvullend onderzoek overtuigd zijn geraakt.
Antwoord
Dit college heeft geen mening over de vraag waarom het antwoord gegeven in de periode van het vorige college op een bepaalde manier geformuleerd is. In algemene zin geldt hier echter ook weer dat het bestedingsdoel van HVC, als het er ooit al geweest is, in ieder geval niet langer relevant was nadat de middelen werden overgedragen aan de gemeente respectievelijk door uw raad in een reserve zijn geplaatst.
3.
Op pagina 4 van uw informatienota van 13 december 2022 stelt u: “Na 31 augustus 2020 is echter niet helder welke gesprekken hebben plaatsgevonden en of er ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Op 22 september 2020 heeft een ambtelijk overleg met DMO en HVMO plaatsgevonden. Helaas beschikken wij niet over het verslag. U gebruikt in uw antwoord op onze vraag 17 van 22 augustus 2022 onderstaande woorden: “Helaas hebben we moeten vaststellen dat niet alles goed is gearchiveerd en dat door vertrek van medewerkers niet alle stukken en verslagen zijn terug te vinden.” Vindt u het net als Hart voor Medemblik ook zeer schokkend dat, in een zaak waar € 250.000,- mee gemoeid is en die zo gevoelig ligt u niet zegt te beschikken over het gespreksverslag van een bijeenkomst waarbij in het 1e voorbeeld 2 (voor deze zaak) belangrijke externe partijen (de regievoerder = dorpsraad en initiatiefnemer = HVMO) bij u aan tafel hebben gezeten, waardoor wij allen in het ongewisse blijven van wat daar besproken en afgesproken is en belangrijke zaken als “transparantie” en “verantwoording” onrecht zijn aangedaan?
Documentnummer: DOC-23-739153
3 van 46
Antwoord
Ook wij hadden het prettig gevonden wanneer er in 2020 een verslag gemaakt was van een overleg, respectievelijk dat dit gearchiveerd was.
4.
Ongeacht de personeelsbezetting dienen er bij dit soort zaken niet alleen altijd gespreksverslagen te worden gemaakt, maar ook te worden gearchiveerd. Het jarenlang gehoorde excuus: “geen mensen/middelen/capaciteit” geldt wat ons betreft hier niet. Wat zijn vandaag de dag de criteria die gelden ten aanzien van het wel of niet maken, bewaren, delen en vernietigen van gespreksverslagen, e-mails en overige documenten die ook maar enigszins van belang kunnen zijn voor het kunnen reconstrueren van tenminste dergelijk belangrijke dossiers, maar eigenlijk v.w.b. alle dossiers? Graag ontvangen wij daarvan de huidige en concrete richtlijnen.
Antwoord
De Archiefwet 1995 – inclusief aanhangende wet- en regelgeving - is de belangrijkste wet in Nederland die regels stelt voor de informatievoorziening van de overheid. Daarnaast zijn er verschillende andere wetten en regelingen die specifieke regels stellen aan het beheer of gebruik van informatie of aan bepaalde gegevensbestanden van de overheid, zoals de Wet Open Overheid, de Elektronisch Bestuurlijk Verkeer en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Naast de Archiefwet- en regelgeving hebben wij ook lokale regels omtrent informatie vastgelegd, in onder andere de Archiefverordening Medemblik en Beheerregeling Informatiebeheer: Beheerregeling informatiebeheer gemeente Medemblik | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) Verordening betreffende de zorg van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, het aanwijzen en het beheer van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats (Archiefverordening) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)
5.
Tot mijn verbijstering is uit mijn eigen onderzoek gebleken dat op dezelfde dag(!!) als waarop u de bewuste mail van HVC heeft ontvangen met daarin die enorme draai in het bestedingsdoel, te weten 25 november 2021 – zie ook vraag 14 en verder -, (en waaraan, zo blijkt ook nu, een telefoongesprek tussen HVC en de gemeente aan vooraf is gegaan) er slechts 5 kwartier later ook een persoonlijk en onplezierig gesprek heeft plaatsgevonden op het gemeentehuis tussen een kritische initiatiefnemer die namens HVMO het Boetje wilde behouden, de voorzitter van de dorpsraad (= uw regievoerder in deze zaak), de ambtelijke projectleider en een ambtenaar Grondzaken. In dit bewuste gesprek is die initiatiefnemer verteld dat er op dat moment nog slechts 160.000,- tot 170.000,- euro van de HVC-donatie over zou zijn, terwijl na onze vragen is gebleken dat dit toen ook al feitelijk 200.000,- was. Hiermee is deze initiatiefnemer ontmoedigd voor wat betreft zijn plannen. Dit versterkt andermaal de gedachte die wij bij onze vraag 3 van 22 augustus 2022 reeds uitten; namelijk dat er o.a. met die e-mail van HVC, waaruit blijkt dat daaraan
Documentnummer: DOC-23-739153
4 van 46
voorafgaand telefonisch contact is geweest tussen HVC en de gemeentelijke projectleider, ten aanzien van het bestedingsdoel “iets gerepareerd moest worden”. Hoe verklaart u dat op 1 en dezelfde dag (25 november 2021) • Er na een telefoongesprek tussen HVC en de gemeente een mailwisseling heeft plaatsgevonden tussen de gemeentelijke projectleider in deze zaak en de manager Zon & Wind van HVC (met c.c.’s naar wethouder Nederpelt, wethouder Fit en een ambtenaar Grondzaken) waarin die opmerkelijke draai voor wat betreft het bestedingsdoel wordt gemaakt; • Er in die mailwisseling ook wordt gesproken over HVMO’s komst naar het gemeentehuis, later die dag, voor een gesprek; • Er in die mailwisseling zowel door de gemeente als door HVC duidelijk en op feitelijk en aantoonbaar onjuiste(!) grond sturing wordt gegeven aan de gewenste ommezwaai voor wat betreft het eerder zo helder omschreven bestedingsdoel van de donatie; • Er 5 kwartier later tijdens dat bewuste gesprek op het gemeentehuis met alle direct betrokkenen tegen die initiatiefnemer HVMO is gezegd dat er op dat moment nog maar 160.000,- tot 170.000,- over zou zijn van HVC’s donatie, terwijl dat in werkelijkheid 200.000,- was? Is dit allemaal toeval of ziet u hierin ook een patroon? Hoe zou het college deze gang van zaken kwalificeren en verklaren? Graag ontvangen wij op al deze vragen een helder en gefundeerd antwoord. Antwoord
Het is voor dit college niet te reconstrueren wat er op 25 november 2021 al dan niet gezegd of gewisseld is. In ieder geval is er gewoon € 200.000,- beschikbaar in de reserve waarvoor uw raad over het budgetrecht beschikt.
6.
Na uw niet-heldere antwoord op onze vraag 9 van 18 mei 2022 die gaat over hoe het kan dat er tegen een initiatiefnemer is gezegd dat er op dat moment nog maar 160.000 – 170.000 euro van de donatie van HVC over was, doet u in de beantwoording van onze vraag 26 van 22 augustus 2022 de zeer stellige uitspraak: “De gemeente heeft steeds heeft gecommuniceerd dat er een budget van 200.000 euro beschikbaar is.” Durft u hiermee te stellen dat betreffende initiatiefnemer van de Historische Vereniging Midwoud Oostwoud (HVMO), die goed was ingevoerd, die met de gemeente en met de dorpsraad veelvuldig inhoudelijk contact had over zijn initiatief om het Boetje te behouden en daarom zeer zeker wist dat van de donatie niet alleen het Boetje zelf, maar ook de directe omgeving daarvan moest worden aangepakt, niet de waarheid heeft gesproken als het gaat om wat er tegen hem is gezegd aangaande het resterende bedrag van de HVC-donatie? Of is dit wat u betreft een volgend misverstand, foutje of toevalligheid in dit dossier?
Antwoord
Het is voor dit college niet te reconstrueren wat er 2021 al dan niet tegen een initiatiefnemer is gezegd. In ieder geval is er gewoon € 200.000,- beschikbaar in de reserve waarvoor uw raad over het budgetrecht beschikt.
Documentnummer: DOC-23-739153
5 van 46
7.
Zouden de wethouder en de andere direct betrokkenen vanuit de gemeente en dorpsraad bereid zijn om genoemd antwoord en stelling: “De gemeente heeft steeds heeft gecommuniceerd dat er een budget van 200.000 euro beschikbaar is”, onder ede te verklaren en waarom wel of waarom niet?
Antwoord
Het college kan alleen verklaren over wat zij weet. En wij wisten (en weten) alleen dat er steeds gecommuniceerd is dat er een budget van € 200.000,- beschikbaar was (en overigens ook is).
8.
Tegen dezelfde initiatiefnemer van de HVMO is gezegd dat herstel van het Boetje maar liefst 300.000 euro zou gaan kosten, terwijl uit de door ons op 15 februari 2023 opgevraagde offertes van aannemers (van 2020 en van 2021) glashard blijkt dat ook dit volstrekt niet waar is. De laagste offerteprijs voor de restauratie van het Boetje bedroeg immers € 106.000,- inclusief b.t.w.. Daar bovenop: In een tegelijkertijd door ons opgevraagde e-mail van 7 april 2022, van nota bene de deskundige van de “Monumentenloods” van de provincie NH aan de gemeente blijkt die 3 ton onrealistisch te zijn. Deze deskundige zegt daarover letterlijk tegen de gemeentelijke projectleider(!): “Ja, het boetje kan gerestaureerd worden. Dat de kosten € 300.000 of meer bedragen geloof ik niet, er is maar een klein deel erg oud, de rest is relatief nieuw.” Aan de ene kant is er dus tegen de initiatiefnemer gezegd dat er minder geld beschikbaar was dan in werkelijkheid het geval (€ 160.000 tot € 170.000, terwijl dat in de praktijk ook toen € 200.000,- was) en aan de andere kant dat de renovatie veel meer zou gaan kosten dan in werkelijkheid het geval zou zijn geweest (maar liefst € 300.000,in plaats van de 2 geoffreerde bedragen: 106.000 inclusief (!!) btw voor de koudeopslagvariant waarmee het Boetje voor de komende 20 jaar behouden zou zijn en de 155.000 excl. btw voor de exploitatie-variant).
Is dit bewust gedaan om het de initiatiefnemer moeilijk te maken en/of om het behoud van het Boetje te dwarsbomen, zodat de donatie van HVC geheel of gedeeltelijk kan worden besteed aan door wethouder Broeders/het college/de dorpsraad/HVC zelf bedachte doelen, zoals nu ook lijkt te gebeuren of berust deze gang van zaken op volgende “foutjes”, “misverstanden” of “toevalligheden”? Hoe legt u dit alles uit? Graag ontvangen wij een gedegen onderbouwd antwoord op al deze vragen.
Antwoord
Het is ons onbekend wat een initiatiefnemer zegt dat tegen hem of haar gezegd is. Hoe dan ook, zoals al in het bovenstaande aangegeven: de gemeenteraad heeft budgetrecht, zie ook beantwoording 5 t/m 7. De verdere insinuaties in uw vraag werpt het college verre van zich.
Documentnummer: DOC-23-739153
6 van 46
9.
Wethouder Broeders heeft tijdens de behandeling van de motie van afkeuring over de beantwoording van raadsvragen in deze zaak op 22 december 2022 gezegd: “ “De beantwoording die ik u nu gegeven heb, daar steek ik mijn hand voor in het vuur.” (zie het filmpje: https://medemblik.raadsinformatie.nl/vergadering/937140 - zie 2:10:40) In zijn informatienota van 13 december 2022 (= 2 dagen vóór zijn beantwoording van onze schriftelijke vragen van 22 augustus 2022) behorende bij zijn antwoorden op onze raadsvragen van 22 augustus 2022 en dus vóór die bewuste raadsvergadering van 22 december 2022 en de behandeling van genoemde motie van afkeuring, zegt de wethouder op de 5e pagina van die informatienota: “Helaas zijn er geen gespreksverslagen of mailwisselingen te vinden van de periode juli 2021 tot en met januari 2022.” Echter, uit mijn eigen onderzoek is ontegenzeggelijk gebleken dat er over die periode wel degelijk documenten bestaan! Hoe kan het zijn dat wethouder Broeders expliciet stelt dat er géén gespreksverslagen of mailwisselingen te vinden zijn over de periode juli 2021 tot en met januari 2022, terwijl wij die tijdens ons eigen onderzoek wel hebben gevonden en waarin ook nog eens werkelijk ALLE stakeholders (en meer dan dat) actief betrokken waren, te weten • de projectleider van de gemeente in deze zaak; • de projectmedewerker grondzaken van de gemeente; • de voorzitter van
de dorpsraad Midwoud / Oostwoud in zijn rol als regievoerder in deze zaak; • een 2e bestuurslid van de dorpsraad Midwoud / Oostwoud; • een bestuurslid van de Historische Vereniging Midwoud Oostwoud in zijn rol als initiatiefnemer van een plan voor het behoud van het Boetje; • één van de vrijwilligers die zich reeds voor dit initiatief had aangemeld; • de persoonlijke assistent van de burgemeester. Wij gaan er van uit en mogen zonder meer verwachten dat, wanneer je als wethouder op zoek gaat naar documenten in deze inmiddels hachelijke en zo gevoelige zaak, je dat primair doet bij de ambtenaren die met die zaak bezig zijn geweest en/of daarvoor verantwoordelijk zijn of zijn geweest (en eventueel secundair bij de andere stakeholders). Deze niet de eerste de beste ambtenaren zouden immers nooit dergelijke documenten eigenhandig of zonder toestemming vernietigen of definitief verwijderen. Dit ligt zó sterk voor de hand dat wij ons geenszins kunnen voorstellen dat ook dit weer “foutjes” of “missers” zijn geweest. Van bovenstaande zeer ernstige constatering zijn we uitermate geschrokken.
Dit is het zoveelste voorval in dit dossier waaruit mensen andermaal concluderen dat de waarheid niet op tafel zou mogen komen of, zoals ruim anderhalf jaar geleden een bron ons al zei dat deze de indruk had dat “er zaken verdoezeld worden.”(citaat) Wat is uw inhoudelijk gemotiveerde reactie op de stelling dat met uw tekst “Helaas zijn er geen gespreksverslagen of mailwisselingen te vinden van de periode juli 2021 tot en met januari 2022.”
Documentnummer: DOC-23-739153
7 van 46
(terwijl uit mijn onderzoek het tegenovergestelde is gebleken) ook hier weer bij mensen de nadrukkelijke indruk bestaat dat er bewust informatie is en wordt achtergehouden? Antwoord
Er waren helaas, zoals eerder aangegeven, geen gespreksverslagen of mailwisselingen te vinden. Dat betekent niet dat ze er niet zijn geweest: het betekent alleen dat wij ze niet konden vinden. Dat de vragensteller steeds wil suggereren dat er informatie wordt achtergehouden, is voor de rekening van de vragensteller.
10.
Indien u van mening bent dat, ondanks het bij vraag 8 genoemde feit, er geen sprake is van het bewust achtergehouden van informatie: Hoe verklaart u dan op geloofwaardige wijze dat u over genoemde periode geen documenten of e-mails zegt te hebben kunnen vinden, terwijl wij die wél hebben gevonden en het voor u veel gemakkelijker dan voor ons was om deze te vinden?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 9.
11.
Refererend aan het bij vraag 8 genoemde feit: is er hier wat u betreft sprake van het onjuist informeren van de raad, van het niet informeren van de raad en/of van het achterhouden van informatie of zegt u: “als we iets niet hebben kunnen vinden dan is er per definitie geen sprake van dit alles?” Indien u van mening bent dat dit laatste het geval is: is dit dan ook meteen de reden waarom u gezegd heeft dat u niets heeft kunnen vinden? Graag ontvangen wij een gefundeerd antwoord.
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 9.
12.
Het oorspronkelijke idee was puur het behoud van het Boetje (wind- en waterdicht), zonder exploitatie. Daarna is er ook over de eventuele exploitatie daarvan gesproken. In uw ogen is deze 2e variant financieel niet haalbaar gebleken en heeft de Historisch Vereniging Midwoud Oostwoud het bijltje erbij neer moeten gooien. Toch is er vervolgens niet voor het oorspronkelijke idee van puur het behoud (wind- en waterdicht) van het Boetje gekozen, terwijl nu uit de door ons bij u opgevraagde offerte blijkt!) dat die optie 106.000,- euro inclusief b.t.w. zou hebben gekost en dus gemakkelijk te realiseren was geweest. Wij vragen ons daarom samen met inwoners af waarom hun door de gemeente na onderzoek vastgestelde en (o.a. in de kernvisie van december 2018) opgetekende wens, die vervolgens nota bene is bevestigd door HVC in haar brief van 18 februari 2020 met daarin: “…….. verschillende organisaties, omwonenden en uw gemeente hebben aangegeven dat er wensen zijn om de vervallen boet en (en dus niet: “en/of”!) het omliggende terrein op te knappen en een openbare en maatschappelijke functie te geven. Met deze bijdrage kan de gemeente Medemblik hier een mooie invulling aan geven in overleg met betrokkenen uit de dorpen Midwoud en Oostwoud…” niet door u is uitgevoerd. De wens was er, het draagvlak was er en het geld was er.
Wat is er precies wanneer gebeurd waardoor die nadrukkelijke wens niet is uitgevoerd? Een helder en onderbouwd antwoord is hier gewenst.
Documentnummer: DOC-23-739153
8 van 46
Antwoord
Uw raad heeft budgetrecht, het college legt een voorstel aan u voor. U gaat er vervolgens over. En zoals al eerder aangegeven: een eventueel bestedingsdoel geopperd door HVC is niet relevant.
13.
In de beantwoording van onze vraag 4 van 22 augustus 2022 stelt u Naar aanleiding van de eerdere vragen over het bestedingsdoel van het geld van HVC hebben wij contact opgenomen met HVC. HVC heeft op 25 november 2021 een mail gestuurd. Deze reactie hield in dat het belangrijk is voor HVC dat er door omgeving en de dorpskernen Midwoud en Oostwoud een mooie functie bedacht wordt die recht doet aan de openbare en maatschappelijke functie op deze locatie. Tevens geeft HVC expliciet aan dat het dus ook best een andere bestemming mag zijn dan het opknappen van het 'boetje'. Waarom heeft u, zoals u zelf zegt “n.a.v. onze eerdere vragen” die vraag überhaupt aan HVC moeten stellen? De gemeente wist toch al lang en breed, namelijk tenminste sinds de datum van de zogenaamde toekenningsbrief van HVC (18 februari 2020), wat haar glasheldere, gedragen en wel degelijk financieel haalbare(!) bestedingsdoel was? Graag uw helder gemotiveerde reactie op deze vraag en gang van zaken.
Antwoord
U blijft steeds vragen stellen over het ooit door HVC als beoogde bestedingsdoel. Het bestedingsdoel van HVC, als dat er al ooit is geweest, is in ieder geval niet langer relevant vanaf het moment dat de middelen zijn overgedragen aan de gemeente. Vanaf het moment dat de € 200.000,- in 2020 door uw raad in een reserve is geplaatst, is het volledig onder het budgetrecht van de raad gebracht. U kunt met deze middelen inzetten naar uw eigen inzicht, al dan niet op voorstel van het college.
De (opmerkelijke gebeurtenissen op en rond de) datum 25 november 2021 14.
Bij de beantwoording van onze vragen van 15 februari 2023 heeft u, naast de door ons opgevraagde stukken, de volgende korte tekst gebruikt die onze nieuwsgierigheid wekte en niet alleen omdat ook van genoemd gesprek geen gespreksverslag zou zijn gemaakt: “Er heeft een gesprek op het gemeentehuis plaatsgevonden tussen een vertegenwoordiger van de historische vereniging HVMO, de voorzitter van de dorpsraad DMO, de projectleider in deze van de gemeente en de betreffende ambtenaar van Grondzaken. Hier is geen gespreksverslag van opgesteld”. Onze vragen en ons onderzoek gaan over waarheidsvinding. Hoewel wij zelf in onze vragen en u in uw antwoorden daarop zeer regelmatig exacte data noemen omdat die nu eenmaal voor die waarheidsvinding essentieel zijn, noemt u hierboven de datum waarop dit gesprek heeft plaatsgevonden NIET. Waarom is die, zoals nu uit mijn onderzoek is gebleken, voor de waarheidsvinding zo belangrijke datum niet in uw antwoord genoemd? Graag ontvangen wij een gemotiveerd en onderbouwd antwoord.
Antwoord
Daar is geen specifieke reden voor geweest.
Documentnummer: DOC-23-739153
9 van 46
15.
Het door u niet noemen van die datum waarop dat bewuste gesprek heeft plaatsgevonden heeft mij getriggerd om hier nader onderzoek naar te doen. Dat heeft tot de openbaring van een op zijn minst nogal opzienbarende gang van zaken geleid. Gebleken is namelijk dat dit persoonlijke gesprek op exact dezelfde datum(!) heeft plaatsgevonden als waarop er een mailwisseling plaatsvond tussen de gemeente en HVC waarin die enorme draai in het bestedingsdoel van HVC’s donatie werd besproken en afgesproken, namelijk op 25 november 2021. Dat persoonlijke gesprek blijkt te hebben plaatsgevonden slechts 5 kwartier ná die opmerkelijke mailwisseling tussen de manager Zon & Wind van HVC en de projectleider van de gemeente met cc’s aan de toenmalige wethouders Nederpelt en Fit en aan de betreffende ambtenaar Grondzaken. En juist in díe mailwisseling is op basis van feitelijk aantoonbaar onjuiste(!) gronden die enorme draai in het bestedingsdoel gemaakt.
Immers, in tegenstelling tot hetgeen HVC in die e-mailwisseling aan de gemeente schrijft dat zij in een voorafgaand telefoongesprek van de gemeente heeft begrepen dat “het bestaande idee om het boetje op te knappen erg lastig wordt om budgettaire redenen” (citaat) is uit ons eigen onderzoek gebleken dat het wel degelijk financieel haalbaar was geweest om het Boetje te behouden met de bij ons onderzoek naar voren gekomen offertes van 106.000,- euro inclusief btw en van 155.000,- euro exclusief btw. Het oorspronkelijke bedrag van de HVC-donatie was namelijk 250.000,- euro en het tot op de dag van vandaag resterende bedrag daarvan is 200.000,- euro. In dit verband is het interessant om nog eens naar onze vraag 3 van 22 augustus 2022 en uw antwoord hierop te kijken: Onze vraag 3 luidde: HVC’s letterlijke tekst hierboven van 18 februari 2020 voor wat betreft het bestedingsdoel van de door haar beschikbaar gestelde euro’s wordt zeer helder en stellig beschreven. Toch zegt u in hetzelfde antwoord op onze vraag 1 van 18 mei 2022 ook: “HVC heeft op 25 november 2021 per mail laten weten: "….Belangrijk voor HVC is dat er door omgeving en de dorpskernen Midwoud en Oostwoud een mooie functie bedacht wordt die recht doet aan de openbare en maatschappelijke functie op deze locatie.
Vanuit HVC mag het dus best een andere bestemming zijn dan het opknappen van het “boetje”…… “(citaat) De mail van HVC van 25 november 2021 is dus dan opeens niet meer zo helder en stellig als het gaat om het bestedingsdoel van het door haar beschikbaar gestelde geld. Deze grote draai lijkt ons niet uit de lucht te zijn komen vallen en lijkt op een reactie van HVC op een vraag die zij daarover ontving van de gemeente, van haar regievoerder (DMO Dorpsraad Midwoud-Oostwoud) of van een vooralsnog onbekende derde. Hiermee kan de indruk zijn ontstaan dat op dat moment een door de gemeente reeds mogelijk gedane en wellicht onjuiste besteding van door HVC gedoneerd geld met die email(wisseling) van 25 november 2021 achteraf is “gerepareerd”.
Documentnummer: DOC-23-739153
10 van 46
Waar was die e-mail van HVC d.d. 25 november 2021 met daarin die enorme draai voor wat betreft het bestedingsdoel een reactie op?
Uw antwoord luidde daarop: “Zoals ook blijkt uit de beantwoording van vraag 1 is er geen sprake geweest van reparatie van reeds gedane en wellicht onjuiste besteding van de gelden. Naar aanleiding van de gestelde raadsvragen hebben wij contact opgenomen met HVC met de vraag of de financiële bijdrage specifiek was bedoeld voor boetje. De mail van 25 november 2021 bevestigde dat het geld ook besteed kan worden aan een andere maatschappelijke inpassing”. Inmiddels is tijdens mijn onderzoek boven water gekomen dat er dus tóch iets is gerepareerd in het bestedingsdoel en daarmee is ook de eerder gedane discutabele uitgave van 50.000 euro “gerepareerd”. En dat is 5 kwartier voorafgaand aan het gesprek tussen gemeente, initiatiefnemer (HVMO) en dorpsraad met een mail van HVC, waar een telefoongesprek aan vooraf blijkt te zijn gegaan, gebeurd. Met bovenstaand antwoord heeft u ons op zijn minst zand in de ogen gestrooid en onvolledig/onjuist geïnformeerd door aanvankelijk niet alleen die bijzondere datum van 25 november 2021 te verzwijgen vwb het persoonlijke gesprek met alle stakeholders, maar vooral ook door ons niet op de hoogte te brengen van het sterk sturende gedrag van de gemeente waaruit blijkt dat de gemeente volstrekt ten onrechte heeft gesteld dat het om budgettaire redenen lastig zou zijn het Boetje te behouden.
Moest vóórdat het bewuste gesprek van 25 november 2021 op het gemeentehuis tussen genoemde stakeholders plaatsvond er nog even zwart op wit een “bevestiging” vanuit HVC komen dat er (zoals u eerder in een antwoord schreef) “vanuit HVC het dus best een andere mag zijn dan het opknappen van het Boetje” (citaat) om de Historische Vereniging Midwoud Oostwoud ook op deze manier op afstand te kunnen houden en om de mogelijkheid open te kunnen houden om als gemeente en dorpsraad zelf met een idee voor de bestemming van het nog resterende geld te kunnen komen, zoals op dit moment ook lijkt te gaan gebeuren? Graag zien wij een onderbouwd antwoord hierop tegemoet. Antwoord
Het is, zoals eerder al is aangegeven, voor dit college niet te reconstrueren wat er op 25 november 2021 al dan niet gezegd of gewisseld is. Zie ook vraag 13. Verder: voor dit college is het bestedingsdoel van HVC, als dat er al ooit is geweest, niet relevant. Vanaf het moment dat de € 200.000,- in 2020 door uw raad in een reserve is geplaatst, is het volledig onder het budgetrecht van de raad gebracht. U kunt met deze middelen doen wat u wenst, al dan niet op voorstel van het college.
16.
Refererend aan vraag 14: Heeft de gemeente met genoemd telefoontje aan HVC, HVC bewust om de tuin geleid door te zeggen dat het behoud van het Boetje om budgettaire redenen lastig zou worden, terwijl er een offerte lag die dat behoud wel degelijk en zelfs ruimschoots mogelijk maakte of was HVC wél op de hoogte van die offerte en zijn
Documentnummer: DOC-23-739153
11 van 46
genoemd telefoontje en die bewuste e-mailwisseling een onderling één-tweetje tussen HVC en de gemeente geweest? Graag zien wij uw volledig onderbouwde uitleg hierover tegemoet. Antwoord
Het is, zoals eerder al is aangegeven, voor dit college niet te reconstrueren wat er op 25 november 2021 al dan niet gezegd of gewisseld is. Dat er volgens u klaarblijkelijk sprake is dat wij ‘HVC bewust om de tuin hebben geleid’, laat het college aan u.
17.
Waarom zegt de gemeentelijke projectleider in de mailwisseling van 25 november 2021 tegen de Manager Zon & Wind van HVC: “En zoals afgesproken mail jij mij jullie standpunt cq bevestiging van onze interpretatie” doelende op het bestedingsdoel? In HVC’s toekenningsbrief staat het behoud van het Boetje toch duidelijk als bestedingsdoel vermeld, waardoor van een andere interpretatie geen sprake kan zijn?
Antwoord
Het is, zoals ook eerder al is aangegeven, voor dit college niet te reconstrueren wat er op 25 november 2021 tussen twee mensen mondeling is afgesproken. Als ze daarna per mail een gemaakte afspraak wederzijds bevestigen, lijkt dat logisch. Maar, zoals in het bovenstaande al meermaals aangegeven: voor dit college is een al dan niet door HVC geformuleerd bestedingsdoel niet relevant. Dit zou ook hebben te gelden voor uw raad, die immers over het budgetrecht beschikt.
18.
Waarom is de beantwoording van onze raadsvragen door de gemeente vooraf met HVC gedeeld, zoals blijkt uit diezelfde e-mailwisseling? De feiten zijn toch de feiten en HVC had die antwoorden toch gewoon kunnen zien nadat die op de gebruikelijke in de openbaarheid waren gepubliceerd?
Antwoord
Het is, zoals ook eerder al is aangegeven, voor dit college niet te reconstrueren wat er op 25 november 2021 al dan niet gezegd of gewisseld is.
19.
Wat is uw reactie als wij zeggen dat • Na onze eerdere constatering van die (toen nog onverklaarbare) grote draai in het bestedingsdoel; • Na het door u niet noemen van die zeer relevante datum van 25 november 2021 waarop het bewuste persoonlijke gesprek tussen alle stakeholders plaatsvond; • Nu inmiddels is gebleken op welke bijzondere datum dit gesprek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden; • Nu is gebleken dat er slechts 5 kwartier vóór dit persoonlijke gesprek door HVC aan de betrokken ambtenaren en de betrokken wethouders Nederpelt en Fit een e-mail is gestuurd die die grote en bijzondere draai in het bestedingsdoel moest bevestigen en/of “repareren” • Nu is gebleken dat HVC in die e-mail refereert aan een daaraan voorafgaand telefoongesprek met de gemeente in welk gesprek door de gemeente feitelijk en aantoonbaar onjuiste informatie is gegeven voor wat betreft de financiële haalbaarheid van het behoud van het Boetje;
Documentnummer: DOC-23-739153
12 van 46
de gang van zaken in dit dossier nu nóg vreemdere vormen aanneemt dan al het geval was (en verder in dit document nog verder zal toenemen) en dit de geloofwaardigheid van de wethouder als verantwoordelijke voor de antwoorden op onze vragen van 22 augustus 2022 geen goed doet, wetende dat hij op 22 december 2022 in de raadszaal heeft verklaard “zijn handen in het vuur te steken” voor de antwoorden die hij ons heeft gegeven op onze vragen van 22 augustus 2022 en op 6 oktober 2022 heeft verklaard dat er in deze zaak “weinig aan de hand is” (citaat)? Antwoord
Wij staan achter onze eerder gegeven antwoorden, terwijl het college hierbij nogmaals benadrukt dat de gemeenteraad budgetrecht heeft, dat het college inmiddels een voorstel heeft voorgelegd waar u mee in kunt stemmen of niet mee in kunt stemmen, en dat van de €200.000,- er nog steeds €200.000,- beschikbaar is.
20.
Graag ontvangen wij een heldere en gemotiveerde reactie op deze gang van zaken / gebeurtenissen en daarnaast uitleg over het hoe en waarom van het niet benoemen van die, naar nu is gebleken, zo belangrijke datum van 25 november 2021.
Antwoord
Zie onze antwoorden bij de vragen 14 tot en met 19.
21.
Wij vinden het heel vreemd dat, ook hier weer, bij het belangrijke gesprek dat op 25 november 2021 plaatsvond waarbij nota bene alle stakeholders aanwezig zijn geweest en de inzet de besteding van een aanzienlijk bedrag was, er geen gespreksverslag zou zijn opgesteld, terwijl er van diezelfde dag wel opeens een mailwisseling tussen HVC en de gemeente blijkt te bestaan met daarin die enorme draai in het bestedingsdoel. Dit kan er bij ons niet in en zorgt voor nog veel meer vraagtekens. Wilt u daarom nogmaals op zoek gaan naar dat gespreksverslag en dat met ons delen als u dit gevonden heeft? Wij vragen u dit omdat u eerder heeft verklaard geen stukken te hebben kunnen vinden, terwijl ik die vervolgens wel heb gevonden (zie vraag 8) terwijl het voor u gemakkelijker was dan voor mij om deze te vinden.
Antwoord
Wij gaan niet weer zoeken naar een verslag wat we de vorige keer ook niet konden vinden. Bovendien: de relevantie van de bijeenkomst van 25 november 2021 ontgaat ons, in het licht van het ontbrekende belang van het bestedingsdoel van HVC en het feit dat alle middelen nog steeds aanwezig zijn, en uw raad budgetrecht heeft.
22.
U heeft eerder in uw antwoorden op onze vragen 3 en 4 van 22 augustus 2022 ontkend dat er na de discutabele uitgave van 50.000,- van de HVC-donatie voor het doortrekken van de vaarroute en het fietspad met die bewuste e-mail van HVC van 25 november 2021 iets “gerepareerd” moest worden v.b.w. het bestedingsdoel. Na al hetgeen wij sindsdien tijdens ons onderzoek aanvullend daaraan hebben blootgelegd: Bent u nog steeds diezelfde mening toegedaan? Of ontkent u dit nog altijd en zijn dit wat u betreft de volgende “foutjes”, “missers” en “toevalligheden” waar het in dit dossier al meer dan vol mee zit? U begrijpt dat uw eventuele aanhoudende ontkennende antwoord inmiddels om een meer dan gedegen, helder en onderbouwd antwoord vraagt.
Documentnummer: DOC-23-739153
13 van 46
Antwoord
Zoals al eerder aangegeven heeft het toenmalige college, naar wij inmiddels hebben geconstateerd, niet al te gelukkig gecommuniceerd over de inzet van de € 50.000,-. Tegelijkertijd geldt echter dat uw raad, via het vaststellen van de jaarrekening over 2020, de uitgave van deze middelen heeft geaccordeerd. Het is daarmee niet aan het college om daar, met terugwerkende kracht, nog een oordeel over te hebben.
Het collegebesluit en bijbehorende vergadering van 17 maart 2020 23.
Op welke datum zijn de in het collegebesluit van 17 maart 2020 genoemde werkzaamheden conform het collegevoorstel IV-20-07088, zijnde “het doortrekken van de vaarroute vanuit het woningbouwplan Tripkouw naar het vaarroutenetwerk West-Friesland en het doortrekken van het fietspad naar de Oostwouderdorpsstraat”, feitelijk gestart, zowel in de zin van de voorbereiding als de feitelijke uitvoering ter plaatse? Met andere woorden: Wanneer zijn de 1e kosten van die 50.000,- euro daadwerkelijk gemaakt in de voorbereiding en in de uitvoering?
Antwoord
De voorbereiding van de werkzaamheden rondom het doortrekken van de vaarroute en de landschappelijke inpassing vindt zijn basis in het woningbouwproject Tripkouw in Midwoud. Vanuit dit woningbouwproject zijn er in een vroegtijdig stadium al verschillende ideeën geweest rondom het thema water, waaronder het verhogen van het waterpeil, maar ook het doortrekken van de vaarverbinding. De scope van de werkzaamheden betreffen het watergedeelte vanaf het woningbouwproject Tripkouw, langs de zonneweide tot aan de botenhelling en de Oostwouder Dorpsstraat. De eerdere ideeën en tekeningen van het doortrekken vanuit de vaarroute stammen uit de periode 2017-2018. Deze kunt u in de bijlage vinden. Een van de tekeningen in de bijlage stamt uit de tijd voordat Tripkouw fase 2 gerealiseerd is, de ander is de tekening ten behoeve van de watervergunning. De watervergunning is in november 2019 afgegeven, de start van de werkzaamheden aan de waterverbinding (vanuit het woningbouwproject Tripkouw) was in februari 2020 en in december 2020 zijn deze werkzaamheden afgerond. Met het collegebesluit d.d.
27-03-2020 is besloten om een deel van de HVC-donatie beschikbaar te stellen voor de landschapselementen die de gemeente realiseert, in het bijzonder het doortrekken van de vaarroute vanuit het woningbouwplan Tripkouw naar het vaarroutenetwerk West-Friesland en het doortrekken van het fietspad naar de Oostwouder Dorpstraat. De uitvoering van de werkzaamheden waren gestart vanuit het woningbouwproject en de bijbehorende grondexploitatie, middels dit collegebesluit is besloten om een deel van de HVC donatie hieraan ten goede te laten komen. Omdat deze in een groter bestek en grondexploitatie is opgegaan, is dit niet 1-op-1 te traceren. Zie ook de bijlagen
24.
In genoemd college-besluit staat onderaan: Besluit Na wijziging: Conform advies besloten Communicatie (incl gemeenteraad) vraagt aandacht Waar duidt die wijziging op / wat is er inhoudelijk gewijzigd alvorens er “conform advies” werd besloten?
Documentnummer: DOC-23-739153
14 van 46
Antwoord
Het is niet aan dit college om te filosoferen over het totstandkomingsproces van besluiten van een vorig college. Alleen het genomen besluit telt. Het collegebesluit zoals dat destijds door het college is vastgesteld is, zoals u ook aangeeft, reeds eerder aan u toegezonden.
25.
Voor alle helderheid: Zit er enig verschil tussen het door ons opgevraagde en door u aan ons ter beschikking gestelde collegevoorstel IV-20-07088 en de inhoud van het eveneens op ons verzoek door u toegestuurde collegebesluit van 17 maart 2020 (dossier 225 – zaak ID Z-16-72444)? Zo ja: wat zijn die verschillen tussen collegevoorstel en collegebesluit en waarom en op grond waarvan zijn die ontstaan?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 24.
26.
Waarom is ondanks bovengenoemde schriftelijke opmerking in het collegebesluit dat de communicatie binnen- en buiten de raad aandacht verdient die communicatie ook nadien toch zo structureel slecht (geweest) met als 1 van de dieptepunten het feit dat het college, zoals u eerder na onze vraag daarover heeft toegegeven, de raad niet op de hoogte heeft gesteld over de toekenning (besteding) van 50.000 euro van de HVC-donatie aan de grondexploitatie Tripkouw op het moment dat dit moest?
Antwoord
Dat is voor dit college niet te reconstrueren. Daarbij geldt tevens dat de communicatiekeuzes van het vorige college keuzes van het vorige college zijn geweest.
27.
Uw antwoord op onze vraag 14 van 22 augustus 2022 is voor ons en zeker voor de niet ingevoerde inwoner niet duidelijk. Is onderstaande interpretatie daarvan wat u betreft correct? Indien “nee”: graag uw toelichting hierop. • Het college heeft de raad niet meegenomen in haar als vertrouwelijk bestempelde besluit; • Het college heeft de raad niet geïnformeerd over datzelfde besluit en bijbehorende uitgave van 50.000 euro van de HVC-donatie aan “Grondexploitatie Tripkouw” (doortrekken fietsroute en vaarroute) op het moment dat dit volgens de financiële verordening wel had gemoeten. Dit was op zichzelf een onrechtmatige daad die in feite die status ongeveer 1 jaar en 4 maanden heeft gehad tot aan de goedkeuring van de jaarrekening 2020 door de raad op 8 juli 2021. • Met die vaststelling van de jaarrekening is de status van die “onrechtmatige uitgave” achteraf weggepoetst.
Antwoord
Ja, met dien verstande dat we de classificatie van ‘onrechtmatige uitgave’ voor uw rekening laten,
28.
In uw informatienota van 13 december 2022 behorende bij uw antwoorden van medio december 2022 op onze vragen van 22 augustus van dat jaar benoemt u de vertrouwelijkheid van het collegebesluit van 17 maart 2020 dat gaat over de discutabele uitgave van die € 50.000,- en u zegt daarover het volgende: (Wij citeren): Het collegebesluit had aanvankelijk een vertrouwelijk karakter, omdat ten tijde van het nemen van collegebesluit nog werd bezien of voor overhandiging van de cheque een persmoment kon worden belegd. Door het uitbreken van de corona en de onzekerheid over het verloop van de corona (maatregelen) is uiteindelijk geen uitvoering gegeven aan een persmoment. Het collegebesluit heeft daardoor ten onrechte een vertrouwelijk karakter gehouden.
Documentnummer: DOC-23-739153
15 van 46
Dit komt op ons over als een door u erbij gesleept en uiterst onwaarschijnlijk argument om te proberen de vreemde en onnodig langdurende vertrouwelijkheid van het collegebesluit ook hier weer achteraf te “repareren” of goed te praten. Het komt ons namelijk uiterst onwaarschijnlijk voor dat een persmoment geen doorgang zou hebben kunnen vinden in verband met de coronapandemie. Gemeenten, maar ook de landelijke overheid hebben juist tijdens de coronapandemie heel veel persmomenten gehad. De hele wereldpers heeft ook gewoon doorgedraaid. Een foto van 1 persoon die een “HVC-cheque” van 250.000,- vasthoudt, een foto buiten van iemand van HVC met iemand van de gemeente op 1,5 meter afstand, een digitaal vervaardigd persmoment…..hoe eenvoudig kan het zijn? Delen wethouder Broeders en de rest van het college de mening van Hart voor Medemblik dat met ook maar een héél klein beetje goede wil en creativiteit dat persmoment heel simpel gewoon wél plaats had kunnen vinden en dat uw gegeven antwoord daarom even ridicuul als ongeloofwaardig is? Indien “nee”, waarom niet? Antwoord
Het college laat de communicatiekeuzes van het vorige college graag op de plek waar deze horen: bij het vorige college.
29.
Indien “ja”: Vindt u dan ook dat dit puur een argument is geweest om te proberen die onterechte en veel te lang durende status van vertrouwelijkheid van genoemd collegebesluit achteraf te rechtvaardigen en dat er sprake is geweest van het bewust lang aanhouden van die status van vertrouwelijkheid van dat collegebesluit om geen ruchtbaarheid te geven aan datzelfde discutabele collegebesluit totdat u er 1 jaar en 4 maanden later bij de goedkeuring van de jaarrekening niet langer meer onderuit kon? Graag uw onderbouwde antwoorden op deze vragen.
Antwoord
Zoals al eerder aangegeven betreurt dit college de als gevolg van het handelen van het vorige college ontstane (en onnodige) onduidelijkheid over de € 50.000,-.
30.
Uw antwoord op onze vraag 7 van 22 augustus luidt: “Er leek in eerste instantie veel draagvlak te zijn voor behoud boetje. Uit de gesprekken die hierna gevoerd zijn over met name de exploitatie van het boetje is gebleken dat dit scenario niet haalbaar was qua kosten en inzet van vrijwilligers.” Nadat behoud van het Boetje jaren terug al in de kernvisie was opgenomen (oude boetjes moesten extra beschermd worden) was ook na HVC’s toekenningsbrief over de besteding van haar donatie van 18 februari 2020 volstrekt helder dat er zeer nadrukkelijk draagvlak was voor het behoud van het Boetje en dat HVC’s donatie mede daarvoor bedoeld was. Echter, in uw antwoord zegt u met uw woorden feitelijk dat dit niet haalbaar was. Om 3 redenen vinden wij deze constatering onjuist, misleidend, zwak en niet onderbouwd: Allereerst is door de gemeente tegen de bewuste initiatiefnemer HVMO tijdens dat bewuste gesprek van 25 november 2021, de dag waarop 5 kwartier eerder (!?) die opmerkelijke mail door HVC aan de gemeente blijkt te zijn verstuurd met daarin die enorme draai in het bestedingsdoel, verteld dat er nog maar 160.000 – 170.000 euro over was van de donatie, terwijl later uit antwoorden op onze eerdere vraag daarover bleek dat dit ook op dát moment 200.000 was.
Daarnaast heeft u in de richting van diezelfde initiatiefnemer een bedrag van maar liefst 300.000 euro genoemd als zijnde de kosten voor de renovatie van het Boetje. De uitspraak van de deskundige van de Loods Herbestemming Monumenten van de provincie NH in de mail van 7 april 2022, die wij opvroegen bevestigt dat dit onrealistisch hoog was: Zie: https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/a2ac90a2-5d01-4e7f-855cd8e811d2d9c2?documentId=32d329f7-3e58-47a7-9929-f9c8900358ce . Maar er is nog meer. Ook de
Documentnummer: DOC-23-739153
16 van 46
offerteprijs van 106.000,- van Aan de Oever Bouw, die u ondanks onze volstrekt duidelijke vraag 7 van 18 mei 2022 eerst achterhield bewijst dit. Op basis van deze feiten kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat die initiatiefnemer door de gemeente bewust is ontmoedigd. Ten tweede had het, als uw conclusie (echter pas na een gedegen plan en onderzoek) dat exploitatie van het Boetje geen haalbare kaart zou zijn geweest, volstrekt logisch geweest dat u naar het oorspronkelijke plan van puur het behoud van het Boetje, zonder exploitatie (de koudeopslag-variant), was teruggekeerd, maar ook dát heeft u niet gedaan. Daarentegen is, getuige uw informatienota van 13 december 2022, de wethouder samen met de voorzitter van de dorpsraad een idee gaan bespreken, waarbij nog moet worden aangemerkt dat sinds ongeveer eind 2022 de dorpsraad Midwoud Oostwoud na het opstappen van bestuursleden uitsluitend nog uit diezelfde voorzitter bestaat en er geen enkele enquête o.i.d. onder bewoners v.w.b. bestedingsdoelen van de resterende 2 ton is gehouden.
Ten derde: als u van de totale HVC-donatie van 250.000 euro die discutabele uitgave van 50.000 euro voor het verlengen van de vaarverbinding en het fietspad - waarvan u eerder zei geen specifiek bewijs van die besteding te kunnen overleggen en die bovendien niet overeenkomt met het bestedingsdoel van HVC, zoals vermeld in haar brief van 18 februari 2020 - níet had gedaan dan waren de mogelijkheden voor welk initiatief dan ook ruimer geweest dan ze nu nog zijn. Hoe, op welk(e) moment(en), door wie en op basis van welke argumenten is besloten dat behoud van het Boetje om “budgettaire redenen” niet (meer) mogelijk zou zijn, terwijl ons onderzoek inmiddels heeft aangetoond dat dit wel degelijk - en haaks op hetgeen door de gemeente richting HVC daarover is gecommuniceerd – en zelfs ruim financieel haalbaar was (en nog steeds zou moeten zijn), wetende dat uit de door ons opgevraagde toekenningsbrief van HVC duidelijk is gebleken dat dit juist de wil was van “verschillende organisaties, omwonenden en uw gemeente” (citaat uit die brief) en het behoud van boetjes zelfs in de kernvisie was opgenomen? Antwoord
Wij verwijzen naar het raadsvoorstel voor de besteding van de middelen zoals dat aan uw raad is toegezonden. Daarin worden de argumenten geschetst. Het is verder aan uw raad om zich hierover een oordeel te vormen.
31.
31. In antwoord op onze vraag 8 van 22 augustus 2022 stelde u dat er op dit punt geen onjuiste informatie aan de raad is verstrekt. Nader onderzoek wijst echter wel degelijk opnieuw in die richting. Letterlijk zegt u in uw antwoord: “Er is geen onjuiste informatie verstrekt. Wel realiseren wij ons dat wij niet eerder in onze beantwoording van eerdere raadsvragen zijn ingegaan op de afspraken die met HVC zijn gemaakt tijdens de ontwikkeling. In de brief van HVC van 18 februari 2020 staat vermeld dat er een eenmalige bijdrage ter beschikking wordt gesteld van (maximaal en in totaal) €250.000,- conform de gemaakte afspraken tijdens de ontwikkeling. Uit het verslag van 20 januari 2020 van de projectgroep, waar HVC onderdeel van uitmaakte, staat dat HVC kan instemmen met het oormerken van een bedrag van € 200.000,- voor het voorterrein met varkensboet c.a. en een bedrag van € 50.000,- voor de aanvullende landschappelijke inpassing, waaronder verlengen vaarverbinding en fietspad. In het collegebesluit van maart 2020 heeft het college hiertoe ook besloten.” Nadat u ons bovenstaand antwoord gaf vroegen wij die bewuste HVC-toekenningsbrief van 18 februari 2020 en het “korte verslag v.d. Projectgroep Zonneweide d.d. 22 januari 2020” (we gaan er van uit dat u 22 januari i.p.v. 20 januari bedoelt) dat u er in uw antwoord bijhaalt, op. Daaruit is
Documentnummer: DOC-23-739153
17 van 46
gebleken dat u in uw antwoord de feiten anders heeft uitgelegd dan ze zijn. In haar toekenningsbrief zegt HVC namelijk:
De woorden “conform de gemaakte afspraken bij de ontwikkeling” worden, zo blijkt nu, weliswaar in de brief genoemd, maar refereren in het geheel niet aan het bestedingsdoel, maar aan het bedrag dat zij ter beschikking heeft gesteld. Over haar bestedingsdoel is HVC in haar brief zeer expliciet: “het opknappen van de boet en het omliggende terrein”. Er wordt met geen woord gesproken over de verlenging van de vaarverbinding, noch over het doortrekken van het fietspad dat eerder door u op uiterst merkwaardige wijze verhuld werd door de discutabele uitgave van €50.000,- in de richting van de vragensteller en daarmee in de richting van de raad te kenschetsen als t.b.v. “de landschappelijke inpassing van de zonneweide”!? Wij achten het bovendien volstrekt onlogische en onwaarschijnlijk dat HVC het ene concrete bestedingsdoel (het behoud van het Boetje) wel in haar toekenningsbrief zou noemen en het andere (verlengen van de vaarroute en het doortrekken van het fietspad) niet. Daarnaast wordt er in de HVC-brief van 18 februari 2020 ook helemaal niet verwezen(!) naar de bespreking van de projectgroep Zonneweide Midwoud van 22 januari 2020 (1 maand vóór HVC’s officiële toekenningsbrief!), terwijl u daaraan in uw antwoord wél refereert; laat staan aan het oormerken van €50.000,- voor het verlengen van de vaarverbinding en het fietspad.
Bovendien zal een ieder het erover eens zijn dat wat een “kort verslag van de projectgroep Zonneweide Midwoud d.d. 22 januari 2020” wordt genoemd, ondergeschikt is aan de enige officiële toekenningsbrief van HVC van een maand later (18 februari 2020) met daarin het donatiebedrag en de expliciet door haar genoemde bestedingsdoelen. Wat is uw reactie als wij stellen dat alles er op wijst dat de raad met uw antwoord van 15 december 2022 op onze vraag 8 van 22 augustus 2022 wel degelijk onjuist is geïnformeerd? Graag zien wij een helder en onderbouwd antwoord tegemoet op deze belangrijke vraag. Antwoord
U blijft vragen stellen over het door HVC beoogde bestedingsdoel. Het bestedingsdoel van HVC, als dat er al ooit is geweest, is in ieder geval niet langer relevant vanaf het moment dat de middelen zijn overgedragen aan de gemeente. Vanaf het moment dat de € 200.000,- in 2020 door uw raad in een reserve is geplaatst, is het volledig onder het budgetrecht van de raad gebracht. U kunt met deze middelen doen wat u wenst, al dan niet op voorstel van het college. Zie ook de beantwoording op vraag 13.
32.
Waarom is er € 50.000,- van de “HVC-donatie” gebruikt, terwijl dit wel degelijk in strijd blijkt te zijn met haar bestedingsdoel dat zij heel duidelijk in haar enige officiële toekenningsbrief brief van 18 februari 2020 heeft verwoord:
Documentnummer: DOC-23-739153
18 van 46
Antwoord
Zoals al vaker aangegeven is het bestedingsdoel van HVC, zo het al bestond, niet relevant. Zoals eveneens al eerder is aangegeven, heeft het toenmalige college, naar wij inmiddels hebben geconstateerd, niet al te gelukkig gecommuniceerd over de inzet van de € 50.000,-. Tegelijkertijd geldt echter dat uw raad, via het vaststellen van de jaarrekening voor 2020, de uitgave van deze middelen heeft geaccordeerd. Het is daarmee niet aan dit college om daar, met terugwerkende kracht, nog een oordeel over te hebben.
33.
Uit het Sweco-rapport van 1 maart 2019 dat in opdracht van de gemeente Medemblik is uitgevoerd: https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-201952816/1/bijlage/exb-2019-52816.pdf blijkt dat het doortrekken van de betreffende vaarroute een langer gekoesterde wens van de gemeente was:
Wat is uw onderbouwde(!) reactie op de overtuiging die mensen hebben dat de gemeente 50.000,euro van de HVC-donatie van 250.000,- heeft gebruikt om, ten tijde van haar slechte financiële positie, alsnog die wens in vervulling te kunnen laten gaan? Antwoord
Zoals al eerder is aangegeven, heeft het toenmalige college, naar wij inmiddels hebben geconstateerd, niet al te gelukkig gecommuniceerd over de inzet van de € 50.000,-. Tegelijkertijd geldt echter dat uw raad, via het vaststellen van de jaarrekening voor 2020, de uitgave van deze middelen heeft geaccordeerd. Het is daarmee niet aan dit college om daar, met terugwerkende kracht, nog een oordeel over te hebben.
34.
In uw antwoord op onze vraag 11 van 22 augustus 2022 zegt u niet te kunnen specificeren waaraan die € 50.000,- uit het collegebesluit specifiek is besteed. Tegelijkertijd herhaalt u dat dit bedrag is opgegaan in een groter project dat u “aanleg fiets- en vaarverbinding Midwoud / Oostwoud” noemt. Daarnaast spreekt u elders in dit dossier v.w.b. de besteding van die 50.000 euro over “de aanvullende landschappelijke inpassing waaronder het verlengen vaarverbinding en fietspad” (citaat); een besteding waarvan nu is gebleken dat deze niet als bestedingsdoel in de toekenningsbrief van HVC d.d. 18 februari 2020 is genoemd. Als u spreekt over “verlengen” dan kunt toch wel degelijk exact vertellen welk stuk vaarverbinding en welk stuk fietspad met (een deel van) die 50.000 euro zijn verlengd en weet u toch ook hoeveel
Documentnummer: DOC-23-739153
19 van 46
geld er daarna over bleef voor wat u “aanvullende landschappelijke inpassing” noemt en waar dat geld dan naartoe is gegaan? Wij gaan er immers van uit dat onze gemeente niet zomaar geld geeft aan een aannemer zonder te weten wat ze daarvoor terugkrijgt. Daarom zien wij alsnog het antwoord op deze eerder gestelde vraag graag met een degelijke onderbouwing tegemoet. Antwoord
Zie hiervoor het antwoord op vraag 23.
35.
Het antwoord dat u op onze vraag 13 van 22 augustus 2022 geeft is een volgend voorbeeld van hoe er in dit dossier wordt omgegaan met de beantwoording van onze vragen die in het kader van volledige transparantie en waarheidsvinding worden gesteld. Allereerst hebben we u op 18 mei 2022 met vraag 2 al gevraagd waar die 50.000,- euro concreet aan is besteed omdat een uitgave als die voor het doortrekken van een fietspad en/of vaarroute nooit het precieze bedrag van 50.000,- euro kost. Ook daar kwam overigens geen inhoudelijk en transparant antwoord op. De context van onze vraag 13 van 22 augustus was u daarmee bekend. We stellen nu vanuit een andere invalshoek dezelfde vraag of het toeval is dat die uitgave precies 50.000,- euro betrof: Hoe verhoudt de discutabele uitgave van het college van die 50.000,- euro van het totale bedrag van 250.000,- euro die HVC t.b.v. de inwoners van Midwoud en Oostwoud doneerde volgens u zich met artikel 7 uit de destijds van toepassing zijnde financiële verordening 2017 waarin staat: Artikel 7. Informatieplicht 7.1 Het college informeert de raad onverwijld na de constatering van overschrijdingen van budgetten met een omvang van 5% of meer van het geraamde bedrag, met een ondergrens van € 50.000,-.
Antwoord
Zoals al eerder is aangegeven, heeft het toenmalige college, naar wij inmiddels hebben geconstateerd, niet al te gelukkig gecommuniceerd over de inzet van de € 50.000,-. Tegelijkertijd geldt echter dat uw raad, via het vaststellen van de jaarrekening voor 2020, de uitgave van deze middelen heeft geaccordeerd. Het is daarmee niet aan het college om daar, met terugwerkende kracht, nog een oordeel over te hebben.