02 Plan van aanpak Omgevingsvisie Gemeente Medemblik 2040
Tekst van het document
PLAN VAN AANPAK Omgevingsvisie Gemeente Medemblik 2040
Opgesteld door: Anneke van der Meer en Yvonne Pijcke Vastgesteld door: College van B&W, 15 december 2020
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling plan van aanpak Omgevingsvisie ............................................................................................... 3 1.3 Totstandkoming plan van aanpak ................................................................................................................. 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 4 2. Wettelijke achtergronden Omgevingsvisie ......................................................................................................... 5 2.1 Wat is een Omgevingsvisie? .......................................................................................................................... 5 2.2 De werking en meerwaarde van een Omgevingsvisie ..................................................................................
5 2.3 Relatie met programma en andere instrumenten ........................................................................................ 6 2.4 M.e.r.-plicht................................................................................................................................................... 6 2.5 Participatie .................................................................................................................................................... 6 2.6 Regionale afspraken ...................................................................................................................................... 7 3. Ambitieformulering Omgevingsvisie Medemblik ................................................................................................ 8 3.1 Bepalen van het vertrekpunt: waar staan we nu? ........................................................................................ 8 3.2 Meerwaarde Omgevingsvisie voor onze gemeente? .................................................................................. 10 3.3 Planhorizon Omgevingsvisie ....................................................................................................................... 11 4. Communicatie en participatie ...........................................................................................................................
12 4.1 Effect van de Omgevingsvisie op inwoners en hun omgeving .................................................................... 12 4.2 Betrokken belanghebbenden bij de Omgevingsvisie .................................................................................. 12 4.3 Stappenplan ................................................................................................................................................ 13 5. Proces en planning ............................................................................................................................................ 16 5.1 Proces .......................................................................................................................................................... 16 5.2 Planning ....................................................................................................................................................... 18 6. Projectorganisatie en verantwoordelijkheden .................................................................................................. 19 7. Middelen, capaciteit en risico’s .........................................................................................................................
21 7.1 Middelen ..................................................................................................................................................... 21 7.2 Capaciteit .................................................................................................................................................... 22 7.3 Risico’s en projectbeheersing ..................................................................................................................... 25
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Ter voorbereiding op de implementatie van deze wet is op 14 december 2017 door de gemeenteraad het procesplan regionale implementatie Omgevingswet vastgesteld. Met het vaststellen van het regionale procesplan hebben de raden van de 7 Westfriese gemeenten besloten om samen te werken bij de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 (nu: 2022). In aansluiting hierop is in 2019 het regionale Koersdocument vastgesteld. Dit Koersdocument geeft inzage in de inhoudelijke en procesmatige inrichting van de lokale en regionale ambities en doelstellingen, die door de raden in onze regio zijn benoemd in de afgelopen periode. Het doel van het document is om zowel regionaal als lokaal richting te geven aan de verdere implementatie van de Omgevingswet. In het Koersdocument is ook aangegeven hoe de lokale aanpak van de implementatie er in de gemeente Medemblik uitziet. Gelet op de actualiteit van de huidige structuurvisie (loopt tot en met 2022) streeft de gemeente Medemblik er naar uiterlijk in 2022 een Omgevingsvisie te hebben. Door de bezuinigingen is ervoor gekozen de implementatie van de Omgevingswet te temporiseren. Voor de Omgevingsvisie betekent dit dat we klaar moeten zijn wanneer dit wettelijk van ons gevraagd wordt.
In 2024, of zoveel eerder als dat lukt, stelt de gemeenteraad de Omgevingsvisie vast. Om in een dynamische samenleving actueel te blijven en aan de wensen van de inwoners en het bestuur te kunnen blijven voldoen, zal de Omgevingsvisie zelf ook flexibel en wendbaar moeten zijn. Een toekomstbestendige Omgevingsvisie zet koers, maar laat ook ruimte voor flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderingen waarvan we het verloop nog niet kennen. Een statisch document als gevolg van een lang en interactief proces met veel belanghebbenden, past daar niet bij. Bij de vorm en opbouw van de Omgevingsvisie hebben wij hier nadrukkelijk aandacht voor.
1.2 Doelstelling plan van aanpak Omgevingsvisie Volgens de Omgevingswet is de Omgevingsvisie vormvrij. Dit betekent dat de gemeente zelf veel ruimte heeft om de technische en inhoudelijke ambities voor de Omgevingsvisie te bepalen. Er valt dus veel te kiezen. De Omgevingswet benoemt wel wat de Omgevingsvisie in ieder geval moet bevatten, namelijk: de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving. Het doel van dit plan van aanpak is om de opdracht voor de Medemblikse Omgevingsvisie scherp te verwoorden en de gemaakte keuzes en doelstellingen inzichtelijk te maken. Door aan de voorkant de verwachtingen van de Omgevingsvisie gezamenlijk in beeld te brengen, ontstaat er een stevige basis waarop de opdracht voor de Omgevingsvisie kan worden gebaseerd. Als we weten wat het einddoel is, kunnen we vervolgens een passende projectaanpak (strategie, werkstappen) formuleren en wordt de projectorganisatie (capaciteit, expertise en middelen) breed geborgd. Het plan van aanpak dient dan ook meerdere doelen. We willen: beschikken over een plan van aanpak voor het opstellen van de Omgevingsvisie en eventuele programma’s.
inzicht hebben in de benodigde financiële middelen. inzicht hebben in de benodigde ambtelijke capaciteit. inzicht hebben in de inzet die wij nodig hebben van externe partijen. inzicht hebben in de benodigde inhuur van expertise die wij niet in huis hebben.
3
1.3 Totstandkoming plan van aanpak Dit plan van aanpak is tot stand gekomen via een brede interne raadpleging. Ook de ketenpartners zijn betrokken. Via deze weg is het gelukt om de betrokkenheid bij deze opdracht te vergroten en alle benodigde input te verzamelen. De volgende stappen zijn gezet: 1. 2. 3. 4. 5.
6.
7. 8. 9.
Er is een projectplan opgesteld. Het concept plan van aanpak is opgesteld. Het concept plan van aanpak is besproken met de ambtelijk en de bestuurlijk opdrachtgever. Het programmateam Omgevingswet heeft een toelichting gehad op het concept plan van aanpak en is in de gelegenheid gesteld om te reageren. Het concept van het plan van aanpak is toegestuurd aan de ketenpartners (Veiligheidsregio NoordHolland Noord, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de GGD) en aan Mooi Noord-Holland. Deze partijen hebben vanuit hun expertise en betrokkenheid gereageerd op het concept. Er is een sessie georganiseerd voor de meelees/meedenkgroep. In deze meelees/meedenkgroep zijn de interne disciplines vertegenwoordigd welke niet vertegenwoordigd zijn in het programmateam Omgevingswet. Het gaat dan om thema’s als gezondheid, sociaal domein, openbare ruimte, klimaatadaptatie, duurzaamheid, economische zaken, et cetera. De meeslees/meedenkgroep heeft een toelichting gekregen op het instrument Omgevingsvisie en op het concept plan van aanpak. Vanuit de groep is op een interactieve manier input opgehaald. Er zijn gesprekken gevoerd met de ambtelijk opdrachtgever en de directeur bedrijfsvoering over de relatie tussen de Omgevingsvisie en de organisatieontwikkeling. Er is een presentatie geven aan het DT/MT over het instrument Omgevingsvisie en het concept plan van aanpak.
Tijdens een collegelunch is het college geïnformeerd over het instrument Omgevingsvisie en het concept plan van aanpak.
Tijdens de verschillende gesprekken, sessies en presentaties is input opgehaald. Deze input is waar mogelijk en passend zo goed mogelijk verwerkt in het plan van aanpak. Het idee bestond om ook de gemeenteraad te informeren over het instrument Omgevingsvisie en het concept plan van aanpak. De aanvraag voor een themabijeenkomst hiervoor werd echter niet toegekend. Daarom informeren wij de gemeenteraad met een informatienota over het plan van aanpak.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wat een Omgevingsvisie en een programma zijn, wat we ermee kunnen en hoe deze nieuwe instrumenten zich verhouden tot de andere instrumenten uit de Omgevingswet (Omgevingsplan en Omgevingsvergunning). Ook leggen we in dit hoofdstuk een relatie met andere (wettelijke) zaken, zoals de vereisten voor participatie, de m.e.r.-procedure en de mogelijkheid om onderdelen van de visie regionaal af te stemmen. Het totstandkomingsproces van de Omgevingsvisie wordt in sterke mate bepaald door de vraag welke eisen de gemeente aan de Omgevingsvisie stelt en wat ze met het instrument wil bereiken. In hoofdstuk 3 gaan we hierop in door te omschrijven hoe we het vertrekpunt voor de visie bepalen, waar de Omgevingsvisie aan moet voldoen en wat de planperiode is. Voor het programma is dit nog lastig te bepalen, omdat we op voorhand nog niet exact weten óf en voor welk onderwerp, gebied of omgevingswaarde één of meerdere programma’s worden opgesteld. Dit zal in de loop van de werkzaamheden duidelijk worden. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitgangspunten voor de wijze waarop inwoners, bedrijven, kernraden, maatschappelijke organisaties, regiopartners en medeoverheden bij het proces worden betrokken (participatie). Het onderdeel communicatie krijgt ook aandacht in dit hoofdstuk.
Het proces, inclusief werkstappen, en de planning voor de totstandkoming van de visie worden in hoofdstuk 5 uiteengezet. Een omschrijving van de projectorganisatie en de verantwoordelijkheden is in hoofdstuk 6 te vinden. En ten slotte gaat hoofdstuk 7 in op de benodigde capaciteit en middelen om te komen tot een vastgestelde Omgevingsvisie en programma(‘s).
4
2. Wettelijke achtergronden Omgevingsvisie 2.1 Wat is een Omgevingsvisie? De Omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele leefomgeving. De Omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Met de komst van de Omgevingswet krijgen de onderwerpen gezondheid en duurzaamheid ook een plek in de Omgevingsvisie. Volgens artikel 3.2. van de Omgevingswet bevat een Omgevingsvisie: -
beschrijving hoofdlijnen kwaliteit fysieke leefomgeving; hoofdlijnen voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud grondgebied; hoofdzaken voor fysieke leefomgeving te voeren integraal beleid.
De Omgevingsvisie integreert beleid en houdt rekening met vier milieubeginselen: het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Met deze vier milieubeginselen moet in de Omgevingsvisie expliciet rekening worden gehouden. De milieubeginselen dragen samen met de algemene rechtsbeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving (artikel 3.3 Omgevingswet). De gemeente stelt één Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied vast. De Omgevingsvisie vervangt (na inwerkingtreding van de Omgevingswet en vaststelling van de Omgevingsvisie) diverse strategische beleidsinstrumenten die over de fysieke leefomgeving gaan, zoals het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan, de structuurvisie, de woonvisie en de detailhandelsvisie. Daarnaast integreert de Omgevingsvisie strategische beleidsinstrumenten en opgaven uit het sociaal domein die een uitwerking kennen in het fysiek domein. Een voorbeeld hiervan is de kangoeroewoning. De kangoeroewoning komt voort uit de sociaal-maatschappelijk hoek, namelijk uit de behoefte aan mantelzorg. De vertaling van deze behoefte uit zich in de fysieke leefomgeving in de vorm van een kangoeroe- of mantelzorgwoning.
Hetzelfde geldt voor het stimuleren van bewegen. Deze behoefte komt voort uit gezondheidsdoelstellingen vanuit de sociaal-maatschappelijk hoek. De uitwerkingen van deze doelen kunnen zich uiten in de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in de inrichting van de openbare ruimte met sportattributen.
2.2 De werking en meerwaarde van een Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie legt de gemeenteraad haar ambities en beleidsdoeleinden voor de fysieke leefomgeving voor de lange(re) termijn vast. Dit is de eerste stap in de beleidscyclus. De Omgevingsvisie is samenhangend. Samenhangend betekent dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie biedt voor Medemblik en de regio kansen om de gemeentelijke ambities te vertalen naar een uitnodigende en verbindende lange termijn visie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een Omgevingsvisie leent zich ervoor om een horizon te bepalen. Hoe ziet het gewenste toekomstbeeld voor Medemblik er over enkele decennia uit en volgens welke strategie en route bereiken we dit beeld? In een Omgevingsvisie visualiseren we wat onze gemeente te bieden heeft: “Ken je identiteit, kwaliteit en potentie”. De extra meerwaarde van een Omgevingsvisie is de totstandkoming ervan, waarbij integratie van (bestaand en nieuw) beleid de belangrijkste uitdaging is. We brengen trends en ontwikkelingen en opgaven veel meer aan de voorkant met elkaar in verband. Hetgeen tot interessante nieuwe inzichten en slimme oplossingen leidt voor de toekomstige ruimtelijke opgaven in onze gemeente.
Daarnaast biedt de visie aanleiding om na te denken over de wijze waarop we onze kwaliteiten willen behouden en versterken die onze gemeente Medemblik zo bijzonder maken: de ligging aan het IJsselmeer, onze landschappen en natuur, de karakteristieke dorpsgezichten en de diversiteit van onze gemeente. En hoe willen we onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hierbij betrekken? Het is niet alleen de nieuwe Omgevingswet die ons via het wettelijk verplichte instrument uitdaagt om onze drijfveer te verwoorden voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De ontwikkelingen in onze de samenleving, de toenemende druk op de ruimte en de klimaatveranderingen vormen een motivatie om voortvarend met de Omgevingsvisie aan de slag te gaan. 5
2.3 Relatie met programma en andere instrumenten De gemeente werkt de Omgevingsvisie uit in één of meerdere programma’s en een Omgevingsplan. De Omgevingsvisie is dus richtinggevend voor de programma’s en het Omgevingsplan die de gemeente voor haar grondgebied maakt. Inwoners en bedrijven zijn niet direct gebonden aan de inhoud van de Omgevingsvisie, maar krijgen er wel indirect mee te maken via het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. Het opstellen van één (of meerdere) programma(‘s) maakt ook deel uit van dit plan van Aanpak. Een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of andere doelen voor de leefomgeving worden bereikt. Het programma kan gericht zijn op een bepaalde sector of een gebied. Het instrument programma is evenals een Omgevingsvisie een beleidsinstrument. Er zijn vier soorten programma's. Twee daarvan zijn verplicht: -
verplichte programma's vanwege Europese richtlijnen verplicht programma bij het overschrijden van een omgevingswaarde
De twee andere soorten programma's zijn: -
programmatische aanpak vrijwillig programma
Uitgangspunt: In deze fase van het plan van Aanpak is het nog niet mogelijk om exact aan te geven óf en - zo ja - welke programma’s moeten worden opgesteld. Een programma dient als nadere uitwerking van de Omgevingsvisie. Wij verwachten daarom hierover meer te kunnen zeggen op het moment dat de ontwerp Omgevingsvisie in concept gereed is. Uit de concept ontwerp Omgevingsvisie zal blijken in hoeverre we gebruik willen maken van de omgevingswaarden en voor welke deelgebieden en/of sectoren een programma gewenst is. Op dat moment zullen we een inschatting maken van de benodigde capaciteit en middelen voor de op te stellen programma’s.
2.4 M.e.r.-plicht Een Milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor ontwikkelingen en activiteiten die een grote invloed kunnen hebben op het milieu. Bij overheidsbesluiten over dergelijke activiteiten moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. De bedoeling daarvan is dat de gevolgen voor het milieu op een volwaardige manier kunnen worden betrokken bij de besluitvorming. Een Omgevingsvisie is een kaderstellend document voor mogelijk nieuwe m.e.r.-plichtige activiteiten. Gezien het abstractieniveau van de Omgevingsvisie, bevat deze echter geen concrete besluiten die nu al zullen leiden tot uitvoering van maatregelen. Dit betekent ook dat een besluit over de Omgevingsvisie niet direct zal leiden tot effecten. De gevolgen voor de staat van de fysieke leefomgeving op langere termijn zullen nog met onzekerheid zijn omgeven. Het is van belang in de projectaanpak rekening te houden met de vraag óf en zo ja hoe aan de m.e.r.-plicht voor de Omgevingsvisie zal worden voldaan.
Uitgangspunt: De wenselijkheid en noodzaak om voor de Omgevingsvisie een m.e.r.-procedure te doorlopen, bekijken we in de loop van het totstandkomingsproces. Nadat stap 2 ‘De Agenda’ (zie hoofdstuk 4) is afgerond, bestaat er meer inzicht in de richtinggevende ambities en beleidsvoornemens die voor de Omgevingsvisie zijn geformuleerd. Ook beoordelen we in deze fase of een passende beoordeling noodzakelijk is om de mogelijke consequenties voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden te toetsen. In de budgettering van dit plan van Aanpak houden we rekening met een stelpost voor dergelijke werkzaamheden.
2.5 Participatie Uit de Omgevingswet vloeit voort dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties meer invloed kunnen uitoefenen op het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Ook vereist de Omgevingswet participatie bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de vergunningenprocedures. In de Omgevingsvisie moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding van de visie zijn betrokken. En wat de resultaten daarvan zijn. Deze 6
motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. De gemeente mag zelf weten hoe daar invulling aan wordt gegeven.
Uitgangspunt: Dit plan van Aanpak beschrijft in hoofdlijnen hoe en in welke mate de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisatie per fase worden betrokken. Over thema’s en onderwerpen waar onlangs al participatie heeft plaatsgevonden, zal dit in het kader van de Omgevingsvisie niet nogmaals worden overgedaan. Deze onderwerpen nemen we rechtstreeks mee in het proces. Aan thema’s die onderbelicht zijn gebleven of gebieden waar veel vraagstukken leven, zal juist extra aandacht worden besteed aan participatie. De hoofdlijnen voor de participatie zijn in hoofdstuk 4 van dit plan van aanpak verwoord. Ze zijn gebaseerd op het stappenplan van het gemeentelijke Participatiebeleid. Deze hoofdlijnen worden verder uitgewerkt in een Communicatie- en participatiestrategie en plan voor de Omgevingsvisie.
2.6 Regionale afspraken De wet biedt de mogelijkheid om een regionale Omgevingsvisie vast te stellen. In de regio is afgesproken dat iedere gemeente een eigen Omgevingsvisie maakt. De regionale Structuurschets Westfriesland, het Pact van Westfriesland (Uitvoeringsprogramma Pact 7.1) en enkele andere regionale visies, zoals de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord, dienen als bouwstenen voor onze lokale Omgevingsvisie. De ambitie is om regionale afstemming te zoeken op díe thema’s waar dit een meerwaarde oplevert of waar vanuit strategisch oogpunt noodzaak toe is.
Uitgangspunt: Op basis van de huidige regionale beleidsdocumenten en de lopende regionale beleidstrajecten inventariseren we de thema’s waar een regionale afstemming kansrijk is en een meerwaarde oplevert. De afstemming hierover vindt plaats in het regionaal overleg Structuurschets Westfriesland en/of een overleg met de gemeentelijke projectleiders van de Omgevingsvisie uit de regio.
7
3. Ambitieformulering Omgevingsvisie Medemblik 3.1 Bepalen van het vertrekpunt: waar staan we nu? Het is van belang om het vertrekpunt van de Omgevingsvisie duidelijk te markeren. Vanaf dit punt kijken we naar de toekomst. Deze markering is nodig om de koers naar het beoogd toekomstbeeld stevig neer te kunnen zetten. Het vertrekpunt geven we invulling door de volgende informatie te inventariseren: 1.
Inventarisatie hoger en bestaand beleid voor de fysieke leefomgeving: wat hebben we allemaal? We inventariseren hogere regelgeving. Welke beleidsstukken zijn er van onze medeoverheden waar wij rekening mee moeten houden? En, welke beleidsstukken hebben we zelf? We stellen een overzicht op van al het vastgestelde beleid en bepalen daarvan de status en de doorlooptijd. Daarbij kijken we naar de integraliteit, overlap en samenhang tussen de verschillende beleidsstukken. Daarnaast hebben we aandacht voor wat we missen, wat overbodig is en wat dubbel is geregeld. Ook brengen we in beeld of met het beleid de gewenste doelen zijn bereikt. Wat voor effect heeft het beleid gehad en hoe werkt het in de praktijk? Uit de inventarisatie destilleren we de belangrijkste strategische beleidsuitspraken per thema. Op basis van dit overzicht kunnen we ook bepalen welk beleid, of invalshoeken we missen of waar behoefte aan is.
2.
Inventarisatie trends en ontwikkelingen: wat zien we? We inventariseren en analyseren bestaand cijfermateriaal (zowel historisch, als prognoses) over de diverse thema’s. Dit cijfermateriaal dient als ondersteuning bij de beschrijving van waar we nu staan en de verwachte trends en ontwikkelingen voor de toekomst. Ook maken we gebruik van rapporten en visies die beschikbaar zijn. Zo kunnen we ook kijken wat de bovenliggende landelijke en provinciale trends en ontwikkelingen ons vertellen.
3.
Inventarisatie lopende sporen: waar kunnen we op aansluiten en als bouwsteen gebruik van maken? We stellen een overzicht op van alle lopende programma’s, projecten of strategische opgaven die een relatie met de fysieke leefomgeving hebben. We onderzoeken waar koppelkansen liggen en waar een bepaalde mate van participatie op heeft plaatsgevonden of gaat plaatsvinden. Voorbeelden zijn hiervan zijn (dit is geen uitputtende lijst): Beleid hogere overheden: Nationale Omgevingsvisie (Rijksoverheid) Omgevingsvisie NH2050 en Omgevingsverordening NH2020 (Provincie Noord-Holland) Strategische opgaven: Regionale energiestrategie/Westfries Energie Kompas (regionaal) Klimaatadaptatie Westfriesland (regionaal/lokaal) Woonagenda Noord-Holland en Regionaal Woonakkoord (regionaal/lokaal) Pact van Westfriesland 7.1: Ambitie en Uitvoeringsprogramma (regionaal/lokaal) Strategische visie economie (regionaal/lokaal) Programma’s: Duurzaamheid (lokaal) Verblijfsrecreatie (regionaal/lokaal) Huisvesting buitenlandse werknemers (regionaal/lokaal) Projecten: Kustvisie IJsselmeer (regionaal/lokaal) Uitvoering Structuurschets Westfriesland (regionaal/lokaal) Kernvisies en kernagenda’s (lokaal) Accommodatiebeleid (lokaal) Gezondheidsbeleid (lokaal) Integraal Beheer Openbare Ruimte (lokaal) Centrumvisie Medemblik en beeldkwaliteitsplan binnenstad Medemblik (lokaal)
Detailhandelsvisie (regionaal/lokaal)
8
4.
Beschrijving van de huidige Medemblikse werkpraktijk en aansluiting zoeken bij de richting van de organisatieontwikkeling. We maken een korte omschrijving van de huidige Medemblikse praktijk en sluiten aan op de richting die wij als organisatie hebben gekozen: wij werken samen aan een vitale en leefbare gemeente. We focussen ons op onderwerpen als:
Hoe werken we aan de richting: Wij gaan voor Medemblik, een vitale en leefbare gemeente? Hoe kunnen de Omgevingsvisie en de organisatieontwikkeling elkaar versterken? Hebben we organisatie breed een goede indruk van waar wij gezamenlijk naar toewerken? Hebben wij allemaal hetzelfde beeld voor ogen en werken we daar elke dag gezamenlijk aan? Hoe worden nieuwe initiatieven afgewogen, werkt dit goed, waar lopen we tegenaan? Welke toetsingskaders passen we in de praktijk toe en zijn deze inhoudelijk up to date en zijn ze voor iedereen inzichtelijk en vindbaar? Werken wij integraal of sectoraal, waar kunnen we verbeteren? Werken wij professioneel? Kunnen we meer rendement halen uit onze urenbesteding? Zijn we flexibel genoeg om aan te sluiten bij veranderingen? Is er ruimte voor ambitie? Koppelen we de interne organisatie en de buitenwereld voldoende aan elkaar?
9
3.2 Meerwaarde Omgevingsvisie voor onze gemeente? We onderzoeken welke meerwaarde(n) de Omgevingsvisie voor Medemblik moet hebben. Er zijn daarbij meerdere invalshoeken voor de Omgevingsvisie te kiezen (meerdere keuzes zijn mogelijk): 1.
een nietje door de stapel geldende beleidsnota’s: het samenvoegen van bestaand beleid is het doel. Integraal en actueel beleid valt hier niet onder.
2.
een actualisatie van beleid: veel beleid is verouderd, dit vraagt om een brede actualisering van alle thema’s op het gebied van de fysieke leefomgeving (de basis op orde).
3.
verdergaande integratie van beleid: een nietje er doorheen en actualisatie is niet voldoende. Wij willen de stap nemen om het beleid integraal te maken en daar waar nodig het beleid te actualiseren. Veel beleid is op orde, maar diverse documenten zijn ook verouderd/lopen af (structuurvisie). Beleid in samenhang en waar nodig actualiseren. Ook het Collegeprogramma, Coalitieakkoord en de Begroting hierbij betrekken.
4.
de strategische positiebepaling van Medemblik steviger aanzetten: (her)formuleren wat wij als gemeente willen uitstralen/ wie willen wij zijn (positie en rol in de regio, hoe willen wij dat andere gemeenten naar ons kijken (imago)?
5.
inzetten op gebiedsgericht beleid/ focusgebieden: gebieden selecteren waar een nadere verdieping of uitwerking van beleid is vereist/ gewenst.
6.
inzetten op de digitale beschikbaarheid van beleid: het doel is om de Omgevingsvisie/ het beleid transparant en digitaal te maken.
7.
de Omgevingsvisie aangrijpen om te experimenteren met verschillende vormen van participatie: het doel is om beleid met inwoners tot stand te brengen.
8.
de Omgevingsvisie beschouwen als een belangrijk beginpunt (motorblok), waarvan uit de organisatieontwikkeling verder vorm kan worden gegeven.
9.
gebruik maken van de mogelijkheid om bestuurlijke afwegingsruimte in te zetten.
10. de implementatie van het principe ‘ja…mits’: de Omgevingsvisie zien wij als startpunt om de regelgeving (via omgevingsplannen) te herijken en de regels verminderen/ flexibeler te maken. 11. anders, namelijk…. Accenten voor dit plan van aanpak De Omgevingsvisie moet bijdragen aan een vitale en leefbare gemeente. De Omgevingsvisie heeft een strategisch karakter. Hiermee kunnen we de positiebepaling van Medemblik steviger aanzetten (nr. 4). Welke positie willen we innemen als gemeente en wat voor gemeente willen we zijn? Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ons de mogelijkheid beleid waar dat nodig is te actualiseren en te zorgen voor een verdergaande integratie van beleid (nr. 2 en 3). Op die manier zorgen wij ervoor dat de basis op orde is en er een integraal beleidskader ontstaat dat gebruikt kan worden om ontwikkelingen af te wegen, bijvoorbeeld bij vergunningverlening. Daarnaast willen wij ervoor zorgen dat het beleid digitaal beschikbaar is. Het beleid moet niet langer alleen in het gemeentehuis bekend zijn, maar ook transparant en digitaal naar buiten toe. Dit helpt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties als zij initiatieven ontwikkelen of vergunningen willen aanvragen. Dit draagt ook bij aan het verder professionaliseren van de organisatie, bijvoorbeeld richting een netwerkorganisatie (nr. 6).
Ook zien wij het opstellen van de Omgevingsvisie als een startpunt om de regelgeving (via het Omgevingsplan) te herijken en de regels te verminderen (nr. 10). 10
3.3 Planhorizon Omgevingsvisie De wet biedt de mogelijkheid om zelf de doorlooptijd (planhorizon) te bepalen. Rekening houdend met een ontwikkeltijd van circa 2,5 jaar en een start van de werkzaamheden in juli 2021, hanteren we een planperiode van 2024-2040. Met andere woorden, we kijken 20 jaar vooruit. Niemand kan de toekomst voorspellen. We kiezen er daarom voor om: -
op basis van trends, ontwikkelingen en prognoses een zo goed mogelijk beeld te krijgen van mogelijke lange termijn invloeden op de fysieke leefomgeving en het beheer en de ontwikkeling daarvan; de Omgevingsvisie als een dynamisch product te beschouwen. Dit is conform de bedoeling van de Omgevingswet, waarin het principe van de ‘beleidscyclus’ wordt gehanteerd. Er kunnen in de loop van de tijd diverse aanleidingen zijn om de Omgevingsvisie (op onderdelen) bij te stellen of te actualiseren. Voorbeelden van aanleidingen zijn: o wijzigingen naar aanleiding van de vaststelling van een (of meerdere) omgevingsplan(nen); o aanpassingen die inspelen op nieuwe actualiteiten en ontwikkelingen; o resultaten die voortvloeien uit evaluatie en monitoring; o aanpassingen die voortvloeien uit (landelijke of provinciale) Omgevingsvisies, verordeningen en/of programma’s.
11
4. Communicatie en participatie Als uitwerking van dit plan van aanpak worden een communicatie- en participatiestrategie en een communicatieen participatieplan opgesteld. Allereerst wordt een strategie opgesteld. Deze strategie leggen we voor aan de raad om de kaders voor de gewenste participatie vast te stellen. Vervolgens worden de strategie en de kaders op uitvoeringsniveau verder uitgewerkt in een communicatie- en participatieplan. In dit hoofdstuk zijn alvast de hoofdlijnen en uitgangspunten voor de communicatie en participatie benoemd. De hoofdlijnen zijn gebaseerd op het stappenplan van het gemeentelijke Participatiebeleid. Daarnaast geven we de volgende uitgangspunten mee: -
Aansluiting zoeken met de uitgangspunten van het Communicatieplan Medemblik Omgevingswet – proof (invoeringsfase, 11 maart 2020, versie 1.0); Aansluiting zoeken bij de uitkomsten van het stappenplan uit het gemeentelijk participatiebeleid (Stappenplan Participatie; aanpak en spelregels voor participatietrajecten); Het plan bevat een uitwerking van zowel interne- als externe communicatie.
4.1 Effect van de Omgevingsvisie op inwoners en hun omgeving Vergroten bewustzijn en betrokkenheid van inwoners De Omgevingsvisie geeft inzicht in de strategische koers voor de hele gemeente op allerlei thema’s, zoals wonen, recreëren, werken, natuur, gezondheid etc. Deze koers wordt voor de komende 20 jaar verder uitgewerkt en uitgevoerd. Het is van belang voor inwoners, ondernemers, kernraden en maatschappelijke organisaties om in ieder geval kennis te hebben van de te maken keuzes en zo mogelijk ook actief deel te nemen aan de totstandkoming van deze ontwikkelingsrichting. Dit vergroot het bewustzijn van inwoners bij de vraag ‘in wat voor gemeente woon/werk ik en wat kan ik daaraan bijdragen?’. Inzicht in mogelijk toekomstige ontwikkelingen De Omgevingsvisie geeft in inzicht in mogelijke toekomstige ontwikkelingen in de buurt (wat kan ik waar verwachten?). Juridisch instrument voor belanghebbenden tijdens planologische procedures De Omgevingsvisie is hét afwegingskader voor nieuwe initiatieven in de fysieke leefomgeving. De omgevingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, zullen onderbouwd worden met de beleidslijnen die in de Omgevingsvisie zijn verwoord. De Omgevingsvisie geeft daarmee sturing aan de kwaliteit en de invulling van nieuwe ontwikkelingen in straten, wijken, kernen en het buitengebied.
De Omgevingsvisie is voor inwoners, kernraden, ondernemers/bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden van belang bij: De voorbereiding van nieuwe initiatieven (bijvoorbeeld woningbouwlocaties) door initiatiefnemers en de participatiemogelijkheden die daarbij worden geboden; De wettelijke mogelijkheden die voor ruimtelijke procedures worden geboden bij een Omgevingsplan of een omgevingsvergunning, zoals inspraak en zienswijzen. Basis voor bindende regelgeving De Omgevingsvisie is een beleidsstuk. Deze wordt indien nodig vertaald in één of meerdere programma’s en in een Omgevingsplan. De (beleids)regels die in deze instrumenten worden opgenomen, zijn voor inwoners, kernraden, ondernemers/bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden juridisch bindend en kunnen directe consequenties hebben voor eigendommen van inwoners en/of de directe woonomgeving.
4.2 Betrokken belanghebbenden bij de Omgevingsvisie In theorie kunnen alle inwoners, kernraden, ondernemers/bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden bij het opstellen van de Omgevingsvisie als belanghebbende worden betrokken. De praktijk is echter dat vraagstukken met een dermate hoog abstractieniveau niet alle inwoners direct aanspreekt. De insteek is dat we ons best doen om iedereen de gelegenheid te geven om mee te kunnen doen aan de diverse
12
participatiestappen. De concrete uitvoering van deze insteek wordt nader uitgewerkt in de communicatie- en participatiestrategie en het communicatie- en participatieplan.
4.3 Stappenplan
13
Stap 1: afweging randvoorwaarden Biedt het proces van de Omgevingsvisie voldoende (beleids)ruimte voor participatie? In het proces zit voldoende (beleids)ruimte voor participatie. De mate waarin er (beleids)ruimte is, hangt samen met de uitkomsten van de inventarisatiefase en het ambitieniveau. Hieruit zal blijken op welke onderdelen nieuw beleid zal worden geformuleerd. Over thema’s en onderwerpen waar onlangs al participatie heeft plaatsgevonden, zal dit in het kader van de Omgevingsvisie niet nogmaals worden overgedaan. Deze onderwerpen nemen we rechtstreeks mee in het proces. Is het onderwerp geschikt voor inwoners? De Omgevingsvisie betreft een hoog abstractieniveau: voor uiteenlopende thema’s met complexe vraagstukken wordt op hoofdlijnen een toekomstvisie voor 2040 ontwikkeld. Voor veel inwoners is het lastig om zover vooruit te kunnen kijken en de consequenties van bepaalde keuzes te overzien. Het is daarom van belang om voor de participatie alleen dié onderwerpen of dilemma’s voor te leggen die aansluiten bij de belevingswereld van mensen. Is er voldoende tijd te creëren? Het doel is om voor 2024 over een vastgestelde Omgevingsvisie te beschikken. Uitgaande van een start van de werkzaamheden per 1 juli 2021, betekent dat de tijd voor participatie beperkt is. Per fase moet daarom worden gestreefd naar effectief en efficiënt participatietraject.
Vanuit het oogpunt van de beschikbare tijd, is het niet reëel om voor de hoogste treden van de participatieladder te kiezen: co-creatie en (mee)beslissen, maar wel voor informeren, adviseren en raadplegen. Is er capaciteit en budget? Voor een effectieve en efficiënte participatieopzet is waarschijnlijk voldoende capaciteit en budget. Stap 2: waarom participatie? Wat willen we met participatie bereiken? We vragen belanghebbenden om gericht mee te praten over de onderwerpen of dilemma’s die aansluiten bij de belevingswereld van mensen: eigen kern. Dit doen we om de volgende doelen te bereiken: Inzicht te krijgen in welke belangen en wensen betrokkenen voor de toekomst van de gemeente zien; Inzicht te krijgen in mogelijkheden om tegemoet te komen aan wensen of belangen; Deskundigheid te betrekken (het plan wordt er inhoudelijk beter van); Betrokkenheid en eigenaarschap te creëren voor de fysieke leefomgeving; Draagvlak en acceptatie voor te maken keuzes en de visie te creëren. Met wie in gesprek Aan de hand van een ‘krachtenveldanalyse’ bepalen we per stap met welke doelgroepen we in gesprek willen. Dit doen we voor zowel de interne organisatie als de externe partijen (inwoners, kernraden, verenigingen, ondernemers/bedrijven, jongeren, ouderen, buurgemeenten, regiopartners etc.). De resultaten hiervan worden in het communicatie- en participatieplan opgenomen.
Wie is verantwoordelijk De gemeente is eindverantwoordelijke voor het participatieproces. Nadrukkelijk is het de gemeenteraad die uiteindelijk alle input afweegt en het besluit over het eindresultaat neemt. Wat doen we met de uitkomsten De uitkomsten worden – al naar gelang de gekozen insteek (informeren, raadplegen of adviseren) - gedeeld, meegewogen en/of verwerkt in de Omgevingsvisie. De hoofdlijn van de mate van participatie per stap ziet er als volgt uit:
14
Fase Initiatieffase
Wat vragen we van inwoners? Geen inbreng nodig, dit is een interne fase.
Mate van participatie (zie 4.3) Geen participatie
Definitiefase
Inbreng van inwoners over wat zij belangrijk vinden voor de toekomst van Medemblik (input voor De Agenda) Meningen ophalen over het concept van De Agenda
Adviseren
Daar waar nodig op bepaalde thema’s of gebieden met inwoners in gesprek t.b.v. verdieping of keuzes Meningen ophalen over de Ontwerp Omgevingsvisie (of deeluitwerkingen daarvan) Formele inspraakronde
Adviseren
Zo nodig (bijvoorbeeld als er veel is aangepast) meningen ophalen over de definitieve Omgevingsvisie voordat deze door de raad wordt vastgesteld Inwoners informeren dat de Omgevingsvisie aan de raad ter besluitvorming wordt aangeboden.
Raadplegen
Ontwerp Omgevingsvisie
Definitieve Omgevingsvisie
Raadplegen
Raadplegen Raadplegen
Informeren
Een nadere uitwerking hiervan vindt plaats in de communicatie- en participatiestrategie en het communicatieen participatieplan. Stap 3: projectfase en de rol van de raad Definitiefase: Ontwerpfase: Besluitvormingsfase: Evaluatie, monitoring en vervolg:
kaderstellend, volksvertegenwoordigend controlerend, volksvertegenwoordigend besluitvormend controlerend
Stap 4: participatiemiddelen bepalen Deze uitwerking wordt verwerkt in het op te stellen communicatie- en participatieplan. Bijzondere aandacht gaat uit naar de diversiteit aan doelgroepen. Niet elke doelgroep kan op dezelfde manier worden aangesproken of uitgenodigd om mee te doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan laaggeletterden of jongeren. Dit vereist maatwerk in de keuze voor zowel de participatievorm als het communicatiemiddel.
15
5. Proces en planning 5.1 Proces De Omgevingsvisie komt via de volgende processtappen tot stand:
1. Initiatieffase (is met het vaststellen van het plan van aanpak afgerond) Projectplan Resultaat: Projectplan Bevat: een aanpak voor het opstellen van een plan van aanpak Omgevingsvisie en programma Doel: interne afstemming over het opstellen van een plan van aanpak voor de Omgevingsvisie en programma (werkwijze, planning, capaciteit, financiën) Plan van aanpak Resultaat: Plan van aanpak Omgevingsvisie en programma Bevat: de uitgangspunten en het proces voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie Doel: interne afstemming over de ambities, de werkwijze, de verwachtingen ten aanzien van participatie en communicatie, de capaciteit, de financiën en de planning 2.
Definitiefase Communicatie- en participatiestrategie en plan Resultaat: Communicatie- en participatiestrategie en Communicatie- en participatieplan Bevat: - de strategie en de kaders voor de communicatie en participatie - een uitvoeringsplan voor de in te zetten communicatie en participatie Doel: beschikken over een strategie en plan voor de communicatie en participatie die we gedurende het gehele project kunnen inzetten Verkenning en analyse Resultaat: Rapport Verkenning en analyse Bevat: - een systematische analyse van beleid, trends en ontwikkelingen - inzicht in wat inwoners (samenleving) belangrijk vinden voor de toekomst van Medemblik: wat moet op de Agenda? Doel: basisinfo als vertrekpunt voor de Omgevingsvisie en input voor De Agenda
16
De Agenda voor de toekomst: bouwstenen voor het eindbeeld 2040, de koers en de opgaven * tijdens deze fase moet ook al gestart worden met het aanbesteden van werkzaamheden die we willen uitbesteden.
Resultaat: Bevat: Doel:
De Agenda richtinggevende bouwstenen voor het eindbeeld 2040, de koers en de opgaven - de agenda is de basis voor de verdere uitwerking in een ontwerp Omgevingsvisie - bepalen of een m.e.r. nodig is - bepalen of en welke programma’s nodig zijn
3. Ontwerpfase Ontwerp Omgevingsvisie Resultaat: Ontwerp van de Omgevingsvisie Bevat: - een visie op het eindbeeld 2040, de koers, de opgaven - een uitwerking van alle aspecten van de fysieke leefomgeving - kaartmateriaal - visie op omgevingswaarden - indien nodig opstellen notitie reikwijdte en detailniveau in het kader van de m.e.r. Doel: gereed voor inspraak en overleg 4. Besluitvormingsfase Definitieve Omgevingsvisie Resultaat: Definitieve Omgevingsvisie Bevat: de verwerkte inspraak- en overlegreacties en indien nodig een m.e.r Doel: gereed voor vaststelling door de gemeenteraad 5. Evaluatie, monitoring en vervolg Evaluatie totstandkoming van de Omgevingsvisie Resultaat: Evaluatierapport Bevat: een evaluatie per fase (zowel proces als inhoudelijk) Doel: inzicht en leerervaringen De resultaten van deze stap worden betrokken bij de beleidscyclus van de Omgevingswet.
17
Ook tussentijds, tussen de verschillende fases en de oplevering van producten, wordt er geëvalueerd. Er kunnen gedurende het proces nieuwe inzichten ontstaan die om een aangepaste planning of een andere inzet aan capaciteit vragen. We zijn ons ervan bewust dat je bij een start van een project niet alles kunt overzien, ook kunnen onvoorziene omstandigheden optreden. Monitoring en evaluatie, de terugkoppeling Tot nu toe zijn de processtappen benoemd welke gezet worden om de Omgevingsvisie op te stellen. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld, zijn we niet klaar. We bevinden ons in een continue ontwikkeling. De Omgevingsvisie heeft een beleidsdoorwerking, bijvoorbeeld in programma’s en het Omgevingsplan. De beleidsdoorwerking zal deels gelijktijdig met het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie plaatsvinden en deels aansluitend op dit proces. De Omgevingsvisie vormt na de vaststelling voortdurend het afwegingskader. Dit vraagt enerzijds om koers houden. Maar anderzijds deze zo nodig bij te stellen. Signalen uit monitoring en evaluatie en voortschrijdend inzicht kunnen aanleidingen zijn de Omgevingsvisie aan te passen. De Omgevingsvisie hoeft niet geheel te worden aangepast. Het is ook mogelijk alleen dat deel aan te passen waar, gezien de ontwikkelingen, behoefte aan is.
5.2 Planning In de onderstaande tabel zijn de verschillende fases en deelproducten uitgezet in de tijd. Fase Initiatieffase (afgerond)
Deelproduct
Start Mei 2020 Mei 2020 Juli 2020 Juli 2021 Juli 2021
Einde December 2020 Juni 2020 December 2020 Mei 2022 Juli 2021
Participatie
Juli 2021 Januari 2022
December 2021 Mei 2022
x x
Ontwerp Omgevingsvisie Inspraak en overleg
Juni 2022 Juni 2022 Januari 2023
Mei 2023 December 2022 Mei 2023
x
Definitieve Omgevingsvisie
Juni 2023 Juni 2023
Oktober 2023 September 2023
x x
Besluitvorming college Besluitvorming raad
Oktober 2023 Oktober 2023
Oktober 2023 Oktober 2023
Projectplan Plan van aanpak Definitiefase Communicatie- en participatiestrategie en plan Verkenning en analyse De agenda Ontwerpfase
Besluitvormingsfase
18
6. Projectorganisatie en verantwoordelijkheden De structuur van de projectorganisatie is als volgt:
Binnen de projectorganisatie gelden verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Daarnaast is ook een rol weggelegd voor het college en de raad. De rollen en verantwoordelijkheden zijn daarom hieronder beschreven: Stuurgroep Omgevingsvisie
De stuurgroep Omgevingsvisie bestaat uit de directeur, de bestuurlijk opdrachtgever/portefeuillehouder fysiek domein, de portefeuillehouder sociaal domein, de ambtelijk opdrachtgever, de programmamanager Omgevingswet en de projectleider Omgevingsvisie.
Directeur
Het opstellen en werken met de Omgevingsvisie is omvangrijk en vraagt veel van onze organisatie. Het is afdeling-overstijgend en er ligt een relatie met de organisatieontwikkeling. De directeur, verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en organisatieontwikkeling, maakt daarom onderdeel uit van de stuurgroep.
Bestuurlijk opdrachtgever/ portefeuillehouder fysiek domein
Namens het college van B&W is de portefeuillehouder Omgevingswet bestuurlijk opdrachtgever voor het opstellen van de Omgevingsvisie. De portefeuillehouder vertegenwoordigt daarnaast het fysieke domein.
19
Portefeuillehouder sociaal domein
In de Omgevingsvisie moeten het fysieke domein en het sociale domein bij elkaar komen en beter met elkaar verbonden worden. Daarom neemt ook een portefeuillehouder vanuit de sociaal-maatschappelijk hoek zitting in de stuurgroep.
Ambtelijk opdrachtgever
Het opstellen en werken met de Omgevingsvisie is omvangrijk en vraagt veel van onze organisatie. Het is afdeling-overstijgend en er ligt een relatie met de organisatieontwikkeling. Daarom is bepaald dat de directie het project aanstuurt, waarbij het afdelingshoofd Ruimtelijke Ontwikkeling is aangewezen als gemandateerd ambtelijk opdrachtgever.
Programmamanager Omgevingswet
De programmamanager Omgevingswet stemt de relatie tussen de Omgevingsvisie en de andere instrumenten met de andere werkgroepen af.
Projectleider Omgevingsvisie
De projectleider is, in opdracht van de (gemandateerd) ambtelijk opdrachtgever, belast met de projectleiding binnen de vastgestelde kaders. De projectleider is voorzitter van de werkgroep.
Werkgroep Omgevingsvisie/programma
De werkgroep Omgevingsvisie/programma wordt gevormd door een vaste kern medewerkers uit verschillende disciplines. De werkgroep wordt zo nodig aangevuld met benodigde disciplines (flexibele interne en externe werkgroepleden).
Werkgroep Omgevingswet (raad)
Voor het proces is het nodig dat er vanuit de gemeenteraad een werkgroep Omgevingswet wordt ingesteld. De werkgroep Omgevingsvisie/programma kan de raadswerkgroep op een makkelijke en informele manier meenemen in het proces en gebruiken als klankbord. Er zijn diverse gemeenten die werken met een raadswerkgroep. De ervaringen hiermee zijn positief.
Rol college
Het college stelt het plan van aanpak Omgevingsvisie en programma, en de deelproducten van de Omgevingsvisie vast.
Rol raad
De raad wordt betrokken bij de inhoud van het plan van aanpak. In dat kader wordt ook bepaald welke rol de raad in het proces wil innemen. De raad stelt de Agenda en de Omgevingsvisie vast.
20
7. Middelen, capaciteit en risico’s 7.1 Middelen In de Lentenota is voor 2020 een bedrag van € 20.000 aangevraagd en toegekend voor het opstellen van het plan van aanpak, het inwinnen van advies en het uitvoeren van deelproducten ten behoeve van de aanpak. In de Kadernota is tevens 180.000 euro aangekondigd als raming voor 2021 voor de ontwikkeling van de Omgevingsvisie (uitvoeren plan van aanpak) en het inhuren van expertise. Door de bezuinigingen is ervoor gekozen de implementatie van de Omgevingswet te temporiseren. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie. Bij de Begroting voor 2021 is daarom 90.000 euro aangevraagd voor nieuw beleid in plaats van 180.000 euro. Dit betekent niet dat er de komende jaren minder geld nodig is voor het opstellen van de Omgevingsvisie, maar dat de kosten over een langere periode verspreid worden. Op basis van het plan van aanpak wordt voor de komende Begrotingen (2022 en 2023) een verdere inschatting gemaakt van de benodigde middelen. Deze middelen worden onder andere ingezet voor: -
Het opstellen en uitvoeren van het communicatie- en participatieplan (participatiesessies met inwoners, ondernemers et cetera, communicatiefaciliteiten/ -middelen en ondersteuning). Productontwikkeling De Agenda en De Omgevingsvisie: digitalisering, fotomateriaal, kaarten en verbeeldingen, website et cetera. Inhuur externe begeleiding voor het opstellen van de Omgevingsvisie en eventueel voor het opstellen van de m.e.r. Inhuur van expertise en vervangende inhuur.
De onderstaande tabel geeft een eerste inschatting van de doelen waarvoor middelen nodig zijn en een inschatting van de benodigde middelen in euro’s. Fase
Doel
Definitiefase
Opstellen communicatie- en participatiestrategie en plan Ontwikkelen dashboard (aanschaf datasets) Kaartmateriaal en lay-out, Rapport Verkenning en Analyse en De Agenda Opstellen ontwerp Omgevingsvisie (eventueel) Opstellen m.e.r. (eventueel) Opstellen programma’s Opstellen reactienota inspraak en overleg
Ontwerpfase
Besluitvormingsfase
Hele proces
Opstellen definitieve Omgevingsvisie (eventueel) Opstellen definitieve m.e.r. Uitvoeren communicatie- en participatieplan Inhuur externe expertise MOOI Noord-Holland (stedenbouw/landschap/erfgoed/monumenten) Inhuur externe projectadviseur Inhuur externe projectsecretaris Inhuur externe expertise OD NHN en VR NHN (nog niet bekend, of de uren passen binnen de programma’s) Inhuur externe expertise ecologie (nog onduidelijk, of er voldoende kennis in de organisatie is) Inhuur externe expertise landbouw Inhuur externe expertise communicatie en participatie (onduidelijk, of er voldoende capaciteit in de organisatie is) Onvoorziene kosten (10% totaal bedrag)
Inhuur of inkoop externe begeleiding en expertise (in euro’s) 10.000 5.000 5.000 70.000 50.000 PM 3.500 5.000 3.000 PM 27.000 50.000 50.000
PM PM 27.000 27.000 33.250
21
7.2 Capaciteit In deze paragraaf staat de ureninzet centraal. Het gaat niet alleen om de inzet van interne capaciteit, maar ook om de betrokkenheid van de ketenpartners en de inzet van MOOI Noord-Holland. Betrokkenheid ketenpartners GGD Hollands Noorden De GGD geeft aan dat een goede gemeentelijke Omgevingsvisie weergeeft op welke wijze de gemeente de gezondheid van haar inwoners wil meewegen bij ontwikkelingen in de leefomgeving. De GGD geeft advies (gevraagd en ongevraagd) over de effecten van de leefomgeving op de gezondheid van mensen. De Omgevingsvisie kan voor de GGD een belangrijk handvat zijn in deze advisering. GGD Hollands Noorden wil aan de voorkant betrokken zijn bij ontwikkelingen in het gemeentelijk beleid rondom de leefomgeving. Zij zien daarom een belangrijke rol voor hunzelf bij de totstandkoming van gemeentelijke Omgevingsvisies. Zij lezen graag mee in alle fasen die geschetst worden in het plan van aanpak. Daarnaast willen zij input leveren en meedenken bij de Verkenning en analyse die voorafgaat aan de totstandkoming van De Agenda. Zij denken dat hun data (o.a. uit de Gezondheidsmonitors die zij uitvoeren, zie Gezondheidsatlas NoordHolland Noord) en ervaring kunnen bijdragen aan deze analyse. Zodra een ontwerp van de Omgevingsvisie gereed is voor inspraak en overleg, haken zij ook graag weer aan. De GGD kan voor deze activiteiten uren inpassen.
Afhankelijk van de vraag, kijken zij welke deskundigheid nodig is (medische milieukunde, epidemiologie, gezondheidsbevordering, infectieziektebestrijding, beleidsontwikkeling). Op dit moment is het uitgangspunt dat daar geen extra kosten aan verbonden zijn. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord De Veiligheidsregio adviseert om de kernwaarden van de Veiligheidsregio bij de Omgevingsvisie te betrekken. De meerwaarde is dat de kernwaarden hiermee zijn geborgd en men daardoor meer aan de voorkant van het proces zit.
Bij de Verkenning en analyse kunnen zij een belangrijke rol spelen. De Veiligheidsregio is bezig met het vergaren van “Big Data”, die omgezet wordt in een Dashboard. Deze info geeft inzicht op het vraagstuk “Hoe veilig is mijn gemeente” Daarnaast zijn de 3 Veiligheidsregio’s bezig met de uitwerking van de Omgevingswet, menukaart, processen et cetera. Uit dit proces kan informatie komen die nuttig is voor de Omgevingsvisie. De Veiligheidsregio wil graag aansluiten waar dat nodig is. Ze werken met casehouders/accounthouders. Afhankelijk van het vraagstuk, de capaciteit en de frequentie kunnen zij aansluiten. De Veiligheidsregio stelt 22
samen met de gemeente een jaarprogramma op. In dit programma wordt de Omgevingswet apart benoemd en kunnen uren worden opgenomen. Voor 2021 heeft de gemeente een vast budget voor Risicobeheersing. Kosten kunnen binnen dit programma worden opgenomen. Eventueel kan er meerwerk worden geleverd, hiervoor dienen dan ook andere afspraken te worden gemaakt. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD-NHN) De Omgevingsvisie is één van de bouwstenen voor het Omgevingsplan. De Omgevingsvisie is daardoor deels bepalend voor de uitvoering van de VTH-taken door de OD-NHN. Door aan de voorkant expertise in te brengen ontstaat een completer beeld en een beter handhaafbaar beleid. De werkzaamheden van de OD-NHN zijn nu vooral uitvoerend. De OD-NHN wordt beperkt betrokken bij het opstellen van visies. Volwaardig meedenken aan de voorkant en op een hoog abstractieniveau vergt vanuit de OD-NHN andere vaardigheden. De OD-NHN wil graag ook daar haar expertise op het gebied van VTH en advisering kwijt en beschikt over verschillende gegevens. Binnen de OD-NHN heeft men een aantal themagroepen opgericht. Deze groepen zijn bezig om zich voor te bereiden op onder andere het instrument Omgevingsvisie. De themagroep indeling is: 1. Natuur; 2. Geluid, lucht, licht; 3. Externe Veiligheid; 4. Duurzaamheid, Energie; 5. Bodem en Wet bodembescherming; 6. Agrarisch; 7. Proces(industrie), Branches (incl. horeca); 8.
Afval/Circulair; 9. Asbest; 10. Bodemenergiesystemen; 11. Zwemwater; 12. Afvalwater; 13. Wegen en vaarwegen; en 14. Vuurwerk. Op deze onderdelen kunnen wij gebruik maken van de expertise van de OD-NHN. De OD-NHN wil graag expertise inbrengen in iedere fase door mee te denken, te klankborden en waar nodig te adviseren. Voor een juiste inbreng en afstemming is het voorstel van de OD-NHN om één persoon lid te laten zijn van de werkgroep. Deze persoon zal intern bij de OD-NHN (via de thema’s) informatie ophalen. Binnen de ODNHN is het voorstel gedaan om een strategisch Omgevingsadviseur op te leiden en af te vaardigen voor dergelijke opdrachten. Hier is binnen de OD-NHN nog geen duidelijkheid over. De OD-NHN is bezig met het plaatsen van deze nieuwe taak binnen de organisatie. Het betreft een nieuwe (lees extra) taak, die op dit moment nog niet is vastgesteld als product in PDC (producten en diensten catalogus). Voorheen werden dergelijke opdrachten als extra opdracht binnen de OD-NHN belegd. De uren kunnen worden opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2021. Het gaat dan om extra uren, of de uren zullen ten koste gaan van andere (niet basis) taken. De ureninzet voor de ‘rol milieu’ wordt geschat op 180 uur in het jaar 2021 (in de periode juli t/m december).
Inzet MOOI Noord-Holland De expertise van MOOI Noord-Holland ligt bij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op het vlak van natuur en landschap, stedenbouw, architectuur en cultuurhistorie en om ontwikkelingen in samenhang te kunnen bekijken. MOOI Noord-Holland werkt met ‘gebiedsbiografieën’. Dat zijn documenten die op basis van een grondige gebiedsanalyse de trendlijnen en het DNA van de gemeente beschrijven en historie en toekomst aan elkaar koppelen. Een gebiedsbiografie kan worden gezien als één van de pijlers die het fundament van de Omgevingsvisie vormen. Bovendien hebben zij zich verdiept in de wijze waarop cultuurhistorische waarden (op alle schaalniveaus) onderdeel gaan uitmaken van de ruimtelijke ordening. Daarnaast is MOOI Noord-Holland nauw betrokken bij de veranderingen voor wat betreft de gemeentelijke kwaliteitsadvisering. Zo hebben ze ook al enkele ‘welstandsnota’s’ (straks beleidsregel uiterlijk van bouwwerken) opgesteld in samenhang met de gemeentelijke Omgevingsvisies/-plannen. Ook zijn ze bezig met het opstellen van een Bouwsteen omgevingskwaliteit. Dit is een handreiking voor gemeenten hoe ruimtelijke kwaliteit op te nemen in het Omgevingsplan. MOOI Noord-Holland kan ons helpen met het formuleren van de fysieke kernkwaliteiten van de gemeente op basis van de informatie die er al is.
De kernkwaliteiten op hoofdlijnen behoren we te benoemen in de Omgevingsvisie. Ook om op terug te kunnen grijpen indien wordt afgeweken van de regels in het Omgevingsplan. Het formuleren van de fysieke kernkwaliteiten begint met een integrale gebiedsanalyse vanaf het hoogste schaalniveau. Dit is de eerder benoemde gebiedsbiografie. Hierin worden de kernkwaliteiten en richtinggevende thema’s van de gemeente benoemd. Hierbij wordt de ruimtelijke kwaliteit in breder verband bekeken (stedenbouw, landschap, openbare ruimte, archeologie, erfgoed).
23
Toelichting ureninzet De onderstaande tabel geeft de ureninzet van het project weer. De ureninzet betreft zowel interne capaciteit, als de inzet van de ketenpartners en MOOI Noord-Holland. Daarnaast kan het ook externe inhuur betreffen om de uren in te vullen als we de benodigde expertise niet in huis hebben, of de capaciteit intern niet vrij kunnen spelen. De opgenomen uren betekenen ook in lang niet alle gevallen dat de inzet één persoon betreft. Als voorbeeld het thema Gezondheid. Deze uren kunnen ingevuld worden door een beleidsmedewerker die belast is met het thema Gezondheid, maar bijvoorbeeld ook Sport. Daarnaast kan de GGD op dit onderwerp een belangrijke rol spelen. Ureninzet project Functie/rol/thema Definitiefase
Projectleider Projectadviseur Projectsecretaris Ruimtelijke Ordening Wonen/huisvesting Stedenbouw/landschap (MOOI N-H) Planeconomie/grondzaken Maatschappelijk vastgoed/accommodaties Erfgoed/monumenten (intern en MOOI N-H) Milieu (OD NHN) Economie Toerisme/recreatie/evenementen Openbare Orde en Veiligheid (intern en VR NHN) Duurzaamheid/Klimaatadaptatie Verkeer/vervoer Openbare ruimte/beheer (inclusief nutsvoorzieningen) Ecologie Water (oppervlaktewater en afvalwater) Landbouw Sociaal Domein Gezondheid (intern en GGD) Strategie Communicatie Participatie Data-analist (dataverzameling/analyse) GIS-analist (digitaliseren informatie en kaartmateriaal) Procesbegeleider/leanadviseur
Verkenning en analyse Uren Q3 & Q4 2021 360 180 360 180 90 90 90 90 90 180 180 90 90
De agenda Uren Q1 & Q2 2022 360 180 360 180 90 90 90 90 90 180 180 90 90
Ontwerp- en besluitvormingsfase Ontwerp Definitieve Omgevingsvisie Omgevingsvisie Uren Q3 2022 Uren Q3 & Q4 t/m Q2 2023 2023 180 180 90 90 180 180 90 90 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 90 90 90 90 45 45 45 45