CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-25-1137498 Rapport: “Jeugdhulp in zes Westfriese gemeenten, editie gemeente Medemblik”

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente MedemblikBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamer Medemblik-Opmeer naar jeugdzorg35.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Afbakening van eerstelijnszorg: Alle zes gemeenten hebben in hun verordening aangegeven ‘algemene lokale voorzieningen' te bieden voor jeugdigen en gezinnen met een hulpvraag. Genoemd worden: informatie en opvoedadvies , jeugdgezondheidszorg , opvoedondersteuning , welzijnswerk en schoolmaatschappelijk werk. Hoewel de gemeenten dit hetzelfde omschrijven , bestaan er in de praktijk grote verschillen in wat de algemene lokale voorzieningen bieden en dan met name wat de lokale teams doen. In de ene gemeente beperkt de hulp van het lokale team zich tot vraagverheldering en het doorverwijzen , terwijl in de andere gemeente het lokale team zelf ook jeugdzorg biedt. Bijvoorbeeld door gesprekken te voeren met jeugdigen voor het verwerken van trauma , voor het omgaan met faalangst of voor het omgaan met autisme. De gemeenten trekken op verschillende manieren een lijn tussen eerstelijns en tweedelijnszorg. Het is uit de lokale verordeningen niet op te maken hoe de

gemeenten dat onderscheid maken. Het is daardoor niet duidelijk wat inwoners -

precies van het lokale team kunnen verwachten. In lijn met de Jeugdwet , erkennen alle zes gemeenten de huisarts als wettige verwijzer. In Medemblik , Opmeer en Hoorn is in de verordening vastgelegd dat bij een doorverwijzing door de huisarts , de zorgaanbieder waarnaar wordt doorverwezen in samenspraak met de hulpvrager het perspectiefplan opstelt. Voor deze gemeenten is verder bepaald dat het lokale team dit perspectiefplan beoordeelt. In de verordening is echter niet aangegeven hoe het lokale team tot een oordeel kan komen , zonder dat zij de betrokken hulpvragers hebben gezien of gesproken (zie ook Hoofdstuk 5). De gemeenten Stede Broec , Enkhuizen en Drechterland hebben in de zomer van 2025 nieuwe beleidsregels gepubliceerd. Hierin is vastgelegd dat bij een doorverwijzing door een huisarts de jeugdhulpaanbieder de hulpvraag moet onderzoeken en zich aan de afspraken met de gemeente moet houden. Het is echter onduidelijk of daarbij ook een perspectiefplan moet worden opgesteld. Ook voor deze gemeenten is onduidelijk hoe de gemeente tot een oordeel komt over het te financieren hulptraject.

Voor de zes gemeenten geldt dat zij hun opdracht voor de lokale teams en de uitgangspunten daarbij hebben beschreven in de beleidsregels. Zo is de reikwijdte van de zorgplicht beschreven en afgebakend; is aangeven wat verwacht wordt van de eerstelijnszorg en zijn de beleidsmatige concepten als ‘eigen kracht’ , ‘eigen regie’ en ‘inzet eigen sociaal netwerk’ uitgewerkt. Ook is beschreven langs welke stappen inwoners toegang tot jeugdzorg kunnen krijgen. Tussen gemeenten bestaan er verschillen in de mate waarin de opdracht duidelijk is. Onderstaand schema geeft een overzicht.

29

Normen m. b. t. opdracht voor de lokale teams − In elke gemeente is er voor de eerstelijnsvoorziening een duidelijke opdracht geformuleerd die betrekking heeft op de hulp aan kinderen en gezinnen. De taken en werkwijze van de eerstelijnsvoorziening worden bepaald door de − doelstelling/opdracht en daaraan gekoppeld het mandaat. De eerstelijnsvoorziening rapporteert periodiek over de uitvoering van die opdracht aan de − gemeente/ aan het college. Hoorn

Ja , in de verordening en in de onderliggende beleidsregels is beschreven dat de verschillende taken die in het kader van de jeugdhulp moeten worden uitgevoerd , zijn belegd bij 1. Hoorn. Het functioneel model beschrijft vier rollen: vraagverheldering (toegang) , het bieden van zelfhulp , coördinatie van zorg en het organiseren van groepsactiviteiten. Sinds de invoering van het Resultaatgestuurd Werken ligt extra nadruk op coördinatie en regievoering. Eerstelijnshulp wordt voornamelijk uitgevoerd door de opvoedadviseurs van de lokale teams en/of het voorliggende veld.

Medemblik

20 Hierin is Deels , de gemeente heeft sinds juli 2025 nieuwe beleidsregels. beschreven waar inwoners met vragen zich kunnen melden. De rol van Team Preventie met betrekking tot de eerstelijnszorg voor jeugdigen en gezinnen is niet beschreven. Ook is niet beschreven hoe de hulpverlening van Team Preventie en Team Jeugd zich tot elkaar verhouden. Uit de gesprekken die wij voerden komt evenwel naar voren dat het Team Jeugd voor zichzelf wel een duidelijke opdracht ziet , namelijk hulpvragers helpen hun vraag te verhelderen om hen vervolgens door te verwijzen naar passende hulp.

Opmeer

Ja , in de verordening en beleidsregels 21 is duidelijk aangegeven dat intake , eerstelijnszorg en doorverwijzen bij het wijkteam is belegd. Aandachtspunt is dat het wijkteam de eerstelijnszorg in de praktijk breed opvat en ook zorg verleent die het karakter heeft van specialistische zorg. Deze keuze is niet expliciet beschreven , onduidelijk ook is hoe de gemeente de kwaliteit van deze zorg waarborgt. Het wijkteam informeert college en raad via kwartaalrapportages over de uitvoering. Deze rapportage beperkt zich tot financiële gegevens (gerealiseerde uitgaven).

Stede Broec

Deels , in de verordening en de beleidsregels 22 zijn de uitgangspunten beschreven. Onder andere wordt ingegaan op het resultaatgericht werken en de wijze waarop de inzet van specialistische zorg moet worden overwogen , en de stappen die daarvoor moeten worden gezet voordat tot een beschikking kan worden gekomen. De verordening en beleidsregels gaan echter alleen in op de rol en verantwoordelijkheid van ‘Ons Stede Broec’. De toegang via de SED-organisatie is niet beschreven.

20 Nadere

regels Jeugdhulp gemeente Medemblik 2025 | Lokale wet- en regelgeving Opmeer , Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer houdende regels omtrent jeugdhulp , geldend van 25-12-2020 t/m heden. 22 Gemeente Stede Broec , Verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Stede Broec , Geldend van 13-08-2025 t/m heden. 21 Gemeente

30

Enkhuizen

Deels , in de verordening en de beleidsregels 23 zijn de uitgangspunten van de jeugdhulp beschreven evenals de rol die het Stadsteam heeft te spelen. Er wordt echter niet ingegaan op de rol van de SED-organisatie/gemeente. Bijvoorbeeld diens rol bij het doorverwijzen naar het stadsteam en de rol die het speelt bij het beschikken en monitoren van enkelvoudige zorgtrajecten na het doorverwijzen. Het Stadsteam heeft vanuit de stichting ‘Iedereen Telt Mee’ de volgende brede opdracht gekregen: ‘Het leveren van (preventieve) ondersteuning , begeleiding , behandeling en consultatie en advies. ‘Wij doen dat deskundig , op maat , lokaal en gericht op het versterken van eigen kracht en in samenwerking met ons professionele netwerk. ’ De stichting “Iedereen telt mee’ , rapporteert over de uitvoering 2-jaarlijks aan het College van B&W van Enkhuizen. De SED-organisatie staat hier in principe buiten.

Drechterland

Deels , in de verordening en de beleidsregels 24 zijn de uitgangspunten van de jeugdhulp beschreven evenals de rol die Team Inzet heeft te spelen. Er wordt echter niet ingegaan op de rol van de SED-organisatie/gemeente. Bijvoorbeeld diens rol bij het doorverwijzen naar team Inzet en de rol die het speelt bij het beschikken en monitoren van enkelvoudige zorgtrajecten na het doorverwijzen. Team Inzet ziet voor zichzelf in de praktijk een actieve hulpverlenersrol , met de nadruk op ondersteuning van jeugdigen en gezinnen met complexe of meervoudige problematiek. Team Inzet rapporteert jaarlijks met een jaarverslag aan de gemeente.

23 Gemeente

Enkhuizen , Verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Enkhuizen , Geldend van 0907-2025 t/m heden 24 Gemeente Drechterland , Verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Drechterland , Geldend van 09-07-2025 t/m heden

31

2. 4 Organisatie

en

positionering lokale teams

De gemeentelijke toegang tot jeugdhulp is in alle zes Westfriese gemeenten georganiseerd via een herkenbaar lokaal team in de eigen gemeente. Deze teams hebben allemaal een andere benaming , maar ook de inrichting verschilt per gemeente. De verschillen in inrichting betreffen zowel de positionering binnen de gemeentelijke organisatie als de gekozen organisatievorm. Tabel 2 geeft een overzicht. Tabel 2: Kenmerken van de lokale teams voor jeugdhulp in de Westfriese gemeenten Gemeente

Uitvoerende organisatie

Lokaal team

Reikwijdte

Type problematiek

Drechterland

Gemeente Drechterland Stichting Iedereen Telt Mee Gemeente Hoorn (1. Hoorn) Gemeente Medemblik (Team Jeugd)

Team inzet

Breed (0-100 jaar)

Meervoudig

Stadsteam

Breed (0-100 jaar)

Meervoudig

Gebiedsteam (x3) Team Jeugd

Breed (0-100 jaar)

Enkelvoudig en meervoudig Enkelvoudig en meervoudig

Opmeer

Gemeente Opmeer

Wijkteam

Breed (0-100 jaar)

Stede Broec

Stichting Ons Stede Broec

Wijkteam jeugd & gezin

Doelgroepgericht (0-18 jaar)

Enkhuizen Hoorn Medemblik

Doelgroepgericht (0-18 jaar)

Enkelvoudig en meervoudig Enkelvoudig en meervoudig

2. 5 Samenvatting Hoofdstuk 2 Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de hulp aan jeugdigen en gezinnen. Net als in de rest van het land hebben de zes Wesfriese gemeenten hiervoor vrij toegankelijke voorzieningen zoals het consultatiebureau , schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk. Ook beschikken de gemeenten over lokale teams waar gezinnen en jeugdigen terecht kunnen met vragen en problemen. Wanneer de hulpvraag te specialistisch is kan het lokale team doorverwijzen naar specialistische hulp. Hiervoor wordt dan een beschikking afgegeven. Naast de lokale teams kunnen ook huisartsen doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Ook hiervoor geldt dat de gemeente er een beschikking voor af moet geven. De opdracht voor uitvoering van de hulp in het kader van de Jeugdwet , hebben de gemeente geformuleerd in verordeningen en beleidsregels. Kijkend naar deze opdracht dan vallen met name drie zaken op: -

32

Uit de beleidsregels is niet goed af te leiden waar gemeenten de grens trekken tussen de hulp die zij zelf bieden en de hulp waarvoor zij inwoners naar specialistische aanbieders doorverwijzen. Kijkend naar de beleidsregels , dan lijken de gemeenten op elkaar. In de praktijk bestaan echter duidelijke verschillen. In Opmeer en Stede Broec nemen de lokale teams in de praktijk in principe alle hulpvragen zelf in behandeling , tenzij de veiligheid van de jeugdige in het geding is en/of de casus dusdanig complex is. Dan wordt de hulpvraag doorgezet naar het ingekochte aanbod. In Hoorn wordt ook eerst goed gekeken of een hulpvraag door de eerselijn kan worden behandeld , maar schakelt men

-

-

sneller door naar de tweede lijn als de vraag te zwaar of te specialistisch is. In Medemblik wordt door het lokale team in beginsel geen hulp geboden maar beperkt men zich tot vraagverheldering en het doorverwijzen , bijvoorbeeld naar maatschappelijk werk , of een specialistische zorgaanbieder. De lokale teams van Enkhuizen en Drechterland verlenen naar eigen zeggen anderhalfdelijns zorg , waarmee ze hulp bedoelen ten behoeve van complexe problematiek. De gemeenten hebben op regionaal niveau de ambitie om samen te werken. Dit is vastgelegd in een regionaal beleidskader. In de lokale beleidsregels en verordeningen wordt echter niet ingegaan op dit regionale beleidskader , noch op de taakverdeling die er tussen gemeente en netwerkorganisatie bestaat met betrekking tot controle op kwaliteit en rechtmatigheid. De zes gemeenten verschillen van elkaar in de mate waarin zij met huisartsen afstemmen. Hoewel zij in regionaal verband de wens hebben uitgesproken dat huisartsen vaker eerst naar het lokale team doorverwijzen in plaats van direct naar een specialistische zorgaanbieder , hebben de meeste gemeenten de huisartsen in hun gemeenten nog onvoldoende weten te bereiken. Ook is onduidelijk hoe de gemeente precies grip willen houden op de trajecten die naar aanleiding van een doorverwijzing van een huisarts starten.

Een belangrijke vraag die onbeantwoord is , is hoe gemeenten precies zicht willen/kunnen houden op doelmatigheid van specialistische jeugdhulptrajecten die zijn ingezet op basis van een huisartsverwijzing en hoe daarbij de privacy van patiënten wordt gerespecteerd.

33

3 Jeugdhulp in cijfers In de afgelopen tien jaar is de vraag naar jeugdhulp toegenomen. In 2024 ontving ongeveer 9% van alle Westfriese jeugdigen hulp. Dit is min of meer gelijk aan het landelijk gemiddelde. Het bevestigt het idee dat de zorgen die er landelijk zijn over de beheersbaarheid ook voor Westfriesland gelden. In dit hoofdstuk wordt op basis van gegevens van het CBS per gemeente inzicht gegeven in de omvang , uitgaven en de routes waarlangs inwoners hulp zoeken.

3. 1 Hoeveel jeugdigen

en

gezinnen ontvangen hulp?

Vorig jaar ontvingen landelijk bijna 390. 000 jeugdigen en/of hun gezinnen hulp in het kader van de Jeugdwet. Het betreft ongeveer 9% van alle jeugdigen. Het gaat om jeugdhulp die door gemeenten wordt gefinancierd , dus exclusief jeugdbescherming , jeugdreclassering , en zorg die met een persoonsgebonden budget wordt betaald. Het landelijke percentage van 9% is vergelijkbaar met dat van de meeste van de zes gemeenten die in dit onderzoek zijn betrokken. Van de zes gemeenten wijkt vooral Drechterland af , daar ontving slechts 61% , van de jeugdigen hulp. Tabel 3 geeft een overzicht. Tabel 3: Aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt , 2024 (a) aantal jeugdigen met hulp

% jeugdigen met hulp

Drechterland

310

61% ,

Enkhuizen

445

, 99%

Hoorn

1. 725

91% ,

Medemblik

970

, 86%

Opmeer

220

75% ,

480

87% ,

389. 465

89% ,

Stede Broec Landelijk

(a) het betreft hulp in het kader van de Jeugdwet , exclusief jeugdbescherming , jeugdreclassering en hulp die met een PGB wordt betaald

Bron: CBS

Bij het overzicht van Tabel 3 moet worden opgemerkt dat het gaat om het aantal jeugdigen dat hulp ontvangt op basis van een beschikking. Meestal is dat hulp die op locatie van de hulpaanbieder wordt geboden. Het betreffen onder andere gesprekken , groepsgesprekken of dagopnames waarbij eventueel multidisciplinaire hulp wordt geboden. Daarnaast vindt er ook regelmatig hulp plaats buiten de muren van de zorginstelling , bijvoorbeeld bij een jeugdige thuis of op school. Deze hulp varieert sterk in intensiteit. Soms gaat het om therapeutische gesprekken van één of slechts enkele uren , soms gaat het om 24-uurs hulp. Buiten de aantallen van Tabel 3 vallen de jeugdigen en gezinnen die hulp ontvangen zonder beschikking. Het betreffen:

-

-

-

Jeugdigen en gezinnen die worden geholpen met voorliggende voorzieningen , zoals door het schoolmaatschappelijk werk en het consultatiebureau. Jeugdigen en gezinnen die worden geholpen door een gemeentelijke eerstelijnsvoorziening (lokaal team) zonder daarbij (ook) te zijn doorverwezen naar specialistische zorg. Jeugdigen die worden geholpen door de huisarts of een praktijkondersteuner , zonder daarbij (ook) te zijn doorverwezen naar specialistische zorg.

Tabel 4: Aantal jeugdigen met specialistische hulp , 2024 (a) specialistische hulp op locatie (b. )

specialistische hulp in netwerk van jeugdige (c)

hulp met verblijf

275

55

20

Drechterland Enkhuizen

380

80

35

1. 425

360

140

Medemblik

830

140

120

Opmeer

140

30

20

Stede Broec

420

80

45

304. 115

80. 255

41. 255

Hoorn

Landelijk

(a) het betreft hulp in het kader van de Jeugdwet , exclusief jeugdbescherming , jeugdreclassering en hulp die met een PGB wordt betaald. (b) het betreft hulp die wordt aangeboden op de locatie van de hulpverlener. (c) Het betreft hulp die wordt gegeven in de omgeving van de jeugdige bijvoorbeeld thuis of op school. De intensiteit kan variëren van één of enkele uren tot 24 uur per dag.

Bron: CBS

3. 2 Kosten

van

de jeugdhulp

In de Jeugdwet is bepaald dat gemeenten financieel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de jeugdhulp. De gemeenten hebben een jeugdhulpplicht , wat betekent dat gemeenten het gebruik van jeugdhulp volledig moeten vergoeden , ook als de gemeente er zelf niet inhoudelijk bij betrokken is geweest. Zo moet de gemeente bijvoorbeeld ook de kosten dekken van hulptrajecten die naar aanleiding van een doorverwijzing van een huisarts zijn gestart. De wetgever heeft hier bewust voor gekozen. Door met slechts één budgethouder te werken , heeft men geprobeerd de financieringsstromen te ontschotten. Voor de invoering van de Jeugdwet bleken de gescheiden financieringsstromen integrale en preventie hulp in de weg te 25 staan.

De financiering van de Jeugdwet loopt via het gemeentefonds. Dit geld is niet geoormerkt voor specifieke doeleinden en kan in beginsel ingezet worden door gemeenten naar eigen inzicht , zo lang ze aan hun jeugdhulpplicht voldoen. In de

25 TK 2012-2013 , 33684 , nr.3 , Memorie van toelichting Jeugdwet

36

Jeugdwet zijn verder ook geen verplichtingen opgenomen met betrekking tot de vormgeving van de inkoop van jeugdzorg.26 Tabel 5: uitgaven aan jeugdhulp in 2023 (* € 1. 000) jeugdhulp totaal

jeugdhulp vrijwillig kader

jeugdbescherming

Drechterland

7. 236

6. 859

377

.

Enkhuizen

7. 245

6. 894

350

.

Hoorn

25. 954

23. 308

1. 782

Medemblik

17. 181

16. 294

887

Opmeer

3. 812

3. 699

Stede Broec

10. 271

9. 742

jeugdreclassering

864 .

.

529

. .

Bron: CBS

Kijkend naar de kostenontwikkeling over de afgelopen jaren , dan volgen de gemeenten ongeveer hetzelfde pad. De stijging in de jaren vanaf 2015 vlakte af in 2020 en 2021 als gevolg van de coronamaatregelen , sindsdien stijgen de kosten weer. De recente sterke stijging in Drechterland komt met name door een stapeling van zorg binnen één specifiek gezin. De zorgen die landelijk gelden voor de kostenontwikkeling , gelden ook voor de zes gemeenten. De verklaring die de gemeenten er voor geven is drieledig: -

-

-

Het aantal jeugdigen en gezinnen dat een beroep doet op de jeugdhulp stijgt gestaag , zoals hierboven beschreven is dat een landelijke trend. Binnen deze stijging zien de gemeenten ook een toename van behoefte aan intensievere of zwaardere hulp. Trajecten voor jeugdzorg worden langer , de behandelingen nemen in duur toe. Ook deze landelijke trend wordt door de lokale teams van de zes gemeenten herkend. Door een druk op de eerstelijnshulp vanwege personeelstekort en personeelsverloop , worden gezinnen en jeugdigen vaker doorverwezen naar duurdere specialistische hulp.

26 Centraal Planbureau , De gemeentelijke inkoop van jeugdzorg , september 2021.

37

Figuur 2: Geïndexeerde kostenontwikkeling jeugdhulp 27

exclusief kosten gedwongen kader (jeugdbescherming en reclassering)

Bron: CBS

De uitgaven aan jeugdhulp van de zes gemeenten liepen in 2023 uiteen van 37, tot 233, miljoen euro (zie Tabel 7) , en is tot op zekere hoogte evenredig met het inwonertal. Per inwoner gaat het om een bedrag van € 303 (Opmeer) tot € 440 (Stede Broec) (zie Tabel 6). Tabel 6: Uitgaven aan jeugdhulp in 2023 per inwoner kosten jeugdhulp per inwoner Drechterland Enkhuizen Hoorn Medemblik Opmeer Stede Broec

€ 336 € 365 € 309 € 353 € 303 € 440

Bron: CBS

De hogere kosten voor Stede Broec verklaart de gemeente met de constatering dat er in Stede Broec sprake is van meer stapelingen van toewijzingen. Dit gaat om trajecten waarbij meerdere zorgvormen tegelijkertijd worden ingezet (stapelen van zorg) en inwoners waarvoor meerdere beschikkingen na elkaar zijn afgegeven (rijgen). Dat de hulpverlening hierop afwijkt van andere gemeenten is verder niet verklaard.

27 CBS

heeft geen cijfers gepubliceerd over de uitgaven per gemeente aan jeugdhulp voor de jaren 2015-2017. 38

Op de gemeente Opmeer na , hebben alle gemeenten een budgetoverschrijding. Opvallend is dat de budgetoverschrijding voor Hoorn en Medemblik beperkt is tot enkele procenten en dat die voor de drie SED-gemeenten substantieel is. Terwijl de uitgaven per inwoner bij de SED-gemeenten niet per se hoger zijn , zoals blijkt uit Tabel 6. Daarmee lijkt de belangrijkste verklaring voor de budgetoverschrijding te liggen bij de manier van begroten. De gemeenten met een beperkte overschrijding (Medemblik en Hoorn) geven aan dat zij realistisch begroten. Dit houdt in dat zij bij het begroten steeds de uitgaven van het voorgaande jaar als uitgangspunt nemen en daarbij ook rekening houden met een stijgende trend van de hulpvraag en inflatie. De SED-gemeenten doen dat minder. Gevraagd naar de oorzaak van de terugkerende budgetoverschrijdingen verwijst SED naar: -

-

-

Onduidelijkheden in het gemeentefonds: het is niet helder in hoeverre de rijksmiddelen een realistische dekking geven voor jeugdhulp. De drie gemeenten werken daardoor met eigen (politiek vastgestelde) jaarbudgetten , waarvan de toereikendheid niet altijd vooraf goed is in te schatten. De begroting is niet geheel realistisch: er wordt onvoldoende rekening gehouden met indexaties of met de jaarlijkse groei in jeugdhulpgebruik. Drechterland vormt hierin een uitzondering: deze gemeente verwerkt structureel indexaties in de begroting , wat leidt tot minder afwijkingen tussen begroot en gerealiseerd. Dure individuele voorzieningen: In de gemeenten gaat tot wel 45% van het totale budget op aan individuele voorzieningen voor een beperkt aantal gezinnen. Deze hulpvraag is moeilijk te voorspellen.

Tabel 7: Begrote en gerealiseerde kosten voor jeugdhulp in 2023 (* € 1. 000)

Drechterland

begrootte kosten

gerealiseerde kosten

Mate van budgetoverschrijding

4. 589

6. 859

+49%

Enkhuizen

4. 308

6. 894

+60%

Hoorn

22. 535

23. 308

+3%

Medemblik

15. 630

16. 294

+4%

Opmeer

3. 706

3. 699

-1%

Stede Broec

8. 422

9. 742

+16%

Bron: CBS

39

Norm m. b. t. kosten Zowel de kosten per gebruiker als de kosten per inwoner liggen niet boven de niveaus van − referentiegemeenten en het landelijk gemiddelde. In het algemeen volgen de zes gemeenten de algemene landelijke trend. Na een stijging van kosten (per inwoner) in de periode 2015-2019 , stabiliseerden deze zich vervolgens vanwege de beperkte toegang tot zorg tijdens de coronapandemie. Sinds 2022 is opnieuw sprake van een stijging. Deze stijging is het gevolg van de toename van jeugdigen en gezinnen die een beroep doen op de jeugdzorg; de toename van de gemiddelde duur van zorgtrajecten; en een stijging van tarieven. De bovengemiddeld sterke stijging in Drechterland (Figuur 1) wordt door de SED-organisatie toegeschreven aan de buitengewoon intensieve zorgvraag van één gezin. De afvlakking van kosten in Hoorn , wordt toegeschreven aan de aangescherpte triage rond het doorverwijzen naar specialistische zorg. Voordat een bschikking voor specialitische zorg wordt afgegeven wordt nadrukkelijker gekken naar de mogelijkheden van voorliggende voorzieningen en de eerste lijn (zie ook Hoofdstuk 4).

3. 3 Routes

naar

jeugdhulp

31% tot 43% van de jeugdhulp aangeboden via een gemeentelijke doorverwijzing. 30% tot 47% wordt aangeboden op basis van een doorverwijzing door de huisarts

(zie Tabel 8). Uit onderstaande tabel blijkt dat er ook specialistische jeugdhulp wordt geboden zonder verwijzing. Dit gebeurt onder andere wanneer een inwoner verhuist en zijn zorgtrajet voortzet vanuit zijn nieuwe gemeente. Door gemeente Opmeer is aangegeven dat het hoge aantal jeugdigen met specialistische hulp zonder doorverwijzingen vooral betrekking heeft op hulp bij dyslexie. Doorverwijzing vindt daar vaak plaats vanuit het onderwijs. Tabel 8: Verwijzers naar jeugdhulp (2024) Landelijk

Drechter land

Enk huizen

Hoorn

Medem blik

Opmeer

Stede Broec

Gemeentelijke toegang

34%

29%

38%

43%

33%

31%

36%

Huisarts

35%

47%

46%

38%

44%

30%

40%

Jeugdarts

3%

0%

1%

Gecertificeerde instelling

8%

6%

6%

6%

10%

4%

8%

Medisch specialist

4%

4%

4%

4%

3%

4%

5%

verwijzer 28

14%

14%

7%

8%

9%

31%

11%

Verwijzer onbekend

1% 100%

100%

100%

100%

100%

100%

Geen Totaal

100%

Bron: CBS

28

Volgens gemeenten is het niet mogelijk dat specialistische hulp zonder verwijzer wordt ingezet. In de gemeentelijke registraties komt dit niet voor; de herkomst van deze CBScategorie is daarom onduidelijk. 40

3. 4 Samenvatting Hoofdstuk 3 De kosten voor jeugdzorg zijn sinds de invoering van de jeugdwet 10 jaar geleden jaarlijks gestegen. Dit landelijk beeld geldt op hoofdlijnen ook voor de zes Westfriese gemeenten. De stijging hangt in de eerste plaats samen met de gestage stijging van de vraag. Op dit moment ontvangen 61% , (Drechterland) tot 99% , (Enkhuizen) enige vorm van jeugdhulp (jeugdbescherming en jeugdreclassering niet meegerekend). Het kost gemeenten moeite de uitgaven binnen de begroting te houden. Vijf van de zes gemeente had in 2023 een budgetoverscheiding. In drie gemeenten (Stede Broec , Enkhuizen , Drechterland) was die overscheiding fors. De lokale teams van de gemeenten hebben op lang niet alle specialistische jeugdhulp grip. Een belangrijkdeel van de jeugdhulp vindt plaats via de huisarts. Het gaat om 30% (Opmeer) tot 47% (Drechterland) van alle trajecten.

41

4 De gemeentelijke ingang naar jeugdhulp:

vraagverheldering doorverwijzing van

naar

Om een beeld te krijgen van de praktijk van de hulpverlening spraken wij bij de zes gemeenten met jeugdwerkers en enkele gezinnen. De gesprekken laten zien dat jeugdwerkers zich bewust zijn van de kosten van jeugdhulp , en dat zij specialistische hulp niet lichtvaardig inzetten. Ook heeft iedere gemeente een voorziening voor eerstelijns jeugdhulp ingericht , al is het niet altijd duidelijk wat inwoners daar precies van kunnen verwachten. De inhoud van de eerstelijnshulp verschilt per gemeente. Ook zijn er grote verschillen in wachttijden. Daarnaast komt naar voren dat de regiefunctie , met name bij enkelvoudige casussen , in de praktijk niet bij alle gemeenten wordt opgepakt. Tegelijkertijd is het positief dat de geïnterviewde hulpvragers de ondersteuning vanuit het lokale team erg waarderen en zich over het algemeen ontzorgd voelen.

4. 1

Inleiding

De eerste route naar jeugdhulp verloopt via de gemeente. Zoals in Hoofdstuk 2 beschreven , hebben de zes Westfriese gemeenten hun jeugdhulp verschillend georganiseerd. Desondanks kent (de aanloop naar) een jeugdhulptraject waarbij tweedelijns (specialistische) jeugdhulp nodig is , in alle gemeenten ten minste zes vaste stappen. De zes stappen worden hieronder beschreven en nader gedefinieerd in termen van inhoud , verantwoordelijkheid en doel. Dit biedt een eenduidig kader voor de vergelijking tussen gemeenten. 1. Aanmelding en intake: -

-

-

Inhoud: het gezin of de jongere met een hulpvraag meldt zich fysiek , telefonisch of digitaal bij de gemeente , of wordt hiernaartoe doorverwezen door een verwijzer. Verantwoordelijk: bij Hoorn , Medemblik en Opmeer: het lokale team , dat onderdeel is van de gemeete. Bij de SED-gemeenten: de Afdeling Jeugd van de SED-organisatie. Stede Broec heeft daarnaast ook een extra , direct aanmeldpunt via het lokale team (Stichting Ons Stede Broec). Doel: de hulpvraag formaliseren en toegang tot jeugdhulp mogelijk maken.

2. Vraagverheldering: -

Inhoud: het lokale team onderzoekt samen met het gezin wat de kern van de hulpvraag is en welke vorm (eerstelijns of tweedelijns) van jeugdhulp passend is.

-

Verantwoordelijk: jeugdwerkers 29 van het lokale team. Doel: de hulpvraag verduidelijken en jeugdhulproute bepalen.

3. Eerstelijns jeugdhulp overwegen: -

-

-

Inhoud: de gemeente beoordeelt of eerstelijns jeugdhulp , waarvoor geen beschikking nodig is , toereikend is om de hulpvraag op te lossen. Hierbij valt te denken aan: opvoedondersteuning , maatschappelijk werk of jongerenwerk. Eerstelijns jeugdhulp kan op zichzelf staan of gecombineerd worden met tweedelijns jeugdhulp. Verantwoordelijk: afhankelijk van de gemeente zijn dit jeugdwerkers en gedragsdeskundigen binnen het lokale team , en/of SED jeugdconsulenten en gemeentelijk gefinancierde eerstelijnsaanbieders (het ‘voorliggende veld’). Doel: laagdrempelig passende hulp bieden die zwaardere inzet kan voorkomen.

4. Opstellen van een perspectiefplan: -

-

Inhoud: indien tweedelijns jeugdhulp nodig is , stelt het lokale team samen met het gezin een perspectiefplan op. Dit plan bevat doelen , beoogde resultaten en afspraken over samenwerking. Alle gemeenten gebruiken hetzelfde format 30 . Verantwoordelijk: de jeugdwerker van het lokale team , samen met het gezin. Doel: richting en samenhang bieden voor het verdere traject. Het perspectiefplan vormt de inhoudelijke onderbouwing van de beschikking.

5. Beschikking afgeven: -

-

Inhoud: de gemeente bekrachtigt de inzet van tweedelijns jeugdhulp in een beschikking. Hierin staat welke aanbieder hulp biedt , met welke intensiteit en voor welke periode. Verantwoordelijk: het lokale team , de backoffice of de SED-organisatie. Doel: juridische en financiële grondslag creëren voor de inzet van jeugdhulp.

6. Regievoeren en monitoren: -

29 De

44

Inhoud: binnen deze stap zijn inhoudelijk drie verschillende functies te onderscheiden:

functietitel verschilt per gemeente: zo spreekt men in Hoorn van jeugd- en gezinswerkers , in Stede Broec van maatschappelijk werkers met een jeugdspecialisatie en in Medemblik van jeugdhulpverlener. In dit rapport wordt de overkoepelende term jeugdwerkers gebruikt , behalve wanneer specifiek naar één gemeente wordt verwezen. 30 Bij een verwijzing door een huisarts stelt de specialistische zorgaanbieder het perspectiefplan op. Hier wordt in hoofdstuk 5 verder op ingegaan

-

(Inhoudelijke) regie: het aansturen van de inhoud van het hulptraject. Dit houdt in dat één professional aanspreekpunt is voor het gezin en ervoor zorgt dat de ingezette hulp past bij de resultaten die in het perspectiefplan zijn benoemd. Procesregie: het organiseren en coördineren van de samenwerking tussen de verschillende partijen die bij het gezin betrokken zijn. Dit omvat afspraken maken over rollen en verantwoordelijkheden , het bewaken van de samenhang van de hulp en het oplossen van knelpunten in de samenwerking. Monitoring: het systematisch volgen van de voortgang: wordt de hulp daadwerkelijk geleverd , sluiten de resultaten aan bij de doelen en is bijsturing nodig? Monitoring richt zich zowel op de inhoud van de hulp als op het proces. Verantwoordelijk: de jeugdwerkers van het lokale team. Doel: continuïteit , samenhang en effectiviteit van de ingezette hulp waarborgen , en tijdig bijsturen wanneer nodig.

Bovenstaande stappen gelden alleen voor jeugdhulptrajecten die via de gemeente zijn gestart en zijn samengevat in Figuur 3. Figuur 3: Invulling toegang tot jeugdhulp per gemeente 31

31

Enkele lokale teams verzorgen ook voorzieningen die gerekend worden tot het voorveld zoals bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk werk. Deze zijn niet in dit figuur opgenomen. 45

De zes Westfriese gemeenten verschillen vooral van elkaar in de manier waarop zij de uitvoering van deze functies hebben georganiseerd. Opmeer is de enige gemeente waarin al deze zes functies zijn ondergebracht bij één organisatieonderdeel , namelijk het lokale team (wijkteam). Een hulpvrager die zich daar meldt , wordt vanaf het eerste gesprek tot aan een eventuele doorverwijzing naar specialistische hulp , in principe , door één en dezelfde consulent geholpen. De andere gemeenten hebben het proces opgeknipt en de bovengenoemde taken verdeeld over meerdere organisatieonderdelen of functionarissen. De tweede route naar jeugdhulp verloopt via de huisarts (zie Hoofdstuk 5). De huisarts kan het gezin doorverwijzen naar de gemeente voor eerstelijns jeugdhulp , of rechtstreeks naar een specialistische jeugdhulpaanbieder voor tweedelijns jeugdhulp. In dat laatste geval is de tweedelijns aanbieder verantwoordelijk voor het opstellen van het perspectiefplan en vraagt deze ook de beschikking bij de gemeente aan. De aanbieder voert dan de inhoudelijke en procesregie over het traject , tenzij anders wordt afgesproken. De gemeente behoudt altijd de eindverantwoordelijkheid voor financiering en contractuele afspraken met aanbieders.

4. 2

Intake en vraagverheldering

Alle zes de gemeenten hebben een herkenbaar loket , telefoonnummer of mailadres waar gezinnen of jongeren met een hulpvraag zich kunnen melden. Ook kunnen verwijzers , zoals huisartsen , hiernaartoe doorverwijzen. Zoals weergegeven in Figuur 3 is het proces dat volgt na de aanmelding in elk van deze zes gemeenten anders georganiseerd. Voor alle gemeenten geldt wel dat zij direct bij aanmelding onderscheid maken tussen enkelvoudige en meervoudige problematiek en het hulptraject daar op aanpassen (Kader 1). Kader 1: Het onderscheid tussen enkelvoudige en meervoudige problematiek Enkelvoudige problematiek betreft hulpvragen die zich beperken tot één leefdomein (bijvoorbeeld gedrag , gezin of school) , zonder dat er sprake is van ernstige veiligheidsrisico’s of overbelasting van het gezin. De hulp is doorgaans overzichtelijk en tijdelijk van aard en kan veelal worden geboden via voorliggende voorzieningen of het lokale team. Indien nodig kan ook bij enkelvoudige problematiek worden doorverwezen naar tweedelijns jeugdhulp , bijvoorbeeld voor diagnostiek (zoals bij ADHD). In deze gevallen voert het lokale team over het algemeen geen procesregie.

Meervoudige problematiek: betreft hulpvragen waarin problemen spelen op meerdere leefgebieden tegelijk (bijvoorbeeld school , thuissituatie en psychisch functioneren) , of waarbij de problematiek complex is en afstemming tussen meerdere professionals vereist is. Vaak gaat het om samenhangende gezinsproblematiek en een beperkte draagkracht van het gezin. In deze situaties is doorgaans doorverwijzing naar tweedelijns (specialistische) jeugdhulp noodzakelijk en wordt door het lokale team procesregie gevoerd.

46

Hieronder schetsen wij per gemeente het proces op hoofdlijnen. Hoorn

Gezinnen of jongeren met een hulpvraag kunnen zich telefonisch of via de website melden bij 1. Hoorn. Op basis van een intakegesprek met een jeugd- en gezinswerker uit het gebiedsteam wordt bepaald hoe de hulpvrager verder wordt geholpen: Bij lichte hulpvragen wordt eerstelijns jeugdhulp ingezet door een opvoedadviseur van 1. Hoorn of volgt verwijzing naar een voorliggende voorziening. Bij zwaardere of specialistische hulpvragen stelt de jeugden gezinswerker in overleg met de hulpvrager een perspectiefplan op en geeft een beschikking af.

Medemblik

Een traject start met een telefonische intake bij een consulent van het Team Jeugd. Op basis van dit gesprek wordt bepaald hoe de hulpvrager verder wordt geholpen: Bij lichte hulpvragen volgt verwijzing naar een voorliggende voorziening. Bij zwaardere of specialistische hulpvragen wordt de hulpvrager op de aanmeldlijst gezet voor een vraagverhelderend gesprek met een jeugdhulpverlener van het Team Jeugd. Deze consulent stelt samen met de hulpvrager het perspectiefplan op en verwijst vervolgens door naar specialistische jeugdhulp. De back-office geeft de beschikking af.

Opmeer

Inwoners kunnen zich telefonisch of via de website melden bij het wijkteam. Na de intake bepaalt de consulent in overleg met collega’s wie de hulpvraag binnen het team oppakt. De hulpvrager ontvangt eerstelijns ondersteuning vanuit het wijkteam , of – indien nodig – een verwijzing naar specialistische zorg. In dat laatste geval maakt de medewerker van het wijkteam het perspectiefplan en geeft de beschikking af.

Stede Broec

Er zijn twee routes mogelijk: Via Ons Stede Broec: gezinnen en jongeren melden zich telefonisch , via de website of op locatie. Na intake vindt er triage plaats , de hulpvraag bepaalt wie het oppakt: Wijkteam of medewerkers in het voorveld. Wanneer specialistische hulp nodig blijkt , stelt de maatschappelijk werker in overleg met de hulpvrager het perspectiefplan op. Dit plan wordt besproken met een Jeugdconsulent van de SED-organisatie , die de beschikking afgeeft. Via de SED-organisatie: Inwoners melden zich telefonisch of online bij de Afdeling Jeugd. Afhankelijk van de hulpvraag volgt een verwijzing naar een voorliggende voorziening (bij enkelvoudige hulpvragen) of een Intakegesprek met een jeugdconsulent van de SED-organisatie (bij meervoudige

47

Enkhuizen & Drechterland

4. 3

hulpvragen). Indien nodig volgt verwijzing -op basis van een perspectiefplan en beschikking- naar specialistische zorg. Inwoners melden zich telefonisch of online bij de Afdeling Jeugd van de SED-organisatie. Afhankelijk van de hulpvraag zijn twee routes mogelijk: Bij enkelvoudige problematiek: verwijzing naar een voorliggende voorziening of – indien nodig – doorverwijzing naar specialistische zorg. De jeugdconsulent stelt samen met de hulpvrager een perspectiefplan op en geeft de beschikking af. Bij meervoudige of complexe problematiek: bespreking in het casusoverleg van het Stadsteam (Enkhuizen) of Team Inzet (Drechterland). Indien nodig volgt overdracht aan het lokale team , dat zelf hulp biedt en (deels) het perspectiefplan opstelt. De jeugdconsulent van de SEDorganisatie geeft de beschikking af.

Integraliteit van de intake

Alle zes gemeenten hebben in hun beleidsregels voor de jeugdzorg vastgelegd dat het lokale team de hulpverlening integraal moet aanbieden. Dat betekent dat verschillende vormen van jeugdhulp en ondersteuning op elkaar afgestemd worden en in samenhang worden ingezet. Om dit mogelijk te maken , is het belangrijk dat bij de intake wordt verkend of de hulpvraag verband houdt met andere problemen binnen het gezin. Vrijwel alle consulenten die wij spraken , onderschrijven dit belang. Hoewel dergelijke achterliggende problemen niet altijd al tijdens het eerste gesprek aan bod komen , gebeurt dat doorgaans wel in vervolggesprekken. Dit blijkt ook uit de casuïstiek die wij met consulenten bespraken: in vrijwel alle situaties konden zij uitgebreid toelichten welke gezinsomstandigheden en achtergrondfactoren een rol speelden. Ook hulpvragers bevestigen dit beeld. De meesten herinnerden zich dat zij in gesprek met hun consulent ook hebben gesproken over zaken als inkomen , schulden , werk , wonen en gezinsverhoudingen. Een ouder uit Hoorn zegt hierover: “Van de hoed en de rand werden uitgevraagd. Er was veel aandacht voor context en voorgeschiedenis. ” Of daarmee sprake is van een ‘integrale intake’ zoals bedoeld in de beleidsregels , is niet altijd duidelijk. De invulling verschilt per consulent.

Sommigen beschouwen het als voldoende om bredere problemen te signaleren en bespreekbaar te maken. Anderen vinden dat er pas echt sprake is van integraliteit wanneer er – na toestemming – een warme overdracht plaatsvindt naar een andere gemeentelijke dienst of voorziening. Een voorbeeld dat we in de casuïstiek tegenkwamen is een gezin dat via deze route in contact kwam met schuldhulpverlening. Tegelijk blijkt dat dit lang niet altijd gebeurt. Wanneer een traject niet via het lokale team maar via de huisarts start , is het niet duidelijk of er sprake is van een integrale intake. De huisarts verwijst doorgaans

48

direct door naar specialistische jeugdhulp voor de specifieke hulpvraag van het gezin of de jongere. Wanneer een POH-Jeugd de verwijzing doet , is er vaak wél sprake van een bredere intake , waarin ook wordt doorgevraagd naar achterliggende problematiek. Hier wordt in Hoofdstuk 5 verder op ingegaan. Voor hulpvragers zelf is het niet altijd vanzelfsprekend dat de intake breder wordt getrokken. Sommigen ervaren het als positief om hun hele verhaal te kunnen doen. Zo gaf een hulpvrager uit Opmeer aan dat het brede gesprek , waarbij ook haar partner werd uitgenodigd , hielp om te zien dat niet alleen het kind maar ook de vader hulp nodig had. Andere hulpvragers voelden zich minder prettig bij de brede insteek. Eén van hen vond dat het gesprek te veel over het gezin ging in plaats van over het kind , en ervoer dit als bemoeizucht.

4. 3. 1 Eerstelijns jeugdhulp Een sterk eerstelijns jeugdhulpaanbod is van groot belang voor een toegankelijk , 32 Het voorkomt dat problemen onnodig effectief en betaalbaar jeugdhulpstelsel. escaleren en verlicht de druk op zwaardere vormen van zorg. Als er geen acute veiligheidsrisico’s zijn , is het belangrijk dat in de vraagverhelderingsfase eerst wordt gekeken of eerstelijns jeugdhulp passend is , vóórdat wordt doorverwezen. Alle onderzochte gemeenten geven hun lokale teams de opdracht om waar mogelijk hulp in de eerste lijn te bieden. Het uitgangspunt ‘eerstelijns tenzij’ wordt breed gedragen. Jeugdwerkers zijn zich bewust van de kosten van specialistische zorg en geven aan dat een verwijzing daarnaartoe zorgvuldig moet worden afgewogen. Om die afweging daadwerkelijk zorgvuldig te maken , hanteren vijf van de zes gemeenten een herkenbare triagestap , vaak in de vorm van een aanmeldoverleg of multidisciplinair teamoverleg. Hoewel nergens sprake is van een formeel triageprotocol , zijn deze collegiale overleggen stevig ingebed in de werkwijze van de lokale teams. Alleen Medemblik vormt een uitzondering: daar leidt de eerste inschatting - door een consulent van Team Jeugd bij vermoedens van complexe problematiek doorgaans direct tot doorverwijzing naar tweedelijns jeugdhulp , zonder triage via een teamoverleg.

Hoewel alle gemeenten dus eerst eerstelijnshulp overwegen voordat zij doorverwijzen , verschilt de manier waarop deze vervolgens is ingericht (zie Tabel 9). Zo bieden sommige gemeenten zelf eerstelijnshulp aan via medewerkers van het lokale team , terwijl andere gemeenten juist vaker gebruikmaken van voorzieningen in het voorliggende veld. Ook de invulling van de geboden eerstelijnszorg loopt uiteen: van lichte hulp bij opvoedvragen tot intensievere begeleiding bij complexe of meervoudige problemen (‘anderhalvelijns jeugdhulp’). Tabel 9: Organisatie eerstelijns jeugdhulp per gemeente

32 Verwey-Jonker

Instituut (2021). Eigenwijs Transformeren.

49

Gemeente

Eerstelijns hulp via lokaal team?

Invulling eerstelijns hulp lokaal team

Welke hulp ligt buiten het takenpakket lokaal team?

Medemblik

Eerstelijnshulp wordt door Team Preventei verleend

Gezins- en opvoedondersteuning

Hoorn

Ja , door opvoedadviseur binnen lokaal team

Opvoedondersteuning; opbouwwerkers 33 (gedetacheerd)

Eerstelijnszorg ligt buiten het Team Jeugd , maar wordt wel binnen de gemeente door Team Preventie geboden Lokaal team biedt opvoedondersteuning , verwijst voor de rest door naar voorliggend veld

Opmeer

Ja , door medewerker lokaal team

Inhoudelijk breed: traumaverwerking bij kinderen , psychoeducatie bij autisme , familieproblematiek.

Directe veiligheidsrisico’s zoals suïcidaliteit of eetstoornisssen

Stede Broec

Ja , door medewerker lokaal team

Inhoudelijk breed , vergelijkbaar met Opmeer

Directe veiligheidsrisico’s zoals suïcidaliteit of eetstoornisssen

Enkhuizen

Ja , door medewerker lokaal team bij meervoudige problematiek. Voor lichte problematiek zijn inwoners doorgaans aangewezen op andere instanties uit het voorveld. Ja , door medewerker lokaal team bij meervoudige problematiek. Voor lichte problematiek zijn inwoners doorgaans aangewezen op andere instanties uit het voorveld.

Inhoudelijk breed: ‘anderhalvelijns jeugdhulp’

Diagnostiek , onderzoek en behandeling

Inhoudelijk breed: ‘anderhalvelijns jeugdhulp’

Diagnostiek , onderzoek en behandeling

Drechterland

In Medemblik is sprake van een scheiding tussen intake , vraagverheldering en opstellen beschikking (door de gemeente) enerzijds , en eerstelijnshulpverlening (door het voorliggende veld , waaronder Team Preventie) anderzijds. De intake verloopt via Team jeugd. Hier wordt s globaal beoordeeld of inzet van eerstelijns jeugdhulp mogelijk is , bijvoorbeeld via verwijzing naar Team Preventie , schoolmaatschappelijk werk , jongerenwerk of de POH-jeugd. Zodra een gezin of jongere na de telefonische intake op de aanmeldlijst voor het Team Jeugd komt , is het moment om eerstelijns jeugdhulp in te zetten in principe voorbij. Het Team Jeugd zelf richt zich namelijk hoofdzakelijk op vraagverheldering en doorverwijzing. Hierdoor wordt de inzet van eerstelijns jeugdhulp niet altijd optimaal benut. Zeker gezien de gemiddelde wachttijd van zeven maanden voor een vraagverhelderend 33

Jongerenwerkers (op school) zijn ook onderdeel van de eerstelijns hulpvoorziening , maar zijn geen onderdeel van het lokale team. 50

gesprek , ervaren medewerkers van het Team Jeugd druk om ook minder complexe hulpvragen direct door te verwijzen naar de tweedelijns jeugdhulp. Een jeugdhulpverlener van het Team Jeugd merkt op: “Ik vind het veel dat nu 9% van de kinderen jeugdhulp krijgt. Dat komt denk ik deels door de lange wachtlijsten. Je moet veel eerder met ouders in gesprek over wat er wél mogelijk is , zoals eerstelijns jeugdhulp via voorliggende voorzieningen. Als ouders maanden hebben gewacht op een specifieke aanbieder , en zich daarop hebben vastgebeten , dan staan ze vaak niet meer open voor een alternatief. ” In Hoorn werken de drie gebiedsteams vanuit duidelijke taakdifferentiatie. Nieuwe casussen worden periodiek besproken in teamoverleggen en toegewezen aan een jeugd- en gezinswerker. Deze professionals richten zich op vraagverheldering , het opstellen van perspectiefplannen , regievoering en monitoring en bieden zelf geen eerstelijnshulp. De eerstelijns jeugdhulp wordt — waar nodig en/of aanvullend — uitgevoerd door gespecialiseerde opvoedadviseurs , die onderdeel uitmaken van hetzelfde gebiedsteam. Zij bieden maatwerk door onzekerheden van ouders te normaliseren en nemen de tijd om vertrouwen op te bouwen. Daarbij kijken zij systemisch naar gezin , draagkracht en netwerk en schakelen ook voorliggende initiatieven in , zoals Buurtgezinnen of Home-Start.

Hun werkzaamheden omvatten daarnaast motivatiegericht en cultuursensitief ondersteunen , ouders begeleiden bij erkenning en acceptatie van (mogelijke) ontwikkelingsproblematiek van hun kind en het leggen van verbindingen met netwerkpartners zoals scholen , kinderopvang en GGD. Naast individuele begeleiding organiseren opvoedadviseurs groepsaanbod en themaspreekuren , waaronder bijeenkomsten rond echtscheiding. Een opvoedadviseur uit Hoorn vat haar werkzaamheden als volgt samen: “We zijn een sparringpartner en spiegel voor ouders , niet iemand met kant-en-klare oplossingen. Door hen in hun kracht te zetten en aan het denken te zetten over hun eigen rol , blijven kleine hulpvragen vaak ook echt klein. ” Daarnaast verwijzen de jeugd- en gezinswerkers ook door naar het voorliggende veld wanneer andere eerstelijns jeugdhulp passend is. Naast bovengenoemde taken geven jeugd- en gezinswerkers aan dat zij in de praktijk ook overbruggingshulp bieden vanwege de lange wachtlijsten in de tweedelijns jeugdhulp (zie ook paragraaf 4. 6). Dit is een taak die idealiter niet uitgevoerd zou hoeven te worden maar die in de praktijk onvermijdelijk blijkt. In Enkhuizen en Drechterland wordt gewerkt met twee routes: -

-

Bij lichte , enkelvoudige problematiek verwijst de jeugdconsulent van de SEDorganisatie direct door naar eerstelijnshulp in het voorliggende veld , zoals GGD , jongerenwerk of schoolmaatschappelijk werk. Bij zwaardere , meervoudige problematiek vindt eerst bespreking plaats in het multidisciplinaire aanmeldoverleg met het Stadsteam (Enkhuizen) of Team Inzet (Drechterland). Na doorverwijzing op basis van dit overleg , bieden deze lokale teams zogenoemde ‘anderhalvelijns jeugdhulp’: laagdrempelige , inhoudelijk stevige hulp door professionals met specifieke expertise.

51

Deze anderhalvelijns jeugdhulpverlening is een eigen , lokale invulling van de eerstelijnszorg en gaat verder dan algemene opvoedondersteuning en/of hulp bij enkelvoudige problematiek. Het richt zich op meervoudige problematiek die te complex is voor het voorliggende veld , maar (nog) geen specialistische behandeling vereist. Zo proberen deze lokale teams zwaardere jeugdhulp waar mogelijk te voorkomen. Een belangrijk aandachtspunt zijn de wachhtijden bij de Afdeling Jeugd van de SED-organisatie. Ten tijde van dit onderzoek moesten inwoners gemiddeld zes maanden wachten voor intakegesprek bij deze afdeling. In Opmeer start elke hulpvraag met een eerste gesprek met een consulent , die zelf ook hulpverlener is. In dit gesprek doet de hulpvrager zijn verhaal en wordt de hulpvraag in kaart gebracht. Vervolgens wordt de casus besproken in het wijkteam , waar wordt bepaald welke jeugdconsulent de ondersteuning verder oppakt. De consulent biedt waar mogelijk zelf eerstelijnshulp. Pas wanneer de zorgvraag niet binnen het team kan worden opgepakt , volgt doorverwijzing. In sommige gevallen heeft de geboden ondersteuning een licht specialistisch karakter. Zo is er een consulent gespecialiseerd in traumaverwerking bij kinderen , een ander in omgaan met autisme , en weer een ander in familieproblematiek. Stede Broec hanteert een vergelijkbare werkwijze.

Als er geen sprake is van directe veiligheidsrisico’s (zoals een ernstige eetstoornis of suïcidale gedachten) , pakt het team de hulpvraag in principe zelf op. Inwoners kunnen zich ook melden bij de SEDorganisatie , die zelf geen eerstelijnszorg biedt , maar wel kan doorverwijzen naar het voorliggende veld. Ook in Stede Broec bestaat een duidelijke voorkeur om hulpvragen zo veel mogelijk zelf binnen het team op te pakken. Volgens medewerkers van het lokale team kan dit bijdragen aan de laagdrempeligheid en aan het opbouwen van vertrouwen. Aan de andere kant signaleren meerdere regionale zorgaanbieders dat hierdoor soms te lang wordt gewacht met doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Een van de aanbieders vertelt: “Wij krijgen soms gezinnen die we liever in een eerder stadium doorverwezen hadden gekregen; op een moment dat de problematiek en gedragspatronen in een gezin minder diep zijn ingeslepen. Soms komt een gezin twee of drie jaar te laat bij ons binnen. ” Ook in enkele casussen die tijdens de gesprekken met consulenten werden besproken , rees de vraag of een eerdere doorverwijzing niet gepast was geweest , gezien de latere escalatie van de problematiek (zie ook paragraaf 6. 5). Een voorbeeld is een kind waarover na twee jaar begeleiding door een lokaal team een melding binnenkwam vanuit Veilig Thuis over seksueel misbruik.

In een andere casus bleek na een jaar ondersteuning door het lokale team dat een meisje desondanks toch een ernstige eetstoornis had ontwikkeld en alsnog moest worden doorverwezen naar een GGZ-instelling.

52

Normen m. b. t. inzet eerstelijn − De lokale teams zetten zoveel mogelijk eerstelijnshulp in voordat zij doorverwijzen naar specialistische hulp. − Bij de intake wordt een protocol (beschreven werkwijze) gevolgd waarin wordt nagegaan of doorverwijzing naar specialistische hulp kan worden voorkomen. Hoorn

Ja , een inwoner die zich bij 1. Hoorn meldt voor hulp , passeert altijd eerst één van de jeugd en gezinswerkers , voordat eventueel wordt doorverwezen naar specialistische zorg.

Medemblik

Deels , de intake verloopt via het Team Jeugd. Dit team verheldert de vraag en verwijst door naar een voorliggende voorziening of specialistische zorg. Het team verleent zelf geen hulp , dat is belegd bij een ander team , namelijk Team Preventie. Het komt regelmatig voor dat mensen worden doorverwezen zonder eerst eerstelijnshulp te hebben ontvangen.

Opmeer

Ja , een inwoner die zich bij het wijkteam meldt voor hulp , passeert altijd eerst een consulent die zelf ook eerstelijnszorg kan bieden. Deze kijkt altijd eerst wat het wijkteam kan doen voordat wordt doorverwezen naar specialistische zorg.

Stede Broec

Ja , als de hulpvrager zich meldt bij Ons Stede Broec. Ons Stede Broec wil hulpvragers zo veel mogelijk zelf helpen. Zij helpen iedereen die zich meldt tenzij de veiligheid van het kind in het geding is. Deels , als de hulpvrager zich meldt bij de Afdeling Jeugd van de SED-organisatie. De SED-organisatie verleent zelf geen zorg , bij lichte hulpvragen verwijst zij door naar Ons Stede Broec , bij specialistische hulpvragen verwijst zij door naar specialistische zorg.

Enkhuizen

Ja , de casus van elke hulpvrager wordt overlegd tussen de Afdeling Jeugd en het Stadsteam. Wanneer voorliggende voorzieningen geen soelaas bieden en er sprake is van meervoudige problematiek , wordt de hulpvrager door het Stadsteam verder geholpen. Er wordt vervolgens pas doorverwezen als de hulpvraag voor het Stadsteam te specialistisch is.

Drechterland

Ja , de casus van elke hulpvrager wordt overlegd tussen Afdeling Jeugd en Team Inzet. Wanneer voorliggende voorzieningen geen soulaas bieden , en er sprake is van meervoudige problematiek , wordt de hulpvrager door Team Inzet verder geholpen. Er wordt vervolgens pas doorverwezen als de hulpvraag voor Team Inzet te specialistisch is.

Voor alle gemeenten geldt dat er geen formeel protocol gevolgd wordt om doorverwijzing naar specialistische hulp te voorkomen , , maar dat de hulpvraag standaard (behalve in Medemblik) multidisciplinair wordt besproken (met o. a. gedragsdeskundigen).

53

4. 3. 2 Het perspectiefplan Wanneer duidelijk is dat eerstelijns jeugdhulp niet volstaat of niet van toepassing is , werken jeugdwerkers van het lokale team samen met het gezin toe naar een perspectiefplan (Kader 2). In dit plan wordt vastgelegd welk toekomstperspectief de jeugdige of het gezin met ondersteuning wil bereiken.34 Het perspectiefplan vormt daarmee de inhoudelijke basis voor een beschikking. Kader 2: Wat is het Perspectiefplan? Binnen de regio Westfriesland hebben de gemeenten met elkaar afgesproken dat een doorverwijzing naar (hoog) specialistische jeugdzorg gebaseerd moet zijn op een ‘perspectiefplan’. Dit is een plan waarin ‘opgenomen is wat een inwoner , jeugdige of gezin nodig heeft om op een volwaardige manier deel uit te kunnen maken van de samenleving. Hierin worden de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of het gezin , en de gewenste resultaten en doelen beschreven. Het plan betreft alle relevante leefgebieden. ’ Een perspectiefplan bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel wordt bij de aanvraag voor hulp ingevuld door de hulpvrager (doorgaans ouders/verzorgers). Het tweede onderdeel wordt door de jeudgwerker ingevuld op basis van één of meerdere gesprekken. Hierin wordt beschreven wat het probleem inhoudt , wat de situatie van de hulpvrager/het gezin is op verschillende leefgebieden en welke resultaten men met een hulptraject wil bereiken.

Het derde onderdeel wordt ingevuld door de zorgaanbieder. Hierin wordt vastgelegd welke hulp wordt geboden en hoe en wanneer het hulptraject wordt geëvalueerd.

Alle onderzochte gemeenten hanteren hetzelfde format voor het perspectiefplan. Hierin worden verschillende leefgebieden waarop problemen kunnen spelen — zoals wonen , opvoeding , financiën en veiligheid — integraal in kaart gebracht. Het doel van deze brede inventarisatie is om een samenhangend en passend hulptraject mogelijk te maken. Jeugdwerkers uit het lokale team geven aan dat zij goed uit de voeten kunnen met het format. Ook hulpvragers zijn over het algemeen positief: de plannen sluiten meestal goed aan bij hun hulpvraag , leiden samen met de beschikking vaak tot passende hulp , en zij voelen zich betrokken bij het opstellen ervan. Een ouder uit Enkhuizen zegt: “Het is helder wat ze aan het doen zijn. We evalueren elke drie maanden. Het perspectiefplan is opgesteld met het samenwerkingsverband – school , intern begeleider , kinderpsycholoog – en ik herken mijn kind erin. ” Tegelijkertijd verloopt het opstellen van het Perspectiefplan niet altijd soepel. In sommige gevallen lukt het jeugdconsulenten niet om zelf een plan op te stellen , en vragen zij de tweedelijns jeugdhulpaanbieder (waar naartoe is doorverwezen) dit te doen. Daarnaast roept de resultaatgerichte aanpak gemengde reacties op. Een ouder uit Opmeer zegt: “Je krijgt meteen een stempel – en dat resultaatgerichte roept soms weerstand op – maar uiteindelijk is het wél prettig dat er iets op papier staat. ”

34 Nieuwe bekostiging van specialistische jeugdhulp in Westfriesland vanaf 2020; versie december

2019.

54

4. 4

Beschikking

en

doorverwijzing

Zodra de vraagverhelderingsfase is afgerond en blijkt dat tweedelijns jeugdhulp nodig is , zorgen de lokale teams in Hoorn , Opmeer en Medemblik voor een passende doorverwijzing. Op basis van het perspectiefplan wordt beoordeeld welke zorgaanbieder het best aansluit bij de hulpvraag. Hiervoor maken jeugdwerkers gebruik van de Beschikbaarheidswijzer: een digitaal overzicht van de specialisaties van en actuele wachttijden bij alle regionale aanbieders. Ook nemen de jeugd- en gezinswerkers regelmatig telefonisch contact op met aanbieders om op anonieme basis een casus en hun mogelijke beschikbaarheid te bespreken. Vervolgens wordt met het gezin een selectie van twee of drie passende aanbieders besproken. Het gezin kiest uiteindelijk zelf met welke aanbieder het traject wordt gestart. Op basis van deze keuze worden afspraken gemaakt over de omvang en duur van de inzet. De beschikking wordt pas afgegeven nadat het perspectiefplan door alle partijen (gezin , gemeente en aanbieder) is ondertekend. In de SED-gemeenten is de route net iets anders. Ook hier wordt het perspectiefplan eerst vastgesteld door de jeugdwerker van het lokale team (Stadsteam , Team Inzet , Ons Stede Broec) , in samenspraak met het gezin. Vervolgens wordt het doorgestuurd naar de jeugdconsulenten van de SEDorganisatie.

Zij controleren of het plan inhoudelijk passend is qua zwaarte en kwaliteit en bepalen welke aanbieder het meest geschikt is voor het leveren van de gevraagde jeugdhulp. De keuze van het gezin weegt hier zo veel mogelijk in mee. Ook hier geldt dat er gebruikgemaakt wordt van de Beschikbaarheidswijzer en dat de keuze van het gezin zo veel mogelijk wordt meegewogen. In de praktijk blijkt er soms spanning te ontstaan tussen inhoud van de hulpverlening en de financiering ervan. Aanbieders vragen volgens jeugdwerkers soms meer uren dan nodig wordt geacht. Een jeugdwerker zegt hierover: “Het schuurt als aanbieders al vroeg zeggen dat de inzet te krap is. Dan gaat het gesprek meer over geld dan over wat een gezin nodig heeft. ” De gesprekken die dan -tussen aanbieders en medewerkers van het lokale teamgevoerd moeten worden , worden als een lastig onderdeel van het werk ervaren. Om zelf de juiste inschatting te maken , overleggen jeugdwerkers daarom regelmatig met andere collega’s. Zoals in Enkhuizen en Drechterland waar een gedragswetenschapper de analyse en de inschatting van de jeugdmedewerkers toetst en bespreekt in het casuïstiekoverleg. Bovendien is in Hoorn ‘Team Triage’ ingericht om jeugd- en gezinswerkers te ondersteunen bij twijfel over de benodigde inzet. Bij verschil van inzicht tussen gemeente en aanbieder kan een triagemedewerker meedenken of het gesprek begeleiden.

Volgens de gemeente draagt dit bij aan een rechtmatige inzet van middelen en zij geeft aan dat deze werkwijze in 2024 een besparing van €15, miljoen opleverde.

55

4. 4. 1 Aanbod tweedelijns jeugdhulp Over het algemeen geven consulenten aan dat er een breed palet aan tweedelijns jeugdhulp beschikbaar is , waarmee zij in de meeste gevallen passende hulp kunnen organiseren voor jeugdigen en gezinnen. Inhoudelijk sluit het aanbod goed aan op de hulpvragen , en lokale teams weten de juiste jeugdhulpaanbieders doorgaans snel te vinden. Toch zijn er ook specifieke doelgroepen voor wie het aanbod ontoereikend blijkt. Zo wordt er - door zowel lokale teams , zorgaanbieders als hulpvragers - specialistische jeugdhulp onvoldoende aanbod gezien voor: -

-

Diagnostiek en behandeling voor jongeren met vragen rondom gender en eetstoornissen (enkel voor deze doelgroepen) Verslavingsproblemen Verblijf (pleegzorg , gezinshuizen en crisis) Dagbehandeling Kinder- en jeugdpsychiatrie tbv medicatiebehandeling.

In Drechterland wordt daarnaast opgemerkt dat de veelheid aan aanbieders het overzicht bemoeilijkt. Consulenten kunnen hierdoor moeite hebben om snel en gericht tot een juiste verwijzing te komen. In Enkhuizen wordt aanvullend gesignaleerd dat het huidige zorgaanbod minder ruimte lijkt te bieden voor bemoeizorg aan zorgmijdende gezinnen. De trend naar meer vraaggestuurde hulpverlening maakt het lastiger om passende zorg in te zetten wanneer motivatie ontbreekt , terwijl juist deze gezinnen gebaat kunnen zijn bij proactieve ondersteuning.

4. 5

Regievoering

Regievoeren is een kerntaak van jeugdwerkers: zij stemmen de jeugdhulp -op basis van het perspectiefplan- met het gezin en andere betrokkenen af , verwijzen door en monitoren de voortgang en het resultaat. Voor jeugdhulptrajecten die via een doorverwijzing van de huisarts starten , komt de regiefunctie in de praktijk vaak terecht bij de tweedelijns jeugdhulpaanbieder , hoewel dit formeel niet hun verantwoordelijkheid is (zie ook paragraaf 6. 1). Binnen trajecten die starten bij het lokale team zijn de (jeugd)medewerkers verantwoordelijk voor de regierol. Hoe deze regiefunctie vervolgens wordt ingevuld , hangt af van de complexiteit van de hulpvraag. Bij enkelvoudige problematiek waar doorverwijzing noodzakelijk is wordt de casus in de meeste gemeenten ‘slapend’ gemaakt: het lokale team blijft op afstand betrokken , terwijl de tweedelijns aanbieder de hulp uitvoert. Soms krijgen gezinnen en jongeren de mogelijkheid om bij vragen of zorgen het lokale team te bellen. In de zes gemeenten vindt er bij enkelvoudige trajecten vaak geen eindevaluatie plaats. Uit de gesprekken blijkt dat jeugdwerkers bij meervoudige problematiek procesregie essentieel vinden , juist omdat er doorgaans meerdere hulpverleners bij het gezin betrokken zijn (bijvoorbeeld: JGZ-hulpverlener , POH-jeugd , school , schuldhulpverlening). De regievoerder onderhoudt actief contact met alle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=4b0a28fc-5c14-4ae4-bd22-cdaab6acc41e