CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-21-375426 - Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadscommissie 29 april 2021, gemeente MedemblikBij agendapunt: Realiseren zonnepark Zwaagdijk 141 Zwaagdijk-Oost (pfh. H. Nederpelt)23.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Zonnepark Zwaagdijk Chint Solar

2 APRIL 2021

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Contactpersoon FRANK GIERMAN

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

2 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

INTRODUCTIE

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Planbeschrijving

6

1.2.1

Locatie

6

1.2.2

Huidige situatie

6

1.2.3

Toekomstige situatie

6

1.3

Benodigde vergunningen

7

1.4

Vooroverleg

8

1.5

Leeswijzer

9

BELEID

10

2.1

Europees en Rijksbeleid

10

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

11

2.3

Gemeentelijk beleid

15

MILIEU EN OMGEVING

18

3.1

Natuur

18

3.2

Landschap, opstelling en archeologie

19

3.3

Bodem

21

3.4

Water

22

3.5

Geluid

23

3.6

Luchtkwaliteit

23

3.7

Verkeer

24

3.8

Externe veiligheid

24

3.9

Conventionele explosieven

25

3.10

M.e.r.-beoordeling

26

HAALBAARHEID

27

4.1

Maatschappelijke haalbaarheid

27

4.1.1

Participatie in de planvorming

27

4.1.2

Financiële Participatie

27

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

3 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

5

4.2

Financiële Haalbaarheid

28

4.2.1

SDE++ Subsidie

28

4.2.2

De periode na de SDE++ Subsidie

28

4.2.3

Verwijderen van de zonneweide

28

4.2.4

Financiële haalbaarheid van participatie

29

4.2.5

Netaansluiting

29

4.2.6

Anterieure overeenkomst

29

CONCLUSIE

30

COLOFON

41

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

4 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

1

INTRODUCTIE

1.1

Aanleiding

Dhr Fischer nadert zijn pensioen en zoekt een duurzame bestemming voor zijn grond, waarbij hij en zijn familie op lange termijn eigenaar kunnen blijven van de percelen die al reeds lang in hun familie in bezit zijn. Samen met Chint Solar is hij voornemens een zonneweide te ontwikkelen in de gemeente Medemblik, provincie Noord-Holland. Chint Solar is ontwikkelaar van het project, en wordt daarbij ondersteund door Arcadis. Chint Solar onderschrijft als lid van sector organisatie Holland-Solar de gedragscode Zon-op-Land. Dit document is mede opgesteld met Natuurmonumenten, de Natuur & Milieu federaties, de Vogelbescherming en nog enkele andere partijen. Zie Gedragscode Zon-op-Land in paragraaf 2.1. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Zwaagdijk, de N307 en bedrijventerrein WFO-West in ZwaagdijkOost, zie Figuur 1-1.

Figuur 1-1 Plangebied zonneweide Zwaagdijk

Dit document is ter onderbouwing van de benodigde omgevingsvergunning hiertoe. Hierin lichten wij het project, de planologische verankering, de landschappelijke inpassing en de kansen voor het versterken van de aanwezige natuurwaarden nader toe.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

5 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

1.2

Planbeschrijving

1.2.1

Locatie

Tabel 1 Percelen en eigendom

Gemeente

Kadastrale gegevens

Oppervlakte (in m2)

Eigenaar

Medemblik

WVH00 - S – 267

71.000 m2

Dhr. Fischer

1.2.2

Huidige situatie

De beoogde locatie voor de zonneweide is een agrarisch fruitteelt perceel, weergegeven in Figuur 1-1. Het perceel is in eigendom van Dhr. Fischer (zie Tabel 1). De locatie ligt naast het bedrijvenpark WFO-West, een bedrijventerrein met een logistieke functie. Aan de noordzijde van de zonneweide bevindt zich de Zwaagdijk. Aan de zuidkant wordt het veld begrensd door een brede sloot en daarachter de provinciale weg N307. De locatie heeft een huidige agrarische bestemming en figureert als boomgaard. De huidige boomgaard heeft het einde van haar levensduur bereikt. De bomen worden in de loop van 2020/2021 verwijderd. In de tijd voordat met de realisatie van de zonneweide wordt begonnen, zal de grond worden gebruikt voor tijdelijk kleinschalig agrarische toepassingen (door bijv. akkerbouw of schapen).

1.2.3

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie wordt de agrarische locatie een zonneweide van met een omvang van circa vijf hectare. Zie Figuur 1-2 met de beoogde inpassing en Bijlage G voor de technische tekening. Het concept ontwerp heeft naar verwachting ongeveer 7000 kWp aan geïnstalleerd vermogen. Dit resulteert in een totale energieproductie van 6750 MWh per jaar wat voldoende elektriciteit is voor ruim 2000 huishoudens. Gezien de technologische ontwikkeling van de zonnepanelen zijn deze waarden indicatief. De zonneweide is zo ontworpen dat de tegen de tijd van de realisatie de best beschikbare technologie toegepast kan worden. Daarmee zijn de exacte technologische prestaties pas later definitief vast te leggen. Op de locatie worden de volgende objecten gerealiseerd: • • • •

Hekken voor de afscheiding van het terrein; Transformatiehuizen; Zonnepaneelrekken met daarop gemonteerde zonnepanelen, daaronder de omvormers; Een duiker, die niet in strijd is met het bestemmingsplan.

Het realiseren van een zonneweide betekent dat op de locatie een tijdelijke functie (25 jaar, ingaande vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark) wordt toegevoegd. De duiker betreft een tijdelijk bouwwerk ingaande vanaf de realisatie tot het einde van de levensduur van de zonneweide.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

6 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 1-2 Locatie en inpassing van de voorgenomen activiteit

1.3

Benodigde vergunningen

In onderstaande Tabel 2 zijn de benodigde vergunningen voor uitvoering van het werk opgenomen. Tabel 2 Procedure en omschrijving

Procedure

Omschrijving

Strijdig gebruik Op de betreffende locatie rust momenteel onder andere de bestemming “Agrarisch”, Omgevingsvergunning waarbinnen een zonneweide niet is toegestaan. Een zonneweide staat niet ten dienste van de bestemming Agrarisch. Bouwen Er wordt een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van zonnepanelentafels, hekwerk en de te realiseren duiker.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

7 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Procedure

Omschrijving Werken en/of werkzaamheden uitvoeren Vanwege het aanbrengen van beplanting binnen de dubbelbestemming “Leiding – Hoogspanningsverbinding”. Uitrit aanleggen of veranderen Betreft een nieuwe uitrit aanleggen ter ontsluiting van de zonneweide. Met deze uitrit wordt de zonneweide aangesloten op de Zaadmarkt waarmee het toegang creëert voor hulpdiensten en voor de aanleg en beheer van de zonneweide.

Watervergunning

Onderhavig document dient ter onderbouwing voor het realiseren van een duiker en de gedeeltelijke demping van oppervlaktewater die daaruit voort komt. De compensatie wordt gerealiseerd door in de nabije omgeving van de geplande locatie van de duiker een stuk van de oever af te graven. Deze grond zal vervolgens worden gebruikt voor (een deel van) de aanleg van de duiker. De duiker is niet strijdig met het bestemmingsplan. Ontheffing Soortenbescherming Zoals gebleken uit de quickscan ecologie is er geen sprake van aanwezigheid en/of verstoring van beschermde soorten. Zie paragraaf 3.1. Ontheffing is zodoende niet aan de orde.

Wet Natuurbescherming

Gebiedsbescherming Het plangebied is niet in/of nabij Natura2000 gebied gelegen. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn ook uitgesloten. Zie resultaten Aerius-berekening paragraaf 3.1. Gebiedsbescherming is zodoende niet aan de orde. Kapmelding De te vellen houtopstanden (fruitboomgaard en coniferen) vallen niet onder de reikwijdte van de kapmelding natuurbescherming.

Verscheidene activiteiten die bij deze zonneweide horen zijn niet vergunningsplichtig. Deze zijn: • •

Het realiseren van verharding; Het realiseren van een transformatorhuisjes en inkoopstation.

Voor de aanleg en het onderhoud van het zonnepark zijn er onderhoudswegen benodigd. Het realiseren van verharding heeft geen vergunningplicht vanwege het gebruik van half-verharding waardoor de paden waterdoorlatend zijn. Zie paragraaf 3.4 voor een nadere uiteenzetting. Voor de zonneweide worden twee transformatorhuisjes en een inkoopstation gerealiseerd. Deze zijn vergunningsvrij. De beoogde transformatoren en klantstation worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 2.18.a van Bijlage II Besluit Omgevingsrecht: “een bouwwerk ten behoeve van een infrastructurele voorziening, voor zover het betreft ten behoeve van een nutsvoorziening, niet hoger dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 15 m2”. Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c van de Wabo (omgevingsvergunning onderdeel bouwen en strijdigheid) is zodoende voor deze bouwwerken niet vereist. De aanvraag omgevingsvergunning beperkt zich zodoende voor zowel het onderdeel strijdigheid, als bouwen, tot het zonnepark zelf (de tafels) en het hekwerk.

1.4

Vooroverleg

14 augustus 2019 is er een principeverzoek naar het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Medemblik gestuurd. Hierin werd het voornemen voor de zonneweide kenbaar gemaakt. Op 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad besloten mee te werken aan de verdere uitwerking van vier principeverzoeken voor zonneweiden waarvan dit voornemen er een is.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

8 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Advies principeverzoek Omgevingsdienst NHN De omgevingsdienst Noord-Holland-Noord (NHN) heeft op (29 augustus 2019) een reactie gegeven op het principeverzoek, zie Bijlage E. Op de aspecten bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid zijn er geen belemmeringen. Er is geen melding activiteitenbesluit vereist. Voor bodem is beschreven dat het geschikt is voor toekomstig gebruik echter bij de realisatiefase een bodemonderzoek vanwege ARBO-eisen aanbevolen is. De omgevingsdienst verzoekt nadere onderbouwing op het gebied van marterachtigen en vleermuizen en stelt dat een Aerius-berekening noodzakelijk is. Hoofdstuk 3.1 van deze Ruimtelijke Onderbouwing gaat dieper in op deze ecologische aspecten. Klankbordgroep WABO (28-01-2020) Op 28 januari 2020 is de klankboordgroep Wabo bijeengekomen. Deze groep was door het college gevraagd haar standpunt te geven op het principeverzoek voor de beoogde zonneweide. Op deze bijeenkomst is een presentatie gegeven over de beoogde zonneweide. De klankbordgroep gaf het college de volgende adviezen: Het bedrijventerrein WFO te betrekken bij de projectgroep voor de zonneweide en de transformatorhuisjes te verplaatsen zodat een eventuele toekomstige westelijke ontsluitingsweg van het ABC-bedrijventerrein makkelijker kan worden ingepast.

Naast deze tips neemt de klankbordgroep een positief standpunt in over de medewerking aan het principeverzoek. In 3.7 Verkeer en 4.1 Maatschappelijke haalbaarheid wordt hier nader op ingegaan.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de maatschappelijke en de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de conclusie getrokken van deze ruimtelijke onderbouwing.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

9 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

2

BELEID

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan de verschillende vigerende beleidskaders.

2.1

Europees en Rijksbeleid

VN Klimaatakkoord Parijs Het klimaatakkoord Parijs 2020-2050 is een internationaal verdrag waarbij afspraken zijn gemaakt tussen 195 landen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit akkoord is in december 2015 gepresenteerd tijdens de VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. De belangrijkste punten van het akkoord zijn onder andere, de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2°C. Met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5°C. Het Klimaatakkoord treed dit jaar, 2020, in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. De Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs 2015 zijn op 28 juni 2019 gepubliceerd in het klimaatakkoord.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. In het tweede geformuleerde belang (paragraaf 3.1 van het SVIR) is gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt. In het SVIR is gesteld dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie. Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.

RES-directive (herziende versie 2018) Vanuit Europa verplicht de Renewable Energy Directive (RES-directive), oftewel de EU-richtlijn Hernieuwbare energie, lidstaten om met duurzame energie aan de slag te gaan. De EU heeft als doel om de uitstoot van broeikasgassen in de EU-landen te verminderen en om andere landen te bewegen om hetzelfde te doen. Eén van de doelstellingen van deze richtlijn is tegen 2030 het aandeel duurzame energie, waaronder zonne-energie, te verhogen tot 32% van het totale energieverbruik in de EU1. Hierbij zit een clausule voor een mogelijke verhoging van de doelstelling tegen 2023. In het in september 2013 ondertekende Energieakkoord heeft Nederland zich gecommitteerd aan een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023.

Klimaatakkoord Het klimaatakkoord werd op 28 juni 2019 gepresenteerd door het kabinet. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. In het klimaatakkoord (hoofdstuk C5.5) wordt zonne-energie, samen met wind op land, benoemd als een van de primaire manieren van energie opwek op land.

1 https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy/renewable-energy-directive/overview

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

10 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Gedragscode Zon op Land In november 2019 heeft Holland Solar, binnen een consortium met onder andere Chint Solar en meerdere landelijke natuurorganisaties (waaronder Greenpeace, Vogelbescherming, Milieudefensie en Natuurmonumenten) een gedragscode opgesteld. Naar eigen zeggen een “Code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten”. Er worden principes geschetst die bij de vormgeving en totstandkoming van een zonnepark in acht genomen dienen te worden. Drie principes zijn daarbij leidend: • • •

Samenwerking met stakeholders; Meerwaarde voor de omgeving; Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk.

Elk van deze drie principes zijn vanaf het begin van de planvorming meegenomen in het werkproces. Samen met de bevoegd gezagen en het naastliggende bedrijventerrein is vorm gegeven aan dit project. Zoals in hoofdstuk 3 wordt uiteengezet, creëert deze zonneweide meerwaarde voor natuur en omgeving. Bij beëindiging van de zonneweide (25 jaar), wordt deze volledig ontmanteld en is agrarisch gebruik weer mogelijk. Onderhavig project is aldus volgens de principes van de Gedragscode Zon op Land ontwikkeld.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

De provincie Noord-Holland heeft een omgevingsvisie NH2050 opgesteld in 2018. Hierin wordt de energietransitie als een van de acht urgente ontwikkelingen genoemd voor de leefomgeving van NoordHolland. De ambitie is om in 2050 een klimaat neutrale provincie te zijn. Er moet een duurzame energiemix op land ontwikkeld worden. Naast de 2050 ambitie heeft de provincie ook een ambitie voor 2020. Deze ambitie is omschreven in de beleidsagenda Energietransitie Noord-Holland uit 2016. Samen met de andere noordelijke provincies van Nederland (Groningen, Drenthe en Fryslân) is een energieagenda opgesteld waarin staat dat voor 2020 21% duurzame energieopwekking het doel is. Een van de thema’s in de beleidsagenda is de lokale productie van duurzame energie met zon, wind en biomassa, waarmee zonne-energie een belangrijk onderdeel vormt van de beleidsagenda. De provincie heeft stimuleringsinstrumenten voor zon, waaronder het bevorderen van de juiste oriëntatie bij nieuwbouw, stimuleren van zonne-energie op bestaande bebouwing en het benutten van meervoudig ruimtegebruik. Buiten de bebouwde omgeving kan zonne-energie worden opgewekt via zonneakkers. De provinciale regelgeving voor zonneweiden is opgenomen in artikel 23a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de bijbehorende Uitvoeringsregeling ‘opstellingen voor zonne-energie in landelijk gebied’.

De verordening stelt waar zonneweiden kunnen komen en de Uitvoeringsregeling stelt hoe zonneweiden eruit moeten komen te zien. De landschappelijke waarden van de provincie staan beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018.

Provinciale verordening en Uitvoeringsregeling 2019 In de provinciale verordening staat dat voor een opstelling voor zonne-energie er een omgevingsvergunning vereist is (artikel 32a, provinciale verordening). Daarnaast zijn er enkele gronden in de provincie waar zonne-energie niet toegestaan is, zoals UNESCO-werelderfgoederen, bufferzones en weidevogelleefgebieden. De beoogde locatie ligt in geen enkele van deze gebieden (zie Figuur 2-1). In hetzelfde artikel staan nog meerdere voorwaarden. Zonnevelden kunnen een tijdelijke omgevingsvergunning krijgen voor maximaal 25 jaar. Hierna moet de zonneweide volledig verwijderd worden. Voor de verwijdering zal voldoende financiële ruimte gereserveerd moeten worden.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

11 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2-1 De blauwe arcering duidt de beoogde locatie van de zonneweide aan, in het groen en geel respectievelijk de NNN gebieden en de weidevogelleefgebied

De Uitvoeringsregeling 2019 is van toepassing op een opstelling voor zonne-energie in de provincie NoordHolland die wordt mogelijk gemaakt op grond van artikel 32a, eerste lid, van de verordening. Artikel 32a van de PRV verwijst in lid 5 naar artikel 15 (Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van verstedelijking in het landelijk gebied en voor windturbines) en in lid 7 naar de nadere regels (zoals de Uitvoeringsregeling). De relevante regels uit de Uitvoeringsregeling staan in Tabel 3 opgenomen, met daarbij vermeld de wijze waarop deze regels in het ontwerp geïncorporeerd zijn. Tabel 3 regels Artikel 2 ‘De locatie en omvang van de opstelling voor zonne-energie’ en artikel 3 in de Uitvoeringsregeling

Artikel Lid

Regel

Aanpassing ontwerp

2

1

De locatie voor de opstelling voor zonne-energie is aan minimaal één zijde aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint.

Aan de oostzijde van de zonneweide bevindt zich het bedrijventerrein. Aan de noordzijde bevindt zich de Zwaagdijk met een lint van bebouwing.

2

2a & (…) 2b •

2

2c •

op een locatie die aan minimaal één zijde aansluitend is op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint en daarnaast aan nog twee andere zijden aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint, een rijksweg, provinciale weg of spoorweg: maximaal 25 hectare; met een maximale afwijkingspercentage van 10% ter behoeve van ruimtelijke kwaliteit

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

Andere categorie grootte.

De zonneweide past binnen deze categorie, het grenst aan drie kanten aan bestaand stedelijk gebied, een dorpslint en een provinciale weg.

12 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Artikel Lid

Regel

2

3

de oppervlakte van een opstelling voor zonne-energie De inpassing van de zonneweide geeft invulling niet groter zijn dan dat passend is binnen de aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. uitgangspunten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Dit wordt hieronder nader toegelicht. van de verordening.

2

4

De locatie voor de opstelling voor zonne-energie is niet aansluitend op een reeds bestaande opstelling voor zonne-energie.

Er zijn geen andere zonnevelden in de omgeving waarop dit zonneveld aansluit.

1

De hoogte van een opstelling voor zonne-energie bedraagt niet meer dan 1,50 meter gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil van de omliggende openbare wegen.

De maximale hoogte van de opstelling bedraagt 1,97 meter. Dit betreft een terrein dat tot -1,50 meter NAP ligt. De aangrenzende weg ligt gemiddeld meer dan 50 cm boven het perceel. Hierdoor komt de zonneweide niet meer dan 1,50 meter boven het straatpeil uit.

3

De bodem onder de opstelling wordt niet verhard of De bodem onder de panelen wordt niet verhard verdicht en wordt zoveel mogelijk ecologisch ingericht of verdicht, heel de zonneweide wordt en beheerd. ingezaaid met gras, inheemse bloem- en kruidensoorten die goed gedijen in de halfschaduw.

3

3

3

4

3

5

Aanpassing ontwerp

De terreinafscherming en rand van de opstelling voor zonne-energie zijn passend in de omgeving en worden zoveel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd.

De huidige windsingel rondom het perceel wordt gehandhaafd waardoor het zicht op de zonneweide vanaf de provinciale weg wordt ontnomen. Ook vanaf de andere zijden zal de zonneweide niet zichtbaar zijn.

De afstand tussen de opstelling voor zonne-energie en woonbebouwing bedraagt minimaal 50 meter.

De afstand tot de eerste woning bedraagt circa 250 meter.

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 De ruimtelijke kwaliteit en inpassing dient derhalve te worden onderbouwd aan de hand van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De inpassing van zonne-energie in het landschap is erg belangrijk, zeker gezien het open karakter van de omgeving van het plangebied. De provincie heeft ambities en ontwikkelingsprincipes voor het ensemble West-Friesland Oost, waarbinnen het plangebied is gesitueerd, opgesteld ten aanzien van landschap en cultuurhistorie: • •

Laat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek en aan het versterken van (de beleving van) openheid Positioneer ruimtelijke ontwikkelingen helder ten opzichte van de ruimtelijke dragers

Bovendien streeft de provincie naar ruimtelijke kwaliteit. Dat betekent dat zij streeft naar het behoud van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij tijdelijke functies in het landschap. Daarnaast dient het ontwerp een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein te bevatten, dat aansluit op het bestaande omringende landschap. Hoge hekken zijn niet gewenst.

Oost-west opstellingen In het document “Kwaliteitsimpuls Zonneparken”2, worden adviezen gegeven voor een goede inpassing. Hierin wordt verzocht om op te passen met oost-west opstellingen. Wanneer deze in een dakjesconstructie

2 https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Bouwen_wonen/Bouwen_in_landelijk_gebied/Beleidsdocumenten

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

13 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

worden gerealiseerd valt er minder licht en water op de bodem. Het advies is alleen voor een oost-west opstelling te gaan wanneer de bodem ‘het kan hebben’. De huidige bodem heeft jarenlang onder druk gestaan door het gebruik als boomgaard. Mest, gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. Een periode van rust waarin er niets met de bodem gebeurt zal de biodiversiteit ten goede komen. Als uitgangspunt voorafgaand aan de bouw wordt een kruidenmengsel ingezaaid met soorten die onder de nieuwe omstandigheden goed kunnen gedijen. De afstand tussen de panelen rijen is aan de bovenzijde 70 cm en aan de onderzijde 1 meter, zodoende kan er water en licht op de bodem vallen. Daarbij is er ook een ruimte tussen de panelen onderling waar water tussendoor afstroomt, om zo te voorkomen dat water op een geconcentreerde plek de bodem bereikt. Gecombineerd met het inzaaien van een gras-kruiden mengsel die in deze omstandigheden goed gedijt is hiermee een maatregelen pakket toegepast welke de vegetatie niet zal belemmeren. Gedurende de levensduur van de zonneweide zal de kwaliteit gemonitord worden. Mocht er een afwijking van de verwachting waargenomen worden dan zal er in overleg met een gekwalificeerd ecoloog verdere maatregelen genomen worden. Daarnaast is een oostwest opstelling ook landschappelijk gezien gewenst, zie paragraf 3.2 voor het milieuthema Landschap waarin dit wordt uitgediept.

NNN (Natuurnetwerk Nederland) Op Figuur 2-1 (zie hierboven) zijn de NNN-gebieden aangegeven op de kaart. de beoogde zonneweide ligt ver verwijderd van deze natuurgebieden. Het eerste natuurgebied ligt verder dan 1 km verwijderd van de zonneweide.

Aardkundige waarden Op Figuur 2-2 zijn met oranje de aardkundige waarden weergegeven op de kaart. De beoogde locatie voor de zonneweide ligt niet in de buurt van deze waarden (meer dan 600 meter).

Figuur 2-2 Snapshot van de aardkundige waardenkaart, in oranje aardkundige waarden ten opzichte van de beoogde zonneweide

Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Holland In navolging van het op 28 juni 2019 gepubliceerde klimaatakkoord zijn dertig verschillende regio’s in Nederland geselecteerd om een RES (Regionale Energie Strategie) op te stellen. De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor: Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

14 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

• • •

De opwekking van duurzame elektriciteit; De warmtetransitie in de gebouwde omgeving en; De daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

In de RES staat beschreven welke strategie de RES-regio hanteert om lokalen en regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. In de provincie Noord-Holland liggen twee RES-regio’s. De beoogde zonneweide ligt in de Energieregio Noord-Holland Noord3. In april 2020 is de voorlopige versie van het concept “Regionale Energie Strategie Noord Holland Noord” gepubliceerd. Op de plankaarten van dit document is de Zonneweide Zwaagdijk als potentiele projectlocatie opgenomen. Het voornemen past in de regionale energie strategie voor Noord Holland Noord, zie Figuur 2-3 waar zoekgebied 03 de onderhavige planlocatie betreft.

Figuur 2-3 RES deelregio West-Friesland, zoekgebied 03 betreft onderhavige planlocatie

Conclusie Het voornemen past binnen de provinciale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Daarnaast past het voornemen in de gestelde beleidskaders van de provincie om tot een goede ruimtelijke inpassing te komen.

2.3

Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan Het plangebied valt in het vigerende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied” (onherroepelijk 22 februari 2018), weergegeven op Figuur 2-4. De duiker valt onder het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Bedrijventerreinen” (onherroepelijk 04 juli 2013), weergegeven in Figuur 2-5.

3 https://energieregionhn.nl/documenten#conceptres

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

15 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2-4 Indicatieve ligging van het plot in plankaart “Buitengebied”

Figuur 2-5 Indicatieve ligging van de duiker in plankaart “Bestemmingplan – Bedrijventerreinen”

In Tabel 4 is aangegeven wat de bestemming is horende bij de kleuren en symbolen op de kaart in Figuur 2-4 en Figuur 2-5. Tevens wordt geconcludeerd of er sprake is van strijdigheid met de bestemmingen. Tabel 4 Bestemmingen en strijdigheid bestemmingsplannen “Buitengebied” & “Bestemmingsplan – Bedrijventerreinen”

Kleur op plankaart

Lichtgroen

Blauw

Bestemming

Bestemd voor o.a. • •

Agrarisch grondgebruik Ja. Tot strijdig gebruik wordt gerekend (56.1 i.): Zonnepanelen vallen niet • Get gebruik van gronden en bouwwerken onder agrarisch gebruik en voor zonnepanelen anders dan op daken zijn aangewezen als strijdig. van gebouwen of overkappingen

• • • •

waterlopen en waterpartijen; oevers, bermen en beplanting; groenvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, waaronder steigers, bruggen, dammen en/of duikers.

•

het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een Nee. omgevingsvergunning voor het bouwen Het oppervlak doorsnijding wordt verleend, zijn aangetoond dat: • geen archeologische waarden aanwezig ligt onder de drempelwaarde, zie 3.2. zijn; dan wel • dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel • dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord.

Agrarisch

Water

•

Kruisjes

Strijdigheid?

Waarde – archeologie 3

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

Nee. Duiker valt binnen bestemming water.

16 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Kleur op plankaart

Bestemming

Bestemd voor o.a. •

Vlak kruisjes Waarde – archeologie 2 rechtsonder

Horizontale vlak zuidkant

Leiding – hoogspanningsverbinding

•

• •

Strijdigheid?

het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Zelfde regels als waarde – archeologie 3 behalve: • Oppervlakte 100 m2 • Diepte 0,35 m

Nee. Het oppervlak doorsnijding ligt onder de drempelwaarde, zie 3.2.

bovengrondse en ondergrondse hoogspanningsverbindingen geen gebouwen en andere bouwwerken

Nee, alleen vergunningsplicht. Er wordt in deze bestemming een groene zone met ondiep wortelende beplanting gerealiseerd. Zie 3.1 onder paragraaf “Groene zone” voor een nadere uiteenzetting.

De gemeente heeft in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden opgenomen. In artikel 56.2.2 van het bestemmingsplan “Buitengebied”, ‘Afwijking zonnepanelen anders dan op daken’, staat dat met een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de strijdigheid aangegeven in artikel 56.1 i. mits: a. de zonnepanelen uitsluitend op bouwpercelen binnen de daarvoor op de verbeelding opgenomen bestemmingsvlakken of binnen de bouwvlakken binnen de op de verbeelding aangeduide agrarische bedrijfskavels worden toegelaten; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie, de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. De zonneweide is strijdig met artikel 56.2.2 a. In onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt inzichtelijk gemaakt dat er wordt voldaan aan de eisen in artikel 56.2.2 b. Voor de volledigheid – de duiker aan de oostzijde valt onder het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen”. In dit bestemmingsplan zijn duikers toegestaan op deze locatie. Deze duiker is zodanig ontworpen dat hij voldoet aan de in dit bestemmingsplan vastgelegde eisen aan een duiker. In het bestemmingsplan staat dat de doorvaarthoogte voor duikers ten minste 1,50 meter bedraagt. Zie Bijlage H voor de technische tekening.

Gemeente Medemblik duurzaamheidsbeleid De gemeente Medemblik heeft in de notitie Duurzaamheid het duurzaamheidsbeleid vastgesteld. Deze notitie zet vooral in op elektriciteitsproductie. Het doel is 20% hernieuwbare energieopwekking, 20% energiebesparing en 20% CO2 bespreking in 2020. In het ambitiedocument Holland boven Amsterdam 2040 heeft de gemeente het doel op 100% duurzame elektriciteit in 2040 gezet. In 2016 wekte de gemeente 12% van de energie duurzaam op, waarvan 10% van het totaal via HVC (afval) gegenereerd werd.

Conclusie Het voornemen is strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Het is wel in lijn met het overkoepelende duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

17 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3

MILIEU EN OMGEVING

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan diverse planologische en milieuhygiënische aspecten. Per aspect is beschreven wat de eventuele effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling.

3.1

Natuur

Voor de zonneweide is een quickscan ecologie uitgevoerd (14-08-2019), deze quickscan is bijgevoegd in Bijlage A. Uit deze quickscan is gekomen dat effecten op Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden uitgesloten zijn. Echter bij de werkzaamheden kan niet voorkomen worden dat foerageergebied van vleermuizen verloren gaat. Daarom is er op verzoek van het bevoegd gezag er aanvullende informatie geschreven die dieper ingaat op de effecten van vleermuizen en kleine marterachtigen en hoe eventuele effecten gemitigeerd kunnen worden (26-02-2020, zie Bijlage B). in de bijlage zijn de effecten beschreven voor zowel een zonneweide op land als op water. Onderhavige aanvraag en ruimtelijke onderbouwing betreft alleen een zonneweide op land zoals in bovenstaande hoofdstukken beschreven. Vleermuizen Vleermuizen worden niet uitgesloten in de quickscan ecologie. Echter, zoals wordt beoogd in Bijlage B, is de beoogde zonneweide niet de enige mogelijke vliegroute tussen potentiële leefgebied-onderdelen van vleermuizen. Het is daardoor uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie als vliegroute heeft. Met de in acht neming van de mitigerende maatregelen (hieronder), en de kennisneming dat andere foerageergebieden in de omgeving aanwezig zijn, zijn negatieve effecten op het beschikbare foerageergebied door de ontwikkeling voorkomen.

Hierdoor zijn verdere vervolgstappen, in kader van het Wnb niet aan de orde. Kleine marterachtigen Het bevoegd gezag verzocht gedetailleerdere informatie over de mitigerende maatregelen. In Bijlage B wordt deze extra informatie beschreven. De inrichtingsmaatregelen ten gunste van de kleine marterachtigen (zie de inrichtingsfiguren in Bijlage B, figuur 4 en 5) zoals aanleg kruidrijk grasland, rommelhoekje en toegankelijk houden van het plangebied (openingen in hekwerk heeft diameter van minimaal 20 centimeter hebben tot gevolg dat het plangebied geschikt blijft als leefgebied. Daarnaast wordt op basis van de beschreven bevindingen in Bijlage B geconcludeerd dat negatieve effecten gedurende de werkzaamheden te verwaarlozen zijn. In combinatie met de eerder beschreven inrichtingsmaatregelen en in acht nemende de mitigerende maatregelen zijn vervolgstappen in het kader van de Wnb niet aan de orde. De mitigerende maatregelen voor kleine marterachtigen zijn: • •

Behoud foerageergebied voor kleine marterachtigen binnen het plangebied. Dit kan door onder de zonnepanelen kruidenrijk grasland en een rommelhoekje binnen het plangebied aan te leggen. Zorg dat het hek rondom het plangebied passeerbaar is voor kleine marterachtigen.

Overige soorten Voor de algemeen voorkomende zoogdieren, vissen, amfibieën, vlinders en libellen dienen maatregelen in het kader van de zorgplicht getroffen te worden. Indien deze mitigerende maatregelen getroffen worden zijn vervolgstappen voor deze soortgroepen niet aan de orde. Voor de broedvogels (nest gedurende het broedseizoen beschermd) dienen in het kader van de Wnb mitigerende maatregelen getroffen te worden. De mitigerende maatregelen voor de broedvogels zijn: • • • •

Verwijder de vegetatie buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 1 september, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven; Voer de werkzaamheden in de watergangen uit buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 1 september, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven; Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden; Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

18 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Voor de zorgplicht worden in de quickscan maatregelen besproken waar tijdens de werkzaamheden aan gehouden zal worden. Natura2000-gebieden Effecten op gebieden bij de gebruiksfase zijn uitgesloten. Bij de aanlegfase van de zonneweide is geen sprake van significante stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Zie Bijlage J voor de Aerius-berekening. Groene zone Zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van het zonnepark wordt een groene zone gerealiseerd die zodanig wordt ingericht dat er ruimte wordt gemaakt voor dieren die voorkomen in de omgeving. Deze zones dragen bij aan meer bewegingsruimte en foerageergebied voor dieren en draagt daarmee bij aan de ecologische kwaliteit in de omgeving. De groene zone aan de zuidkant vind plaats in bestemming “Leiding hoogspanningsverbinding”, hierdoor zijn bepaalde ontwikkelingen niet mogelijk. Om te waarborgen dat er geen risico’s plaatsvinden wordt deze groene zone enkel aangeplant met ondiep-wortelende vegetatie, die niet hoger wordt dan een meter of twee.

3.2

Landschap, opstelling en archeologie

Landschap en opstelling Het plangebied ligt in het oude zeekleilandschap van het ensemble West- Friesland Oost. West-Friesland is ontstaan door opslibbing van zand en klei uit zee die zijn afgezet door het Zeegat van Bergen. Vanaf de IJzertijd vernatte het gebied waardoor veen tot ontwikkeling kwam wat vervolgens vanaf de vroege middeleeuwen in ontginning werd genomen. Omsteekt 1300 werd de Zwaagdijk aangelegd om de wateroverlast van de veenrivier de Kromme Leek tegen te gaan. De dijk is in de jaren 30 van de vorige eeuw weer afgegraven. Kenmerkend voor het plangebied is het lange lint van Zwaagdijk-Oost en de opstrekkende verkaveling haaks op het lint. In polder Het Grootslag is het oorspronkelijke karakter van het gebied door de ruilverkaveling en daarmee schaalvergroting verloren gegaan. Veel sloten zijn gedempt en het gebied is nu relatief grootschalig van opzet. Het gebied kende lange tijd vooral agrarisch gebruik (akkerbouw en fruitteelt) maar door de aanleg van bedrijventerreinen en agrarische bebouwing is ook de grootschalige openheid in polder Het Grootslag verloren gegaan en is het gebied nu matig open tot gesloten. In het West-Friese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste structuurlijnen. Het lint van Zwaagdijk-Oost is gelegen op de locatie van de oude Zwaagdijk.

Het lintdorp is beeldbepalend en van oudsher de ruimtelijke drager van verstedelijking. Langs het lint staan stolpboerderijen maar deze zijn niet opgenomen als provinciale stolpenstructuren in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De zonneweide wordt binnen het bestaande perceel met windsingels gerealiseerd, waarmee de ontwikkeling bijdraagt aan de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de landschappelijke karakteristiek. Aan de oostzijde worden enkele coniferen verwijderd en vervangen door een windsingel die aansluit bij de overige begrenzing van het plangebied. De huidige verkavelingsstructuur en het slotenpatroon blijven behouden. Evenals de zichtlijnen en de (beleving van) openheid tussen het bebouwingslinten van Zwaagdijk en Westwoud. De zonneweide wordt helder ten opzichte van de ruimtelijke dragers gepositioneerd. De ontwikkeling staat haaks op het lint van Zwaagdijk parallel aan de verkavelingsstructuur, wat voor een oost-west opstelling zorgt. Hiermee past een oost-west opstelling goed in het landschap. De structuur waarop de panelen bevestigd worden houdt een vrije ruimte ten opzichte van het maaiveld van ten minste 0,75 m (t.b.v. extensieve begrazing met schapen) en een maximale hoogte van 1,99 m. Dit blijft ruim onder de maximale hoogte van 1,50 m gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil van omliggende openbare wegen (het perceel ligt gemiddeld op ca.

-1,50 m NAP, de N307 en Zwaagdijk op ca. -0,60 m NAP en de Zaadmarkt op ca. -0,90 m NAP). Het perceel ligt gemiddeld -0,75 m lager dan het straatpeil van omliggende openbare wegen. Een maximale hoogte van 1,50 m gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil zou uitkomen op maximaal 2,25 m. Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

19 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 3-1 Doorsnede zonneweide Zwaagdijk

Aan de noordzijde blijft een deel van het perceel in gebruik als boomgaard. Naar het lint Zwaagdijk-Oost behoud het erf daarmee de representatieve uitstraling. Door het behoud van de windsingel sluit de begrenzing van het terrein aan op het omringende landschap en komt de zonneweide binnen een robuust groen raamwerk te liggen. Het terrein wordt ingezaaid met kruidenrijk grasland (het mengsel wordt geselecteerd dat het goed past bij de schaduwrijke omgeving onder de panelen). Aan de noord- en zuidzijde wordt ecologische kwaliteit toegevoegd in de vorm van laag struweel, takkenrillen en stobbenwallen. Door het behoud van de windsingel en ruime landschappelijke begrenzing met kruidenrijk grasland voegt de rand van de opstelling ecologische kwaliteit toe aan het bestaande landschap. De hekwerken worden aan de binnenzijde van de haag gerealiseerd en zijn passeerbaar voor kleine zoogdieren (onder het hekwerk wordt een ruimte vrijgehouden). De afstand tussen de opstelling en woonbebouwing bedraagt ruim 300 meter. Vanwege de grote afstand en het behoud van de windsingel zal de opstelling nagenoeg niet zichtbaar zijn vanuit de omgeving. De zonneweide vormt een passende overgang van het bedrijvenpark WFO naar het landelijk gebied. Aan de oostzijde van het perceel komt een onderhoudspad met halfverharding.

De transformatorhuisjes en andere voorzieningen worden centraal aan de oostzijde van de zonneweide gerealiseerd. Het perceel wordt ontsloten via de Zaadmarkt en het bedrijvenpark WFO. Het landschapsontwerp is als Bijlage I bijgevoegd.

Archeologie In het plangebied is een zone van 0,66 ha bestemd als archeologische waarde 2 (zie Figuur 2-4). Voor deze bestemming geldt en vergunningplicht indien bodem verstorende bouwwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en 0,35 meter diepte onder het maaiveld. De overige gronden binnen het plangebied zijn bestemd als archeologische waarde 3 waar minder strenge eisen gelden (500 m2 en 0,40 meter). Ingrepen in de ondergrond worden tot een minimum beperkt, het ontwerp is zodanig vormgegeven, dat verstoring van archeologische bodemschatten voorkomen wordt. Paalfunderingen van zonne-energie installaties hebben een smal profiel. De doorsnijding van de bodem in deze zoneweide is daardoor minder dan in het bestemmingsplan genoemde maximum. Zie Tabel 5 voor een overzicht. Tabel 5 Totaal oppervlakte bodemdoorsnijding

Archeologie 3 (hoeveelheid)

Archeologie 3 (m²)

Archeologie 2 (hoeveelheid)

Archeologie 3 (m²)

Staanders

1.586

1,1

216

0,156

Lengte kabelgoten (m)

500

400

-

-

Transformatoren

2

32

-

-

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

20 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Archeologie 3 (hoeveelheid) Inkoopstation

1

Archeologie 3 (m²)

Archeologie 2 (hoeveelheid)

Archeologie 3 (m²)

-

-

48

Totaal doorsnijding (m2)

481,14

0,16

Maximum toegestaan in bestemmingsplan (m2)

500

100

Conclusie Het aspect landschap en archeologie levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.3

Bodem

Volgens het bodemloket (bekeken op 13-02-2020) zijn er geen verontreinigingen bekent op het grondgeboden deel van de zonneweide (zie Figuur 3-2). De omgevingsdienst Noord-Holland-Noord heeft in het advies principeverzoek gesteld dat de bodem geschikt is voor toekomstig gebruik en dat een bodemonderzoek niet noodzakelijk is voor de vergunningaanvraag. Toch zal er voorafgaand aan de bouw een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd worden om vast te stellen dat de grond niet dermate vervuild is dat de bouwwerkzaamheden erdoor belemmerd zouden worden.

Figuur 3-2 Snapshot van het bodemloketkaart, met de ligging van de zonneweide

Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

21 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.4

Water

Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Bij de realisatie en de gebruiksperiode van de zonneweide is er geen sprake van het onttrekken van grond- of oppervlaktewater of het vrijkomen van water. Het ontwerp is zo vormgegeven dat er zo weinig mogelijk aanpassing aan de sloten is. Tevens wordt bij de werkzaamheden gehouden aan de geldende regels uit de keur (voornamelijk paragraaf 4.2.6). Er zijn geen grote grondwerkzaamheden voorzien. De aanleg van kabels en leidingen vindt plaats buiten de beschermzones van de watergangen en de meeste kabels worden onderaan de zonnepaneelmodulen opgehangen. Bij deze zonneweide wordt een toename van verharding door bijvoorbeeld onderhoudspaden en transformatorhuisjes beperkt door toepassing van half-verharding. Er is ruimte tussen de zonnepanelen waardoor het regenwater dat op de zonnepanelen valt afstroomt richting de bodem waar het water infiltreert. Samen met de half-verharde paden zijn er geen gevolgen voor de waterhuishouding. Onderhoudswegen Voor de aanleg en het onderhoud van het zonnepark zijn er onderhoudswegen benodigd. Deze onderhoudswegen zijn opgebouwd uit een onderste laag bestaande uit Geogrid (rode lijn in Figuur 3-3) gevolgd door grof materiaal afgedekt door Geotextiel (groene lijn in Figuur 3-3).

Als toplaag wordt er een gravel laag aangebracht met een hellingspercentage van circa 2%. De richting van deze helling is naar de andere zijde dan een watergang is gelegen. Deze onderhoudswegen bestaan uit doorlaatbare structuren waardoor er geen verharding van het oppervlak plaatsvindt. Zie Bijlage F voor een technische uiteenzetting onderhoudswegen.

Figuur 3-3 Verschillende lagen van onderhoudswegen bestaande uit Geogrid, Geotextiel en gravel

Duiker De bestaande toegangsweg over het erf van dhr. Fischer is niet voldoende breed en dragend om tijdens de bouw als toegang te kunnen fungeren. De duiker dient na realisatie ter plaatse te blijven als toegang voor de netbeheerder en hulpdiensten. In het bestemmingsplan wordt een duiker op deze plek toegestaan wanneer hij aan een aantal eisen voldoet met betrekking tot de doorvaarbaarheid. Uiteindelijk zal de duiker op geen enkele wijze een negatief effect op de waterhuishouding hebben. In het ontwerp van de duiker is daarmee rekening gehouden. De specificaties van de duiker is afgestemd met het hoogheemraadschap. Ter plaatse van de duiker zal de watergang versmallen naar 4 meter breed. Het straatoppervlakte op de duiker is drie meter. De totale lengte van de duiker zal 9,7 meter bedragen. Ter hoogte van de waterlijn wordt over een breedte van 3,10m en een lengte van 9,70m een strook aan het wateroppervlak onttrokken. Het hoogheemraadschap ziet dit als een demping. Voor deze oppervlakte van 30,07m2 wordt daarom in hetzelfde peilvlak een compensatie gerealiseerd. Deze compensatie wordt gerealiseerd door in de nabije omgeving van de geplande locatie van de duiker een stuk van de oever af te graven. Deze grond zal vervolgens worden gebruikt voor (een deel van) de aanleg van de duiker. Zie Bijlage H voor het ontwerp van de duiker.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

22 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Conclusie Het aspect water levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.5

Geluid

De totale geluidemissie van de zonneweide wordt bepaald door de transformatorhuisjes (inverter-stations). Het geluid van een inverter-station wordt veroorzaakt door de inverters, de transformator en de noodzakelijke koeling. In de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) publicatie ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden opgenomen tot een ‘rustige woonwijk’. Deze zonneweide valt onder categorie 2 (<10 MVA), wat betekent dat de geadviseerde richtafstand 30 meter is voor een rustige woonwijk. Vanaf de rand van het beoogde zonneweide tot de eerste boerderij is meer dan 300 meter en tot het eerste dorp 450 meter. Er is dus geen aanleiding om onaanvaardbare geluidshinder te verwachten.

Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.6

Luchtkwaliteit

In de gebruiksfase is er geen sprake van enigerlei emissies naar de lucht, die wijziging van de luchtkwaliteit tot gevolg kunnen hebben. De emissies tijdens de realisatiefase zijn afhankelijk van de geplande vervoersbewegingen. Voor de aanleg van het zonnepark zijn 566 vervoersbewegingen gepland, hiervan zijn 66 bewegingen zwaar vrachtverkeer. Met deze vervoersbewegingen is de NIBM-tool ingevuld. Hieruit komt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is en geen nader onderzoek nodig is, zie Figuur 3-4.

Figuur 3-4 Uitkomsten NIBM-tool

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

23 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.7

Verkeer

De zonneweide heeft in de gebruiksfase geen verkeersaantrekkende werking. Enkel gedurende de realisatiefase is er sprake van het aanleveren van materieel. Tijdens de realisatiefase wordt gebruik gemaakt van een duiker die de zonneweide ontsluit met de openbare weg. De beoogde duiker wordt vier meter breed. Beheer en onderhoud zal via het terrein van Dhr. Fischer lopen. De duiker heeft twee rollen: • •

De duiker vervult een rol voor de bereikbaarheid door de netbeheerder De duiker vervult een rol voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten

Vanuit de klankbord groep is de huidige problematiek rond de ontsluiting van het bedrijventerrein bekend. Met name door de toename van logistieke bedrijvigheid op een ontsluiting die eigenlijk niet voldoende capaciteit heeft ervaren ondernemers een grote druk op het verkeerssysteem. Om die druk te verminderen zijn er een aantal mogelijkheden in onderzoek, onder andere in samenwerking met de provincie. Vanuit de zonneweide hebben we rekening gehouden met een eventueel toekomstige ontsluiting. Er zijn geen bouwwerken zoals het station van de netbeheerder of transformatoren geplaatst op de oost-west as ter hoogte van de zaadmarkt. Hierdoor wordt een eventuele ontsluiting via de zonneweide in de toekomst niet uitgesloten. Ook ingeval van een uitbreiding van het bedrijventerrein naar de percelen ten westen van het zonnepark zou via dergelijke route verbonden kunnen worden met de Zaadmarkt. Het aanleggen van een dergelijke ontsluiting is als onderdeel van de scope van deze aanvraag niet aan de orde. Voor de realisatie van de zonneweide zijn verkeersbewegingen noodzakelijk. Deze zijn alleen tijdens de realisatiefase. Er wordt vanuit gegaan dat 500 personenvervoer en 66 vrachtverkeer verkeerbewegingen vereist zijn. Dit is geen onaanvaardbare toename en is alleen van tijdelijke aard.

Conclusie Het aspect verkeer levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.8

Externe veiligheid

Op basis van de Risicokaart4 (bekeken op 12-02-2020) valt de beoogde locatie van de zonneweide in geen invloedsferen (zie Figuur 3-5). De contour die zichtbaar zijn (zwarte stippellijn) overlapt niet de zonnecollectoren. De rode contour geeft alleen de terreingrens aan.

4 https://www.risicokaart.nl/

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

24 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 3-5 Snapshot Risicokaart

Binnen het plangebied worden geen objecten gerealiseerd waar personen kunnen verblijven. Zodoende is toetsing aan externe veiligheid niet noodzakelijk. Een zonneweide is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in die zin dat het geen object is van hoge infrastructurele waarde. Geadviseerd wordt om te werken volgens de VELIN Richtlijn 2015/6 voor grondroer- en overige activiteiten. Het plangebied wordt tevens omheind door een afrastering waardoor de kans op ongewenste betreding van het park geminimaliseerd wordt.

Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

3.9

Conventionele explosieven

Er is een Quickscan NGE (Niet gesprongen Explosieven) uitgevoerd op 25 juli 2019 voor de zonneweide. Uit deze quickscan kan worden geconcludeerd dat er een vooronderzoek NGE volgens het WSCS-OCE dient te worden uitgevoerd om aan te tonen dat het plangebied, zoals verwacht, niet verdacht is. Dit onderzoek zal 2 maanden voorafgaand aan de start van de bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. De quickscan is als Bijlage C bijgevoegd.

Conclusie Het aspect conventionele explosieven levert vooralsnog geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

25 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.10

M.e.r.-beoordeling

Voor het planologisch mogelijk maken van het zonneweide is een omgevingsvergunning nodig. Om te bepalen of voor de besluitvorming over de omgevingsvergunning een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt, is aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) getoetst. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn de activiteiten genoemd waarvoor door middel van een zogenoemde m.e.r.-beoordeling moet worden vastgesteld of sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. In het verleden werden de categorieën D 9, D 11.2 en D 22.1 5 als mogelijk relevante activiteiten voor de ontwikkeling van een zonneweide gezien. Uit jurisprudentie van augustus 2019 6 blijkt echter dat geen van deze categorieën van toepassing is op het zonneweide waar in onderhavige aanvraag vergunning voor wordt aangevraagd. Er geldt dan ook geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit wordt hieronder toegelicht. •

•

•

D 9 Landinrichtingsproject In genoemde uitspraak is aangehaald dat niet elke ontwikkeling in het buitengebied een landinrichtingsproject betreft. Een zonneweide is een tijdelijke inrichting, waarbij geen sprake is van een permanente functiewijziging van water, natuur, recreatie of landbouw. De uitspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 had betrekking op een zonneweide met een oppervlakte van 4,3 hectare. Een tijdelijke inrichting van een dermate beperkte omvang heeft onvoldoende substantieel karakter om aangemerkt te kunnen worden als landinrichtingsproject. Zonneweide Zwaagdijk heeft een totale omvang van 5 hectare welke, gelet op de ruimtelijke schaal en karakter van omringende percelen, ook als een beperkte omvang kan worden opgevat. Daarmee valt ook onderhavig zonneweide niet onder de reikwijdte van categorie D 9 van het Besluit m.e.r. D 11.2 Stedelijk ontwikkelingsproject Bij een stedelijk ontwikkelingsproject valt, volgens de Nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit, te denken aan bouwprojecten zoals woningen, parkeerterreinen, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Het kan per casus en per regio verschillen wat een stedelijke ontwikkeling is. Het belangrijkste is de vraag of er aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.

Een zonneweide wordt niet gezien als verstening of urbanisering van het buitengebied, en kan dan ook niet gelijk worden gesteld aan de eerder genoemde ontwikkelingen. De gevolgen voor het milieu zijn in de kern beperkt tot visuele hinder en landschappelijke aantasting. Een zonneweide kan zodoende niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. D 22.1 Industriële installatie Los van de al dan niet juiste cumulatieve uitleg van de passage “elektriciteit, stoom en warm water”, is categorie D 22.1 niet van toepassing op een zonneweide. Er wordt geen (thermische) energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar er wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Een zonneweide is dus niet een industriële installatie als bedoeld in categorie D 22.1 van het Besluit m.e.r.

Voor de beoogde ontwikkeling van het zonneweide geldt voorts geen m.e.r.-(beoordelings)plicht als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing.

5 Voor de toelichting op de activiteiten wordt verwezen naar bijlage 7 bij het Besluit m.e.r.

(https://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/2018-07-01#Bijlage) 6 Uitspraak Raad van State van 14 augustus 2019 (https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@117067/201807860-1-a1/) Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

26 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

4

HAALBAARHEID

In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke haalbaarheid (4.1) en de financiële haalbaarheid (4.2) van de voorgenomen activiteit besproken.

4.1

Maatschappelijke haalbaarheid

De energietransitie is een van de belangrijkste ontwikkelingen van deze tijd. Het heeft naast technische en ruimtelijke ook economische en maatschappelijke gevolgen. Iedereen zal betrokken moeten worden bij de overgang van fossiele naar duurzame bronnen van energie. Alle partijen die actief zijn in de energietransitie hebben dan ook een verantwoordelijkheid om belanghebbenden te betrekken. De plannen en ontwerpen voor de zonneweide Zwaagdijk zijn dan ook nog niet definitief waardoor er ruimte is voor aanpassingen en het meenemen van wensen. Het betrekken van belanghebbenden, oftewel participatie, valt uiteen in twee onderdelen: 1. Participatie in de planvorming 2. Financiële participatie Participatie in de planvorming betekent dat omwonenden en andere partijen die direct betrokken zijn bij de ruimtelijke impact van de zonneweide kunnen meedenken over de inrichting van de zonneweide. Financiële participatie gaat over het bieden van mogelijkheden om financieel deel te nemen in de ontwikkeling van de zonneweide en mee te profiteren in de opbrengsten van de duurzame energie productie.

4.1.1

Participatie in de planvorming

Vanaf begin van het initiatief in 2018 is met de directe buren gesproken. Dhr. Fischer heeft hier een belangrijke rol in gehad in het contact met zijn eigen buurt en buren. Toen gemeente Medemblik in de raad besloot het principe verzoek volgende fase in te laten gaan is het plan uitgewerkt in een landschappelijk in passingsplan. Dit plan is met de dorpsraad Zwaagdijk en de Zonnecoöperatie West Friesland gedeeld, als voorbereiding op de klankbordgroep. De klankbordgroep is een door de gemeente Medemblik georganiseerd proces teneinde draagvlak te creëren In de klankbordgroep, bestaande uit twee leden van oppositie- en twee van coalitie partijen, presenteert de initiatiefnemer het plan aan direct omwonenden, de dorpsraad, Zonnecoöperatie West Friesland en vertegenwoordigers van het bedrijventerrein WFO. In onze ervaring zijn we dit proces in Nederland nog niet eerder tegengekomen. Het is een effectief middel om draagvlak aan te tonen. Het verslag van de klankbordgroep met daarbij een positief advies ten aan zien van het initiatief is bijgevoegd als Bijlage D. Uit de Klankbordgroep komen twee concrete adviezen voor het vervolg: • •

Het bedrijventerrein WFO te betrekken bij de projectgroep voor de zonneweide; De trafohuisjes te verplaatsen zodat een eventuele toekomstige westelijke ontsluitingsweg van het ABCbedrijventerrein makkelijker kan worden ingepast.

4.1.2

Financiële Participatie

Samen met de Zonnecoöperatie West-Friesland worden verschillende mogelijkheden verkend. In April 2020 is een intentieovereenkomst getekend tussen Chint Solar Nederland Projecten B.V. en de Zonnecoöperatie West-Friesland (ZCWF) om de vorm van financiële participatie verder uit te werken. Hierin worden verschillende opties besproken waaronder: • • •

Geheel of gedeeltelijk eigendom van het project door de deelnemende leden van de ZCWF Leden van de ZCWF participeren middels het verkrijgen van obligaties in het project Andere vormen

De intentieovereenkomst wordt opgevolgd door een samenwerkingsovereenkomst als de vergunning definitief verleend is en het project een grotere zekerheid van realisatie heeft. Gedurende de vergunningsperiode werken Chint Solar en ZCWF samen in communicatie met de omgeving. Rond de periode van de ter

Onze referentie: D10003965:150 - Datum: 2 april 2021

27 van 41

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

inzagelegging zal een informatieavond worden georganiseerd waar behalve over het project ook verschillende participatie opties aan de aanwezigen voorgelegd kunnen worden. De werving van deelnemers zal startten zodra er duidelijkheid is over het project.

4.2

Financiële Haalbaarheid

In deze paragraaf behandelen we een aantal elementen rond de financiële haalbaarheid en de business case van grootschalige zonne-energie.

4.2.1

SDE++ Subsidie

De subsidies voor duurzame energie zijn productie subsidies die de onrendabele top afdekken. Dat wil zeggen dat de overheid via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een installatie subsidieert met een bijdrage boven op de marktprijs die nodig is om een investering mogelijk te maken. Hoe hoog die onrendabele top is, hoe hoog het gat is tussen marktprijs en benodigde vergoeding verschilt van project tot project en van technologie tot technologie. De RVO organiseert een veiling waaraan alle projecten met een definitieve omgevingsvergunning aan mee mogen doen. Zonne-energie concurreert met allerlei andere CO2 reducerende technologieën zoals CO2 opslag, biomassa, maar ook elektrificatie in de industrie. Iedere veilingronde daalt de maximale vergoeding per technologie om zo de markt te stimuleren goedkoper te worden. De openstelling van de veilingrondes zet druk om de ontwikkelaren en gemeentes om voor die datum een definitieve omgevingsvergunning af te geven. Vooruitkijkend naar de komende rondes zijn de data van openstelling nog niet vastgelegd. Waarschijnlijk zijn de volgende rondes in November 2020 en Juni 2021. Wanneer een SDE++ subsidie is beschikt heeft de ontwikkelaar nog 1 jaar om een aanneem-opdracht te overleggen en moet de installatie binnen 3 jaar aangesloten worden op het elektriciteitsnet. De SDE++ subsidie loopt voor een periode van 15 jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=0bfd5db0-2a8b-44cd-8201-5cae9c9f4059