CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Ruimtelijke onderbouwing Zegersweel

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente MedemblikBij agendapunt: Middelgrote huisvestingslocaties buitenlandse werknemers (pfh. J. Broeders)15.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit moet worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarom is de instructieregel van toepassing. Uit de rapportage van Decisio en het locatieonderzoek van Sweco komt naar voren dat er een grote vraag naar short-stay en mid-stay flexwoningen is. Voorliggend initiatief komt aan die vraag tegemoet. Aan de Ladder kan daarom worden voldaan.

27

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

5.2 Omgevingsveiligheid Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of een wijziging omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening. Onder de Omgevingswet wordt het groepsrisico anders ingevuld dan onder de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Bij risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aandachtsgebieden aan. De gemeente moet binnen de aandachtsgebieden bij de vergunningverlening rekening houden met het groepsrisico, oftewel rekening houden met het risico van brand, explosies of gifwolken. Er gelden dan aanvullende bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De norm van het plaatsgebonden risico (PR) blijft gelijk en daarmee ook het basisbeschermingsniveau. Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn. Bij het beoordelen van de veiligheid toetst het bevoegd gezag (voor zover hier van belang) aan de instructieregels in paragrafen 5.1.2.2 Bkl (opslag, productie, gebruik en vervoer gevaarlijke stoffen en windturbines), 5.1.2.3 Bkl (belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen) en 5.1.2.4.

Bkl (opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk). Beoordeling Rondom het bouwplan zijn geen locaties voor het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk. Ook is er geen belemmeringengebied voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen en er is geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. EOS Zoals eerder is aangegeven wordt er gebruik gemaakt van een EOS voor de opslag van elektriciteit. Er wordt een systeem toegepast van 270 kWh capaciteit en 45 kW vermogen. Vanuit de ‘Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers’ gelden er richtlijnen voor het verminderen van risico’s bij het gebruik van EOS’en. In overleg met de Veiligheidsregio zal worden bepaald hoe de EOS zal worden geplaatst: danwel binnen de logies of daarbuiten. Propaan Er worden een opslagtank voor propaan van 13 m3 geplaatst voor de warmwatervoorziening. Dit is geen activiteit die valt onder paragraaf 5.1.2.2 Bkl. Wel zal worden voldaan aan de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in tabel 4.899 van het Bal en er zal worden voldaan aan de veiligheidseisen uit PGS 19 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen). Er zal op grond van artikel 4.897 Bal een melding worden gedaan. Bereikbaarheid en bluswater In het geval van een ongeval is de projectlocatie vanaf de twee inritten bereikbaar. Er is voldoende vrije ruimte voor de veiligheidsdiensten (>3,5 meter breedte).

De toegangsdeuren tot de woongebouwen zijn op minder dan 40 meter bereikbaar voor hulpdiensten. 28

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Door de Veiligheidsregio is geadviseerd over het realiseren van een geboorde put als bluswatervoorziening. Door toepassing van droge buisleidingen met een voedingspunt en twee afnamepunten zijn voldoende blusvoorzieningen aanwezig. Conclusie Er zijn vanuit het aspect veiligheid geen bijzondere beperkingen voor de realisatie van het bouwplan.

5.3 Water Bij de beoordeling van een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een wijziging omgevingsplan moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37 Bkl). Eerder werd hieronder ook wel de ‘watertoets’ verstaan. Dit houdt in dat een verantwoording dient te worden afgelegd van het onderzoek naar en het integrale beleid betreffende de afstemming van het ruimtelijk beleid met het waterbeleid. Alle relevante facetten van het waterbeheer in relatie met de ruimtelijke ordening dienen in beeld te worden gebracht, zoals de waterkwantiteit (vernatting of verdroging) en de waterkwaliteit, alsmede functies die aan in het plangebied voorkomend water worden toegekend. De aandacht dient zich zowel tot het grondwater als het oppervlaktewater te richten. Bij beschouwing van de consequenties van het plan voor de waterhuishouding zijn de volgende items van belang: beïnvloedt het plan een kering of dijk; worden er sloten gedempt of sloten verlegd; is de toename van verhard oppervlakte (daken en openbare weg) en; beïnvloedt het plan het onderhoud van watergangen. De projectlocatie behoort tot het gebied dat in beheer is bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterplan 2022-2027) opgesteld. In het Waterplan 2022-2027 zijn de ambities en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig, gebiedsgericht waterbeheer mogelijk. De zeven gemeenten binnen de samenwerkingsregio Westfriesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec), het hoogheemraadschap HollandsNoorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Binnen deze samenwerking geven ze het rioleringsbeleid 29

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

gezamenlijk vorm. In de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst Samenwerking Waterketen Westfriesland (2021-2030) is als doelstelling opgenomen om het beheer van de afvalwaterketen uit te voeren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Hiermee worden kosten over de hele afvalwaterketen bedoeld, dus inclusief zuiveringskosten. Om deze doelstelling te kunnen behalen is besloten om het programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) gezamenlijk in de regio op te stellen. Dit programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) bevat bouwstenen voor de omgevingsvisie, bouwstenen voor het omgevingsplan en een concreet maatregelenprogramma. In dit programma is vastgelegd hoe de partijen ervoor zorgen dat aan de zorgplichten wordt voldaan, welke kosten ermee zijn gemoeid en welke inzet van financiële en personele middelen hiervoor nodig is. Dit vormt de beleidsmatige basis voor de rioolheffing. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Waterschapsverordening. Deze verordening vervangt sinds 1 januari 2024 de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen, waterkeringen en wegen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning of een melding nodig zijn. Weging van het waterbelang Het initiatief is getoetst aan diverse wateraspecten.

Waterkering De projectlocatie is niet gelegen in (de beschermingszone van) een regionale waterkering. Oppervlaktewater De voorliggende ontwikkeling realiseert meer oppervlaktewater dan er in de bestaande situatie aanwezig is. Er wordt namelijk water gerealiseerd aan de oostzijde van de projectlocatie. Er zullen afspraken met het HHNK worden gemaakt over het beheer en onderhoud. Verharding en compenserende maatregelen De voorliggende ontwikkeling voegt verharding toe aan het projectgebied. Dit is ook een van de redenen dat er oppervlaktewater wordt toegevoegd. In overleg met het HHNK is bepaald dat er een compensatiepercentage van 10% geldt. Bijgevoegd bij deze ETFAL-onderbouwing is een memo/overzicht van de watercompensatieopgave. Weergegeven is dat er een verhardingstoename is van 11.421 m2. 10% daarvan vormt de compensatieopgave: 1.142,10 m2. Er wordt 1.658 m2 aan water gerealiseerd. De locatie ervan is weergegeven in de memo. Het compensatiewater wordt via greppels en sloten aangesloten op het laagste polderpeil. Waterkwaliteit en riolering Hemelwater wordt direct afgevoerd richting het omliggende water met het laagste polderpeil. Voor de afvoer van vuil water zal een rioolpompgemaal worden gerealiseerd. Het vuilwaterriool wordt via een persleiding aangesloten op het bestaande stelsel dat aanwezig is op het bedrijventerrein WFO.

Conclusie Uit de watertoets blijkt dat het initiatief niet wordt belemmerd door het wateraspect. 30

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

5.4 Ecologie De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat in een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en een aantal strikte verboden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten (soortenbescherming). Daarnaast bevat het Bal specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels (gebiedsbescherming). Ook bevat het Bal enkele bepalingen over de jacht en houtopstanden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora en fauna- activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onder g Ow). Op grond van paragrafen 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4 van het Bal moet worden beoordeeld of een bouwplan van invloed is op de in het gebied aanwezige flora en fauna. Door Els en Linde is een quickscan ecologie uitgevoerd, waarbij het veldonderzoek op 28 november 2024 heeft plaatsgevonden. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten zijn beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik.

Verder is geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een rapportage die is opgenomen als bijlage bij deze ETFALonderbouwing. Soortenbescherming Uit de resultaten van de quickscan kan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten op voorhand worden uitgesloten. Een verdiepend onderzoek of een vergunning van de Omgevingswet is niet nodig. De aanwezigheid van egels en algemeen voorkomende broedvogels kan op voorhand worden uitgesloten. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt aan de zuidzijde tegen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aan. Het afwegingskader Natuurnetwerk Nederland is alleen van toepassing voor ingrepen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De planlocatie ligt op ongeveer 1,8 km van het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied beschermd onder het Bijzonder Provinciaal Landschap. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. Het beschermde Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’ ligt op ruim 3,6 km afstand van de planlocatie en gebied ‘Markermeer & IJmeer’ op 6,2 km. De kans dat er een significante wijziging is in de stikstofemissie, is gezien de aard van de werkzaamheden aanwezig.

De activiteit woningbouw kan voor Natura 2000-gebieden storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring 31

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

en verstoring door mechanische effecten creëren. Oppervlakteverlies en versnippering kunnen worden uitgesloten aangezien de planlocatie geen onderdeel is van het Natura 2000-gebied of een verbindingsroute. De overige storingsfactoren en andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten door de afstand tot het gebied en de tussenliggende bebouwing. Een berekening van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied is nodig. Stikstof Om te bepalen of er sprake is van een effect op de stikstofdepositie is door Buro DB een berekening gemaakt van de mogelijke stikstofdepositie op de hiervoor gevoelige natuurgebieden voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. De rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ETFAL-onderbouwing. Op basis van het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie kan worden gesteld dat het plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Uit de voortoets blijkt dat voor het plan geen (omgevings)vergunning (voor een Natura 2000-activiteit) op grond van de Omgevingswet nodig is.

Conclusie Gelet op het ecologische onderzoek en het stikstofonderzoek is het bouwplan niet in strijd met de instructieregels van het Bal.

5.5 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld op de verkeerseffecten en op het aspect parkeren. Door Buro DB is een verkeerskundige analyse opgesteld waarvan een rapportage is gemaakt. Deze is bijgevoegd als bijlage bij deze ETFAL-onderbouwing. In de rapportage wordt ingegaan op de te verwachten verkeers- en parkeereffecten van de ontwikkeling. Van belang is dat bij de voorliggende logiesverstrekking door het uitzendbureau wordt voorzien in het halen en brengen van de arbeidsmigranten van en naar de werklocaties. De meeste arbeidsmigranten worden met georganiseerd vervoer vanuit de landen van afkomst naar Nederland gehaald. Het autobezit is daarom laag. Bovendien wordt er voorzien in een fietsenstalling in het stolpgebouw voor circa 250 fietsen. Parkeren Er worden binnen voorliggend projectgebied 150 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er wordt dan ook gerekend met een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats per bed/persoon. De Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021 geeft voor de huisvesting van tijdelijke werknemers een norm van 0,7 parkeerplaats per persoon. Als bijlage bij de genoemde rapportage van de verkeerskundige analyse is een motivering opgenomen voor een lagere norm dan 0,7; zijnde 0,5.

Dit komt onder meer door het lage autobezit, het aangeboden fietsenplan, de haal- en brengservice, de nabijheid van het WFO en de goede fietsverbindingen. Ervaringen bij andere huisvestingslocaties tonen aan dat een norm van 0,5 hoog genoeg is. 32

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Verkeer Wanneer wordt uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 6 personen per busje, rijden dagelijks maximaal 50 busjes van en naar de locatie. Per etmaal komt dit neer op circa 100 autoritten, exclusief overig verkeer (van bevoorrading, bezorging post(pakketten) en personeel. Desalniettemin wordt in de notitie uitgegaan van 900 autoritten per etmaal. Tot dit aantal is gekomen aan de hand van het aantal parkeerplaatsen te vermenigvuldigen met een turnover van 3 en dat weer te vermenigvuldigen met 2 (komen en gaan). De verwachte hoeveelheid verkeer zal dus veel kleiner zijn dan 900. Rekening houdend met een turnover van 2 voor de hoeveelheid fietsparkeerplekken wordt rekening gehouden met (250 x 2 x 2=) 1.000 fietsritten per etmaal. In het rapport wordt ingegaan op de invloed van de verkeershoeveelheden op het woon- en leefklimaat van de in de directe omgeving aanwezige woningen. Gesteld kan worden dat het plan niet leidt tot een significante verslechtering van de leefbaarheid langs de Veenakkers en overige wegen. Op basis van de uitgevoerde verkeerskundige analyse kan worden geconcludeerd dat het plan Zegersweel niet leidt tot nieuwe situaties in de omgeving met een onacceptabel woon- en leefklimaat. Vanuit het aspect leefbaarheid is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Beoordeeld is of de nieuwe aansluiting van het projectgebied op de Veenakkers het gemotoriseerd verkeer aan kan. De nieuwe aansluiting van planlocatie op de Veenakkers kan de verwachte hoeveelheid gemotoriseerd verkeer in de nieuwe situatie goed verwerken. De doorstroming van het verkeer op de Veenakkers en de nieuwe aansluiting is goed en de I/C-ratio en gemiddelde wachttijd voldoen aan de geldende grenswaarden. Met een duidelijke inrichting van de nieuwe aansluiting voor gemotoriseerd verkeer, met aandacht voor voldoende (over)zicht voor alle weggebruikers en accentuering/snelheidsverlaging van het verkeer op de Veenakkers, is sprake van een voldoende verkeersveilige situatie. Voor de nieuwe aansluiting van de projectlocatie op de Veenakkers en de aansluiting en oversteek voor langzaam verkeer is een inrichtingsvoorstel opgenomen. Door de aansluiting en oversteek op de voorgesteld wijze in te richten wordt voorzien in een veilige verkeerssituatie. Het kruispunt Tolweg-Marktweg-Veenakkers kan het verkeer in de plansituatie nog juist voldoende verwerken. De doorstroming van het verkeer op de wegen is goed en de I/C-ratio en gemiddelde wachttijd voldoen nog aan de geldende grenswaarden. Uitgaande van de theoretisch bepaalde hoge verkeersgeneratie van het plan, loopt het kruispunt wel tegen haar maximale verwerkingscapaciteit aan.

Er kunnen zich dan momenten voordoen waarbij de verkeersafwikkeling in het gedrang komt. De maximale wachttijd treedt op voor het verkeer vanaf de Marktweg en bedraagt 28 seconden. Dit is op de rand van wat autobestuurders nog acceptabel achten. Omdat het onderzoek is gebaseerd op een theoretisch maximum en dit in de praktijk niet zal voorkomen, kan worden geconcludeerd dat het plan Zegersweel niet direct leidt tot knelpunten in de afwikkeling van het verkeer op de wegen en kruispunten rondom de planlocatie. Wel wordt geadviseerd om de komende tijd het verkeersverloop van de wegen (middels verkeerstellingen/-metingen) te controleren en te evalueren.

33

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Conclusie Vanuit het aspect verkeer is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met inachtneming van de aangegeven aanbevelingen, kan het initiatief, vanuit het aspect verkeer, volgens plan worden uitgevoerd.

5.6 Beschermen van gezondheid en milieu In paragraaf 5.1.4 Bkl zijn de instructieregels opgenomen voor de beoordeling van een ruimtelijke ontwikkeling op het gebied van gezondheid en milieu. Op het onderliggende initiatief zijn de instructieregels van belang voor de kwaliteit van de buitenlucht (paragraaf 5.1.4.1), het geluid door activiteiten (paragraaf 5.1.4.2) het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen (paragraaf 5.1.4.2a), de bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5) en geur (paragraaf 5.1.4.6). 5.6.1 Kwaliteit van de buitenlucht Artikel 5.54 geeft standaard gevallen aan waarbij in ieder geval sprake is van een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 µg/m3 of minder en die daardoor ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ zijn. Een van de voorbeelden zijn gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. Het gaat hier om een toename van 300 eenheden voor huisvesting van arbeidsmigranten. Duidelijk is dat er hier sprake is van een ontwikkeling die NIBM is. Een berekening met de NIBM-tool bevestigt dit, zie hierna.

Afbeelding: ingevulde NIBM-tool

Voorts is ook gekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te bieden vanuit het aspect luchtkwaliteit. De tabel hierna toont de achtergrondwaarden in relatie tot de advieswaarden van de WHO en de wettelijke grenswaarden.

Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Achtergrondwaarde (µg/m3)

Advieswaarde WHO (µg/m3)

Wettelijke grenswaarde (µg/m3)

10 13 6

10 15 5

40 40 25 34

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Uit de tabel volgt dat de achtergrondwaarden onder of net boven de advieswaarden van de WHO liggen en ruim onder de wettelijke grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse is dusdanig dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project. 5.6.2 Geluid van een activiteit op een geluidgevoelig gebouw Artikel 5.59, tweede lid van het Bkl verplicht dat een aanvaardbaar geluidsituatie geborgd moet worden in het omgevingsplan (of in een BOPA). De geluidwaarden van artikel 5.65 Bkl worden hierbij gehanteerd. Het eerste lid van artikel 5.65 bevat (via de tabellen 5.65.1 en 5.65.2) geluidwaarden. De tabellen zijn hierna weergegeven. Deze instructieregel is van belang indien een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een mba (milieubelastende activiteit) en andersom: een mba in de buurt van een geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten.

Afbeelding: tabel geluidswaarden Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Beoordeling Onder de Omgevingswet wordt de fysieke leefomgeving meer in samenhang benaderd dan onder de Wet ruimtelijke ordening. Ruimte en milieu worden verder geïntegreerd. In het gemeentelijke Omgevingsplan worden de afwegingen hieromtrent vastgelegd. Met betrekking tot milieuhinder kan gebruik worden gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering. Door Buro DB is een notitie opgesteld met betrekking tot milieuzonering in relatie tot geluid. Het onderzoek is gebaseerd op richtafstanden. De beoordeling is per bedrijf/activiteit gedaan. Omdat sprake is van een tijdelijke ontwikkeling (maximaal 15 jaar) is uitgegaan van de bestaande, feitelijk aanwezige bedrijfsvoering/bedrijfscategorie. Beoordeeld zijn de volgende bedrijven: - Veenakkers 42, agrarisch bedrijf - Veenakkers 51, rioolgemaal - Veenakkers 53, aannemersbedrijf - Nieuwmarkt 8, groenteverwerking - Centrale Markt 7, groothandel in bloemen en planten - Centrale Markt 7, overige groothandel - Tolweg 13, dienstverlening ten behoeve van de landbouw 35

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

-

januari 2025

Tolweg 14, bar/lunchroom

Uit de beoordeling komt naar voren dat de nabijgelegen bedrijfsdoeleinden allemaal op grotere afstand van de planlocatie liggen dan de volgens de VNG gestelde richtafstanden voor deze bedrijfscategorieën. Daarmee kan worden gesteld dat door de realisatie van het plan de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Daarnaast kan worden gesteld dan ter plaatse van de nieuwbouw het geluid van de bedrijven niet de geldende normen zal overschrijden. 5.6.3 Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen Het Bkl stelt eisen aan nieuwe geluidgevoelige functies binnen het geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein. Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Voor het bepalen van de omvang van het geluidaandachtsgebied gelden de regels uit bijlage IVc van de Omgevingsregeling. Bij een lokale (spoor)weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit tijdstip begrenst door vaste afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling). Artikel 5.78t Bkl geeft aan dat een omgevingsvergunning waarmee een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegestaan, erin voorziet dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t. Voor rijkswegen is dat 50 Lden. Voor gemeentewegen is dat 53 Lden.

Het is mogelijk om een overschrijding van de standaardwaarde toe te staan als: a. er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan 60 Lden voor rijkswegen en 70 Lden voor gemeentewegen.

Beoordeling De projectlocatie ligt aan de Tolweg en de Veenakkers. Dit zijn beide gemeentelijke 60 km/u wegen en het projectgebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van deze wegen. Ook ligt het binnen het geluidaandachtsgebied van de Marktweg. Er zal daarom onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidsbelasting van deze wegen. Door Buro DB is een onderzoek verricht naar de geluidsbelasting van deze wegen op de logiesbebouwing. De rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ETFALonderbouwing. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeer volgt dat de waarde van geluid van het wegverkeer ter plaatse van de westgevel(s) van de westelijke gebouwen (aan de zijde van de Tolweg) de standaardwaarde overschrijdt. De maximale waarde is 55 dB Lden. Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen stuit in deze situatie op bezwaren van 36

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

stedenbouwkundige en technische aard. Geluidsreducerend asfalt is financieel niet doelmatig. Verplaatsing van het bouwplan is gezien de beperkingen die de projectlocatie kent (denk aan hoogspanningstracé, persriool en spuitzonering) niet uitvoerbaar. Het plaatsen van een geluidsscherm is stedenbouwkundig niet wenselijk en financieel ook niet uitvoerbaar. Het realiseren van een geluidswal is kostbaar voor een tijdelijke ontwikkeling en zorgt ook voor een behoorlijke bijdrage aan de stikstofemissie. Het treffen van maatregelen is, voor dit tijdelijke plan, niet doelmatig. De (maximale) grenswaarde van 70 dB Lden wordt niet overschreden. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning moet bevoegd gezag gemotiveerd afwijken van de standaardwaarde. Daarbij dient zij tevens de gecumuleerde waarde als aanvaardbaar te beoordelen. Dit is mogelijk omdat de gecumuleerde waarde niet hoger is dan de toetswaarde. Conform artikel 5.78ad Bkl dient de gezamenlijke waarde van het geluid te worden vastgelegd in het omgevingsplan. De initiatiefnemer van het plan dient aan te tonen dat in de plansituatie sprake is van voldoende geluidwerende gevels. Bij het onderzoek geluidwering gevels moet worden uitgegaan van de berekende gezamenlijke waarde zoals weergegeven in tabel 4.3 van deze rapportage. Voldaan moet worden aan de eisen van het Bbl.

De geluidwering van de gevel(s) van de westelijke gebouwen dient ten minste 22 dB te bedragen. Voor de overige woongebouwen van het plan dient de geluidwering van de gevel(s), conform het Bbl, minimaal 20 dB te bedragen. Met een gemotiveerde afwijking van de standaardwaarde, een acceptabel geachte gecumuleerde waarde door bevoegd gezag en met aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels, kan de nieuwe woonruimte van plan Zegersweel in Zwaagdijk, vanuit het oogpunt van geluid, volgens plan worden gerealiseerd. De overschrijding van de standaardwaarde is beperkt en betreft slechts een deel van de woningen. Door middel van een voldoende gevelwering (denk aan suskasten) is een goed binnenklimaat te realiseren. Bovendien hebben de leefeenheden gezamenlijke interne leefruimtes waar de geluidsbelasting lager zal zijn dan de standaardwaarde en daarbij zijn er gezamenlijke buitenruimtes aanwezig waar het geluidsniveau ook lager zal zijn dan de standaardwaarde. Derhalve zal er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.6.4 Bodemkwaliteit Volgens artikel 5.89g e.v. Bkl moet een omgevingsplan voorzien in waarden voor de toelaatbare kwaliteit voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (zoals de huisvesting). In het omgevingsplan zijn deze waarden nog niet opgenomen.

De bodemkwaliteit is in ieder geval aanvaardbaar indien de onderzochte waarden voldoen aan de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Volgens artikel 5.89ka Bkl overlegt een aanvrager van een vergunning een onderzoek waarmee de waarden van de bodem worden aangetoond. Beoordeling Door Landview is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ETFAL-onderbouwing. Uit het onderzoek komt het volgende naar voren: Lokaal zijn in de grond verhoogde gehalten aan zware metalen, som PAK en enkele OCB’s gemeten. Deze grond valt in de klasse Industrie. De overige onderzochte (meng)monsters van de boven- en 37

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

ondergrond vallen in de klasse Landbouw/natuur, ondanks de lokaal aanwezige verhoogde gehalten aan nikkel. In geen van de onderzochte (meng)monsters wordt de interventiewaarde overschreden. Het slib uit beide sloten valt indicatief in de klasse ‘industrie’, op basis van het gehalte aan minerale olie. Het slib uit de sloot aan de westzijde van de locatie is licht verontreinigd, op basis van de gehalten aan lood, som PAK en minerale olie. Het slib uit de sloot aan de zuidzijde van de locatie is licht verontreinigd op basis van het gehalte aan minerale olie. Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek is uit beide sloten vrij toepasbaar op het aangrenzend perceel. In het grondwater uit peilbuis 1 zijn verhogingen boven de streefwaarden van koper en arseen aangetroffen. In het grondwater uit de overige peilbuizen zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. Ter plaatse van dam 2 (proefgaten 03 en 04, westelijke in- en uitrit) is asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen in de zowel de grove (delen > 20mm) als in de fijne fractie (delen <20 mm). Het gehalte aan asbest overschrijdt ter plaatse van dam 2 de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek van 50 mg/kg d.s. Vermoedelijk wordt ter plaatse van dam 2 de interventiewaarde overschreden.

Voor het vaststellen van het gehalte aan asbest en het verder in kaart brengen van de verontreinigingen met asbest is in principe nader asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. Het betreft echter een dam, welke duidelijk afwijkt van het overige onderzochte terrein. Aan de zuidzijde van de dam is een geringe hoeveelheid asbest aangetroffen onder de toetsingswaarde van 50 mg/kd d.s. Hiermee is de verontreinigingssituatie goed afgeperkt en wordt voor nader asbestonderzoek ter plaatse van dam 2 geen aanleiding gezien. Ter plaatse van de overige onderzochte delen van de locatie is geen of nauwelijks asbest aangetroffen, de gehalten liggen onder de toetsingswaarde van 50 mg/kg d.s, waardoor het statistisch aannemelijk is dat er tijdens een nader asbestonderzoek geen asbest boven de interventiewaarde in de grond wordt aangetroffen. Voor nader asbestonderzoek op het overige deel van locatie wordt eveneens geen aanleiding gezien. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, met uitzondering van dam 2, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik. Ter plaatse van de dam zal bovendien de westelijke in- en uitrit (langzaam verkeer) worden gerealiseerd.

Er is daar dus ook geen sprake van een situatie waar gedurende langere periode mensen verblijven. 5.6.5 Geur Artikel 5.90 van het Bkl geeft aan dat het beoordelen van geur aan de orde is wanneer er een geurgevoelig gebouw wordt toegelaten waarop geur wordt veroorzaakt door een activiteit. Een gebouw met een woonfunctie is een geurgevoelig gebouw. Beoordeling Relevant zijn het rioolgemaal en de bedrijfsfuncties op het WFO. 38

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Rioolgemaal In het omgevingsplan is voor het rioolgemaal een geurzone opgenomen waarbinnen geen geurgevoelige objecten zijn toegestaan. Bij het ontwerp is rekening gehouden met deze geurzone door geen geurgevoelige gebouwen binnen de geurzone op te nemen. Bedrijvigheid WFO Op het bedrijventerrein zijn bedrijven mogelijk tot milieucategorie 4.2. Het bedrijf op Nieuwmarkt 8 is het meest dichtstbijzijnde bedrijf dat valt binnen de categorie 3.2 (zie paragraaf 5.6.2). Een dergelijk bedrijf heeft als ongereduceerde richtafstand 50 meter voor geur. Er is circa 80 meter afstand tussen de bedrijvigheid en het voorliggende initiatief. Bovendien is ten zuiden van dit bedrijf op Tolweg 15 reeds een bedrijfswoning aanwezig die niet behoort tot de bedrijvigheid op Nieuwmarkt 8. Aan de noordoostzijde moet het bedrijf rekening houden met de bedrijfswoning op Veenakkers 53. De verwachting is daarom dat er geen sprake is van een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering. Overige bedrijvigheid op het WFO zal niet onevenredig (extra) worden belemmerd op het gebied van geur. Dit als gevolg van de gerealiseerde huisvesting op het adres Centrale Markt 9. De afstand en de groene inrichting in het plan zal desalniettemin bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat.

5.7 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Het Bkl stelt met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed eisen aan nieuwe ontwikkelingen. Cultureel erfgoed en werelderfgoed Het Bkl stelt in artikel 5.130 eisen aan de inhoud van een omgevingsplan in het belang van behoud van cultureel erfgoed met inbegrip van archeologische monumenten. Zo kunnen monumenten worden aangewezen en gebieden worden aangewezen waar niet mag worden gegraven voordat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Beoordeling Archeologie Er is door Archeologie West-Friesland een archeologische quickscan uitgevoerd om te bepalen of sprake is van te verwachten archeologische waarden. Hieruit komt het volgende naar voren. Op basis van de hoogtekaart, de bodemkaart, historisch kaartmateriaal en recent uitgevoerd archeologisch onderzoek geldt een hoge verwachting voor de Bronstijd. Deze bevinden zich in de regel direct onder de bouwvoor. Voor het zuidelijke deel geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen. Op basis van historisch kaartmateriaal wordt geen bewoning uit de Nieuwe Tijd verwacht. Op basis van de geplande ontwikkeling en de hoge archeologische verwachting is een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist.

Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven (BRL SIKB 4003). Als leidraad voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (BRL SIKB 4001) te worden 39

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. Op basis van bovengenoemd archeologisch onderzoek zijn in principe drie opties mogelijk: - Het terrein wordt vrijgegeven, omdat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. - Archeologische waarden worden in de bodem veiliggesteld (behoud in situ). Indien niet dieper dan 40 cm wordt verstoord, is het mogelijk eventuele archeologische resten in situ te bewaren. - De aanwezige archeologische waarden worden nader onderzocht door middel van een opgraving (protocol BRL SIKB 4004). Cultuurhistorische waarden Qua cultuurhistorie is vooral het historische landschap van belang. Uit het bijgevoegde Erfplan blijkt dat er rekening wordt gehouden met het historische landschap en ruimtelijke ontwikkelingsprincipes die aanwezig zijn.

5.8 Spuitzonering gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is ook relevant of er sprake is van een conflicterende situatie tussen agrarische gronden waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is en woningen. De gemeente Medemblik heeft een ‘Handreiking spuitzonering bij gevoelige functies’ opgesteld, waarmee handvaten worden gegeven om met de realisatie van gevoelige functies nabij percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om te gaan. Beoordeling In voorliggend geval is er aan de oostzijde sprake van agrarische gronden waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. De gronden zijn bestemd voor het agrarisch grondgebruik, waarbij het gebruik van gronden ten behoeve van sierteelt, fruitteelt, bosbouw, houtteelt of overige opgaande meerjarige teeltvormen niet is toegestaan. Vanuit jurisprudentie is het alleen mogelijk om woningen te realiseren wanneer er een afstand van 50 meter wordt aangehouden tot aan gronden waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. Het voorliggende projectgebied grenst aan een sloot (secundaire watergang vanuit de legger van het HHNK).

De indeling binnen het projectgebied is zodanig gekozen dat er binnen een afstand van 50 meter geen huisvestingseenheden, sport- of ontmoetingsplekken of andere plekken aangewezen zijn waar mensen langdurig verblijven. Bovendien zijn deze gevoelige plekken afgescheiden van de agrarische gronden door 10 meter brede houtwallen. De functie die wel binnen 50 meter afstand is gelegen is het parkeerterrein. Zoals ook in de handreiking is aangegeven, is dit een niet-gevoelige functie, die bovendien wel is afgescheiden met een houtwal. Daarnaast is er tussen de projectlocatie en de agrarische grond een secundaire watergang aanwezig waar door de agrariër afstand vanaf moeten worden gehouden bij het spuiten. Rekening houdend met het feit dat er niet aan hoogstamfruitteelt mag worden gedaan, wordt er dus alleen neerwaarts gespoten. Alhoewel de RvS op dit vlak geen specifieke afstanden noemt, is er steun te vinden in uitspraken dat in situaties waarin enkel rekening moet worden gehouden met neerwaarts spuiten mag worden uitgegaan van een kortere afstand qua 40

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

mogelijke driftblootstelling3. Ook kan rekening worden gehouden met de heersende windrichting (zuidwest), waardoor gewasbeschermingsmiddelen in tegengestelde richting van het projectgebied verwaaien. Het voorgenoemde leidt tot de conclusie dat er tot de gevoelige functies voldoende afstand wordt gehouden en er bovendien ook sprake is van driftreducerende maatregelen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ook tot het parkeerterrein – dat niet-gevoelig is – worden maatregelen genomen waarmee voor het incidentele gebruik van die gronden ook sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Aan de noordzijde van de Veenakkers wordt fruit geteeld en is ook sprake van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De afstand tussen de gronden waarop mensen langdurig aanwezig zijn binnen het projectgebied en de fruitteelt is meer dan 50 meter. Aan de zuidzijde is NNN-gebied aanwezig. De gronden worden wel agrarisch gebruikt, maar er worden – mede vanuit het feit dat het NNN is – geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Binnen 50 meter zijn de gronden behoorlijk verruigt en begroeid met opgaand groen en grazen er hooguit dieren.

De algehele conclusie is dat er binnen het projectgebied maatregelen zijn genomen waardoor er op het gebied van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een goed woon- en leefklimaat aanwezig is en anderszijds de agrarische gronden niet onevenredig worden belemmerd.

5.9 Kabels en leidingen Binnen de projectlocatie zijn enkele kabels en leidingen aanwezig. Aan de zuidzijde is een 50 kVleiding aanwezig van Liander. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden met Liander. De middenspanningskabel ligt op circa 1,80 meter onder maaiveld. Hier wordt met de realisatie van duikerbuizen rekening mee gehouden. De rioolpersleidingen van en naar het rioolgemaal lopen van noord naar zuid door de projectlocatie. Afstemming met HHNK heeft hierover plaatsgevonden. Er wordt geen bebouwing en dichte verharding gerealiseerd binnen een afstand van 8 meter van deze rioolleidingen. Aan de oostzijde ligt een 10 kV-leiding onder het parkeerterrein. Deze functie vormt geen belemmering boven een 10 kV-leiding. In de noordwesthoek is een gasleiding aanwezig, maar hier wordt geen bebouwing gepland.

3 ARRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263

41

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Afbeelding: resultaat KLIC-melding (rood = elektra, paars = riool, groen = data, geel = gas, blauw = water)

5.10 Milieueffectrapportage Op grond van artikel 16.43, tweede lid van de Ow moet het bevoegd gezag beoordelen of er als gevolg van een bouwplan mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Net als onder de Wet milieubeheer (Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer), wordt onder de Omgevingswet (Ow) gewerkt met een gesloten lijstenstelsel voor de project-mer(-beoordeling). Dit betekent dat de projecten, gevallen en (op enkele uitzonderingen na) besluiten die project-mer(beoordelings)plichtig zijn, in de lijst zijn opgenomen. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Omgevingsbesluit (Ob) is de lijst met project-mer-plichtige en project-merbeoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. Het voorliggende project zou (net als onder het Besluit milieueffectrapportage) kunnen worden geschaard onder het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. De navolgende afbeelding toont dat dit begrip is opgenomen als project genoemd onder J11 van bijlage V van het Ob.

42

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Afbeelding: weergave deel van bijlage V Ob

Beoordeling Het voorliggende initiatief kan worden geschaard onder het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Uit de uitgevoerde onderzoeken die in voorliggende ETFAL-onderbouwing zijn beschreven blijkt dat er geen aanzienlijke milieueffecten zijn. Een Milieueffectrapport (MER) hoeft daarom niet te worden opgesteld.

43

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

6 Vragen scoringstabel Tijdens de raadsvergadering van 30 september 2023 werd een motie aangenomen met daarin de opdracht om een scoringstabel op te stellen waarmee de ingediende principeverzoeken beoordeeld kunnen worden. Voorliggend document is niet opgesteld ten behoeve van een principeverzoek, want deze fase is reeds doorlopen. Toch is het goed om de vragen inclusief beantwoording voor Zegersweel hierna weer te geven, zodat duidelijk is hoe het initiatief zich verhoud tot de politieke wensen vanuit de gemeenteraad. 1. Zijn de huisvestingslocaties van tijdelijke of permanente aard? De huisvestingslocatie is tijdelijk van aard met als uitgangspunt 20 jaar, waar 15 jaar het minimumvereiste is. De mogelijkheid is aanwezig voor een tweede exploitatietermijn. De flexibele bouwwijze maakt dit mogelijk. De woningen kunnen door de flexibele aard ook op een andere wijze worden geconfigureerd binnen dezelfde locatie, afhankelijk van de wens die in de toekomst bestaat. Permanent behoort daarom ook tot de mogelijkheden. De bebouwing zal immers voldoen aan het Bouwbesluit. 2. Hoe wordt de afhankelijkheid van werknemers gewaarborgd (brood-bed principe)? De verantwoordelijkheid zal uitgevoerd worden door de beheerder en staat daar garant voor. 3.

Hoe gaat u waarborgen dat uw initiatief reguliere woningen vrijspeelt in dorpskernen? De gemeente Medemblik handhaaft op bewoning dat in strijd is met het omgevingsplan. Wanneer situaties worden geconstateerd die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan kan de gemeente Zegersweel aanbieden als alternatief. Een optie kan zijn dat wij een X aantal bedden (in overleg met de gemeente) beschikbaar stellen voor arbeidsmigranten die aantoonbaar in reguliere woningen zijn gehuisvest. 4. Hoeveel woningen in dorpskernen verwacht u vrij te spelen met uw initiatief? Uitgaande van 4 inwoners per woning kunnen wij met het plan Zegersweel in theorie maximaal 75 woningen vrijspelen. 5. Heeft uw initiatief een maatschappelijke meerwaarde? Zo ja, kunt u deze toelichten? Wij willen met dit initiatief bereiken dat regionale verkeersbewegingen kunnen worden geminimaliseerd. In Andijk of Wervershoof werken en bed-brood hebben in Noordwijk achten wij maatschappelijk minder aanvaardbaar dan de voorliggende oplossing. Wij bieden standaard alleen eenpersoonskamers. Hier ligt de wens van de Tweede Kamer4. Eenpersoonskamers bieden meer privacy voor de bewoners en bieden meer comfort. Dit heeft zijn weerslag op de mate van overlast en het gevoel van veiligheid.

Mensen kennen elkaar niet allemaal en daarom zorgen eenpersoonskamers ervoor dat mensen rust kunnen vinden en de ontmoeting op kunnen zoeken wanneer zij daar behoefte aan hebben.

4 Zie: https://www.abu.nl/kennisbank/arbeidsmigratie/tweede-kamer-wil-aanbevelingen-commissie-roemer-integraal-overnemen/

44

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Het EU-beleid stelt dat een arbeidsmigrant bij de werkgever mag wonen tijdens zijn eerste oriëntatie van 3 maanden en aansluitend zolang het duurt om aan een reguliere woning of huurwoning te kunnen komen. Met een overspannen huizenmarkt is de kans dat een arbeidsmigrant snel en makkelijk aan deze kaders kan voldoen nihil. Het bieden van een gepaste (tussen)oplossing is inmiddels derhalve van directe maatschappelijke meerwaarde geworden. Wij menen met het voorliggende initiatief de biodiversiteit te verbeteren door maatregelen te nemen zoals het toevoegen van nestgelegenheden, schuil- en foerageergelegenheden, het aanplanten van bomen en het aanbrengen van natte walkanten/ecologische oevers. Dit kan tevens ten goede komen aan het aangrenzende NNN-gebied. Dit dient een maatschappelijk belang. 6. Worden er op uw huisvestingslocatie buitenlandse werknemers gehuisvest die nu buiten de gemeente Medemblik wonen? Zo ja, hoeveel? Er heerst een verwachting dat deze locatie zal bijdragen aan het kunnen bieden van een alternatief voor de huidige ondergebrachte werknemers van bedrijven op het WFO in de Grote Waal te Hoorn, alsmede in Noordwijk verblijvende STIVAS-werknemers. Het gaat om circa 250 personen. 7.

Is uw initiatief multimodaal ontsloten? (hiermee wordt bedoeld dat de locatie op meerdere manieren veilig bereikbaar is (auto, fiets, wandelen)) De projectlocatie Zegersweel heeft twee ontsluitingen. Eén specifiek voor auto’s van de bewoners en een om de stolp te bereiken. Deze zal voornamelijk voor fietsers en voetgangers worden gebruikt. Het fietspad aan de overzijde van de Veenakkers zal via een oversteek die aan de CROW-eisen voldoet worden vormgegeven. Zie hiervoor de bijgevoegde verkeersanalyse. Dit bevordert de verkeersveiligheid. 8. Kunt u toelichten hoe u de verkeersveiligheid gegarandeerd wordt? Zie het antwoord hiervoor. Afspraken hierover worden vastgelegd met de gemeente. 9. Hoe wilt u het toezicht en beheer op de locatie regelen? (denk hierbij aan; 24/7 toezicht, huisreglement en klachtenafhandeling) In de huisvesting is een beheerdersverblijf aanwezig. Hier is 24/7 een beheerder aanwezig als aanspreekpunt voor arbeidsmigranten, die tevens toezicht houdt. Bewoners kunnen bij de beheerder terecht met vragen omtrent uiteenlopende zaken, zoals facilitaire vragen of met betrekking tot vervoer. Ook klachten kunnen bij de beheerder worden gemeld. Fonkelzorg kan ondersteuning bieden voor medische vragen: het vinden van een huisarts, taalondersteuning voor medische zorg, verwijzingen naar medische zorg of hulp met het uitzoeken van zorgrechten.

Bewoners kunnen de gebouwen alleen betreden met een badge, waardoor er ook overzicht op aanwezigen is in de nacht. Een nachtregister wordt bijgehouden. Dit alles wordt vastgelegd in een beheersplan. Om overlast te voorkomen kan er een aanspreekpunt worden aangesteld vanuit de doelgroep. Indien na een waarschuwing geen verbetering van gedrag optreedt, dient degene die overlast veroorzaakt na contact tussen exploitant en de werkgever, direct te vertrekken 45

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

uit de accommodatie. Het opstellen van een huis- en gedragsreglement is bij ons standaard onderdeel van het bieden van huisvesting. In een beheersplan worden regels opgenomen met betrekking tot: o veiligheid; o begeleiding en registratie internationale medewerkers; o procedures van ontvangst tot vertrek; o huishoudelijk reglement; o sociale borging; o klachtenprocedure. 10. Zullen er consequenties zijn wanneer overtredingen worden begaan op de locatie? Zo ja, welke? Bij overlast wordt direct opgetreden en er geldt een streng sanctiebeleid. Als er sprake is van herhaalde overlast of zich niet houden aan de huisregels, wordt verhuur stopgezet. Overigens is de ervaring dat dit bij goed beheer weinig sprake zal zijn van overlast. 11. Biedt u ook voorzieningen aan op de huisvestingslocatie? (denk aan sport, vrijetijdsbesteding, wasserette, supermarkt etc. ) Zo ja, welke? Er worden diverse voorzieningen geboden, zoals een verzamelpunt voor boodschappen en pakketten, een sportveld, een fietsenplan en voorzieningen om elkaar te ontmoeten. Dit draagt bij aan de sociale cohesie. 12. Hoe wilt u de participatie regelen? Er zijn vanaf januari 2024 verschillende gesprekken en bijeenkomsten gehouden: - Individuele gesprekken met directe omwonenden en omliggende bedrijven om specifieke zorgen en wensen te bespreken.

- Vrij toegankelijke bijeenkomst waarbij bezoekers persoonlijk geïnformeerd werden en in gesprek konden gaan met het team. - Uitnodigingen, verspreiding van informatiemateriaal en follow-ups met betrokkenen, waaronder bezoek aan vergelijkbare locatie in Waalwijk. Bijgevoegd is een participatieverslag waarin staat beschreven wanneer welke gesprekken zijn gevoerd, welke bijeenkomsten zijn gehouden, welke reacties zijn gegeven en hoe daarmee is omgegaan. Reacties waren over het algemeen erg positief, omdat door vele de locatie ook als logisch wordt gezien. Wel werden er ook zorgen geuit: − Goede exploitatie met 24/7 toezicht (wordt aan voldaan) − Ontsluiting (is geschikt voor de hoeveelheid verkeer) − Toenemende verkeersdrukte (is relatief) − Deugdelijke afscheiding tussen de locatie en Veenakkers 53 (er wordt gezorgd voor een groene tussenruimte) 13. Hoeveel parkeerplaatsen wilt u realiseren bij de huisvestingslocatie? 46

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

Wij willen 150 parkeerplaatsen realiseren. Dit komt overeen met een norm van 0,5. In paragraaf 5.5 is onderbouwd dat dit voldoende moet zijn. 14. Kunt u aantonen (in aantal km) hoe de huisvestingslocatie gelegen is t.o.v. diverse voorzieningen (in ieder geval voor de voorzieningen; supermarkten, beoogde werkgever, openbaar vervoer en a- en n-wegen)? De Deka in Hoogkarspel is gelegen op 2,5 kilometer. De Albert Heijn in Wervershoof is bereikbaar op 2,8 kilometer. Deze zijn goed bereikbaar met auto en fiets. Het voordeel van de voorliggende locatie Zegersweel is dat het is gelegen aan het bedrijventerrein WFO. De werkgevers die hier aanwezig zijn, zijn daardoor zeer goed bereikbaar. Op het WFO is op 550 meter een bushalte aanwezig. De provinciale wegen N240/505/307 zijn op korte afstand bereikbaar. De N240 is gelegen op 500 meter en staat in korte verbinding met de N505 en 307. Dit biedt een voordeel voor de bereikbaarheid van werkgevers die niet op het WFO aanwezig zijn. Het treinstation Hoogkarspel is gelegen op 3 kilometer.

47

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

7 Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid Artikel 13.11 Ow bepaalt dat het bestuursorgaan de kosten die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, verhaalt op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied, en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. In bijlage IV Ob zijn de kostensoorten opgenomen die verhaalbaar zijn. Onder A1 is opgenomen: “De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek”. Het voorliggende project is daarmee een verhaalbare kostensoort. Artikel 13.13 Ow geeft de mogelijkheid om het kostenverhaal via een overeenkomst te regelen. Voorliggende kostenverhaal wordt via een overeenkomst geregeld. Hierin zijn de kosten voor de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning geregeld en ook de afspraken over de aansluitingen op de openbare weg. Er zijn geen aanwijzingen dat het voorliggende project economisch niet uitvoerbaar is.

Indien sprake is van planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid/participatie Een besluit tot verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt (in dit geval) voorbereid met de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Er is sinds januari 2024 een intensief participatietraject gestart waarvan een verslag is gemaakt, welke is bijgevoegd als bijlage bij deze ETFAL-onderbouwing.

7.3 Overleg externe partijen Bij het voeren van een BOPA, dient sprake te zijn van een evenwichtige verdeling van functies aan locaties. Deze beoordeling vindt over meerdere bestuurslagen plaats, maar het college van B&W is in het onderhavige geval bevoegd gezag. In het kader van de voorbereiding van de aanvraag heeft het college overleg gevoerd met externe partijen.

48

ETFAL-onderbouwing Zegersweel

januari 2025

8 Conclusie De voorliggende ontwikkeling komt tegemoet aan de grote wens naar huisvesting van arbeidsmigranten in de regio en de gemeente Medemblik. Het Rijks-, provinciale-, regionale en gemeentelijke beleid werpen geen belemmeringen op en ook vanuit de omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen te verwachten. Op diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu is in de voorliggende onderbouwing ingegaan. Hieruit zijn geen belemmeringen naar voren gekomen. Gelet op de ruimtelijke gevolgen van het initiatief, de toets aan het ruimtelijke beleid en de toets aan ruimtelijke aspecten, is bij het realiseren van het initiatief sprake van een evenwichtige toedeling van de functies aan de locatie.

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=c6a53f0d-0b89-4ac5-a154-7080c9206f96