CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-25-1137498 Rapport: “Jeugdhulp in zes Westfriese gemeenten, editie gemeente Medemblik”

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente MedemblikBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamer Medemblik-Opmeer naar jeugdzorg35.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jeugdhulp in zes Westfriese gemeenten Onderzoek naar de uitvoering van jeugdhulp in de gemeenten Drechterland , Enkhuizen , Hoorn , Medemblik , Opmeer en Stede Broec

Oktober 2025 Concepteindrapport , versie 0. 9. Versie voor vasstelling door de rekenkamers. In deze versie is het ambtelijk wederhoor verwerkt.

Colofon Dit rapport doet verslag van een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de rekenkamer Medemblik-Opmeer , rekenkamer Hoorn en rekenkamer SED. Auteurs: Guido Brummelkamp , Sylvana Robbers , Floor Bevaart Afbeelding omslag: iStock , Getty Images

Versie 0.8 , 21 augustus 2025

2

Inhoud Samenvattende conclusies Medemblik

5

1

11

2

3

4

5

Inleiding 1. 1

Zorgen over jeugdhulp , landelijk en lokaal

11

1. 2

Vraagstelling en normenkader

12

1. 3

Waar is de gemeente verantwoordelijk voor?

14

1. 4

Afbakening van het onderzoek

15

1. 5

Onderzoeksaanpak

16

1. 6

Leeswijzer

17

Regionaal en lokaal beleid

19

2. 1

Basis van het beleid

19

2. 2

Regionale inkoop en regionale beleidscoördinatie

22

2. 3

Lokaal beleid

28

2. 4

Organisatie en positionering lokale teams

32

2. 5

Samenvatting Hoofdstuk 2

32

Jeugdhulp in cijfers

35

3. 1

Hoeveel jeugdigen en gezinnen ontvangen hulp?

35

3. 2

Kosten van de jeugdhulp

36

3. 3

Routes naar jeugdhulp

40

3. 4

Samenvatting Hoofdstuk 3

41

De gemeentelijke ingang naar jeugdhulp: van vraagverheldering naar doorverwijzing

43

4. 1

Inleiding

43

4. 2

Intake en vraagverheldering

46

4. 3

Integraliteit van de intake

48

4. 4

Beschikking en doorverwijzing

55

4. 5

Regievoering

56

4. 6

Wachttijden en wachtlijsten

65

4. 7

Beheersing van kosten

68

4. 8

Toezicht op rechtmatigheid

71

4. 9

Samenvatting Hoofdstuk 4

77

De huisarts als ingang naar jeugdhulp

81

5. 1

Doorverwijzingen door de huisarts zonder POH

81

5. 2

Doorverwijzingen met een POH GGZ Kind en Jeugd

82

3

6

7

4

5. 3

Overbruggingszorg bij huisartsenpraktijken

83

5. 4

Doorverwijzing en perspectiefplan

84

5. 5

Samenwerking tussen de lokale teams en huisartsen

85

5. 6

Versterking afstemming met huisartsen

87

5. 7

Samenvatting Hoofdstuk 5

89

Ervaringen van zorgaanbieders

91

6. 1

Samenwerking met de gemeente

91

6. 2

Het perspectiefplan

94

6. 3

Spanningsveld rond dubbele pet van gemeente

95

6. 4

Beheersing van kosten

97

6. 5

Risico op stapeling lichte hulp

98

6. 6

Samenvatting

99

Conclusies regionaal

101

7. 1

Algemeen beeld

101

7. 2

Toegankelijkheid

102

7. 3

Doelmatigheid en doeltreffendheid

103

7. 4

Rechtmatigheid

105

7. 5

Aanbevelingen regionaal niveau

106

Bijlage 1: Geïnterviewden

109

Bijlage 2: Begrippenlijst

111

Bestuurlijke reactie College B&W Gemeente Medemblik

113

Samenvattende conclusies Medemblik In dit onderzoek is voor de zes Westfriese gemeenten nagegaan welke resultaten de lokale teams behalen met hun jeugdhulpverlening. Daarbij is gekeken naar de volgende vragen: krijgen kinderen en gezinnen tijdig en passend hulp (toegankelijkheid en doeltreffendheid)? Worden de kosten beheerst (doelmatigheid)? En verloopt de hulpverlening volgens de regels en het beleid (rechtmatigheid)? Het onderzoek heeft bestaan uit vijf onderdelen: verkenning van beleid en regionale afspraken , onderzoek naar intake , eerstelijns jeugdhulp en doorverwijzing bij lokale teams , gesprekken met huisartsen en aanbieders van tweedelijns jeugdhulp , en tot slot gesprekken met gezinnen die jeugdhulp ontvangen. Het onderzoek heeft zich beperkt tot vrijwillige jeugdhulp. Het betreft hulp die op verzoek van ouders , verzorgers of jeugdigen zelf wordt gegeven via het lokale team of de huisarts. Gedwongen hulp zoals bijvoorbeeld een uithuisplaatsing in een pleeggezin op last van de rechter valt buiten het onderzoek. Omvang en organisatie van jeugdhulp Net als in de rest van het land , is de vraag naar Jeugdhulp in Medemblik gestaag toegenomen. In 2024 ontving 86% , van de jeugdigen hulp in het kader van de Jeugdwet. Daarmee zijn ook de kosten gestegen , sinds 2018 met 32%. De uitvoering van de Jeugdwet is binnen de gemeente Medemblik neergelegd bij het Jeugdteam.

Dit team is onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Kenmerkend voor de dienstverlening van dit team is dat het zich vooral toelegt op vraagverheldering en doorverwijzen. In principe verleent het team zelf geen hulp maar gaat in een of enkele gesprekken met een hulpvrager na welke hulp passend is en door welke instantie die het beste geboden kan worden. Naast vraagverheldering en doorverwijzen vervult het team de functie van procesregisseur. Dit doet zij alleen bij hulpvragen die niet opzichtzelf staan. Het gaat om hulpvragen die samenhangen met andere problemen in een gezin. Het kan lang duren voordat een gezin hulp krijgt Op een moment dat een inwoner zich met een vraag of probleem meldt , wordt op basis van een telefonische intake een inschatting gemaakt van de urgentie en zwaarte van de zorgvraag. Inwoners met lichtere zorgvragen worden tijdens deze intake zoveel mogelijk direct doorverwezen naar voorliggende voorzieningen zoals bijvoorbeeld een schoolmaatschappelijk werker of het consultatiebureau. Inwoners met zorgvragen waarvoor waarschijnlijk specialistische zorg nodig is , komen op de zogenoemde aanmeldlijst. Deze inwoners worden op een later momoment uitgenodigd voor een intakegesprek. Inwoners staan gemiddeld lang op deze lijst. Ten tijde van dit onderzoek moesten inwoners gemiddeld zeven maanden wachten op het intakegesprek.

Deze wachttijd geldt niet voor inwoners met hulpvragen waaruit een acuut veiligheidsrisico spreekt. Met hen wordt binnen 48 uur een intakegesprek gevoerd. De wachttijden voor de intake vormen op dit moment het grootste aandachtspunt voor jeugdhulp in Medemblik.

5

Eerstelijnshulp staat niet goed in positie Tijdens de intake , die uit meerdere gesprekken kan bestaan , wordt de hulpvraag besproken en de eventuele achterliggende problemen. Voorafgaand aan deze intake krijgt de hulpvrager het perspectiefplan toegestuurd met de vraag om de hulpbehoefte alvast te omschrijven. Hiermee is de hulpvrager eigenlijk al voorgesorteerd voor specialistische hulp. De gemeentelijke eerstelijnszorg , waaronder de maatschappelijk werkers van het sociaal loket , zijn dan al als station gepasseerd. De eerstelijnszorg staat daarmee niet goed in positie. Het jeugdteam zou over eigen personele capaciteit moeten beschikken waarmee zij zelf eerstelijnshulp kan bieden als alternatief voor specialistische hulp. Het regionale beleidskader sluit niet aan op de lokale beleidsregels voor Jeugdhulp Sinds 1 juli 2025 zijn nieuwe beleidsregels van kracht die betrekking hebben op de Jeugdhulp die de gemeente Medemblik biedt in het kader van de Jeugdwet. Deze beleidsregels staan enigszins los van het regionale beleidskader dat de Westfriese gemeenten al eerder met elkaar hebben vastgesteld. Er wordt in de beleidsregels ook niet verwezen naar de regionale samenwerking en uitgangspunten waar de gemeente zich aan heeft gecommitteerd. Het is daardoor onduidelijk in hoeverre men het regionale beleid richtinggevend wil laten zijn.

In het regionale beleidskader wordt gesteld dat er zijn gebiedsgerichte teams zijn die lokaal zijn georganiseerd en dar die opereren volgens uniforme taken en verantwoordelijkheden , terwijl Medemblik ten opzichte van de andere gemeenten in de praktijk een eigen koers vaart. Daar waar in de andere vijf gemeenten het gebiedsgerichte team zelf ook hulpverleent (o. a. om te voorkomen dat een jeugdigen te snel bij een gespecialiseerde zorgaanbieder terechtkomt) , kiest het Jeugdteam van Medemblik er in de praktijk voor zelf geen hulp te verlenen. Deze keuze is in de beleidsregels nergens expliciet opgenomen. Onduidelijkheid integraliteit dienstverlening In de beleidsregels van de gemeente is bepaald dat bij een hulpvraag wordt gekeken naar verschillende leefgebieden. Dit uitgangspunt komt ook terug in het perspectiefplan dat aan iedere beschikking voor specialistische hulp ten grondslag ligt. Consulenten geven aan dat het belangrijk is om bij een zorgvraag na te gaan of er achterliggende problemen zijn , die mede oorzaak zijn van een probleem of de oplossing ervan in de weg kunnen staan. Of bij constatering van achterliggende problemen ook daadwerkelijk wordt geschakeld naar de geëigende hulpverleners of voorzieningen verschilt per consulent. Sommigen beschouwen het als voldoende om bredere problemen te signaleren en bespreekbaar te maken.

Anderen vinden dat er pas echt sprake is van integraliteit wanneer er – na toestemming – een warme overdracht plaatsvindt naar een andere gemeentelijke dienst of voorziening. De gemeente moet duidelijker maken wat zij verstaat onder een integrale aanpak en moet duidelijker maken hoe zij daar in de praktijk invulling aan wil geven. Een gezin een plan een regisseur Hoewel in het regionaal beleidskader ‘Zorg voor de Jeugd 2022 – 2026’is gesteld dat de gemeenten werken volgens het principe ‘één gezin , één plan , één regisseur' , is dit principe niet geïmplementeerd in de werkwijze van het Jeugdteam . Het wordt ook niet in de beleidsregels van de gemeente genoemd. Het Jeugdteam werkt vooral

6

kindgericht. Dat betekent dat wanneer een doorverwijzing aan de orde is , per jeugdige een plan wordt opgesteld. In het kader van de planvorming wordt wel gekeken naar achterliggende problematiek. Tevens wordt er bij meervoudige problematiek , in principe een procesregisseur aangesteld die eventuele hulp van meerdere aanbieders coördineert/monitort. Dit lukt echter niet altijd (zie hieronder). Samenwerkingsagenda met huisartsen 44% van alle specialistische jeugdhulptrajecten start op basis van een doorverwijzing door de huisarts. In hoeverre de huisarts bij een doorverwijzing gemeentelijke eerstelijnsvoorzieningen overweegt , is onduidelijk. Wel is duidelijk dat de huisartsen binnen de gemeente op dit moment weinig doorverwijzen naar het sociaal loket en jeugdteam. Het is een indicatie dat er inwoners zijn die de mogelijkheden van de eerstelijn overslaan , en te snel bij specialistische zorg terecht komen. Naar eigen zeggen worden huisartsen van een doorverwijzing naar de eerstelijns weerhouden door de wachttijden. Ook hebben huisartsen onvoldoende zicht op welke gemeentelijke voorzieningen er precies zijn. Wat niet helpt is dat de gemeente aangeeft zelf geen hulp te verlenen , het is voor een huisarts in dat kader niet logisch een patiënt door te verwijzen naar het gemeentelijke jeugdteam. Gemeente Medemblik werkt aan de verbetering hiervan.

Hiervoor is een samenwerkingsagenda opgezet. De komende tijd moeten de afspraken die daarmee zijn gemaakt worden uitgevoerd. Een ander specifiek aandachtspunt met betrekking tot de samenwerking met huisartsen is de wijze waarop de gemeente grip heeft zorgtrajecten die zonder tussenkomst van het jeugdteam op basis van een doorverwijzing van de huisarts starten. In Medemblik is in de verordening vastgelegd dat bij een doorverwijzing door de huisarts , de zorgaanbieder waarnaar wordt doorverwezen het perspectiefplan opstelt en dat het jeugdteam van de gemeente dit perspectiefplan beoordeelt. In de verordening is echter niet aangegeven hoe het jeugdteam tot een oordeel kan komen , zonder dat zij de betrokken hulpvragers hebben gezien. Regiefunctie wordt niet altijd ingevuld Nadat een beschikking voor specialistische zorg is afgegeven en een zorgaanbieder gestart is met de behandeling , houdt het jeugdteam idealiter (conform beleidsregels) een vinger aan de pols. In de praktijk gebeurt dat alleen bij jeugdigen waarvan de problematiek meervoudig is en er ook andere problemen in het gezin spelen. Vanuit het jeugdteam wordt dan een ‘procesregisseur’ aan de jeugdige en zijn gezin gekoppeld. Deze vervult een belangrijke functie , ook voor de specialistische zorgaanbieder.

Vanuit de zorgaanbieders komt naar voren dat het de gemeente bij meervoudige problematiek niet altijd lukt de procesregie goed te voeren. Personeelsverloop en capaciteitsgebrek zorgen ervoor dat er trajecten zijn zonder regisseur. Controle rechtmatigheid Met betrekking tot de financieel-administratieve controle speelt in de eerste plaats de regionale netwerkorganisatie een rol. Deze vraagt de aanbieders jaarlijks om een productieverantwoording waarmee uitgevraagd wordt welke hulp is geleverd , aan hoeveel cliënten , hoeveel uren daaraan zijn besteed , wanneer dat is gebeurd , en

7

door welke typen van professionals. Daarnaast voeren gemeenten zelf controles uit. De gemeenten verschillen in de mate waarin zij dit doen. De SED-gemeenten gaan hierin het verst: van de trajecten waarvan de uitvoering van het perspectiefplan niet is gecontroleerd door de jeugdconsulenten , willen zij alsnog 80% controleren door de afdeling control. Met een steekproef worden de betrokken zorgaanbieders gevraagd om inzicht in de prestatielevering. Gemeente Medemblik implementeert op dit moment deze werkwijzen in de eigen organisatie. Norm

Sterke punten

Toegankelijkheid

− −

Doeltreffendheid & doelmatigheid

− −

Verbeterpunten

Laagdrempelige eerste intake met jeugdconsulent Registratiesysteem voor klachten en meldingen

−

Heldere taakverdeling binnen jeugdteam. Er ligt een plan om de samenwerking met huisartsen te verbeteren , dit moet nog wel geïmplementeerd worden

−

−

−

Rechtmatigheid

−

Er wordt gewerkt aan de implementatie van een plan om de rechtmatigheid structureler en voor meer trajecten te controleren.

−

Hulpvragers staan lang op de aanmeldlijst. Er is een lange wachtlijst. Het kan lang duren (gemiddeld zeven maanden) voor het vraag verhelderende intakegesprek plaatsvindt. Eerstelijns jeugdhulp staat niet goed in positie. Gemeente moet ook duidelijker maken wat zij in het kader van de eerstelijn aan jeugdigen en gezinnen wil biede. Er is bij doorverwijzing naar specialistische hulp niet altijd een procesregisseur aanwezig , waardoor het voor zorgaanbieders soms lastig is te schakelen met een gemeenten bij meervoudige gezinsproblematiek De kwaliteit van perspectiefplannen is soms onder de maat , waardoor een specialistische zorgaanbieder er geen behandeling op kan baseren. Duidelijker moet worden hoe het jeugdteam perspectiefplannen beoordeelt die door zorgaanbieders zijn opgesteld na doorverwijzing door een huisarts.

Aanbevelingen -

-

-

-

-

8

Achterhaal de oorzaken van de te lange wachttijd voor de intake bij het Team Jeugd en breng deze wachttijd terug. Breng de wachttijd voor 95% van de aanvragen terug naar de in de verordening genoemde periode. Biedt vanuit het Team jeugd een basisaanbod van eerstelijnshulp. Stem dat af met voorzieningen in het voorveld zoals het schoolmaatschappelijk werk , Team Preventie en GGD. In regionaal verband is een beleidskader opgesteld. Zorg ervoor dat dat de lokale verordening en de beleidsregels daarop worden afgestemd. Overweeg om met de andere gemeente te komen tot dezelfde lokale beleidsregels en verordening. Maak expliciet wat wordt verstaan onder een integrale intake/hulpverlening en werk dit uit tot op het niveau van functieomschrijvingen van jeugdhulpverleners. Voer de samenwerkingsagenda uit die met de huisartsen is opgesteld , uit. Versterk de samenwerking door huisartsen te stimuleren/ te ondersteunen om

te werken met een praktijkondersteuner. Zorg ervoor dat de huisartsen beter -

-

bekend worden met het lokale voorveld (lokale sociale kaart). Maak duidelijk hoe het jeugdteam perspectiefplannen beoordeelt die door zorgaanbieders zijn opgesteld na doorverwijzing door een huisarts. Zorg ervoor dat bij meervoudige problematiek vanuit het Team Jeugd altijd een regisseur betrokken is bij het gezin die door een specialistische zorgaanbieder kan worden benaderd als er actie nodig is om achterliggende problemen aan te pakken.

Naast bovenstaande bevindingen , conclusies en aanbevelingen die specifiek gelden voor Gemeente Medemblik zijn op regionaal niveau conclusies getrokken die voor alle zes de gemeenten gelden. Hieruit zijn ook aanbevelingen afgeleid. Deze conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 7. De reactie van het College van B&W van gemeente Medemblik op dit rapport is opgenomen als bijlage (zie p. 115).

9

1 Inleiding 1. 1

Zorgen over jeugdhulp , landelijk en lokaal

Tien jaar geleden , op 1 januari 2015 , werden gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Door de zorg voor jeugdigen en hun gezinnen bij gemeenten neer te leggen , beoogde het rijk meer maatwerk , betere samenwerking tussen hulpverleners , en een efficiëntere inzet van middelen. De verantwoordelijkheden voor gemeenten werden vastgelegd in de Jeugdwet , en gemeenten kregen daarbij ruimte om lokaal beleid te ontwikkelen om aan te kunnen sluiten bij de behoeften van jongeren en hun gezinnen. In de praktijk riepen de verschillen in de betreffende gemeente al snel vragen op over de kwaliteit , toegankelijkheid en doelmatigheid van de geboden hulp.1 Tegelijkertijd liepen de kosten voor jeugdzorg per jaar op , wat bij gemeenten tot aanzienlijke tekorten leidde. VNG schatte begin 2025 dat het tekort over 2024 inmiddels was opgelopen tot 828 miljoen euro. Deze stijgende kosten schrijft VNG toe aan een toename van het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt , intensievere en langdurigere zorgtrajecten , en hogere tarieven van zorgverleners. VNG waarschuwde daarbij voor verdere oplopende tekorten met name vanwege de voorgenomen bezuinigingen op het gemeentefonds.2 De landelijke zorgen zullen bijgedragen hebben aan de aandacht voor jeugdzorg van gemeenteraadsleden van verschillende Westfriese gemeenten. Sommige benaderden daar hun rekenkamer mee.

Zo kreeg de rekenkamer van Medemblik en Opmeer de suggestie om onderzoek te doen naar de vermeende complexiteit van zorgtrajecten en de moeite die inwoners zouden hebben om hun weg te vinden in een veelheid van regels en aanbieders. En zo voelde de rekenkamer van Hoorn onder raadsleden behoefte aan inzicht in de uitvoering van de jeugdzorg , de ontwikkeling van het aanbod en de kosten. Tevens was er de vraag of in de uitvoering van de jeugdzorg voldoende wordt gekeken naar de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners. Omdat de gemeenten Hoorn , Medemblik en Opmeer hun jeugdzorg gezamenlijk inkopen en daarvoor ook een gezamenlijk beleidskader hebben opgesteld , hebben de betreffende rekenkamers in het najaar van 2024 besloten samen een onderzoek uit te voeren. In december 2024 voegde zich daar de toen net geïnstalleerde rekenkamer van de SED–gemeenten aan toe (Stede Broec , Enkhuizen , Drechterland). Gemeente Koggenland blijft in dit onderzoek buiten beschouwing. Hoewel deze gemeente wel onderdeel is van de regionale inkoopsamenwerking , bleek de

1

Jeugdautoriteit , Stand van de jeugdzorg , oktober 2025. klem moet weg voor hulp aan kinderen en gezinnen , 30 januari 2025.

2 VNG , Financiële

rekenkamer van deze gemeente tijdens de verkenning in 2024 geen capaciteit te hebben voor het onderzoek. De drie rekenkamers vonden elkaar uiteindelijk in de gedeelde behoefte aan meer inzicht in de uitvoering van de jeugdhulp. In het bijzonder hadden zij behoefte aan inzicht in hoe inwoners worden geholpen (is de zorg toegankelijk en is er adequate controle op de kwaliteit?) en behoefte aan inzicht in de beheersbaarheid van de kosten.

1. 2

Vraagstelling

en

normenkader

Met dit onderzoek is nagegaan in hoeverre het de gemeenten Drechterland , Enkhuizen , Hoorn , Medemblik , Opmeer en Stede Broec lukt inhoud te geven aan de zorgplicht die hen met de Jeugdwet is gegeven. Kijkend naar die verantwoordelijkheid , dan heeft het lokale team daarin een belangrijke rol te spelen. VNG definieert het lokale team als ‘een team dat integraal , generalistisch , interdisciplinair en outreachend werkt voor de ondersteuning en dienstverlening die een bepaalde gemeente biedt aan haar inwoners in het kader van de sociaaldomeinwetten’.3 Dit team is voor veel hulpvragers het eerste aanspreekpunt en verantwoordelijk voor het verhelderen van de hulpvraag en het bepalen van passende ondersteuning. Doorgaans is bij dit team ook de verantwoordelijkheid voor regievoering neergelegd , wat inhoudt dat zij geacht wordt de hulpverlening te blijven volgen nadat is doorverwezen naar een specialistische aanbieder. Alle onderzochte gemeenten beschikken over een lokaal team dat deze taken uitvoert , maar de benaming van deze teams verschilt. Zo wordt in de ene gemeente gesproken van een wijkteam , in de andere van een stadsteam , gebiedsteam of jeugdteam.

Omwille van de leesbaarheid wordt in dit rapport consequent de term ‘lokaal team’ gehanteerd als overkoepelende aanduiding voor het team dat verantwoordelijk is voor gemeentelijke toegang tot jeugdhulp , vraagverheldering en , waar nodig , het afgeven van de beschikking die een inwoner recht geeft op specialistische jeugdzorg. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke resultaten behalen lokale teams met hun dienstverlening aan kinderen en ouders? Worden kinderen en gezinnen adequaat geholpen in de eerste lijn en worden zij als specialistische zorg nodig is , goed doorverwezen , overgedragen en gemonitord? Houden de lokale teams daarbij grip op kwaliteit en kosten? In lijn met de algemene functie van rekenkamers is aan de hand van de centrale onderzoeksvraag nagegaan of de uitvoering van de jeugdzorg doeltreffend , doelmatig en rechtmatig is. Nagegaan is of de gemeenten erin slagen inwoners met hulpvragen goed te helpen (doeltreffendheid) , of zij daarbij in staat zijn de kosten te 3 VNG , Richtinggevend

2025. 12

kader Toegang , lokale teams en integrale dienstverlening , februari

beheersen (doelmatigheid) , en of die hulp volgens de regels en het beleid wordt uitgevoerd (rechtmatigheid). Verder is met dit onderzoek gekeken naar de toegankelijkheid van jeugdzorg. De centrale onderzoeksvraag is aan de hand van deze waarden uitgewerkt in de volgende deelvragen: Doeltreffendheid -

-

-

-

-

-

Wat is de precieze opdracht voor de lokale teams? Wie is er verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen en hoe wordt op de realisatie van die doelen toegezien? In hoeverre wordt er gewerkt volgens het principe één gezin , één plan één regisseur? Zijn daarbij verschillen tussen trajecten die starten bij het lokale team en trajecten die starten bij de huisarts? In hoeverre wordt er afgestemd tussen de huisarts en het lokale team? Is er samenwerking? Wanneer gebeurt dat wel en wanneer niet? Hoe wordt erop toegezien dat de geboden zorg aan een kind of gezin adequaat is? Bij doorverwijzing door het lokale team moet het lokale team daar als regisseur op toezien. In hoeverre slagen zij daarin? Hoe wordt bij een doorverwijzing door een huisarts toegezien op de adequaatheid van een traject? In hoeverre wordt in de hulpverlening ook aandacht besteed aan eventuele andere problemen of omstandigheden binnen het betreffende gezin (zoals eventuele schulden , verslaving , huisvestingsproblemen , inkomensondersteuning , etc). Zijn daarbij verschillen tussen trajecten die starten bij het lokale team en trajecten die starten bij de huisarts? In hoeverre wordt inhoud gegeven aan het streven om een kind of een gezin zoveel mogelijk de eigen regie te laten voeren over het traject?

Doelmatigheid -

-

In hoeverre is bij kinderen en gezinnen die specialistische jeugdzorg ontvangen eerst nagegaan welke mogelijkheden er zijn van lichtere vormen van hulp (eerstelijns hulp)? Hoe gebeurt dat bij de lokale teams en hoe gebeurt dat bij de huisartsen? Welke afspraken worden bij een hulptraject gemaakt over kosten? Hoe houdt de gemeente zicht op de uitgaven? In hoeverre is zij in staat de kosten van een traject te beheersen? Zijn daarbij verschillen tussen trajecten die starten bij het lokale team en trajecten die starten bij de huisarts?

Rechtmatigheid -

-

-

Hoe wordt toegezien op de rechtmatigheid van de zorg (voor zover die gefinancierd wordt door de gemeente)? Hoe houden de gemeenten na een beschikking bij of de declaraties passen binnen de afgesproken kaders? In hoeverre zijn lokale teams en huisartsen alert op eventuele misstanden/onrechtmatigheden. In hoeverre geven zijn eventuele signalen af aan de gemeente of de netwerkorganisatie‘ ‘Zorg in Regio Westfriesland’?

13

Toegankelijkheid -

-

-

-

In hoeverre is jeugdzorg beschikbaar? Zijn daarbij verschillen tussen het lokale team en de huisarts? Wat zijn de wachttijden en wachtlijsten voor de verschillende vormen van jeugdzorg? Zijn hier historische gegevens over? Hoe ontwikkelden de wachttijden en wachtlijsten zich door de jaren heen? Wat voor hulp wordt er geboden als een kind of gezin op een wachtlijst staat? Is er in de tussentijd alternatieve hulp? Zijn daarbij verschillen tussen het lokale team en de huisarts? In hoeverre dekt het aanbod van jeugdzorg de vraag?

Achtergrondvragen -

-

Hoeveel kinderen en gezinnen uit Hoorn , Medemblik en Opmeer ontvangen hulp/zorg die wordt gefinancierd door de gemeente? Hoeveel kinderen en gezinnen worden geholpen met de verschillende vormen van lichte zorg en/of specialistische zorg?

Om zo concreet mogelijk te bepalen of de hulpverlening doeltreffend , doelmatig , rechtmatig en toegankelijk is , is een normenkader opgesteld. Dit kader is onder andere gebaseerd op het beleid van de gemeenten en wetgeving (o. a. Jeugdwet en Wmo). De normen komen achtereenvolgens in het rapport aan de orde. Ten behoeve van de vindbaarheid worden deze in aparte kaders behandeld.

1. 3

Waar is de gemeente verantwoordelijk voor?

De verantwoordelijkheid die gemeenten hebben voor de gezondheid en het welzijn van jeugdigen is begrensd. In Nederland zijn er naast de Jeugdwet , waarin de verantwoordelijkheden van gemeenten zijn vastgelegd nog twee andere wetten waar jeugdigen met een zorgbehoefte aanspraak op kunnen maken: de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). In Tabel 1 zijn de drie wetten tegen elkaar afgezet , en is aangegeven welke hulp en zorg nu wel voor rekening van de gemeente komt en welke niet.

14

Tabel 1: Welke vormen van jeugdhulp en -zorg vallen onder de Jeugdwet? 4 Wet

Welke vormen van hulp en zorg worden ermee geregeld?

Jeugdwet (via de gemeente)

-

-

-

Zorgverzekeringswet (via zorgverzekeraar)

-

Wet langdurige zorg (via zorgkantoor)

-

Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar 5 met opgroei- en opvoedproblemen of psychische problemen. Het gaat zowel om niet-complexe of niet-structurele zorg , begeleiding of behandeling als om specialistische zorg zoals jeugd GGZ. Zorg voor jeugdigen die wordt ingezet op basis van een rechterlijke uitspraak , zoals jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het casemanagement hiervan wordt uitgevoerd door de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). Voor medische zorg (lichamelijk en psychisch) , zoals huisarts , ziekenhuiszorg , medicijnen , en medischspecialistische geestelijke gezondheidszorg. Voor kinderen met een ernstige , blijvende beperking of aandoening die 24-uurs toezicht of zorg in de nabijheid nodig hebben. Het betreft structurele (levenslange) , intensieve zorg.

1. 4

Afbakening

van

het onderzoek

Sinds de decentralisatie in 2015 is de jeugdzorg verdeeld in drie hoofdvormen: jeugdhulp , jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen , jongeren en ouders met opgroei- of opvoedproblemen , en omvat vrij toegankelijke (eerstelijns) en geïndiceerde (tweedelijns) jeugdhulp. Voor tweedelijns jeugdhulp is altijd een doorverwijzing en gemeentelijke beschikking nodig. Binnen de geïndiceerde jeugdhulp wordt nog verder onderscheid gemaakt naar vrijwillige jeugdhulp en jeugdhulp binnen het gedwongen kader. Dit onderzoek richt zich op vrijwillige jeugdhulp voor kinderen en jongeren van 0–18 jaar , vrij toegankelijk aangeboden via lokale teams en jeugdhulp die wordt aangeboden op basis van een beschikking. Bij de jeugdhulp op beschikking gaat het om trajecten die tot stand zijn gekomen op basis van doorverwijzing door het lokale team of de huisarts. Binnen de scope vallen: -

-

-

-

Vrij toegankelijke hulp via lokale teams , zoals opvoedondersteuning , oudertrainingen , groepsinterventies en individuele begeleiding. Ambulante , geïndiceerde jeugd-GGZ bij psychische problematiek (zoals angst , ADHD , autisme , trauma) , zonder opname. Vrijwillige klinische jeugd-GGZ , met tijdelijke opname in een jeugdpsychiatrische instelling. Vrijwillige jeugdhulp met verblijf , zoals plaatsing in een pleeggezin of residentiële instelling.

4

Deze tabel bevat per wet een korte beschrijving van de typen van zorg die ermee geregeld is. Ten behoeve van de leesbaarheid beperkt de beschrijving zich tot de meest gangbare vormen van hulp. Voor een omvattend overzicht zie website ‘Wat is Jeugdhulp?’ van het ministerie van VWS. 5 In sommige gevallen kan jeugdhulp worden verlengd tot maximaal 23 jaar.

15

Buiten scope vallen de volgende vormen van zwaardere jeugdzorg , met daarbij de overwegingen: Jeugdbescherming en jeugdreclassering , omdat deze niet via lokale teams of huisartsen verlopen en gepaard gaan met civiel- of strafrechtelijke kaders die buiten het normenkader van de Jeugdwet vallen. Jeugd-GGZ of jeugdhulp met gedwongen verblijf , vanwege aanvullende wettelijke verplichtingen voor uitvoerende professionals , complexe organisatiestructuren , verdeling van verantwoordelijkheid over meerdere ketenpartners en de zwaarte van de doelgroep. Jeugd-LVB , omdat deze doelgroep deels onder andere beleidskaders valt en een eigen ondersteuningsstructuur kent. Verlengde jeugdhulp (18–23 jaar) en ‘Zelfstandig leren leven’ , wat formeel onder de Jeugdwet valt , maar inhoudelijk en organisatorisch sterk verschilt van hulp voor minderjarigen en vooral gericht is op ondersteuning naar zelfstandigheid.

-

-

-

-

1. 5

Onderzoeksaanpak

Op hoofdlijnen is het onderzoek in vijf delen uitgevoerd. In de eerste plaats is het gemeentelijke beleid verkend evenals de afspraken die de gemeenten met elkaar hebben gemaakt. Vervolgens deden we onderzoek naar de praktijk van de intake , eerstelijnshulp en het doorverwijzen. We spraken hiervoor met jeugdconsulenten en gedragsdeskundigen van de lokale teams. In het daaropvolgende deel bevroegen wij huisartsen over hun afwegingen bij het doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp en hun samenwerking met het lokale team en de gemeente. In het vierde deel spraken we met de aanbieders van specialistische zorg. Ten slotte spraken wij met ontvangers van jeugdhulp. We lichten deze onderdelen hier kort toe (zie ook Bijlage 1): -

-

-

6

16

Gesprekken met beleidsadviseurs van de gemeenten: Bij de zes gemeenten spraken wij met managers en beleidsadviseurs over de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van de jeugdzorg , het beleid en de regionale samenwerking. We verzamelden via hen ook de gemeentelijke beleidsdocumenten. Gesprekken met regionale adviseurs. De zes gemeenten kopen hun jeugdhulp gezamenlijk via regionale netwerkorganisatie ‘Zorg in de regio West-Friesland. Wij spraken daar met de inkoopmanager.6 Hiernaast spraken we met de regionaal programmamanager jeugdzorg die op regionaal niveau de lokale bestuurders adviseert over het regionale beleidskader en de regionale samenwerking. Gesprekken met consulenten van lokale teams over eerstelijnshulp en casusregie: Voor alle zes de gemeenten geldt dat zij een eerstelijnsvoorziening Manager NWO.

-

-

-

1. 6

hebben ten behoeve van intake , lichtere vormen van hulp , indicatiestelling , doorverwijzing en casusregie. We spraken per gemeente met 3 à 4 consulenten. Om een zo getrouw mogelijk beeld te krijgen van de praktijk van de hulpverlening zijn tijdens elk interview ook twee dossiers of casussen besproken. Aan de hand van een checklist is per dossier of casus nagegaan hoe het traject verloopt , hoe wordt toegezien op de uitvoering van wat in het plan van aanpak is afgesproken , hoe inhoud wordt gegeven aan het uitgangspunt dat er periodieke tussenevaluaties plaatsvinden , hoe het lokale team de regierol invult , en in hoeverre ook aandacht wordt gegeven aan eventuele andere problemen in het gezin (integraliteit). Gesprekken met huisartsen en praktijkondersteuners: Voor dit onderzoek spraken wij verspreid over Westfriesland met zes huisartsen/praktijkhouders en drie praktijkondersteuners (POH) GGZ Kind en Jeugd. Interviews met specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp: Voor dit onderzoek is met 7 zorgaanbieders uit de regio Westfriesland gesproken. We spraken met zowel met leidinggevenden als met medewerkers die de dagelijkse praktijk van de hulpverlening goed kennen , die rond individuele kinderen/ gezinnen regelmatig schakelen met de regisseurs van de lokale teams , en in systemen de voortgang van trajecten moeten bijhouden.

Gesprekken met ontvangers van jeugdhulp: tenslotte is gesproken met tien gezinnen die jeugdhulp hebben ontvangen. Wij zijn met deze ontvangers in contact gekomen via de lokale teams. De gezinnen hebben voor hun medewerking een cadeaubon ontvangen.

Leeswijzer

Dit rapport bestaat uit 6 delen. In het eerste deel (Hoofdstuk 2) wordt het regionale en lokale beleid beschreven , waarbij ook de landelijke context wordt gegeven , zoals de Jeugdwet en plannen om de uitvoering te verbeteren (Hervormingsagenda Jeugd). Vervolgens worden in Hoofdstuk 3 de omvang van de jeugdhulp en de trends beschreven. Er wordt per gemeente onder andere een overzicht gegeven van aantallen jeugdigen en gezinnen die hulp ontvangen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn. In Hoofdstuk 4 wordt beschreven hoe de zes gemeenten hun hulpverlening hebben georganiseerd. Beschreven wordt welk proces hulpvragers binnen gemeenten/ lokale teams doorlopen van intake tot eventuele doorverwijzing naar specialistische hulpaanbieders. Daarbij wordt stilgestaan bij hoe dat proces zich verhoudt tot de gemeentelijke beleidsregels en het regionale beleidskader. In Hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe dat proces eruitziet wanneer een inwoners zich meldt bij de huisarts. Hoofdstuk 6 belicht vervolgens het perspectief op dit proces van de gecontracteerde zorgaanbieders. In het laatste hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen.

17

2 Regionaal en lokaal beleid Ten behoeve van de inkoop van specialistische jeugdzorg werken de gemeenten in de regio Westfriesland samen. Zij hebben hiervoor een netwerkorganisatie opgezet en een gezamenlijk beleidskader opgesteld. Dit kader schetst de uitgangspunten voor de jeugdhulp en bevat ook afspraken over hoe inwoners moeten worden doorverwezen. Tegelijkertijd hebben de gemeenten de ruimte behouden om intake en eerstelijnszorg op hun eigen manier in te richten. Zij hebben dat elk afzonderlijk beschreven in hun verordeningen en onderliggende beleidsregels. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat gemeenten samen hebben afgesproken en hoe zij de hulp binnen hun eigen organisatie verder hebben ingericht.

2. 1 Basis van het beleid Net als in de rest van het land wordt in Drechterland , Enkhuizen , Hoorn , Medemblik , Opmeer en Stede Broec onderscheid gemaakt tussen drie categorieën 7 van jeugdhulp. In de eerste plaats is er de laagdrempelige eerstelijnszorg waar inwoners terecht kunnen zonder doorverwijzing , en waar zij zonder beschikking gebruik van kunnen maken. In de tweede plaats is er de specialistische jeugdhulp. Dit is zorg waar wél een doorverwijzing en een beschikking voor nodig is. Deze hulp wordt door de gemeenten ingekocht bij zorgaanbieders. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij ernstige gedragsproblemen , psychiatrische problemen of begeleiding in verband met een licht verstandelijke beperking. Ten derde is er de hoogspecialistische jeugdhulp. Het betreft intensieve hulp voor jeugdigen en gezinnen met ernstige , meervoudige problematiek. Vaak zijn er bij deze ontvangers van hulp meerdere hulpverleners betrokken. Ten behoeve van de eerste lijn hebben de zes gemeenten ieder een eigen voorziening. De gemeenten verschillen van elkaar in de manier waarop zij deze voorziening hebben georganiseerd en de manier waarop de hulp die daar wordt geboden is afgebakend. In paragraaf 4. 1 wordt daar verder op ingegaan.

Ten behoeve van de inkoop van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp hebben de gemeenten samen een inkoop- en contractmanagementteam opgezet: de netwerkorganisatie ‘Zorg in de regio Westfriesland’. Via deze netwerkorganisatie kopen de gemeenten hun (hoog)specialistische zorg in. Op regionaal niveau is er ook een regionaal beleidskader. Hierin wordt onder meer beschreven welke uitgangspunten de gemeenten delen als het gaat om jeugdhulp. Het beleidskader is ontwikkeld door de gemeenten samen in een regionaal beleidsteam. Dit team wordt

7

In de praktijk wordt dit onderscheid echter niet in de budgetten weerspiegeld: het grootste deel van de middelen gaat op aan (hoog)specialistische jeugdhulp. Hierdoor is er relatief weinig ruimte voor pedagogische basisvoorzieningen en lichte vormen van jeugdhulp , waardoor vragen sneller doorgezet worden naar de tweede lijn.

voorgezeten door een regionaal programmamanager die in dienst is bij de

Gemeenschappelijke Regeling Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking WestFriesland.8 In paragraaf 2. 2 wordt verder ingegaan op deze samenwerking en het regionale beleidskader. Naast de (hoog-)specialistische jeugdhulp die binnen het regionale raamcontract wordt ingekocht 9 , kopen gemeenten regelmatig ook zorg in buiten dat raamcontract. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er een zorgvraag is die niet beantwoord kan worden door een van de gecontracteerde aanbieders. In zo’n geval wordt ook wel gesproken van een maatwerkovereenkomst. De (hoog) specialistische jeugdhulp is niet vrij toegankelijk. Een inwoner die er gebruik van wil maken , heeft daarvoor een beschikking nodig van de gemeente. Aan die beschikking gaat een proces vooraf waarin wordt bepaald of jeugdhulp nodig is , en zo ja welke hulp het meest passend is. Dit proces kan via drie routes worden doorlopen: via een huisarts , via een jeugdconsulent van een gemeente of lokaal team of via een gecertificeerde instelling (zie Figuur 1). Gecertificeerde instelling zijn door de overheid erkende organisaties die maatregelen op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren. Dit type van jeugdzorg is door de rechter opgelegd. Een voorbeeld daarvan is een ondertoezichtstelling (OTS). De jeugdzorg die via gecertificeerde instellingen wordt gegeven , valt buiten het kader van dit onderzoek.

Het voorveld: laagdrempelige vrij toegankelijke algemene voorzieningen Naast de hierboven genoemde vormen van jeugdhulp kennen de gemeenten verschillende voorliggende voorzieningen. Het zijn publieke , vrij toegankelijke voorzieningen waar inwoners zonder beschikking terecht kunnen. Deze voorzieningen worden ook wel aangeduid als het voorveld. -

-

GGD Hollands Noorden: de zes gemeenten werken met nog andere gemeenten in de regio samen in GGD Hollands Noord. Het voorziet in het aanbod van consultatiebureaus , schoolartsen , logopedie , gezondheidsonderzoek , voorlichting , advies bij kinderziekten en vaccinaties tegen ziekten. Een specifiek voorbeeld van een GGD-initiatief dat onderdeel is van het voorveld van de jeugdzorg is het programma ‘Stevig ouderschap’. Dit programma biedt opvoedondersteuning aan aanstaande ouders en ouders die net een kind hebben gekregen. Veilig Thuis: Veilig Thuis is verantwoordelijk voor het bieden van advies en het behandelen van meldingen omtrent huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij zorgen over de eigen thuissituatie of over die van anderen kunnen inwoners met het meldpunt bellen , mailen of chatten. Er werken SKJ-geregistreerde

8 zie: Gemeenschappelijke

20

Regeling Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking West-

Friesland 9 Een deel hiervan wordt bovenregionaal ingekocht. Dit geldt voor Jeugdzorg Plus en Crisisdienst.

consulenten , gedragswetenschappers en vertrouwensartsen.10 Veilig Thuis is regionaal georganiseerd. Het is onderdeel van de GGD Hollands Noorden. Maatschappelijk werk: elke gemeente heeft in het kader van de Wmo en Jeugdwet een voorziening voor maatschappelijk werk. Het betreft ondersteuning van inwoners ten behoeve van hun welzijn en participatie. De doelgroep van het maatschappelijk werk is breed , en loopt van jongere kinderen tot aan mensen op hoge leeftijd. Voorbeelden van vraagstukken waarbij het maatschappelijk werk kan helpen zijn: financiële zorgen , opvoeding , verslaving , zelfstandig wonen en relatieproblemen. De gemeenten voorzien daarbij ook in ‘schoolmaatschappelijk werk’ dat gericht is op het welzijn en participatie van jeugdigen. Soms is dat gecombineerd met het jongerenwerk. De zes gemeenten verschillen van elkaar in de mate waarin eerstelijns jeugdzorg onderdeel is van het maatschappelijk werk. In Hoofdstuk 4 wordt daar verder op ingegaan. Jongerenwerk: elke gemeente heeft ook de beschikking over jongerenwerkers. Zij begeleiden laagdrempelig jongeren die steun nodig hebben om zich te ontwikkelen. Die begeleiding wordt geboden op plekken dichtbij de jongeren , zoals op school , in de wijk of online. In enkele gemeenten is het jongerenwerk ondergebracht bij de organisatie die ook de intake en doorverwijzing doet ten behoeve van jeugdzorg.

Naast deze voorzieningen zijn er ook nog andere voorzienien die tot het voorveld kunnen worden gerekend maar niet direct ‘hulpverlening’ tot doel hebben zoals sportclubs en buurthuizen.

Figuur 1: Drie routes naar (hoog-) specialistische jeugdhulp 11

10 SKJ staat voor

Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Het is een beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland , die werkzaam zijn op hbo- of wo-niveau en direct contact hebben met kinderen en jongeren in complexe en risicovolle situaties. 11 Naast huisartsen kunnen ook jeugdartsen of andere medisch specialisten verwijzen naar specialistische jeugdzorg. Omdat het om relatief weinig doorvwerwijzingen gaat (zie tabel 8) , zijn deze verwijzingen niet onderzocht.

21

Hervormingsagenda jeugd en de Deskundigencommissie (Commissie Van Ark) Vanwege de noodzaak die gemeentebreed en ook landelijk werd gevoeld om beter grip te krijgen op de jeugdzorg formuleerden enkele landelijke partners waaronder het ministerie van VWS , VNG en vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties en 12 Deze agenda heeft tot zorgaanbieders de ‘Hervormingsagenda jeugd 2023-2026’. doel het hoofd te bieden aan tien grote opgaven. Zes daarvan richten zich op het verbeteren van jeugdhulp , vier op het verbeteren van het jeugdhulpstelsel en de uitvoering daarvan in de praktijk. In het algemeen worden gemeenten aangespoord scherpere keuzes te maken. Uitgangspunt is dat de meest kwetsbaren altijd geholpen moeten worden maar dat ook duidelijker wordt wat inwoners precies van hun gemeente kunnen verwachten. Zo hoeven niet alle hulpvragen van jeugdigen en ouders met jeugdzorg beantwoord te worden. Het vereist dat de gemeente met laagdrempelige dienstverlening in een vroegtijdig stadium het gesprek aangaat en met voorliggende voorzieningen mensen verder helpt. Een belangrijke rol ziet men weggelegd voor de lokale teams. Deze teams moeten volgens de opstellers van de agenda worden versterkt. Zij moeten meer multidisciplinair zijn samengesteld met goed opgeleide professionals met de juiste (in ieder geval ontwikkelingspsychologische) expertise , tijd , ruimte en mandaat.

Verder relevant ook voor de regionale beleidsontwikkeling is het rapport ‘Groeipijn’ van een commissie van deskundigen dat in januari 2025 verscheen (Commissie Van Ark). De commissie constateert dat de doelstellingen van de Hervormingsagenda weliswaar goed zijn , maar de voorgestelde initiatieven onvoldoende. De hervormingsagenda zou te weinig concrete handvatten bieden om het stelsel en de uitvoering effectief en duurzaam te versterken. In de eerste plaats pleit de commissie voor versterking van het voorveld om zo de instroom naar zorg te verminderen. Onder meer zou het onderwijs en de lokale voorzieningen zoals lokale teams versterkt moeten worden om kinderen en gezinnen vroegtijdig te ondersteunen. In de tweede plaats zou - in gevallen waarbij jeugdzorg wordt ingezet - meer focus moeten zijn op resultaat.

2. 2 Regionale inkoop en regionale beleidscoördinatie Netwerkorganisatie ‘Zorg in de regio Westfriesland’ Omdat veruit de meeste gemeenten zelf een te kleine schaal hebben om hun inwoners een dekkend aanbod van specialistische jeugdzorg te bieden , wordt in Nederland samengewerkt in jeugdzorgregio’s. In deze regio’s kopen gemeenten gezamenlijk hun jeugdzorg in. In Westfriesland bestaat hiervoor de 12 Ministerie van VWS , Hervormingsagenda

22

Jeugd 2023-2028.

netwerkorganisatie ‘Zorg in de regio Westfriesland’. Naast jeugdzorg verzorgt deze organisatie ook de inkoop en het contractmanagement van begeleiding , dagbesteding , kortdurend verblijf en hulpmiddelen in het kader van de Wmo. De gezamenlijke inkoop vergt tot op zekere hoogte gezamenlijk beleid. Zo stellen de inkoopvoorwaarden die aan zorgaanbieders worden gesteld ook eisen aan de gemeentelijke eerstelijn. Zo moeten de gemeenten ervoor zorgen dat de consulenten van de eerstelijn weten welke aanbieders er zijn gecontracteerd; moeten zij ervoor zorgen dat elk zorgtraject is gebaseerd op een plan en dat op de uitvoering van dat plan wordt toegezien. Ten behoeve van hun gezamenlijke inkoop van (hoog)specialistische zorg hebben de gemeenten daarom een gezamenlijk inkoopbeleid. Dit is vastgelegd in de beleidsuitgangspunten inkoop jeugd en Wmo Westfriesland (maart 2023) 13 en in het 14 memo ‘Stip op de horizon’ (december 2023). De portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten hebben hiermee vastgelegd dat zij samen tot een passend en dekkend aanbod willen komen , zowel binnen hun eigen lokale voorzieningen als op regionaal niveau met externe aanbieders. Voor inwoners moet het volgens hen daarbij duidelijk zijn waar zij terecht kunnen met hun hulpvragen , wat zij van de gemeente en de zorg kunnen verwachten en wat er van hén als inwoner verwacht wordt.

Regionale beleidscoördinatie Ter ondersteuning van de regionale beleidsvorming en uitvoering bestaat er in de regio een ambtelijk overlegorgaan. Elke gemeente is hier met een beleidsmedewerker in vertegenwoordigd. De beleidsmedewerkers komen wekelijks bijeen voor inhoudelijke afstemming. Het overleg wordt voorgezeten door een regionaal programmamanager jeugdzorg , die in dienst is van de Gemeenschappelijke Regeling Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking WestFriesland (sinds 2012). De GR faciliteert de bestuurlijke afstemming , bijvoorbeeld het Madivosa. De ambtelijke beleidsgroep jeugd bereidt de besluitvorming voor die , na akkoord van het ambtelijke Madivosa , in het regionaal bestuurlijke portefeuillehoudersoverleg (Madivosa) wordt besproken. Besluitvorming vindt plaats in de afzonderlijke colleges. Op regionaal niveau is afgesproken om op hoofdlijnen uniform te werken , en het ambtelijk overleg moet helpen om dat te realiseren. Zo gebruiken bijvoorbeeld alle gemeentelijke eerstelijnsvoorzieningen bij het doorverwijzen naar specialistische jeugdzorg het perspectiefplan. In het regionaal beleidsoverleg jeugd , waar eenmaal per 2 weken ook twee contractmanagers van de Netwerkorganisatie aan deelnemen worden lokale afwijkingen van de afspraken gesignaleerd en besproken.

Gemeenten spreken elkaar aan op gemaakte afspraken en zoeken gezamenlijk naar oplossingen als de 13 Beleidsuitgangspunten 14

Inkoop Jeugd en Wmo Westfriesland 2024 en verder Memo Stip op de horizon (december 2023) 23

samenwerking onder druk staat. Wanneer de uitvoering lokaal afwijkt , ligt de verantwoordelijkheid primair bij de betreffende gemeente; er is geen regionaal mandaat om naleving af te dwingen. Afdelingshoofden binnen het sociaal domein hebben hierin een sleutelrol: zij zijn de verbindende schakel tussen de bestuurlijke opdracht en de dagelijkse praktijk. Kenmerkend voor deze regionale samenwerking is dat het , ondanks de gezamenlijke ambities , de afzonderlijke portefeuillehouders ruimte laat om binnen de eigen gemeenten , voorzieningen naar eigen inzicht in te richten. De gemeenten zijn tot op zekere hoogte vrij eigen keuzes te maken. In de praktijk is deze afbakening echter niet vertaald naar de budgetten: vrijwel alle middelen worden ingezet voor regionale inkoop , waardoor de ruimte voor lokaal maatwerk beperkt is. Het ontbreken van een uniforme werkwijze wordt echter kritisch bekeken (zie o. a. de evaluatie ‘Resultaatgericht werken in de regio Westfriesland’ (AEF , 2022).15 Sinds 1 januari 2020 is de regio overgestapt op Resultaatgestuurd Werken (RGW) als inrichtingssystematiek voor jeugdhulp. Hierbij ligt de focus op het behalen van resultaten in tegenstelling tot op de geleverde inspanning.

RGW is in 2022 in Westfriesland geëvalueerd , waarbij onder andere werd geconstateerd dat er vanwege het ontbreken van een uniforme manier van werken sprake was van meer administratieve lasten dan nodig. Het uniformeren en versimpelen van de werkwijzen werd daarom aanbevolen. Beleidskader ‘Zorg voor de Jeugd’ Naast de beleidsuitgangspunten waarnaar eerder is verwezen en het memo ‘Stip op de horizon’ die specifiek ingaan op inkoop is er een breder beleidskader ‘Zorg voor de jeugd’. Hierin hebben deelnemende gemeenten beschreven hoe zij ervoor willen zorgen dat meer jeugdigen veilig en gezond opgroeien. Uitgangspunt van dit kader is dat gemeenten , voor zover dat mogelijk is , jeugdzorg zoveel mogelijk lokaal organiseren en dat zij regionaal samenwerken wanneer dat efficiëntievoordelen oplevert. Onder meer hebben de gemeenten met elkaar afgesproken dat 16 : -

-

-

Wat lokaal kan , lokaal wordt georganiseerd: in de praktijk betekent dit dat met name de preventieve voorzieningen en voorzieningen voor inwoners met een lichte hulpvraag lokaal zijn georganiseerd. Er wordt gewerkt met gebiedsgerichte teams: elke gemeente heeft een eerstelijns voorziening ingericht waar jeugdigen en gezinnen met uiteenlopende vragen terechtkunnen. Regionaal wordt samengewerkt ten behoeve van de beschikbaarheid en kwaliteit van specialistische jeugdzorg. Daarbij hanteren de gemeenten de stelregel: hoe specialistischer de jeugdzorg , hoe logischer het is om (boven)regionaal samen te werken.

15

AEF (2022) , Resultaat gericht werken in de region Westfriesland beleidskader , Zorg voor de jeugd 2022-2026 , Samen stappen voorwaarts zetten. 16 Regionaal

24

Er zijn in het regionale beleidskader verder drie zorginhoudelijke speerpunten benoemd waar de gemeenten de komende jaren op willen inzetten: -

-

Er wordt ingezet op normaliseren van probleemgedrag. Normaliseren is lastig te definiëren. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) heeft hier verschillende perspectieven op.17 Een van die perspectieven heeft betrekking op dat opvoeden in toenemende mate een privézaak is geworden , wat ouders onzeker maakt waardoor ze eerder een beroep doen op professionals om het gedrag van hun kind te verklaren of te beoordelen. Normaliseren betekent in dit verband dat opvoeden meer als een maatschappelijke opgave wordt gezien , in plaats van als verantwoordelijkheid van individuele ouders. De gemeenten willen daarom het netwerk waarin de jeugdige opgroeit , versterken en ondersteunen zodat gezin , vrienden , klasgenoten en buren een optimale rol kunnen spelen. Een ander perspectief op normaliseren gaat uit van de zelfredzaamheid , eigen kracht , eigen verantwoordelijkheid en eigen regie van opvoeders en hun omgeving. Gemeenten willen jeugdigen en gezinsleden zo veel mogelijk zelf de regie geven. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het welzijn in eerste instantie bij de jeugdige zelf en zijn gezin ligt en wanneer dit niet meer gepast is , verschuift deze naar het lokale team of een andere hulpverlenende partij. Daarbij opereren de gemeenten volgens het principe ‘één gezin , één plan , één regisseur’.

De gemeenten zetten in op het voorkomen van jeugdzorg wanneer dat kan , maar beschermen wanneer dat moet. Door onder meer tijdig hulpvragen te signaleren wil men voorkomen dat problemen groter worden waardoor uiteindelijk zwaardere zorg moet worden ingezet. Dit willen de gemeenten bereiken door voor lichte vragen laagdrempelige , vrij toegankelijke voorzieningen te bieden , zoals (school)maatschappelijk werk , het consultatiebureau en het jongerenwerk. De voorzieningen worden ook wel het ‘voorveld’ of ‘voorliggende voorzieningen’ genoemd. Wanneer deze hulp onvoldoende (passend) is , kan de inwoner terecht bij de gemeente om in kaart te brengen wat de problemen precies inhouden en op welke leefgebieden die problemen spelen. Daarbij kan worden bekeken of specialistische zorg nodig is en of dat eventueel moet worden aangevuld met ondersteuning uit het voorveld: Dit betekent dat de gemeenten toegankelijke jeugdzorg bieden wanneer dat nodig is , zonder hoge drempels als lange wachtlijsten en ook dat ze waar nodig specialistische jeugdzorg inkopen.

Nieuwe regionale aanbesteding jeugdzorg Dit jaar liep de regionale aanbesteding van (hoog) specialistische jeugdhulp af. Per 1 juli 2025 wordt gewerkt volgens de nieuwe raamovereenkomsten. Aan de nieuwe raamovereenkomsten ging een inkoopproces vooraf van ongeveer 25, jaar. Dit komt mede doordat er in die 25, jaar ook andere raamovereenkomsten werden

17

Nederlands Jeugdinstituut , 2025 , Wat is normaliseren? 9 perspectieven 25

afgesloten , waaronder ernstige dyslexie. Er is tijd besteed aan een proces om het regionale aanbod beter aan te laten sluiten bij de gemeentelijke (voorliggende) voorzieningen. Het projectteam inkoop zocht naar een balans tussen regionale uniformiteit en een lokale aanpak die aansluit bij lokale omstandigheden en behoeften. Nog steeds is het projectteam inkoop actief dat adviseert over de aansluiting tussen lokale voorzieningen en het regionale aanbod. In het kader van de nieuwe aanbesteding heeft men zich ook gebogen over de positionering van het regionale kader. Er is een gevoelde noodzaak om op regionaal niveau beleid te uniformeren , terwijl tegelijk de behoefte bestaat om onderdelen (zoals preventief beleid) meer lokaal te verankeren. Er zijn met name drie thema’s waarop men regionaal strakker en uniformer wil sturen: -

-

-

Resultaatgericht werken: per zorgtraject moet duidelijker worden welke doelen met een behandeling moeten worden bereikt. Na het hulptraject moet worden geëvalueerd in hoeverre de doelen zijn bereikt. Afstemmen met huisartsen: de bekendheid onder huisartsen met de gemeentelijke eerstelijnshulp moet worden verbeterd. Huisartsen moeten deze voorziening vaker betrekken in hun overweging om patiënten door te verwijzen naar specialistische hulp Terugdringen van de inzet van lokale maatwerkvoorzieningen. Gemeenten hebben de ambitie om maatwerkvoorzieningen terug te dringen. Hierop is het beleid aangescherpt. Samen met de netwerkorganisatie wordt er lokaal op aangedrongen , om bij doorverwijzing naar specialistische zorg , zoveel mogelijk gebruik te maken van de regionaal gecontracteerde aanbieders.

Advies Hervormingsagenda Jeugd Westfriesland De opdracht die de gemeenten met de nationale hervormingsagenda hebben gekregen wordt in Westfriesland vooral opgepakt als een opdracht tot het beter beheersen van de jeugdzorg. Gezamenlijk vertrekpunt van de gemeenten (portefeuillehouders jeugdzorg) is om ook op termijn de jeugdzorg beschikbaar te hebben voor kinderen die het echt nodig hebben en het daarbij ook betaalbaar te houden. De adviesnota die zij lieten opstellen verwoordt het als volgt: ‘De enige manier om dit te bereiken is het verminderen van de toestroom naar de specialistische jeugdzorg: minder toewijzingen én kortere zorgtrajecten. Normaliseren en beschikbaar hebben van een ander aanbod van voorzieningen is daarbij essentieel. 'Waarbij de sleutel ligt in de regierol van het Lokale Team. ’ Om er 18 te komen zijn onder andere de volgende voorstellen gedaan: -

-

Betrek andere domeinen zoals dat van onderwijs en werk en inkomen in het beleid en de uitvoering. Stel binnen elke gemeente een projectleider aan die toeziet op de uitvoering van het regionale beleid.

18 Westfriesland , Advies Hervormingsagenda

26

Jeugd , 11 juni 2025.

-

-

-

Verwerk de structurele groei van de budgetten in de gemeentelijke meerjarenbegroting. Hierdoor maak je inzichtelijk wat de jeugdzorgkosten zijn en kan het effect van de Hervormingsagenda afgezet worden tegen de structurele groei. Versterk de eerstelijnshulp. Hiervoor moet worden ingezet op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Het zijn teams die niet alleen toegang verlenen , maar zelf lichte hulp verstrekken , gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Versterk de relatie tussen lokale teams en huisartsen. Het doel is het aantal doorverwijzingen van huisartsen naar specialistische zorg terug te brengen. Hulpvragers die zich tot hun huisarts wenden , moeten zoveel mogelijk eerst worden doorverwezen naar het lokale team.

Visieleertraject SED-gemeenten Op eigen verzoek hebben de gemeenten Stede Broec , Enkhuizen en Drechterland , samen met het visieleerteam van de VNG , een visieleertraject doorlopen in de periode juni 2023 tot en met maart 2024.19 Zij hebben hiermee een antwoord proberen te vinden op de vraag: welke verbeteringen zijn er mogelijk om de inwoner zo goed mogelijk van dienst te zijn in de toegang? En hoe kunnen we die goed toepassen? Een van de centrale bevindingen is dat er sprake is van een gefragmenteerde sturing waardoor de samenhang in de wijze van organiseren op veel punten ontbreekt en er door historische ontwikkeling verschillende werkwijzen zijn ontstaan die de soepele samenwerking bemoeilijken. Het is onduidelijk hoe taken tussen SED en gemeente precies zijn verdeeld. Het gevolg hiervan is dat voor zowel inwoners als medewerkers niet altijd duidelijk is wie wanneer verantwoordelijk is. Ook lijkt er volgens de adviseurs van VNG sprake te zijn van gepercipieerde tegenstrijdigheden in de organisatiebelangen , waardoor men naar elkaar kijkt om de oplossing te bieden. In het eindrapport worden twee mogelijke oplossingsrichtingen gepresenteerd. Voor beide geldt als voorwaarde dat er een gezamenlijke politieke wil moet zijn. De gemeenten staan voor de keuze: verdergaande samenwerking of verdergaande autonomie.

Bij een keuze voor het eerste zouden de drie lokale teams (Ons Stede Broec , Stadsteam Enkhuizen , Team Inzet Drechterland) samen moeten gaan in één ‘Gebiedsteam SED’. Bij een keuze voor het tweede organiseert elke gemeente een eigen voor inwoners herkenbaar toegangsproces. Op een later moment is er nog een derde optie aan toegevoegd , namelijk uitvoering van de jeugdhulp door één centrale stichting die namens de drie gemeenten opereert. Het ontwikkelproces dat op het advies volgde is ingewikkeld en weerbarstig gebleken. Het bleek politiek niet haalbaar om tot een keuze te komen. Er is een nieuwe opdracht geformuleerd om de bestaande lokale teams in hun huidige vorm 19 VNG , Adviesrapport visie leertraject gemeenten

Stede Broec , Enkhuizen en Drechterland ,

april 2024. 27

te laten bestaan en daarbij samen met de SED te onderzoeken hoe er intensiever samengewerkt kan worden om de knelpunten uit het VNG-rapport op te lossen.

2. 3 Lokaal beleid De uitgangspunten voor de uitvoering van de Jeugdwet hebben de zes gemeenten ieder vastgelegd in een Verordening jeugdhulp en onderliggende beleidsregels. Vanwege de nieuwe aanbesteding van (hoog)specialistische zorg , bekijken de gemeenten op dit moment in hoeverre hun verordening en beleidsregels moeten worden aangepast. Kijkend naar de nu geldende verordeningen en beleidsregels , dan vallen de volgende zaken op: -

-

-

28

Er wordt niet verwezen naar de regionale samenwerking: in geen van de verordeningen en beleidsregels wordt verwezen naar de regionale inkoopsamenwerking en de daaruit voortvloeiende beleidsmatige afstemming. Kijkend naar de verordeningen en beleidsregels , dan komen die op hoofdlijnen weliswaar overeen omdat zij een uitwerking zijn van één en dezelfde wet (de Jeugdwet) , maar blijkt nergens dat de zes gemeenten in regionaal verband hebben afgestemd. Er is bijvoorbeeld nergens beschreven dat de gemeenten deels opereren vanuit een gemeenschappelijk beleidskader , specialistische zorg aanbieden via een regionale inkoopsamenwerking , en wat de rol is van deze inkoopsamenwerking bij het toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van de ingekochte zorg. Toegang tot jeugdzorg: Gemeenten hebben de toegang tot de jeugdzorg verschillend georganiseerd , zoals in paragraaf 2. 4 wordt beschreven. In de verordeningen is niet altijd helder beschreven hoe de toegang verloopt en hoe de verantwoordelijke organisaties zich precies verhouden tot de gemeentelijke organisatie. Zo is voor geen van de gemeenten uit de verordening op te maken of de toegang is neergelegd binnen de gemeente of dat de toegang is neergelegd bij een externe partij (stichting) die op basis van een subsidie werkt. Hier wordt in de paragrafen 4. 1 en 4. 2 verder op ingegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=4b0a28fc-5c14-4ae4-bd22-cdaab6acc41e