CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 2 - Toelichting

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik (actualisatie)' (pfh. J. Broeders)15.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naar de mogelijke effecten van het opheffen van de onderbemaling zijn twee onderzoeken uitgevoerd: 1 van Dijk Geo- en Milieutechniek heeft onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4, Effecten peilverhoging watergang langs het voormalige DEK-terrein nabij Oostersingel en Vlietsingel) naar de invloed van de peilverhoging op de grondwaterstand. Er zijn peilbuizen geplaatst en boringen uitgevoerd. Er zijn handmetingen van de grondwaterstand en hoogtemetingen uitgevoerd en de diepte van enkele kruipruimtes grenzend aan de watergang zijn gemeten. Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode 23 mei tot en met 19 juli 2016. De conclusie van dit onderzoek is dat gedurende de meetperiode bij een verhoogd slootpeil geen grondwaterstanden zijn gemeten welke hoger komen dan de bodem van de kruipruimte. Dit duidt er op dat bij verhoging van het slootpeil geen extra grondwater in de kruipruimten is te verwachten. Bij twee peilbuizen P4 en P6 zijn afwijkende waterstanden geconstateerd, vermoedelijk als gevolg van opbolling van de waterstand tussen het DEK-terrein en de Vliestroom.

Er is aanbevolen om drainage aan te leggen om de opbolling tussen het DEK-terrein en de Vlietstroom te verminderen; 2 vervolgens heeft Wareco ingenieurs aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de optredende grondwaterstanden om de doelmatigheid van deze aanbeveling te beoordelen (zie bijlage 5, Beoordeling Geohydrologie voormalig DEK-sportterrein en Vlietsingel). Uit dit onderzoek blijkt dat peilverhoging geen extra grondwateroverlast ten opzichte van de huidige situatie veroorzaakt. Het aanleggen van drainage in de openbare weg wordt als niet doelmatig beschouwd, omdat de horizontale doorlatendheid van de aanwezige kleiachtige grond de drainwerking zal beperken. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente de conclusie getrokken dat een goede individuele drainage van de kruipruimte de enige goede maatregel is om de kruipruimte ook bij hevige regenbuien voldoende droog

26 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

te houden. Een dergelijke drainage had bij de bouw van de woning eigenlijk al aanwezig moeten zijn. Een goed werkende individuele drainage is een verantwoordelijkheid van de bewoners zelf. De peilverhoging zorgt bij de woningen aan de Vlietsingel (huisnummer 1 tot en met 53 oneven) bij hevige regenbuien voor het iets eerder ontstaan van water in de kruipruimte. De gemeente is daarom bereid om een deel van de kosten van een individuele drainage bij bovengenoemde percelen aan de bewoners te vergoeden. Zij zal de betreffende bewoners hierover in het eerste kwartaal van 2018 informeren. Daarnaast zal zij de grondwaterstanden in de komende periode blijven monitoren. De betreffende onderzoeksrapporten zijn via de website beschikbaar gesteld en in het bestemmingsplan opgenomen. De resultaten van deze onderzoeken bieden voor de gemeente voldoende basis om de peilverhoging in gang te zetten. De gemeente stuurt hiervoor een brief aan het Hoogheemraadschap met het verzoek om de door het Hoogheemraadschap afgegeven ontheffing voor onderbemaling in te trekken. Over de voorgenomen peilverhoging en de resultaten van de onderzoeken heeft afstemming met het Hoogheemraadschap plaatsgevonden. Beschoeiing De gemeente zet de peilverhoging in gang.

De gemeente legt beschoeiing aan bij de tuinen van omwonenden in de volgende situaties: - tuinen die nu nog niet aan het water liggen; - tuinen waar in de huidige situatie geen beschoeiing is aangelegd; - tuinen waar een onvoldoende hoge beschoeiing aanwezig is. In het eerste kwartaal van 2018 ontvangen bewoners van de Vlietsingel (huisnummer 1 tot en met 53 oneven) een aparte brief waarin wordt aangegeven welke situatie voor hen van toepassing is en welke werkzaamheden te zijner tijd worden uitgevoerd. Na realisatie van de nieuwe watergang wordt het onderhoud door het Hoogheemraadschap gedaan. Stabiliteit van taluds Aan de zijde van de bestaande tuinen en beschoeiingen worden de onderwaterprofielen niet vergraven. Mocht dit wel noodzakelijk zijn, dan wordt onderzocht of de bestaande beschoeiing voldoende tegendruk behoudt om stabiel te blijven en de onbeschoeide taluds stabiel blijven. Voor onbeschoeide taluds wordt een hellingshoek van 1:2 gehanteerd. Ook wordt rekening gehouden met het fenomeen loopzand. Loopzand doet zich voor in geval van fijn zand (opvulling voormalige getijde kreken) en een hoge kweldruk. Waterkwaliteit Hemelwater en huishoudelijk afvalwater worden gescheiden behandeld.

Niet alleen is de afvoer van schoon hemelwater naar de rioolwaterzuivering inefficiënt maar kan toevoer van hemelwater ook tot frequentere rioolverstoringen en een verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit leiden. Een verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit is niet toegestaan. In dit geval kan het hemelwater van schone oppervlakken direct worden afgekoppeld naar het nabijgelegen oppervlaktewater. Vanuit het oogpunt van de waterkwaliteit en met name door het ontbreken van doorspoelmogelijkheden zijn doodlopende einden in watergangen onwenselijk. Om deze reden zijn de meeste sloten door middel van duikers met elkaar verbonden. De doorvaarbaarheid van de bestaande duiker in de Vlietsingel wordt vergroot naar 1,40 m. Om bevaarbaar water te creëren, wordt het midden van de sloot naar een minimale diepgang van 1,00 m uitgegraven Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd.

27 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Onderhoud Binnen enkele jaren wordt het traject voor de overname van het onderhoud van het stedelijk water binnen de gemeente Medemblik opgestart. Dit traject beoogt de overdracht van het onderhoud van het natte profiel door de gemeente Medemblik naar het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de uitgangspunten voor het onderhoud. Conclusie Omdat er sprake is van een verhardingstoename van meer dan 2.000 m2, berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse plangebiedkenmerken een specifiek compensatiepercentage van 8 %. Hier zal aan worden voldaan door aanleg van open water. Voor lozingen op het oppervlaktewater zal de gemeente afspraken maken met het hoogheemraadschap. Ook wordt rekening gehouden met het afkoppelen van schoon hemelwater en dit water af te voeren op het oppervlaktewater. De gemeente zal de hemelwaterafvoersysteem nog nader uitwerken.

4.6

Natuur

Bij elk ruimtelijk plan wordt met het oog op de natuurbescherming het voornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderzocht of, ten gevolge van de geplande activiteiten, de gunstige staat van instandhouding van beschermde dier- en plantensoorten al dan niet in het geding komt. In bijlage 10 is de Natuurtoets in het kader van het woningbouwproject opgenomen. In bijlage 11 is de Voortoets opgenomen. Hieronder worden de belangrijkste resultaten van beide rapporten beschreven.

4.6.1

Natuurtoets

In deze rapportage worden mogelijke gevolgen van de geplande werkzaamheden op aanwezige beschermde natuurwaarden beoordeeld en getoetst. Er wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wn), waaronder gebiedsbescherming (Natura 2000) en soortbescherming vallen. Daarnaast wordt getoetst of de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er wordt aangegeven of er kans is op overtreding van verbodsbepalingen van de Wn en een eventueel noodzakelijke ontheffingsaanvraag. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op ongeveer 250 m afstand van Natura 2000-gebied IJsselmeer. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000-gebied als gevolg van stikstofdepositie in zowel de aanlegals de gebruiksfase valt niet bij voorbaat uit te sluiten. Om meer inzicht te krijgen in deze effecten is een voortoets uitgevoerd. Natuurnetwerk Noord-Holland Het plangebied grenst niet aan NNN-gebied. Vervolgstappen om meer inzicht te krijgen in de effecten van de geplande werkzaamheden op de wezenlijke kenmerken en waarden van de betreffende NNN-gebieden zijn niet nodig. Effecten op beschermde soorten In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.

28 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Soortgroep

Beschermde soorten in het plangebied of directe omgeving aanwezig?

Kans op overtreding verboden Wn?

Gevolgen?

Ontheffing aanvragen Wn?

vaatplanten

nee

nee

geen, wel zorgplicht

nee

grondgebonden zoogdieren

op basis van NDFF nee, vrijstelling binnen waarnemingen en provincie Noordaanwezige biotopen kan Holland het voorkomen van algemene soorten zoals egel, veldmuis, mol, konijn niet worden uitgesloten

geen, wel zorgplicht

nee

vleermuizen

ja, meerdere soorten uit Ja, wanneer verstoring geen, mits de wijdere omgeving in plaatsvindt door licht of werkzaamheden niet 's de activiteitsperiode trillingen en geluid nachts plaatsvinden aanwezig binnen plangebied

nee, mits werkzaamheden niet 's nachts plaatsvinden

vogels

ja, merel, ekster en zwarte kraai, andere vogelsoorten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen.

ja, indien broedgevallen opzettelijk worden verstoord of nesten worden vernietigd

Drie mogelijkheden: - buiten het broedseizoen werken - vlak voor het broedseizoen inzetten en dan continue doorwerken, zodat vogels niet gaan broeden - het plangebied voor het broedseizoen ongeschikt maken voor broedvogels.

nee

reptielen

nee

nee

geen, wel zorgplicht

nee

amfibieën

ja, vermoedelijk nee, vrijstelling binnen meerdere algemeen provincie Noordvoorkomende bijlage A- Holland soorten

geen, wel zorgplicht

nee

ja, mogelijk ontstaat er Ja, bij beschadigen of geschikt vernielen van voortplantinghabitat voortplantingsplaatsen voor de rugstreeppad gedurende de geplande werkzaamheden

nee, mits het ontstaan van langdurige regenwaterplassen (geschikte voortplantingsplaatsen rugstreeppad) tijdens de geplande werkzaamheden wordt voorkomen

nee

vissen

nee

nee

geen, welzorgplicht

nee

dagvlinders, libellen en overige ongewervelde

nee

nee

geen, welzorgplicht

nee

4.6.2

Voortoets

Voor (nieuwe) activiteiten in of nabij Natura 2000-gebied(en), die mogelijk verstorende effecten kunnen hebben en die van invloed zouden kunnen zijn op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebied(en), is het in het kader van de Wet natuurbescherming nodig een toetsing uit te voeren. Op basis van deze effectanalyse kan worden geconcludeerd dat verzekerd is dat het plan geen negatieve effecten zal hebben op enig Natura 2000-gebied, als het gaat om oppervlakteverlies, versnippering, vermesting, verzuring, geluid, trilling, licht, optische verstoring en mechanische effecten. Bij deze storingsfactoren is geconcludeerd dat negatieve effecten zijn uit te sluiten voor het Natura 2000-gebied

29 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

IJsselmeer. Daarom is een aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied uit te sluiten. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. Op basis van de effectbeschrijving en beoordeling is er geen sprake van verslechtering van de kwaliteit of een significante verstoring. Conclusie Op basis van de Natuurtoets (bijlage 10) en de Voortoets (bijlage 11) is voor elke relevante storingsfactor bepaald dat een (significant) negatief effect met zekerheid is uit te sluiten. Er kan worden geconcludeerd dat er met de aanleg van de woonwijk geen overtreding plaatsvindt met betrekking tot de Wet natuurbescherming.

4.7

Cultuurhistorie en archeologie

De Wet op de archeologische monumentenzorg beschrijft het beleid ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan wordt in de ruimtelijke ordening het behoud van cultuurhistorische en archeologische waarden meegewogen. Op verzoek van de gemeente Medemblik is het aspect archeologie met betrekking tot het bestemmingsplan onderzocht. Het archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek kan worden gevonden in bijlage 12. Het archeologisch advies kan worden gevonden in bijlage 13. Het vrijgavedocument archeologie kan worden gevonden in bijlage 14. Gezien de zeer geringe mate van bebouwing binnen de contouren van het plangebied en de relatief korte bewoningsgeschiedenis langs de Oostersingel, is nader archeologisch onderzoek naar de noordkant van het plangebied, bij de aansluiting op de Oostersingel, niet noodzakelijk. De voorgenomen ingreep is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor dit deel van het plangebied wordt geen dubbelbestemming archeologie in het bestemmingsplan opgenomen. Op de locatie aan de zuidkant van het plangebied, bij de aansluiting op de Vlietsingel, heeft tussen 1584 en 1908 een molen gestaan. Eerst een scheprad- en later een vijzelwatermolen. Molen 13 (zie bijlage 13) maakt onderdeel uit van hetzelfde systeem als molen 14, die is aangetroffen bij het vooronderzoek.

Op deze locatie geldt een hoge waarde voor archeologie en zijn zeer waarschijnlijk nog resten van de molen aanwezig. Indien op de locatie van de molen bodem wordt geroerd, worden de bouwwerkzaamheden archeologisch begeleid. Een archeologische begeleiding voldoet aan de kwaliteitseisen zoals die worden gesteld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0. Dit houdt in dat er een programma van eisen wordt opgesteld en dat eventueel aangetroffen archeologische sporen, voordat deze worden verwijderd, door daartoe bevoegde archeologen worden gedocumenteerd door middel van tekening, foto en beschrijving. Daarnaast wordt vondstmateriaal verzameld. Conclusie Omdat de resten in de bodem bewaard blijven, is er ter plaatse een dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. Ondanks dat er waardevolle resten in de grond aanwezig zijn, staat dit niet in de weg voor de realisatie van het plan.

4.8

Milieu

Ten aanzien van de milieusituatie zijn in het plangebied een aantal milieuaspecten van belang, te weten geluid, milieuhinder van bedrijven en externe veiligheid. Daarnaast spelen de omgevingsaspecten luchtkwaliteit, bodem en kabels en leidingen een rol.

4.8.1

Geluid

Bij het in een bestemmingsplan mogelijk maken van realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van een weg, is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De zonebreedte van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de situering van de weg. Voor de Westersingel geldt dat dit een binnenstedelijke weg is met ter hoogte van de planlocatie twee rijstroken. De zonebreedte ter plaatse van

30 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

het plangebied bedraagt hierdoor 200 meter. Hierdoor valt een klein deel van de nieuwe woningen binnen de wettelijke zone van de Westersingel. De geluidsbelasting wordt getoetst ter plaatse van de gevels van de geprojecteerde woningen. Er wordt getoetst aan de rooilijn van de planontwikkeling. Dit betreft een worstcase benadering. Voor een nieuwe woning binnen de zone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB. De overige wegen zijn 30 km/uur en zijn derhalve geen wettelijk gezoneerde bronnen. In het kader van de goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van de Vlietsingel en de Oostersingel berekend. Het volledige geluidsonderzoek is opgenomen in bijlage 15. Zone Westersingel De Westersingel heeft een zonebreedte van 200 meter. Een klein deel van het plangebied ligt net binnen de zone van de Westersingel. In de toekomst zullen op de Westersingel circa 6.000 mvt/etmaal rijden met een snelheid van 50 km/uur. Het wegdek op de Westersingel is dichtasfaltbeton (DAB). De dichtstbijzijnde geprojecteerde woning in het plangebied ligt op ongeveer 200 meter afstand van de Westersingel. De maximale geluidbelasting ter plaatse van de meest westelijke rooilijn van het plangebied bedraagt 37 dB, inclusief de aftrek van 5 dB conform artikel 110g Wgh, waarmee ruim voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Goede ruimtelijke ordening In het kader van de goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van omliggende 30 km/uur wegen beschouwd. Het betreft de wegen Vlietsingel en Oostersingel. Op de Vlietsingel bedraagt de verkeersintensiteit in de toekomst circa 3.675 mvt/etmaal. Op de Oostersingel circa 4.000 mvt/etmaal. De afstand vanaf het begin van de Oostersingel tot de dichtstbijgelegen woning in het plangebied bedraagt circa 100 meter. De maximale geluidbelasting ter plaatse van de meest westelijke rooilijn van het plangebied bedraagt 35 dB, inclusief de aftrek van 5 dB conform artikel 110g Wgh en is daarmee ruim lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De Vlietsingel ligt op circa 75 meter vanaf de rooilijn van geprojecteerde woningen in het plangebied. Tussen de Vlietsingel en het plangebied is circa 50 % bebouwd met woningen die een afschermende werking hebben. De maximale geluidbelasting van de Vlietsingel bedraagt 46 dB inclusief aftrek van art 110g Wgh en is daarmee ruim lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ontsluiting plangebied De ontsluiting van het woongebied is gelegen aan de zuidzijde van het plangebied en sluit aan op de bestaande Vlietsingel. Dit zal tot 560 motorvoertuigbewegingen per etmaal leiden op de aansluiting Vlietweg-plangebied. De nieuwe ontsluiting op de Vlietsingel ligt tussen de woningen Vlietsingel 31 en Vlietsingel 35.

Uitgangspunt bij de akoestische berekeningen is dat er klinkers op deze weg worden gerealiseerd. Deze klinkers dienen wel in keper verband te worden gelegd, waardoor de geluidemissie lager is. De geluidbelasting ten gevolge van deze nieuwe ontsluiting is berekend op de maatgevende (meest nabijgelegen) woningen aan de Vlietsingel 31 en 35. Voor de situatie waarbij het wegdek bestaat uit een klinkerweg (gelegd in keperverband), bedraagt de geluidbelasting 45 dB inclusief 5 dB aftrek conform artikel 110g Wgh op de woning aan de Vlietsingel 31. De voorkeursgrenswaarde wordt dus niet overschreden. De geluidbelasting ter plaatse van de Vlietsingel 35 bedraagt 48 dB inclusief aftrek van 5 dB conform art 110g Wgh en voldoet daarmee aan de voorkeursgrenswaarde welke geldt voor nieuwe situatie binnen de Wet geluidhinder. Indien het wegdek van de nieuwe ontsluitingsweg bestaat uit een klinkerweg, welke gelegd is in keperverband (dit zorgt voor een lagere geluidemissie), wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en is daarmee nader onderzoek naar de gevelgeluidwering van de woningen niet nodig. Conclusie De voorkeursgrenswaarde wordt met betrekking tot geluid niet overschreden. Het project voldoet aan de voorkeursgrenswaarde welke geldt voor nieuwe situatie binnen de Wet geluidhinder.

31 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

4.8.2

Bedrijven en milieuzonering

Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijk ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. In ruimtelijke plannen wordt de situering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van elkaar (milieuzonering) geregeld. In de toelichting bij een bestemmingsplan dient aangegeven te worden op welke wijze aan dat beleid gestalte wordt gegeven. Het aanhouden van afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is in veel gevallen voldoende om overlast te voorkomen. Dit gebeurt door milieuzonering. Daarbij geeft een 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' aan welke activiteiten zijn toegelaten en welke afstand tussen bedrijf en gevoelige functie nodig is. Die onderverdeling uit zich in aan te houden afstanden tussen de bedrijfsactiviteiten en een rustige woonwijk. De lijst is onderverdeeld in bedrijfsklassen en bedrijfstypen. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken, kent de lijst aan de bedrijven een milieucategorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieu-indeling op van 1 tot en met 6, met bijbehorende richtlijnafstanden tot woongebieden.

Aan de lichtste categorieën (categorie 1 en 2) is in de VNG-lijst een richtlijnafstand van respectievelijk minimaal 10 en 30 m gekoppeld. Bedrijfstypen die tot deze categorieën behoren, kunnen over het algemeen naast de woonfunctie voorkomen.

Afbeelding 4.6 Omliggende bedrijven rondom het DEK-terrein (Google Maps, mei 2017)

Op de percelen Oostersingel 58, 60 en 62 is volgens het bestemmingsplan Medemblik Binnenstad (2008) de bestemming 'Woondoeleinden', in combinatie met een aanduiding 'bedrijf toegestaan' van toepassing. De betreffende aanduiding maakt naast de woonfunctie ook bedrijven met categorie 1 en 2 mogelijk (Handreiking bedrijven- en milieuzonering van de VNG). De minimaal aan te houden afstand tussen deze aanduiding en de nieuwe woonbestemming dient volgens de handreiking 30 m te bedragen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan voor het DEK-terrein is de afstand van 30 m aangehouden, waardoor de bestaande rechten op de betreffende percelen worden behouden. Op de percelen Oostersingel 58 en 60 is op dit moment geen bedrijvigheid ingeschreven. Op Oostersingel 62 is het bedrijf Macboat/Macsurf gevestigd, een bedrijf in ambachtelijke bouw van onder andere kajaks en kano's. In 2006 heeft de eigenaar van deze eenmanszaak de inrichting in het kader van de Wet milieubeheer via een gebruiksmelding bij de gemeente Medemblik aangemeld.

32 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Ook ligt ten noordoosten van het plangebied, op circa 180 m, het bedrijf Regatta Center Medemblik. Dit is een jachthaven. Deze jachthaven kan worden ingedeeld in milieucategorie 3.1. De grootste richtafstand van een jachthaven bedraagt 50 m (geluid). Het opnemen van een bestemmingsplanregel 'klapperend want' is in deze situatie niet toepasbaar. Dit zou betekenen dat het bestemmingsplan voor de jachthaven moet worden aangepast. In de plaats daarvan is er voor gekozen om op ruim voldoende afstand van de jachthaven woningen te ontwikkelen. Jachthavens hebben een richtafstand van 50 meter en de afstand tussen het parkeerterrein (één van de overlast gevende onderdelen) en de bouwvlakken voor de te ontwikkelen woningen is ongeveer 110 meter. De twee bestratingsbedrijven aan de Korte Brake/Lichtewaterlaan kunnen aangemerkt worden als een aannemersbedrijf met een werkplaats kleiner dan 1.000 m2 . Dit betreft een bedrijf met een milieucategorie 2. Deze bedrijven kunnen dus passend in de woonomgeving functioneren. De woningen verdragen zich met dit type bedrijvigheid. Conclusie De aanwezige bedrijven ondervinden geen hinder van de te realiseren plannen. De aanwezigheid van de bedrijven staat de realisatie van de woonwijk niet in de weg.

4.8.3

Externe veiligheid

In 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van kracht geworden. Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico's met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met de hieraan verbonden risico's voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee risico's, te weten het plaatsgebonden- en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ten zuiden van het DEK-terrein bevindt zich een bungalowpark (waaronder een restaurant) die vergunning heeft voor het opslaan van beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld gas). Het bedrijf ligt meer dan 300 m bij het DEK-terrein vandaan, waardoor de kans dat zich gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied voordoen verwaarloosbaar klein is. Ten westen van het DEK-terrein bevindt zich een risicovolle buisleiding welke gebruikt wordt voor het transport van aardgas.

Deze stoffen kunnen giftig, licht ontvlambaar of brandbaar zijn. Deze leiding ligt meer dan 500 m bij het DEK-terrein vandaan, waardoor de kans dat zich gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied voordoen verwaarloosbaar klein is. Ten noorden van het DEK-terrein ligt een haven waar schepen te maken kunnen krijgen met brand, ontploffing en aanvaringen; ze kunnen stranden, zinken of kapseizen. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld weersomstandigheden zijn (mist, storm) of ondeskundigheid. De haven ligt op meer dan 300 m bij het DEKterrein vandaan, waardoor sprake is van een verwaarloosbaar risico. Op circa 460 meter van het plangebied vandaan, in de bosjes langs het looppad naar het strand, ligt op de vooroever een propaantank van circa 3.000 liter. Deze tank ligt er ten behoeve van strandpaviljoen Zoete Zee en valt onder het Activiteitenbesluit. Op grond van het Activiteitenbesluit geldt een veiligheidsafstand voor het plaatsgebonden risico rondom de propaantank van 10 of 20 m (afhankelijk van het aantal bevoorradingen per jaar) en gelden eisen ten aanzien van de opstelling en gebruik van het reservoir. Qua externe veiligheid geldt er geen invloedsgebied waarmee rekening moet worden gehouden. Bij een eventuele calamiteit met deze propaantank of de propaantankwagen tijdens het lossen leidt dit niet tot letale effecten of gewonden bij het DEK-terrein.

33 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Afbeelding 4.7 Externe veiligheidsrisico's rondom DEK-terrein (zwart omcirkeld) o.b.v. Risicokaart.nl

Conclusie De ontwikkeling van het DEK-terrein leidt niet tot een verandering van het groepsrisico. Ook vindt geen overschrijding plaats van de geldende norm van het plaatsgebonden risico.

4.8.4

Luchtkwaliteit

Projecten met een verwachte invloed op de luchtkwaliteit dienen te worden getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. De volgende grondslagen zijn voor onderhavig project relevant om aan te tonen dat het voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: - het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16, 1ste lid, onder a, Wm); - het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16, 1ste lid, onder c, Wm). In onderhavige situatie worden emissies van de in de Wet milieubeheer opgenomen stoffen NOx, PM10 en PM2,5 verwacht. De grenswaarden voor deze stoffen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Bij de berekening is gebruik gemaakt van de NIBM-tool, een worstcase berekening met standaard rekenmethode.

34 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Tabel 4.1 Grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer Grenswaarde (µg/m3)

Stof

Criterium

NOx

jaargemiddelde concentratie

40

uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden)

200

jaargemiddelde concentratie

40

etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden) *

50

jaargemiddelde concentratie

25

PM10

PM2.5

*

In de praktijk wordt aan deze grenswaarde getoetst op basis van de jaargemiddelde concentratie. Deze mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden, uitgerekend komt dit op een jaargemiddelde concentratie van 31,2 µg/m3 (geen zeezoutcorrectie toegepast).

In het Besluit 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Sinds verlening van derogatie door de EU is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwalteit (NSL) in werking getreden en is NIBM gedefinieerd als 3 % van de grenswaarde. De voorgenomen planontwikkeling bestaat uit een uitbreiding van de woningvoorraad met een geschat aantal van 10 koopwoningen, 10 twee onder één kapwoningen, 18 appartementen, 24 vrijstaande woningen en 10 sociale huurwoningen. Uitgaande de gegeven rekenmethode van het Besluit NIBM, valt de combinatie van de geplande woningbouw ruimschoots onder het 3 % criterium van 1,2 microgram/m3 voor zowel NOx als PM10. Het project draagt derhalve niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien blijkt uit de NSL-monitoringstool dat in 2015 de jaargemiddelde PM10 en NOx concentraties op de projectlocatie lager zijn dan 35 µg/m3. Het aantal overschrijdingsdagen van PM10 ligt onder de 35 dagen. Er wordt in de bestaande situatie voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit.

Tabel 4.2 Verkeersproductie Woningtype

Geschatte vraag (aantal Gemiddelde verkeersproductie woningen) en attractie per woning

Verkeersproductie en attractie in motorvoertuig bewegingen per etmaal

rijwoning (koop) en CPO

10

7,3

73

twee onder één kap

10

7,7

77

appartement (duurdere huur)

18

5,9

107

vrijstaande woning

24

8,1

195

sociale huur

10

5,4

54

totalen

72

506

Conclusie De berekende maximale concentratietoenamen NOx en PM10 zijn bij een woningaantal van 72 lager dan de grens voor NIBM. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het project met 72 woningen voldoet aan artikel 5.1.6.c (NIBM) en dat er tevens wordt voldaan aan artikel 5.16.1.a (grenswaarden). De bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is en dat er geen nader onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig is.

35 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

4.8.5

Bodem

Ingevolge van de Wet bodembescherming dient de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit geschikt te zijn voor de gewenste bestemming. De eisen die worden gesteld aan de bodemkwaliteit voor de bestemming wonen zijn anders dan die voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Voor het onderhavig bestemmingsplan geldt als uitgangspunt dat de grond geschikt dient te zijn voor de toekomstige woonfunctie. Verdachte plekken dienen te worden gesaneerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Waar nodig moeten de saneringsmaatregelen worden aangegeven. In 2016 is ter plaatse een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, welke is opgenomen in bijlage 16, is er binnen het plangebied één als potentieel verdachte deellocatie aan te merken, te weten een gedempte vaart op het westelijk deel van het plangebied. Het overige deel van het plangebied is als 'onverdacht' aangemerkt. Zie hiervoor onderstaande afbeeldingen.

Afbeelding 4.8 Situatie met boorlocaties (westelijk deel van het DEK-Terrein)

36 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Afbeelding 4.9 Situatie met boorlocaties (oostelijk deel van het DEK-terrein)

Uit het onderzoek blijkt dat de grond licht verontreinigd is met lood en kwik en dat het grondwater licht verontreinigd is met barium, molybdeen, nikkel en zink. De aangetroffen verontreinigingen vormen echter geen belemmering voor de toekomstige woningbouw. Tot 1988 had de locatie namelijk een agrarische bestemming en daarna is het gebruikt als sportterrein. Ten opzichte van vorig gebruik hebben dan ook geen activiteiten afgespeeld die voor bodemverontreiniging hadden kunnen zorgen. De grond valt indicatief in de kwaliteitsklasse 'wonen'. Dit betekent concreet dat bij werkzaamheden in de grond conform de CROW 132 er geen veiligheidsklasse van toepassing zijn. Gedurende de komst van de geplande woningen kan de bestaande grond worden ontgraven en worden hergebruikt. Voor hergebruik van deze grond buiten de locatie dient te worden voldaan aan het besluit Bodemkwaliteit. Op basis van dit besluit kan de grond conform het regionale bodembeheersplan alsmede door middel van bodemkwaliteitskaarten elders worden hergebruikt, of kan de grond worden afgevoerd. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het terrein.

37 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

4.8.6

Kabels en leidingen

Bij de gemeente Medemblik is een verzamelkaart met KLIC-meldingen opgevraagd. Hieruit is gebleken dat er binnen het plangebied geen kabels of leidingen aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling. Conclusie De aanwezige kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het terrein.

38 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

5 JURIDISCHE PLANOPZET 5.1

Het juridische systeem

Dit bestemmingsplan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor beheer en ontwikkeling van het DEK-terrein. Het is een plan op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gekozen bestemmingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan. Om de nodige flexibiliteit te waarborgen is het bestemmingsplan relatief globaal. Het bestemmingsplan biedt flexibiliteit, is ontwikkelingsgericht en speelt in op de vraag uit de markt. Regels zijn deels gestandaardiseerd. De bestemmingsregels zijn opgemaakt in een vaste indeling en bevatten in principe voor elke bestemming achtereenvolgens: een bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, ontheffing van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, ontheffing van de gebruiksregels, en waar nodig een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. De plankaart geeft in samenhang met de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het DEK-terrein aan.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Groen Deze bestemming is gelegd op die openbare gebieden waar het groene karakter van structurele aard is voor de beeldkwaliteit van het DEK-terrein. Ook stroken die een buffer- of afschermende functie vervullen zijn onder deze bestemming gebracht. In principe zijn geen gebouwen toegestaan. Wel kunnen nutsgebouwen, water, speeltoestellen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gerealiseerd worden. Verkeer - Verblijfsgebied In het plangebied gaat een 30 km-regime gelden voor de woonstraten. Deze bestemming is bedoeld voor die openbare ruimten binnen het plangebied, waarin de straten hoofdzakelijk bedoeld zijn ter ontsluiting. Ook de verblijfsfunctie, zoals parkeren, spelen, wandelen en ruimte voor nutsvoorzieningen speelt hier een rol. Verder zijn binnen de bestemming geen gebouwen toegestaan, alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde. Water De waterlopen in het plangebied zijn onder de bestemming 'Water' gebracht. De voor water aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor waterlopen en waterpartijen, oevers, bermen en beplanting, maar ook voor groenvoorzieningen. Het water zal toegankelijk zijn voor recreatievaart. Wonen De bestemming 'Wonen' is aangewezen voor woonhuizen, al dan niet met een aan-huis-verbonden beroep. Ook mogen binnen deze bestemming gestapelde woningen worden gebouwd.

Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 72 en het aantal gestapelde woningen niet meer dan 20, mits het totaal van maximaal 72 niet wordt overschreden. De maximale goothoogte van de woonhuizen bedraagt 5,50 meter en zijn voorzien van een kap. De 'vrije setting' is belangrijk in het woongebied. Wel wordt gezorgd dat

39 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

woningen aansluiten bij het DNA van de wijk. Zo is de maximale horizontale diepte van woonhuizen 13 meter en de maximale bouwhoogte van woningen 10,50 meter. Waarde - Archeologie Het bestemmingsplan kent de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Hieraan zijn voorwaarden aan de omgevingsvergunning en omgevingsvergunningenstelsel bij elke bodemroering verbonden. Waterstaat - Waterkering Deze bestemming regelt de reservering van de gronden op en langs de primaire waterkering voor de komende decennia. Binnen het gereserveerde gebied mogen in principe geen nieuwe belemmeringen worden opgeworpen die de functie van de dijk in de weg kunnen staan.

40 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

6 UITVOERBAARHEID Wettelijk bestaat volgens artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Met betrekking tot gebiedsontwikkeling bestaan er verschillende modellen, welke variëren van een volledige publieke ontwikkeling tot een volledig private ontwikkeling met vele varianten daartussen. Voor de ontwikkeling van het DEK-terrein is gekozen voor het model van publieke gebiedsontwikkeling. De gemeente heeft hiervoor gekozen omdat zij op deze wijze regie en grip houdt op de ontwikkelingen, zoals op het programma, het tempo en de fasering. De regie is ook van belang om de beoogde kwaliteit en diversiteit op deze locatie te borgen. Om deze reden wordt onder andere de benodigde toekomstige woningbehoefte nog niet vastgesteld. De gemeente behoud in dit project voldoende flexibiliteit om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Omdat de gemeente volledig eigenaar is van de gronden van het DEK-terrein is er geen exploitatieplan opgesteld. Het kostenverhaal wordt via de gronduitgifte en/of één of enkele anterieure overeenkomsten geregeld. Conclusie De gemeente Medemblik is volledig eigenaar van de gronden van het DEK-terrein en heeft voor de ontwikkeling ervan gekozen voor het model van publieke gebiedsontwikkeling. De gemeente waarborgt op deze manier flexibiliteit en kwaliteit, maar behoud ook voldoende grip op de ontwikkelingen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Binnen het totstandkomingsproces van het bestemmingsplan is burgerparticipatie een belangrijke pijler geweest. Via diverse participatiebijeenkomsten, individuele gesprekken en klankbordgroepvergaderingen zijn de bouwstenen en hoofdkeuzes voor het toekomstige woongebied geïnventariseerd. De uitkomsten hiervan zijn in de Gebiedsvisie opgenomen en in het bestemmingsplan van een juridische regeling voorzien. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan is gebaseerd op de Gebiedsvisie. Over het voorontwerp bestemmingsplan is, overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening, gelegenheid tot Inspraak geboden. De binnengekomen Inspraakreacties zijn in de 'Reactienota Inspraak en Overleg Ontwerp bestemmingsplan Woningbouw DEK-terrein Medemblik' samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De gemeente heeft met iedere inspreker een mondeling gesprek gehad over de ingediende Inspraakreactie en de beoogde beantwoordingslijn. De insprekers hebben ieder afzonderlijk een antwoordbrief van de gemeente ontvangen.

41 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Ook zijn, in het kader van het verplichte Overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening, de betrokken diensten, medeoverheden en maatschappelijke organisaties gehoord. De binnengekomen Overlegreacties zijn ook in de 'Reactienota Inspraak en Overleg Ontwerp bestemmingsplan Woningbouw DEK-terrein Medemblik' samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De complete Reactienota is vervolgens naar alle Insprekers gestuurd en op de gemeentelijke website beschikbaar gesteld. Op basis van deze Reactienota is het Ontwerp bestemmingsplan opgesteld. Over het ontwerp bestemmingsplan is, overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening, gelegenheid tot het indienen van zienswijzen geboden. De binnengekomen zienswijzen zijn in de 'Reactienota Zienswijzen' samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Het uiteindelijk bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’ is vastgesteld door gemeenteraad op 4 oktober 2018. In 2023 en 2024 wordt het bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik geactualiseerd. In het kader van deze actualisatie heeft vooroverleg plaatsgevonden met het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

42 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

7 BRONVERMELDING 1 2

9292 OV. (2017, 01 13). 9292 OV . Opgehaald van Wegwijzer Openbaar Vervoer: http://9292.nl/. AHN. (2017, 01 13). DEK-terrein Medemblik. Opgehaald van Actueel Hoogtebestand Nederland: http://www.ahn.nl/index.html. 3 CBS StatLine. (2017, 01 13). Thema's en Kaarten. Opgehaald van Centraal Bureau voor de Statistiek: http://statline.cbs.nl/Statweb/. 4 de Boer, I. (2016, 05 23). Kaderstellende Notitie DEK-terrein Medemblik. Vastgesteld op 7 juli 2016. Kenmerk Z-16-65566 IVR-16-04211 Medemblik : Gemeente Medemblik. 5 Gemeente Medemblik. (2011). Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan Medemblik (Beleidsnota). Medemblik: De Gemeente Medemblik. 6 Gemeentelijke structuurvisie 2012-2022. (2013, 02 28). Sterke kust en sterk achterland. Opgehaald van Gemeente Medemblik: http://medemblik.digitaleplannen.nl/test/plannen/NL.IMRO.0420.MEDEMBLIK2012/NL.IMRO.0420.MEDEMBLIK2012-VA02/d_NL.IMRO.0420.MEDEMBLIK2012-VA02.pdf. 7 Google Maps. (2017, 01 13). 52.767191,5.1126736,699. Opgehaald van Google.nl/Maps: https://www.google.nl/maps/@52.767191,5.1126736,699m/data=!3m1!1e3. 8 Google Maps. (2017, 01 30). Google Maps. Opgehaald van https://www.google.nl/maps/@52.7675189,5.0965015,13.5z. 9 GVVP Medemblik. (2023, 04 03). Verkeersplan Gemeente Medemblik. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR693053/1 10 Omgevingsverordening NH2020. Vastgesteld op 10 juli 2023.

Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR646089 11 Omgevingsvisie NH2050. Vastgesteld op 19 november 2018. Opgehaald van https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingswet/Omgevingsvisie 12 Programma Stedelijk water en Riolering 2022 - 2027. Vastgesteld op 7 april 2022. Opgehaald van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-158027.pdf 13 Provinciale Woonvisie 2010-2020. (2010, 09 27). Vastgesteld door Provinciale Staten . Opgehaald van file:///D:/Users/meil3/Downloads/Provinciale%20Woonvisie%202010%20-%202020%20(1).pdf. 14 Ruimtelijke Plannen. (2013, 07 04). dossier NL.IMRO.0420.BPKMEDWOONGEBIEDEN. Opgeroepen op 01 30, 2017, van Vigerend bestemmingsplan Medemblik: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/webroo/roo/bestemmingsplannen?tabFilter=JURIDISCH. 15 Ruimtelijkeplannen. (2013, 07 04). Vigerend bestemmingsplan Medemblik DEK-terrein. Opgehaald van RuimtelijkePlannen.NL: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/webroo/roo/bestemmingsplannen?tabFilter=JURIDISCH. 16 Urhahn. (2016, 05 22). Gebiedsvisie DEK-Terrein Medemblik. Vastgesteld 26 januari 2017. Kenmerk Z-1671601 IVR-16-04665. Amsterdam : Urhahn Stedenbouw & Strategie, in opdracht van Gemeente Medemblik. 17 Waarde - Archeologie 3. (2013, 07 04). Ruimtelijke Plannen.nl.

Opgeroepen op 01 30, 2017, van Medemblik - Woongebieden: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0420.BPKMEDWOONGEBIEDENVA01/r_NL.IMRO.0420.BPKMEDWOONGEBIEDEN-VA01_2.32.html. 18 Westfries Archief. (2017, 01 13). Geschiedenis Medemblik. Opgehaald van Westfries Archief: http://www.westfriesarchief.nl/historie/51-historie/werkgebied/rechtsgebieden/voor-1795/456rechtsgebieden-voor1795-medemblik.

43 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

19 WF7. (sd). 7 West-Friese gemeenten. Opgehaald van Beleidsdocumenten Madivosa / VVRE: https://www.hoorn.nl/WFG-Beleidsdocumenten.

44 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=55a374b6-4654-4d79-b084-a13223f7836e