CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-22-586610 - Bijlage 3: Toelichting BP 'Andijk - Buurtje 3A'

Gemeenteraad 27 oktober 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Andijk - Buurtje 3A' (pfh: J. Broeders)12.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.

Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 27

Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes, dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning.

Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Een woning wordt gekwalificeerd als een kwetsbaar object. Met het initiatief wordt geen nieuwe risicobron geïntroduceerd. Uit een raadpleging van de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid en binnen de invloedsgebieden van risicobronnen. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. 4.7.

Milieuzoneringen

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 28

In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie

Richtafstanden tot rustige woonwijk 1 10 meter 2 30 meter 3 50 tot 100 meter 4 200 tot 300 meter 5 500 tot 1000 meter 6 1500 meter Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.

Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter

De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Een woning betreft een gevoelige functies. In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die beperkt kunnen worden door de verplaatsing van het bouwvlak en de toevoeging van één extra woning. Ten westen van het projectgebied is een begraafplaats aanwezig.

Voor een begraafplaats wordt in de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” een richtafstand genoemd van 10 meter voor het aspect geluid.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 29

De afstanden in de richtafstandenlijst van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaardnorm bedoeld. De informatie heeft geen betrekking op individuele bedrijven of situaties. Binnen bedrijfstypen kunnen zich namelijk grote verschillen voordoen. Specifieke maatregelen of omstandigheden kunnen leiden tot kleinere of grotere afstanden. Een vaste afstand is daarom niet te bepalen. Deze begraafplaats wordt niet beperkt in de bedrijfsvoering aangezien er langs het noordelijk en westelijk deel van de begraafplaats reeds een woonbestemming aanwezig is.

De initiatiefnemer heeft in 2006 een 2 meter hoge afrastering geplaatst die inmiddels volledig is begroeid met groenblijvende klimopplanten. In voorliggend bestemmingsplan is deze afrastering als voorwaardelijke verplichting opgenomen op de planverbeelding en planregels. De afrastering dient hiertoe in stand te worden gehouden. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.8.

Besluit milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden:  het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig;  het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht;

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 30

het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.

Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:  door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;  het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;  de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de vierde optie valt. Het besluit kan niet geschaard worden onder een activiteit uit kolom 1. Zo is er geen sprake van een activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze conclusie wordt bekrachtigd door het volgende.

Uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de uitspraak ECLI:NL:RVS: 201901464/1/R1 wordt geoordeeld dat een ontwikkeling die uitgaat van de sloop van een schoolgebouw, het invullen van dat gebied met 12 eengezinswoningen, waarbij het bebouwd oppervlak toeneemt en er sprake is van een functiewijziging, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd kan worden. Eenzelfde conclusie wordt gegeven voor een situatie waarbij onbebouwd agrarisch gebied bebouwd wordt met twee woningen en een weide voor hobbymatig gebruik (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1). Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan.

Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 31

Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 4.9.

Verkeer en parkeren

Een ruimtelijk plan kan tot wijzigingen in verkeerstromen en de parkeervraag leiden. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Medemblik’. Op basis van de parkeernormering vanuit dit parapluplan geldt per woning een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen. Twee parkeerplaatsen voor de bewoners en 0,3 voor bezoekers. Dat is afgerond drie parkeerplaatsen per perceel. Beide woonpercelen van de twee-onder-éénkapwoning bieden ruim voldoende ruimte om hierin te voorzien. Het bestemmingsplan zal minimaal leiden tot wijzigingen in de verkeersintensiteit. Er zijn geen problemen bekend met de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.

4.10. Duurzaamheid Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 32

Per 1 januari 2021 is BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouw eisen (BENG). Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik te verlagen. Beschouwing Initiatiefnemer is voornemens om bij de nadere uitwerking van het bouwplan te aan te sluiten bij de duurzaamheidsambities van de gemeente Medemblik. Hierbij wordt het door de gemeente beschikbaar gesteld ‘Stappenplan duurzaam bouwen’ als handleiding aangehouden.

4.11. Spuitzones Aangetoond zal moeten worden dat de gebruiksmogelijkheden van de agrarische percelen niet wordt beperkt en dan er sprake zal zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plekke van de nieuw te bestemmen bouwvlakken en tuinen. Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen met tuinen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) wordt bij de besluitvorming inzake ruimtelijke ordening meestal een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een agrarisch perceel waar wordt gespoten en een gevoelige bestemming of functie. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel en geen wetgeving. Daarbij moet worden opgemerkt dat een kortere afstand ook mogelijk is, mits daarvoor een deugdelijke motivering aanwezig is. Deze motivering is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Gelet op art. 3.78a van het Activiteitenbesluit moet een techniek worden gebruikt die een driftreductie van 75% kan bereiken. Deze verplichte driftreductie is echter nog niet meegenomen in de jurisprudentie ontwikkelde 50 meter afstand. Dit kan als argument worden aangevoerd om een kortere afstand aan te houden dan de voornoemde 50 meter.

Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Door adviesbureau Adromi Groep is het ‘Spuitzone onderzoek Buurtje 3a Andijk’ uitgevoerd. Dit onderzoek (projectnummer: wil/R202246/2202c, d.d. 11 juli 2022) is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Aangezien de afstand welke (minimaal) aangehouden moet worden niet in een concrete regeling is voorgeschreven, dient deze op grond van de Wet ruimtelijke ordening te worden bepaald in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een zone aan te houden in verband met het risico op drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermings-

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 33

middelen buiten het behandelde perceel via de lucht). In een dergelijke zone dient daarbij gekozen te worden voor bestemmingen welke reguliere / langdurige menselijke aanwezigheid uitsluiten. In het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen III’ (vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 26 april 2018) zijn de gronden ten oosten van de locatie aangeduid voor ‘agrarisch’ en ‘waarde - archeologie 3’. De gronden ten zuiden, grenzend aan de locatie, zijn aangeduid voor ‘maatschappelijk - begraafplaats’. Agrarisch bestemde gronden ten zuiden liggen verder dan 50 meter van de projectlocatie en worden daarmee niet relevant geacht voor het spuitzoneonderzoek.

Afbeelding: uitsnede vigerend bestemmingsplan, het plangebied is bij benadering rood omlijnd.

In het onderzoek is aangegeven dat op basis van het European Food Safety Authority (EFSAmodel) kan worden gesteld dat de blootstelling aan individuele gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van drift op een afstand van 2-3 meter uit de agrarische gronden geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Tegelijkertijd is sprake van een onzekerheidsfactor als het gaat om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen voor wat betreft mogelijke cumulatie alsook als het gaat om kinderen jonger dan 1 jaar. Ten einde uit voorzorg driftblootstelling zo veel mogelijk te minimaliseren, dient te worden gekozen voor het toepassen van aanvullende driftreductie, aanvullende afscherming en/of extra onderlinge afstand. Immers, zoals ook uit de rekenresultaten blijkt, neemt de driftblootstelling niet evenredig af met de toegenomen afstand tot een gewasperceel. Op het vlak van de effectiviteit van afscherming zijn enige gegevens voorhanden. In principe is hierbij van belang te kiezen voor een gewas dat een egale dichtheid biedt, waarbij sprake is van een zodanige dichtheid dat objecten aan de andere zijde van de haag kunnen worden waargenomen, maar niet kunnen worden herkend. Bij een dergelijke bladerdichtheid zal een luchtstroom maximaal worden afgeremd waarbij eventueel aanwezige drift in druppelvorm zo veel mogelijk in de haag zelf zal achterblijven.

Een haag met een te hoge dichtheid zou er daarentegen toe kunnen leiden dat de luchtstroom met daarin aanwezige drift over de haag heen slaat, zodat eventuele driftdruppels juist verder in de omgeving zou kunnen worden verspreid. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat dergelijke luchtstromen wel zorgen voor

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 34

een grotere mate van verdunning van de concentraties middel in de lucht, waardoor de concentraties op leefniveau ook lager zullen zijn. Gelet op de omstandigheid dat rekening wordt gehouden met akkerbouw heeft het geen meerwaarde om aan de westzijde van het plangebied aan het Buurtje 3A een bladhoudende (groenblijvende) afscherming toe te passen. Hierbij kan worden gesteld dat in de bestaande en toekomstige situatie er reeds een groene haag aanwezig is ter plaatse van de oostelijke rand van het plangebied, gelegen langs het Singerspad. Zie hiertoe onderstaande afbeeldingen.

Afbeelding: reeds aanwezige groene haag langs de oostelijke rand van het plangebied, gezien van punten 1 en 2.

Conclusie Het bestemmingsplan wordt in relatie tot het aspect spuitzones uitvoerbaar geacht.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 35

HOOFDSTUK 5: 5.1.

UITVOERBAARHEID

Financiële uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieel economische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Het planschaderisico wordt zeer beperkt geacht, eventuele aanvragen voor planschade worden afgewenteld op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

-

Klankbordgroep

Sinds 2011 werkt de gemeente Medemblik met een Klankbordgroep. De Klankbordgroep heeft als doel gesteld om inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren over wijzigingen in bestemmingsplannen en nieuwe bouwplannen. Participatie van inwoners en betrokken organisaties is hoofddoel van de Klankbordgroep. Hiertoe worden omwonenden van een ontwikkeling reeds in de fase van principeverzoeken betrokken bij de ontwikkelingen. Dat zorgt ervoor dat (eventuele) bezwaren die in de buurt tegen de plannen leven, in beeld komen en meegewogen kunnen worden bij het verdere proces. Op verzoek van het college van B&W van de gemeente Medemblik is voorliggend initiatief in de vergadering van de Klankbordgroep van 12 januari 2021 besproken. De Klankbordgroep heeft de initiatiefnemer en de direct omwonenden voor deze vergadering uitgenodigd.

De Klankbordgroep overweegt dat: - Het gaat om herbouw/verbouw van de bestaande schuur naar 2 woningen; - Het plan past binnen het door de raad vastgestelde Generiek Afwegingskader voor initiatieven van 1 tot 100 woningen in alle kernen; - Omdat het bestaande bouw betreft is het Bouwbesluit bestaande bouw van toepassing; - Hoewel er begrip is voor de zorg dat de nieuwe woning zal worden gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten, levert deze zorg op zichzelf geen afwijzingsgrond op, er wordt getoetst aan RO-normen, waarbij wel nog opgemerkt wordt dat er voorgenomen beleid is om omzettingsvergunningen niet langer toe te staan. De klankbordgroep geeft het college is overweging: - Met aanvrager in overleg te gaan om de woningen zo veel als mogelijk aan de nieuwe bouwnormen (incl. duurzaamheid) te laten voldoen;

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 36

-

Met de aanvrager afspraken te maken om een (natuurlijke) afscheiding richting het kerkhof aan te leggen zodat de privacy van de bezoekers van de begraafplaats wordt gerespecteerd. Initiatiefnemer is welwillend om aan deze punten te voldoen. Vooroverleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Het bestemmingsplan is ter toetsing aan de vooroverlegpartners van de gemeente Medemblik verstuurd worden. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft advies uitgebracht. De opmerkingen en aanvullingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan - zienswijzen Het college van de gemeente Medemblik heeft op 21 april 2022 bekend gemaakt (Gemeenteblad 2022, 178219) dat het ontwerpbestemmingsplan ‘Buurtje 3A, Andijk’ (NL.IMRO.0420.BPBuurtje3AAndijk-ON01) vanaf 22 april 2022 voor zes weken ter inzage ligt. Tijdens de zienswijzeprocedure kon eenieder schriftelijk of mondeling zijn reactie omtrent het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de zienswijzeprocedure zijn geen zienswijzen ingediend. De Omgevingsdienst heeft echter wel een advies uitgebracht op het ontwerpbestemmingsplan (d.d. 18 mei 2022, kenmerk: OD NHN: OD.372507). De Omgevingsdienst heeft aangegeven dat het noodzakelijk is onderzoek te verrichten in het kader van spuitzones.

Hiertoe is verzocht onderzoek laten verrichten en de toelichting van het bestemmingsplan voor vaststelling hierop aan te passen. De gemeente kan zich vinden in het advies van de Omgevingsdienst en ziet graag dat het advies van de Omgevingsdienst in het vast te stellen bestemmingsplan wordt meegenomen. Gezien het advies van de Omgevingsdienst is er een onderzoek naar spuitzones uitgevoerd. In paragraaf 4.11 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de resultaten van dit onderzoek. De nota van zienswijzen is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Hier wordt nader ingegaan op het advies van de Omgevingsdienst. Vaststelling en beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 37

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld:  Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben.  Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen.

In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens). Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels: in dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen.

Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2) bepaald.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 38

2 Bestemmingsregels: in dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3 Algemene regels: in dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels: in het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Specifieke regeling in dit bestemmingsplan Bestemming ‘Water’ Een kleine strook in het zuidelijk deel van het plangebied heeft conform het vigerende bestemmingplan ‘Dorpskernen III’ de bestemming ‘Water’. De voor ‘Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterlopen en waterpartijen, oevers, bermen, beplanting en groenvoorzieningen. Voorts zijn o.a. ondergeschikte voorzieningen zoals o.a. steigers, bruggen, dammen en/of duikers toegestaan.

Bestemming ‘Wonen’ Het overgrote deel van het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Wonen’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken bij woonhuizen, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor ruimte voor kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten. In de bijlage bij de regels is een overzicht opgenomen van de kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten. Voorts zijn ondergeschikte voorzieningen zoals o.a. tuinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen toegestaan. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: - als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; - een hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak worden gebouwd; - het aantal woningen bedraagt ten hoogste 2; - de maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 4 en 9 meter; - de dakhelling van een hoofdgebouw dient ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen. Voor bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken zijn in de planregels diversen bepalingen opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - haag' is de bestaande bladhoudende, aaneengesloten haag, met een minimale hoogte van 2 meter als voorwaarde opgenomen in planregels en verbeelding van het bestemmingsplan.

Dit ter afscherming van de westelijk gelegen begraafplaats.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 39

De bestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2 en 3’ zijn opgenomen ter bescherming van (eventueel) aanwezige archeologische waarden.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=f59ebf2c-21c3-4535-8944-1386f045c8fb