CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-22-586610 - Bijlage 3: Toelichting BP 'Andijk - Buurtje 3A'

Gemeenteraad 27 oktober 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Andijk - Buurtje 3A' (pfh: J. Broeders)12.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Toelichting

In opdracht van:

De heer Jansen

Uitgevoerd door:

G. Bot, AgROM

Status:

Voor vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO.0420.BPBuurtje3AAndijk-VA01

Datum:

3 augustus 2022

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

AANLEIDING ...................................................................................................................... 2 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ...................................................................................... 3 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ............................................................................................... 4 LEESWIJZER ....................................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2.

BESTAANDE EN NIEUWE SITUATIE ................................................................7

BESTAANDE SITUATIE (OMGEVING) PLANGEBIED.......................................................................... 7 NIEUWE SITUATIE / PLANOLOGISCHE REGELING PLANGEBIED .......................................................... 9

HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

INLEIDING .....................................................................................................2

VIGEREND BELEID ....................................................................................... 10

INLEIDING ....................................................................................................................... 10 RIJKSBELEID ..................................................................................................................... 10 PROVINCIAAL BELEID .......................................................................................................... 13 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................ 15

HOOFDSTUK 4:

OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................... 17

4.1. WATER .......................................................................................................................... 17 5.2 BODEM .......................................................................................................................... 18 4.2. FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 21 4.3. CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ...................................................................................... 23 4.4. GELUID .......................................................................................................................... 25 4.5. LUCHT............................................................................................................................ 26 4.6. EXTERNE VEILIGHEID .......................................................................................................... 27 4.7. MILIEUZONERINGEN .......................................................................................................... 28 4.8. BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ....................................................................................... 30 4.9. VERKEER EN PARKEREN ....................................................................................................... 32 4.10.

DUURZAAMHEID ............................................................................................................... 32 HOOFDSTUK 5: 5.1. 5.2.

UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 36

FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ............................................................................................. 36 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................................................. 36

HOOFDSTUK 6:

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ................................................................. 38

BIJLAGEN: 1. AERIUS-berekening gebruiksfase Buurtje 3A Andijk; 2. AERIUS-berekening bouwfase Buurtje 3A Andijk; 3. Memo Stikstofdepositie Buurtje 3A te Andijk, d.d. 25 juni 2021; 4. Verkennend bodemonderzoek incl. asbest Buurtje 3a te Andijk d.d. 13 januari 2021; 5. Nader asbestonderzoek Buurtje 3a te Andijk, d.d. 8 februari 2021; 6. Spuitzone onderzoek Buurtje 3a Andijk, d.d. 11 juli 2022; 7. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buurtje 3A. Andijk, d.d. 3 augustus 2022.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 1

HOOFDSTUK 1: 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk te wijzigen naar een twee-onder-één-kapwoning. Het ter plaatse van het perceel aanwezige bouwvlak voor één woning nog niet is benut. De schuur is circa 20 jaar geleden vergund en gerealiseerd. De initiatiefnemer heeft op 30 maart 2020 voor de beoogde wijziging een schetsplan ingediend bij de gemeente Medemblik. In een reactie van de gemeente (documentnummer DOC-21366690, d.d. 16 maart 2021) is aangegeven dat de bestaande schuur feitelijk het hoofdgebouw op het perceel betreft en gelet op de perceelsgrootte en ligging van het plangebied het passend is om de schuur, onder voorwaarden, te wijzigen naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij zal het bestaande bouwvlak uit het huidige bestemmingsplan worden verplaatst. Het initiatief past voorts binnen het beleid van de gemeente Medemblik om woningsplitsingen onder voorwaarden mogelijk te maken. De gemeente Medemblik is hiertoe bereid om, onder voorwaarden, medewerking te verlenen aan de benodigde ruimtelijke procedure om het initiatief te kunnen verwezenlijken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in het planologisch-juridisch kader voor het gewenste initiatief. Hierbij wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van het gewenste initiatief aangetoond.

Afbeelding: aanzicht bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 2

1.2.

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de gemeente Medemblik en is gelegen ten noorden van het buurtschap Kerkbuurt. De kern van het dorp Andijk is gelegen ten oosten van het plangebied. Het plangebied zelf betreft het perceel ten zuiden van het perceel Buurtje 3 en is kadastraal geregistreerd onder Andijk, sectie d, nummer 3514. Ten oosten van het plangebied is, aan de overzijde van het Slingerpad, grasland aanwezig. De zuidelijke begrenzing wordt gevormd door en langsliggende sloot. Een begraafplaats is gelegen aan de westzijde van het plangebied. Op de onderstaande afbeeldingen is het plangebied weergegeven in de wijdere- en directe omgeving.

Buurtje

Singerspad

Afbeelding: ligging van het plangebied in relatie tot de wijde omgeving (boven). Het plangebied ter plaatse van het perceel Buurtje 3A is bij benadering met een rood kader weergegeven op de onderstaande linker afbeelding.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 3

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Dorpskernen III’, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 26 april 2018. Aanvullend geldt het paraplubestemmingsplan Parapluplan Parkeren Medemblik, zoals dit op 19 september 2019 is vastgesteld. Bestemmingsplan Dorpskernen III De gronden ter plaatse van het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen ‘Wonen’ en (voor een zuidelijke strook) ‘Water’. Voorts zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ (kleine strook westelijk deel) en ‘Waarde - Archeologie 3’ (overgrote deel plangebied) van toepassing op het plangebied. Het noordwestelijk deel van het plangebied is tevens als gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone - dijk’ aangeduid.

Afbeelding: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Dorpskernen III’’ ter plaatse van het plangebied (bij benadering rood omkaderd).

Wonen (artikel 32) Gronden met de bestemming wonen mogen gebruikt worden voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken bij woonhuizen, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor ruimte voor kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten. Voorts zijn ondergeschikt o.a. wegen en straten, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, en tuinen toegestaan. Ter plaatse van het plangebied is een bouwvlak aanwezig waarbinnen een woonhuis mag worden gebouwd met een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. De afstand van een woning tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 3 meter te bedragen. Voorts moet de woning worden afgedekt met een kap. Hierbij geldt een dakhelling van ten minste 30° en ten hoogste 60°.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 4

Water (artikel 28) Ter plaatse van het zuidelijk deel van het plangebied is een kleine strook met de bestemming ‘Water’ aanwezig. Deze voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterlopen en waterpartijen, oevers, bermen en beplanting en groenvoorzieningen. Voorts zijn ondergeschikt nutsvoorzieningen, wegen, straten en paden met de daarbijbehorende andere bouwwerken, waaronder steigers, bruggen, dammen en/of duikers toegestaan. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' (artikel 40) Ter plaatse van het westelijk deel van het plangebied geldt een kleine strook met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Deze bestemming dient ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,35 m geldt een archeologische onderzoeksverplichting. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' (artikel 41) Voor het overgrote deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Deze bestemming dient eveneens ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m geldt een archeologische onderzoeksverplichting. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie.

Vrijwaringszone - dijk (artikel 47.4) Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' geldt dat in afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen op of in deze gronden geen gebouwen en andere bouwwerken, mogen worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze gebiedsaanduiding. Deze regel is niet van toepassing op bestaande gebouwen en andere bouwwerken.

Afbeelding: ligging aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' binnen het plangebied.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 5

Parapluplan Parkeren Medemblik In de parapluherziening wordt voor het parkeerbeleid van de gemeente Medemblik verwezen naar het parkeerbeleid, zoals dat is vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2014, gewijzigd bij raadsbesluit van 1 november 2018. Hierin zijn de parkeernormen opgenomen. De parkeernorm betreft het aantal parkeerplaatsen dat bij een ontwikkeling, of wijziging van gebruik, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, op het bouwperceel of de in de omgeving moet worden gerealiseerd om bewoners of gebruikers voldoende parkeerruimte te bieden. Voor elk type ontwikkeling geldt een andere norm. Op basis van de parkeernorm wordt de parkeereis berekend: het exacte aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie De beoogde nieuwe situatie, waarbij de bestaande schuur wordt gewijzigd naar een tweeonder-één-kapwoning., kan niet worden mogelijk gemaakt op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het gewenste woonperceel is qua bouwregels in strijd met de vigerende bestemming ‘Wonen’ Zo is de twee-onder-één-kapwoning gelegen buiten het bestaande bouwvlak en is er ter plaatse enkel 1 woning toegestaan. Om de een twee-onder-éénkapwoning te kunnen toestaan, dient derhalve een passend juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan dient daartoe. 1.4.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven en wordt ingegaan op de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 is de nieuwe situatie getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is getoetst aan relevante sectorale milieuaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de juridische planbeschrijving.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 6

HOOFDSTUK 2: 2.1.

BESTAANDE EN NIEUWE SITUATIE

Bestaande situatie (omgeving) plangebied

Het plangebied is gelegen ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk en heeft een oppervlakte van circa 2.460 m2. Ter plaatse van het westelijk deel van het perceel is een schuur aanwezig. De schuur betreft het hoofdgebouw op het perceel. De schuur is opgebouwd uit twee gemetselde bouwlagen met kapconstructie en is circa 20 jaar geleden vergund en gerealiseerd. Ten zuiden van het hoofdgebouw is een houten schuur met veranda aanwezig.

1

2 1

3

4 2

3

4

Afbeelding: weergegeven is het plangebied in relatie tot de directe omgeving.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 7

Het plangebied wordt in de huidige situatie op twee plekken ontsloten. In het zuidoosten is een eigen in- en uitrit aanwezig aan het Singerspad. Het Singerspad betreft een erftoegangsweg. Voorts is er ter plaatse van het noordwestelijk deel van het plangebied een ontsluiting aan de zijde van het Buurtje. Een groot deel van het woonperceel bestaat uit gazon. Langs de randen van het plangebied zijn diverse struiken en bosschages aanwezig.

1

1

2

2

Afbeelding: huidige ontsluiting van het plangebied.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 8

2.2.

Nieuwe situatie / planologische regeling plangebied

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk te wijzigen naar een twee-onder-één-kapwoning. Door de splitsing van de bestaande schuur zijn er twee woonpercelen voorzien. Het noordelijk woonperceel heeft een oppervlakte van circa 1.060 m 2. Het zuidelijke perceel heeft een oppervlakte van circa 1.400 m2. Op de begane grond van de woningen is een woonkamer met open keuken alsmede sanitaire ruimte voorzien. Op de eerste verdieping zijn 2 slaapkamers voorzien alsmede een badkamer. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zullen de te nemen bouwkundige aanpassingen, zoals een scheidingsmuur, inpandige geluidsnormen ect. voldoen aan bestaande normen. De woonpercelen worden via de reeds bestaande in- en uitritten ontsloten. Op beide woonpercelen is ruim voldoende plaats om te voorzien in parkeren op eigen terrein. Gebiedseigen beplanting in de vorm van een haag is voorzien als erfscheiding tussen de twee woonpercelen. Het is de wens van de initiatiefnemer om in één van de woningen te gaan wonen. Initiatiefnemer is reeds jaren met pensioen

Afbeelding: toekomstige woonpercelen ter plaatse van het plangebied

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 9

HOOFDSTUK 3: 3.1.

VIGEREND BELEID

Inleiding

In dit hoofdstuk is het vigerende beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de regio, het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de gemeente Medemblik in samenhang met het initiatief nader beschreven. 3.2.

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Daarin heeft Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Voor vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Deze prioriteiten hebben betrekking op: 1. duurzaam water- en bodemsysteem en energietransitie. 2. het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, rekening gehouden met de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk, het elektriciteitsnetwerk en de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. 3. Het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt gewerkt aan een verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland met een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. De nieuwe woningbouwlocaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter.

Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte. 4. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van onze natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. In de NOVI is een 21-tal nationale belangen opgenomen. Dit betreft onder meer het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving, het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur, behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal en belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 10

Conclusie De onderwerpen vanuit de Nationale Omgevingsvisie hebben geen relatie met/invloed op het in deze toelichting behandelde initiatief. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) uit 2012 geeft een totaalbeeld voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028: a. het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; b. het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

Conclusie De onderwerpen vanuit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte hebben geen relatie met/invloed op het voorliggende bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ (Barro) is als Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) direct gekoppeld aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Barro stelt de begrenzing van de besluitmogelijkheden van de lagere overheden, indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Als nationaal belang zijn benoemd de Mainportontwikkeling Rotterdam, het Kustfundament, de Grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen betrekking op deze door het Rijk benoemde nationale belangen.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 11

Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie en zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem en met het waterplan worden de strategische doelen voor het waterbeheer vastgelegd. Andere overheden worden gevraagd om het Nationaal Waterplan te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan gaat in op de thema’s waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Daarnaast zijn in het plan gebiedsgerichte uitwerkingen voor grote wateren en de zee en de kust opgenomen. Ook beschrijft het waterplan de relatie tussen water en de omgeving.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater;  Nederland is klimaatbestendig en water-robuust ingericht;  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;  Nederlanders leven waterbewust. Conclusie Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het nationaal waterplan. In hoofdstuk 4.1 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanaf 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking (LDV) onderdeel van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder behelst een drietal opeenvolgende treden -die met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik- voorwaarden stellen aan de inhoud van de toelichting bij een ruimtelijk besluit/plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Per 1 juli 2017 is de vereenvoudigde Ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen betreffen een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke treden en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door: ‘behoefte’.

Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven, waarbij in geval van inpassing buiten bestaand stedelijk gebied een uitgebreidere motivering vereist is. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Met de Ladder wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies nagestreefd. Dat vergt een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing daarvan.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 12

Conclusie Relevant in relatie tot het verantwoorden van de ladder voor duurzame verstedelijking is of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling gekwalificeerd wordt. Voorliggend bestemmingsplan heeft enkel betrekking op de ontwikkeling van één extra woning ter plaatse van het perceel Buurtje 3A, te Andijk, buiten stedelijk gebied. Hiertoe is een specifieke verantwoording aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig. 3.3.

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. Met de Omgevingsvisie richt de provincie zich op langetermijnambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: • Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. • Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot.

• Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. • Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. De vijf geschetste bewegingen staan niet op zichzelf. Samen met de randvoorwaarden en ontwikkelprincipes uit het onderdeel Leefomgevingskwaliteit, vormen ze de provinciale visie. De provincie hanteert de ontwikkelprincipes om een hoge leefomgevingskwaliteit te kunnen (blijven) bieden. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen en moeten ook als zodanig worden gelezen, zo wordt in de visie beschreven. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. De systematiek van de visie impliceert dat diverse gebieden een samenhang kennen van verschillende bewegingen en ontwikkelingsprincipes.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 13

De provinciale hoofdambitie is dat er een balans is tussen economische groei en leefbaarheid. Het verbeteren van de leefomgeving en het omgaan met klimaatverandering zijn daarbij speerpunten. De basisrandvoorwaarden gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. De vier generieke ontwikkelprincipes gaan over landschap, natuurinclusiviteit, clustering van activiteiten en de samenhang tussen de bovengrond en de ondergrond. Het plangebied ligt in het deelgebied West-Friesland. West-Friesland heeft bijzondere eigenschappen. De regio is een mini-schiereiland op het schiereiland dat Noord-Holland heet, omringd door het water van het IJsselmeer en Markermeer, de vroegere Zuiderzee. Specifiek voor de planlocatie is van belang dat de provincie streeft naar het in overeenstemming brengen van vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief). De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Omgevingsverordening NH 2020 De omgevingsverordening NH 2020 is op 22 oktober 2020 vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland.

De belangrijkste onderwerpen uit de omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.

Afbeelding: Ligging plangebied in buiten stedelijk gebied.

Volgens de Omgevingsverordening NH 2020 bevindt het plangebied zich in buiten stedelijk gebied (oftewel landelijk gebied). Kleinschalige woningbouwontwikkeling op locaties waar nog geen bouwperceel is, is mogelijk indien daarover binnen de regio schriftelijke afspraken zijn gemaakt. Daarnaast is bij beëindiging van agrarische bedrijven of bij beëindiging van stedelijke functies het mogelijk om kleinschalige woningbouw toe te staan in de vorm maximaal 2 woningen als vervolgfunctie bij bijvoorbeeld voormalige agrarische bouwpercelen

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 14

Aangezien het plangebied reeds een woonbestemming met bouwvlak gelden er vanuit de verordening geen relevante bijzondere bepalingen. Ter plaatse gelden regels ten aanzien van het peilbesluit, bodemsanering en het gebruik van het luchtruim in relatie tot het nabij gelegen Natura 2000-gebied. In hoofdstuk 4 wordt nader ingagaan op het nabijgelegen Natura 2000gebied. Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Het belangrijkste van toepassing zijnde werkingsgebied is het ‘Noord-Holland Noord landelijk gebied’. De toevoeging van een woning is in overstemming met de regels van artikel 6.10, lid 1 en 2 van de OVNH2020. Voorwaarde is dat de extra woning in overeenstemming moet zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Er is ambtelijk al regionale instemming geweest op het woningbouwplan. Bestuurlijk gebeurt dat tijdens de VVRE vergadering van 6 oktober. Het bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in het provinciaal beleid. 3.4.

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie gemeente Medemblik 2012-2022 In de op 28 februari 2013 vastgestelde Structuurvisie 2012-2022 van de gemeente Medemblik 'Sterke kust en sterk achterland' is het beleid van de gemeente Medemblik vastgelegd. Medemblik wil het vestigen in de gemeente zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met oog voor realiteit stimuleert de gemeente dorpsvernieuwingen en geeft ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Deze ruimte vult de gemeente als volgt in:  Er zijn voldoende woningbouwlocaties aanwezig, waarbij de gemeente de vinger aan de pols houdt bij het op gang brengen van de ontwikkeling van de locaties.  Daarbij biedt de gemeente ruimte om programmatisch af te wijken van de oorspronkelijke plannen voor een locatie.  In de afweging van de locaties vormt de herontwikkeling van de kwaliteitslocaties (dorpsvernieuwing) een belangrijke rol om verpaupering in de dorpen tegen te gaan. De structuurvisie geeft aan dat de historische linten belangrijke structuurdragers zijn voor het gebied en fungeren als vestigingsplaatsen, dragers voor nieuwe ontwikkelingen. In het lint wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De bebouwing oriënteert zich op het lint. Uitgangspunt is het in stand houden en versterken van de laanbeplanting in de linten. Functieverandering van bestaande panden en herstructurering van locaties is mogelijk, verdichting niet gewenst.

Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Aangezien de bestaande schuur feitelijk het hoofdgebouw op het perceel betreft en gelet op de perceelsgrootte en ligging van het plangebied wordt het passend geacht om de schuur te wijzigen naar een twee-onder-één-

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 15

kapwoning. Het bestemmingsplan is in lijn met de Structuurvisie gemeente Medemblik 20122022. Programma Wonen 2018 t/m 2026 Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen 2018 t/m 2026 vastgesteld. In dit programma wordt gesteld dat West-Friesland een goedkoper en rustiger alternatief is voor de woningvraag in metropoolregio Amsterdam. Gemeente Medemblik heeft daarom de ambitie om zich hard te maken voor het realiseren van meer bouwvolume. Extra woningbouw is goed voor onze economie en vergroot het draagvlak voor onze lokale en regionale voorzieningen. In Medemblik is contingent beschikbaar voor 1.200 woningen in de periode tot 2026. Nieuwbouw vindt plaats in alle kernen. De gemeente maakt in het programma onderscheidt tussen 'harde plannen', die niet meer beïnvloedbaar zijn en de 'zachte plannen', die veelal nog gemakkelijker aangepast kunnen worden. Daarnaast kent het programma woningen 'tussendoor'. Na het aftrekken van het aantal woningen binnen de harde en zachte plannen wijst uit dat er nog marge is voor 75 woningen 'tussendoor'. Voor de verdeling van de woningen 'tussendoor' zijn beleidsregels gemaakt. Kernpunt is het bouwen voor kleine huishoudens (starters en senioren). Daarnaast moeten de woningen levensloopbestendig en aardgasloos zijn.

Ruimtelijke criteria zijn het open houden van de doorkijkjes in de linten, het saneren van locaties met milieuproblematiek en het voor wonen geschikt maken van gebouwen die van oorsprong een andere functie hebben (transformatie). Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Hiertoe sluit het initiatief aan op het Programma Wonen 2018 t/m 2026.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 16

HOOFDSTUK 4: 4.1.

OMGEVINGSASPECTEN

Water

Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de “Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw” ondertekend. Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de “watertoets” toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen in strijd met het bestemmingsplan”, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). Het regionale waterbeleid tot 2040 en de prioriteiten van de provincie op het gebied van waterveiligheid en schoon en voldoende (drink)water in de periode 2016-2021 is vastgelegd in de Provinciale Watervisie 2021. De Watervisie is een integraal onderdeel van het omgevingsbeleid. Er worden doelen gesteld voor primaire en regionale waterkeringen. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het Hoogheemraadschap staan (https://www.hhnk.nl/keur/).

Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Aangezien de bestaande schuur feitelijk het hoofdgebouw op het perceel betreft en gelet op de perceelsgrootte en ligging van het plangebied wordt het passend geacht om de schuur te wijzigen naar een twee-onder-éénkapwoning.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 17

Waterkwantiteit Als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan is er geen sprake van een verruiming van de bebouwingsmogelijkheden. Het nieuwe bouwvlak rond de bestaande schuur is kleiner dat het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan Dorpskernen III. Hiertoe is er geen noodzaak voor watercompensatie. Er worden voorts geen bestaande watergangen gedempt. Waterkwaliteit Bij de nadere uitwerking zal zoveel als mogelijk aangesloten worden bij de basisdoelstellingen van het waterschap (scheiden afvalwater/schoon hemelwater, vervuiling oppervlaktewater voorkomen, afkoppelen hemelwater van riolering, geen gebruik van uitlogende materialen). Waterkeringen en andere waterstaatkundige elementen Het plangebied is gelegen ter plaatse van (de beschermingszone van) een primaire waterkering. De bescherming van deze waterkering is in dit bestemmingsplan geborgd met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten kan alleen verkregen worden als er overleg met het waterschap plaatsvindt. De schuur is circa 20 jaar geleden vergund en gerealiseerd. Het bestemmingsplan voorziet niet in negatieve effecten op de bestaande waterkering. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect water uitvoerbaar.

5.2 Bodem Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik en dat het ruimtelijk plan uitvoerbaar is. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven. Beschouwing In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is door adviesbureau Grondslag het ‘Verkennend bodemonderzoek, incl. asbest Buurtje 3A te Andijk’ Uitgevoerd. Dit onderzoek, d.d. 13 januari 2021, is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 18

In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie zestien boringen verricht (nrs. 01 t/m 16). De boringen 01 t/m 03 zijn verricht ter plaatse van de achterste schuur. Tevens zijn twee boringen (01 en 04) tot een diepte van 2,0 m-mv geplaatst voor het traceren van de slootdemping. De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Boring 09 is voorzien van een peilbuis. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn elf inspectiegaten gegraven (01 t/m 03, 05 t/m 08 en 10 t/m 13). De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Chemische kwaliteit bodem De gestelde hypothese dat verhogingen aan zware metalen en PAK kunnen worden verwacht in verband met de ophoging met puinhoudende grond, is niet bevestigd. In de bovengrond zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen, minerale olie, PAK en/of PCB aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhogingen gemeten. Tevens zijn in het grondwater lichte verhogingen gemeten. De gemeten lichte verhogingen vormen geen aanleiding tot nader onderzoek en ons inziens geen belemmering voor een wijziging naar een woonbestemming. Asbest De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is bevestigd. Nabij de oude schuur, maar ook elders op het terrein is asbest in de bodem aangetroffen.

Het asbest bij de oude schuur houdt mogelijk verband met het voormalige asbestdak. Het asbest dat elders is aangetroffen, is vermoedelijk te relateren aan de bijmenging van puin in de bodem. Het puin is over het gehele perceel in de bodem aanwezig. Daarom vormen de resultaten aanleiding tot een nader asbestonderzoek voor het gehele perceel. De opdracht hiervoor is reeds gegeven. De resultaten van het nader onderzoek worden separaat gerapporteerd. Nader onderzoek asbest Gezien deze beoordeling is door adviesbureau Grondslag het ‘Nader onderzoek asbest Buurtje 3a te Andijk’ uitgevoerd. Dit onderzoek, d.d. 8 februari 2021, is eveneens opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De locatie is voor het onderzoek verdeeld in drie ruimtelijke eenheden (RE I, II en III). Alle ruimtelijke eenheden zijn nader onderzocht op de aanwezigheid van asbest door middel van het graven van sleuven. Met het nader onderzoek is het gemiddelde gehalte aan asbest per ruimtelijke eenheid bepaald.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 19

Afbeelding: drie ruimtelijke eenheden nader asbestonderzoek (RE I, II en III).

Ter plaatse van RE III is een asbestgehalte aangetoond dat de interventiewaarde overschrijdt. Deze RE bestaat uit de sleuven SL01 t/m SL03 rondom de oude schuur en is rood gearceerd Op bovenstaande afbeelding. Het asbest is in zowel de grove als fijne fractie aangetroffen, in de puinhoudende bodemlaag die vanaf het maaiveld aanwezig is. Bij de sleuven SL01 en SL03 is de puin- en asbesthoudende bodemlaag 0,4 meter dik. Bij sleuf SL02 is de puin- en asbesthoudende bodemlaag 1,2 meter dik. In de onderliggende grond zonder puinbijmenging is geen asbest aangetoond. Uitgaande van een oppervlakte van circa 335 m² wordt de omvang van de asbestverontreiniging in RE III geraamd op 200 à 350 m³ (360 à 630 ton). Hierbij wordt er vooralsnog van uitgegaan dat de verontreiniging ook onder de schuur aanwezig is, maar dit is niet onderzocht. Ter plaatse van RE I is asbest in de grove fractie aangetoond, in een gehalte lager dan de interventiewaarde. Deze RE bestaat uit de sleuven SL04 t/m SL08 rondom de nieuwe schuur. Ter plaatse van RE II is geen asbest aangetoond. Deze RE bestaat uit de sleuven SL09 t/m SL13. Aanbeveling Ter plaatse van RE III is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest, conform de Wet bodembescherming.

Op basis van het Protocol Asbest uit de Circulaire Bodemsanering zijn er ons inziens geen actuele risico’s, aangezien de bodem begroeid is met gras en tevens voor een groot deel afgedekt met betonplaten. Als RE III echter regelmatig betreden wordt, wordt er aanbevolen om de bodem te saneren. Ook wanneer RE III een woonbestemming krijgt, wordt aanbevolen om de bodem ter plaatse te saneren.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 20

Op basis van het advies van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD.360388, d.d. 24 december 2021) is er door de omgevingsdienst een uitgebreide aanvullende risicobeoordeling uitgevoerd. In deze risicobeoordeling (OD.363586, d.d. 14 februari 2022) is aangegeven dat er geen actuele risico’s zijn, aangezien de bodem begroeid is met gras en tevens voor een groot deel afgedekt is met betonplaten. Uit de risicobeoordeling blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. Er zijn derhalve geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen functiewijziging. Wel moet de initiatiefnemer er rekening mee houden dat er geen graafwerkzaamheden in de bodem rond de schuur kunnen plaatsvinden en dat de vegetatie en betonplaten in stand moeten blijven. Hier zal aan worden voldaan. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect bodem uitvoerbaar. 4.2.

Flora en fauna

Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten-en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora-en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.

In de verordening van de provincie Noord-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Huisspitsmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Veldmuis, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos, Egel, Meerkikker en de Woelrat. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 21

Algemene zorgplicht Aangezien de schuur reeds is gerealiseerd worden er geen belemmeringen vanuit ecologie voorzien. Bij de aanleg van de tuinen zal de algemene zorgplicht in acht worden gehouden. Hierbij kan gedacht worden aan de onderstaande maatregelen:  Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna.  Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.  Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Deze aanbevelingen zullen in acht worden genomen tijdens de werkzaamheden op het perceel Berekening stikstofdepositie Voor de bouw en het gebruik is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. Hiertoe is er een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase en de aanlegfase uitgevoerd. Voorts is de memo Stikstofdepositie Buurtje 3A te Andijk, d.d. 25 juni 2021 opgesteld. In de memo worden de AERIUS-berekeningen nader toegelicht. Stikstofdepositie gebruiksfase Met behulp van de AERIUS-calculator is berekent wat de depositie is in de nieuwe situatie.

De depositie is berekent op de Natura 2000-gebieden:  Oudegaasterbrekken, Fluessen e.o. – 22,8 km afstand;  Eilandspolder – 25,5 km afstand. De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand, of zijn niet gevoelig voor de stikstofdepositie. De afstand van het plangebied tot het IJsselmeer bedraagt circa 190 meter. Het IJsselmeer is echter niet gevoelig voor de stikstofdepositie. Uit de berekening blijkt dat er tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie bouwfase Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet) in werking. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Aangezien de AERIUS-berekening voorafgaand aan 1 juli 2021 is uitgevoerd wordt in het onderstaande toch even ingegaan op de bouwfase. De werkzaamheden bestaan uit het verbouwen van een schuur naar woonruimte. Voor de bouwfase is berekent wat de depositie op de natuurgebieden is. De werkzaamheden worden verricht met handgereedschap. Wel ontstaat

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 22

er bouwverkeer. Het bouwverkeer betreft 20 verkeersbewegingen met middelzware vrachtwagens (tot 20 ton). Voor de bouwvakkers is dat 200 verkeersbewegingen met licht verkeer. Uit de berekening volgt dat er tijdens de bouwfase geen verhoogde depositie is op de Natura 2000-gebieden. Conclusie Er is geen sprake van een verhoging van de depositie tijdens de gebruiksfase. Er is geen sprake van een significant effect op een Natura-2000 gebied. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in relatie tot de aspecten flora en fauna uitvoerbaar.

4.3.

Cultuurhistorie en archeologie

Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads-en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5).

Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Aangezien de bestaande schuur feitelijk het hoofdgebouw op het perceel betreft en gelet op de perceelsgrootte en ligging van het

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 23

plangebied wordt het passend geacht om de schuur te wijzigen naar een twee-onder-éénkapwoning. Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge het bepaalde in het vigerend bestemmingsplan een bijzondere bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Deze bescherming is voor het grootste gedeelte van het plangebied geregeld met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3. Met deze dubbelbestemming is bepaald dat er onderzoek naar eventueel aanwezige archeologische waarden nodig is als een ontwikkeling buiten de bestaande funderingen plaatsvindt, groter is dan 500m2 en dieper gaat dan 40 centimeter onder het maaiveld. Voor een klein deel aan de westzijde van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Met deze dubbelbestemming is bepaald dat er onderzoek naar eventueel aanwezige archeologische waarden nodig is als een ontwikkeling buiten de bestaande funderingen plaatsvindt, groter is dan 100m2 en dieper gaat dan 35 centimeter onder het maaiveld. Het totale bouwvlak van de bestaande schuur bedraagt circa 135 m2. Voor de gerealiseerde bebouwing geldt dat de oppervlakte aan grondroerende werkzaamheden kleiner is dan benoemd als onderzoeksgrens in beide archeologische dubbelbestemmingen. Voorts is de schuur circa 20 jaar geleden vergund en gebouwd en derhalve vinden er geen bodemroerende werkzaamheden plaats.

Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied geldt ingevolge het bepaalde in het vigerend bestemmingsplan geen een bijzondere bescherming van cultuurhistorische waarden. Raadpleging van de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie leert dat het plangebied deel uitmaakt van het ensemble West-Friesland Oost. Voor dit ensemble zijn in de leidraad drie provinciale kernwaarden aangegeven: 1. de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. In het ensemble vormt de Westfriese Omringdijk een herkenbare omlijsting van het oude zeekleilandschap van West-Friesland. In het Westfriese landschap zijn lokale landschappelijke verschillen ontstaan door de ontstaansgeschiedenis, de strijd tegen het water, de ligging en vooral de groei van de steden, de mate van ruilverkaveling en de huidige dynamiek. Het oostelijk deel van West-Friesland heeft landschappelijk gezien veel verwantschap met WestFriesland Midden en West, maar heeft wel deels een eigen ontstaansgeschiedenis en karakteristieken.

Het voorliggend bestemmingsplan en de verplaatsing van het bouwvlak ter plaatse van perceel Buurtje 3A heeft geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarden die samenhangen met het ensemble West-Friesland Oost. Het perceel heeft reeds een woonbestemming. De

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 24

toegestane bouwmogelijkheden worden voorts beperkt ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden vanuit het vigerend bestemmingsplan. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie uitvoerbaar. 4.4.

Geluid

In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt, dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Met het bestemmingsplan wordt een extra geluidgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk 30 km/uur wegen aanwezig. De Dijkweg echter betreft ten zuidwesten van het plangebied een 50 km/u-weg, voor het noordwestelijk deel geldt een 30km/uur regime. Gezien de onderlinge afstand en de tussenliggende bebouwing en bosschages wordt het niet zinvol geacht om een akoestisch onderzoek uit te laten voeren.

Er kan gesteld worden dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is.

30 km/uur

Dijkweg

50 km/uur

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 25

Wel moeten de woningen aan de eisen voldoen van nieuwbouw (waar verbouw en uitbreiding in het Bouwbesluit 2012 onder valt) zoals gesteld in afdeling 3.1 (geluid van buiten), afdeling 3.2 (geluid van installaties) en afdeling 3.4 (geluidwering tussen ruimten) van het Bouwbesluit 2012. Hier zal aan worden voldaan. Conclusie Het bestemmingsplan wordt in relatie tot het aspect geluid uitvoerbaar geacht. 4.5.

Lucht

Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant.

De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL.

Bestemmingsplan Buurtje 3A, Andijk

Pagina 26

Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ter plaatse van het perceel Buurtje 3A te Andijk gewijzigd naar een twee-onder-één-kapwoning. Hierbij wordt de positionering van het bestaande bouwvlak verplaatst. Door de wijziging wordt er ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan één extra woning toegestaan. Hetgeen met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt blijft daarmee ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. Ook leidt het bestemmingsplan niet tot overschrijding van grenswaarden. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar. 4.6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=f59ebf2c-21c3-4535-8944-1386f045c8fb