CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-21-375426 - Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadscommissie 29 april 2021, gemeente MedemblikBij agendapunt: Realiseren zonnepark Zwaagdijk 141 Zwaagdijk-Oost (pfh. H. Nederpelt)23.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

23 van 29

Voor de andere beschermde soorten, gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Europees beschermde soorten aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 5. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of in het algemeen belang.

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

24 van 29

BIJLAGE B KADESTRALE KAART

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

25 van 29

BIJLAGE C FOTO’S VELDBEZOEK

Figuur 7 Windsingel, fruitgaarde en braakliggende deel.

Figuur 8. Watergang ten zuiden van het plangebied

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

26 van 29

Figuur 9. Watergang en windsingel ten westen van het plangebied.

Figuur 10 Coniferenhaag Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

27 van 29

Figuur 11. Watergang in perceel 851

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

28 van 29

COLOFON QUICKSCAN ECOLOGIE ZONNEWEIDE ZWAAGDIJK

KLANT Chint Solar / Astronergy AUTEUR Jennifer van Kolck PROJECTNUMMER C05057.000258 ONZE REFERENTIE 083970222 D.1 DATUM 16 juni 2020 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Martijn Gerlach Specialist ecologie

Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com

Onze referentie: 083970222 D.1 - Datum: 16 juni 2020

29 van 29

ONDERWERP

ONZE REFERENTIE

Zonnepark Zwaagdijk - Aanvullende informatie vleermuizen en kleine marterachtigen DATUM

26 februari 2020 VAN

J. Osterthun AAN

H. Neuvel

Inleiding Op 19 augustus 2019 is aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (hierna OD NHN genoemd) om advies gevraagd over onder andere het ecologisch onderzoek waarvoor de rapportage van de quickscan (Arcadis, 2019. Quickscan Zonneweide Zwaagdijk. Ref. C05057.000258. D.d. 14 augustus 2019) is voorgelegd. Op 30 augustus 2019 is door OD NHN een reactie gegeven (kenmerk OD NHN: OD.289491). OD NHN stelt dat aanvullende informatie over vleermuizen en kleine marterachtigen noodzakelijk is om te kunnen oordelen of aanvullende stappen in het kader van de Wnb noodzakelijk zijn. Voorliggende memo betreft een aanvulling op de quickscan waarbij ingegaan wordt op de vragen van OD NHN.

Vleermuizen Opmerking OD NHN “De windhaag aan de oostzijde zal worden verwijderd. Met het oog op de functies genoemd in bovenstaande passage, is niet voldoende gemotiveerd wat de effecten kunnen zijn van het weghalen van de windhaag. Daarbij dient o.a. nader te worden gemotiveerd waar de volgende conclusie m.b.t. de hoogte van de volgende groene lijnvormige elementen op is gebaseerd: “De windhaag en fruitbomen zijn te laag om als vliegroute voor vleermuizen te dienen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de voorgestelde maatregelen ter maatregelen ter mitigatie van foerageergebied m.b.t. omvang, tijdigheid en monitoring, voldoen aan de richtlijnen in de volgende passage uit het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis: “Belangrijke is dat het oppervlak waar gejaagd kan worden en vooral het insectenaanbod, niet onderdoet voor de oorspronkelijke locatie. Voor de prooidieren van de gewone dwergvleermuis is de aanwezigheid van water van belang. • Het vervangende foerageergebied moet tijdig voor aanvang van de activiteiten aanwezig zijn om de dieren het nieuwe gebied te laten ontdekken, zodat het voor ken kan functioneren. • Het vervangende foerageergebied moet tijdig voor aanvang van de activiteiten aanwezig zijn om de dieren het nieuwe gebied te laten ontdekken, zodat het voor hen kan functioneren.

• Het vervangende foerageergebied moet bij voorkeur gelegen zijn nabij het oorspronkelijke foerageergebied maar buiten de invloedssfeer van de activiteiten • Het vervangende foerageergebied moet bereikbaar zijn vanuit de verschillende vormen van verblijfplaatsen. • De genomen maatregelen moeten op hun effectiviteit gemonitord worden.”

Reactie Arcadis Omgeving Het plangebied heeft geen functie als verblijfplaats, gebouwen of met bomen (met voor vleermuizen geschikte holten) zijn niet aanwezig. Het is wel mogelijk dat vleermuizen vanuit de omgeving het plangebied gebruiken als foerageergebied of het gebied passeren en daarmee een functie als vliegroute heeft. Binnen het bedrijventerrein ten oosten van het plangebied zijn bedrijfspanden, kort gemaaid grasland en enkele bomenrijen aanwezig. De bomenrijen bestaan uit relatief jonge bomen. De bedrijfspanden zijn mogelijk functioneel als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige

Arcadis Nederland B.V., Mercatorplein 1, 5223 LL 's-Hertogenbosch

T +31 (0)88 4261 261

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504

www.arcadis.com

dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. De luwte van de bedrijfspanden en de houtsingels binnen het bedrijventerrein kunnen gebruikt worden om te foerageren. Ook kunnen vleermuizen zich langs deze lijnvormige elementen van de gebouwen en bomenrijen door het gebied bewegen en het plangebied bereiken (zie Figuur 1). Gelet op de aanwezigheid van jonge bomen, het hoge antropogene en monotone karakter van het bedrijventerrein en het ontbreken van bosschages, is aanwezigheid van een typische boombewonende soort zoals watervleermuis en rosse vleermuis praktisch uit te sluiten. Ten noord(oosten)en van het plangebied zijn ook bedrijfspanden aanwezig. Op circa 450 meter ten noorden van het plangebied is de Zwaagdijk gelegen, waar bakstenen woningen aanwezig zijn. Deze woningen vormen een potentiële verblijfplaats van gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. De genoemde gebouwbewonende soorten kunnen van de Zwaagdijk via het bedrijventerrein en de aanwezige watergangen het plangebied bereiken (zie Figuur 1). Ten noordwesten van het plangebied is een boomgaard met windsingel aanwezig waarlangs vleermuizen zich ook kunnen verplaatsen (zie Figuur 1).

Ter hoogte van de Zwaagdijk zijn ook relatief jonge bomen aanwezig en verder heeft het gebied een relatief kaal karakter waardoor ook hier typische boombewonende soorten zoals watervleermuis en rosse vleermuis uitgesloten worden. In de omgeving ten westen en zuiden van het plangebied zijn lijnvormige elementen zoals houstingels, bosschages en gebouwen niet aanwezig. Dit gebied kenmerkt zich als een kaal, open en monotoon agrarische gebied. Ten zuiden van het plangebied is ook de rijksweg N307 gelegen. Gelet op het open karakter van deze omgeving en de verstoring (kunstlicht) afkomstig van het verkeer is het niet aannemelijk dat vleermuizen via het westen en zuiden het plangebied bereiken.

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

2 van 8

Bedrijventerrein

Figuur 1 Luchtfoto plangebied (binnen geel en blauw contour). Globale ligging van mogelijke routes waarlangs vleermuizen zich richting het plangebied kunnen bewegen

Plangebied als vliegroutes Beschutte trajecten worden door vleermuizen veelal gebruikt als vliegroute (Kennisdocument Gewone dwergvleermuis). Deze vliegroutes worden gebruikt voor het bereiken van het foerageergebied na het verlaten van de verblijfplaats. Daarnaast zijn vliegroutes van belang indien vleermuizen zich door het gebied willen verplaatsen tijdens de migratie tussen zomer- en winterverblijfplaats en tijdens de zoektocht naar nieuw leefgebied (indien huidig leefgebied ongeschikt is geraakt). Het plangebied is gelegen aan de rand van bebouwd gebied. De lijnvormige elementen binnen het plangebied (zoals windsingel, haag, boomgaarden en watergangen) zijn mogelijk functioneel als vliegroute. Vleermuizen afkomstig uit het noord(oosten/-westen) kunnen zich via het plangebied richting het bedrijventerrein verplaatsen en vice versa, zie Figuur 2. Tijdens de migratie en de zoektocht naar nieuw leefgebied kan het plangebied mogelijk ook functioneel zijn als vliegroute. Alternatieve routes worden gevormd door het bedrijventerrein ten oosten van het plangebied. Vleermuizen die binnen het bedrijventerrein verblijven kunnen zich via de bedrijfspanden richting het noorden (Zwaagdijk) verplaatsen. Deze verplaatsing tussen leefgebieden geldt ook voor vleermuizen die ter hoogte van Zwaagdijk verblijven.

Tot slot verbindt het plangebied geen duidelijke, potentieel geschikte foerageergebieden. De lijnverbinding loopt als het ware dood op de provinciale weg en het

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

3 van 8

open agrarisch gebied. Ten zuiden van de weg ligt geen geschikt foerageergebied, waardoor eventuele exemplaren eigenlijk alleen richting oost kunne vliegen, waar ook andere, betere alternatieven aanwezig zijn en blijven. Geconcludeerd is dat het plangebied niet de enige of essentiële verbinding is tussen mogelijke leefgebieden en daardoor geen essentiële functie heeft.

Bedrijventerrein

Figuur 2 Luchtfoto met globale ligging plangebied (rood omkaderd). Globale ligging van mogelijke routes binnen het plangebied (paarse pijl). Mogelijke alternatieve route (oranje pijl) tussen potentieel leefgebied (blauw omkaderd) Plangebied als foerageergebied Het plangebied kenmerkt zich door fruitbomen, windsingels en hagen. Deze groenelementen zorgen voor luwe plekken waar gejaagd kan worden. Daarnaast vormt de watergang binnen het plangebied ook een plek waar vleermuizen insecten vinden. Als dekking door groen of bebouwing aanwezig is kunnen vleermuizen hier in principe foerageren. In de omgeving van het plangebied zijn ook andere potentiële foerageergebieden aanwezig die opvallen in het landschap en daarom mogelijk van essentieel belang zijn als foerageergebied zoals woningen met groene tuinen, braakliggend terrein, park en diverse watergangen, zie Figuur 3. Het is daarom aannemelijk dat vleermuizen voor hun voedsel ook terecht kunnen in de omgeving van het plangebied. Het is echter onbekend in hoeverre het plangebied en de omgeving van belang is als foerageergebied van vleermuizen. Gezien het grote aanbod van

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

4 van 8

groene tuinen en parkachtige structuren rondom de Zwaagdijk, zal het plangebied zeker niet essentieel zijn, mede ook door de ongunstig liggen ten opzichte van het bedrijventerrein en de open polder.

Bedrijventerrein

Figuur 3 Luchtfoto met globale ligging plangebied (rood omkaderd). Groenstructuren (groen omkaderd) en watergangen (blauw omkaderd) in de omgeving van het plangebied die waarschijnlijk functioneel zijn als foerageergebied (groen omkaderd) Conclusie Het plangebied vormt niet de enige mogelijke vliegroute tussen potentiële leefgebiedonderdelen van vleermuizen. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie als vliegroute heeft. Conform de werkzaamheden (Quickscan Zwaagdijk, paragraaf 2.2) wordt de windsingel ten westen en zuiden behouden waardoor de condities binnen het plangebied (zoals invloed wind voornamelijk vanuit het zuiden westen) nagenoeg hetzelfde blijft. Op de locatie van de te kappen conifeer aan de oostzijde van het plangebied wordt een nieuwe windsingel (bestaande uit els) aangeplant. Voor wat betreft lijnvormige elementen binnen het plangebied is alleen gedurende de realisatiefase sprake van een verandering maar gelet op de behouden windsingels en de te treffen mitigerende maatregelen (zie Quickscan Zwaagdijk, paragraaf 3.2.5.2) zijn negatieve effecten op vliegroutes uitgesloten.

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

5 van 8

Het plangebied vormt geschikt foerageergebied. Door het uitvoeren van de maatregelen (zie Quickscan Zwaagdijk, paragraaf 3.2.5.2 en Figuur 4 en 5) worden negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling voorkomen. Daarnaast dient er rekening mee gehouden te worden dat in de omgeving uitwijkplaatsen aanwezig zijn waar ook gefoerageerd kan worden. In het kader van de Wnb zijn voor vleermuizen verdere vervolgstappen niet aan de orde.

Kleine marterachtigen Opmerking OD NHN “Het is onduidelijk hoe m.b.t. kleine marterachtigen (in casu bunzing en wezel) “door het verwijderen van vegetatie” de volgende verboden kunnen worden overtreden (zoals aangegeven op p. 13): A: opzettelijk te doden of te vangen; B: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Immers, de rietlanden die van belang zijn voor de bunzing blijven bewaard en voor de wezel is het plangebied niet geschikt wegens het ontbreken van ondergroei, zo wordt elders in de quickscan gesteld (pagina 11 en pagina 9). Dit dient nader verklaard te worden. Op basis van de uitkomst van de toetsing m.b.t. kleine marterachtigen (uitkomsten: zie a en b hierboven) is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. De ecoloog heeft bepaald dat er mitigerende maatregelen nodig zijn. Verklaard dient te worden hoe de genoemde mitigerende maatregelen (behoud foerageergebied en passeerbaar maken van het hek) overtreding van de Wet door de onder a en b genoemde handelingen kunnen voorkomen.”

Reactie Arcadis In de Quickscan Zwaagdijk staat het volgende over kleine marterachtigen: • Paragraaf 3.2.2 (tabel 1): “Door het ontbreken van ondergroei onder de fruitbomen, windsingel en coniferenhaag biedt het plangebied geen geschikt habitat voor egel en wezel. De watergang aan de west- en zuidzijde van het plangebied heeft een rietoever. Dit rietland biedt geschikt leefgebied voor de bunzing. Daarnaast kunnen marterachtigen (bunzing en wezel) binnen het plangebied worden verwacht om te foerageren.” • Paragraaf 3.2.3 (tabel 2): “Het verwijderen van vegetatie kan leiden tot verwonden en doden van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals haas, muisachtigen en kleine marterachtigen. De werkzaamheden kunnen leiden tot het verwijderen van foerageergebied van kleine marterachtigen. Doordat er geen werkzaamheden plaatsvinden aan de watergangen met rietland aan de zuid- en westzijde van het plangebied, blijft leefgebied van de bunzing behouden.” • Paragraaf 3.2.5.2 (zorgplicht): “Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van het water af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet het water ingejaagd zodat ze verdrinken.” Het plangebied is mogelijk functioneel als foerageergebied van kleine marterachtigen. Verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen.

Door het volgen van de zorgplicht (Quickscan Zwaagdijk, paragraaf 3.2.5.2) wordt verwonden en doden van kleine marterachtigen voorkomen. Art. 3.10a is daarom niet van toepassing. Dit is aangepast in de quickscan. Door het verwijderen van vegetatie vindt mogelijk aantasting plaats van het foerageergebied van kleine marterachtigen. Dit kan een indirect negatief effect hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied. Een afname van het foerageergebied kan leiden tot een afname van de reproductie of de aanwezige dieren verlaten het territorium en gaan op zoek in de omgeving naar geschikt leefgebied. Art. 3.10b is daarom wel van toepassing. De inrichtingsmaatregelen ten gunste van de kleine marterachtigen (zie paragraaf 3.2.5.2 en Figuur 4 en 5) zoals aanleg kruidrijk grasland, rommelhoekje en toegankelijk houden van het plangebied (openingen in hekwerk heeft diameter van minimaal 20 centimeter) hebben tot gevolg dat het plangebied geschikt blijft als leefgebied. Daarnaast zorgen de zonnepanelen voor dekking waar ook prooidieren (zoals muisachtigen) van profiteren. Gedurende de realisatiefase zullen kleine marterachtigen verstoord kunnen worden. De werkzaamheden leiden echter ook tot verstoring onder prooidieren zoals muisachtigen. Dit leidt tot onrust onder de prooidieren waar kleine marterachtigen van profiteren.

Daarnaast blijft de boomgaard in het noorden behouden waardoor ook uitgeweken kan worden naar de omgeving. Op basis van deze bevindingen is

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

6 van 8

geconcludeerd dat negatieve effecten gedurende de werkzaamheden te verwaarlozen zijn. In het kader van de Wnb zijn vervolgstappen niet aan de orde.

Figuur 4 Ontwerp plangebied bovenaanzicht

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

7 van 8

Profiel 1

Profiel 2

Profiel 3

Profiel 4

Profiel 5

Figuur 5 Ontwerp plangebied zijaanzicht

Onze referentie:

- Datum: 26 februari 2020

8 van 8

ONDERWERP

PROJECTNUMMER

Quickscan NGE - zonnepark Zwaagdijk

C05057.000148.0100

DATUM

ONZE REFERENTIE

25 juli 2019

083968823

VAN

Bernard Slaa AAN

Tristan Simon

Topotijdreis Het gebied in de omgeving van Zwaagdijk is sinds de Tweede Wereldoorlog sterk veranderd. Verschillende polders zijn tegenwoordig bebouwd met bedrijventerreinen en de landbouwgrond is herverkaveld. Verder is eind jaren tachtig en begin jaren negentig gewerkt aan de aanleg van de provinciale weg N307. Hiervoor is ook een nieuwe watergang gegraven om de afwateringsfunctie van de Oude Dijksloot over te nemen.

Figuur 1. Uitsnede van topotijdreis van 1945 (boven) en 2018 (onder) van de projectlocatie.

Arcadis Nederland B.V., Lichtenauerlaan 100, 3062 ME Rotterdam

T +31 (0)88 4261 261

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504

www.arcadis.com

Indicatieve kaart militair erfgoed (IKME) In de directe omgeving van het plangebied worden geen militaire werken verwacht. Zwaagdijk was tijdens de oorlog een klein dijkdorp tussen polder Het Grootslag en de Sluispolder en was militair gezien niet interessant voor de Duitse bezettingsmacht.

Ruimingskaart BeoBOM In de omgeving van het plangebied zijn er in het verleden NGE geruimd. De dichtstbijzijnde ruimingen hebben plaatsgevonden aan de Zwaagdijk en het bedrijvenpark Wfo-West. Deze ruimingen dateren uit 1999 en 2013. De ruimingskaart geeft geen informatie wat voor soort NGE hier is geruimd. In de omgeving van het projectgebied hebben geen Duitse mijnenvelden gelegen.

Figuur 2. Uitsnede van de bommenkaart. Het oranje symbolen geven indicatief de locaties aan van explosievenruimingen. Het blauwe symbool geeft de indicatieve locatie aan van een luchtaanval/bombardement. In oranje is indicatief de locatie van het zonnepanelenpark weergegeven.

Literatuur Uit het standaardwerk En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog van G.J. Zwanenburg is een verwijzing gevonden naar een bombardement op Zwaagdijk. Dit bombardement vond plaats op 7 september 1943 waarbij ‘doelloos’ een klein aantal bommen werd afgeworpen.

VEO Bommenkaart / eerder uitgevoerd onderzoek Uit de VEO Bommenkaart blijkt dat een klein gedeelte van het plangebied is onderzocht door het explosievenopsporingsbedrijf ECG Explosive Clearance Group (tracé Westfrisiaweg, 242-007). Dit onderzoek is opgesteld volgens de oude normering (BRL-OCE).

Onze referentie: 083968823 - Datum: 25 juli 2019

2 van 4

Andere vooronderzoeken NGE die in de omgeving zijn uitgevoerd beslaan de N307 (Drechterlandseweg) en een 150kV-verbinding tussen Middenmeer en Westwoud. Beide onderzoeken zijn conform de huidige normering WSCS-OCE en zijn uitgevoerd door respectievelijk Bombs Away en ECG.

Figuur 3. Uitsnede VEO-Bommenkaart van Zwaagdijk-Oost en omgeving. Voor de donkerblauwe gebieden is een vooronderzoek NGE opgesteld. In oranje indicatief de locatie van het zonnepark.

Studiegroep Luchtoorlog Uit het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog (SGLO) blijkt dat er in de directe omgeving van Zwaagdijk twee vliegtuigen zijn neergestort. Het gaat hierbij om een noodlanding van een Nederlandse Fokker D-XXI op 10 mei 1940 en de crash van een Britse Vickers Wellington in de nacht van 12-13 juni 1941. De Nederlandse Fokker D-XXI was een klein jachtvliegtuig zonder het vermogen om vliegtuigbommen mee te voeren. De Vickers Wellington was een middelzware bommenwerper met een bommenruim geschikt voor maximaal 2.000 kilogram aan vliegtuigbommen. De Wellington die bij Zwaagdijk neerstortte kwam terecht ter hoogte van de Zwaagdijk Z.22A bij Wervershoof.

Bodemdata Uit boorprofielen van het DINOloket is op te maken dat het plangebied bestaat uit een bodemlaag van klei tot een diepte van 6,00 meter, afgewisseld met soms een dunne laag veen van 10 cm tot 30 cm. De eerste harde zandlaag begint op 10 à 11 meter minus maaiveld.

Oorlogsmonumenten Binnen de gemeente Medemblik zijn er een aantal oorlogsmonumenten opgericht. Eén van deze monumenten ligt in de omgeving van het projectgebied. Het gaat hier om het oorlogsmonument wat is opgericht voor de omgekomen RAF-bemanning van de neergestorte Vickers Wellington. Het monument zelf bestaat uit twee propellervinnen van het toestel. Op de site ‘tracesofwar.com’ staat het verhaal van de vliegtuigcrash. Uit dit verhaal valt op te maken dat het toestel op de terugweg was van zijn bombardementsvlucht en boven het IJsselmeer werd neergehaald door een Duitse nachtjager. Het toestel stortte vervolgens neer achter de woning Zwaagdijk Z 22A (nu Zwaagdijk-Oost 30). Eén van de zes bemanningsleden werd levenloos teruggevonden. De lichamen van de overige vijf bemanningsleden werden pas in de zomer van 1966 geborgen door de bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht.

Onze referentie: 083968823 - Datum: 25 juli 2019

3 van 4

Conclusie We hebben een Quickscan NGE uitgevoerd voor de beoogde zonnepark bij Zwaagdijk. De verwachting is dat wanneer er een vooronderzoek NGE volgens het WSCS-OCE wordt uitgevoerd gebieden niet verdacht zullen zijn. Echter, deze conclusie kan pas worden getrokken nadat dit vooronderzoek is uitgevoerd. Een Quickscan NGE heeft namelijk geen enkele wettelijke status (zoals geregeld in het WSCS-OCE).

Onze referentie: 083968823 - Datum: 25 juli 2019

4 van 4

Standpunt Klankbordgroep Wabo Onderwerp: Datum: Klankbordgroep: Ambtelijk aanwezig:

Realiseren zonneweide Zwaagdijk-Oost 28 januari 2020 S. Zeilemaker (voorzitter), D. Steltenpool, P. Mosch, G. Mos J.C. Neij, Y. Pijcke (afd. Omgevingszaken) M. Klaassen Bos (griffie)

1. Inleiding Het college heeft de Klankbordgroep Wabo om een standpunt gevraagd over een principeverzoek van de heer Fisher voor het realiseren van een zonneweide van circa 5 hectare op een locatie tussen de Zwaagdijk, de provinciale weg N307 en het bedrijventerrein WFO-West in Zwaagdijk-Oost. Aansluitend wordt er circa 1 hectare gerealiseerd op het water achter het bedrijf Action. Het totale vermogen zal circa 7,7 MWp (megawattpiek) bedragen en zal voor ongeveer 2.800 huishoudenequivalenten aan elektriciteit opwekken. Op 6 juni 2019 heeft de raad besloten mee te werken aan de verdere uitwerking van 4 principeverzoeken voor zonneweiden; daarvoor zijn in de vergadering van de commissie Ruimte aandachtspunten en door de raad kaders meegegeven. Dit principeverzoek is één van deze verzoeken. De locatie ligt in het bestemmingsplan “Buitengebied” en heeft de bestemming ‘Agrarisch’ met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor zonnepanelen anders dan op daken van gebouwen en overkappingen wordt tot een strijdig gebruik gerekend. Met een procedure “uitgebreide omgevingsvergunning” kan het college meewerken aan dit verzoek. De raad wordt gevraagd een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af te geven. De vergunning wordt verleend voor maximaal 25 jaar.

2. Bespreking Klankbordgroep Het verzoek van het college om een standpunt is in de vergaderingen van de Klankbordgroep van 28 januari 2020 en 4 februari 2020 besproken. De Klankbordgroep heeft de aanvrager en de omwonenden voor deze vergadering uitgenodigd. De Klankbordgroep overweegt dat: - Het om een particulier verzoek gaat, dat door de raad is uitgekozen om verder uit te werken; - De bezwaren van het naastliggende bedrijventerrein WFO zich richten op de beperking van de mogelijkheden om uit te breiden en het realiseren van een ontsluitingsweg; - De belangen van het bedrijventerrein nu bekend zijn bij de projectgroep voor de zonneweide; - Er nog geen concrete procedures zijn opgestart voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Mocht het college besluiten een omgevingsvergunning te verlenen, dan geeft de Klankbordgroep de tips om: - Het bedrijventerrein WFO te betrekken bij de projectgroep voor de zonneweide; - De trafohuisjes te verplaatsen zodat een eventuele toekomstige westelijke ontsluitingsweg van het ABC-bedrijventerrein makkelijker kan worden ingepast.

1

3. Standpunt De Klankbordgroep neemt een positief standpunt in over de medewerking aan dit principeverzoek.

4. Uitleg Klankbordgroep en procedure Het instellen van de Klankbordgroep is de uitkomst van een proces dat in 2011 is gestart met een unaniem aangenomen motie. In deze motie werd als doel gesteld dat inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium geïnformeerd moeten worden over wijzigingen in bestemmingsplannen en bouwplannen. Het doel van de Klankbordgroep is de participatie van omwonenden en betrokken organisaties (belanghebbenden). De belanghebbenden van een ontwikkeling worden in de fase van principeverzoeken betrokken bij de ontwikkelingen. Dat zorgt ervoor dat aandachtspunten in een vroeg stadium in beeld komen en meegewogen kunnen worden bij het verdere proces. Het college wordt geïnformeerd over het standpunt en de tips van de Klankbordgroep, evenals de aanvrager(s) en belanghebbenden. Het college kan aan de tips geen politieke legitimatie ontlenen.

5. Beknopt verslag van de bijeenkomst Aanvrager(s): - J. Fischer - G. Fischer - W. Guliker - S. Sloterdijk - A. Verhage - R. van Straten - F. van Gils

Zwaagdijk-Oost 141 Zwaagdijk-Oost 141 Chint Solar Chint Solar Zonnecoöperatie West-Friesland Zonnecoöperatie West-Friesland Arcadis Landschapsarchitectuur

Omwonenden/belanghebbenden: - F. Meester Ondernemers Federatie Medemblik WFO, namens de heer Vlaming - B. Koomen WFO, Action - J. Zuurbier Installateur/Projectontwikkelaar - P. van der Kolk Zwaagdijk 278

De voorzitter opent het openbare deel, heet de aanwezigen van harte welkom, stelt ze in de gelegenheid zich voor te stellen, en stelt daarop de leden van de klankbordgroep voor. De voorzitter vertelt dat het doel van de bijeenkomst is om een standpunt in te nemen over het principeverzoek. Door deze bijeenkomst worden de omwonenden in een vroeg stadium bij het plan betrokken en gehoord. Hij stelt de vertegenwoordiger van de aanvrager in de gelegenheid het plan toe te lichten. Mevrouw Van Gils licht aan de hand van de presentatie de aanvraag en de uitgangspunten van de landschappelijke inpassing toe (zie bijlage). Met het waterschap wordt gesproken over de mogelijkheden voor drijvende panelen. De heer Guliker licht de sheet Financiële participatie en planparticipatie toe. Participatie kan op twee manieren: 1) plan-/procesmatig betrekken bij het project en het ontwerp 2) financieel. Ze hebben voor dit project aansluiting gezocht met de Zonnecoöperatie West-Friesland, de Werkgroep 2

Zwaagdijk Oost en de Dorpsraad. Het doel is om met een goed plan voor participatie te komen, dit wordt nog verder uitgewerkt. De voorzitter geeft aan dat het goed is om in de werkgroep ook de mensen op te nemen van de WFO. De heer Meester vindt het zonde dat het plan al zover is uitgewerkt, want vanuit het WFO zijn ze hier niet voor. Goed plan, maar niet op deze plek. Ze zijn niet tegen zonnepanelen. Zij willen de uitbreidingsmogelijkheid voor de WFO open houden. Hij vertegenwoordigt ook de ECWF, die zich bezig houdt met energievoorzieningen op bedrijventerreinen. Mevrouw Pijcke geeft aan dat door een aanpassing in de inrichting van het zonneweide een eventuele ontsluiting mogelijk zou kunnen blijven. De heer Van Straten licht aan de hand van de presentatie de standpunten en aandachtspunten m.b.t. de ontwikkeling van de zonneweide toe (zie bijlage). Over de toelichting op de wensen voor participatie door financiële fondsen en crowdfunding geeft de heer Mos aan dat de Klankbordgroep hier geen uitspraak over doet, omdat deze vooral gaat over de ruimtelijke aspecten. De heer Koomen zegt dat er vanuit het WFO samen met de Westfriese Bedrijvengroep is gekeken hoe ze kunnen verduurzamen. Er zijn genoeg grote ondernemers met daken die vol kunnen. In de discussie door allen over een extra ontsluiting wordt opgemerkt dat daarover nog weinig zeker is.

Het is goed dat de partijen nu in ieder geval op de hoogte zijn van elkaar wensen en plannen. De voorzitter bedankt de aanwezigen en geeft aan dat de Klankbordgroep een standpunt in zal nemen en daar wellicht ook tips bij zal geven. Dat standpunt wordt ook met de aanwezigen gedeeld.

3

Bijlage watertoets Voor de aanleg en het onderhoud van het zonnepark zijn er onderhoudswegen benodigd. Deze onderhoudswegen zijn opgebouwd uit een onderste laag bestaande uit Basetrac Duo-C en Basetrac Grid (rode lijn in Figuur 1) gevolgd door grof materiaal afgedekt door Basetrac Grid (groene lijn in figuur). Als toplaag wordt er een gravel laag aangebracht met een hellingspercentage van circa 2%. Een voorbeeld in de praktijk is te zien in Figuur 2. De richting van deze helling is naar de andere zijde dan een watergang is gelegen. Deze onderhoudswegen bestaan uit doorlaatbare structuren waardoor er geen verharding van het oppervlak plaatsvindt. Op de volgende pagina’s staat meer informatie over Bastrac Grid en Basetrac Duo-C.

Figuur 1 Verschillende lagen van onderhoudswegen bestaande uit Geogrid, Geotextiel en gravel.

Figuur 2 Voorbeeld van een onderhoudsweg

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

Legend Modules table 162 modules at 10°

A

A

Modules table 108 modules at 10°

Modules table 54 modules at 10° B

B

Modules table 18 modules at 10° Road in solar field Cadastral borders

C

C

Site boundary Site fence D

D

Gate

TR

SST

Transformer Station Combined Client/ Substation

Spare

E

E

Hedge

F

F

G

G

H

H

J

J

SS

T a Sp

re 01 TR

K

K

01 TR

L

L

M

M

Infobox:

N

N

generator parameters: total power DC:

6,531.84 kWp

modul:

12,096 x 540Wp ______________

total output AC:

4,250 kVA AC/ DC ratio:

P

inverter/station I:

17 x Sungrow 250HV inverter/station II: connection I:

P

-

1.4

connection II:

characteristics of frame: mounting system:

table type:

number of tables:

modul tilt:

tbd

-

-

15°

module area (projected):

modul orientation:

light row spacing:

selected shading angle:

-m²

South

Ø -m

-

site conditions: land size:

fence length

ha

Q

fence distance:

m

degree of latitude:

51.872°N

terrain height:

3m

degree of longitude:

-m

global radiation horizontal:

5.616°E

shading angle 21.12.:

______________

-

all mass in meter

Preliminary Design: General Plan Customer:

Q

General contractor:

Address:

___________________________ ___________________________

Astronergy GmbH Stephansplatz 2-6 20354, Hamburg, Germany

Telephone: +49 160 470 08 07 e-Mail: deniz.urla@astronergy.de

Solar Plant R

Editor:

2019/12/06 JOME

R

Drawing No.:

Check:

A

1. Issue

2019/12/06 JOME

Index

Change:

Date:

Name:

Allowed:

Scale:

Norm:

1:1250 Date:

Name:

Size:

Print date:

A0

2018/08/23

Path:

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

A0

Zonnepark Zwaagdijk-Oost | Landschapsontwerp Profiel 1

Pr el

ofi

Profiel 2

1:100

1

l3

fie

o Pr l2

Pr

e ofi

Profiel 3

fi ro

P

l fie ro

el

1:100

4

2

P

Profiel 4

1:100

1:100

Memo

datum aan van onderwerp projectnummer

31 maart 2021 Chint Solar, de heer W. Guliker MUG Ingenieursbureau, de heer R. Buringa Aeriusberekening ‘Aanleg zonnepark Zwaagdijk’ 20301390

Op verzoek van Chint Solar heeft MUG Ingenieursbureau een eerder gemaakte Aeriusberekening opnieuw uitgevoerd met de huidige versie van de Aeriuscalculator van RIVM. Het onderwerp van Aeriusberekening zijn de bouwwerkzaamheden voor het aanleggen van een zonnepark te Zwaagdijk. In deze memo zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de Aeriusberekening beschreven en is een samenvatting van de resultaten opgenomen. Uitgangspunten voor de berekeningen Op de voorgaande Aeriusberekening van 18 mei 2020 heeft gemeente Medemblik een aantal punten ter verwerking aangedragen. Deze punten heeft de heer Pach van de gemeente in een document (8 maart 2021/ kenmerk Z-20-110044) verzonden aan de heer Guliker van Chint Solar op 15 maart 2021. In deze nieuwe berekening zijn deze punten van de gemeente meegenomen, te weten: 1. De Aeriusberekening uitvoeren met de meest recente versie van de Aeriuscalculator (oktober 2020). 2. De export van de Aeriusberekening uit de calculator van RIVM als losse pdf-bijlage bij de memo voegen. 3. Het aantal draaiuren van bouwmachines wordt als ‘te laag’ beoordeeld, derhalve nu het dubbele aantal uren gerekend (conservatief, waar in voorgaande versie gerekend was met ervaring van Chint Solar). 4. De ontmanteling dient ook gerekend te worden ten aanzien van in te zetten machines, deze vindt echter pas plaats over 25 jaar, dus niet in hetzelfde jaar als de aanleg.

De ontmanteling wordt qua machines en werkzaamheden vergelijkbaar gesteld aan de aanleg, dus ook vergelijkbaar in resultaat (geen depositie). Er is geen berekening gemaakt voor de ontmanteling over 25 jaar. 5. De vermelde verkeersbewegingen voor de bouwfase waren aannemelijk, derhalve onveranderd. 6. In de gebruiksfase zal er incidenteel eens een controle zijn van apparatuur van het zonnepark. De bouwfase, inclusief verkeersbewegingen is vele malen omvangijker dan de verkeersbewegingen voor de controle in de opvolgende jaren/gebruiksfase. Omdat de bouwfase niet resulteert in een depositie in Natura2000 gebied, weten we al dat de aanzienlijk mindere verkeersbewegingen in de gebruiksfase zeker niet leiden tot een depositie in de gebruiksfase; derhalve ook niet apart berekend. Voor de berekening maken we gebruik van de huidige versie van de calculator, te weten: ‘Aeriuscalculator 2020’ van de Rijksoverheid/het RIVM. In de Aeriuscalculator hebben we de geraamde typen materieel geselecteerd, voor zover beschikbaar. Daar waar niet beschikbaar, zijn we uitgegaan van een laadschop, dit omdat het motorvermogen vergelijkbaar is. Zie hiervoor ook de tabellen onder ‘keuze in Aerius’. De mate van belasting van de motoren (gedurende de geraamde uren) wordt standaard ingeschat in de Aeriuscalculator en hebben we overwegend zo aangehouden (Bobcat 80% gekozen in plaats van 60%).

Uit het gekozen bouwjaar, het motorvermogen, de urenbesteding en de mate van belasting, resulteert de emissiefactor die de calculator meeneemt in haar berekening. Resultaat De Aeriusberekening, op basis van het geraamde materieel en de urenbesteding, resulteert niet in een stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

pagina 1 van 2

In de volgende tabel is de invoer voor de berekening, evenals het resultaat van de berekening weergegeven. De gewijzigde uren en gerelateerde emissie, ten opzichte van de vorige versie, zijn hierin geel gemarkeerd. De export van de Aeriuscalculator is op verzoek als separate bijlage toegevoegd aan deze memo.

projectnummer 20300318

pagina 2 van 2

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RgyXqfHiVSm3 (23 maart 2021) pagina 1/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=0bfd5db0-2a8b-44cd-8201-5cae9c9f4059