01 Kaderstellende Notitie project Wognum Noord
Tekst van het document
WOGNUM NOORD | KADERSTELLENDE NOTITIE
studio voor stedenbouwkundig ontwerp
november 12025
KADERSTELLENDE NOTITIE WOGNUM-NOORD STUDIO SCALE IN OPDRACHT VAN DE GEMEENTE MEDEMBLIK NOVEMBER 2025
2
INHOUDSOPGAVE Samenvatting kaders
4
1.
Inleiding
8
2.
Bestaande kwaliteiten
10
Ruimtelijke analyse Ontsluiting Woonmilieus en typologie Voorzieningen Historische ontwikkeling Wognum
10 12 13 13 14
3.
Beleidsuitgangspunten
17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 20
4.
Technische randvoorwaarden
24
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
3.1. 3.2. 3.3.
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.
Bodem en water Groen en ecologie Archeologie Milieu-, geluid- en geurzones Kabels en leidingen
24 29 30 30 34
5. Stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaarden
35
6. Uitkomsten participatie
40
7. Hardheidsclausule
41
3
SAMENVATTING KADERS Onderstaand worden de specifieke kaders beschreven voor de ontwikkeling van Wognum-Noord. Deze zijn aanvullend op het vigerende gemeentelijke beleid en de reeds gemaakte afspraken in de intentieovereenkomst tussen de verschillende partijen. 1. Programma Voor het woningbouwprogramma binnen Wognum Noord wordt uitgegaan van een bandbreedte van 640 tot 700 woningen binnen de volgende in de IOK afgesproken categoriale verdeling met ten minste: • 30% sociale huurwoningen • 10% goedkope koopwoningen tot €273.000,- (prijspeil 2024) • 25% betaalbare koopwoningen tot €390.000,- (prijspeil 2024) Het resterende deel van de woningen wordt in de vrije sector gerealiseerd. Voor voorzieningen geldt de volgende ruimtereservering: • ca. 200 m2 bvo ten behoeve een buurtkamer of een wijksteunpunt, centraal gelegen in de wijk • ca. 450 m2 bvo voor een huisartsenpost. In de uitwerking wordt nader vormgegeven aan de mogelijke combinatie van wonen en werken in de wijk, en de combinatie van wonen en zorg, in aansluiting op het programma van Calidus Wognum. 2. Ontsluiting • De wijk krijgt ten minste twee ontsluitingen voor autoverkeer: Een aansluiting op de Nieuweweg; de vormgeving wordt nader onderzocht. Er wordt uitgegaan van een rotonde.
Een tweede ontsluiting op de Kerkstraat/Westeinderweg • Binnen het plangebied zal een 30 km-regime gelden • Het middengebied is autoluw, de hoofdontsluiting ligt hier als een ring omheen. Vanaf de ring komen “inprikkers” naar de verschillende deelgebieden. • Er is veel aandacht voor de fietser en de voetganger. Doorgaande fietsroutes liggen aan de randen van het plangebied en worden op meerdere plekken aangesloten op de omgeving: * zie paragraaf 3.3 gemeentelijk beleid 4
•
- Via de Kerkstraat/Westeinderweg - Via het fietspad langs de AC de Graafweg - Te onderzoeken richting het zuidoosten Voor de voetganger wordt een fijnmazig netwerk door de wijk voorzien en indien mogelijk aangesloten op het terrein van Calidus.
3. Water en bodem • Er moet voor de watercompensatie minimaal voldaan worden aan de eisen uit de waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). • Uitgangspunt is het behoud van de structuur van het slagenlandschap. De wateropgave wordt gerealiseerd door het verbreden van bestaande sloten en graven van nieuwe sloten binnen de bestaande hoofdstuctuur. • Uitgangspunt is de toepassing van natuurvriendelijke openbare oevers. • Vanwege de kwetsbaarheid van de bodem is nader onderzoek nodig voor de wijze van en de gevolgen van ophogen. 4. Groenstructuur De groenstructuur is gebaseerd op het onderliggende slagenlandschap met een waaierverkaveling. Hieraan worden onderdelen toegevoegd zodat er een kruisvormige structuur ontstaat met een groen “hart” centraal in de wijk. De hoofdstructuur is zoveel mogelijk vrij van bebouwing en bestaat uit de volgende onderdelen: • De groene dorpsentree. Deze ligt aan de noordzijde langs de AC de Graafweg en de Nieuweweg en heeft een minimale breedte van 30 meter. De dorpsentree wordt vormgegeven met water, groen en reliëf en parkeren zoveel mogelijk uit het zicht. In deze zone kan incidenteel bebouwing staan, geïntegreerd in het landschap. • De centrale parkzone. Deze oost-west gelegen zone verbindt Calidus met het open weidegebied aan de westkant en heeft een minimale breedte van 30 meter.
De zone biedt ruimte voor spelen en ontmoeten. In deze zone kan incidenteel bebouwing staan. • De westelijke laan. Deze zone vormt de overgang naar het aangrenzende buitengebied en kan incidenteel worden onderbroken door een “vizier” op het weidse polderlandschap • De noord-zuid gelegen parkzone met ruimte voor voetgangers, spelen
•
en verblijf gekoppeld aan de centrale waterloop De groene overgang langs de westelijke zijde van Calidus
Daarnaast zijn er kleinschalige groenstructuren in de buurt, die onderling van karakter verschillen. Bij de inrichting is aandacht voor het versterken van biodiversiteit en het beperken van hittestress. 5. Dorpsentree Wognum-Noord vormt straks de nieuwe markante dorpsentree, met wat hogere bebouwing in een goede balans met water en groen. Dit geheel levert een nieuw visitekaartje op waar Wognum zich op een kwalitatieve manier presenteert. In deze zone is ook de meeste geluidsbelasting. Dit kan worden ondervangen door maatregelen in de bebouwing en/of het landschap, bijvoorbeeld door toepassing van reliëf. De ruimtelijke verschijningsvorm wordt in de volgende fase uitgewerkt. 6. Woningdichtheid, bouwhoogtes en bouwmassa en oriëntatie Dichtheid De woningdichtheid binnen het plangebied varieert en is het laagst aan de westelijke rand en in het meest laag gelegen deel van het plangebied. Aan de noordrand, de zuidoostelijke hoek en naast het park zijn kansen voor stapeling. Bouwhoogtes De meest voorkomende bouwhoogte binnen het plangebied is 2 tot 3 lagen. In de noordelijke zone worden enkele hogere gebouwen voorzien, opgenomen in een landschappelijke zone met reliëf, water en groen. De hoogte-accenten bij de dorpsentree zijn maximaal 7 lagen hoog, met een eventueel enkel accent van 8 lagen.
Hierdoor ontstaat samen met de bestaande kantoorbebouwing langs de Nieuweweg een herkenbare dorpsentree. Centraal in het plangebied - rondom de parkzone - geldt een maximale bouwhoogte van 4 lagen, met een eventueel enkel accent van 5 lagen. De genoemde bouwhoogte is exclusief een mogelijke (half) verdiepte parkeerlaag.
Hoogte-accenten worden zorgvuldig gepositioneerd ten opzichte van elkaar en de omgeving, rekening houdend met zichtlijnen van binnen en buiten het plangebied. Bouwmassa De lengte van een blok grondgebonden rijwoningen is maximaal 35 meter. Bij meer dan 6 woningen wordt een differentiatie/verspringing in de rooilijn aangebracht. Oriëntatie De entrees van de woningen zijn in principe gericht op de belangrijke openbare ruimte structuren (groen, water en hoofdontsluiting). Bij de uitwerking is bijzondere aandacht voor de overgang tussen openbaar en privé, in het bijzonder daar waar tuinen grenzen aan het water en waar de zijtuinen van woningen grenzen aan het openbaar gebied. 7. Divers woonmilieu Wognum-Noord wordt een waterrijke woonwijk met een eigen karakter. Tussen de structuren van groen en water ontstaan verschillende buurten, met aandacht voor afwisselende woonvormen en de menselijke maat. Deze buurten krijgen een eigen identiteit, waarbij de thema’s architectuur, groen en duurzaamheid op verschillende manieren worden uitgewerkt. Een extra verbijzondering bestaat uit een nieuw wooneiland in de noordelijke hoek van het plangebied. 8. Parkeren Er wordt voldaan aan de op het moment van tot standkoming van het omgevingsplan vigerende parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik.
Het parkeren vindt plaats in clusters, langs de hoofdontsluiting en landschappelijk ingepast in de noordelijke zone. Aandacht voor oplaadmogelijkheden vlakbij de woning, ook bij goedkope woningbouw. De hoofdgroenstructuur blijft vrij van parkeerplaatsen. Het uitgangspunt is dat parkeren bij de appartementen voor de vrije sector en middeldure categorie (half)verdiept wordt uitgevoerd. 5
9. Overgang omliggende percelen Lintbebouwing Tussen de nieuwe wijk en de bestaande percelen van de Kerkstraat/ Westeinderweg wordt een groene en geleidelijke overgangszone geborgd door middel van groen en water. De schaal en korrelgrootte van de achterliggende bebouwing sluit aan op die van de lintbebouwing. De doorzichten vanaf de Kerkstraat worden geborgd en zicht op achterkanten van nieuwbouw moet worden voorkomen. Hierdoor ontstaat er een zachte overgang tussen het historische lint en de nieuwbouw. Calidus Wognum Bij de nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de behoeften van de gebruikers en bewoners van de instelling. Een zorgvuldige oriëntatie van de woningen, aandacht voor zichtlijnen en voldoende afstand tot de bestaande bebouwing zorgen voor een zorgvuldige overgang. 10. Duurzaamheid en Natuurinclusief Bouwen Ten aanzien van de thema’s energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit en gezonde leefomgeving, wordt gestreefd naar ambitieniveau Zilver van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien wordt onderbouwd waarom dit op onderdelen niet haalbaar is en/ of wanneer de regelgeving anders voorschrijft. In de volgende fase van het project worden de duurzaamheidsambities gezamenlijk door gemeente en initiatiefnemers verder uitgewerkt en geconcretiseerd. 11.
Fasering De ontwikkeling vindt gefaseerd plaats. Elke fase moet voldoen aan alle kaders en het “altijd af-principe”. Dit geldt niet alleen voor de bebouwing en ontsluiting maar ook voor de openbare groenstructuur. Deze dient - vooral aan de randen - al vanaf het begin te worden aangelegd. 12. Participatie De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor een zorgvuldige participatie met omwonenden, dorpsbewoners en de dorpsraad. Indien nodig worden extra partijen bij de participatie betrokken. 6
7
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel
1.2 Ligging plangebied
Wognum-Noord is vooralsnog de laatste uitbreidingswijk van Wognum. Waar zich nu nog een open weidelandschap en akkerbouw bevindt, verrijst straks de nieuwe woonwijk. Deze ontwikkeling biedt een unieke kans voor de realisatie van een hoogwaardige dorpsuitbreiding. Een aansprekende wijk met hoge kwaliteit en veel aandacht voor duurzaamheid, groen en water.
1.3 Leeswijzer
Wognum-Noord is door de gemeenteraad aangewezen als woningbouwlocatie. Om dit te ontwikkelen heeft de gemeente Medemblik een intentieovereenkomst gesloten met de partijen VOF USP-Kuin-Klok en VBM Ontwikkeling. Hierin is afgesproken dat er een wijk van minimaal 640 woningen kan worden gerealiseerd. Er zijn nu ongeveer 2.500 woningen in Wognum, dus het dorp zal gefaseerd met ongeveer een kwart groeien.
De gemeente Medemblik is voornemens om deze woningbouwontwikkeling te faciliteren. Ten behoeve hiervan is voorliggende ‘Kaderstellende notitie’ opgesteld. Deze schetst de gewenste ruimtelijke randvoorwaarden en uitgangspunten met betrekking tot de stedenbouw, het programma en de openbare ruimte voor het plangebied. Het heeft als doel om de ruimtelijke kwaliteit te borgen voor een toekomstbestendig en samenhangend plan om deelplannen te kunnen toetsen. Dit document zal voorgelegd worden aan de gemeenteraad van Medemblik voor vaststelling. Ook vormt het de basis voor nadere afspraken in een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partijen.
8
Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Wognum, gelegen achter het lint van de Kerkstraat/ Westeinderweg, ten zuiden van de A.C. de Graafweg en ten westen van Calidus, locatie Wognum. Het is nu nog een agrarisch stuk grond. Het totale plangebied omvat circa 25,5 hectare waarvan het eigendom is verdeeld over de genoemde partijen. De kaderstellende notitie geeft in hoofdstuk 2 een ruimtelijke analyse en een beschrijving van de kwaliteiten van de locatie Wognum-Noord en de omgeving. De hoofdstukken 3 en 4 geven beleidsuitgangspunten en technische randvoorwaarden weer. Dit zijn de elementen uit het vigerende beleid die van toepassing zijn op de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 worden de stedenbouwkundige kaders voor de ontwikkeling van Wognum-Noord beschreven. Naast een visie op het gebied, wordt de gewenste ruimtelijke hoofdstructuur verbeeld. Hoofdstuk 6 beschrijft de uitkomst van het participatietraject.
.D
eg
raa
fw
eg
Oppervlakte Wognum Noord circa 25,5 ha
0
m
et
er
A .c
ca
73
ambulancedienst
Ke rk
0
m
et
er
Calidus Wognum
str
aa
A7
30
Nieuweweg
ca
t
r Ve
l
g en
de
rk Ke
we
g
9
2.
BESTAANDE KENMERKEN EN KWALITEITEN
2.1 Ruimtelijke analyse Het plangebied is momenteel een open landschap met de volgende kenmerken: 1. open agrarisch polderlandschap. Het open landschap is opgedeeld in waaiervormige kavels begrensd door sloten. 2. dorpse bebouwing aan lint. Aan weerszijden van het lint is nog veel oorspronkelijke bebouwing zichtbaar. Dit zijn grotendeels woongebouwen met een siertuin aan de voorzijde 3. tweedelijns bebouwing. Achter het lint zijn er vaak grotere gebouwen, stallen of schuren, die van oorsprong gekoppeld zijn aan de bedrijfsfunctie van de kavel. 4. groene zone achter lint. Achter deze tweedelijns bebouwing bevindt zich vaak een groene zone, ofwel in de vorm van een weide, ofwel in de vorm van een tuin. Deze vormen een natuurlijke overgang naar het achterliggende polderlandschap. 5. verdichting lint. Aan de zuidzijde van het lint zijn er de afgelopen decennia nieuwe buurten ontwikkeld. Hier is geen sprake meer van een landschappelijke overgang naar een achterliggend landschap. 6. zichtlijnen. Vanaf de omgeving is er een open zicht op het plangebied en is de landschappelijke structuur goed te ervaren. 7. Calidus Wognum. Vanaf eind van de jaren ‘90 is het complex van Calidus Wognum gefaseerd opgebouwd. De ruimtelijke opzet heeft geen directe relatie met het onderliggende landschap: de waaierverkaveling is hier niet meer herkenbaar.
Het complex is opgebouwd uit een aantal deelgebieden, meestal afgescheiden door een waterloop. Deze eilandstructuur is kenmerkend voor het gebied. De westelijke bebouwing van het complex heeft enkele ramen met uitzicht op het landschap. De entree zit aan de andere zijde. 8. grote schaal omgeving. De afgelopen decennia zijn er rondom het plangebied een aantal grotere structuren en elementen ontwikkeld die als het ware een nieuwe laag vormen in het landschap. Het gaat hier om de grootschalige infrastructuur van de A7 en de Nieuweweg met bijbehorende aansluitingen, maar ook gebouwen met een grotere footprint zoals de grootschalige ambulancepost aan de Nieuweweg en hogere gebouwen zoals het Scholtens gebouw met een hoogte van ca. 18 meter.
10
A .C
. de
Gra
af w
eg
6 6 8 1
6
7 3 We
ste
in
de
8 4
r
7
w eg
5
2
11
2.2. Ontsluiting carpoolplek
Created by ProSymbols from the Noun Project
Fietsroutes 400 m afstand bushaltes
Wandelroutes
Buslijn Snelweg Gebiedsontsluitingsweg
Auto en OV
Langzaam verkeer
Aan drie zijden van het plangebied liggen momenteel drie autowegen: de A.C. de Graafweg aan de noordzijde, de Westeinderweg/ Kerkstraat aan de zuidzijde en de Verlengde Kerkweg aan de oostzijde. Aan de zuidzijde van het plangebied stopt buslijn 133 tussen Hoorn en Hoogwoud met haltes aan de Westeinderweg, Kerkstraat en de Verlengde Kerkweg. De frequentie is 2x per uur. Over de A7 rijden de doorgaande buslijnen 134, 135 en 139. Deze stoppen niet bij Wognum maar bij het busstation in Abbekerk. Calidus Wognum heeft aan de Verlengde Kerkweg een eigen ontsluitingsstructuur en parkeerfaciliteiten op eigen terrein.
Langs de Kerkweg en de Verlengde Kerkweg zijn er geen aparte fiets- of wandelpaden, men maakt gebruik van de bestaande ontsluitingswegen en bijbehorende trottoirs. Langs de Nieuweweg is er wel sprake van een vrijliggend fietspad. Vanaf de Kerkstraat is er een fietsroute naar Bloesemgaerde. Met de westelijke uitbreiding van Bloesemgaerde wordt er in een extra verbinding voorzien naar het scholencluster en de voorzieningen aan de Clappslaan. Op het (privé) terrein van Calidus Wognum is er een uitgebreid netwerk van wandelpaden, dat niet verbonden is met de omgeving.
12
2.3. Woonmilieus en typologie
2.4. Voorzieningen
De lintbebouwing is het meest karakteristiek en divers. De verspringende rooilijnen met historische bebouwing en af en toe doorzichten naar het achterliggende groen geven het gebied een sterke identiteit. De wijken achter het lint zijn gebouwd in verschillende periodes (zie kaart hierboven); hier zijn vrijwel alleen grondgebonden woningen met een samenhangend karakter in de architectuur.
De dagelijkse voorzieningen bevinden zich rondom het winkelcentrum De Boogerd, hemelsbreed gelegen op ongeveer een kilometer afstand van het plangebied. In Bloesemgaerde is een cluster met maatschappelijke voorzieningen zoals een school, kinderopvang en een sporthal. Langs de Kerkstraat bevindt zich een mix van woningen en (aan huis gerelateerde) bedrijven. Het woon-zorgcomplex Calidus Wognum bestaat uit een aantal clusters van woongebouwen in een rustige en groene setting. Er zijn verschillende voorzieningen voor de doelgroepen aanwezig op het terrein. Tussen de Nieuweweg zijn en de A7 bevinden zich kantoren en een tankstation, en aan de oostzijde van de A7 industrie. 13
Het terrein van Calidus Wognum is door zijn functie in zichzelf gekeerd. Het bestaat uit een aantal ruimtelijke clusters die geen relatie hebben met de polderstructuur. De bebouwing is maximaal drie lagen hoog en de architectonische uitstraling verschilt per cluster.
2.5. Historische ontwikkeling Wognum De locatie Wognum-Noord bevindt zich binnen het ruimtelijke ensemble van Westfriesland Midden. Westfriesland Midden is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment die zijn afgezet door het Zeegat van Bergen. Hierop vestigde zich al vroeg een groot aantal mensen in een relatief hoge dichtheid. Westfriesland is dan ook een archeologisch waardevol gebied, met relicten in de bodem van nederzettingen uit Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd. De locatie maakt onderdeel uit van het Oude Zeekleilandschap. Het veen dat op de zeeklei lag is geoxideerd en dus vrijwel verdwenen. Daardoor zijn de delen waar geen veen lag, de zandgeulen, hoger komen te liggen. De Westeinderweg is een van deze kreekruggen die nu hoog in het landschap ligt. Vanuit de ontginningsbasis vond de verkaveling plaats naar de achterkades. Het gebied kenmerkt zich door een waaiervormige veenverkaveling. De openheid tussen de ontginningsbasissen is kenmerkend. Direct aan de linten hebben de percelen vaak nog de oorspronkelijke breedte. Op enige afstand van het lint, achter de bebouwing, hebben de akkers en weilanden na de ruilverkaveling een grotere maat en bredere percelen gekregen. In de omgeving van het plangebied, tussen Abbekerk, Hoogwoud en Wognum is de historische verkaveling vanuit de linten nog mooi te beleven.
Het lint van de Kerkstraat/ Westeinderweg is een oude ontginningsbasis op de hoger gelegen kreekrug. De A.C. De Graafweg (N241) ligt op de achterkade. Vanaf eind 19e eeuw lag hier de tramlijn Wognum – Schagen. Aan de andere zijde van deze achterkade bevindt zich de ontginningsbasis Sijbekarspel.* De Kerkstraat/ Westeinderweg is een sterke ruimtelijke drager met karakteristieke stolpenstructuur. Dit lint heeft nog gedeeltelijk de oorspronkelijke karakteristieken (de reeks van stolpboerderijen met achterliggende bebouwing, erven, boomgaarden en tuinen), maar is in de loop der jaren op verschillende plekken verdicht. * uit: Leidraad landschap en cultuurhistorie, provincie NH 14
Luchtfoto 2006 waarop windsingels zichtbaar zijn (topotijdreis)
Op dit moment is het plangebied in gebruik ten behoeve van akkerbouw, in eerdere tijden waren er ook boomgaarden en/of boomkwekerijen. De luchtfoto laat zien dat daar tot circa 2012 windsingels tussen stonden haaks op de verkaveling, dit zijn waarschijnlijk Italiaanse populieren.
1900
1960
1970
Rond 1900 was Wognum niet meer dan een lintdorp met de kern rond de kruising Oosteinderweg, Kerkstraat en Oud Gouw. Ten noorden van het plangebied was er een tramlijn, met een stoomtram van Schagen richting Opmeer.
Aan het lint wordt verdicht. Ook op enkele plekken ontwikkeling dwars op de linten vindt ontwikkeling plaats. Daarnaast worden nieuwe hoofdwegen aangelegd zoals de huidige snel- en provinciale weg.
In deze periode wordt het centrumgebied van Wognum gerealiseerd en vindt woningbouw plaats ten oosten van het lint. Deze is niet meer direct gekoppeld aan het lint.
Aan de Westeinderweg rond het studiegebied zijn de Stolpboerderijen al aanwezig met de bijbehorende erven en boomgaarden.
Het grondgebruik van het gebied bestaat voornamelijk uit akkerbouw en een enkel weiland.
De waaierverkaveling/ het slotenpatroon was vermoedelijk fijnmaziger dan nu (door de ruilverkaveing Westerkogge 1982-1986).
Ook wordt de spoorlijn aangelegd. Er zijn enkele fruitboomgaarden, onder andere midden in het plangebied. Verder lijkt het landgebruik hoofdzakelijk weiland met een enkele akker.
15
1980
Het centrum van Wognum wordt naar het noorden uitgebreid en de woonwijk Westergouw wordt gebouwd.
1995
Er komen in een snel tempo meer woningen in Wognum, waaronder in de buurt Kreeklanden. Ook woonzorgcomplex Calidus Wognum krijgt steeds meer vorm; hiervoor wordt het maaiveld opgehoogd. Tussen Calidus Wognum en het landschap wordt een brede randsloot aangelegd. De snelweg wordt aangelegd met op- en afritten inclusief rotonde waardoor de Nieuweweg met bijbehorende randsloot de grens van het plangebied vormt. Ten oosten van de nieuwe snelweg wordt een bedrijventerrein gebouwd. De boomgaarden worden uitgebreid tot aan Calidus Wognum. Slechts het deel ten noordoosten blijft grasland.
16
2010
De woonwijk Bloesemgaerde wordt gebouwd en Calidus Wognum wordt naar het noorden uitgebreid. In 2010 zijn de boomgaarden ten westen van Leekwerweide nog altijd aanwezig. Op basis van de luchtfoto concluderen we dat er tot circa 2012 windsingels dwars op de verkavelingsrichting staan. In 2013 zijn deze allemaal gekapt. Het grondgebruik van de overige gronden ontwikkelt zich naar steeds meer akkerbouw en minder grasland.
3. BELEIDSUITGANGSPUNTEN 3.1 Rijksbeleid
Het beleid van het Rijk is neergelegd in de nationale omgevingsvisie (NOVI). Deze is op 11 september 2020 in werking getreden. De NOVI bevat de hoofdzaken van strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal zowel voor de boven- grond als de ondergrond. Het beleid van het Rijk werkt door via de vier AMvB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) die invulling geven aan de Omgevingswet. Het besluit kwaliteit leefomgeving is er daar één van. Het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) stelt de inhoudelijke normen voor het Rijk zelf, provincies, gemeenten en waterschappen met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het project Wognum-Noord past binnen de kaders van de NOVI. Instructieregels van het Rijk De evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de minimumeis die de Omgevingswet (artikel 4.2) stelt aan de regels in het Omgevingsplan.
Alle regels van het omgevingsplan samen moeten zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beleidsvrijheid van de gemeente om keuzes te maken over de inrichting van de fysieke leefomgeving wordt begrensd door instructieregels van het Rijk en Provincie. De instructieregels van het Rijk zijn vervat in hoofdstuk 5 van het besluit kwaliteit leefomgeving. Afdeling 5.1 bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze instructieregels gaan over: • Het waarborgen van de veiligheid • Het beschermen van waterbelangen • Het beschermen van gezondheid en milieu • Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
• •
Het behoud van ruimte voor toekomstige functies Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten. Het project Wognum-Noord past binnen de instructieregels van hoofdstuk 5. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 5.129g van het Bkl is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. De ladder beoogt zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand tegen te gaan. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de behoefte aan stedelijke ontwikkeling en de mogelijkheden om binnen het stedelijke gebied in de behoefte te voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast van wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State zijn ‘in beginsel’ grenzen gesteld. Voor woningbouw vanaf 11 woningen is een ladderonderbouwing verplicht. Voor het vervolgtraject zal een ladderonderbouwing worden opgesteld.
3.2 Provinciaal beleid
Het beleid van Provincie Noord-Holland is neergelegd in de omgevingsvisie Noord-Holland 2050, zoals vastgesteld op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland en in werking getreden per 17 november 2020. De omgevingsvisie zet in op balans tussen economische groei en leefbaarheid ten dienste van een duurzame ontwikkeling. Met dat doel beschrijft de visie 5 bewegingen met elk een aantal principes voor de ontwikkeling van de leefomgeving: • Dynamisch schiereiland: hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd; • Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en de reikwijdte van de metropool steeds groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratie17
•
> Behoud of herstel de (teen)sloot tussen de weg/dijk en
een zorgvuldige overgang van de erven naar het landschap.
het erf als die kenmerkend is voor het lint.
> Behoud karakteristieke erfbeplanting of voeg die toe als kracht vergroot. dit kenmerkend is voor het gaat landschapsen/of erftype (zie • Sterke kernen, sterke regio’s: hierbij het over de ontwikkeling van centrumgemeenten ten behoeve van het voorzieningenniveau van een ook structuur (Agrarische) erven) . regio en het behoud van een herkenbare identiteit van de verschillende > Behoud deregio. achtersloten als zij de schaalverschillen kernen binnen die • Nieuwe energie: hier is uitgangspunt hetaan benutten vanen de brede economische markeren tussen smalle kavels het lint kansen van de energietransitie en circulaire economie; kavels in het achterliggende landschap. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: hier gaat het over het vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van natuurwaarden in samenhang met een economisch duurzame agrifoodsector. Het project Wognum-Noord past binnen de kaders van de omgevingsvisie Noord-Holland 2050.
• een zorgvuldige overgang van de erven naar het landIn de omgevingsverordening zijn voor deze thema’s werkingsgebieden opschap. 3. Ontwikkelingen passen bij hetwelke karakter en mogelijk de genomen. Per werkingsgebied staat beschreven activiteiten zijn enidentiteit welke voorwaarden. >onder Behoud karakteristieke erfbeplanting of voeg die toe als van het lint Het project Wognum-Noord past binnen de instructieregels van de provindit kenmerkend is voor het landschaps- en/of erftype (zie cie. ook (Agrarische)gemaakt erven) . naar drie typen lint: Er isstructuur een onderscheid Leidraad landschap en lint cultuurhistorie > Behoud de achtersloten als zij de schaalverschillen dorpslint, open en agrarisch lint. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 wordt in het bijzonder markeren tussen kavels aan het lint en brede genoemd omdat deze voorsmalle Wognum-Noord concrete ontwikkelprincipes kavels het achterliggende landschap. formuleert omin het gebied te ontwikkelen met landschappelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:
2.2.1 Omgevingsverordening NH2022 en instructieregels van de provincie De doorwerking van de beleidsdoelen van de provincies is verzekerd via de instructieregels in de omgevingsverordening. Vanaf 1 januari 2024 geldt de Omgevingsverordening NH2022. In de POV NH2022 zijn alle regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water opgenomen.
nieuwe bebouwing past bij het (type) lint, of dat hier
•
direct aan of op afstand van de weg/dijk/vaart. 18
> Oriënteer de bebouwing op de weg/dijk/vaart. De ont-
een zorgvuldige afweging of de maat en schaal van de elders een betere plek voor is.
•
> Ga bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig om met de karakteristieken van de historisch gegroeide dorps-
Behoud achtersloten die de schaalverschillen In de omgevingsverordening NH2022 zijn instructieregels opgenomen. Met markeren
deze instructieregels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij moeten opnemen in het omgevingsplan of waarmee zij rekening mee moeten houden bij het opstellen van het omgevingsplan. De instructieregels voor omgevingsplannen zijn opgenomen in Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening. 2. Het lintgaan en de De instructieregels overstructuurdrager de volgende thema’s: (weg/dijk/ • Stedelijke functies vaart) vormen een samenhangend geheel • Duurzame energie en energie-infrastructuur • Land- en tuinbouw Ruimtelijke is gebaat bij: • Beschermd landelijk kwaliteit gebied • Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied • Cultureel erfgoed • ontwikkelen passend bij de structuurdrager. • Klimaatadaptatie • Provinciale > Sluitwegen aan bij de kenmerkende samenhang tussen lint• Regionale luchthavens bebouwing en structuurdrager, bijvoorbeeld: ontwikkel • Regionale waterkeringen aan de dijkkruin of aan de voet van de dijk, ontwikkel
3.
structuur, bewoningsvorm en landschappelijke context. •
Behoud achtersloten
een herkenbare identiteit van het ‘aaneengesloten die de schaalverschillen dorpslint’.
markeren
2. Het lint en de structuurdrager (weg/dijk/ vaart) vormen een samenhangend geheel Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: •
ontwikkelen passend bij de structuurdrager. Aaneengesloten dorpslint > Sluit aan bij de kenmerkende samenhang tussen lint-
bebouwing en structuurdrager, bijvoorbeeld: ontwikkel de dijkkruin of aanmaat de voet de dijk, Uit: Leidraad Landschap &in Cultuurhistorie, Provinciale structuur: (Bebouwings-) linten >aan Ontwikkel dezelfde envan schaal als deontwikkel overige
•
De Leidraad is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
• •
ontwikkel hoofdwatergang als (interne) recreatieve structuur (haaks op de Kerkstraat/ Westeinderweg) behoud openheid tussen de linten (dus openheid als vista doortrekken of een duidelijke rand maken aan de openheid)
De locatie Wognum-Noord bevindt zich binnen het ruimtelijke ensemble van Westfriesland Midden. Voor Wognum-Noord zijn de volgende principes relevant: • helder positioneren van ruimtelijke dragers: hier de Kerkstraat/ Westeinderweg op de kreekrug, stolpenstrucuur, verkavelingsstructuur, watergangen • versterk karakteristiek van de Kerkstraat/ Westeinderweg (beplanting, profiel, stolpenstructuur, bebouwingstypologie etc) • behoud doorzichten vanaf het lint op landschap
Landschappelijke karakteristiek met stolpen langs het lint
Openheid en ruimtebeleving
Historische dragers, lange lijnen
Uit: Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Provinciale structuur: (Bebouwings-) linten 19
3.3 Gemeentelijk beleid
Onderstaande tekst is gebaseerd op de beschikbare beleidskaders, intern verzamelde input en de resultaten van een werksessie in december 2023. Woonbeleid Voor de ontwikkeling van Wognum-Noord is een intentieovereenkomst gesloten met de ontwikkelende partijen. In deze overeenkomst is onder andere afgesproken dat er minimaal 640 woningen gerealiseerd zullen worden met de volgende categoriale verdeling: • 30% sociale huurwoningen • 10% goedkope koopwoningen tot €273.000 (prijspeil 2024) • 25% betaalbare koop tussen €273.000 en €390.000,- (prijspeil 2024) • 35% vrije sector
Voorzieningen Voor wat betreft voorzieningen is er geen specifiek beleid of specifieke gebiedsvisie vastgesteld gericht op de maatschappelijke voorzieningen binnen de locatie Wognum-Noord. In deze kaderstellende notitie worden nieuwe kaders gesteld. Daarnaast geldt het onderstaande beleid ten aanzien spelen en bewegen. Speelplekkenbeleid In 2023 is het gemeentelijke speelplekkenbeleid opgesteld. Voor de nieuwe wijk betekent dit dat er speelplekken zullen moeten worden komen voor de verschillende leeftijdsgroepen. Op de afbeelding hieronder is de gewenste spreiding qua speelplekken t.o.v. inwoners te zien.
Voor de sociale woningbouw geldt als uitgangspunt dat deze wordt gerealiseerd door (en in eigendom blijft van) een corporatie. Het zwaartepunt van de sociale huur ligt bij woonvormen die zorggeschikt en geclusterd zijn. De kwalitatieve uitgangspunten voor woningbouwprojecten in de gemeente zijn gebaseerd op ambities die zijn geformuleerd in: • de gemeentelijke woonvisie • de woningbouwopgave zoals beschreven in het woonbehoefteonderzoek Westfriesland • de bestuurlijke afspraken die zijn opgenomen in het woonakkoord Westfriesland • de regionale woondeal.
Bewegen Daarnaast ziet de gemeente kansen voor sportplekken en een beweegroute zoals bijvoorbeeld naar het voorbeeld van Andijk, waarbij inwoners langs een bepaalde route een QR-code kunnen scannen die correspondeert met sportieve oefeningen. Eenzaamheid (vanuit Gezond en Actief Leven Akkoord) Vanuit de gemeente wordt structureel aandacht gevraagd voor gezondheid bij de inrichting van het fysieke domein. Hierbij wordt ingezet op het uitbreiden de rookvrije omgeving en het oriënteren op straatmeubilair zoals extra bankjes of een schaaktafel (urban chess).
20
Beleid mobiliteit en parkeren Het gemeentelijk beleid ten aanzien van verkeer en vervoer is vastgelegd in het GVVP. Hierin worden de benodigde netwerken voor de verschillende vervoerswijzen vastgelegd zoals een categoriseringskaart. Voor de toekomstige wegcategorieën geldt het volgende: de Westeinderweg is een gebiedsontsluitingsweg (min. 50 km/u), de Verlengde Kerkweg een gebiedsontsluitingsweg (50 km/u) en de Nieuweweg is een erftoegangsweg (60 km/u). De Kerkstraat is in het GVVP opgenomen als een gebiedsontsluitingsweg ‘min’. Daarmee zijn er argumenten om in de toekomst zowel voor een 30 als een 50km/u-inrichting te kiezen. Gezien de huidige weginrichting en gebruik is een toekomstige categorisering van 30 km/u voor het deel van de Kerkstraat (tot aan de overgang Westeinderweg) logisch te onderbouwen. Het kruispunt verderop Kerkstraat/ Verlengde Kerkweg vergt dan wel nog enige aanpassing.
Parkeerbeleid Bijlagede II -ontwikkellocatie Parkeernormen auto is Nota 2021 Voor hetparkeernormen huidige parkeerbeleid van toepassing. Het gebiedstype “overige kernen”, geldt hier. De normering is weergegeDe parkeernormen in de tabellen zijn inclusief het aandeel bezoekers. ven in de tabel hieronder. Parkeernormen wonen
Parkeernormen wonen Functietype
Binnenstad Medemblik*
Overige ker- Buiten nen* gebied
Eenheid
Koop, vrijstaand
1,8
2,3
2,4
Woning
Koop, twee onder één kap
1,7
2,2
2,2
Woning
Koop, tussen/ hoek
1,5
2,0
2,0
Woning
Koop, appartement, duur
1,6
2,1
2,1
Woning
Koop, appartement, midden
1,4
1,9
1,9
Woning
Koop, appartement, goedkoop
1,3
1,6
1,6
Woning
Huurhuis, vrije sector
1,5
2,0
2,0
Woning
Huurhuis, sociale huur
1,3
1,6
1,6
Woning
Huur, appartement, duur
1,4
1,9
1,9
Woning
Huur, appartement, midden/goedkoop 1,1 (incl. sociale huur)
1,4
1,4
Woning
Kamerverhuur, zelfstandig, (niet studen- 0,5 ten)
0,7
0,7
Kamer
Kamerverhuur, studenten, niet zelfstan- 0,2 dig
0,2
0,2
Kamer
Serviceflat, aanleunwoning
1,0
1,2
1,2
Woning
Kleine eenpersoonswoning 0,5 (Tiny house; meestal grondgebonden)
0,7
0,7
Woning
Huisvesting, tijdelijke werknemers
0,7
0,7
Per persoon
0,5
* Minimaal 0,3 parkeerplaats per woning (bezoekers) dienen in het openbaar gebied te worden aangelegd. Parkeernormen werken Parkeernormen werken Functietype
GVVP Gemeente Medemblik met toekomstige wegcategorisering
Binnenstad Medemblik
Overige kernen
Buiten gebied
Eenheid
Kantoor zonder baliefunctie 1,5 Administratief en zakelijk (bezoekers extensief)
2,5
2,5
100 m² bvo
Commerciële dienstverlening 2,0 kantoor met baliefunctie (bezoekersintensief)
3,5
3,5
100 m² bvo
Bedrijf, arbeidsintensief, bezoekers extensief 1,5 Bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
2,3
2,3
100 m² bvo
Bedrijf, arbeidsextensief, bezoeker extensief 0,6 (loods, opslag, transportbedrijf)
1,0
1,0
100 m² bvo
Bedrijfsverzamelgebouw Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven.
1,2
1,9
1,9
100 m² bvo
Kassen
n.v.t.
n.v.t.
4,0
Per hectare
21
ruimtelijke opbouw met bebouwing en groen uit dezelfde tijdsgeest. Daarnaast is karakteriserend dat groengebieden aan de randen ontstaan, welke als uitloopgebied dienen voor de ommetjesmaker. Het landschap komt hier de kern in.
Openbare ruimte (bodem en water, groen) Groenstructuurplan Medemblik Het Groenstructuurplan Medemblik (2024) vormt het vigerende beleid. Het groenstructuurplan bestaat uit algemene uitgangspunten en principes, een groenstructuurkaart van de hele gemeente, een groenstructuurkaart per kern en structuurpaspoorten. De algemene principes zijn van toepassing op alle ontwikkelingen, initiatieven en projecten binnen de gemeente. Dit betreft bijvoorbeeld de 3-30-300 vuistregel. Voor de gemeente Medemblik betekent dit dat de ambitie is dat je vanuit elke woning drie bomen ziet, dat 30% van de openbare ruimte groen is, en dat er vanuit elke woning op 300 meter afstand een (verkoelend) parkje is. Bij het bepalen van deze 30% wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van boomkronen (richtlijn is hierbij het beeld van 20 jaar na aanplant).
Wognum
Alle richtlijnen zijn beschreven in het Groenstructuurplan. Ze zijn verder uitgewerkt en gespecificeerd per gebied in de structuurpaspoorten. LIOR Voor de inrichting van de openbare ruimte geldt de LIOR 2025 als een verplicht plandocument bij alle nieuwbouw-, inbreidings- en herinrichtingsprojecten van de openbare ruimte. Het document beschrijft de standaardinrichting van de openbare ruimte in de gemeente Medemblik.
Groenstructuurplan Gemeente Medemblik, kern Wognum
42
* de kroondekking, gerekend over 20 jaar, boven het gedeelte verhard kan ook worden meegeteld in de 30% groen wanneer er aantoonbaar sprake is van goede groeiplaatsen. De hoeveelheid kroondekking is afhankelijk van de te kiezen boomsoort . 22
Groenstructuurplan Medemblik | Ruimte voor waardevol openbaar groen
Duurzaamheid
Welstandsnota gemeente Medemblik
Convenant Toekomstbestendig bouwen Ten aanzien van de thema’s energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit en gezonde leefomgeving, wordt gestreefd naar ambitieniveau Zilver van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien onderbouwd waarom dit op onderdelen niet haalbaar is.
In 2019 is de welstandsnota van de gemeente herzien. Deze nota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten zoals Wognum-Noord, die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken (met uitzondering voor nieuwe woongebieden, die als er geen specifieke criteria voor worden opgesteld worden beoordeeld aan de hand van de beschrijving en criteria voor ‘woongebied recent en nieuw’).
Hittestress en biodiversiteit Om hittestress te beperken, wordt voldoende schaduwrijke beplanting toegepast, zoals grote of dakvormende bomen. Er moet ondergronds voldoende groeiruimte zijn om te voorkomen dat wortelopdruk schade veroorzaakt aan trottoirs en verharding. Door verharding zoveel mogelijk te beperken, wordt niet alleen de infiltratie van regenwater bevorderd, maar wordt ook stralingswarmte verminderd, wat bijdraagt aan een aangenamer klimaat. De beplanting zal biodivers zijn en bestaan uit een brede variëteit aan inheemse soorten, zodat een aantrekkelijk leefmilieu ontstaat voor dieren en insecten.
Voor Wognum-Noord wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld als aanvulling op de welstandsnota. Hierin worden criteria opgenomen die de basis vormen voor de beoordeling van de plannen. Het opstellen van het beeldkwaliteitsplan vindt plaats in overleg met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Medemblik. Dit beeldkwaliteitsplan wordt - vóórdat de planvorming van de eerste bouwplannen start - door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de wijziging omgevingsplan. Hierdoor wordt het kader juridisch bindend.
Netcongestie Het stroomnet in Nederland – en met name in Noord-Holland – zit vol, waardoor nieuwe aansluitingen niet vanzelfsprekend zijn. Het kan lang duren voordat nieuwe woonwijken op het energienet kunnen worden aangesloten. Daarom is het van belang te onderzoeken of de wijk zo zelfvoorzienend mogelijk kan worden gerealiseerd. Dit kan onder andere door goede isolatie van woningen, PV-panelen op daken en toepassing van thuisbatterijen of een wijkbatterij om de energiebehoefte te spreiden en netbelasting beperkt te houden. De keuze voor het energiesysteem en de wijze van exploitatie dient per deelgebied nader onderzocht te worden. Dit hangt onder andere af van de woningbouwtypologie, woningcategorie en de beoogde eindgebruikers.
Daarnaast zal er een supervisieteam worden opgericht dat zorgt voor de kwaliteitsborging van de planuitwerking gedurende het traject.
23
4. TECHNISCHE RANDVOORWAARDEN 4.1
-0,66 m NAP
Bodem en water
Bodemkwaliteit Om een toekomstbestendige woonwijk te ontwikkelen is het belangrijk om rekening te houden met water en bodem zoals ook sinds enkele jaren het overheidsbeleid is. Dit hoofdstuk bestaat uit een quickscan van het watersysteem en de bodem en kijken we vooruit naar de toekomstige opgaves. Laagste deel -1,14 m NAP
Maaiveldhoogtes De locatie maakt onderdeel uit van het Oude Zeekleilandschap. Het veen dat op de zeeklei lag is geoxideerd en dus vrijwel verdwenen. Daardoor zijn de delen waar geen veen lag, de zandgeulen, hoger komen te liggen. De Kerkstraat/ Westeinderweg is één van deze kreekruggen; deze ligt ongeveer een meter hoger dan de omgeving. Vanaf de A.C. de Graafweg richting de Westeinderweg is het gebied te beschouwen als een kuil, met een hoogte van -0,66 NAP in het noorden, een lager gelegen deel in het middel van -1,14 NAP en het hoogste deel in het zuiden van - 0,35 NAP. De Westeinderweg ligt op - 0,10/-0,15 NAP, dit is dezelfde hoogte als (het opgehoogde) Calidus Wognum. Bloesemgaerde is ook op deze hoogte gebouwd. Opgave voor ontwikkeling Er dient te worden onderzocht op welke wijze het gebied het beste kan worden opgehoogd. Bij ophoging bestaat het risico op ondergrondverdichting. Hierdoor neemt het infiltratievermogen, de doorlatendheid en het vochtbergend vermogen van de bodem af.
24
-0,35 m NAP
-0,15 NAP
Bodemtypes
De basis voor de bodem is de zeeklei. Het originele veen, de basis voor de verkaveling, is verdwenen door oxidatie. Binnen de locatie kennen de bodemtypes een subtiel verschil, met name in de bovenste bodemlaag (de zogenaamde bouwvoor): • Centraal: Kalkarme leek-/woudeerdgronden: kalkarme zeekleigronden met een minerale eerdlaag en met een tussenlaag of ondergrond van niet kalkrijke zware klei - bouwvoor bestaat uit klei • Rondom de kern: Kalkarme leek-/woudeerdgronden: kalkarme zeekleigronden met een minerale eerdlaag – bouwvoor bestaat uit zavel (zand) • In het zuiden: Kalkarme poldervaaggronden: kalkarme zeekleigronden met een minerale eerdlaag – bouwvoor bestaat uit lichte zavel (fijn zand) • Westeinderweg/ Kerkstraat: Tuineerdgronden met een basis van fijn zand waarop een humusrijke bovenlaag ligt ontstaan door menselijk handelen Opgave voor ontwikkeling Klei gaat bij belasting door ophoging inklinken. Door deze ondergrondverdichting neemt het infiltratievermogen, de doorlatendheid en het vochtbergend vermogen van de bodem af. Dat maakt de Leek- en Woudeerdgronden minder geschikt voor woningbouw met ophoging. Dit vraagt nader onderzoek.
Rondom de kern: kalkarme leek- woudeerdgronden, zavel
Centraal:leekkalkarme leekKalkarme woudeerdwoudeerdgronden, gronden, klei klei
In het zuiden: kalkarme poldervaaggronden, lichte zavel
Westeinderweg/ kerkstraat: Tuineerdgronden, lichte zavel
25
Oppervlaktewater
Het plangebied is onderdeel van een een poldergebied zonder boezemstelsel. Hier wateren polders op elkaar af, mogelijk door hoogteverschillen of met behulp van kleine poldergemalen. Ze lozen hun overtollig water rechtstreeks via sluizen of poldergemalen op het buitenwater zoals het Markermeer. Eén watergang is aangeduid als primair en verder zijn alle watergangen secundair en een tertiair. Voor een goede afwatering van het gebied is het hele systeem essentieel. In het verleden kende het gebied een fijnmaziger afwateringssysteem. Waterpeil huidige situatie Het waterpeil in het plangebied is -1,40 m NAP (dynamisch peilbeheer jaarrond, ondergrens -1,5 m NAP en bovengrens -1,3 m NAP). Van de sloot boven A.C. de Graafweg wordt water opgepompt om dit waterpeil te behalen. De rest van Wognum en een deel van het buitengebied heeft hetzelfde peilgebied. Bij een doorbraak van de primaire kering loopt het gebied 0,5 tot 1 meter onder water. Opgave voor ontwikkeling Bij de ontwikkeling van een woonwijk neemt het verhard oppervlak toe en vermindert het absorptievermogen van de bodem. Het is belangrijk om oppervlaktewater te behouden en voldoende nieuw water te realiseren voor berging en afvoer, conform de waterschapsverordening van het HHNK.
Als het akkerland ten behoeve van de woningbouw wordt opgehoogd, zal bij extreme neerslag het oppervlaktewaterpeil stijgen, vanwege het deels wegvallen van maaiveldberging. Watergangen worden zoveel mogelijk per boot onderhouden. Het water in het gebied is momenteel niet bevaarbaar en het gebied heeft een ander waterpeil dan aan de overzijde van de A.C. de Graafweg. Er wordt onderzocht of varen binnen het plangebied mogelijk kan worden gemaakt, voor onderhoud en eventueel recreatie.
26
Grondwater Grondwater huidige situatie Het grondwater hangt direct samen met de bodemsoorten. De percelen binnen het plangebied liggen erg laag ten opzichte van het oppervlaktewater. Het centrale deel van het plangebied is het natst (trap III). Hier staat het oppervlaktewater bij streefpeil slechts 26 cm onder maaiveld. De drooglegging van Westeinderweg en woonwijk is 1,3 meter. De eisen die aan de ontwateringsdiepte worden gesteld worden niet gehaald behalve in het zuidelijk deel van het plangebied tegen de Westeinderweg aan. Zoutgrondwater en zoetwaterlens In Noord Hollands kleigebied is het zoute grondwater afgedekt met een zoetwaterlens. Behoud van de zoetwaterlens is essentieel. Ontwateren vermindert de zoetwaterlens en brengt zoute water aan de oppervlakte. Zeespiegelstijging in de toekomst verhoogt zoute kweldruk. Dit is een groot probleem voor de landbouw en indirect voor woningbouw. Zoutgrondwater kan de funderingen aantasten op termijn en is slecht voor bomen en planten (rapport ‘op waterbasis’). Op dit moment is er geen kwel en sprake van enige wijgzijging: 50-100 GBS (redelijk goed t.a.v. zoet/zout grondwater) (bron: klimaatatlas waterschap). Opgave voor ontwikkeling Bij de ontwikkeling moet de bestaande zoetwaterlens worden behouden. Verlagen van de grondwaterstand lijkt daarom niet verstandig.
27
Klimaatrisico’s Klimaatrisico’s huidige situatie Het klimaat verandert en de grootste risico’s voor de wijk zijn piekbuien die leiden tot wateroverlast, maar ook lange periodes van droogte die leiden tot hittestress. In de laagste delen van het gebied is de kans op wateroverlast in de huidige situatie al zeer groot. Bij een 70 mm piekbui in WH 2050 is er meer dan 25 cm water opzet (afbeelding) en stroomt het laagste deel onder. Bij een piekbui van 160 mm lopen alle noordelijke delen in de huidige situatie onder. Ook wordt de kans op een doorbraak van de primaire waterkering in de toekomst groter. In het klimaatscenario WH2050 is gemiddelde laagste grondwaterstand meer dan 1,5 onder maaiveld. Bijna alle sloten in de huidige situatie van het gebied vallen dan droog. De droogte zal zich concentreren op de hogere delen van de kreekrug rond Westeinderweg. Opgave voor ontwikkeling De gezamenlijke Nederlandse overheden hebben een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld: samen naar een klimaatbestendige toekomst’. Samen met het waterschap moet gezocht worden naar maatregelen om klimaatrisico’s te verminderen. Algemene maatregelen daarbij zijn: vergroten oppervlakte water, sponswerking van de bodem vergroten, zorgen voor voldoende opgaand groen ten bate van schaduw en tegengaan van verdamping.
Deze kaart laat de wateroverlastlocaties in uw gemeente zien direct na afloop van een extreme bui van 70 mm in 1 uur. *bron: Hoogheemraadschap HHNK 28
4.2
Groen en ecologie
Huidige situatie Het huidige grondgebruik bestaat uit akkerbouw zoals aardappelen, broccoli en bloementeelt. De noordoosthoek (ten noorden van Calidus Wognum) is in gebruik als grasland met schapen. In het landschap is geen boom- of struikbeplanting aanwezig, het is een open lanschap waarbij de akkerbouwbeplanting ruim onder ooghoogte blijft. Aan de randen van het plangebied bestaat het groen uit essen, elzen en wilgen. Langs de wegen heeft dit de vorm van laanbeplanting, aan de rand van Calidus Wognum als een park(je). In de directe omgeving van het plangebied zijn er geen natuurgebieden aanwezig. Gebiedseigen beplanting: Voor dit landschapstype zijn de gebiedseigen boomsoorten essen, (zwarte) elzen, wilgen en populieren. De biotoop is een te duiden als een Elzenzegge- Elzenbroekbos. Voor de natste delen zijn gebiedseigen soorten de (Grauwe- en bos-)wilg. Ecologie huidige situatie De ecologie van de oevers is voldoende tot slecht (en nergens goed of zeer goed)*. Nader ecologisch onderzoek van de huidige situatie is noodzakelijk. De bestaande sloten hebben steile oevers en daarmee weinig ecologische waarde. Langs de hoofdwatergangen is (in de beheerstrook) ruimte voor spontane kruidenrijke begroeiing.
Opgave voor ontwikkeling • Het toevoegen van gebiedseigen beplanting, zowel bomen, struiken als bloemrijk grasland • Het ontwikkelen van natuurlijke slootkanten (flauwe natuurvriendelijke oevers en riet) • Het toevoegen van opgaande beplanting. Dit is ook belangrijk ter voorkoming van hittestress • Het vergroten van de biodiversiteit in het hele gebied • Het toevoegen van waterberging op maaiveldniveau, onder andere door overloopgebieden. Dit draagt tevens bij aan de biodiversiteit.
• •
Een voorbeeld hiervan is een moerasbospark in het natste deel of aan de westrand gecombineerd met waterberging Het voorkomen van zoute kwel**, vanwege het negatieve effect op alle bomen. Dit betekent het behoud van de zoetwaterlens*** die het zoute water afdekt. Daarvoor is het nodig duurzame regenwateropvang te realiseren.
* bron: Hoogheemraadschap HHNK ** kwel is grondwater dat onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt. *** een zoetwaterlens is een massa zoet grondwater die op het omliggende zoute water drijft. Dit komt doordat zoet water lichter is dan zout water en in de bodem bijna niet vermengt.
29
4.3
Archeologie
Op de locatie van gebiedsontwikkeling Wognum-Noord moet er archeologisch onderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek is van belang om eventuele archeologische waarden te identificeren en te beschermen, zodat mogelijk aanwezig erfgoed van de regio behouden blijft. Het onderzoek wordt uitgevoerd in overeenstemming met de gemeente Medemblik en Archeologie Westfriesland. De resultaten moeten goedgekeurd worden door beide partijen.
4.4
Milieu-, geluid- en geurzones
Bij de ontwikkeling van Wognum-Noord is het van belang om rekening te houden met milieukundige aspecten, zodat toekomstige bewoners in een gezonde omgeving kunnen wonen. Dit omvat onderzoeken naar bijvoorbeeld geluid-, geurhinder en spuitzones. Deze onderzoeken zijn cruciaal om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. De resultaten van deze onderzoeken moeten worden voorgelegd aan de gemeente Medemblik en Milieuzones rond plangebied Wognum Noord de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord voor goedkeuring, zodat aan de milieueisen wordt voldaan. Maximale geluidscontour ambulancepost = 50 meter. Hiermee moet rekening worden gehouden vanaf ambulance de grens van het perceel waar de bestemming op ligt. Geluidszone post
De maximale geluidscontour van de ambulancepost bedraagt 50 meter vanaf de grens van het perceel waar de bestemming op ligt. Dit moet nader worden onderzocht.
30
Geluidscontour Leekerweide = 30 meter. Uit de richtafstandenlijst blijkt dat de omschrijving gehandicaptenzorg niet voorkomt in de lijst. Zodoende is voor de WilgaerdenLeekerweideGroep aansluiting gezocht bij ‘gezondheids- en welzijnszorg’ waaronder verpleeghuizen. Hiervoor geldt voor het aspect geluid richtafstanden van 30 meter. Met een goede onderbouwing Geluidszone Calidus Wognumkan van deze richtafstand afgeweken worden.
Uit de richtafstandenlijst blijkt dat de omschrijving gehandicaptenzorg niet voorkomt in de lijst. Voor de Calidus Wognum is daarom aansluiting gezocht bij ‘gezondheids- en welzijnszorg’ waaronder verpleeghuizen. Hiervoor geldt voor het aspect geluid richtafstanden van 30 meter. Met een goede onderbouwing kan van deze richtafstand afgeweken worden.
Invloedsgebied LPG-tankstation
Er moet rekening worden met het ‘invloedsgebied’, de grootste cirkel die rond het tankstation getekend is. De OD adviseert om in een vroegtijdig stadium een adviesbureau in te schakelen dat een Onderzoek Externe Veiligheid uitvoert. Hierdoor moet worden aangetoond dat binnen het invloedsgebied woningbouw kan worden gerealiseerd.
Geluidszone Kerkstraat 86a Op dit perceel is een bedrijf gevestigd met daarom heen een geluidscontour die effect kan hebben op de bebouwingsmogelijkheden van de zuidelijke hoek van het plangebied. In een vervolgfase van de planvorming is nader onderzoek noodzakelijk.
31
Geluidszones wegen Huidige situatie geluidszones weg Het plangebied valt binnen de geluidzones van de A.C. de Graafweg, de Nieuweweg, de Westeinderweg en de Rijksweg A7. Hier is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn geen belemmeringen ten aanzien van geluid. Opgave voor ontwikkeling Er moeten maatregelen worden getroffen om een woonwijk te kunnen realiseren. Hierbij kan worden gedacht aan het houden van afstand ten opzichte van de wegen, de aanleg van een aarden wal, het gebruiken van geluidsafschermende bebouwing, het toepassen van dove gevels of een combinatie hiervan. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig waarin wordt aangetoond dat er wordt voldaan aan de regelgeving.
32
66-70 dB
61-65 dB
56-60 dB 51-55 dB
Spuitzones
4.5
Kabels en leidingen
Het plangebied is momenteel akkerland. Er zijn geen kabels en leidingen KLIC-nummer: 23O0155480 - 1 pagina: 1 van 1 binnen het gebied. schaal:
1:5972
datatransport KL1010 datatransport KL1011 datatransport KL1040 datatransport KL1051 datatransport KL1220 datatransport KL1278 datatransport KL1497 gas hoge druk KL1040 gas lage druk KL1040 hoogspanning KL1040 laagspanning GM0420 laagspanning KL1040 laagspanning KL1100 laagspanning KL1774 laagspanning PV0027 middenspanning KL1040 middenspanning KL1687 overig KL1774 riool over/onderdruk GM0420 riool vrijverval GM0420 riool vrijverval PV0027 water KL1100
Overzichtskaart
Opgave voor ontwikkeling Alle voor de ontwikkeling benodigde kabels en leidingen dienen nog te worden aangelegd en aangesloten op de hoofdtracés in de omgeving. Ook moet rekening gehouden worden met de inpassing van trafo’s in het gebied. Deze dienen in een vroeg stadium in beeld worden gebracht en zorgvuldig in het plan worden ingepast.
149 298 meter
KLIC-nummer: 23O0155480 - 1 Overzichtskaart
0
pagina: 1 van 1
schaal: 1:5972
linksonder: X: 129.688,0 Y: 522.261,0 rechtsboven: X: 130.751,0 Y: 523.329,0
De spuitzones zijn van toepassing op alle agrarische gronden waarbij geen beperking is gelegd op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Dit betekent dat niet alleen rekening moet worden gehouden met de spuitzone aan de westzijde van het plangebied, maar ook die aan de zuidkant langs de Kerkstraat. Het gaat hier om meerdere kleine percelen van verschillende eigenaren met een agrarische bestemming. Een deel van deze percelen wordt nu gebruikt als achtertuin, een deel is akker en een deel is grasland. Indien hier kan worden gespoten met gewasbeschermingsmiddelen, moet een afstand van 50 meter worden gehanteerd tussen gevoelige objecten en agrarische bedrijvigheid (open teelten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt).
datatransport KL1010 datatransport KL1011 datatransport KL1040 datatransport KL1051 datatransport KL1220 datatransport KL1278 datatransport KL1497 gas hoge druk KL1040 gas lage druk KL1040 hoogspanning KL1040 laagspanning GM0420 laagspanning KL1040 laagspanning KL1100 laagspanning KL1774 laagspanning PV0027 middenspanning KL1040 middenspanning KL1687 overig KL1774 riool over/onderdruk GM0420 riool vrijverval GM0420 riool vrijverval PV0027 water KL1100
33
LEGENDA hoofdstructuur auto bestaand hoofdstructuur auto nieuw, met inprikkers (indicatief) hoofdstructuur fiets bestaand hoofdstructuur fiets nieuw verbinding te onderzoeken hoogte-accent in dorpsentree primaire waterloop, evt verplaatsen bestaande waterloop, te verbreden nieuwe waterloop, indicatief groen wooneiland groene hoofdstructuur landschappelijke dorpsentree groene substructuur/ hoven (indicatief) centrale parkzone (indicatief)
2 4 1
6
7
5 ? 7
Created by ProSymbols from the Noun Project
3 ?
34
? Created by ProSymbols from the Noun Project
5.
STEDENBOUWKUNDIGE EN LANDSCHAPPELIJKE RANDVOORWAARDEN
5.1 Stedenbouwkundige en landschappelijke visie
In de vorige hoofdstukken zijn de kenmerken, beleidsmatige uitgangspunten en technische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Wognum-Noord beschreven. Het gebied kent een aantal uitdagingen op het gebied van bodem, water, geluid en milieuzones maar ook veel ruimtelijke kansen. Hier kan een unieke, klimaatbestendige en gedifferentieerde woonwijk ontstaan die reageert op de lokale condities en ruimte biedt voor een breed scala aan woonvormen. Hiermee vormt Wognum-Noord een waardige entree van het dorp vanuit het noorden, maar ook een verrijking ten opzichte van de bestaande wijken en een wijk om trots op te zijn! De stedenbouwkundige en landschappelijke visie wordt hieronder beschreven: 1. De waaierverkaveling als basis Door het ontwikkeling van het gebied tot woonwijk is het niet mogelijk het landschap open te houden. Wel biedt de hoofdstructuur met de waaiervormige kavels en het slotenpatroon een belangrijke inspiratiebron en de landschappelijke groen-blauwe drager voor de wijk. Hiermee blijft het slagenlandschap herkenbaar en kunnen enkele lange zichtlijnen behouden blijven. De waaierstructuur heeft geen statische vorm; er zijn de afgelopen decennia meerdere sloten gedempt. Uitgangspunt is waar mogelijk het behoud en de verbreding van de bestaande waterlopen en de toepassing van natuurvriendelijke oevers.
In het kader van de waterbergingsopgave zijn er ook nieuwe waterlopen wenselijk en noodzakelijk. Er wordt onderzocht of het mogelijk is de sloten (binnen het plangebied) bevaarbaar te maken voor varend onderhoud en eventueel recreatie. Tussen de waterlopen ontstaan verschillende buurten/ woonvelden met een eigen identiteit, waarbij de thema’s groen en duurzaamheid op verschillende manieren worden uitgewerkt. De afwijkende eilandenstructuur van Calidus Wognum vormt aanleiding voor een structuur met een nieuw wooneiland in de noordelijke hoek van het plangebied. Hierdoor kan een bijzonder woonmilieu ontstaan dat in ruimtelijk opzicht aansluit bij Calidus Wognum.