CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Principeverzoek 1: Appelschenkbos

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Principeverzoeken middelgrote huisvestingslocaties buitenlandse werknemers (pfh. J. Broeders)13.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2

Bodem Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de

blad 27 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Toetsing Het plangebied betreft momenteel een agrarisch perceel. De bodem dient geschikt te zijn voor woningbouw. Ten behoeve van het voorgenomen initiatief is bodemloket.nl bevraagd. Daaruit volgt dat voor het grootste deel van plangebied geen bodemonderzoeken/activiteiten bekend zijn. De zuidwestelijke zijde staat bekend als ‘voldoende onderzocht/gesaneerd’. Deze bodem betreft niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd.

Figuur 4.3: Uitsnede plangebied uit bodemloket.nl

Aanbevolen wordt om een verkennend bodemonderzoek te doen voor de voorgenomen ontwikkeling. In de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk (zoals een woning) niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Daarnaast stelt de Bouwverordening dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden. Dit moet bestaan uit de resultaten van een recent verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740. Conclusie Eventuele vervolgstappen zullen uitgevoerd worden zodat de bodem geschikt is voor woningbouw ten behoeve van buitenlandse werknemers. Geconcludeerd mag worden dat de milieuhygiënische toestand van de bodem het principebesluit niet in de weg staat.

4.3

Natuur De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht en niet via de natuurwetgeving.

blad 28 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken.

Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Toetsing Soortenbescherming Het plangebied bestaat momenteel uit agrarisch gebied, specifiek bomenteelt. In het midden ligt een groene strook. Aan de rand van het plangebied is een bomenrij en waterloop (Kromme Leek) met oevers aanwezig. Mogelijk komen beschermde soorten voor binnen de grenzen van het plangebied. Eventuele aanwezigheid van beschermde soorten kan leiden tot het nemen van mitigerende maatregelen tijdens realisatiewerkzaamheden.

Bij een opvolgend ruimtelijke procedure dient ecologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit kan als voorwaarde aan het principebesluit te worden verbonden. De soortenbescherming staat het principebesluit niet in de weg.

blad 29 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Figuur 4.4: Luchtfoto plangebied

Gebiedsbescherming Vanwege de functiewijziging naar woningbouw voor buitenlandse werknemers zal het plangebied opnieuw worden ingedeeld, zoals uiteengezet in paragraaf 2.2. De ontwikkeling vindt plaats buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN ligt op circa 1 kilometer afstand. Het plangebied ligt eveneens niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’ ligt op circa 3 kilometer (zie figuur 4.5). Gezien de grote afstand en de omvang van de ontwikkeling zijn negatieve gevolgen niet te verwachten. Het aspect stikstof is hieronder verder toegelicht. Gelet hierop, alsmede het feit dat het gebied geen onderdeel uitmaakt van beschermde natuurgebied is een natuuronderzoek in het kader van het principeverzoek niet noodzakelijk. Bij een verdere ruimtelijke procedure zal nader onderzoek naar de soortenbescherming en de beschermde gebieden plaats dienen te vinden. Dit kan als voorwaarde aan het principebesluit te worden verbonden.

blad 30 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Figuur 4.5: Natuurwaarden

Stikstof Er zijn 150 appartementen ten behoeve van 300 slaapplekken voor buitenlandse werknemers voorzien. Op meer dan 20 kilometer afstand van het plangebied is een Natura 2000-gebied aanwezig mét stikstofgevoelig habitat (Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder). Gezien de afstand en schaal van het voornemen zijn negatieve gevolgen vanwege stikstof waarschijnlijk niet aan de orde. Om uit te sluiten of een nieuwe ontwikkeling negatieve effecten tot gevolg heeft dient een onderzoek uitgevoerd te worden naar de stikstofdepositie. Middels het rekenprogramma AERIUS Calculator is een indicatieve berekening uitgevoerd voor de realisatiefase en gebruiksfase. De resultaten zijn hieronder weergegeven. De rekenresultaten zijn als losse bijlages bijgevoegd. Realisatiefase In deze fase is niet bekend hoe de realisatie van het initiatief eruit ziet. Daarom is gewerkt met kengetallen voor woningbouw. Er is uitgegaan van een doorlooptijd van 1 jaar. Op basis van kengetallen is een inschatting gemaakt van de uitstoot als gevolg van de inzet van materieel tijdens de realisatiefase (bouwrijp, bouwen en woonrijp maken). De verwachting is dat er tijdens de realisatiefase in totaal 102,00 kg NOx en 10,95 kg NH3 wordt uitgestoten. Hierbij is uitgegaan van stage IV materieel.

Op basis van kengetallen is ook een inschatting gemaakt van de hoeveelheid bouwverkeer, dat tijdens de realisatiefase van en naar het plangebied gaat rijden. Het gaat om 12.750 licht verkeer bewegingen en om 5.250 zwaar verkeer bewegingen per jaar. Uit de resultaten van de berekening voor de realisatiefase kan geconcludeerd worden dat er geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Gebruiksfase De appartementen zelf hebben geen emissies aangezien deze ‘gasloos’ worden uitgevoerd. De verkeersgeneratie ten gevolge van het project is bepaald op basis van de publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW, 1 december 2018, Ede”. Er is aansluiting gezocht bij de verkeersgeneratie waarvan de CROW bij bungalowparken uitgaat. Daarbij is uitgegaan van categorie

blad 31 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

‘buitengebied’ en het type ‘niet stedelijk’. De verkeersgeneratie van de lichte motorvoertuigen ten gevolge van dit project is in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1: Verkeersgeneratie huisvesting buitenlandse werknemers (mvtbew./etmaal)

Type Appartementen voor buitenlandse werknemers

Aantal 150

Per appartement 2,8

Totaal 420

Uit de resultaten van de berekening voor de gebruiksfase kan geconcludeerd worden, dat er geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Natuuroevers Kromme Leek De appartementen worden gebouwd op meer dan 50 meter van de Kromme Leek. Deze, van orgine, rivier had voor de ruilverkaveling flauw aflopende natuuroevers welke na de ruilverkaveling zijn gevormd tot oevers met een steile hellingshoek voor het optimaal gebruik van de landbouwgrond. Intiatiefnemers zouden deze natuuroevers grenzend aan het AppelSchenkBos weer terugbrengen met een vertakking in het AppelSchenkBos in. Omdat deze aftakking hoger ligt dan de Leek ontstaat er een verdiepte natuurzone met waterplanten wat goed is voor de biodiversiteit. Conclusie Op basis van bovenstaande beschouwing zijn er vanuit de natuuraspecten redelijkerwijs geen bezwaren met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling te verwachten. Het aspect natuur staat de realisatie van het plan niet in de weg.

4.4

Water Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Toetsing Het plangebied is momenteel onverhard, het is een agrarisch perceel. Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van appartementen ten behoeve van de huisvesting van 300 buitenlandse werknemers. Het aandeel verharding binnen het plangebied neemt toe. Hiervoor zal in een later stadium bij de ruimtelijke procedure de watertoets worden uitgevoerd. Indien blijkt uit de watertoets dat er watercompensatie plaats moet vinden, dan zal deze worden uitgevoerd. In het plan wordt immers reeds gehouden met water, in de vorm van een natuurplas en waterlopen aan de rand van het plangebied. De uitwerking van deze maatregelen (indien nodig) dient nog plaats te vinden, maar op basis van kennis en ervaring kan worden gesteld dat het altijd mogelijk is om maatregelen te treffen die een goede waterhuishouding borgen. Hierdoor zijn de waterbelangen voldoende beschermd.

Conclusie Het onderdeel water staat de voorgenomen ontwikkeling op het plangebied niet in de weg.

4.5

Verkeer en parkeren Verkeer De ontsluiting van het plangebied voor autoverkeer vindt plaats aan de zuidelijke kant van het perceel. Mogelijk dat een oostelijke ontsluiting extra erbij komt. De verkeersgeneratie ten gevolge van het plan is in paragraaf 4.3 bepaald. Het initiatief genereert volgens de CROW-publicatie maximaal 420 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag. De huidige omliggende infrastructuur kan deze toename aan verkeer naar verwachting verwerken. Om uitsluitsel hierover te geven, kan in een later stadium een verkeersonderzoek worden uitgevoerd.

blad 32 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Parkeren Voor de parkeergeneratie ten gevolge van het plan moet conform de gemeentelijke parkeernota 2021 worden uitgegaan van 0,7 parkeerplaatsen per bed. Dit komt neer op 210 parkeerplaatsen. In het schetsontwerp is uitgegaan van 210 parkeerplaatsen. Er worden voldoende parkeervoorzieningen gerealiseerd op eigen terrein. Conclusie Het onderdeel verkeer en parkeren staat de voorgenomen ontwikkeling op het plangebied niet in de weg.

4.6

Luchtkwaliteit Beleid Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwplannen of de aanleg van infrastructuur. Plannen die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Toetsing De projecten, waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtkwaliteit en dus niet getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden, zijn genoemd in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). In de bij dit besluit behorende Regeling NIBM is de lijst met categorieën van gevallen opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Zo is een nieuwbouwproject met maximaal 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) per definitie NIBM. Onderhavig project met 150 appartementen valt daar ruim onder. Er is geen toets aan de effecten op de luchtkwaliteit nodig.

Voor de zorgvuldigheid is een berekening gemaakt met de NIBM-tool (versie 23-04-2022) op basis van de verkeersgeneratie zoals in paragraaf 4.3 is bepaald. De resultaten zijn weergegeven in figuur 4.6.

Figuur 4.6: Uitdraai NIBM-tool

Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), die beperkingen stelt aan de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen is vanwege de afstanden tot de provinciale weg van meer dan 50 meter niet van toepassing. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

blad 33 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

4.7

Milieuhinder Beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (appartementen) noodzakelijk. Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het gaat dan om de situering van milieugevoelige objecten ten opzichte van milieuhinderlijke elementen. De toelaatbaarheid van de appartementen nabij bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De brochure geeft een richtafstand voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het omgevingstype en voor het inpassen van gevoelige functies nabij bedrijven. Deze afstanden gelden in principe tussen enerzijds de perceelgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden zijn gegeven voor de aspecten geur, gevaar, geluid en stof. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert zijn, rustige woonwijk en rustig buitengebied en gemengd gebied. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

In Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) worden de volgende richtafstanden per bedrijfstype geadviseerd voor nieuwe bestemmingsplannen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m

Spuitzones Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals de appartementen inclusief buitenruimtes zoals tuinen en parkeerplaatsen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter, aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Voor de spuitzones moet gemeten worden vanaf de grens van de bestemming. Toetsing Op basis van de VNG-systematiek Bedrijven en Milieuzonering (2009) is bepaald in hoeverre aan de minimale richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan. Er is uitgegaan van een omgevingstype rustig gebied. Rondom het plangebied zijn meerdere bestemmingen aanwezig waarop milieubelastende activiteiten mogelijk zijn. Het gaat om bedrijfsbestemmingen en agrarische bestemmingen. Tabel 4.2: Overzicht richtafstanden in gemengd gebied en spuitzones activiteiten Activiteit

Richtafstand

Spuitzone

Milieucategorie

Bedrijf (maximaal milieucategorie 2)

30

n.v.t.

2

Bedrijf (afwijkende milieucategorie): Steunpunt voor gladheidsbescherming

50

n.v.t.

3.1

Agrarisch

30

50

2

Ten zuiden van het plangebied ligt een bedrijfsbestemming. Binnen deze bestemming is maximaal milieucategorie 2 toegestaan, echter ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – afwijkende categorie bedrijven” is een hogere categorie toegestaan. Aan de Keern 231 is een steunpunt voor gladheidsbescherming aanwezig. Het steunpunt voor gladheidsbescherming komt niet voor in de VNGbrochure, daarom wordt aangesloten bij een gemeentewerf milieucategorie 3.1).

blad 34 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Voor agrarische bedrijvigheid is rekening gehouden met activiteiten met SBI 2008-code 011, 012, 013 (akkerbouw en fruitteelt). Agrarische bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen bouwvlakken. In de omgeving van het plangebied liggen geen bouwvlakken. Het telen van gewassen, inclusief telen van gewassen in de open lucht zijn wel toegestaan (spuitzone). In figuur 4.7 zijn de richtafstanden en spuitzones weergegeven.

Figuur 4.7: Richtafstand bedrijvigheid

De afstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van de appartementen. Daarin is te zien dat er geen overlap is tussen de richtafstanden voor de bedrijfslocaties. Ten aanzien van de spuitzones is er een overlap met een deel van het plangebied. Het centrale gebied heeft geen overlap. Hierin zijn de appartementen gepland. Echter dient voor spuitzones ook rekening gehouden te worden met de buitenruimte waarin mensen langdurig verblijven1. De gronden hebben een overlap met de spuitzones van omliggende agrarische percelen. De Raad van State laat weten dat er geen goede wetenschappelijke onderbouwing is om af te wijken van 50 meter spuitzone. Daarmee is het niet mogelijk om een goede motivatie op te stellen om af te wijken van deze 50 meter. Deze agrarische percelen zijn eveneens in eigendom van initiatiefnemer. De omliggende percelen zullen daarom rondom het plangebied niet meer bespoten worden, zodat er geen overlap meer bestaat met de spuitzones en de woningen en buitenruimte waarin mensen langdurig (kunnen) verblijven.

1

Gronden en/of gebouwen waar mensen langdurig verblijven en daarmee een groter risico lopen op blootstelling aan (drift van) gewasbeschermingsmiddelen door toepassing daarvan in een naastgelegen fruitboomgaard. Hieronder worden in ieder geval begrepen: 1. (recreatie)woningen met bijbehorende tuin(en); 2. bedrijfsgebouwen waar men langdurig verblijft, zoals detailhandel en kantoren; 3. de volgende gebouwen met bijbehorende terreinen: scholen, kinderdagverblijven, zorginstellingen, recreatieverblijven en andere in aard daarmee gelijk te stellen functies.

blad 35 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Conclusie Aangezien aan de richtafstanden wordt voldaan ten opzichte van de planologisch maximale situatie volgens het bestemmingsplan kan ervan worden uitgegaan, dat er ter plaatse van de appartementen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de bedrijfsvoering van de omliggende functies niet worden belemmerd. Ten aanzien van de spuitzones wordt een deel van omliggende agrarische percelen niet meer bespoten.

4.8

Externe veiligheid Wettelijk kader De regelgeving voor externe veiligheid is vastgelegd in verschillende besluiten/circulaires: • voor risicovolle bedrijven: Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi); • voor buisleidingen: Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb); • voor het transport van gevaarlijke stoffen over weg/water/spoor: Op 10 juli 2013 is Wet basisnet vastgesteld en op 11 november 2013 is het Besluit externe veiligheid transportroutes vastgesteld (verder Bevt), waarmee de risico’s als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of waterweg wordt geregeld. Deze wet en dit besluit zijn in werking getreden op 1 april 2015. Toetsing Een plan moet voldoen aan het wettelijk kader voor externe veiligheid. Daarvoor is van belang of er in het plangebied of daarbuiten risicovolle activiteiten mogelijk zijn die invloed hebben op het plangebied. Dat kan het geval zijn indien het is gelegen binnen het zogenaamde invloedsgebied van die activiteiten. Binnen de grenzen van het plangebied worden geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. De huisvesting voor buitenlandse werknemers die voorzien zijn betreffen kwetsbare objecten. Daarvoor is op basis van de signaleringskaart een inventarisatie gemaakt van het plangebied ten opzichte van omliggende risicovolle bronnen (zie figuur 4.8).

Figuur 4.8: Uitsnede signaleringskaart

blad 36 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Binnen het plangebied zelf bevinden zich geen risicobronnen. In de omgeving van het plangebied zijn risicobronnen aanwezig. Het gaat om een tweetal routes. Het plangebied ligt niet binnen 200 meter van deze wegen. Het plangebied ligt niet in een EV-zone. Het plangebied ligt mogelijk binnen de invloedsgebieden van deze wegen. Het aantal personen neemt toe door de voorgenomen ontwikkeling. Mogelijk is een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico nodig. Vervolgonderzoek in het kader van de eventuele ruimtelijke procedure is nodig. Dit is echter geen onoverkoombare belemmering. De eventuele maatregelen die uit dit onderzoek komen zullen worden opgevolgd en verwerkt in het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de voorgenomen ontwikkeling op het plangebied niet in de weg.

4.9

Geluidhinder Beleid Op grond van de Wet geluidhinder dienen bij de afwijking van een bestemmingsplan de grenswaarden van de Wet geluidhinder of de vastgestelde hogere waarde in acht te worden genomen. In dit geval gaat het om geluid vanwege wegverkeer. Toetsing De appartementen zijn geluidgevoelige objecten in het kader van de Wet geluidhinder. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar woningen die in een geluidszone van een weg vallen. De geluidzone van de Hoornseweg is 200 meter. De geprojecteerde appartementen liggen binnen dit gebied. In de Wet geluidhinder is vastgelegd. dat de geluidbelasting op de gevel niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, dan wel een door burgemeester en wethouders vast te stellen hogere grenswaarde. De maximale ontheffingswaarde voor buitenstedelijke situaties voor wegverkeerslawaai is 53 dB en voor binnenstedelijke situaties voor wegverkeerslawaai is 63 dB.

Figuur 4.9: Geluidsbelasting vanwege wegverkeer

Op basis van de geluidskaart van het RIVM vanwege wegverkeer is het plangebied beschouwd (zie figuur 4.9). Daaruit blijkt dat de geluidbelasting op het plangebied aan de zuidelijke rand circa 60 dB is. Verder op het

blad 37 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

plangebied is de geluidbelasting 54 dB. Dit is meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Een geluidsonderzoek is nodig voor de eventuele ruimtelijke procedure om aan te tonen dat er aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan of dat een hogere grenswaardenbesluit kan worden genomen. Eventuele maatregelen die daaruit volgen zullen worden uitgevoerd, zodat een binnenwaarde van 33 dB gegarandeerd kan worden. Conclusie Het aspect geluidshinder vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

4.10

Hoogspanningsleiding Ten westen van het plangebied ligt een bovengrondse hoogspanningsleiding. Volgens het bestemmingsplan mogen op gronden met de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ geen gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd anders dan ten behoeve van de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding. De dubbelbestemming is uitgelicht weergegeven op figuur 4.10. Hiervan kan volgens het bestemmingsplan met een omgevingsvergunning worden afgeweken, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van hoogspanningsleidingen.

Figuur 4.10: Dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding ten opzichte van plangebied (gele contour)

In het plan zijn geen appartementen of andere bouwwerken geprojecteerd op de betreffende gronden. Het plan ondervindt geen belemmeringen vanwege de dubbelbestemming. Voor wonen nabij hoogspanningsverbindingen geldt vanuit gezondheidsoverwegingen het volgende. De RIVMnetkaart geeft voor elke bovengrondse hoogspanningslijn de zogenoemde rekenafstand. Dat is de afstand waarbinnen het Rijk volgens het voorzorgbeleid adviseert de magneetveldzone te berekenen. Deze rekenafstand geldt, als er plannen zijn om binnen die rekenafstand woningen, scholen of kinderdagverblijven te bouwen. De rekenafstand van de hoogspanningsverbinding is 2 keer 70 meter (zie figuur 4.10). Bij een berekening van de magneetveldzone volgens de RIVM-handreiking zal de zonebreedte vrijwel altijd kleiner zijn dan de aangegeven rekenafstand. Het plangebied ligt op meer dan 70 meter van de hoogspanningsverbinding. Vanuit gezondheidsoverwegingen worden geen belemmeringen ondervonden.

blad 38 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Figuur 4.11: Uitsnede RIVM-netkaart

blad 39 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

5.

Afweging en conclusie De voorgenomen ontwikkeling is de realisatie van 300 bedden ten behoeve van huisvesting voor buitenlandse werknemers. In voorliggend rapport is gemotiveerd dat dit kan. Het plan past binnen de geldende beleidskaders en voldoet aan wet- en regelgeving. Het past weliswaar niet binnen de provinciale Omgevingsverordening NH2020, maar de provincie kan vanuit haar regierol bij de huisvestiging van buitenlandse werknemers een faciliterende rol spelen bij het aanpassen van het ruimtelijk beleid. Vanuit de omgevingsaspecten zijn er geen belemmeringen geconstateerd. Op grond van hetgeen is beschreven in dit rapport wordt geconcludeerd, dat het plan inpasbaar te maken is in de omgeving en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de vervolgprocedure dient of een bestemmingsplan te worden opgesteld of een buitenplanse omgevingsvergunning te worden aangevraagd.

blad 40 van 42

datum 28 februari 2024 projectnummer 0485719.100 betreft Motivatie principeverzoek

Bijlage 1: Schetsontwerp

blad 41 van 42

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH Deventer Postbus 321 7400 AH Deventer T. +31 6 22 99 03 12 E. stephan.hammink@anteagroup.nl

Copyright © 2024 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=23ab96d8-4988-43ac-a866-9685cb1a1645