CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-24-927723 Stadsplan_Medemblik

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen Stadsplan Medemblik (pfh. H. Nederpelt)16.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In Medemblik is ongeveer 50% van de ligplaatsen in gebruik door Medemblikkers. Het is voorstelbaar om in de toekomst een groter aandeel van de ligplaatsen terug te geven aan de lokale bewoners van de Pekelharinghaven. De band met het water wordt tevens versterkt door de kades beter toegankelijk en groener te maken, de verblijfskwaliteit te verbeteren, en een ontmoetingsplek met ruimte voor activiteiten en evenementen aan de havenkop te creëren. Om het verlies aan het aantal ligplaatsen aan de havenkop te compenseren, kan overwogen worden om een aantal nieuwe ligplaatsen te maken in de Westerhaven. Het aantal parkeerplaatsen langs de kade kan worden verminderd wanneer het ‘parkeren centrum oost’ is gerealiseerd. In de Oosterhaven ligt de focus op passanten en de bruine vloot, terwijl de rustigere Westerhaven ruimte biedt voor passanten en vaste ligplaatsen met directe verbinding naar het achterland. De Regattahaven moet als internationale trekpleister beter verbonden worden met de stad. Het is belangrijk om de cruiseport ten noorden van de binnenstad te behouden en te versterken, omdat de riviercruises met grotere schepen toeneemt. Havens en stad verbinden Momenteel is er maar één oversteekpunt over het water via de Kwikkelsebrug. De afstand tussen de Regattahaven, Kasteel Radboud en de binnenstad is daardoor groot.

Het toevoegen van langzaamverkeersverbindingen over het water kunnen deze afstand verkleinen en de relatie tussen de havens en de stad versterken. In het Stadsplan zijn daarom een aantal langzaamverkeersverbindingen over het water opgenomen die nader onderzocht zouden moeten worden. Het is een cruciale ingreep om de havens beter bij de stad te betrekken. De ambitie is om beweegbare bruggen als verbinding toe te passen, zodat het minimale impact heeft op het bootverkeer. Daarbij zal een verbinding bij de visafslag wel goed onderzocht moeten worden, omdat charterschepen en bezoekers daar mogelijk meer moeite hebben met vaart te minderen.

45

Een openingsregime, met name in de zomermaanden, is hierbij belangrijk en dient nader onderzocht te worden. Door de bestaande en nieuwe plekken aan het water met aantrekkelijke langzaamverkeersroutes te verbinden met de straten in de binnenstad, worden stad en water vanzelfsprekend met elkaar verknoopt. Eventjes wachten en kijken naar de voorbijvarende boten is juist leuk en zorgt voor een gevoel van levendigheid en reuring in de binnenstad. Het is essentieel om de stad ook over water goed te verbinden, zodat de binnenstad goed bereikbaar is vanuit het achterland, omliggende kernen en het IJsselmeer. Verdere verbetering vereist aanvullend onderzoek. Daarnaast zijn er aanvullende ingrepen denkbaar om de band tussen Medemblik en de havens te versterken, door: • bij evenementen rondom de Regattahaven ook de stad te betrekken, door bijvoorbeeld tegelijkertijd activiteiten ook in de stad te laten plaatsvinden; • het havengebouwtje bij de Pekelharinghaven te laten dienstdoen als informatie- en verhuurpunt voor fietsen, met een educatieve ruimte voor bijvoorbeeld informatie over de lokale flora en fauna of maritieme geschiedenis; • door de kades te versterken en verrijken met verblijfsmogelijkheden, kleinschalige activiteiten en evenementen.

Ruimte voor evenementen faciliteren In Medemblik vinden jaarlijks verschillende evenementen plaats zoals: de harddraverij, zeilwedstrijden, jaarmarkten, kermis, oldtimerfestival en het truckersfestival. Het Stadsplan creëert meer ruimte voor activiteiten en evenementen die zorgen voor reuring en het centrum laten bruisen. Kleinschalige activiteiten en evenementen worden geconcentreerd in de binnenstad, nabij de horeca en voorzieningen, terwijl de entreegebieden ruimte bieden voor grotere evenementen.

46

Ruimte voor evenementen faciliteren

Onderzoek naar het intensiveren van het bedrijventerrein en zoeklocaties voor uitbreiding (gemengd) bedrijventerrein in kaart brengen Aan de westkant van Medemblik ligt een groot bedrijventerrein, waar behoefte is aan kleine kavels voor bedrijven die willen uitbreiden. Een intensiveringsstudie voor het bedrijventerrein kan inzicht bieden hoe de bestaande ruimte op het bedrijventerrein efficiënter en effectiever ingezet kan worden. Ook kan onderzocht worden welke functies op het bestaande bedrijventerrein, zoals sportscholen en leisure, naar het centrum of andere woon-werkgebieden kunnen verplaatsen, zodat ruimte vrijkomt op het bedrijventerrein om te intensiveren. De gemeente wil daarnaast een circulair afvalstation op het bedrijventerrein realiseren. Voor toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein kan een zone in Molenblik 2 langs de provinciale weg worden overwogen in combinatie met wonen. Voor grotere bedrijven met veel verkeersbewegingen en hoge milieuzones zijn andere locaties binnen de gemeente beter geschikt dan in Medemblik Stad.

Onderzoek naar het intensiveren van het bedrijventerrein en zoeklocaties voor uitbreiding (gemengd) bedrijventerrein in kaart brengen

47

Vergroenen, verbinden en klimaatadaptief maken

48

3.5 Principe 3: Vergroenen, verbinden en klimaatadaptief maken Het groen en water vormen de basis voor de sfeer, het klimaat en het karakter van Medemblik Stad. Het Stadsplan speelt actief in op klimaatverandering door de stad te vergroenen, de openbare ruimte te ontharden, waardoor hittestress wordt beperkt en ruimte ontstaat voor waterinfiltratie. Door het bestaande robuuste groenblauwe raamwerk te versterken en te combineren met langzaamverkeersverbindingen wordt het landschap en de stad beter verbonden. Dit bevordert de veiligheid en gezondheid. De stad vergroenen Het optimaal beleven en gebruiken van het prachtige groen en water bevordert de woonkwaliteit, economie, gezondheid, bewustwording en de sociale cohesie. Het toevoegen van meer groen is essentieel om de stad Medemblik aantrekkelijker te maken voor verblijf, wonen en recreatie. Groen bevordert welzijn, gezondheid, biodiversiteit en hittestressbestrijding en kan bovendien de verblijfsduur van bezoekers verlengen. In het groenstructuurplan zijn uitgangspunten opgesteld die leiden tot principes voor inrichting. De gemeente spant zich in om zo veel mogelijk invulling te geven aan de 3-30-300 vuistregel. Dit betekent dat vanuit elke woning 3 bomen te zien zijn, dat 30% van de openbare ruimte groen is, en dat er vanuit elke woning op 300 meter afstand een (verkoelend) parkje is.

Door in te zetten op een streefpercentage van 30% groen van de openbare ruimte, en te focussen op hoeveel groen er potentieel mogelijk is, wordt de hoeveelheid groen gemaximaliseerd. De plaatsing van heesters, veelkleurige plantvakken, geveltuinen en (kleine) bomen in het straatprofiel kunnen ervoor zorgen dat hittestress wordt beperkt, regenwater de grond in kan infiltreren en luchtkwaliteit wordt verbeterd, bovendien kan het ook positief bijdragen aan de biodiversiteit, leefomgeving en psychologisch welzijn. Het vergroenen maakt de stad mooier, maar is ook belangrijk om in te kunnen spelen op klimaatverandering.

Invulling geven aan de groenambitie in de binnenstad In historische binnensteden is doorgaans weinig ruimte voor groen, gemiddeld zo’n 15-20% van de openbare ruimte. Bestaande groenstructuren in de binnenstad, zoals de historische bomen op de Nieuwstraat en langs de kades, het groene grachtje van het Achterom, de verborgen groene hofjes en het groen rondom de Bonifaciuskerk, moeten we natuurlijk koesteren en een kwaliteitsimpuls geven. Maar ook in de stenige, smalle stadsstraatjes, op pleintjes, en langs gevels kan groen worden toegevoegd, zoals een strategisch geplaatste boom, bloemstroken en regentuinen, bloempotten en dak- en gevelgroen. Om verdere invulling te geven aan de groenambitie 3-30-300 moet er ruimte worden gemaakt in de straten door bepaalde ruimteclaims op te geven, bijvoorbeeld minder parkeerplaatsen in combinatie met beleidsmaatregelen over parkeerreguleringen. In de binnenstad van Medemblik zijn er circa 1.241 parkeerplaatsen, dit betekent al gauw zo’n 14.892 m2 aan verharding (gemiddelde oppervlakte parkeerplaats: 12 m2). Door dit aandeel aan verharding met zo’n 5-15% te vergroenen draagt dit bij aan het streefpercentage aan de ruimte voor groen. Vergroenen dient gefaseerd en in samenhang met het parkeerbeleid en de mobiliteitstransitie onderzocht te worden.

Waar vroeger het centrum werd dooraderd door een groenblauw netwerk van grachten, kan een stukje geschiedenis weer zichtbaar worden gemaakt door water terug te brengen in sommige straten, zoals bij het Gedempt Achterom, de Overtoom, de Nieuwstraat en de Oude Haven. Dit vraagt maatwerk. Tevens kan ook gezocht worden naar ondergrondse waterbergingsmogelijkheden.

49

Vergroenen, verbinden en klimaatadaptief maken

50

Rondje Ringpark De stad is omringd door groen en water, maar de kwaliteit en samenhang kunnen worden verbeterd. Door het gebied vorm te geven als een samenhangend Ringpark, waar groen en wandelpaden in elkaar overlopen, worden geïsoleerd gelegen plekken, zoals Kasteel Radboud, Koningin Emmapark, Landswerf, Overtoom met de Meelmolen “De Herder,” en de Westfriese Omringdijk met elkaar verbonden. Het verbinden van de plekken tot een Ringpark maakt het een meer vanzelfsprekend onderdeel van de binnenstad. Het creëert een uniek recreatief uitloopgebied rond de binnenstad, dat aantrekkelijk is voor bewoners, werknemers en toeristen. Het Rondje Ringpark biedt naast mooie landschappen ook verschillende faciliteiten. Kinderen kunnen zich vermaken in speeltuinen, er zijn horecavoorzieningen voor een pauze, sportmogelijkheden voor actieve bezoekers en het biedt ruimte voor (beginnende) kunstenaars om kunstwerken te exposeren. Het Rondje stimuleert beweging en biedt een nieuwe manier om de stad te verkennen. Om het ‘Rondje Ringpark’ te verrijken, worden de Vooroevers aan de oostzijde van de stad uitgebreid naar het noorden, rekening houdend met de ondergrondse infrastructuur. Hiermee wordt een stap over de dijk gezet en Medemblik Stad sterker verbonden met het IJsselmeer.

Landschap en stad verbinden Het landschap stopt niet bij de randen van de stad, maar loopt vloeiend over in groene woonbuurtjes, sport- en recreatieterreinen en het historische stadshart. De bestaande voorbeelden zijn talrijk, zoals de Grote en Kleine Vliet, de Pronkvliet, de Braak, enz. Deze innige verweving krijgt verder vorm door het verbinden van voeten fietspaden, bij de herinrichting van de openbare ruimte in de stad, woonbuurten, sport- en speelterreinen en bij de kwaliteitsverbetering van vakantieparken en recreatieterreinen. Ook bij nieuwe uitbreidingslocaties zijn de groenblauwe onderlegger en de historische kwaliteiten leidend voor de ontwikkeling van de woonmilieus en identiteit van Medemblik Stad. De entreegebieden aan de noord- en oostzijde sluiten naadloos aan op de landschappelijke structuren, waardoor de binnenstad op een aantrekkelijke manier met de omgeving is verbonden. Hierdoor ontstaat een samenhangende en gevarieerde groenstructuur die de stad met het omringende landschap verbindt. Rondom het voormalig Stadhuis en het Stoomtramgebouw liggen kansen voor vergroening, wat bijdraagt aan de toevoeging van nieuwe groene kwaliteiten aan het entreegebied en het stadscentrum.

Deze Vooroevers zijn belangrijke habitats voor diverse planten en dieren en dragen bij aan de biodiversiteit. De Vooroevers kunnen ook recreatieve functies vervullen met wandelroutes, zoals steigerpaden met belevingsplekken en uitzichtlocaties voor vogelobservatie. Ook kunnen er tribunetrappen met uitzicht over het IJsselmeer worden toegevoegd en het voormalig Zeebad kan op een eigentijdse wijze geherintroduceerd worden met een zwemsteiger. Deze ingrepen verbeteren de kwaliteit van de openbare ruimte en bieden bewoners ontspanning en natuurbeleving.

51

Gevarieerd en passend woningaanbod

52

3.6 Principe 4: Gevarieerd en passend woningaanbod Om in te spelen op de vergrijzing en ontgroening van de bevolking zal er een gevarieerd en passend woningaanbod gemaakt moeten worden met de nodige voorzieningen, zowel in het bestaande woongebied (inbreiding) als daarbuiten (uitbreiding). Passende woningen toevoegen om aan de woningbehoefte te voorzien Het realiseren van nieuwe woningen in Medemblik draagt bij aan het vergroten van de levendigheid en sociale veiligheid, het versterken van het draagvlak voor voorzieningen en het aantrekken van nieuwe doelgroepen voor zowel de stad als de gemeente. De groei van kleinere huishoudens, waaronder stedelijk georiënteerde jongeren en vitale senioren, vraagt om een divers aanbod van woningen. In West-Friesland en Noord-Holland zijn de woonmogelijkheden voor deze groepen momenteel beperkt, terwijl ook steeds meer Amsterdammers naar omliggende steden zoeken voor aantrekkelijke woonalternatieven. Het toevoegen van de juiste woningen in Medemblik kan deze doelgroepen verbinden met de stad en tegelijkertijd de aantrekkelijkheid en vitaliteit van de binnenstad vergroten. Uit de woonvisie komt naar voren dat er in Medemblik een behoefte bestaat aan 450 extra woningen. Daarnaast is er een sterke vraag naar woningen in het betaalbare segment en dient er ruimte te worden gezocht voor minimaal 200 extra woningen.

Om deze behoefte te vervullen zijn er verschillende locaties aangewezen voor ontwikkeling, zowel inbreiding als uitbreiding. Zo’n 250 woningen worden op korte termijn gerealiseerd in bestaande plannen: • DEK-terrein (22 woningen) • Molenblik 1 (217 woningen) • Kool en co (13 woningen)

Daarnaast zijn er de volgende potentiële woningbouwlocaties: • Transformatielocatie (50-120 woningen) • Molenblik 2 (160-230 woningen) • Locatie huidige sportvelden (90-130 woningen) De potentiële woningbouwlocaties zijn zorgvuldig bepaald zodat de unieke kwaliteit en relatie tussen de stad en de groene polder behouden blijft en versterkt wordt. Bij grote uitbreidingslocaties zijn de groenblauwe onderlegger en de historische kwaliteiten leidend voor de ontwikkeling van de woonmilieus en identiteit van Medemblik Stad. Daarnaast moet er aandacht zijn voor bereikbaarheid, water- en bodemsturend ontwikkelen, het voorkomen van verkeerscongestie en eventueel het toevoegen van aanvullende voorzieningen. Voor elke locatie is het van belang om de kansen en bedreigingen zorgvuldig in kaart te brengen en op basis daarvan een passend plan te ontwikkelen. Het programma moet voldoen aan de verdeling in de woonvisie. Daarnaast is er ruimte voor maatwerk. Dit geldt met name voor kleine ontwikkellocaties in de binnenstad. Voor deze kleinere inbreidingslocaties van enkele tot tientallen woningen zouden algemene richtlijnen gemaakt kunnen worden voor de bebouwing en openbare ruimte (hoogte, massa, rooilijn, parkeren, etc.), zodat de gemeente vlot kan reageren op initiatieven en een goede afweging kan maken.

Er zal zorgvuldig gekeken moeten worden dat door dergelijke inbreidingslocaties de parkeerdruk niet hoger wordt. Voor inbreiding in de wederopbouwwijken is juist de samenhang met de groene kwaliteit bepalend voor de identiteit van Medemblik Stad. In deze wijken zien we alleen verdichtingsmogelijkheden op kwaliteit, want met te veel verdichting komt de kwaliteit van groen onder druk te staan.

53

Gevarieerd en passend woningaanbod

54

De juiste voorzieningen bij de woningbouwopgave De woningbouwopgave gaat verder dan alleen het neerzetten van nieuwe huizen. Het vraagt om een integrale aanpak waarbij ook naar de capaciteit van het onderwijs, de zorg, en andere maatschappelijke voorzieningen moet worden gekeken. Indien nodig zullen er voorzieningen bij moeten komen. Het aanbieden van een passend voorzieningenaanbod is bovendien een belangrijke maatregel om de gevolgen van vergrijzing en ontgroening te verzachten. Bijvoorbeeld kwalitatieve thuiszorgdiensten aanbieden die ouderen in staat stellen om zelfstandig te blijven wonen met de nodige ondersteuning. Of het aanbieden van havo- en vwoonderwijs in Medemblik, zodat leerlingen hun opleiding lokaal kunnen afronden zonder naar andere kernen te hoeven uitwijken. Een toekomstgerichte stad die inspeelt op de energietransitie De gemeente Medemblik heeft de ambitie om stapsgewijs aardgasvrij te worden en heeft hiervoor een Transitievisie Warmte opgesteld. Hierin is voor het centrum van Medemblik vastgesteld dat het gasnetwerk voorlopig blijft. Dit neemt niet weg dat ook dit gebied energetisch moet verduurzamen. Verduurzamingsmaatregelen (zonnepanelen, warmtepompen, aquathermiek e.d.) kunnen grote impact hebben op het historische karakter, het straatbeeld en de samenhang van het stadsgezicht van Medemblik en dient daarom zeer zorgvuldig ingevuld te worden.

Vervolgstudie moet uitwijzen welke maatregelen het meest passend zijn voor het centrum waarbij het historische karakter zoveel mogelijk intact blijft. Voor de twee wijken Randwijk & Gildewijk ligt reeds een onderzoek voor warmtenetten. De restwarmte komt vanuit Agripoort (gemeente Hollands Kroon). Restwarmte is warmte die vrijkomt bij (industriële) processen en niet opnieuw in het proces gebruikt wordt. Deze warmte kan ingezet worden om gebouwen en tuinbouwkassen te verwarmen. Dit is een milieuvriendelijke en CO2-neutrale manier van verwarmen.

Daarnaast wordt er gewerkt aan een zogeheten ‘All-electric’ in de Schepenwijk, middels een VVE-aanpak. Dit is een moderne wijk, waarvan de meeste woningen na 1990 zijn gebouwd, met een aanzienlijk deel zelfs na 2005. Omdat woningen die na 1990 zijn gebouwd doorgaans goed geïsoleerd zijn, lenen ze zich uitstekend voor de overstap naar elektrische verwarming. Bij nieuwe ontwikkelingen is energieneutraliteit het uitgangspunt. Voor de historische stadskern wordt momenteel gewerkt aan een plan om monumenten energiezuinig te maken. Het doel van de gemeente Medemblik is om in 2040 energieneutraal te zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen kan onderzocht worden of solarcarports wenselijk zijn. Bij de stadswerven kan onderzocht worden of een energiehub kan worden gerealiseerd.

55

Bereikbaarheid en parkeren verbeteren

56

3.7 Principe 5: bereikbaarheid en parkeren verbeteren Een goede binnenstad is allereerst natuurlijk een plek waar je graag wilt zijn, maar je moet er ook goed kunnen komen. Het doel is om het wandelen en fietsen te stimuleren, daarom wordt ingezet op het versterken van de langzaamverkeersverbindingen in en naar het centrum. Het autoverkeer van bezoekers wordt naar de randen van de stad geleid, waar parkeervoorzieningen aan de rand van de binnenstad en hubs zijn gesitueerd met goede verbindingen naar het centrum. Dit maakt het vervolgens mogelijk om de binnenstad gefaseerd te ontwikkelen tot een autoluw gebied door te werken aan een passend parkeerregime voor bewoners in de binnenstad en korter parkeren te onderzoeken voor de Nieuwstraat. De hoeveelheid parkeren in de binnenstad wordt daarmee teruggedrongen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor groen en verblijfsplekken. Tegelijkertijd moet worden ingezet op beter openbaar vervoer en deelmobiliteit. Nieuwe entrees naar de stad Vanaf de ‘centrumring’ rond de binnenstad zijn drie grootschalige parkeervoorzieningen voor bezoekers en langparkeerders voorzien aan de randen van de binnenstad, waarmee het centrumgebied kan ontwikkelen tot een autoluw gebied. Vanaf de nieuwe entrees worden logische en aantrekkelijke verbindingen naar de binnenstad gecreëerd.

Aan de noordzijde, waar een plan voor ‘parkeren centrum noord’ al in ontwikkeling is, komen de verschillende verkeersmodaliteiten samen. Het is een belangrijk entreegebied waar bezoekers Medemblik per trein, boot, openbaar vervoer en auto aankomen. De ambitie is om een gastvrije ontvangst in de binnenstad te realiseren, waarbij het entreegebied fungeert als schakel naar het centrumgebied met fraaie en aantrekkelijke wandelroutes. Aan de oostzijde kunnen bezoekers straks ook parkeren aan de rand van de binnenstad en via het Kasteel Radboud naar het centrum wandelen. Daarnaast zijn er kansen om een entreegebied aan de kop van de Pekelharinghaven kwalitatief te ontwikkelen met een gebouwde parkeervoorziening met ruimte voor een plein erboven voor evenementen. Om doorgaand autoverkeer, dat niets in de binnenstad te zoeken heeft, te

voorkomen en de Kwikkelsebrug te ontlasten is het op termijn kansrijk om te onderzoeken om een seizoensgebonden knip voor gemotoriseerd verkeer in te voeren bij de brug, waarbij de knip in de rustige periodes open is en in de drukke periodes, zoals weekenden, de zomervakantie of bij evenementen, dicht is. De knip moet toch open en dicht kunnen (dynamisch zijn), in verband met de bereikbaarheid voor bevoorradingsverkeer en hulpdiensten. Hiermee kan de binnenstad nog aantrekkelijker worden gemaakt voor verblijven, horeca met terrassen, wandelen en fietsen en het multifunctionele gebruik, de gezelligheid en leefbaarheid nog meer worden versterkt. Er is vanuit diverse hoeken belangstelling en vraag om het aantal camperplaatsen uit te breiden. Deze camperplaatsen kunnen worden gecombineerd met het parkeren aan de rand van de binnenstad, waardoor ze dicht bij het centrum gelegen zijn. Op korte termijn kan dit uitgebreid worden aan ‘parkeren centrum oost’ en vervolgens kan dit aan ‘parkeren centrum noord’ worden toegevoegd. Het parkeren reguleren in de binnenstad Voor een aantrekkelijker groener straatbeeld, dat ook de nieuwe klimaatopgaves (hittestress, klimaatadaptatie) beter kan oplossen, is het noodzakelijk om de ruimte voor auto’s in de binnenstad te verminderen. Het bouwen van gebouwde parkeervoorziening is niet vanzelfsprekend in een oude binnenstad als Medemblik.

Ruimtelijke, financiële en esthetische aspecten spelen in de afweging een rol. Bovendien kunnen gebouwde parkeervoorzieningen juist ook extra verkeersdrukte veroorzaken. Een andere mogelijke oplossing is door (beleids)maatregelen te nemen om het autobezit in de binnenstad terug te dringen en het bezoekersparkeren te verminderen. Een belangrijk uitgangspunt om de parkeerdruk te verminderen is het voorkomen dat bezoekers die langdurig parkeren, in de binnenstad parkeren. Dit vereist een parkeerregulering in de hele binnenstad, inclusief de historische bolwerken, zoals het Koningin Emmapark, en de aanleg van goede parkeervoorzieningen aan de stadsranden. Daarbij zijn aangename, directe en sociaal veilige looproutes vanuit deze parkeergelegenheden essentieel. 57

Wandelen, fietsen en openbaar vervoer verbeteren

58

In het centrum zijn er momenteel 1.379 adressen en ongeveer 1.241 parkeerplaatsen. Theoretisch gezien zou dit betekenen dat vrijwel elk huishouden een auto in het centrum kan parkeren, maar de ervaring leert dat niet iedereen een parkeervergunning zal aanvragen. En met het oog op het vergroenen van de stad is het echter mogelijk dat het aantal parkeerplaatsen in de toekomst wordt verminderd. Het startpunt bij het werken aan een passend parkeerregime voor de binnenstad gaat uit van één auto per huishouden. Voor bezoekers worden de nieuwe parkeerterreinen ‘centrum noord’ en ‘centrum oost’ gemaakt. Verder moet het gebruik van de parkeerplaatsen worden uitgewerkt in een vorm te geven parkeerregime. Bezoekers van de Nieuwstraat, waar het grootste deel van de winkels is gevestigd, moeten de mogelijkheid hebben om zwaardere aankopen met de auto op te halen, maar langdurig parkeren moet worden beperkt. Een parkeerregeling met korter parkeren zou hiervoor een geschikte oplossing zijn, waarbij we in een gezamenlijk proces de mogelijkheden zorgvuldig gaan onderzoeken. De bevoorrading van winkels gebeurt binnen de vastgestelde venstertijden.

Deze parkeerprincipes voor de binnenstad zullen geleidelijk ingevoerd worden en hangen samen met de wens om de stad verder te vergroenen, wateroverlast te mitigeren, het stimuleren van een gezonde levensstijl, duurzame mobiliteit en de verblijfs- en leefkwaliteit te verhogen. Het openbaar vervoer verbeteren Naast de maatregelen voor de ontsluitingsstructuur en het parkeren is het cruciaal om het openbaar vervoer te verbeteren. Dit omvat het verhogen van de frequentie en snelheid van bussen naar onder andere Hoorn, zodat de bereikbaarheid met het openbaar vervoer verbetert. Ideaal zou een vaste railverbinding met Hoorn zijn, waarvoor de spoorlijn al bestaat maar momenteel alleen door de Stoomtram wordt benut. Als er ook een reguliere tramverbinding kan worden gerealiseerd, zou Medemblik goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en zou het oude station weer

in gebruik kunnen worden genomen. Uit onderzoek naar de heractivatie van de spoorlijn Hoorn-Medemblik blijkt dat juridisch gezien heractivatie mogelijk is; de beslissing hangt voornamelijk af van politieke keuzes en of er een exploitant te vinden is voor deze lokale lijn. Technisch gezien zijn er beperkingen, zoals aanpassingen aan het spoor en rijdend materieel, maar deze zijn niet onoverkomelijk. Verdere gedetailleerde studies zijn nodig om de vraag en haalbaarheid nauwkeuriger te beoordelen. Verbeterd openbaar vervoer zou de inwoners van Medemblik minder afhankelijk maken van de auto, wat zou bijdragen aan een daling van het autobezit. Minder auto’s betekent meer ruimte voor groen in de openbare ruimte. Bovendien vergroot verbeterd openbaar vervoer de bereikbaarheid voor zowel ouderen als jongeren. Fiets De fiets speelt een belangrijke rol in de stad. Vooral met de opkomst van de e-bike en de grotere actieradius, is de fiets een aantrekkelijk alternatief voor de auto voor ritten binnen de stad. Dit alternatief neemt bovendien veel minder ruimte in beslag en stelt bezoekers in staat om dichter bij de voorzieningen te komen. Het doel is om in de komende jaren meer mensen te stimuleren om met de fiets naar de binnenstad te komen, waardoor de parkeerdruk en verkeersdrukte afnemen.

Dit wordt gerealiseerd door het verbeteren van de fietsvoorzieningen, zoals routes en goede en veilige fietsenstallingen, in en rondom de binnenstad. Het bestaande groene raamwerk vormt de basis voor het fiets- en wandelnetwerk. Waar nodig wordt dit netwerk versterkt en verder vergroend, zoals bijvoorbeeld met een nieuw te ontwikkelen wandelroute langs de westzijde van de Kleine Vliet. Fietsroutes vanuit de stad komen vanzelfsprekend uit bij de entreegebieden, waar zich goede en veilige fietsenstallingen bevinden. Vanaf hier kan de fietser als voetganger verder in het gezellige verblijfsgebied. Maar ook binnen het verblijfsgebied komen goede fietsvoorzieningen, netjes ingepast in de openbare ruimte, voor de bezoekers die voorzichtig doorrijden in het wandelgebied en de fiets voor de deur willen zetten.

59

60

Wandelaar Wandelen is cruciaal voor de leefbaarheid van een stad. Het bevordert de gezondheid en het welzijn van inwoners, vermindert luchtvervuiling en verkeersdrukte door het gebruik van auto’s te verlagen. Bovendien versterkt wandelen de sociale cohesie, doordat mensen elkaar gemakkelijker ontmoeten. Een aantrekkelijk en groen voetgangersgebied maakt de stad levendiger en stimuleert de lokale economie. In de binnenstad is de openbare ruimte gemaakt voor de voetganger, alles ligt in principe binnen wandelafstand en veel mensen op straat maken de binnenstad gezelliger en aantrekkelijker. Het wandelen bepaalt de inrichting van de openbare ruimte. In de binnenstad vormt een fijnmazig netwerk van aantrekkelijke wandelroutes en verblijfsplekken, die het levendig kerngebied met de attracties, voorzieningen, de entreegebieden, het Rondje Ringpark en de woonbuurten met elkaar verbindt. Hiervoor zijn de nieuwe langzaamverkeersverbindingen over het water cruciaal. Een wandelgebied waar voetgangers zich veilig en comfortabel voelen en verleid worden te ontdekken en te verblijven.

61

Toekomstbeeld Medemblik Stad

62

3.8 Toekomstbeeld Het toekomstbeeld voor Medemblik Stad en de kansen en opgaven die daarmee samenhangen zijn gebundeld in een visiekaart met een uitgebreide legenda. Het toekomstbeeld is geen gedetailleerd plan of een blauwdruk, maar een vergezicht; het zet de koers uit voor Medemblik Stad, maar laat tegelijkertijd ruimte voor onverwachte kansen, vernieuwende ideeën, of niet voorziene mogelijkheden. In het volgende hoofdstuk zullen de sleutelgebieden die belangrijk zijn voor de toekomst worden toegelicht.

63

Sleutelgebieden

1 3

2 5 7a

4 7b

6 64

3.9 Sleutelgebieden De transitie van Medemblik komt het meest prominent samen in zeven verschillende sleutelgebieden. Samen beslaan deze een groot deel van de stad. Ieder sleutelgebied kent eigen uitdagingen en kansen die de komende jaren aangepakt kunnen gaan worden. Door deze sleutelgebieden aan te pakken, kunnen we synergiën creëren en een vliegwieleffect op gang brengen. We zetten voor de verschillende sleutelgebieden het wensbeeld uiteen in het volgende hoofdstuk. We onderscheiden de volgende sleutelgebieden: 1. Entree centrum (rondom het voormalig Stadhuis en Stoomtramstation) 2. De Nieuwstraat 3. Entree omgeving Kasteel Radboud 4. Transformatiegebied “De Werven” 5. Entree Stadshavens 6. Molenblik 2 7A. Entree West 7B. Transformatie bestaande sportterrein

65

66

4. SLEUTELGEBIEDEN

67

Schetsverkenning entree centrum

Stadsoever Centrum parkeren noord

Stoomtrampark Oude Haven

Groene kerktuin

Damplein

Nieuwstraat

68

SLEUTELGEBIEDEN 4.1 Entree centrum (rondom het voormalig Stadhuis en Stoomtramstation) Het herstructureren en revitaliseren van het entreegebied centrum (rondom het voormalig Stadhuis en Stoomtramstation) is één van de meest urgente opgaven in Medemblik. Dit gebied vormt een belangrijke toegangspoort tot de stad, waar veel bezoekers per boot, tram of auto arriveren. Het is het visitekaartje van Medemblik. Op dit moment wordt de omgeving van het voormalig Stadhuis gedomineerd door auto’s. Er liggen een aantal versnipperde parkeerplaatsen, en ook de bushalte halteert voor het Stoomtramstation. De Overtoom wordt veel gebruikt om het centrum (de Nieuwstraat) in te rijden. Door het vele blik op straat is er automatisch weinig ruimte voor groen in het straatbeeld. In het voorstel van het Stadsplan wordt voortgebouwd op het bestaande plan voor ’parkeren centrum noord’. Dit is in het Stadsplan doorontwikkeld met nieuwe aantrekkelijke routes die het ‘observatorium’ als landmark verbinden met de binnenstad, de cruiseport en de recreatieve wandelroutes over de Vooroevers en natuureilanden. De Zeedijk als uitzichtroute maakt onderdeel uit van het ‘Rondje Ringpark’. De levendige stadsvooroevers bieden een weids panorama, en een stevige, groenblauwe omarming van de historische binnenstad. De oevers worden verbonden met een steigerpadenstructuur met uitkijk- en belevingspunten.

Een stadsloper verzorgt een directe verbinding tussen de aanmeerplek en de ontvangstruimte van de stad.

04 Voor het voormalig Stadhuis ligt het Damplein dat transformeert naar een veelzijdig stadsplein. Het nieuwe hoekpand aan de Nieuwstraat krijgt een levendige plint als schakel naar de binnenstad. Rondom het Damplein zijn ook functies in de plint wenselijk, zoals mogelijkheden voor horeca en voorzieningen, zoals het Bakkerijmuseum. Dit plein markeert de oorsprong van de stad, en heeft een sleutelrol gespeeld in de geschiedenis van Medemblik. Het plein biedt ruimte voor terrassen, diverse activiteiten en evenementen en vormt een belangrijke schakel naar de Nieuwstraat en de Vooroevers en het IJsselmeer. De Oude Haven wordt opnieuw zichtbaar en beleefbaar gemaakt, waardoor dit historische hart van de stad wordt teruggebracht in de beleving van de bezoekers. In deze ‘havencontour’ zijn verschillende inrichtingen mogelijk die aansluiten op de actuele behoeftes. In eerste instantie zouden de huidige parkeerplaatsen in het gebied geclusterd kunnen worden op deze plek. Naargelang er minder parkeerplaatsen nodig zijn, kan de ruimte ook met groen of met water ingericht worden.

69

Stoomtram historie beleven Stoomtrampark ‘centraal station’ Medemblik

Stadsloper

Foodwagons

Ontdekken en ontspannen Lopers stad en meer

‘Centraal station’ met terras

Foodwagons met oude objecten

70

Stoomparkmeubilair

Stoom afblazen

Het Stationsgebouw en omgeving krijgen meer betekenis door het entreegebied te transformeren tot een Stoomtrampark, een groene ontvangst met museale uitstraling. Waar bezoekers kunnen verblijven en een hapje eten. Oude wagons zouden bijvoorbeeld ingezet kunnen worden als ‘foodwagons’.

Oude haven rond 1700

De Bonifaciuskerk vormt samen met het voormalig Stadhuis en het voormalig Stationsgebouw belangrijke iconen in dit sleutelgebied en zijn beeldbepalend voor het stadssilhouet. Wanneer deze gebouwen een nieuwe functie krijgen wordt het gebied nog aantrekkelijker voor de bewoners en bezoekers. Vroeger stond naast het voormalig Stadhuis een retiradegebouw met toilet- en opslagfaciliteiten, echter zou het terugbrengen van een dergelijk gebouw op de oorspronkelijke plek de zichtlijn naar het IJsselmeer blokkeren. In plaats daarvan zou eventueel bij het Stationsgebouw een openbaar toilet kunnen komen, dit zal afgestemd worden met het Stoomtrammuseum. De Bonifaciuskerk kan een bruisende locatie voor culturele en sociale activiteiten voor de gemeenschap van Medemblik worden, passend bij het culturele dwaalgebied. Rondom de Bonifaciuskerk domineert het groen. Een sfeervolle groene kerktuin wordt ingericht, die als verblijfstuin voor ontmoeting, activiteiten en kleinschalige evenementen fungeert.

71

Levendige stadsoever met weids panorama

Aanmeersteiger Natuureilanden

Steigerpaden

landmark; ‘de Hollandse cirkel’

IJsselmeerbalkon

Stadsloper

72

Zeedijk als uitzichtroute ‘Rondje Ringpark’

Tribunetrap

Buitendijkse zachte natuuroevers met aanmeersteiger cruiseschepen

73

Verbonden steigerpadenstructuur met uikijk- en belevingspunten

Oude Haven terug bij de stad betrekken

Water terugbrengen als attractie en verkoeling

74

Groen-blauwe loper voor wateropvang en ontmoeting

Groene strip (Duurzame flexibiliteit: evenementen, parkeren, wandelen, verblijven, etc.)

Ontvangen, vieren en ontmoeten Damplein veelzijdig stadsplein

75

Ruimte voor ontspanning en ontmoeting Groene kerktuin

Kerktuin

Kunst & cultuur

76

Groen kerkplein voor festiviteiten

Kerk herbestemmen met een culturele functie

Torenklim

met uitzicht

Muziek, buitenbios, theater, ceremonie

77

Nieuwstraat principeprofiel

78

4.2 De Nieuwstraat Het sleutelgebied de Nieuwstraat transformeert naar een toekomstbestendige en levendige binnenstadstraat. Recreanten en toeristen vormen naast de bewoners een belangrijke doelgroep. De Nieuwstraat is een winkelstraat waar zowel plek is voor de winkels en hun uitstallingen als daghoreca met een gevelterras. Het is een levendige mix van klassiek winkelen, tot winkels waar beleven en proeven centraal staat, die gericht is op kwaliteit en niet op kwantiteit. De Nieuwstraat is ook een plek waar een koffietje gedronken wordt, een praatje gemaakt wordt en boven de winkels gewoond wordt. De binnenstad van Medemblik wordt ook steeds meer een dagje uit. Sfeer en uitstraling van de openbare ruimte en de historische panden zijn daarbij steeds belangrijker. De gevelpuien van de winkels en de uitstallingen ogen verzorgd en vormen een harmonisch geheel met de fraaie bestrating en de historische grote bomen die de Nieuwstraat een groen karakter geeft. Het opknappen van de gevels en het terugbrengen of blootleggen van de fraaie historische elementen gaan daarbij helpen.

Historisch beeld Nieuwstraat

Huidige situatie Nieuwstraat

Om de Nieuwstraat als aantrekkelijk winkelhart te versterken is het belangrijk om de verblijfskwaliteit te verbeteren en de fietser en voetganger alle ruimte te geven. De rijloper wordt omgevormd tot shared space, waar fietsers en auto’s de ruimte delen, met de auto als gast. Deze natuurstenen loper fungeert als verbindende lijn die het Damplein met de Kaasmarkt verbindt en verwijst op een eigentijdse wijze naar het water van de gedempte gracht in het centrum. Deze loper biedt tevens ruimte voor evenementen, zoals de harddraverij en markten. Het korter parkeren in de Nieuwstraat, met voldoende plekken bij de winkels om goed te kunnen winkelen, wordt zorgvuldig ingepast. En in de toekomst, als het autogebruik afneemt, ontstaat er ruimte om het straatprofiel nog verder te vergroenen en meer ruimte voor verblijven, ontmoeting en terrassen te creëren.

79

Referentiebeelden Nieuwstraat

80

De Nieuwstraat wordt vooral opgeruimd en netjes gemaakt, met een mooi ‘tapijt’ van duurzame materialen als vloerbedekking, de historische grote bomen en de rijke historische bebouwing als blikvangers. Om die historische kwaliteiten te kunnen laten schitteren is de inrichting van de Nieuwstraat juist heel rustig en terughoudend. Het introduceren van royale plantvakken onder de bomen creëert een levendig groen straatbeeld en biedt ruimte voor klimaatadaptatie. Langs de loper is er een zone voor terrassen, haaksparkeerclusters, fietsparkeren óf groen met bomen met zitelementen langs het voetpad. Deze functies wisselen elkaar af afhankelijk van de functies in de plint. Deze flexibele opzet biedt ruimte om indien gewenst in de winter de plekken van de terrassen voor parkeren te gebruiken. Voor het laden en lossen wordt er gewerkt met venstertijden en/of kan op afstand plaatsvinden. Kleine (elektrische) voertuigen kunnen de winkels dan bevoorraden.

Eventuele nieuwe panden in de Nieuwstraat moeten aansluiten op de kleinschalige maat, schaal en korrel die er al is. Plinten zijn transparant en actief en ze hebben duidelijke entrees. Reclame-uitingen aan de gevels zijn terughoudend en ingetogen, passend bij de karakteristieke historische panden. Eventuele uitstallingen beperken zich tot de stoep, tot circa 1 meter vanaf de panden, om verrommeling tegen te gaan en voldoende ruimte te bieden aan het voetgangersverkeer. Om een eenduidig karakter van de openbare ruimte en bebouwing van de Nieuwstraat te realiseren, zijn aanvullende richtlijnen nodig voor uitstallingen, terrassen en reclameuitingen, uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan.

Het vernieuwen van het terrassenbeleid is belangrijk voor de gastvrijheid richting bezoekers en voor de economische kracht van de horecabedrijven. Dit moet worden afgestemd met andere initiatieven voor kwaliteitsverbetering en het gebruik van de openbare ruimte, zoals het parkeerbeleid (dat parallel aan deze visie wordt herzien) en het groenstructuurplan. Het terrassenbeleid moet zorgen voor een kwaliteitsslag in de beeldkwaliteit, bijvoorbeeld door uniformiteit in terrasomheining, meubilair en kleurparasols. De Nieuwstraat loopt uit op de Kaasmarkt, Kwikkelsebrug en Achtereiland en biedt een mooi uitzicht over de Ooster- en Westerhavens. Rondom de Kwikkelsebrug liggen kansen om de verblijfskwaliteit te verbeteren door aantrekkelijke plekken aan het water te creëren en door terrassen meer ruimte te geven. Dit kan een interessante verblijfsplek worden voor zowel bewoners als bezoekers van het centrum.

81

Entree omgeving Kasteel Radboud

82

4.3 Entree omgeving Kasteel Radboud Een nieuwe parkeervoorziening aan de rand van de binnenstad, met circa 100 parkeerplaatsen in het oosten van Medemblik, biedt ruimte om het (bezoekers) parkeren in de binnenstad terug te dringen. Ook biedt het de kans om de relatie met de stad en het water en het gebruik van de Vooroever te versterken. Hiervoor liggen er kansen om op de locatie van het voormalige Zeebad bijvoorbeeld een uitnodigende zwemsteiger met traptreden te ontwikkelen, ideaal voor openwaterzwemmers. Daarnaast biedt de zwemsteiger de perfecte plek om te genieten van het weidse uitzicht over het IJsselmeer. Tijdens wedstrijden kan de ruimte van het ‘parkeren centrum oost’ benut blijven voor de Regatta.

Onderdeel van het sleutelgebied is het verrijken van het havengebouw aan de Pekelharinghaven, dat naast fietsverhuur en een café ook dienst kan doen als informatiepunt, met een educatieve ruimte voor bijvoorbeeld informatie over de lokale flora en fauna of maritieme geschiedenis. Het ‘parkeren centrum oost’, zal ook de mogelijkheid geven om het parkeren langs de Pekelharinghaven te verminderen, waardoor er meer ruimte ontstaat langs de kades voor vergroening, wandelen en verblijf.

Een nieuw entreegebied wordt gevormd met het Kasteel Radboud als belangrijke attractie en nieuwe betekenis voor het havengebouw aan de Pekelharinghaven. Het Kasteel Radboud is belangrijk voor Medemblik vanwege zijn historische en culturele waarde. Het kasteel is een van de oudste gebouwen in de stad en een tastbaar symbool van de middeleeuwse geschiedenis van Medemblik. Op dit moment fungeert het kasteel als een cultureel centrum en museum, waar de geschiedenis en het erfgoed van Medemblik en de regio worden bewaard en gepresenteerd. Het kasteel kan ook meer worden verrijkt door het te laden met meer functies en activiteiten, zoals kunstexposities, culturele markten en workshops. Om het kasteel beter op de kaart te zetten, is het essentieel om de verbinding met het centrum te verbeteren. Door nieuwe langzaamverkeersverbindingen over het water kunnen bezoekers het kasteel makkelijker en sneller te voet bereiken. Daarnaast zullen bezoekers die hun auto parkeren bij ‘parkeren centrum oost’ via het kasteel naar het centrum wandelen, waardoor de kans op een kasteelbezoek vergroot wordt.

83

Indicatieve invulling transformatiegebied “De Werven”

84

4.4 Transformatiegebied “De Werven” Het transformatiegebied “De Werven” bevindt zich net buiten de binnenstad. Dit industriegebied, aangelegd rond 1970, werd oorspronkelijk gebruikt door verschillende bedrijven in de scheepsbouw en scheepsreparatie. Hoewel er nog steeds enkele scheepswerven actief zijn, hebben zich in de loop der tijd ook andere functies in het gebied gevestigd, zoals meubelwinkels, sportvoorzieningen, indoor speeltuin, supermarkten en het Oorlogsmuseum. Het gebied zal in eerste instantie nog steeds ruimte bieden voor bedrijven, maar verkleurt langzaam naar een gemengd gebied. Door het toevoegen van nieuwe functies neemt ook de parkeerbehoefte toe, er wordt daarom maximaal ingezet op dubbelgebruik van parkeren en deelmobiliteit. Daarnaast wordt het wandelen en fietsen gestimuleerd door goede verbindingen met de omgeving. In het Stadsplan zijn daarom twee langzaamverkeersverbindingen over het water opgenomen. Om dit gebied, dat dicht bij het centrum ligt, nieuw leven in te blazen, kan onderzocht worden functies te clusteren die elkaar kunnen versterken. Op de hoek van het plangebied (rotonde Randweg) zou een voorzieningencluster ontwikkeld kunnen worden. Ook de sportvoorzieningen zouden gebundeld kunnen worden.

Het Oorlogsmuseum, dat veel activiteiten organiseert en bezoekers trekt, zou een visuele opknapbeurt kunnen krijgen, waardoor de entree langs de Randweg ook aantrekkelijk wordt. Daarnaast zou een verhuurlocatie voor kajaks, boten, SUPs en/ of andere watervoertuigen passend zijn op de locatie, zodat bewoners en bezoekers over het water de stad kunnen bezoeken.

Momenteel is bedrijvigheid op het terrein mogelijk met een hoge bedrijfsmilieucategorie. Echter lijkt het er op dat niet alle zittende bedrijven de milieuruimte nodig hebben die nu is toegestaan. Door onderzoek te doen per perceel kunnen de belastingen in beeld worden gebracht, waardoor de bedrijfsmilieucategorie per perceel eventueel al afgeschaald kan worden. Daarmee is zware bedrijvigheid in de toekomst niet meer mogelijk, en wordt het kansrijker andere functies toe te voegen. Er wordt uitgegaan van geleidelijke transformatie, waarbij uitgangspunt is dat bestaande bedrijven behouden blijven en niet worden belemmerd in hun activiteit. Wanneer een bedrijf met een hoge milieucategorie echter verdwijnt uit het gebied is de strategie de categorie sowieso af te schalen. Nader onderzoek moet dan uitwijzen of er bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen of ontvangermaatregelen ingezet kunnen worden om het inpassen van de nieuwe functies toch mogelijk te maken. Aanvullend zou ook de bedrijvenzone langs de Nijverheidsweg afgeschaald kunnen worden, zodat dat dat meer mogelijkheden biedt voor het transformatiegebied. Door de zone af te schalen wordt de invloedsgrens aan de zijde van het transformatiegebied verkleint. Het bedrijventerrein kan dan geleidelijk transformeren naar een gemengd gebied, waar bedrijven, voorzieningen, werk en wonen samengaan.

Zo ontstaat een stoer en industrieel gebied dat nieuwe kwaliteit toevoegt aan de stad. Kleine ateliers, sportvoorzieningen en woon-werkruimtes worden geïntegreerd in een gemengd gebied. Deze mix creëert een dynamische en veelzijdige omgeving die zowel functioneel als aantrekkelijk is voor een diverse doelgroep met name ook voor jongeren.

85

86

87

Entree Stadshavens

88

4.5 Entree Stadshavens Het herinrichten van de entree aan de kop van de Pekelharinghaven en de omgeving van de Kwikkelsebrug is een volgende stap naar een nóg gastvrijer en functioneler stadscentrum. Om de havens meer tot hun recht te laten komen, zal het aantal parkeerplaatsen langs de havens worden verminderd en deels vervangen door groen, ruimte voor wandelen en verblijf. De parkeervoorziening ‘parkeren centrum oost’ biedt daarvoor alternatief. Dit sluit aan bij de bredere plannen voor de binnenstad, die gericht zijn op vergroening en het verbeteren van de leefbaarheid. Daarnaast is het de ambitie om een gebouwde parkeervoorziening te realiseren aan de kop van de Pekelharinghaven en efficiënt en kwalitatief te combineren met een aantrekkelijke openbare ruimte. Deze parkeervoorziening zorgt ervoor dat het gebied een meer visueel aantrekkelijke uitstraling krijgt, met meer ruimte voor groen, verblijven, activiteiten en evenementen. Boven de parkeervoorziening wordt een plein aan de haven gecreëerd, dat dienst zal doen als ontmoetingsplek en ruimte biedt voor activiteiten en evenementen. Dit plein, met een vlonder aan de Pekelharinghaven, wordt een centraal punt waar men kan genieten van het uitzicht over het water en de levendigheid van de haven. Het plein zal echter ten koste gaan van enkele ligplaatsen in de Pekelharinghaven.

Om dit verlies te compenseren, kan worden overwogen nieuwe ligplaatsen te creëren in de Westerhaven. De herinrichting van de entree en de toevoeging van het plein versterken de verbinding tussen de havens en de Kaasmarkt. Rondom de Kwikkelsebrug is tevens ruimte om de verblijfskwaliteit te vergroten en meer terrassen te faciliteren. De Stadshavens entree zal niet alleen de visuele aantrekkelijkheid van Medemblik vergroten, maar ook bijdragen aan een betere bereikbaarheid en een aangenamer verblijf in de stad.

89

Molenblik 2

90

4.6 Molenblik 2 Het sleutelgebied ‘Molenblik 2’ ligt tussen het bestaande woningbouwplan ‘Molenblik 1’ en de Markerwaardweg (N240) en zou een logische uitbreidingslocatie voor de stad zijn. Bij de ontwikkeling van ‘Molenblik 2’ zal in samenhang de ontsluitingsstructuur opnieuw bekeken moeten worden, zodat de toegankelijkheid wordt verzekerd en verkeerscongestie wordt vermeden. Als stedenbouwkundige opzet zouden, aansluitend op de groen- en waterstructuren van het plan van ‘Molenblik 1’, deze structuren doorgetrokken kunnen worden tot aan de N240. Er wordt een groene buffer gecreëerd tussen het plangebied en het riviertje ‘de Braak’. Aan de zuidzijde van het plangebied kan nieuwe woonbebouwing worden toegevoegd in de vorm van groene erven, die refereren naar de bestaande erven langs de Brakeweg. Programmatisch zou een invulling van bedrijven of werklocaties met een lage bedrijfsmilieucategorie in combinatie met wonen een mogelijke optie zijn.

91

Entree West

92

4.7A Entree West ‘Entree West’ is het sleutelgebied in het westen van Medemblik Stad. In de nabije toekomst kan het gebied groen worden ingericht om een aantrekkelijk aanzicht te creëren bij de entree van de stad. Dit kan worden gecombineerd met tijdelijk gebruik voor maatschappelijke doeleinden. Een mogelijk scenario voor de toekomst is om de huidige sportvelden en overige sportfuncties te verplaatsen naar deze locatie. De functie van sportvelden past bij het gebied, gezien daar al een ijs- en skeelerbaan is gesitueerd. Het gebied wordt ontsloten via de bestaande ontsluiting Opperdoezerpad. Onderzocht kan worden of dubbelgebruik van parkeren voor de sportvoorzieningen en het Oorlogsmuseum gecombineerd kan worden, gezien deze functies op korte afstand van elkaar liggen. Uitgangspunt is een open sportpark principe dat verbonden is met aantrekkelijke langzaamverkeersroutes door het sportpark, de stad en het landschap. Het verplaatsen van de sportparken zal niet rigoureus gebeuren, omdat de sportvelden op de huidige locatie net zijn aangelegd. Bij vernieuwingsopgaven op het huidige sportterrein biedt de locatie ‘Entree West’ kansen.

93

Transformatie bestaande sportterrein

94

4.7B Transformatie bestaande sportterrein De transformatie van het bestaande sportterrein hangt samen met ‘Entree West’. Wanneer de sportvelden worden verplaatst naar ‘Entree West’, ontstaat er op het huidige sportterrein ruimte voor woningbouw. Hierdoor kan de ruimte efficiënt worden benut, en kan er programma toegevoegd worden op korte afstand van bestaande voorzieningen, zonder uit te hoeven breiden buiten de huidige contouren van de stad. Aandachtspunt is de geluidszonering van het naastgelegen bedrijventerrein. Hiervoor is nader onderzoek nodig om woningbouw op de locatie mogelijk te maken. Het huidige sportterrein is een aantrekkelijke locatie met bestaande groenstructuren die een robuust groen raamwerk vormen voor de herontwikkeling. Langs de Braak liggen kansen om de langzaamverkeersverbinding te versterken en te verbinden met het nieuwe woongebied.

95

96

5. AANZET TOT BEELDKWALITEIT

97

98

Bron: Centrumvisie Beeldkwaliteit Medemblik, Urhahn (2021,niet vastgesteld)

05

AANZET TOT BEELDKWALITEIT Dit is een aanzet tot beeldkwaliteit voor de binnenstad van Medemblik. Tot er een uitgewerkt beeldkwaliteitsplan gemaakt is voor de binnenstad en eventueel ook andere deelgebieden in de stad, wordt deze ‘aanzet’ gebruikt bij de beoordeling van initiatieven en plannen. Voor het beeldkwaliteitsplan voor de binnenstad zijn richtlijnen voor terrassen, uitstallingen en reclame-uitingen een belangrijk onderdeel om de kwaliteit en samenhang van de binnenstad te versterken. 5.1 Richtlijnen bebouwing De ruimtelijke uitgangspunten, zoals beschreven in de ‘Welstandsnota Medemblik 2019’, vormen de basis voor de richtlijnen voor de bebouwing. In de nota zijn gebiedsgericht criteria opgenomen over de binnenstad van Medemblik. In het centrum van Medemblik liggen twee beschermde stadsgezichten, waarvan de historische waarde behouden dient te blijven. De waarde ligt in de historisch gegroeide en goed behouden samenhang tussen structuur en bebouwing. Voor het historische centrum geldt een bijzonder en deels een beschermd welstandsregime. Het beleid voor het gebied is gericht op versterking van de cultuur-historische waarde door historiserend te bouwen.

Welstandscriteria binnenstad van Medemblik Ligging • Gebouwen maken deel uit van een historische context met wisselende kavelbreedte; • Gebouwen richten zich op de belangrijkste weg met een entree aan de straat en hebben zo nodig een tweede voorgevel; • Rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg en zijn aaneengesloten met hier en daar kleine verspringingen; • Bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw of maken deel uit van de straatwand;

•

Geen dichte gevels, garages of bergingen aan de straat.

Bouwmassa • Per erf of kavel is er één hoofdmassa; • De gebouwen zijn individuele en afwisselende onderdelen van straatwanden met een eigen goothoogte en vlakke gevel (geen uitbouwen of uitkragende balkons); • Gebouwen bestaan uit een onderbouw tot drie lagen met een steil zadel- of schilddak of een mansardekap, waarvan de nok in beginsel dwars op de weg staat; • Enkellange aanbouwen en schuren kunnen platte daken hebben; • Bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm; • Op- en aanbouwen als erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en vormgegeven als toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa; • Voorkom schaalvergroting door bijvoorbeeld samenvoeging of grote aanbouwen. Architectonische uitwerking • De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, waarbij de traditionele architectuur van de klassieke panden als referentie dient voor eventuele nieuwbouw en historiserend bouwen uitgangspunt is; • In de architectuur ligt de nadruk op de voorgevel; • Bebouwing langs de hoofdstraat en havens rijk en gedetailleerd uitwerken, de panden in de zijstraten zijn net als de bijgebouwen eenvoudiger, maar met evenveel aandacht ontworpen; • In de opbouw van de gevel ligt de nadruk op de begane grond, die in beginsel hoger wordt uitgevoerd dan de verdiepingen, in lijn met de klassieke ordening; • De horizontale scheiding tussen onderbouw en kap benadrukken (niet onderbreken);

99

•

Gevelopeningen zijn staand en bij voorkeur niet hoger dan een verdieping;

•

Wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume; Dakkapellen, kroonlijsten en dergelijke vormgeven als zelfstandige elementen; Traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt.

• •

Materiaal en kleur • Materialen en kleuren zijn traditioneel; • Gevels zijn in hoofdzaak van roodbruine baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, eventueel gecombineerd met stuc of natuurstenen accenten; • Hellende daken van woningen voorzien van niet glimmende oranjerode of donkergrijze keramische pannen, die van bijgebouwen bij voorkeur ook; • Boven gevelopeningen bij voorkeur gemetselde lateien toepassen; • Bijgebouwen en aanbouwen bij voorkeur uitvoeren in roodbruine baksteen en anders in hout of een vergelijkbaar traditioneel materiaal; • De profilering en detaillering van traditionele kozijnen en boeiborden zijn uitgangspunt bij monumenten en karakteristieke panden; • Houtwerk schilderen: grote vlakken in traditionele kleuren als donkere groentinten, donkerblauw of grijzen, kleinere elementen in traditionele contrasterende lichte tinten, zoals gebroken wit dan wel lichtgroen of lichtgeel; • Kleuren zijn terughoudend en afgestemd op dat van de belendende panden.

Reclames en luifels • Reclames en luifels zijn terughoudend en bescheiden; • Reclames en luifels passen in de architectuur van het individuele pand en laten aan beide zijden van de gevel tenminste 0,30 meter vrij; • Reclames bij voorkeur uitvoeren in traditionele vormen, materialen en kleuren, zoals uithangborden, losse letters, belettering van kroonlijsten of bescheiden luifels boven entree- of etalagepartijen; • Reclames en luifels hebben een breedte van niet meer dan 50% van de gevelbreedte met een maximum van 3,0 meter en in beginsel een hoogte van niet meer dan 0,40 meter; • Reclames onder de lijn van de vensters op de eerste verdieping plaatsen. 100

Aanvullende welstandscriteria Voor het beschermd gezicht gelden de volgende aanvullende criteria voor kleine plannen: Aan- en uitbouwen • •

Aan- en uitbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen; De onderbouw van aan- en uitbouwen aan de achterzijde blijft onder de gootlijn van het hoofdgebouw.

Bijgebouwen en overkappingen • Bijgebouwen met een vloeroppervlak groter dan 6 m2 voorzien van een kap met een hellingshoek van tenminste 45 graden of gelijk aan die van het hoofdgebouw; • Gevels uitvoeren in roodbruine baksteen, pleisterwerk of hout; • Daken zijn voorzien van keramische pannen; • Platte daken zijn zoveel mogelijk groen; • Overkappingen zijn niet gewenst en in ieder geval onzichtbaar vanaf de openbare weg. Dakkapellen en dakramen • Dakkapellen en dakramen in het beschermde gezicht hebben gezamenlijk maximaal een breedte van een derde van het dakvlak; • De zijwangen van dakkapellen in zink of van wit of donker geschilderd hout; • Dakkapellen staan laag in het dakvlak of op de gootlijst; • Dakkapellen en dakramen blijven minimaal een meter onder de nok; • Dakkapellen en dakramen horizontaal lijnen; • Dakkapellen en dakramen verticaal oriënteren (staande kozijnen of kozijnindeling; geen strookramen). Kozijn en/of gevelwijzigingen • Kozijn- en gevelwijzigingen zijn niet gewenst, behalve wanneer het herstel betreft van historisch wenselijke eigenschappen; • Gevelopeningen zijn staand of hebben een verticale indeling;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=bcf8fecc-9350-4ec7-889c-ee9f7c60b0c4