CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage 2 - Toelichting

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Woningbouw Dek-terrein Medemblik (actualisatie)' (pfh. J. Broeders)15.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woningbouw DEK-Terrein Medemblik Toelichting bestemmingsplan

Gemeente Medemblik 7 maart 2024

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Woningbouw DEK-Terrein Medemblik Gemeente Medemblik

Toelichting bestemmingsplan Concept 01 5 maart 2024 139228/24-003.375

139228 S. de Bruin MSc Drs. M.J. Schilt

L.W. Stoop MSc Drs. M.J. Schilt Drs. M.J. Schilt

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding en herziening

5

1.2

Bij het plan behorende stukken

6

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

7

1.4

Vigerende regelingen

7

1.5

Leeswijzer

7

2

BESTAANDE SITUATIE

8

2.1

Algemeen

8

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

8

2.3

Verkeer, vervoer en parkeren

8

2.4

Samenvattend

10

3

BELEIDSKADER

11

3.1

Algemeen

11

3.2

Rijksbeleid

11

3.2.1 3.2.2

11 11

3.3

3.4

3.5

Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Provinciaal- en regionaal beleid

12

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

12 12 12 13 13

Omgevingsvisie NH2050 Omgevingsverordening NH2020 Beleid HHNK Regionale Woonvisie West-Friesland Programma Stedelijk water en Riolering 2022 - 2027

Gemeentelijk beleid

14

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7

14 14 15 16 17 17 18

Kaderstellende Notitie en Gebiedsvisie DEK-terrein Medemblik Gemeentelijke structuurvisie Welstandsnota Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Duurzaamheid Kadernotitie Biodiversiteit Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan

Samenvattend

18

4

PLANBESCHRIJVING

19

4.1

Planuitgangspunten

19

4.2

Ruimtelijke hoofdopzet

19

4.3

Functionele structuur

21

4.4

Verkeer en parkeren

22

4.5

Waterhuishouding

24

4.6

Natuur

28

4.6.1 4.6.2

Natuurtoets Voortoets

28 29

4.7

Cultuurhistorie en archeologie

30

4.8

Milieu

30

4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.8.4 4.8.5 4.8.6

Geluid Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Bodem Kabels en leidingen

30 32 33 34 36 38

5

JURIDISCHE PLANOPZET

39

5.1

Het juridische systeem

39

5.2

Toelichting op de bestemmingen

39

6

UITVOERBAARHEID

41

6.1

Economische uitvoerbaarheid

41

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

7

BRONVERMELDING

43

Laatste pagina

44

Bijlage(n) -

Aantal pagina's

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding en herziening

Inleiding De gemeente Medemblik heeft het DEK-Terrein ontwikkeld (voormalig voetbalveld van vereniging ‘Door Eendracht Krachtig’) voor woningbouw. Hiertoe is op 4 oktober 2018 het bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’ vastgesteld. De gemeente Medemblik ontwikkelt het DEK-terrein tot een (compacte) woningbouwlocatie. Dit plan omvat de bouw van maximaal 72 woningen, waarvan maximaal 20 gestapelde woningen. Op dit moment (maart 2024) is een deel van de geplande woningen gebouwd. De gerealiseerde gebouwen zijn op enkele punten niet meer in lijn met de bepalingen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’. Met dit geactualiseerde bestemmingsplan wordt het bestemmingplan in lijn gebracht met de daadwerkelijk gerealiseerde situatie en het stedenbouwkundige plan. Totstandkomingsproces In de periode 2015-2017 is op basis van een Gebiedsvisie het bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’ opgesteld, dat door de gemeenteraad van Medemblik werd vastgesteld op 4 april 2018. Hierna kon de realisatie van de woonwijk beginnen. In de periode tussen 10 april 2018 is de woningbouwontwikkeling grotendeels conform het bestemmingsplan gerealiseerd. Gewijzigde inzichten hebben er op enkele plaatsen echter toe geleid dat hier is gebouwd in afwijking van het vastgestelde bestemmingsplan.

In deze gevallen heeft de gemeente Medemblik hiertoe een vergunning afgegeven. Deze vergunningen zijn inmiddels onherroepelijk, en hieraan verbonden gebouwen en opstallen zijn gerealiseerd. Daarnaast is als gevolg van het stedenbouwkundig plan een ambtshalve wijziging doorgevoerd. De gemeente Medemblik integreert met onderhavig bestemmingsplan deze onherroepelijke vergunningen en ambtshalve wijziging met het in 2018 vastgestelde bestemmingsplan tot een nieuw en actueel plan. Voor meer informatie over de procedure van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar paragraaf 6.2 (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Vigerende bestemmingsplan Woningbouw DEK-Terrein Medemblik (4 oktober 2018) Het bestemmingsplan Woningbouw DEK-Terrein Medemblik is vastgesteld op 4 oktober 2018, vóór de aanvang van de realisatie van de woningbouw. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, worden enkele wijzigingen doorgevoerd: 1

het op 4 plekken verplaatsen van enkele bouwvlakken;

de betreffende vier bouwvlakken zijn in onderstaande afbeelding weergegeven. De linker afbeelding geeft de verbeelding weer zoals deze is opgenomen in het originele bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’ (vastgesteld op 4 oktober 2018). De rechter afbeelding geeft de verbeelding weer zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Woningbouw DEK-Terrein Medemblik’ (ontwerp). De bouwvlakken zijn verplaatst omdat voor de bouwwerken in de bouwvlakken op locatie 1 tot en met 3 onherroepelijke vergunningen zijn afgegeven waarmee de bouwwerken buiten de bouwvlakken gebouwd mochten worden. Voor locatie 4 geldt dit niet. Dit betreft een ambtshalve wijziging van het bestemmingsplan. De reden

5 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

hiervoor is dat het bouwvlak bij het vigerende bestemmingsplan abusievelijk niet in overeenstemming met het stedenbouwkundige plan is vastgesteld. Gezien de minimale aard van de wijzigingen, zijn overige effecten niet van toepassing.

Afbeelding 1.1 Vergelijke verbeelding originele bestemmingsplan Woningbouw DEK-Terrein Medemblik (links) en actualisatie bestemmingsplan Woningbouw DEK-Terrein Medemblik (rechts)

-

punt 1: bouwvlak richting het oosten verplaatst; punt 2: de grens van het bouwvlak is dichter naar de wegen verplaatst; punt 3: het bouwvlak is aan de zuidzijde uitgebreid; punt 4: de twee bouwvlakken zijn verkleind en verplaatst naar het oosten.

2

het toevoegen van een uitzondering in het kader van inkijk op de regel wat betreft de minimale afstand van 2 m tussen bijbehorende bouwwerken en de achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan;

daarnaast zijn op individueel niveau diverse ondergeschikte aanpassingen in het plan doorgevoerd. Conclusie Op basis van de diverse overleg- en communicatievormen heeft de gemeente Medemblik een ontwerp bestemmingsplan opgesteld dat een nieuwe woonwijk mogelijk maakt, en waarbij via een participatietraject met omwonenden en belangstellenden voor de belangrijkste bouwstenen getracht is de juiste keuzes te maken, en een zo groot mogelijk draagvlak te creëren.

1.2

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding geeft de planologische grenzen en aanduidingen op een kaartbeeld weer. De regels vormen samen met de verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de regels is beschreven welke functies zijn toegestaan (gebruik). Daarnaast wordt beschreven welke mogelijkheden er worden geboden voor het bouwen. De toelichting van het bestemmingsplan geeft de aan het plan ten grondslag liggende gedachten weer. Ook zijn hierin de resultaten van het overleg met instanties en overheden weergegeven.

6 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

1.3

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied van het DEK-terrein ligt binnen de bebouwde kom van Medemblik, ten noorden van de Vlietsingel. Het plangebied bevindt zich in het omlijnde gebied van afbeelding 1.2. Het gebied ligt op ongeveer 500 m afstand van het centrum van Medemblik (waarbij de afstand tussen Vlietsingel 1 en Oosterhaven 2 wordt gehandhaafd).

Afbeelding 1.2 Verkaveling van het plangebied (in rode contour)

1.4

Vigerende regelingen

In het plangebied is het volgende bestemmingsplan vigerend: - woningbouw DEK-Terrein Medemblik, vastgesteld op 4 oktober 2018.

1.5

Leeswijzer

Deze toelichting bevat een onderbouwing voor de ontwikkeling van het DEK-terrein tot een woongebied. Het DEK-terrein krijgt onder andere de bestemmingen Wonen, Verkeer-Verblijfsgebied, Water, Groen en dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie en Waterstaat-Waterkering. In hoofdstuk 1 is een inleiding en een aanleiding voor de plannen beschreven. In hoofdstuk 2 is een beschrijving gegeven van de bestaande situatie in al haar facetten. Hoofdstuk 3 geeft de van toepassing zijnde beleidskaders weer. In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving van het plan gegeven en wordt het plan getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet besproken. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke haalbaarheid van het plan verantwoord.

7 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1

Algemeen

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid beeld van alle aspecten die voor de ontwikkeling van het DEK-terrein tot woongebied relevant zijn. De paragrafen gaan achtereenvolgens in op de ontstaansgeschiedenis van het gebied, de ruimtelijke structuur en de verkeersaspecten. Medemblik in groter verband Medemblik is de kleinste en ook de oudste stad van West-Friesland. De verkregen stadsrechten stammen uit 1289. De stad kende een bloei en krimp als havenstad en later als vestigingsstad voor arbeiders. Omstreeks 1960 werd Medemblik onderdeel van het stimuleringsbeleid van het Rijk als industriekern. De bevolkingsaantallen namen toe en de polder oriënteerde zich meer op de omliggende steden. Het kleinschalige oude centrum heeft zich vanaf toen ontwikkeld tot een koopcentrum van regionale betekenis. Ook de historische grenzen werden verbroken. Ten zuiden van de binnenstad werden nieuwe woonbuurten gebouwd: Parkwijk, Koggenwijk, Randwijk en Gildewijk, Vlietwijk en de Brake. In het westelijk deel van de stadskern concerteerden zich industriële ontwikkelingen. Aan de westzijde werd eveneens een sportcomplex ontwikkeld, met voetbal- en tennisvelden en een sporthal (Westfries Archief, 2017).

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied DEK-terrein ligt in de buurt die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kent als de 'Vlietwijk' (CBS StatLine, 2017). Het plangebied ligt ten zuidoosten van het centrum van Medemblik en ten westen van het IJsselmeer. Tot 2008 was het DEK-terrein in gebruik als sportterrein. Daarna heeft het de bestemming Agrarisch-Cultuurgrond gekregen, tot dat het vigerende bestemmingsplan "DEK-terrein" op 4 oktober 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het plangebied is aan de noord-, west- en zuidzijde omgeven door een bomensingel met daarachter woningen. Het ontwikkelgebied grenst aan één bijzondere rand: de oostzijde die grenst aan de Oosterdijk en een compact bosje. Dit bosgebied is als compensatie van de Pekelharinghaven aangelegd. De huidige ontsluiting van het plangebied is via de parkeerplaats aan de Vlietsingel, en via de noordoosthoek van het terrein waar een volwaardige toegangsmogelijkheid aanwezig is. Het plangebied heeft een bruto oppervlakte van circa 4,8 ha en ligt ongeveer 1,5 m beneden NAP (AHN, 2017).

2.3

Verkeer, vervoer en parkeren

In deze paragraaf is de bestaande verkeerskundige situatie van de directe omgeving van het DEK-terrein beschreven. Categorisering van wegen Bij de 'Categorisering wegen' die is vastgelegd in het Verkeersveiligheidsplan van de gemeente Medemblik zijn de wegen en straten van Medemblik ingedeeld op basis van de landelijk vastgestelde categorieën. De

8 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

volgende wegen worden daarbij onderscheiden: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen, erftoegangswegen en woonerven. Het plangebied ligt tussen de Vlietsingel, Oostersingel en de Oosterdijk en is rood gearceerd in afbeelding 2.1. Deze 3 wegen zijn erftoegangswegen (zie de gele lijnen in afbeelding 2.1) met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Vlietsingel wordt vlak voor de kruising met de Oosterdijk een gebiedsontsluitingsweg die naar het zuiden afbuigt (zie de rode lijn in de afbeelding 2.1), waar de maximumsnelheid 50 km/uur bedraagt (GVVP Medemblik, 2012).

Afbeelding 2.1 Overzichtskaart van de wegcategorieën rondom het plangebied (Rood: 50 km/u weg, oranje: 30 km/u weg)

Autoverkeer Het omliggende stratenpatroon rondom het DEK-terrein ligt vast en is bepalend voor de wijze waarop het plangebied ontsloten kan worden. Het omliggende stratenpatroon garandeert de bereikbaarheid van het DEK-terrein. Fietsverkeer en voetgangers In het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) van de gemeente Medemblik wordt het fietsnetwerk binnen de gemeente onderscheiden in een utilitair en recreatief netwerk. Een fietsvriendelijk beleid kenmerkt zich doordat alle bestemmingen voor het fietsverkeer op een aantrekkelijke, comfortabele, directe, veilige en snelle manier bereikbaar zijn (Gemeente Medemblik, 2011). De gemeente hanteert het principe dat fietsvoorzieningen (vrijliggende fietspaden, gemarkeerde fietsstroken) binnen de bebouwde kom worden toegepast, tenzij de maximumsnelheid 30 km/uur is. Gebiedsontsluitingswegen (maximumsnelheid 50 km/uur) hebben daarom bij voorkeur gemarkeerde fietsstroken aan weerszijden van de weg. Het gehele fietsnetwerk in de gemeente Medemblik bevat idealiter de volgende aspecten: samenhang, directheid, aantrekkelijkheid, veiligheid en comfort (GVVP Medemblik, 2012). Naast deze fietsroutes zijn er ook voetgangersverbindingen. Zo wordt bijvoorbeeld de voet- fietsverbinding via het Molenaarspad frequent gebruikt als verbinding naar het vakantiepark 'Zuiderzee' en Koggewijk.

Ook scholieren van de Parkwijk naar het 'Koggeschip' maken van deze route gebruik. De voetgangersverbindingen gaan grotendeels door autovrije gebieden, via de stoep.

9 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Openbaar vervoer Het plangebied ligt op dit moment nabij een aantal openbaar-vervoerroutes. Buslijn 415 vertrekt vanaf de Vlietsingel richting Hoorn en rijdt eenmaal per uur. Verder weg van het plangebied ligt de bushalte Medemblik Spooksingel, waar de buslijnen 415, 139 en 239 rijden (9292 OV, 2017). Verkeersgeneratie plangebied In de huidige situatie bevinden zich op het DEK-terrein alleen sportvelden. Deze zijn echter sinds 2008 niet meer in gebruik. Toen de locatie nog in gebruik was als voetbalveld genereerde deze bestemming met name 's avonds en in het weekend verkeer. Parkeren De parkeerplaats biedt 24 plaatsen, waarvan tenminste 11 worden gehandhaafd. De parkeerplaats wordt op dit moment incidenteel gebruikt door (bezoekers van) bewoners van de Vlietsingel.

2.4

Samenvattend

De voorgenomen ontwikkeling is op enkele plaatsen strijdig met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. De voorgenomen woningbouw op het DEK-terrein wordt daarom planologisch mogelijk gemaakt door middel van de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. In dit hoofdstuk is de bestaande situatie van het plangebied beschreven en is een uitgebreid beeld gegeven van alle aspecten die voor de ontwikkeling van het DEK-terrein tot woongebied relevant zijn. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het van toepassing zijnde beleidskader.

10 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

3 BELEIDSKADER 3.1

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid beeld van nationaal, regionaal en lokaal ruimtelijk beleid dat voor de ontwikkeling van het DEK-terrein tot woongebied relevant is. Allereerst wordt het rijksbeleid beschreven, gevolgd door het provinciaal- en regionaal beleid en het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. Deze NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (13 maart 2012). De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: 1 duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; 2 ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; 3 sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De grote actuele woningbehoefte vraagt om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Conclusie De ontwikkeling van het DEK-Terrein draagt bij aan een sterke, leefbare en klimaatbestendige regio met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen.

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt beperkingen aan de beleidsruimte ten aanzien van ruimtelijke plannen van andere overheden dan de nationale, waar die plannen in strijd zijn met nationale belangen. Het Barro regelt daarmee de juridische borging van de nationale belangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Geen van deze belangen is aan de orde binnen het plangebied van dit Ontwerp bestemmingsplan.

11 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Conclusie Het Barro legt geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Het Barro vormt in dat verband geen belemmering voor verdere planvorming.

3.3

Provinciaal- en regionaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld (voorheen gold de Structuurvisie 2040). De omgevingsvisie zet in op het vinden van een balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. De ambitie van de provincie wat betreft wonen is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Conclusie De ontwikkeling past goed binnen de Omgevingsvisie NH2050 omdat het een kwalitatief hoogwaardige bijdrage levert aan de regionale woningbehoefte binnen het bestaand stedelijk gebied in de regio NoordHolland.

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020

Op 10 juli 2023 heeft de provincie de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening vastgesteld. Dit is de opvolger van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, welke is vervallen op 17 november 2020. Met deze Omgevingsverordening loopt de provincie vooruit op de Omgevingswet, omdat door 21 verordeningen samen te voegen, alvast wordt werken in de geest van de Omgevingswet. De provincie wil met deze verordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet ook in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Daarvoor zijn 32 gebieden aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Conclusie Aangezien de planlocatie geen deel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied, is de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd (zie paragraaf 3.4.4. en bijlage 2). In de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking wordt terecht gesteld dat het DEK-terrein buiten bestaand stedelijk gebied valt. Uit diverse gesprekken met de provincie Noord-Holland is gebleken dat de DEK-locatie niet binnen bestaand stedelijk gebied valt.

De Omgevingsverordening NH2020 regelt kort gezegd dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken.

3.3.3

Beleid HHNK

Veiligheid tegen overstromingen is één van de kerntaken van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Waterkeringen moeten op orde zijn, dat wil zeggen in een goede constructieve staat verkeren en aan de veiligheidsnorm voldoen. Door veranderende omstandigheden (klimaatverandering) en nieuwe technische inzichten gaat het om een blijvende opgave. Belangrijke beheerinstrumenten zijn de Waterwet, de Keur, de legger, de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het technisch beheerregister en het crisisbeheersingsplan. In het verlengde van

12 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

de gebods- en verbodsbepalingen in de Keur wordt beschikt over 'Algemene regels' voor het verrichten van handelingen. Als een Watervergunning wordt afgeven, worden voorwaarden aan het toegestane medegebruik van de waterkering gesteld. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in beleidsregels, die een uitwerking zijn van de hoofdlijnen van de Beleidsnota Waterkeringen.

Conclusie Binnen de ruimtelijke ordening heeft het hoogheemraadschap een adviserende rol. Via de watertoets komen initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten in gesprek, zodat onder andere waterveiligheid en wateroverlast kunnen worden meegewogen. Deze watertoets wordt nader beschreven in paragraaf 4.5.

3.3.4

Regionale Woonvisie West-Friesland

Binnen het Pact van Westfriesland is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio's van Nederland te behoren. De Regionale Woonvisie West Friesland 2017 die de gemeenteraad op 13 juli 2017 heeft vastgesteld, zal bijdragen aan de realisatie van deze ambitie. Samen met het Regionaal Actieprogramma (RAP) wordt uitvoering gegeven aan de doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. De Woonvisie geeft het beleid voor de korte termijn (tot 2020) en de middellange termijn (tot 2030). Deze visie is gebaseerd op de veranderde woningmarkt: de crisis op de woningmarkt had flinke gevolgen en de doorstroming op de huur- en koopmarkt stagneerde. Daarnaast signaleert de visie dat de woningmarkt inmiddels weer wat aantrekt. Samen met stakeholders op de woningmarkt (woningcorporaties, bewonersverenigingen, zorgpartijen, provincie, bouwers en ontwikkelaars) zijn de speerpunten voor de Woonvisie bepaald. Ingezet wordt op: - bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; - vitale kernen: richten op kansrijke producten en locaties; - nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; - scheiden wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen; - flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven.

Om bij nieuwbouw een onderscheidende product te kunnen bereiken, dienen de plannen aan één of meer van de volgende uitgangspunten te voldoen: - de vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving; - landschappelijk onderscheidend vermogen van Westfriesland benadrukken: groen, rust, ruimte water; - gemengde woonmilieus met meer aandacht voor bijvoorbeeld duurzaamheid en zelfvoorzienendheid; - toepassen van nieuwe woonvormen en een nieuwe opzet van nieuwbouw: seniorenwoningen, collectieve bouw, tiny houses, grote landschapskavels et cetera; - bewonersinitiatieven voor combinaties met zorg (ouders/kinderen); - nieuwe vormen van opdrachtgeverschap (onder andere CPO). Conclusie Het beoogde product op het DEK-terrein voldoet aan nagenoeg alle uitgangspunten voor nieuwbouw. Daarmee is het plan in lijn met het regionale woonbeleid.

3.3.5

Programma Stedelijk water en Riolering 2022 - 2027

Op 7 april 2022 is het Programma Stedelijk water en Riolering (Hierna: PSWR) opgesteld. De zeven gemeenten binnen de samenwerkingsregio Westfriesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec), het hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Binnen deze samenwerking geven ze het rioleringsbeleid gezamenlijk vorm. Met het uitvoeren van de watertaken die voortkomen uit de zorgplichten riolering beschermen ze de fysieke leefomgeving. Bij rioolrenovatie,

13 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

(her)ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte willen de gemeenten kansen pakken om, bij voorkeur samen met inwoners, ook een bijdrage te kunnen leveren aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving, betere waterkwaliteit en ecologie (kaderrichtlijn water), de energietransitie, circulaire economie (levensduurverlenging/hergebruik materialen), versterking van de biodiversiteit en duurzame mobiliteit. Conclusie Voor het DEK-terrein is een watertoets opgesteld, een scan riool-hemelwater en grondwater uitgevoerd, en heeft er een onderzoek naar de effecten van het verhogen van het slootpeil plaatsgevonden. Om deze redenen zijn de ontwikkelingen op het DEK-terrein in lijn met het beleid van het gemeentelijk rioleringsplan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Kaderstellende Notitie en Gebiedsvisie DEK-terrein Medemblik

Op 12 december 2016 heeft de gemeenteraad van Medemblik een Kadernotitie vastgesteld (Kaderstellende Notitie DEK-terrein Medemblik). In deze notitie zijn de ambities en de randvoorwaarden voor de verdere uitwerking van de wijk gegeven. Deze notitie is mede gebaseerd op de resultaten van een participatieavond met omwonenden en belangstellenden. De Kaderstellende notitie is vastgesteld door de gemeenteraad. De Kadernotitie vormt de basis voor de Gebiedsvisie van het DEK-terrein (Gebiedsvisie DEK-terrein Medemblik, zie bijlage 1). Het belangrijkste onderdeel van de Gebiedsvisie is de kaart met ontwikkelkaders. Conclusie De Kaderstellende notitie vormt de basis voor de Gebiedsvisie van het DEK-terrein. Deze notitie is mede gebaseerd op de resultaten van een participatieavond met omwonenden en belangstellenden.

3.4.2

Gemeentelijke structuurvisie

In de gemeentelijke structuurvisie ´Sterke Kust en Sterk Achterland 2012-2022' (door de raad vastgesteld op 28 februari 2013)' is het DEK-terrein als een 'kwaliteitslocatie' aangeduid die voor 2018 wordt ontwikkeld. In de structuurvisie is in 2012 op deze locatie met de bouw van 40 woningen rekening gehouden. Dit bestemmingsplan maakt echter de bouw van 72 woningen mogelijk. De wens om op het DEK-terrein een hoger aantal woningen te bouwen dan aanvankelijk was voorzien, komt voort uit een combinatie van redenen. Deze zijn in onderstaande paragrafen toegelicht. Unieke locatie Het besef van het feit dat het DEK-terrein een unieke locatie is wordt steeds groter. Nergens in de gemeente of in de regio is een dergelijke nieuwbouwlocatie van deze omvang zo aantrekkelijk gelegen: nabij het centrum en de voorzieningen, aan het IJsselmeer, goed bereikbaar en aan bevaarbaar water. Deze locatie moet voor zoveel mogelijk Medemblikkers als aantrekkelijk woongebied bereikbaar worden. Beleid In het landelijke en provinciale ruimtelijke beleid voor woningbouwlocaties wordt steeds nadrukkelijker ingezet op het stimuleren van duurzaam ruimtegebruik en het bouwen in bestaand stedelijk gebied. Het realiseren van nieuwe uitbreidingswijken aan de rand van kernen zijn in dit beleid niet meer zo vanzelfsprekend.

De ontwikkeling van kwaliteitslocaties in de bebouwde omgeving, zoals het DEK-terrein, past geheel in deze lijn. De gemeente vindt vernieuwing van het bestaande gebied belangrijk. Herstructurering en nieuwe woningbouw zijn belangrijk voor het enerzijds handhaven van, en anderzijds een impuls geven aan, de voorzieningen en de leefbaarheid in de kernen. Behoefte aan (centrum)dorpse woonmilieus De gemeente vindt het belangrijk om de kansen van deze inbreidingslocatie maximaal te benutten. Deze locatie maakt het gezien de ligging mogelijk om een (centrum)dorps woonmilieu te realiseren. Aan dit type

14 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

woonmilieu is volgens het woningbehoefteonderzoek het meeste behoefte. De locatie ligt op korte afstand van het centrum van Medemblik en daarnaast scoort deze locatie goed op het punt van bereikbaarheid (openbaar vervoer, auto, fiets). Geen van de planlocaties in de woningmarktregio biedt al deze aspecten. Deze kwalificatie wordt ondersteund door de resultaten van de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 3.4.4 van deze toelichting). Meer woningdifferentiatie Het aantal woningen uit de Structuurvisie 2012 is gebaseerd op een uniforme bebouwingstypologie: overwegend vrijstaande woningen op (zeer) ruime kavels en relatief veel openbare ruimte. Inmiddels blijkt uit de actuele woningbehoefteonderzoeken dat deze typologie niet meer bij de behoefte aansluit. Het is bij nieuwe ontwikkelingen van belang om meer differentiatie toe te voegen, zodat er ook meer mogelijkheden voor kleinere huishoudens en starters beschikbaar komen (zowel huur als koop). Het gevolg is dat op het DEK-terrein appartementen en meer kleinere kavels, en dus ook meer woningen, zijn ingetekend.

Gezien het beoogde woonmilieu en de vastgestelde kaders voor deze locatie, is met deze toename nog steeds sprake van een relatief lage bebouwingsdichtheid (circa 20 woningen per ha; het plangebied heeft een bruto oppervlakte van circa 4,8 ha en het potentiële ontwikkelgebied voor woningbouw is circa 3,6 ha groot). In de structuurvisie is overigens uitgegaan van een kleiner gebied voor woningbouwontwikkeling. De wettelijke regeling omtrent de structuurvisie laat toe dat hiervan met een bestemmingsplan mag worden afgeweken. Het oostelijk deel van het DEK-terrein is tot 2015 in beeld geweest als parkeergelegenheid voor een hotelfunctie, waardoor er minder woningen mogelijk konden worden gemaakt. De plannen en de gesprekken over de hotelontwikkeling zijn in 2015 definitief verbroken, waardoor het totale DEK-terrein weer in beeld kwam voor woningbouw. Conclusie De geplande ontwikkelingen op het DEK-terrein als zijnde 'kwaliteitslocatie' zijn in lijn met de gemeentelijke structuurvisie.

3.4.3

Welstandsnota

In de kadernota voor het DEK-terrein is vastgesteld dat welstandscriteria voor het DEK-terrein zeer beperkt blijven en dat deze zich met name richten op het borgen van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld. Voor de CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) en PO (particulier opdrachtgeverschap) -kavels biedt de gemeente ruimte voor meer experimentele, vernieuwende bouw. In de Kaderstellende notitie is opgenomen, dat de gemeente onderzoekt of voor deze locaties een welstandsarm regime kan worden aangewezen. In de Gebiedsvisie is aan dit kader uitwerking gegeven. Hiermee wordt bedoeld dat het onderzoek is afgerond en dat de resultaten daarvan in de Gebiedsvisie zijn opgenomen. In de Gebiedsvisie is in de geest van het 'welstandsarme regime' voorgesteld om beperkte welstandsregels te stellen, in de vorm van twee regels: voor alle woningen een zadeldak, en uitgevoerd in zwarte pannen. Deze twee regels zijn bij de vaststelling van de Gebiedsvisie door de raad geschrapt, waardoor nu een welstandsvrij gebied is ontstaan. Welstandsvrij betekent dat voor nieuwbouw geen welstandstoets nodig is. Er kan wel op vrijwillige basis een advies worden aangevraagd.

De commissie adviseert dan niet of een plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, er wordt aan de gemeente niet geadviseerd of een plan al dan niet akkoord is, maar er wordt alleen aan de aanvrager een advies gegeven of het plan kan worden verbeterd of versterkt. Ook is een advies mogelijk of er al dan niet een exces ontstaat. De welstandscriteria voor excessen blijven ook in deze gebieden van toepassing. En uiteraard dienen de bouwplannen te voldoen aan de stedenbouwkundige regels van het bestemmingsplan. Conclusie De conclusie van dit raadsbesluit is dat, nu de enige voorgestelde vormkenmerken (zadeldak en zwarte pannen) zijn geschrapt, geen welstandscriteria overblijven. De afmetingen en de verplichting van een kap zijn in onderhavig bestemmingsplan voor het DEK-terrein vastgelegd. Het DEK-terrein wordt daarmee als een welstandsvrij gebied aangemerkt. De Welstandsnota wordt hierop aangepast:

15 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

1 2

verwijderen DEK-terrein uit het deelgebied 18 (sport en recreatie); het DEK-terrein op de niveaukaart als welstandsvrij verklaren.

3.4.4

Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking

Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. In bijlage 2 is de gehele onderbouwing opgenomen. De Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking voor het DEK-terrein is op basis van de voormalige wetgeving (voor 1 juli 2017) uitgevoerd. Als gevolg van de wetswijziging bestaat de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking niet meer uit drie, maar uit twee treden. In overleg met de provincie is besloten dat het niet noodzakelijk is het rapport van de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking hierop aan te passen. Reden hiertoe is dat het rapport uitgebreider is opgezet dan waar de huidige wetgeving om vraagt. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies uit de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking samengevat. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit drie Treden. In Trede 1 moet worden aangetoond dat er sprake is van een regionale behoefte. In het geval van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied zijn ook Trede 2 en 3 vereist. Bij Trede 2 gaat het om de onderbouwing dat de geplande ontwikkeling niet elders binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is. Ten slotte is in Trede 3 van belang dat de locatie multimodaal is of wordt ontsloten.

Voor het DEK-terrein als locatie buiten bestaand stedelijk gebied moeten alle drie Treden worden doorlopen. Trede 1 Het aantal geplande woningen op het DEK-terrein past ruim binnen de geconstateerde kwantitatieve regionale woningbehoefte van 4.796 woningen. Kwalitatief is er Ladderruimte voor 2.077 woningen in een (centrum)dorps woonmilieu. Het aantal geplande woningen past ook binnen de kwalitatieve ruimte voor grondgebonden woningen en appartementen. Ook is zowel ruimte voor koopwoningen als huurwoningen. In alle onderzochte prijssegmenten is voldoende Ladderruimte beschikbaar. Voor de geplande woningontwikkeling is op basis van de vereisten van Trede 1 in kwantitatief opzicht ruim voldoende actuele regionale behoefte. Trede 2 Er is geanalyseerd of dezelfde woningen als gepland op het DEK-terrein in een vergelijkbaar woonmilieu kunnen worden gerealiseerd. Verschillende geïnventariseerde locaties zijn beoordeeld op geschiktheid en beschikbaarheid voor de realisatie van de geplande woningen op het DEK-terrein. Van alle mogelijke locaties is de omgeving en het woonmilieu geanalyseerd. Op geen van de locaties kan het woonmilieu van het DEKterrein gerealiseerd worden. Dit betreft een (centrum)dorps en woonmilieu op een uitbreidingslocatie maar op korte afstand van het centrum.

Daarnaast is de goede bereikbaarheid van Medemblik, Hoorn en Enkhuizen een belangrijke kwaliteit van het DEK-terrein. Geen van de alternatieve locaties in de woningmarktregio kan al deze aspecten bieden. De geplande woningen op het DEK-terrein kunnen dus niet op andere locaties binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Hiermee is voldaan aan Trede 2 van de Ladder. Trede 3 In Trede 3 is de multimodale bereikbaarheid van het DEK-terrein onderzocht. Door de binnenstedelijke ligging, vlakbij het centrum, kan de locatie profiteren van de bestaande infrastructuur. De multimodale ontsluiting van het DEK-terrein is hiermee beter dan die van een traditionele uitleglocatie, waar wegen en openbaarvervoerverbindingen nog moeten worden aangelegd. Het DEK-terrein ligt centraal binnen de kern Medemblik, op 500 meter van het centrum. Te voet is de binnenstad dus in circa 5 minuten te bereiken. Met de bus zijn de binnenstad en het station van Hoorn in circa een halfuur bereikbaar. Vanaf het treinstation Hoorn zijn er rechtstreekse verbindingen met onder andere Alkmaar, Amsterdam en Haarlem. De locatie kent een goede autobereikbaarheid. De oprit naar de A7 ligt op circa tien minuten rijden. De nabijgelegen kernen Enkhuizen en Hoorn zijn via respectievelijk de N240 en N302 en de A7 in circa 20 minuten per auto

16 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

bereikbaar. De locatie is ook per fiets goed ontsloten. Zowel naar het omringende landschap omliggende dorpen en steden zijn diverse fietspaden beschikbaar. Conclusie De eindconclusie is dat de woningbouwplannen op het DEK-terrein voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig ruimtegebruik.

3.4.5

Duurzaamheid

De gemeente Medemblik streeft naar een klimaatneutrale toekomst. Onder het motto 'Duurzaam Medemblik' neemt de gemeente extra maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en naar meer klimaatvriendelijke vormen van energie en producten over te gaan. Daarnaast zet de gemeente zich actief in om bewustwording en energiebesparing bij inwoners, bedrijven en instellingen te stimuleren. De gemeente wil in 2020 bereiken: - 20 % minder CO2-uitstoot; - 20 % minder energieverbruik; - 20 % duurzame energie (ten opzichte van 1990). De gemeente Medemblik heeft besloten dat de woonwijk op het DEK-terrein zoveel mogelijk energieneutraal wordt ontwikkeld. Een belangrijke maatregel is dat de wijk gasloos wordt aangelegd. Andere uitgangspunten die bijdragen aan klimaatadaptief ontwikkelen zijn: - water-robuust bouwen: in de bouw en inrichting van de wijk wordt rekening met de mogelijkheid gehouden dat er bovengronds regenwater wordt afgevoerd; - ruimtelijke inrichting: bij de ontwikkeling van de wijk worden standaard de mogelijkheden voor maatregelen vanuit klimaatopgaven onderzocht.

Het watersysteem (afwatering en ontwatering) in het DEK-terrein draagt bij aan het klimaat-adaptief ontwikkelen door (zie bijlage 3 Advies watersysteemkeuze en bouw- en woonrijp maken): - vuilwater gescheiden af te voeren van hemelwater: het hemelwater wordt naar het oppervlaktewater afgevoerd en daar geborgen. Hemelwater komt niet tot afstroom naar de riolering en zuivering; - bovengrondse afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater; - vloerpeilen liggen hoger dan het wegpeil; - een bewuste afweging tussen ophoging en drainage, tussen ontwatering en drooglegging. Er wordt geen onnodig grondwater onttrokken aan het grondwatersysteem. Voorschriften voor verharding In het bestemmingsplan kunnen geen voorschriften voor maximaal te verharden oppervlakte worden opgenomen. Wel worden bij de inrichting van het openbaar gebied voldoende maatregelen genomen, die er voor zorgen dat neerslag als gevolg van klimaatverandering op een goede manier kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Conclusie De geplande bestemmingen op het DEK-terrein zijn in lijn met de duurzaamheidwens van de gemeente Medemblik.

3.4.6

Kadernotitie Biodiversiteit

De raad van de gemeente Medemblik heeft eind april 2013 het college van burgemeester en wethouders gevraagd te onderzoeken of er meer mogelijkheden zijn om de biodiversiteit te behouden of te ontwikkelen. In de vorm van een Kadernotitie worden deze mogelijkheden gerapporteerd. In overleg met de gemeente is gekozen om de mogelijkheden voor het behouden en bevorderen van de biodiversiteit na te gaan binnen 27 objecten waar de gemeente qua beheer verantwoordelijk voor is. De

17 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

uitkomst is dat er, afhankelijk van de grootte van het object, mogelijkheden zijn voor het behouden of vergroten van de biodiversiteit. Conclusie Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan DEK-terrein komen belangrijke elementen uit deze Kadernotitie terug. Zo wordt er voldaan aan de Wet natuurbescherming en worden er extra oevers in het plangebied gerealiseerd. Om deze reden is de geplande bestemming op het DEK-terrein in lijn met de Kadernotitie Biodiversiteit.

3.4.7

Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan

Op 4 maart 2023 is het gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan (hierna: GVVP) geactualiseerd. De basis van het nieuwe GVVP is een gedragen beeld op de toekomst van de mobiliteit tot en met 2030/2035. De beoogde doelen in dit plan bieden sturing aan de mobiliteitsontwikkelingen en leiden tot praktische handvatten in de dagelijkse praktijk. Het GVVP schetst onder andere de gewenste infrastructuur met aandacht voor verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid voor alle typen verkeer. De huidige situatie, de knelpunten en de wensen zijn vertaald naar de ambities en doelstellingen. De focus ligt op de volgende aspecten: - leefbaarheid en veiligheid lintbebouwing; - leefbaarheid en veiligheid kernen; - verbeteren verkeersveiligheid fietsroutes; - aantal specifieke locaties waar de verkeersveiligheid verbeterd dient te worden. Vanuit veiligheid en leefbaarheid is het cruciaal dat het gemotoriseerd verkeer geconcentreerd wordt op de hoofdwegen. Van binnen naar buiten dus. Hierdoor neemt het aantal conflicten tussen langzaam- en snelverkeer af. Conclusie Op het DEK-terrein wordt gezorgd voor een veilig en robuust verkeerssysteem, dat het gebied met de rest van de gemeente verbindt. Ook wordt recreatief fietsgebruik gestimuleerd en worden wegencategoriseringen gebruikt die herkenbaar en begrijpelijk zijn voor zowel de eigen bewoners als voor bezoekers.

Om deze redenen zijn de geplande bestemmingen op het DEK-terrein in lijn met het gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan.

3.5

Samenvattend

De geplande ontwikkelingen op het DEK-terrein zijn in lijn met het rijksbeleid, het provinciaal- en het gemeentelijk beleid. In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de relevante milieuthema's met betrekking tot de voorstaande ontwikkeling van het plangebied.

18 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

4 PLANBESCHRIJVING 4.1

Planuitgangspunten

Door het vertrek van de voetbalvereniging is een ontwikkellocatie op loopafstand van de historische binnenstad van Medemblik en het IJsselmeer vrijgekomen. De realisatie van woningen op deze plek creëert meerwaarde voor Medemblik. De binnenstad en de directe omgeving hiervan is een geliefde plek om te wonen. Huidige bewoners willen graag wooncarrière maken in of rond de binnenstad. Het DEK-terrein blijkt voor hen aantrekkelijk. Aansprekende kwaliteiten zijn de nabijheid van de historische binnenstad met voorzieningen, ligging in de luwte en aan de Westfriese Omringdijk en de nabijheid van de IJsselmeerkust. De Gebiedsvisie, welke is opgenomen in bijlage 1, is op 12 december 2016 door de raad vastgesteld en vormt het uitgangspunt voor het bestemmingsplan. De Gebiedsvisie is niet vanachter de tekentafel opgesteld. Het is het resultaat van intensief overleg en afstemming met belanghebbenden en belangstellenden. Stap voor stap is samen met een klankbordgroep en tijdens bewonersavonden gebouwd aan de Gebiedsvisie. Er is gezamenlijk gewerkt aan een Gebiedsvisie met draagvlak. De klankbordgroep bestaat uit omwonenden, potentiële bewoners en belangstellenden. Deze groep is gedurende het proces vijf keer bij elkaar geweest. Ze hebben kennis en ervaring ingebracht, meningen gedeeld en varianten en suggesties gedaan.

Deze gesprekken waren de voorbereiding op de bewonersavonden met omwonenden en potentiële nieuwe bewoners. Tijdens vier bewonersavonden zijn meningen en reacties geoogst en hebben de deelnemers voorkeuren aangegeven. Tijdens de avonden is teruggekoppeld wat wel en wat niet (en waarom niet) in de visie is opgenomen. Het toekomstig woongebied sluit aan bij de sfeer en de ruimtelijke karakteristiek van de directe omgeving. Dit is terug te vinden in de gemiddelde bebouwingsdichtheid (circa 20 woningen per hectare, het plangebied heeft een bruto oppervlakte van circa 4,8 ha en het potentiële ontwikkelgebied voor woningbouw is circa 3,6 ha groot) en de diversiteit in woningtypologieën. Het DEK-terrein onderscheidt zich echter nadrukkelijk op haar omgeving door het groene en waterrijke karakter. Het water en het landschap (in en rond de buurt) is overal zicht- en beleefbaar. De openbare ruimte en de bebouwing zal deze sfeer ondersteunen. Conclusie De gemeente Medemblik pakt de planvorming innovatief aan. Er is gekozen voor een interactieve aanpak, waarbij belanghebbenden al vóór de kaderstelling zijn betrokken. Het DEK-terrein zal aansluiten bij de sfeer en ruimtelijke karakteristiek van de directe omgeving.

4.2

Ruimtelijke hoofdopzet

Het ontwikkelgebied Het ontwikkelgebied is groter dan het complex van de voormalige voetbalvelden. Tussen de voormalige voetbalvelden en de Oostersingel liggen twee speelplekjes. Aan de zijde van de Vlietsingel is het huidige parkeerterrein en het kruisvlak met de singel onderdeel van het plangebied. Het plangebied is circa 5 ha. Het potentiële ontwikkelgebied voor woningbouw is circa 3,6 ha groot.

19 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Indeling van het gebied Bij de indeling van het plangebied wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de omliggende bestaande wegenstructuur. De planopzet gaat uit van één hoofdontsluiting: via de bestaande inrit en de parkeerplaats aan de Vlietsingel. De interne wegenstructuur bestaat uit één oost-westwaarts gelegen woonstraat met een ruime opzet. Het ontwikkelgebied heeft één bijzondere rand: dat is de oostzijde die grenst aan de Oosterdijk en een compact bosje. Calamiteiten Het bestaande fietspad langs de Oosterdijk kan gedeeltelijk dienen als calamiteitenontsluiting. De calamiteitenontsluiting volgt het bestaande fietspad vanaf de Oostersingel tot halverwege het bos, waarbij de ontsluiting naar het nieuwe woongebied afbuigt en daar het nieuwe fiets- en voetgangerspad volgt (zie ook bijlage 7, Ontsluiting nieuwbouwlocatie DEK-terrein). Archeologische waarden Bij binnenkomst via de Vlietsingel komt men langs de locatie waar restanten van de dubbele schepmolen te vinden zijn. Deze plek blijft onbebouwd en wordt een groengebied midden in de wijk. Water Het water tussen de bestaande woonkavels en de nieuwe kavels wordt verbreed, zodat hier voldoende regenwateropvang is, en het water bevaarbaar wordt voor bestaande en nieuwe bewoners.

Het water wordt op twee punten door het gebied getrokken waarmee het een zichtbaar element wordt en bijdraagt aan de gewenste groene, waterrijke specifieke sfeer. Vaarwegen Voor de breedte van het vaarwater in en rondom het plangebied wordt uitgegaan van maximaal 10 m. Een vaarwegbreedte van minimaal 6 meter ter hoogte van de archeologische vindplaats van de molen kan niet worden gegarandeerd. Samen met Archeologie West Friesland doet de gemeente haar best om deze gewenste breedte alsnog tijdens de uitvoering van de werkzaamheden via de archeologische begeleiding te beoordelen en, indien mogelijk, te realiseren. Groencompensatie Er wordt een groene wijk gerealiseerd. Hierbij is gewaarborgd dat zoveel mogelijk te kappen bomen herplant worden binnen de grenzen van het nieuwe bestemmingsplan: een percentage van 65% van het totaal aantal te herplanten bomen wordt op het DEK-terrein gerealiseerd. De volgende bomen zijn of worden gekapt: - 80 elzen; - 10 esdoorns; - 7 essen; - 4 hazelaars; - 1 eik; - 1 populier; - 1 prunus. In totaal worden 104 bomen gekapt. Het herplantplan van in totaal 106 bomen ziet er als volgt uit:

Tabel 4.1 Herplantplan van 106 bomen Locatie

Totaal aantal

in plan

69

in bufferzone tussen het industrieterrein Almereweg/Bolzijl en de woonwijk Schepenwijk

22

in Pronkvliet

15

totaal

106

20 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Locatie

Totaal aantal

extra: grondgebonden woningen kunnen een boom krijgen

maximaal 52

Aanplant van de bomen zal plaatsvinden in het plantseizoen en zo spoedig mogelijk na het gereedkomen van de geplande woonwijk. Conclusie Het uitgangspunt voor de nieuwbouw is diversiteit en vrijheid. Er is zowel ruimte voor verschillende varianten woningbouw als voor appartementen in een groene, veilige, waterrijke omgeving. Daarnaast wordt er een groene wijk gerealiseerd door de aanplant van bomen.

Afbeelding 4.1 Indicatief beeld aan de hand van een schetsmaquette

4.3

Functionele structuur

Binnen de stedenbouwkundige structuur is sprake van vaste ontwikkelelementen en van nader uit te werken elementen. Vaste ontwikkelelementen De verankeringspunten met de omgeving en de interne hoofdstraat liggen vast. Hiermee wordt de bereikbaarheid gegarandeerd. Bovendien ligt het karakter van de openbare ruimte vast. De archeologische site wordt onderdeel van het entreegebied dat is gekoppeld aan de Vlietsingel. Op een enkele plek is ruimte voor parkeren aan de straat. In het proces is uitvoerig over gebouwtypologie en ruimtelijke karakteristieken gesproken. Bij belanghebbenden en belangstellenden is een gedeeld beeld van laagbouw met een kap. Het appartementengebouw mag niet hoger dan drie lagen worden en de grondgebonden woningen krijgen een kap. Het maximale bouwvolume van de grondgebonden woningen is twee lagen met een kap. Het uitgangspunt is dat er veel vrijheid in de vormgeving van nieuwbouw mag worden gehanteerd. Materiaalgebruik in de gevels is vrij.

21 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Afbeelding 4.2 Vaste ontwikkelelementen, gebaseerd op de Gebiedsvisie (de tweede ontsluiting op de Oosterdijk wordt niet gerealiseerd)

Nader uit te werken elementen In de Gebiedsvisie zijn binnen de contramal van de ontsluiting- en waterstructuur (de vaste punten) de vlekken aangegeven waar kavels en parkeerplekken een plek hebben gekregen. In de Gebiedsvisie is -in lijn met de Kaderstellende notitie- rekening gehouden met een woningdichtheid van 18 tot 23 woningen per hectare. Deze dichtheid maakt globaal 65 tot 83 woningen mogelijk. In het bestemmingsplan is gekozen voor een definitief maximum aantal woningen van 72, waarvan maximaal 20 appartementen. Dit aantal te realiseren woningen past binnen de gezamenlijke afspraken die in het kader van het huidig provinciaal, regionaal en gemeentelijk woonbeleid (zie 3.3.3., 3.3.5. en 3.4.3.) zijn gemaakt en voldoet aan de wettelijke toets van de Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook 3.4.5 en bijlage 2 van de toelichting).

4.4

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling van het DEK-terrein tot een woonbestemming brengt veranderingen met zich mee op het gebied van verkeersgeneratie en parkeren. Verkeer In de Kadernota voor het DEK-terrein is gekozen voor een heldere en veilige ontsluitingsstructuur. Hierbij is aangegeven dat de hoofdontsluiting van het woongebied via de bestaande ontsluiting aan de Vlietsingel wordt gerealiseerd. Ook is in de Kadernota aandacht gevraagd voor een goede calamiteitenontsluiting en een aantrekkelijke fiets- en wandelverbindingen naar alle richtingen. In bijlage 6 is de verkeersanalyse DEK-terrein Medemblik opgenomen. In bijlage 7 is de Ontsluiting nieuwbouwlocatie DEK-terrein opgenomen. In deze rapporten zijn 5 varianten voor ontsluiting van het DEKterrein onderzocht, te weten: 1 ontsluitingsvariant 1: hoofdontsluiting via Vlietsingel en hoofdontsluiting via Oosterdijk; 2 ontsluitingsvariant 2: hoofdontsluiting via de speeltuin Oostersingel en noodontsluiting c.q. aansluiting langzaam verkeer via bestaand fietspad Oosterdijk; 3 ontsluitingsvariant 3: hoofdontsluiting via Oosterdijk en noodontsluiting c.q. aansluiting langzaam verkeer via bestaand fietspad Oosterdijk;

22 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

4 5

ontsluitingsvariant 4: hoofdontsluiting Vlietsingel en noodontsluiting c.q. aansluiting langzaam verkeer via speeltuin Oostersingel; ontsluitingsvariant 5: hoofdontsluiting Vlietsingel en noodontsluiting c.q. aansluiting langzaam verkeer via bestaand fietspad Oosterdijk.

De verkeerskundige voorkeursvariant gaat uit naar een combinatievariant tussen ontsluitingsvarianten 4 en 5. De hoofdontsluiting voor het gemotoriseerde verkeer via de Vlietsingel en aanvullende fietsontsluitingen via de Oosterdijk en de Oostersingel. De nood- en hulpdiensten worden ontsloten via de Oosterdijk. De voorkeursvariant is weergegeven op onderstaande afbeelding.

Afbeelding 4.3 Ontsluitingen DEK-terrein Medemblik

Het entreegebied vanaf de Vlietsingel naar het DEK-terrein is nader vormgegeven. In de inrichtingsschets zoals weergegeven op onderstaande afbeelding (Variant 50-) is bij behoud van het vrij-liggende fietspad de voorkeursvariant van de Werkgroep verkeer opgenomen.

23 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Afbeelding 4.4 De voorkeursvariant (variant 50-) van de Werkgroep verkeer betreffende de ontsluitingsmogelijkheid naar de Vlietsingel (boven) en de bestaande situatie aan de Vlietsingel (onder)

Parkeren De huidige parkeerplaats in het entreegebied biedt 24 plaatsen, waarvan tenminste 11 worden gehandhaafd. De parkeerplaats wordt op dit moment incidenteel gebruikt door (bezoekers van) bewoners van de Vlietsingel. Sinds het stoppen van de voetbalactiviteiten op het DEK-terrein rijden er gemiddeld per weekdagetmaal geen voertuigen van en naar het DEK-terrein. De verkeersproductie en -attractie is naar verwachting circa 560 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal als er 72 woningen (van verschillende woningtypen) op het DEK-terrein worden gerealiseerd. Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de woningen bedraagt 149 op basis van de gemeentelijke parkeernormen. Van deze parkeerplaatsen worden 50 op eigen terrein gerealiseerd en 99 parkeerplaatsen in de openbare ruimte (zie bijlage 6 Verkeersanalyse). Conclusie In bijlage 6 is een verkeersanalyse opgenomen. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek is een nader verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit is opgenomen in bijlage 7. Hierin worden ontsluitingsvarianten onderzocht en afgewogen en wordt de nut en de noodzaak van de tweede ontsluiting nader onderbouwd. Er zal naar aanleiding van de onderzoeken één hoofdontsluiting worden gerealiseerd, namelijk die via de Vlietsingel.

4.5

Waterhuishouding

Inleiding Het kader van de watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het

24 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer en onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is binnen dit gebied de waterbeheerder. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners het waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samenwerken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor deze waterparagraaf is de digitale Watertoets van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geraadpleegd.

Ook is er naar aanleiding van deze digitale watertoets een aanvullend schriftelijk advies van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ontvangen. De resultaten van de digitale watertoets kunnen worden gevonden in bijlage 8 en de aanvullende reactie in bijlage 9. De watertoets Uit de digitale watertoets is gebleken dat de ontwikkeling de beperkingsgebieden van de beschermingszones langs primaire waterkeringen en primaire watergangen raakt. Daarom is voor de ontwikkeling de normale procedure gevolgd en vandaar heeft afstemming plaatsgevonden met het HHNK. Algemeen Het plangebied is gelegen in het peilgebied 6750-14 van de polder Vier Noorder Koggen. Het ter plaatse geldende streefpeil is NAP -2,2 m. Via een stelsel van primaire en secundaire watergangen watert het gebied uiteindelijk in zuidelijke richting af naar het gemaal Vier Noorder Koggen waar het polderwater wordt uitgeslagen op het IJsselmeer. Grondwater Het onttrekken van grondwater korter dan zes maanden met een hoeveelheid van minder dan 15.000 m 3/per maand in een 'niet kwetsbaar gebied' en 8.000 m3/per maand in 'kwetsbaar gebied' valt onder de algemene regels van de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016.

Het hoogheemraadschap is net als voor het onttrekken en eventueel in de bodem retourneren van grondwater ook aanspreekpunt als het gaat om het lozen van het onttrokken grondwater op het oppervlaktewater. Voor lozingen op het oppervlaktewater wordt een melding gedaan bij het hoogheemraadschap. Voor de eventuele lozing van het bemalingwater op het riool worden afspraken gemaakt met de rioolbeheerder, de gemeente. Watercompensatie De woningbouw op de voormalige sportvelden leidt tot een substantiële toename (> 2.000 m 2) van het verhard oppervlak. Deze toename volgt uit een schatting van het toekomstig verhard oppervlak (Breen, J. 2017): - bebouwing: 5.203 m2; - verharding: 7.226 m2; - dijkweg: 393 m2. Door de toename van het verhard oppervlak wordt hemelwater versneld afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot ongewenste peilstijgingen met wateroverlast tot gevolg. Om de ongewenste peilstijgingen te voorkomen worden compenserende maatregelen in de vorm van het graven van extra oppervlaktewater genomen, uitgedrukt als percentage van de netto toename van het verhard oppervlak. Voor deze locatie is een percentage bepaald van 8 %. Bij de realisatie van het DEK-terrein zal deze 8 % worden behaald.

25 | 44

Witteveen+Bos | 139228/24-003.375 | Concept 01

Afbeelding 4.5 Links: positiedoorsnede en rechts: waterstructuur (de tweede ontsluiting op de Oosterdijk wordt niet gerealiseerd)

Waterstaat waterkering Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het profiel van vrije ruimte van de primaire waterkering. Het profiel van vrije ruimte wordt vrijgehouden van onomkeerbare ontwikkelingen zoals bebouwing. De woningbouw vindt gedeeltelijk plaats binnen de beschermingszones. Omdat er binnen de beschermingszones geen diepe ontgravingen plaatsvinden, bijvoorbeeld ten behoeve van parkeerkelders, heeft de ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de stabiliteit van de waterkering. Slootpeil De watergang langs de west-, zuid- en oostkant van de sportvelden worden thans onderbemalen. Dit betekent dat het peil in deze watergang door middel van een bemaling op een lager niveau (30 cm lager) dan het omringende polderpeil (NAP -2,2 m) wordt gehouden. De onderbemaling zal worden opgeheven. De slootpeilverhoging heeft ook gevolgen voor de drooglegging. Onderbemaling De onderbemaling is ten behoeve van de drooglegging van de sportvelden ingesteld. Met het opheffen van de onderbemaling komt het waterpeil van de woningen aan de noordzijde van de Vlietsingel op dezelfde peilhoogte van de woningen aan de zuidzijde van de Vlietsingel te liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=55a374b6-4654-4d79-b084-a13223f7836e