CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-23-728993 - Notitie (beleids)analyse, trends en ontwikkelingen

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Rvs. Omgevingsvisie: ‘Agenda voor de Toekomst’ (pfh. J. Broeders)15.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor Medemblik zijn dit: Medemblik, Wervershoof, Wognum, Andijk) • Woningbouw vindt primair binnenstedelijk plaats Het Westfries vooruitdenken • Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen. • Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens • Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen • Het plan is circulair en energieneutraal. • Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap. • Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt. • Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland • Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving

26

5.2.4 Regionale woonvisie Westfriesland (2017) Deze Woonvisie voor Westfriesland brengt de actuele situatie van de woningmarkt in beeld en geeft het beleid voor de korte termijn (tot 2020) en de middellange termijn (tot 2030) op hoofdlijnen aan. De Woonvisie benoemt welke richting de Westfriese gemeenten met de woningmarkt op willen en waar rekening mee gehouden moet worden. Doel van deze Woonvisie is om de Westfriese bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen en zoveel mogelijk een breed scala aan woonwensen en woningbehoefte van de inwoners binnen de regio te realiseren. Westfriesland wil behoren tot de 10 beste woonregio’s van Nederland en wil door deze aantrekkelijkheid ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. Dit doen we door vraaggericht complementaire woningen en woonmilieus aan te bieden. De uitvoering van de regionale woonvisie borgen we in het afwegingskader wonen. Door middel van dit afwegingskader willen we meer sturing geven aan kwaliteit. Samen met de Woonvisie is het Regionaal Actieprogramma (RAP) opgesteld. In het RAP geven we per speerpunt aan welke acties ondernomen worden, door wie, op welke wijze en welke financiële middelen hiervoor nodig of beschikbaar zijn. Ook staan in het RAP de regionale afspraken. Het RAP is in feite de uitvoering van de Woonvisie. Voor de periode tot en met 2020 benoemen we acties en afspraken klip en klaar in het RAP.

Het deel van het RAP is niet meer actueel nu de gemeente een woonakkoord heeft. Speerpunten • Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen (We erkennen dat we als gemeenten hier een beperkte rol hebben: het grootste deel van de voorraad is in particuliere handen.) • Vitale kernen: leefbaar Westfriesland tot in de kern. Vitaliteit en leefbaarheid hangen ook samen met (bereikbaarheid van) het voorzieningenniveau, levendigheid, het verenigingsleven en de mate van (zelf)redzaamheid. Als regio zetten we ons in om de leefbaarheid te verbeteren of op het huidige niveau te behouden. Dat betekent dat we ons onder andere inzetten op het mengen van de functies wonen en werken • Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten. Kiezen voor woningen en woonmilieus die aantrekkelijk zijn en een grotere aantrekkingskracht hebben op huishoudens in Westfriesland en buiten de regio. Mogelijkheden voor het experiment. • Scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen. Sterkere afstemming tussen wonen en het sociaal domein en een visie op het betaalbaar houden van zorg, WMO, maatschappelijk vastgoed en bijvoorbeeld vervoer van mensen met een beperking. Het mengen van woningen voor jongeren en ouderen. Mantelzorgers moeten dicht bij de zorgontvangers kunnen wonen.

• Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven. Het regionale afwegingskader vormt de basis voor onze woningbouwprogrammering.

5.3 Lokaal 5.3.1 Generiek Afwegingskader voor initiatieven van 1 tot 100 woningen in alle kernen Dit kader vormt een actualisatie van het ‘Generiek afwegingskader woningbouw – Voor initiatieven van 1 tot 100 woningen in alle kleine kernen’. De aanleiding hiervoor was de vaststelling van het afwegingskader Wonen Westfriesland 2021. Hierdoor was het generiek afwegingskader op het onderdeel regio niet meer actueel. Het generiek afwegingskader is op de volgende punten gewijzigd: • De afwegingen zijn aangepast op het regionale kader; • Afweging 4 is regionaal een keuze, maar lokaal een vereiste; • Het percentage betaalbaar wonen in afweging 4 is lokaal strenger, dan regionaal; • Kleine tekstuele verbeteringen en/of wijzigingen zijn doorgevoerd.

27

5.3.2 Programma wonen 2018-2026 De raad heeft op 13 juli 2017 de regionale woonvisie vastgesteld. Er zijn 9 kaders geformuleerd voor de lokale uitwerking. Kader is opgenomen als bijlage. Heel West-Friesland heeft baat bij extra contingenten. Extra woningbouw is goed voor onze economie en vergroot het draagvlak voor onze lokale en regionale voorzieningen. We mogen 1.200 woningen bouwen (tot en met 2026). Nieuwbouw vindt plaats in alle kernen. Aanvankelijk hadden we geen nieuwe plannen voor Hauwert, Twisk en Zwaagdijk-West. Nu gaan we uit van 10 woningen in elk van deze kernen. Bescheiden nieuwbouw is hier bedoeld om jongelui en senioren een woonkans te bieden in het eigen dorp. In totaal hebben we plannen voor 1.125 woningen. Confrontatie van behoefte en plannen wijst uit dat er nog marge is voor 75 woningen “tussendoor”. Voor alle duidelijkheid: 75 woningen tot en met 2026. Voor de verdeling van de woningen “tussendoor” zijn we beleidsregels gemaakt. Ze staan in een afzonderlijk raadsvoorstel. Kernpunt is het bouwen voor kleine huishoudens (starters en senioren). De woningen moeten levensloopbestendig en gasloos zijn. Ruimtelijke criteria zijn het open houden van de doorkijkjes in de linten, het saneren van locaties met milieuproblematiek en het voor wonen geschikt maken van gebouwen die van oorsprong een andere functie hebben (transformatie).

Met de nieuwe beleidsregels kunnen we de 75 woningen eerlijk verdelen. Aan bod komt verder: • Nieuwbouw huurwoningen • Harde en zachte plannen • Periode na 2026: Voor de periode na 2026 hebben we nog geen plannen uitgewerkt. Wel zijn een aantal potentiële bouwlocaties voorhanden. • Onderscheidend en complementair (niet ‘meer van hetzelfde’: meer eigen inbreng voor toekomstige bewoners, woningtypen die afwijken van wat hier al veel voorkomt en minder voorschriften van de gemeente). Hiertoe zijn criteria geformuleerd. Bestaande voorraad • Ruim 50 %, circa 9.000 woningen, is gebouwd in de jaren 60, 70, 80. Die huizen voldoen merendeels niet aan de hedendaagse normen. De opgave ligt in het duurzaam en levensloopbestendig maken. Nadrukkelijk kijken we ook naar het gasloos maken. • Stimuleren van duurzaamheidsinvesteringen. • Investeren in openbaar gebied • Afstemming werkzaamheden Langer zelfstandig wonen • levensloopbestendig maken van bestaande woningen • de plaatsing van tijdelijke mantelzorgwoningen vergunningsvrij mogelijk voor mensen met een medische indicatie. • blijverslening • beschikbaarheid van zorg en ondersteunende welzijnsdiensten • wonen in hofjes Ruimte voor experiment 1. Individualisering en het maken van eigen keuzes. 2. Oudere mensen moeten langer zelfstandig blijven wonen 3. Ruimte voor tiny houses. 4. Betaalbare koopwoningen voor kleine huishoudens. 5.

Verduurzaming bestaande koopwoningen. 6. Middeldure huur. 5.3.3 Generiek afwegingskader voor woningbouwinitiatieven 2022 (23 juni 2022) Het afwegingskader is van toepassing op alle woningbouwinitiatieven in alle kernen in de gemeente. Aanvullend geldt dat woningbouwinitiatieven van meer dan 100 woningen apart via een kaderstelling aan de raad worden aangeboden.

28

Vanwege de aard en omvang van deze initiatieven kan het nodig zijn om aanvullende kaders te stellen. De opgave is om – als uitwerking van het regionale en lokale woonbeleid - de juiste woningen op de juiste plek te faciliteren. Het doel is om de woningbouwopgave te concretiseren en te versnellen. We streven naar financieel haalbare ontwikkelingen met een vraaggestuurd woningbouwprogramma en voldoende ruimtelijke kwaliteit. Dit samenhangend afwegingskader voor woningbouw, met een bijbehorende werkwijze, wordt hiervoor als extra instrument ingezet. Daarnaast bevat dit afwegingskader uitgangspunten voor nieuw beleid voor wonen in bijgebouwen en splitsing van hoofdgebouwen. In hoofdstuk 2 zijn de uitgangspunten voor dit afwegingskader geformuleerd. Het afwegingskader zelf is in hoofdstuk 3 opgenomen. 5.3.4 Woningbouwprogramma 2021 De raad heeft op 29 oktober 2020 het hernieuwd afwegingskader voor woningbouwinitiatieven vastgesteld. In dat afwegingskader is opgenomen dat de raad aan de hand van de uit het afwegingskader komende kansrijk geachte woningbouwinitiatieven een woningbouwprogramma vaststelt waarmee het College aan het werk kan gaan. Er komen 4 projecten in aanmerking om op de woningbouwplanning van 2021 opgenomen te worden ( in totaal 252 woningen).

5.4 Welstandsnota Medemblik 2019 Het welstandsbeleid van Medemblik is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de aanwezige cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Door een gebieds- en objectgerichte aanpak wil de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten.

Burgers, ondernemers en ontwerpers kunnen in de toekomst in een vroeg stadium worden geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.

29

6. SOCIAAL DOMEIN 6.1 Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022 Aan de hand van vier bouwstenen - Geluk, Meedoen, Samenwerking en Zorg dicht bij de mensen thuis – beschrijven wij onze visie, werkwijze en de beoogde doelen voor het sociaal domein. In het beleidsplan wordt de verbinding gelegd met een gezonde leefomgeving, onderwijs, cultuur en participatie. De samenleving verandert voortdurend. Onze rol als gemeente verandert mee. En daarmee ook de manier waarop we het sociaal domein in Medemblik vorm en inhoud geven. Dit vraagt een inzet op drie pijlers: 1. Een brede, integrale benadering van het sociaal domein 2. Inzet op innovatie en vernieuwing 3. Omslag naar preventie in het sociaal domein

6.2 Wonen en zorg Notitie wonen en zorg 7 november 2022 Het aantal verzoeken van initiatiefnemers, zowel inwoners met een zorgpassie als commerciële partijen, stijgt. Er komen gemiddeld enkele vragen per maand binnen om nieuwe vaak kleinschalige woonzorg voorzieningen te realiseren. De nadruk op zelfredzaamheid, zo thuis mogelijk wonen en de afbouw van de capaciteit (in alle zorgsectoren) maakt dat er veel nieuwe ideeën en initiatieven opborrelen. Ontwikkelaars en/of bouwbedrijven zien dat er behoefte is aan kleinschalige woonzorg voorzieningen en zij willen die graag realiseren. Ook van inwoners die samen met enkele gelijkgestemden oud willen worden als van professionals uit de zorg komen er aanvragen binnen. Ook ouders/verzorgers die voor hun (pleeg)kinderen met een zorgbehoefte medewerking willen om te komen tot een nieuwe woonzorg voorzieningen weten steeds beter de weg naar de gemeente te vinden. De gemeente Medemblik heeft duidelijke kaders gesteld waarbinnen de aanvragen moeten passen: • Kader 1: De realisatie van woonzorg initiatieven is vraaggestuurd . We bouwen primair voor de behoefte van de inwoners van de gemeente Medemblik. We kijken ook naar (boven) regionale en provinciale afspraken. • Kader 2: We gaan bij voorkeur in gesprek met initiatieven van inwoners en zorgaanbieders, in plaats van met commerciële projectontwikkelaars.

• Kader 3: We bespreken het financiële effect van het huisvesten van deze inwoners in de gemeente Medemblik • Kader 4: We houden ons aan de vastgestelde beleidskaders vanuit het sociale en ruimtelijke domein • Kader 5: We bouwen niet voor leegstand elders in de gemeente. Het omvormen • van een bestaande locatie heeft de voorkeur boven nieuwbouw. • Kader 6: De grootte van de woonzorg initiatieven moet passend zijn bij het karakter van onze gemeente, landelijk met veel kleine kernen. Grootschalige initiatieven passen hier niet bij.

6.3 Integraal huisvestingsplan Scholen Gaat volgend jaar geactualiseerd worden.

30

7. MILIEU, KLIMAAT, DUURZAAMHEID 7.1 Programma Samen op weg naar een Duurzaam Medemblik (2 november 2021) Met een programma wilde de gemeente het duurzaamheidsbeleid verbreden en versnellen. Daarvoor werd het programma opgebouwd uit vijf pijlers: elektriciteit, warmte, grondstoffen, water & groen en mobiliteit. Het programma bevat per pijler een duidelijke ambitie. Inmiddels werkte de gemeente een aantal pijlers nader uit. Het programma Duurzaam Medemblik actualiseren we op basis van deze nadere uitwerkingen. • • • • •

Pijler elektriciteit: De gemeente Medemblik wil in 2040 energie neutraal zijn. Pijler warmte: De gemeente Medemblik wil in 2050 aardgasvrij zijn Pijler circulair: De gemeente Medemblik wil in 2050 circulair zijn. Pijler water en groen: In 2050 is ons gebied volledig klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. In 2030 is het verlies van biodiversiteit in onze gemeente omgebogen naar biodiversiteitsherstel Pijler mobiliteit: In 2028 emissievrij openbaar vervoer in onze gemeente. Vanaf 2030 worden alleen nog emissievrije nieuwe auto’s verkocht.

7.2 Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 De gemeenten Medemblik, Koggenland, Stede Broec, Opmeer, Hoorn, Drechterland en Enkhuizen en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werken samen aan een veilige en aantrekkelijke regio. De gemeenten hebben in 2018 uitgesproken tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s te gaan behoren, waar welvaart en welzijn, een florerende duurzame economie en een rechtvaardig sociaal beleid de belangrijkste prioriteiten zijn. Wij zien klimaatadaptatie als een belangrijke voorwaarde én kans om deze ambitie te realiseren. In dit document worden drie ambitieniveaus met daarbij horende strategieën beschreven. Het is aan de zeven gemeenteraden om elk voor hun grondgebied een ambitieniveau te kiezen. Deze keuzes samen vormen de gemeenschappelijke Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050. De hoofdlijn voor de ambitieniveaus A, B en C is als volgt: 1. Ambitieniveau A gaat ervan uit dat in 2050 meer risico wordt geaccepteerd. We richten ons op het oplossen van de grootste knelpunten. Dat betekent dat we in de toekomst vaker hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en een verslechterende waterkwaliteit dan nu. De overheid pakt alleen de grootste risico’s aan. Bewoners, bedrijven en andere stakeholders zullen dit ondervinden en worden geacht zelf te acteren waar zij dit nodig vinden.

Er wordt dus uitgegaan van een grotere eigen verantwoordelijkheid. Met klimaatverandering zullen overlast en schade toenemen ten opzichte van de situatie in 2020. 2. Met Ambitieniveau B zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is dat van nu. In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als nu. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming als nu. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving. 3. Ambitieniveau C is vooruitstrevend. Waarde-creatie en het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving staan centraal bij de uitvoering van maatregelen. In de toekomst willen we beter beschermd zijn tegen extreme weersomstandigheden dan in 2020 het geval is. Dus minder hinder of schade door wateroverlast, hitte, droogte, overstromingen, waterkwaliteit. Omdat het klimaat verandert betekent dit dat we stevige maatregelen moeten nemen. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en andere partners. Met de ambitie zetten we een stip op de horizon. De strategie is de weg daar naartoe. Bij elke ambitie hoort dus een strategie. Deze zijn in de nota uitgewerkt.

De klimaatadaptatiestrategie wordt begin 2021 uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatie voor de periode 2021-2025. In jaarplannen worden de acties nader gespecificeerd met planning en budget.

31

NB: De gemeenteraad heeft op 18-02 2-12 besloten klimaatambitie B met de bijbehorende adaptatiestrategie vast te stellen

7.3 Transitievisie Warmte (vastgesteld 17-12 -2020) Aanleiding Alle woningen en gebouwen in Nederland gaan voor 2050 van het aardgas af. Gemeenten krijgen hiervoor de regierol. Dat is zo afgesproken in het Nationale Klimaatakkoord. Deze overgang naar aardgasvrij verwarmen heet de warmtetransitie. De meeste woningen en gebouwen in Medemblik gebruiken nu nog aardgas. De warmtetransitie is daarom een grote uitdaging. Alle gemeenten in Nederland maken uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW geven gemeenten aan wat per wijk het beste alternatief is voor aardgas, met de kennis van nu. Ook geven zij aan welke wijken kansrijk zijn om voor 2030 mee aan de slag te gaan. Dit betekent dat gemeenten de komende jaren de plannen voor deze wijken nader uitwerken. Dat gebeurt samen met de bewoners en andere belanghebbenden in de wijk. Richting voor een aardgasvrij Medemblik Alternatieven voor aardgas kunnen worden ingedeeld in vier groepen: • Individueel met elektriciteit verwarmen (‘all-electric’); • Collectief verwarmen met een warmtenet; • Verwarmen met duurzaam gas; • Een collectief bronnet. In veel wijken is elektrisch verwarmen de meest passende oplossing is. Het is niet waarschijnlijk dat in deze wijken een warmtenet financieel haalbaar is. Dit zijn doorgaans nieuwere wijken met een lagere bebouwingsdichtheid. Hier zijn woningen al goed geïsoleerd.

Daardoor zijn de kosten om elektrisch te verwarmen, vergeleken met het aansluiten op een warmtenet, lager. Dit geldt ook voor de lintbebouwing tussen de verschillende kernen. Hier staan vaak oude en nieuwe woningen door elkaar. Voor nieuwe woningen is elektrisch verwarmen een goed alternatief. Voor oudere woningen is elektrisch verwarmen meestal minder geschikt. Voor veel wijken is er geen duidelijk voorkeursalternatief. Voor deze wijken liggen de geschatte maatschappelijke kosten van elektrisch verwarmen en aansluiten op een warmtenet dicht bij elkaar.

32

Figuur 5: Warmteopties per buurt laat per postcodebuurt de alternatieve warmteopties zien op basis van de analyse met het Warmtetransitiemodel en gesprekken met stakeholders

Kansrijke wijken om te starten We gaan de gemeente gefaseerd aardgasvrij maken. In deze TVW kiezen we zeven wijken die kansrijk zijn om in te starten. In vier wijken zien we kansen voor elektrisch verwarmen. In drie wijken zien we kansen voor een warmtenet. In de volgende wijken zien we hier kansen voor elektrisch verwarmen: • Medemblik, Schepenwijk (postcodes 1671 T en 1671 R): ca. 400 woningen • Andijk, Centrum (postcodes 1619 D en 1619 K): ca. 400 woningen • Wognum, Kreeklanden (postcodes 1687 W): ca. 500 woningen • Wervershoof Oost (postcodes 1693 D): ca. 500 woningen. De woningen in deze wijken zijn gebouwd na 1990, een groot gedeelte zelfs na 2005. De meeste woningen zijn al goed geïsoleerd. Daarom zijn de woningen geschikt om op elektrisch verwarmen over te stappen. Het ligt niet voor de hand dat in deze gebieden warmtenetten komen. Dit volgt ook uit de berekening van de maatschappelijke kosten.

33

Figuur 6: Kansrijke wijken om te starten met de warmtetransitie

Voor een aantal van deze wijken deden we onderzoek of vinden gesprekken plaats om met een warmtenet aan de slag te gaan (zie kaart hieronder): 1. Bedrijventerrein, Randwijk en nieuwbouwwijk Molenblik (Medemblik) 2. Het WFO-terrein en glastuinbouwgebied Het Grootslag (Zwaagdijk-Oost) 3. Bedrijventerrein Overspoor (Nibbixwoud)

34

Figuur 7: Initiatieven in de gemeente voor warmtenetten

Het gaat om plannen van bronhouders om restwarmte vanuit verschillende warmtebronnen te gaan leveren. De gemeente Medemblik spant zich in om deze initiatieven te ondersteunen. In de andere wijken willen we aan de slag met energiebesparing. Dit doen we door de Altijd Goed maatregelen bij woningeigenaren te stimuleren. Daarmee bereiden we deze wijken alvast voor op een aardgasvrije toekomst. Sommige woningen kunnen nu al overstappen op een warmtepomp. Ook wanneer de woning niet in een kansrijke wijk staat. Bijvoorbeeld nieuwe woningen die in kleinere kernen of in lintbebouwing staan. Het is niet waarschijnlijk dat hier een warmtenet komt. Wie nu al van het aardgas af wil, kan zelf nu al overstappen op elektrisch verwarmen. Vervolg De warmtetransitie is een complex proces. Dit vraagt om een programmatische aanpak. De gemeentebrede aanpak heeft als doel de bewustwording onder inwoners over de warmtetransitie te vergroten. Daarbij stimuleren we de Altijd Goed maatregelen. Met de bewoners en andere stakeholders uit de kansrijke wijken gaan we de komende jaren in gesprek (Gebiedsgerichte aanpak in kansrijke wijken). We onderzoeken met hen de haalbaarheid van het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen in de wijk. We doen dit stap voor stap. Zo kunnen we de aanpak, mocht dat nodig zijn, bijsturen.

7.4 Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (18-10 2022, vastgesteld 01-12 2022) Het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) gemeente Medemblik 2023 - 2027 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Naast de afvalwaterzorgplicht behandelt het ook de zorgplichten hemelwater en grondwater. De zeven gemeenten binnen de samenwerkingsregio Westfriesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec), het hoogheemraadschap HollandsNoorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Het programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) is gezamenlijk in de regio opgesteld. Omdat de gemeenten in o.a. historisch, geografisch en organisatorisch opzicht van elkaar verschillen kent het PSWR daarnaast een gemeentespecifieke uitwerking. Het gaat dan met name om de evaluatie, een beschrijving van de

35

huidige situatie, de benodigde middelen en maatwerk met betrekking tot bepaalde strategieën. Het uitvoeringsprogramma is een combinatie van activiteiten die gezamenlijk en gemeentespecifiek worden opgepakt. Het Hoogheemraadschap was nauw betrokken bij het opstellen van dit PSW

7.5 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Rijk heeft in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) tot doel gesteld dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Gemeenten vervullen een belangrijke rol vervullen bij het realiseren van dat doel, naast provincie, waterschap en andere partijen. Het Rijk laat ruimte om de begrippen 'klimaatbestendig' en 'waterrobuust' op regionale of lokale schaal passende vorm en inhoud te geven. Het DPRA hanteert als tussenstap dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in 2020 een onderdeel is van het beleid en handelen van overheden. De Deltacommissaris accepteert vanwege de ontstane situatie rond COVlD-19 enige uitloop op het oorspronkelijke jaar 2020. Klimaatadaptatie is als een gezamenlijke opgave opgenomen in het Pact van Westfriesland7.1. De gemeenteraad heeft op 18-02 2-12 besloten klimaatambitie B met de bijbehorende adaptatiestrategie vast te stellen. Ambitie B is gericht op gelijk houden van het beschermingsniveau. Met een keuze voor ambitie B zullen inwoners en bedrijven in 2050 ondanks klimaatverandering even vaak hinder of schade ervaren als nu. Zo 'boeren we niet achteruit'.

7.6 Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord (21 april 2021) In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Noord-Holland Noord staan de plannen die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners samen hebben gemaakt voor het grootschalig opwekken van wind- en zonne-energie. Daarnaast worden in de RES 1.0 de mogelijkheden verkend voor het inzetten van duurzame warmtebronnen en - technieken in plaats van aardgas. Ambitie van Noord-Holland Noord: 3,6 TWh + 1,1 TWh aan kansen Noord-Holland Noord zet zich in voor de realisatie van 3,6 TWh zonne- en windenergie op land in 2030. Dit is een optelsom van de ambities voor nieuwe opwek (totaal 1,50 TWh) en de bestaande opwekking en de pijplijnprojecten (totaal 2,08 TWh). Daarnaast daagt de regio het rijk uit, om samen natuureilanden in combinatie met zonnepanelen te realiseren op het IJsselmeer. De voorzichtige inschatting is dat daarmee nog eens 1,1 TWh aan duurzame energie opgewekt kan worden. Ambitie van Noord-Holland Noord: 3,6 TWh + 1,1 TWh aan kansen De ambities staan op de kaarten van de deelregio’s in de RES 1.0. Daarbij staat aangegeven of het gaat om een zoekgebied voor zonnepanelen (geel) of windturbines (blauw) of een combinatie van beide (groen). Op de kaarten is ook aangegeven met hoeveel windturbines en zonnepanelen is gerekend. De zoekgebieden zijn nu nog ruim genomen.

In het vervolgproces gaat de gemeente samen met de omgeving en belanghebbenden bepalen wat de meest geschikte plek is voor de zonnepanelen of windturbines. Daarnaast ziet Noord-Holland Noord kansen om natuurontwikkeling te combineren met de opwekking van zonne-energie in de Wieringerhoek, het stuk water op het IJsselmeer, tussen Medemblik en Den Oever. De mogelijke potentie van dit zoekgebied is 1,1 TWh. Het plan voor de natuureilanden met zonnepanelen wordt gekoppeld aan doelen op het gebied van ecologie, recreatie en toerisme. Als voorwaarde geldt dat er geen negatieve effecten zijn voor de landbouw en doorvaarbaarheid van het gebied en dat er meerwaarde wordt gecreëerd voor natuur, ecologie en recreatie. Voor alle zoekgebieden geldt dat deze na de vaststelling van de RES 1.0 verder worden onderzocht. Het is aan initiatiefnemers en de gemeenten om samen met belanghebbenden de zoekgebieden ook ruimtelijk verder uit te werken.

36

37

Zoekgebieden in de gemeente Medemblik: 1. Het Grootslaggebied: Het kassengebied tussen Wervershoof en Andwijk biedt ruimte voor de opwek van zonne-energie. 2. Bedrijventerrein Medemblik: Het bedrijventerrein Medemblik en omgeving biedt ruimte voor de opwek van zonneenergie. 3. Bedrijventerrein Zwaagdijk-Oost: Het bedrijventerrein Zwaagdijk-Oost biedt mogelijk ruimte voor de opwek van zonneenergie. 4. Middenstation Zwaagdijk-Oost: De ruimte rond het transformatorstation biedt mogelijk ruimte voor de opwek van zonne-energie. 5. Bedrijventerrein Andijk: Op en rond het bedrijventerrein Andijk worden de mogelijkheden voor de opwek van zonneenergie nader bekeken. Waar niet? Tijdens het RES-proces is ook heel duidelijk aangegeven waar opwek niet wenselijk is. De cultuurhistorische landschappen, de natuurgebieden, de duinen en het open landschap in de regio worden zonder uitzondering gekoesterd. Ook is het niet vanzelfsprekend om agrarische gronden in te zetten voor de opwek van energie. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging. Energie-infrastructuur versterken en slim gebruiken Voorwaarde voor het realiseren van de ambitie van Noord-Holland Noord is een energie-infrastructuur die zowel vraag als aanbod van elektriciteit en warmte aankan.

De netbeheerder heeft in een zogeheten ‘netimpactanalyse’ berekend in hoeverre de ambitie voor duurzame opwek haalbaar is met de huidige energie-infrastructuur. In Noord-Holland Noord groeit de vraag naar energie door het groeiend aantal elektrische auto’s en de toenemende vraag naar elektriciteit van datacenters en glastuinbouw. Daarnaast wordt in de regio al veel energie opgewekt. Het elektriciteitsnet raakt daarom op steeds meer plekken vol. In ongeveer de helft van de zoekgebieden waar de regio elektriciteit wil opwekken, is op dit moment onvoldoende capaciteit op het netwerk. Het tempo waarin opwek wordt gerealiseerd ligt zeer hoog. De netbeheerder werkt dan ook hard aan het versterken van de energie-infrastructuur in de regio en is nauw betrokken bij de RES. Door het bestaande elektriciteitsnet slim te gebruiken, zijn er minder uitbreidingen van het netwerk nodig. Dit scheelt tijd, schaarse ruimte en miljoenen aan (maatschappelijke) kosten. Zo blijft de energietransitie haalbaar, betaalbaar en toekomstbestendig. De belangrijkste adviezen uit de impactanalyse zijn: 1. Benut de bestaande energie-infrastructuur optimaal 2. Combineer opwek en verbruik 3. Combineer zon en wind omdat ze verschillende opwekpieken hebben 4. Cluster projecten voor duurzame opwek 5.

Gebruik slimme technische oplossingen Warmtetransitie in de Regionale Structuur Warmte Het deel van de RES dat over warmtetransitie gaat, heet de Regionale Structuur Warmte (RSW). In de RSW wordt inzicht gegeven in de vraag naar warmte, het aanbod van warmtebronnen en de regionale warmteinfrastructuur. Ook beschrijft de RSW de context en regionale samenwerking. Warmtevraag, warmtebronnen en warmtenetten In Noord-Holland Noord zijn woningen en gebouwen de grootste warmtevragers. Het warmteaanbod in deze regio komt van verschillende typen bronnen. De regio heeft relatief weinig grote restwarmtebronnen. Geothermiebronnen in de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik leveren nu al warmte aan het kassengebied. Voor wat betreft de infrastructuur is een warmtenet aanwezig in Alkmaar, Heerhugowaard en Langedijk dat verder wordt uitgebreid. In Schagen en Medemblik liggen enkele kleine warmtenetten.

38

Westfriesland Westfriesland gaat in deze energiestrategie vooral uit van opwek van zonneenergie. Westfriesland wil zijn aandeel leveren aan de landelijke doelstelling om 35 TWh duurzame energie op te wekken op land. Tegelijkertijd moeten nieuwe initiatieven voor duurzame energieopwekking zorgvuldig overwogen worden. Westfriesland is trots en zuinig op zijn traditionele identiteit met karakteristieke (lint)dorpen, open ruimtes en de mooie historische stadjes Hoorn, Enkhuizen en Medemblik. Dit landschap moet waar mogelijk behouden blijven. De agrarische sector vormt een waardevolle pijler onder de economie van de regio. Westfriesland wil dan ook zeer zorgvuldig omgaan met het inzetten van vruchtbare, agrarische gronden voor duurzame energieopwekking. Hetzelfde geldt voor het IJsselmeer en het Markermeer. Het water vervult meerdere functies voor de regio, waardoor het gebruik ervan voor energieopwekking goed doordacht moet worden. Specifiek over Medemblik noemt de RES nog de volgende punten: • Hernieuwbare energieopwekking op en rond bedrijventerreinen is kansrijk. Niet alleen vanuit landschappelijk oogpunt, maar ook door de opwekking van duurzame energie daar te plaatsen waar de energie-infrastructuur aanwezig is en waar een grote vraag naar energie is.

Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat het bij grond rond bedrijventerreinen vaak om agrarische gronden gaat en dat er hierdoor druk ontstaat op schaarse bedrijvengrond. Voor deze gronden dienen zorgvuldige afwegingen te worden gemaakt. Genoemde zoekgebieden zijn bijvoorbeeld de bedrijventerreinen in Medemblik en Wognum in Westfriesland en het bedrijventerrein Boekelermeer in regio Alkmaar. • Vanuit draagvlak en besluitvorming over de wensen en bedenkingen van de concept-RES NHN, vloeit voort dat er geen plaats is voor windturbines op het IJsselmeer en het Markermeer in Noord-Holland Noord. Voor een deel sluit de regio ook de opwek van zonne-energie uit. Dit geldt voor het IJsselmeer op het grondgebied van de gemeente Enkhuizen en voor het Markermeer op het grondgebied van de gemeente Hoorn. De regio Noord-Holland Noord kiest ervoor om daar waar wel opwek van zonne-energie plaatsvindt, dit te combineren met het vergroten van natuurwaarden, biodiversiteit, recreatie en toerisme. Het gebied waarin dit concreet wordt gemaakt bevindt zich op het grondgebied van de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik. (uitgewerkt in het Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar). • In de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik (Agriport A7, en Het Grootslag in Andijk) leveren geothermiebronnen op dit moment al warmte aan het kassengebied.

Er lopen onderzoeken om de geothermiebron bij de Agriport A7 ook in te zetten voor bedrijfspanden en woningen in Medemblik. • In Medemblik lopen onderzoeken om het warmtenet van Agriport A7 uit te breiden richting een aantal wijken in de kern Medemblik. • De Westfriese gemeenten zetten in op zoekgebieden voor zon rond transformatorstations, infrastructuur en bedrijventerreinen. Daarnaast worden de mogelijkheden voor zonne-energie in het zoekgebied IJsselmeer in de gemeenten Medemblik, Stede Broec en Drechterland de komende periode nader geconcretiseerd. • Het bedrijventerrein in Medemblik en omgeving biedt mogelijk ruimte voor de opwek van zonne-energie. • A7 tussen afslagen Abbekerk en Medemblik: de omgeving biedt mogelijk ruimte voor de opwek van zonne-energie. • Zon op water is kansrijk. Er zijn kansen voor het combineren van zonne-opwek met het vergroten van de natuurwaarden in het IJsselmeer (project Wieringerhoek). Voor zon op water moet rekening gehouden worden met de afstemming met de andere RES-regio’s rond het IJsselmeer en met het zicht van en naar de beschermde stadsgezichten van Hoorn, Medemblik en Enkhuizen. Daarnaast vervullen het IJsselmeer en het Markermeer belangrijke functies voor meerdere gebieden. • Zon langs infrastructuur. Westfriesland ziet met name kansen in de bermen bij knooppunten van de infrastructuur.

De regio ziet meer mogelijkheden voor het benutten van deze ruimtes, met name in Medemblik waar de gemeente, de provincie en Rijkswaterstaat samenwerken aan het project Zon langs de A7 • De deelregio NoordHolland Noord kiest ervoor om zonne-energie op te wekken door middel van zonneatollen op het IJsselmeer op een locatie tussen de steden Medemblik en Den Oever, zoals uitgewerkt in het Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar’6 6

Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar’: Het Buitendijks Plan ‘Duurzaam Leefbaar’ maakt dit concreet voor de regio Noord-Holland Noord. Dit plan voorziet in de aanleg van zonneatollen waarbij natuurontwikkeling en duurzame energieopwekking worden gecombineerd. Met een oppervlak van 4200 ha waarvan 1350 ha

39

7.7 Beleidskader wind en zon West Friesland (juni 2023) Het beleidskader wind- en zonne-energie West-Friesland is een gezamenlijk beleidskader van de zeven Westfriese gemeenten dat regels omvat waaraan initiatieven voor duurzame energieopwekking op land moeten voldoen. Het beleidskader omvat regels over de manier waarop zonneparken in het landschap geplaatst mogen worden en over de voorwaarden die zijn gesteld om inwoners en andere belanghebbenden bij de plannen te betrekken. Tot slot zijn er voorwaarden voor financiële deelname in het beleidskader vastgelegd. De gemeenteraden van West-Friesland hebben besloten dat zij voorkeur hebben voor Zon op Dak. In deze nota wordt de volgende landschapsindeling gehanteerd: (zie ook kaart in de nota) 1. Typische Westfriese landschap 2. Westfriese landschap met fruitteelt 3. Experimenteerlandschap 4. Historische Westfriese landschap 5. Romantische landschap 6. Marker- en IJsselmeer

voor de opwek van zonneenergie, is er een grote potentie voor de opwek van zonne-energie (voorzichtig ingeschat op 1,1 TWh). Door de integrale aanpak combineert de regio NoordHolland Noord natuurontwikkeling, energieopwekking en recreatieve mogelijkheden voor een aantrekkelijke kuststrook ten noorden van de stad Medemblik tot Den Oever. Alle doelen die het Rijk vanuit het PAGW wil bereiken met het verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische verbetering, kunnen mogelijk met dit plan worden gerealiseerd. Op onderdelen moet wel nader onderzoek worden verricht.

40

41

8. DETAILHANDEL, HORECA, RECREATIE EN TOERISME, EVENEMENTEN 8.1 Detailhandel 8.1.1 Regionale detailhandelsvisie Westfriesland (30 september 2015) Doel van de visie is een toekomstbestendig perspectief op detailhandel voor de regio. In de gemeente Medemblik zijn 3 winkelgebieden (zie kaart winkelgebied figuur 8): Andijk, Wevershoof en Zwaagdijk-Oost.

Figuur 8: Kaart winkelgebieden

In de visie worden de volgende ambities vastgesteld: • Een regio die zijn inwoners ook in 2020 letterlijk en figuurlijk wil (blijven) binden met een aantrekkelijk winkelaanbod. • Een regio die op de daarvoor geëigende locaties vooral via de toeristisch-recreatieve component de bovenregionale functie van het winkelaanbod weet te versterken. • Een regio die ook in 2020 ondernemerschap de ruimte geeft op de daarvoor geschikte locaties. Dit leidt tot een volgende gewenste regionale detailhandelsstructuur (zie figuur 9):

42

Figuur 9: Gewenste regionale detailhandelsstructuur

Voor de gemeente Medemblik gaat het om het volgende: • Centrum Medemblik: recreatief centrum met bovenlokale functie. Hier wordt ingezet op: o Een optimale bereikbaarheid en toegankelijkheid voor alle modaliteiten, ook auto. o Kwalitatief hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. o Organisatie van recreatieve en culturele activiteiten. o Gezamenlijke promotie. o Compacte centrumgebieden o Sterk supermarktaanbod • Zwaagdijk-Oost/Klaverweide: streekverzorgd boodschappencentra. Hier is uitbreiding niet mogelijk. Klaverweide wordt in omvang en parkeerareaal geconsolideerd binnen de bestemmingsplanmogelijkheden. Voor Andijk geldt dat dit als een klein dorp met dagelijkse voorzieningen wordt gezien. Er is perspectief voor een minder of meer compleet dagelijks aanbod, waartoe in ieder geval een supermarkt behoort. 8.1.2 Detailhandelsvisie gemeente Medemblik 2018-2023 De gemeente Medemblik is een van de vele gemeenten die zich de komende tijd zal moeten voorbereiden op een transformatieopgave. Ook in Medemblik is sprake van een overaanbod en moeten we vertrouwd raken met afbouw van de winkelfunctie en verkleuring naar andere functies. In deze gemeente zullen winkels (en aanverwante voorzieningen) nog meer geconcentreerd moeten worden in de meest perspectiefrijke (delen van de) centra.

43

De volgende drie uitgangspunten worden richtinggevend geacht in de visie op de detailhandelsstructuur in een meerkernige plattelandsgemeente als Medemblik met een transformatieopgave: 1. Streven naar een optimale dagelijkse verzorging voor alle inwoners van de gemeente. 2. Versterken van de toeristisch-recreatieve functie van het centrum van de kern Medemblik als belangrijkste winkelgebied van de gemeente. 3. Clusteren van de juiste functies op de juiste plekken. Ad 1: De detailhandel in Medemblik heeft primair een lokaal verzorgende functie. De ambitie is die lokaal verzorgende functie vast te houden en waar mogelijk verder te versterken binnen de grenzen van de gemeente. Een optimale binding van de inwoners van Medemblik aan het dagelijkse winkelaanbod in de gemeente is een belangrijk uitgangspunt. Een aantal kleine kernen heeft de beschikking over een kleinschalige supermarkt. Een groot deel daarvan heeft voldoende toekomstperspectief. Voor de leefbaarheid is het behoud van deze voorzieningen van belang mede gelet op de vergrijzing en daardoor mogelijk een verminderde mobiliteit van de inwoners. Ad 2: Voor het centrum van de kern Medemblik is het van belang enerzijds de aantrekkingskracht op de inwoners van de eigen gemeente te versterken en daarnaast het toeristisch-recreatieve potentieel van het centrum nog beter te benutten.

Voor de niet-dagelijkse/recreatieve aankopen van de inwoners speelt het krachtenveld een grote rol. De meeste centra in de omgeving zijn van een hogere orde (zoals Hoorn en Alkmaar); ze hebben een groter en gevarieerder aanbod op het gebied van recreatief winkelen. Met name voor de frequente niet-dagelijks aankopen is het zaak de inwoners van Medemblik te (blijven) binden. Gelet op de generieke trends en ontwikkelingen is het echter onontkoombaar dat de (onder druk staande) winkelfunctie hier meer en meer geflankeerd wordt met andere functies, zoals horeca en dienstverlening. Medemblik heeft met de stadshavens en een aantrekkelijke historische binnenstad uitstekende troefkaarten in handen voor een toeristische- recreatieve centrumfunctie. Ad 3: Inzetten op compacte, sterke centrumgebieden die in omvang en samenstelling passen bij de verzorgingsfunctie die ze vervullen. Gebieden en locaties voor perifere detailhandel blijven gereserveerd voor perifere detailhandel. Reguliere detailhandel is voorbehouden aan de centrumgebieden. Ondergeschikte detailhandel: mits ondergeschikt aan de hoofdfunctie kan kleinschalige detailhandel onder voorwaarden ook buiten de detailhandelstructuur een plek krijgen. Denk aan boerderijwinkels, of aan gemakswinkels bij benzinestations.

Hoofdwinkelstructuur De meerkernigheid van een ondernemende plattelandsgemeente als Medemblik, in combinatie met de generieke ontwikkelingen vraagt om een heldere positionering van de winkelgebieden/winkels in deze kernen en hun functie. We zien op basis van het voorgaande de volgende hoofdwinkelstructuur: • Het centrum van de kern Medemblik is onmiskenbaar het hoofdcentrum van de gemeente. Het heeft als enige centrumgebied een toeristisch-recreatieve functie, en huisvest naast dagelijks aanbod ook een substantieel aanbod aan regulier niet-dagelijks aanbod (Mode & Luxe en Vrije Tijd) en horeca. Om enerzijds de aantrekkingskracht op de inwoners van de gemeente/regio te vergroten en anderzijds die op toeristen is het niet zozeer van belang het winkelaanbod kwantitatief te versterken, maar wel een aantal zaken kwalitatief te versterken om zo aantrekkelijk en relevant te blijven: • Bereikbaarheid en parkeren; • Compact centrumgebied; • Aantrekkelijk aanbod van lokale ondernemers die in de basis aansprekend zijn voor de inwoners en daarnaast ook toeristen aanspreken; • Vasthouden aan aantrekkelijke mix van winkels en horeca; • Minimaal bestendiging van de organisatie van de veelheid en variatie aan evenementen in en rondom het centrum; • Sterkere (functioneel-ruimtelijke) relatie met de jachthaven.

• Een viertal (boven)lokale boodschappencentra, te weten de centra van Wognum, Wervershoof en Andijk, aangevuld met het Winkelhart Zwaagdijk. Deze zijn gebaat bij een compacte opzet. Binnen de contouren is primair ruimte voor

44

•

publieksaantrekkende functies. Daarbuiten voor functies zonder publieksaantrekkende werking (wonen, kantoren, maatschappelijke dienstverlening) Een ondersteunend boodschappencentrum in de vorm van het supermarktcluster aan de Randweg in Medemblik (met Deen en Aldi) als ondersteunend centrum, complementair aan (en niet concurrerend met) het centrum van de kern Medemblik. Supermarkten in de kleine dorpen van Medemblik dragen bij aan de leefbaarheid in die dorpen. Waar mogelijk worden deze voorzieningen geclusterd met andere (maatschappelijke) functies, om te komen tot een hart van de kern.

In kleinen kernen in de gemeente Medemblik, waar geen supermarkt (meer) gevestigd is, ligt een levensvatbare exploitatie van een dagelijkse voorziening niet meer voor de hand. In deze kernen moet gezocht worden naar andere manieren om de leefbaarheid te behouden.

8.2 Recreatie en toerisme 8.2.1 Regionale visie verblijfsrecreatie Noord Holland Noord (30 maart 2021) Verblijfsrecreatie heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie in de regio. Het is een belangrijke sector in termen van ondernemerschap, investeringen, werkgelegenheid en leefbaarheid. Deze visie vormt het ontwikkelkader voor verblijfsrecreatie. Hierbij gelden 7 leidende (ontwikkel)principes: 1. We werken samen aan een vitale verblijfsrecreatiesector. 2. Ruimte voor onderscheidend aanbod: stimuleren van innovatie om te onderscheiden. 3. We kiezen voor recreatief ondernemerschap bij nieuwe ontwikkelingen: we toetsen op een centrale bedrijfsmatige exploitatie. 4. We versterken de omgeving (ruimtelijk en economisch): recreatie versterken vanuit de kracht van de omgeving. 5. We hergebruiken waar mogelijk het bestaande aanbod. 6. We versterken het bestaand ondernemerschap: verbetering van managementvaardigheden, innovatie, investeren en marketing. 7. We creëren nieuwe waarde voor niet-vitaal aanbod: zoeken naar nieuwe functie met nieuwe waarde. De gemeente Medemblik valt onder de regio: agrarisch buitengebied. De verblijfsrecreatie brengt levendigheid op het platteland. Het gebied voorziet in drie verblijfsrecreatiebehoefte: 1. Jaarplaatsen, tweede woning, vaste ligplaats. 2. Plattelandstoerisme zoals B&B’s en minicamping. 3.

Efficiënte hotels aan hoofdwegen, gericht op de zakelijke markt. De strategie in dit gebied is gericht op het verbeteren van bestaand aanbod (bijv. aanpakken van ‘vergane glorie’) en anderzijds op nieuwe initiatieven. Bij nieuwe initiatieven worden grootschalige initiatieven niet toegestaan. Kleinschalige initiatieven moeten passen bij de omgeving.

45

8.2.2 Nota beheer vaarwegen Medemblik 2017 De Nota beheer vaarwegen Medemblik geeft duidelijkheid over de kaders waarbinnen vaarrecreatie in de gemeente Medemblik wordt onderbracht en behandelt knelpunten zoals overlast van waterplanten, ondieptes en infrastructuur. Drie organisaties zijn betrokken bij het beheer van de vaarwegen en de gemeente neemt het initiatief bij problemen op het gebied van vaarrecreatie. Op dit moment telt de gemeente 82 km aan officiële vastgestelde vaarroutes. Dit zijn vaarrroutes die vastgesteld zijn in samenwerking met Recreatieschap Westfriesland. De meeste vaarroutes bevinden zich ten westen van Wervershoof. In het oostelijk deel van de gemeente zijn geen vaarroutes aanwezig door de vele obstakels. Van de 82 km aan vaarroutes is slechts 4 km in beheer bij de gemeente. Het overige gedeelte van de vaaroutes is in beheer en eigendom van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Toekomstige ontwikkelingen zoals de overdracht van stedelijk water naar HHNK en de aanleg van vaarduikers onder de N23 kunnen van invloed zijn op het beheer.

Figuur 10: Vaarroutes binnen de gemeente

8.3 Economie 8.3.1 Economisch uitvoeringsprogramma economie We werken aan een lokale economie waar onze inwoners met werk in hun inkomen voorzien en van voorzieningen bijvoorbeeld winkels gebruik maken. Onze ambitie daarin is het behoud van een toekomstbestendige economie. Het ondersteunt daarmee onze hoofdopgave: het realiseren van een aantrekkelijke, duurzame en leefbare omgeving. Om onze ambitie te bereiken stelt dit programma de volgende doelen: • Toekomstbestendige werklocaties en bedrijvigheid; • Toename investeringen voor behoud en verbetering bedrijvigheid en werkgelegenheid; • Toename bestedingen voor behoud en verbetering van voorzieningen.

46

9. OVERIGE 9.1 Veiligheid 9.1.1 Beleidsplan veiligheidsregio Noord- Holland Noord 2020-2023 Het beleidsplan 2020-2023 focust zich op vier ontwikkelthema’s: 1. Veilig leven 2. Nieuwe crisistypen 3. Zorg&veiligheid 4. Brandweer 360 Veilig leven • Alle gemeenten van Noord-Holland Noord hebben een op maat gemaakte aanpak voor val- en brandpreventie geïmplementeerd en is dit thema op de kaart gezet in het gemeentelijk beleid. • In elke gemeente afspraken met partnerorganisaties om gezamenlijk de doelen voor veilig leven te bereiken. • meer dan honderd ‘veilig levenambassadeurs’ binnen verschillende groepen van de samenleving. • doelgroepen ‘jeugd’ en ‘ouderen’ met elkaar verbinden • een hoger percentage uit de risicogroep heeft aanpassingen in huis gedaan of laten doen om branden en ongevallen te voorkomen. Nieuwe crisistypen • voorbereid zijn op de nieuwe crisistypen zoals de gevolgen van energietransitie en klimaatverandering • een flexibele crisisorganisatie die ongeacht het type crisis adequaat kan reageren.

Zorg en veiligheid • de commissie Zorg en Veiligheid heeft zich ontwikkeld tot hét bestuurlijk platform voor Noord-Holland Noord voor zorg- en veiligheidsproblematiek • gemeenten en betrokken partners gebruiken de commissie om tot een betere samenhang en afstemming te komen op het gebied van regionale vraagstukken, beleidsambities en projecten • een bestuurlijk en ambtelijk proces inrichten om aan de genoemde samenwerking en het bereiken van de optimale samenhang en afstemming invulling te kunnen geven • zicht op hoe onze aanpak de hulp voor de inwoners verbetert op het gebied van de thema’s die de commissie heeft opgepakt Brandweer 360 • nieuwe denkwijze over de doelen en taken van de brandweer, waarin voorkomen centraal staat en brandweerzorg gezien wordt als meer dan voertuigen en opkomsttijden • in het brandweerzorgplan is vastgesteld hoe we voor de hele regio risicogericht brandweerzorg gaan verlenen • in een aantal gemeente gedifferentieerde brandweerzorg, waarbij mens en materieel is afgestemd op de risico’s • door informatiegestuurd te werken inzicht in de effecten van onze preventieactiviteiten • succesvolle experimenten zijn ingebed als structureel onderdeel van de brandweerorganisatie. 9.1.2 Integraal meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2023 In dit éénjarig regionaal beleidsplan worden opnieuw de huidige thema’s uit het IMV 2019-2022 gerioriteerd.

Dit zijn de volgende thema’s: • Aanpak van criminaliteit met een ondermijnend effect op de samenleving • Versterken van de ketensamenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein • Contraterrorisme en tegengaan van polarisering, radicalisering en extremisme • Aanpak van cybercrime en gedigitaliseerde vormen van criminaliteit

47

9.1.3 Integraal veiligheidsplan 2023-2026 gemeente Medemblik De gemeente streeft naar een veilige en leefbare samenleving voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Het bereiken van zowel fysieke als sociale veiligheid moet worden gerealiseerd door middel van integraal samenwerken van partners, preventief optreden en gebiedsgericht aan het werk gaan. Ook bewoners spelen hierin een belangrijk rol door eigen verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige en leefbare samenleving. Prioriteiten voor de periode 2023 • Veilig verkeer, veilige woonomgeving • Ondermijning • Zorg en Veiligheid • Cybercrime, digitale misdaad Overige veiligheidsthema’s: • Veilige winkelgebieden en bedrijventerreinen • Veilig uitgaan • Veilige evenementen • Veilig toerisme • Crisisbeheersing/Bevolkingszorg 8.0 • Veilige publieke taak (VPT)

48

Bijlage 2 Kick off brede ambtelijke groep

49

50

51

52

53

54

55

56

57

58

59

60

61

62

63

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=a4d86eef-ca99-4e6e-bfb4-53c1d23b3ba4