01 DOC-24-823284 - Kerkenvisie (aangepaste versie, incl. erratum)
Tekst van het document
KERKENPAS POORT
Kerkenvisie van de gemeente Medemblik De kerken en hun torens, bakens in stad en land
Inhoud Inleiding
1.
2.
3.
4
Samenvatting
9
De gemeente Medemblik en haar kerken
10
1.1
15
De kerken en hun context
De kerkgebouwen
18
2.1
22
Een beschrijving van de kerkgebouwen
2.2
Bouwkundige staat
27
2.3
Monumentale kerken
28
2.4
Toekomstvisie kerkgebouwen
29
De torens
32
3.1
Een beschrijving van de torens
36
3.2
Bouwkundige staat
38
3.3
Monumentale torens
39
3.4
Rol van de gemeente
39
3.5
De waardering van de torens
40
3.6
Toekomstvisie torens
43
2
4.
De stedenbouwkundige waarde van de kerken
44
4.1
Een beschrijving van stedenbouwkundige waarde van de kerken
48
4.2
Toekomstvisie stedenbouwkundige waarde
53
Het gebruik en het sociale belang van de kerken
54
5.1
Een beschrijving van het gebruik van de kerken
58
5.2
De frequentie van kerkdiensten
59
5.3
Culturele instellingen in kerken
60
5.4
Toekomstperspectief
61
5.5
Dorps- en stadbewoners en hun kerk
62
5.6
Toekomstvisie gebruik van kerken
63
5.6.1
Samenwerking tussen gemeente en kerkeigenaar
63
5.6.2
Een herbestemmingsladder voor kerken
64
5.
6.
Handelingsperspectief
64
7.
Kerkenpaspoorten
68
Bronnen
286
Colofon
287
3
Inleiding De gemeente Medemblik beschrijft in deze kerkenvisie de gebedshuizen die op haar grondgebied staan, haar toekomstvisie op religieus erfgoed en wat zij kan doen om bij te dragen aan de toekomst van het religieus erfgoed in de gemeente Medemblik. De visie heeft betrekking op alle gebedshuizen die als zodanig gebouwd zijn, óók de kerken die leeghalen of herbestemd zijn. Een groot aantal kerkbesturen en -eigenaren ontving de gemeente en het onderzoeksteam dat deze visie opstelde met open armen en dacht mee over de toekomst van hun kerken. De gemeente Medemblik bestaat uit dorpen en een stad. De gemeente staat onder meer bekend om haar uitgestrekte landelijk gebied, haar dorpen met een veelal kleinschalig en dorps karakter en om de stad Medemblik, de oudste stad van Westfriesland. In totaal zijn er 36 gebedshuizen onder de loep genomen, gelegen in de stad Medemblik en in 16 dorpen. Zoals in heel Nederland is er ook in de gemeente Medemblik sprake van secularisatie. De toekomst van de kerk als gebedshuis staat daardoor onder druk. Kerkgemeenschappen worden kleiner en het aantal actieve leden neemt af. Het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers aan de kerk als geloofsinstituut te binden. Toch is de betrokkenheid bij de kerkgebouwen groot. De kerk vormt het middelpunt van het dorp, de wijk en de bewonersgemeenschap.
Velen willen bijdragen aan het behoud van het gebouw, ook als ze niet aan het kerkgenootschap verbonden zijn. Zo zijn er op meerdere plekken in de gemeente stichtingen waarvan de leden zich ontfermen over een kerkgebouw dat niet meer in gebruik is als gebedshuis. Zij zetten zich in voor de toekomst van de kerk in het dorp of de stad, als gebedshuis of op een andere wijze. Kerken zijn vaak letterlijk het middelpunt van het dorp of de wijk. De bebouwing is veelal rondom de kerk ontstaan. Kenmerkend voor de gemeente Medemblik is het grote aantal kerktorens – de ene hoog en spits, de andere vormgegeven als dakruiter. De kerken en de torens zijn bakens, ze zorgen ervoor dat het dorp of de stad vanuit de weide omtrek zichtbaar en herkenbaar is. Tegelijkertijd bieden ze uitzicht op naastgelegen dorpen, de structuur van de wijk en op de haven van de stad Medemblik. De gemeente Medemblik heeft een aantal kerktorens in eigendom. Deze kerktorens zijn in de gemeentelijke Nota Vastgoedbeleid 2023 aangeduid als ‘niet-kernportefeuille’, wat betekent dat wordt nagedacht over het afstoten van deze torens. Dit was de aanleiding om de torens te inventariseren en te onderzoeken hoe de gemeente in de toekomst met haar torens om kan gaan. Ook dit aspect van het religieus erfgoed komt in deze kerkenvisie aan de orde. Locatiebezoek Doopsgezinde Vermaning in Twisk.
4
5
Hoe de kerkenvisie tot stand kwam In deze kerkenvisie wordt in kaart gebracht van welke kerken in de gemeente Medemblik de toekomst onzeker is en onderzocht hoe de gemeente de eigenaren kan helpen bij het in stand houden van de kerken. Daarvoor zijn gesprekken gevoerd met 25 kerkbesturen en -eigenaren, tijdens deze gesprekken zijn ook gelijk de kerken bezocht. Hierbij werd de bouwkundige staat van de kerkgebouwen en torens met het blote oog beoordeeld. Van sommige kerken waren bouwkundige rapporten beschikbaar, hiervan kon de bouwkundige staat nauwkeuriger in kaart gebracht worden. Ook zijn de stedenbouwkundige waarden van de kerkgebouwen onderzocht en is informatie over het gebruik van de kerkgebouwen verzameld. Helaas konden elf kerkgebouwen niet bezocht worden doordat er niet werd meegewerkt aan het onderzoek. Deze kerkgebouwen zijn wel meegenomen in het onderzoek door een bezichtiging van het exterieur en door middel van bureauonderzoek. Helaas ontbreekt van deze kerken de inbreng vanuit de kerkbesturen en -eigenaren. Wellicht ontstaat er naar aanleiding van de publicatie van deze visie toch nog contact tussen de gemeente en deze elf kerkeigenaren. Wellicht zal dan de inventarisatie van alle 36 gebedshuizen compleet gemaakt worden. Tot slot zijn er gesprekken gevoerd met verschillende medewerkers van de gemeente Medemblik.
Zij hebben vanuit verschillende vakgebieden en perspectieven gereflecteerd op de kerkenvisie en ervoor gezorgd dat de ambities in de kerkenvisie aansluiten op ander gemeentelijk beleid.
6 4
Overzicht kerkgebouwen in de gemeente Medemblik Kerkgebouw
Plaats
Bouwjaar
Voormalige Hervormde Kerk, het Witte Kerkje
Abbekerk
ca. 1500
Voormalige Gereformeerde Kerk
Andijk
1863
Voormalige Oosterkerk
Andijk
1873
Buurtjeskerk
Andijk
1667
De Kapel
Andijk
1928
Gereformeerde Kerk
Andijk
1929-1930
Onze Lieve Vrouw Middelares
Andijk
1973
Het Witte Kerkje
Benningbroek
1500-1600
Nicolaaskerk
Hauwert
1450-1500
Het Groene Kerkje
Lambertschaag
ca. 1500
Voormalige Evangelisch Lutherse Kerk
Medemblik
1710
Voormalige Gereformeerde Kerk
Medemblik
1939
Bonifaciuskerk
Medemblik
1400-1425
Heilige Martinus
Medemblik
1902-1904
Doopsgezinde vermaning
Medemblik
1500-1600
Fatih Moskee
Medemblik
2017
Voormalige synagoge
Medemblik
1808
Voormalige Hervormde Kerk
Midwoud
1988
Voormalige Nederlandse Hervormde Kerk, ‘Bessie’
Nibbixwoud
1834
Heilige Cunera
Nibbixwoud
1877
Heilige Gerardus Majella
Onderdijk
1929
Voormalige Toeristenkerk
Onderdijk
1960
Protestantse Kerk
Oostwoud
1753
Eben Haëzer
Opperdoes
1929
Christelijke Gereformeerde Kerk
Opperdoes
1938
Voormalige Gereformeerde Kerk, Protestantse Kerk
Opperdoes
1869
Dorpskerk
Opperdoes
ca. 1525
Protestantse Kerk
Sijbekarspel
1400-1500
Doopsgezinde Vermaning
Twisk
1867
Voormalige Hervormde Kerk, Theaterkerk HEMELS
Twisk
1375-1400
Voormalige Hervormde Kerk
Wervershoof
1909
Heilige Werenfridus
Wervershoof
1874-1875
Heilige Hiëronymus
Wognum
1970
Protestantse Kerk
Wognum
1400-1450
Heilige Jozef
Zwaagdijk-Oost
1954
Voormalige Heilige Jacobus de Meerdere
Zwaagdijk-West
1929
7
Samenvatting De kerken in de gemeente Medemblik vertegenwoordigen een rijke religieuze geschiedenis en zijn van grote betekenis, niet alleen voor gelovigen maar ook voor de bredere gemeenschap. Ze dienen samen met de torens als herkenningspunten, zijn architectonisch bijzonder en symboliseren belangrijke levensgebeurtenissen. De gemeente Medemblik heeft alle kerken op haar grondgebied in kaart gebracht. In totaal zijn er 36 gebedshuizen onder de loep genomen, gelegen in de stad Medemblik en in 16 dorpen. Veel kerkgebouwen staan op de plek waar eerder een (houten) voorganger stond. Omdat er veel oude kerken zijn in de gemeente, zijn er ook veel torens, kerkhoven en begraafplaatsen. Het oudste kerkgebouw is de voormalige Hervormde Kerk in Twisk uit circa 1375 (gebouwd als katholieke kerk). Het jongste gebedshuis is de Fatih Moskee in Medemblik uit 2017. De meeste kerken in de gemeente zijn van grote waarde voor de dorpen en de stad Medemblik, met name de oudere kerken. De kerken variëren in bouwperiode, van eeuwenoud tot recent, en tonen verschillende architecturale stijlen en interieurs. Veel kerken bevatten waardevolle historische interieurelementen zoals orgels, kerkbanken en religieuze kunstobjecten.
Hoewel sommige kerken als rijksmonument zijn aangewezen, maken veel kerkeigenaren zich zorgen over het toekomstige behoud van de kerk vanwege onderhoudskosten en afnemend gebruik. De gemeente Medemblik streeft naar het behoud van de kerken in de gemeente, waarbij ze niet-beschermde kerken wil laten onderzoeken op erfgoedwaarden en passende beschermingsmaatregelen wil nemen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het verduurzamen van deze historische panden en het behoud van waardevolle interieurelementen.
Markt in de Bonifaciuskerk in Medemblik.
De torens worden erg belangrijk gevonden door de kerkgemeenschap én door dorpsbewoners. Samen met de kerkgebouwen zijn het bakens in stad en land. Van de 27 torens zijn er 14 deel van rijksmonumentale kerkgebouwen, één losstaande toren is apart beschermd als provinciaal monument. 7 torens zijn in eigendom van de gemeente Medemblik. De gemeente speelt een cruciale rol bij het beheer en onderhoud van deze torens. Ze draagt tevens bij aan het onderhoud van 2 torens die niet in haar eigendom zijn. Hoewel de gemeente het belang van de torens erkent en positief staat tegenover haar eigenaarschap, staat zij open voor verkoop aan initiatiefnemers die een passende functie kunnen bieden en garanties kunnen geven voor het behoud van de toren. Kerken zijn van oorsprong centrale punten in de stad, dorp of wijk. De stedenbouwkundige waarde is dan ook groot. De kerken in de gemeente Medemblik dragen in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit, aan het historische karakter van de dorpskernen en de stad en dikwijls aan het groene karakter hiervan. Bijvoorbeeld door de aanwezigheid van begraafplaatsen, tuinen en pleinen. Als het gebruik van het kerkgebouw wijzigt, kan dit van invloed zijn op de stedenbouwkundige waarde.
De gemeente streeft naar behoud van deze waarden, ook bij herbestemming, en laat onderzoeken welke instrumenten van de Omgevingswet zij kan gebruiken om deze waarden te waarborgen.
8
De kerken zijn van sociaal-maatschappelijk belang als gebedshuis, maar ook voor mensen die de dienst niet volgen is sprake van verbondenheid door het openbare karakter van de kerken, hun centrale ligging in het dorp of de wijk, de iconische waarde en de historische waarde van de gebouwen. In de gemeente Medemblik hebben kerken verschillende functies, waaronder religieus, cultureel-maatschappelijk, retail, wonen en horeca. 16 kerken is reeds herbestemd. 6 kerken vervullen nu een culturele functie, waar activiteiten zoals toneelstukken en workshops plaatsvinden, zij het met concurrentie van andere culturele instellingen. Het grootste deel van de kerken – 20 kerkgebouwen – is religieus in gebruik. Het vinden van vrijwilligers voor activiteiten in de kerken is een uitdaging. Mede hierdoor en vanwege het afnemende gebruik van kerkgebouwen en de toenemende gebruikskosten is het voortzetten van de huidige functie niet altijd zeker. Het toekomstperspectief varieert per kerk, in 9 gevallen wordt nu nagedacht over verkoop en/ of herbestemming van het kerkgebouw. De gemeente ondersteunt bij herbestemmingsprocessen en benadrukt het belang van kerken voor de sociale cohesie. De herbestemmingsladder prioriteert publieke en sociaal-maatschappelijke functies voor kerken, gevolgd door semiopenbare, semiprivate en private functies.
De gemeente streeft bij herbestemming naar behoud van monumentale waarden. Het handelingsperspectief biedt een overzicht van wat de gemeente kan (laten) doen om bij te dragen aan de toekomst van het religieus erfgoed in de gemeente Medemblik.
9
1 De gemeente Medemblik en haar kerken
Abbekerk door Spilman, H. (1721-1784), Noord-Hollands Archief
10
11
Overzichtskaart kerken in de gemeente Medemblik Denominatie Algemene Doopsgezinde Sociëteit Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland Gereformeerde Gemeenten Islamitisch Protestants (PKN) Rooms-Katholiek Onttrokken aan de eredienst Dorpsgrens
12
13
1 De gemeente Medemblik en haar kerken De gemeente Medemblik is rijk aan religieus erfgoed. Dit hoofdstuk gaat over de geschiedenis en de context van het religieuze leven en erfgoed in de gemeente.
1.1 De kerken en hun context De gemeente Medemblik ligt in Westfriesland en bestaat uit de stad Medemblik en de dorpen en gehuchten in het landelijk gebied. De meeste nederzettingen in het westen van het huidige Noord-Holland lagen op het hoger gelegen strandwallengebied. In het lager gelegen Westfriesland waren enkele dorpen op de hoger gelegen kreekruggen gevestigd. De zee had hier lange tijd vrij spel en nadat het zeegat van Bergen gesloten was (ca. 1300 v. Chr.) ontstond er een dikke laag veen. De geologische ondergrond was bepalend voor de ontwikkeling van het gebied en ook voor de kerkenbouw. De bewoners ontgonnen het veen. Vanuit de natuurlijke veenstroompjes werden sloten gegraven het veen in, om het overtollige water af te voeren. Daarmee werden smalle en lange kavels drooggelegd. Door de veenontginningen veranderde het landschap ingrijpend – het natte veengebied werd een in cultuur gebracht weide- en bouwlandgebied. Door deze ingrepen klonk de bodem in waardoor die daalde en het land steeds vaker kampte met wateroverlast. Daartegen werden kaden opgeworpen. Uiteindelijk werden de langgerekte kavels steeds verder naar achteren ontgonnen. Hierbij werden boerderijen en soms zelfs hele nederzettingen mee verplaatst. Ook kerken werden afgebroken en een stukje verderop op hoger gelegen grond herbouwd.
Door de veenontginningen en de bijbehorende bodemdaling kwamen oude kreekruggen bloot te liggen. De ontdekking van een oude kreekrug was vaak de aanleiding om nederzettingen en hun kerken te verplaatsen naar de betere locatie op de hoge kreekrug. Er zijn archeologische sporen gevonden die wijzen op voormalige kerklocaties, maar hoeveel verdwenen kerken er in Westfriesland zijn en waar ze precies hebben gestaan, is niet met zekerheid te zeggen. Het enige vastgestelde voormalige kerkterrein van een verlaten dorpslint is dat van Benningbroek, dat aan de Broerdijk lag.
Schilderijen in de Heilige Hiëronymuskerk in Wognum van voorgaande kerken.
In de gemeente Medemblik staan 36 kerkgebouwen uit verschillende periodes. Veel van de huidige kerkgebouwen staan op de plek waar eerder een (houten) voorganger stond. Omdat de gemeente veel oude kerken heeft, zijn er ook veel torens, kerkhoven en begraafplaatsen. De ouderdom van de eerste kerken wordt geschat aan de hand van het bouwmateriaal. In bestaande kerken is bijvoorbeeld hergebruikt tufsteen gevonden, wat erop wijst dat de eerste stenen kerken in dit gebied uit de vroege middeleeuwen stammen. Mogelijk waren er daarvoor nóg oudere houten kerken te vinden. Het oudste kerkgebouw in de gemeente is de voormalige Hervormde Kerk in Twisk uit circa 1375, destijds gebouwd als katholieke kerk.
14
15
De strijd tussen protestanten en katholieken tijdens de Tachtigjarige Oorlog is voor elke Nederlandse gemeente een belangrijke paragraaf in de religieuze geschiedenis. Tot een echte beeldenstorm is het in Westfriesland echter niet gekomen. Na de reformatie werden er voor katholieke parochies schuilkerken gebouwd. De Doopsgezinde vermaning in Medemblik uit de zestiende eeuw, is de enige bewaard gebleven schuilkerk uit deze periode in de gemeente. Na 1600 stokte de bouw van nieuwe kerken. Tussen 1600 en 1850 werden er slechts vier kerken gebouwd.
In de nieuwe tijd echter, de tweede helft van de negentiende eeuw, beleefde het landelijk gebied van Westfriesland een economische bloeitijd. De industriële revolutie deed haar intrede, met name in de landbouw. De sector maakte een schaalvergroting door en door de komst van het stoomgemaal konden boeren het land beter drooghouden en intensiever bewerken. De agrarische sector maakte zodoende een enorme groei door. Het gebied werd ontsloten met betere wegen en met spoorlijnen. Door de toename van de welvaart en werkgelegenheid konden dorpen groeien en werden er naast boerderijen ook scholen, winkels, rentenierswoningen en natuurlijk kerken gebouwd. In deze bloeiperiode zijn in de gemeente Medemblik zeven kerken gebouwd. Een volgende belangrijke bouwfase volgde in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de stad Medemblik vonden vlak buiten het oude centrum de eerste kleinschalige uitbreidingen plaats, wat aanleiding was tot de bouw van nieuwe kerken. In de dorpen bleven uitbreidingen nog uit, maar er was wel sprake van verdichting langs de linten. Ook hier zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw meerdere kerken gebouwd. In de jaren zestig en zeventig kreeg de woningbouw in de gemeente een stevige impuls. In Medemblik en in dorpen zoals Wervershoof, Abbekerk, Midwoud en Wognum kwamen grote uitbreidingen tot stand.
Ondanks het grote aantal nieuwe huizen, kwamen er in de naoorlogse periode maar weinig kerken bij. Het is bovendien opvallend dat de naoorlogse kerken allemaal in de dorpen kwamen, blijkbaar was er in de uitbreidingswijken van de stad Medemblik geen behoefte aan nieuwe gebedshuizen. Rond de eeuwwisseling was het aantal islamitische migranten toegenomen, waardoor er behoefte was aan een moskee. Het jongste gebedshuis in gemeente Medemblik is dan ook een moskee uit 2017, gelegen in de stad Medemblik.
Almersdorp Almersdorp is een verdwenen dorp in de gemeente Medemblik. Het dorp lag in de middeleeuwen waarschijnlijk op de plek van de rotonde bij de Almersdorperweg en de Westfriese Omringdijk. De oudste vermelding dateert uit 1310, als ‘Almerdorp’ opduikt in een handvest van de Hollandse graaf Willem III. Na een stormvloed in 1334, de SintClemensvloed, verdween een deel van Almersdorp in de golven. Hierna werd besloten tot de aanleg van een inlaagdijk tussen Medemblik en Barsingerhorn. De meeste huizen van Almersdorp die de eerste stormvloed hadden overleefd, kwamen hierbij op het buitendijkse voorland te staan. Rond 1450 werd dit gebied grotendeels door het zeewater opgeslokt. Het dorp is door de watersnood steeds verder naar het zuiden verplaatst, om ten slotte in de zestiende eeuw op zijn laatste locatie te komen. In 1514 registreerde het gewest Holland in ‘Upperdoes’ 28 haardsteden ‘mit een huys te Almerdorp’. Opperdoes en Almersdorp hoorden op dat moment bestuurlijk bij elkaar, al hadden ze nog elk een eigen kerk of kapel, te zien op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. Later deelden de dorpen één kerkgebouw in Opperdoes. Uiteindelijk is Almersdorp verdwenen (zie ook: Oneindig NoordHolland, onh.nl). In de jaren zestig van de twintigste eeuw werden tijdens graafwerk nabij de Westfriese Omringdijk botresten en een voormalig kerkhof gevonden.
In 2015 volgde een uitgebreid archeologisch onderzoek vanwege de aanleg van de rotonde. Hierbij werden ook kloostermoppen gevonden van de kerk die rond 1335 herbouwd moet zijn op deze plek. Het kunstwerk op de rotonde verwijst naar het verdwenen dorp en zijn kerk (zie ook: youmedemblik.nl).
16
17
2 De kerkgebouwen
Detailfoto van Het Groene Kerkje in Lambertschaag.
18
19
Gebouwenkaart Beschermingsregime Rijksmonument Karakteristiek pand
ca. 1525
De kerk heeft geen monumentenstatus, de toren is provinciaal monument Geen beschermingsregime
1929
1938
1869
20
21
Bouwperiode
2 De kerkgebouwen Al vanaf de middeleeuwen worden er kerken gebouwd in de gemeente Medemblik en het kerkenbestand maakt dan ook een lange en boeiende religieuze geschiedenis zichtbaar. Kerken zijn van betekenis voor veel mensen, ook voor niet-gelovigen, omdat ze een herkenningspunt vormen, architectonisch bijzonder zijn en symbool staan voor levensgebeurtenissen zoals doop, huwelijk en begrafenis. Kerken zijn typologisch makkelijk te herkennen aan onder meer hun volume en ruimtelijkheid, aan de torens, monumentale entrees, monumentale (glas-in-lood)ramen, religieuze afbeeldingen in de vorm van schilderingen, houtsnijwerk en beeldhouwwerk. Oude kerken bevatten bovendien waardevolle bouwkundige elementen zoals origineel muurwerk, de dakconstructie en -bedekking en originele vloeren. Ook komen in veel kerken waardevolle roerende goederen voor zoals orgels, preekstoelen, kerkbanken, kroonluchters, doopvonten en religieuze kunstobjecten. Deze kerkenvisie inventariseert wat voor soort kerken er in de gemeente Medemblik zijn, uit welke bouwperiode zij stammen, hoe de bouwkundige staat is en hoeveel monumentale kerken er zijn. Daarmee werkt de gemeente aan een compleet beeld van het kerkenbestand, zodat ze weet ‘wat ze in huis heeft’ en hoe ze als gemeente in de toekomst op het behoud en beheer van de kerkgebouwen wil toezien.
Middeleeuwen Zestiende eeuw Zeventiende eeuw Achttiende eeuw Negentiende eeuw Twintigste eeuw Eenentwintigste eeuw 0
4
6
8
10
12
14
16
18
Aantal
Acht kerkgebouwen stammen uit de negentiende eeuw. Het grootste deel van de kerken in de gemeente Medemblik werd in de twintigste eeuw gebouwd: veertien kerkgebouwen stammen uit deze periode. Het jongste gebedshuis is in de 21ste eeuw gebouwd: de Fatih Moskee uit 2017.
Bouwjaar Veel kerken in de gemeente Medemblik zijn eeuwenoud of gebouwd op de plek waar vermoedelijk eerder al een (houten) kerk stond. De kerken vormen een centraal punt in de dorpskern, het dorp groeide rondom de kerk. In de stad Medemblik staan de kerken vooral in de historische binnenstad. In de gemeente staan vijf kerken uit de late middeleeuwen. De oudste staat in Twisk, dit is de voormalige Hervormde Kerk uit 1375-1400 (gebouwd als katholieke kerk). In Medemblik staat de Bonifaciuskerk uit circa 1400-1425 en ook de voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk en de Protestantse Kerk in Sijbekarspel en Wognum stammen van vóór 1500. Vijf kerkgebouwen stammen uit de zestiende eeuw. In de zeventiende eeuw werd de Buurtjeskerk in Andijk gebouwd, het kerkgebouw stamt uit 1667. Twee kerken werden gebouwd in de achttiende eeuw: de voormalige Evangelische Lutherse kerk in Medemblik uit 1710 en de Protestantse Kerk in Oostwoud uit 1753.
Bouwvlak De kerkgebouwen in de gemeente Medemblik variëren in formaat. De grootte bepaalt de capaciteit en het gebruik van het kerkgebouw. De oppervlakte van de kerkgebouwen is in kaart gebracht en onderverdeeld in drie categorieën: • Klein: 21 kerken hebben een oppervlakte van minder dan 350 vierkante meter. De voormalige synagoge is het kleinste kerkgebouw in de gemeente: circa 78 vierkante meter. • Middel: zeven kerken met een oppervlakte tussen 351 en 600 vierkante meter vallen onder de categorie middel. • Groot: de gemeente heeft acht kerken met een oppervlakte van meer dan 600 vierkante meter. De Heilige Werenfridus in Wervershoof is het grootste kerkgebouw in de gemeente: circa 1051 vierkante meter. De meeste kerken in de gemeente zijn van klein formaat. Deze kerken staan vooral in de dorpen, maar komen ook in de stad Medemblik voor. Vooral de middeleeuwse kerken zijn van klein formaat. Er is vaak veel ruimte rondom de kleinere kerken, met bijvoorbeeld een tuin, plein of begraafplaats, waardoor ze toch van stedenbouwkundig belang zijn. De meeste grote kerken stammen uit de negentiende en twintigste eeuw. De Bonifaciuskerk in Medemblik is hierop een uitzondering, deze kerk is een van oudste en grootste kerken in de gemeente. Grote kerken hebben doorgaans een grotere impact op hun omgeving dan kleine en middelgrote kerken.
Grote kerken maken bijvoorbeeld vaak deel uit van een religieus complex met bijvoorbeeld een pastorie, (zondags)school of verenigingsgebouw, tuin, plein en begraafplaats. Het formaat van de kerk draagt bij aan de zichtbaarheid van het gebouw en aan de stedenbouwkundige waarde voor het dorp of de wijk. Datzelfde geldt voor de inrichting van de ruimte rondom de kerk en de aanwezigheid van andere religieuze gebouwen bij de kerk.
22
23
2.1 Een beschrijving van de kerkgebouwen
Narthex Schip Zijbeuk Torens
Portiek Transept Viering
Apsis Straalkapel Priesterkoor Kooromgang
Voorbeeldplattegrond kerkzaal gotische kerkenbouw (ca. 1140-1500). Bron: Wikipedia. Interieur van de Gereformeerde Kerk in Andijk.
Indeling en nevenruimtes De indeling van kerken hangt samen met hun ouderdom, de regio en de geloofstraditie. Oudere kerken hebben vaak een centrale kerkzaal, de grootste ruimte in de kerk, veelal ingericht met een koor met altaar, schip met preekstoel en het oksaal met orgel. Nevenruimtes zijn ondergeschikt aan de kerkzaal. Door de jaren heen veranderde de positie van het geloof in de samenleving, en daarmee het kerkgebouw en zijn indeling. Zo zijn de post 65-kerken (uit de periode 1965-1980) gebouwd volgens drie criteria: een kerk moest toegankelijk zijn en midden in de samenleving staan, flexibel zijn in gebruik en indeling, en terughoudend in vormgeving. Hoewel de kerkzaal ook bij deze kerken de grootste ruimte is, namen nevenruimtes in grootte en belang toe, omdat steeds meer waarde werd gehecht aan het sociale aspect en de organisatie van nevenactiviteiten. Het interieur Kerkinterieurs zijn in veel gevallen onlosmakelijk verbonden met de architectuur van de kerk en vertellen iets over de religieuze geschiedenis en functie van het gebouw. Tijdens locatiebezoeken is in kaart gebracht welke historische interieuronderdelen er nog aanwezig zijn in de kerk. Onder historische interieuronderdelen worden onder meer verstaan kerkbanken, schilderingen, kroonluchters en preekstoelen.
Van elf kerkgebouwen is onbekend of er historische interieurelementen aanwezig zijn omdat het interieur niet bezocht kon worden. Van twintig kerkgebouwen is wel bekend dat er nog historische interieurelementen aanwezig zijn. Dit zijn vooral de oudere kerken waarvan het grootste deel – op vijf na – beschermd is als rijksmonument. De kerken waar het historisch interieur nog aanwezig is, hebben een religieuze of cultureel-maatschappelijke functie. Het
24
gebruik heeft weinig tot geen aanpassingen aan het interieur gevraagd. De vijf onbeschermde kerken waar nog historische interieurelementen aanwezig zijn, zijn: • De Kapel in Andijk • De Heilige Gerardus Majella in Onderdijk • De Protestantse Kerk in Opperdoes • De Heilige Hiëronymuskerk in Wognum • De Heilige Josefkerk in Zwaagdijk-Oost In de Heilige Gerardus Majella staan nog de oorspronkelijke kerkbanken uit 1929, en ligt er origineel gekleurd tegelwerk op de vloer van de kerkzaal. De Protestantse Kerk in Opperdoes heeft nog de kerkbanken uit 1939, net als oorspronkelijk houtwerk in het gewelf. Het interieur van de Heilige Josefkerk is tevens in oorspronkelijke staat, waaronder de kerkbanken uit 1954 en religieuze beelden aan de muren. Van vijf kerkgebouwen is bekend dat er na verbouwingen geen historische interieurelementen meer aanwezig zijn. Deze vijf kerkgebouwen hebben een bedrijfs- en/of woonfunctie. Zo is het interieur van de voormalige Gereformeerde Kerk in Medemblik verloren gegaan toen de kerk in gebruik werd genomen als muziekstudio. De kerkzaal inclusief interieur van de Hervormde Kerk in Midwoud is verwoest bij een brand. Toen de kerkzaal werd herbouwd en in gebruik werd genomen als woning was het historische interieur dus al niet meer aanwezig.
In de voormalige Heilige Jacobus de Meerdere Kerk in Zwaagdijk-West zijn appartementen gerealiseerd, waarbij het oorspronkelijke interieur verloren is gegaan. Ook de voormalige Toeristenkerk in Onderdijk is verbouwd naar woning, van het oorspronkelijke interieur rest enkel nog een kluis. De voormalige Gereformeerde Kerk in Andijk is herbestemd tot woning en bedrijfsruimte, het oorspronkelijke interieur is verdwenen.
25
Orgels In minstens 21 kerkgebouwen in de gemeente Medemblik staat een orgel. Het gaat om een grote diversiteit aan orgels, van verschillende bouwjaren en makers. Vaak is het orgel door de jaren heen al eens vervangen, staat er een tweedehands orgel, of is het meegenomen uit het kerkgebouw waar de gemeenschap eerder kerkte. Het bouwjaar van het orgel en dat van de kerk komen hierdoor vaak niet overeen. Zo is het Groene Kerkje in Lambertschaag gebouwd in circa 1500 en stamt het orgel – geproduceerd door Firma van Dam – uit 1866. In de Bonifaciuskerk uit circa 1400-1415 staat een orgel uit 1671, gebouwd door Pieter Backer. De orgels in de oudere kerken zijn veelal voorzien van een houten ombouw, mee geschilderd in de kleuren van het interieur van de kerk. De wederopbouwkerken hebben vaak een losstaand orgel van kleiner formaat. Bij de rijksmonumenten zijn de orgels mee beschermd met het interieur. Orgels in kerken zonder monumentenstatus zijn onbeschermd. In de gemeente zijn dat de orgels in De Kapel in Andijk, de Heilige Gerardus Majella in Onderdijk, de Protestantse Kerk in Opperdoes, de Heilige Hiëronymuskerk in Wognum en de Heilige Josefkerk in Zwaagdijk-Oost. Niet alle orgels zijn functioneel, maar altijd zijn het beeldbepalende elementen in het interieur van de kerk.
In de voormalige Hervormde Kerk (het Witte Kerkje) in Abbekerk en de voormalige Hervormde Kerk (Theaterkerk HEMELS) in Twisk staan orgels die niet meer bespeeld kunnen worden. Onderhoud en restauratie van orgels is specialistenwerk en dan ook kostbaar. Voor het orgel in de Bonifaciuskerk is een stichting opgericht voor het onderhoud: Stichting Pieter Backer Orgel Bonifaciuskerk Medemblik. In veel gesprekken met de kerkbesturen en -eigenaren bleek dat zij zich zorgen maken over de hoogte van de onderhouds- en restauratiekosten. Daarnaast zijn er steeds minder mensen die een kerkorgel kunnen bespelen. Subsidies voor onderhoud en restauratie Onder bepaalde voorwaarden kunnen kerkeigenaren aanspraak maken op subsidies voor onderhoud. Acht kerkeigenaren maken daar gebruik van, hun kerken zijn alle zijn beschermd als rijksmonument. Er wordt gebruikgemaakt van rijks-, provinciale en gemeentelijke subsidies, waaronder de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten (SIM). De kerkbesturen en -eigenaren vragen zelf de subsidies aan, meestal houdt één bestuurslid of vrijwilliger zich hiermee bezig. Negen kerkeigenaren maken geen gebruik van subsidies voor onderhoud, waaronder die van de voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk en de Protestantse Kerk in Sijbekarspel. Dit zijn rijksmonumenten, maar desondanks worden er geen subsidies voor onderhoud aangevraagd.
De redenen zijn een wisseling in het kerkbestuur of het ontbreken van de noodzaak tot onderhoud. Van de overige kerken is niet bekend of daar gebruikgemaakt wordt van subsidies. Tijdens de gesprekken met de kerkbesturen en -eigenaren is gevraagd naar de mogelijkheden voor verduurzaming van het kerkgebouw. Vaak is het hun onduidelijk of er subsidies beschikbaar zijn bij de gemeente of elders, daarbij wordt gedacht dat verduurzamingsingrepen überhaupt niet mogelijk zijn omdat het een historisch kerkgebouw en/of monument betreft. De eigenaren van bewoonde kerken en kerken met een culturele functie weten vaak ook niet waar zij aanspraak op kunnen maken. Een deel van de bewoonde kerken heeft geen monumentenstatus en op maatschappelijke subsidies kan geen aanspraak worden gemaakt. In sommige gevallen willen de eigenaren een onderdeel van de kerk laten restaureren, zoals de toren of de kerkklok. Zonder subsidie wordt dat echter te kostbaar gevonden.
26
Bouwkundige staat Goede staat Redelijke staat Slechte staat Onbekend 0
5
10
15
20
Aantal
2.2 Bouwkundige staat De kerkeigenaren werd tijdens de gesprekken gevraagd hoe zijzelf de bouwkundige staat van de kerk zien. Daarnaast beoordeelden de onderzoekers met het blote oog de bouwkundige staat van de torens. Daarbij keken ze met name naar scheurvorming in het metselwerk en beschadigingen aan goten en kozijnen. De beoordeling of de kerk in goede, redelijke of slechte staat verkeert, is dus niet gebaseerd op een officiële bouwkundige inspectie. Van dertien kerken is de bouwkundige staat onbekend, deze gebouwen zijn niet bezocht of er was geen informatie over de bouwkundige staat beschikbaar. Uit deze inventarisatie blijkt dat achttien kerken in een goede staat van onderhoud verkeren. Het muurwerk vertoont geen scheuren, de is kap wind- en waterdicht en kozijnen en details zijn goed onderhouden. Ook het interieur van deze kerken verkeert in een goed onderhouden staat. Vier kerken verkeren in een redelijke staat. Deze kerken zijn wind- en waterdicht en het muurwerk is in orde. Wel kan sprake zijn van achterstallig onderhoud, bijvoorbeeld aan het interieur, kozijnen, dakgoten of ornamenten. Deze vier zijn: • De voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk • De Bonifacius in Medemblik • De Heilige Werenfridus in Wervershoof • De Protestantse Kerk in Wognum Eén kerkgebouw is in slechte staat, de Heilige Gerardus Majella in Onderdijk.
De kerk is wind- en waterdicht gemaakt, maar door langdurig achterstallig onderhoud is de kapconstructie aangetast. De huidige eigenaar heeft geen plannen om het onderhoud uit te voeren omdat het gebouw verkocht wordt.
27
2.3 Monumentale kerken Zeventien kerken zijn aangewezen als rijksmonument. Alle middeleeuwse en zestiende-eeuwse kerken zijn rijksmonumenten, net als een aantal kerkgebouwen uit de achttiende en negentiende eeuw. De jongste rijksmonumenten stammen uit het begin van de twintigste eeuw: de Gereformeerde Kerk in Andijk (1929-1930) en de Heilige Martinus in Medemblik (1902-1904).
Kerken zonder status
Plaats
Bouwjaar
Buurtjeskerk
Andijk
1667
Voormalige Gereformeerde Kerk
Andijk
1863
De Kapel
Andijk
1928
Onze Lieve Vrouw Middelares
Andijk
1973
Fatih Moskee
Medemblik
2017
Rijksmonumenten
Plaats
Bouwjaar
Voormalige Hervormde Kerk *
Midwoud
1988
Voormalige Hervormde Kerk, het Witte Kerkje
Abbekerk
ca. 1500
Voormalige Nederlandse Hervormde Kerk, ‘Bessie’
Nibbixwoud
1834
Gereformeerde Kerk
Andijk
1929-1930
Heilige Cunera
Nibbixwoud
1877
Het Witte Kerkje
Benningbroek
1500-1600
Heilige Gerardus Majella
Onderdijk
1929
Nicolaaskerk
Hauwert
1450-1500
Voormalige Toeristenkerk
Onderdijk
1960
Zwaagdijk-Oost
1954
Het Groene Kerkje
Lambertschaag
ca. 1500
Heilige Jozef
Voormalige Evangelisch Lutherse Kerk
Medemblik
1710
Voormalige Heilige Jacobus de Meerdere
Zwaagdijk-West
1929
Bonifaciuskerk
Medemblik
1400-1425
Heilige Hiëronymus
Wognum
1970
Heilige Martinus
Medemblik
1902-1904
Voormalige Hervormde Kerk
Wervershoof
1909
Doopsgezinde vermaning
Medemblik
1500-1600
Eben Haëzer
Opperdoes
1929
Voormalige synagoge
Medemblik
1808
Christelijke Gereformeerde Kerk
Opperdoes
1938
Protestantse Kerk
Oostwoud
1753
Voormalige Gereformeerde Kerk, Protestantse Kerk
Opperdoes
1869
Dorpskerk
Opperdoes
ca. 1525
Protestantse Kerk
Sijbekarspel
1400-1500
Doopsgezinde Vermaning
Twisk
1867
Voormalige Hervormde Kerk, Theaterkerk HEMELS
Twisk
1375-1400
Heilige Werenfridus
Wervershoof
1874-1875
Protestantse Kerk
Wognum
1400-1450
De toren van de voormalige Hervormde Kerk in Midwoud is aangewezen als provinciaal monument. Er zijn geen gebedshuizen beschermd als gemeentelijk monument, doordat deze tot nu toe geen onderdeel uit hebben gemaakt van een inventarisatie naar potentiële monumenten. Wel heeft de gemeente de voormalige Oosterkerk in Andijk en de voormalige Hervormde Kerk in Medemblik aangemerkt als ‘karakteristiek pand’. Kerken met aanduiding karakteristiek pand
Plaats
Bouwjaar
Voormalige Gereformeerde Kerk
Medemblik
1939
Voormalige Oosterkerk
Andijk
1873
Van de 36 kerken in de gemeente Medemblik hebben er 17 geen erfgoedstatus. Hoewel deze kerkgebouwen niet als monument zijn beschermd, bevatten veel van deze kerkgebouwen mogelijk wel erfgoedwaarden, bijvoorbeeld vanwege het cultuurhistorische verhaal van de gebouwen of vanwege architectonische en/of stedenbouwkundige waarden.
28
* De Voormalige Hervormde Kerk heeft geen monumentenstatus, de toren is aangewezen als provinciaal monument.
2.4 Toekomstvisie kerkgebouwen De meeste kerken in de gemeente Medemblik zijn van grote waarde voor de dorpen en de stad Medemblik, met name de oudere kerken. Het zijn gebouwen met een bijzondere architectuur, ankerpunten in het landschap en bovendien hebben ze vaak een sociale functie. De bewoners voelen zich ermee verbonden. Monumentale kerken beschermen Opvallend is dat een groot deel van de kerken geen monument is, terwijl ze mogelijk wel erfgoedwaarden hebben. Kerkeigenaren en -besturen maken zich zorgen over het grote aantal onbeschermde kerken, vooral omdat hun toekomst als gebedshuis onzeker is door de ontkerkelijking. Deze kerkgebouwen zijn in hun ogen onvoldoende beschermd. De gemeente Medemblik streeft ernaar om alle kerken met erfgoedwaarden in goede bouwkundige staat te behouden voor de toekomst. Het voornemen is om de niet-beschermde kerken op hun erfgoedwaarden te onderzoeken én om hiervan de bouwkundige staat in kaart te brengen als dat nog niet is gebeurd. Afhankelijk van de resultaten zal de gemeente een passende beschermingsvorm toepassen op het kerkgebouw. Bijvoorbeeld door kerken als ‘karakteristiek pand’ op te nemen in het omgevingsplan of te beschermen als gemeentelijk monument.
29
Voor kerken die als karakteristiek pand zijn benoemd is een aanvraag sloopvergunning verplicht en wordt extra toegezien op een zorgvuldige omgang met het exterieur. De regels voor karakteristieke panden zijn gericht op het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van de panden. Het gaat daarbij om de vorm van het kerkgebouw en in mindere mate om de karakteristieken van de gevels, zoals de vensterindeling en detaillering aan de buitenkant. Naar aanleiding van de kerkenvisie zal de gemeente onderzoeken of het nodig is om de regels voor kerken die aangewezen zijn als karakteristiek pand aan te scherpen, zodat er nog beter wordt toegezien op behoud van architectonische details. Voor gemeentelijke monumenten is een aanvraag omgevingsvergunning verplicht bij ingrepen aan het exterieur en interieur en wordt extra toegezien op een zorgvuldige omgang met de monumentale waarden van het gebouw.
De gemeente laat kerken onderzoeken op hun monumentale waarden en zoekt naar een beschermingsvorm passend bij de waarden van de kerk. Zij wijst eventueel kerken aan als karakteristiek pand of gemeentelijk monument. Daarbij laat zij onderzoeken of het nodig is om de omgevingsplanregels voor karakteristieke kerken aan te
Kerken met de status rijksmonument De pareltjes onder de kerken zijn beschermd als rijksmonument en op deze gebouwen wordt toegezien conform de regels van het Rijk voor rijksmonumenten. Onder de Omgevingswet worden de rijksmonumenten aangewezen via de Erfgoedwet – en niet in het omgevingsplan. Het Rijk beschermt rijksmonumenten met algemene regels die het beschadigen, vernielen en verwaarlozen ervan verbieden. Het is echter mogelijk om aanvullende regels voor rijksmonumentale kerken in het omgevingsplan op te nemen, met name regels voor gebruik, onderhoud en verbouwingen. De gemeente kan voor rijksmonumentale kerken een zorgplicht opnemen in het omgevingsplan – door in het omgevingsplan maatwerkregels op te nemen, of een maatwerkvoorschrift te geven voor specifieke activiteiten die de rijksmonumentale kerken raken of kunnen raken. Voor een activiteit in de directe nabijheid van een rijksmonument die kan leiden tot beschadiging of vernieling van het rijksmonument, zoals het slopen van een buurpand, kan gedacht worden aan een maatwerkvoorschrift over de wijze van slopen en indien nodig stutten (tijdelijk ondersteunen van de constructie) van een rijksmonument. De gemeente kan in het omgevingsplan tevens een meldingsplicht opnemen voor vergunningvrije wijzigingen aan rijksmonumenten.
De gemeente laat in kaart brengen welke aanvullende omgevings planregels er nodig zijn voor rijksmonumentale kerken.
scherpen zodat die beter toezien op het behoud van het exterieur.
Waardevolle interieurs en orgels Het interieur van ‘karakteristieke panden’ is niet beschermd, terwijl uit de inventarisatie bleek dat er waardevolle interieuronderdelen in de kerken aanwezig zijn, bijvoorbeeld orgels. Daarom wil de gemeente kerken door de specialisten van het Catharijneconvent laten onderzoeken. Daarnaast wil de gemeente onderzoeken wat er nodig is om de waardevolle interieurelementen voor de toekomst te bewaren en hoe zij daaraan kan bijdragen. Daarom zal de gemeente het Catharijneconvent vragen om een interieuronderzoek uit te voeren bij kerken met bijzondere interieurs. Welke kerken hiervoor in aanmerking komen, zal blijken uit het onderzoek naar erfgoedwaarden bij de kerken. In ieder geval zullen de interieuronderzoeken eraan bijdragen dat eigenaren kennis en inzicht krijgen in de waarden. Hopelijk stimuleert hen dat om zorgvuldig om te gaan met de waardevolle interieurs.
De gemeente laat enkele kerkinterieurs onderzoeken door het Catharijneconvent op hun cultuurhistorische waarde. Welke interieurs dit zijn, zal blijken uit het onderzoek naar de erfgoedwaarden van kerken. Tevens laat zij in kaart brengen wat er nodig is om de waardevolle elementen voor de toekomst te behouden en hoe de gemeente daaraan kan bijdragen.
30
Verduurzaming van kerken De gemeente is zich ervan bewust dat het verduurzamen van kerkgebouwen die veel worden gebruikt, noodzakelijk is. Het is echter niet eenvoudig om een kerk goed te isoleren zonder dat dit geweld doet aan het karakter van de kerk. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden. Op dit moment is de gemeente Medemblik de mogelijkheden voor het verduurzamen van monumenten, stolpen en andere historische gebouwen aan het inventariseren. Het is de bedoeling dat er een overzicht komt van instanties die de expertise hebben om te helpen bij het maken van plannen voor verduurzaming. Ook komt er een overzicht van de financiële mogelijkheden, zoals subsidies en leningen. De gemeente Medemblik heeft niet de financiële middelen om substantieel bij te dragen aan de verduurzaming van deze historische panden, maar kan wel ondersteuning bieden door de weg te wijzen naar de mogelijkheden die er wel zijn.
De gemeente maakt een overzicht van instanties die gespecialiseerd zijn in de verduurzaming van complexe en monumentale gebouwen zoals kerken. De gemeente maakt een overzicht van subsidiemogelijkheden en fondsen voor de verduurzaming van kerken.
31
3 De torens
Heilige Werenfridus in Wervershoof.
32
33
Torenkaart Eigendom toren De gemeente Medemblik Kerkbestuur of stichting Particulier Telecommaatschappij * Gemeente Medemblik ondersteunt in de onderhoudskosten
*
*
34
35
3 De torens Als je een kind vraagt om een kerk te tekenen dan tekent het altijd een groot gebouw met een hoge toren. Om meerdere redenen waren kerktorens belangrijk. Een kerk vertegenwoordigt de grootsheid van God, er was competitie over wie de grootste toren had en kerktorens waren bakens in het landschap ter oriëntatie. Torens hadden een militaire functie en werden gebruikt in het systeem van landmeten. Om deze redenen kwamen alle kerktorens in bezit van de burgerlijke overheid toen Napoleon vanaf 1798 over ons grondgebied heerste – en dat verklaart waarom de huidige gemeenten nog steeds kerktorens in bezit hebben. De gemeente Medemblik is eigenaar van zeven kerktorens. Deze zijn in de Nota Vastgoedbeleid 2023 aangeduid als ‘niet-kernportefeuille’, wat betekent dat er wordt nagedacht over het afstoten van deze torens. Dit was de aanleiding om de torens te inventariseren en te onderzoeken hoe de gemeente in de toekomst met haar kerktorens om kan gaan.
3.1 Een beschrijving van de torens Van de 36 kerken in de gemeente Medemblik hebben er 27 een toren. In de gemeente zijn drie typen torens te onderscheiden: gemetselde (klokken)torens, dakruiters en losstaande torens. De kleinste toren behoort bij de voormalige Toeristenkerk in Onderdijk en is circa tien meter hoog. De hoogste
Toren van de voormalige Hervormde Kerk Abbekerk.
Toren van het Witte Kerkje in Benningbroek. Foto: Protestantse gemeente Het Vierkant.
36 Toren van de Bonifaciuskerk in Medemblik.
Toren van de Dorpskerk in Opperdoes.
Toren van de Protestantse Kerk in Sijbekarspel. Foto: Protestantse gemeente Het Vierkant.
Toren van de voormalige Hervormde Kerk in Twisk.
twee zijn de toren van de Heilige Werenfridus in Wervershoof, circa 54 meter hoog, en die van de Bonifacius in Medemblik is met zijn 55 meter de hoogste van de gemeente. Opvallend zijn de torens bij de voormalige Hervormde Kerk in Twisk en de Protestantse Kerk in Wognum, omdat daar ook de daken van de torens zijn opgemetseld. Van de 27 torens zijn er 7 eigendom van de gemeente Medemblik. Dit zijn de torens bij: • • • •
De voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk Het Witte Kerkje in Benningbroek De Bonifacius in Medemblik De Dorpskerk in Opperdoes
• De Protestantse Kerk in Sijbekarspel • De voormalige Hervormde Kerk in Twisk • De Protestantse Kerk in Wognum
Voor twee torens die niet in eigendom zijn van de gemeente Medemblik, sloot de gemeente een onderhoudsovereenkomst met de kerkeigenaar. Dit zijn de torens bij het Groene Kerkje in Lambertschaag en de Protestantse Kerk in Oostwoud, beide dakruiters. Bij een onderhoudsovereenkomst draagt de gemeente financieel bij aan het onderhoud. De gemeente Medemblik is niet in het bezit van losstaande torens, wel van vijf gemetselde torens en twee dakruiters.
Toren van de Protestantse Kerk in Wognum.
Toren van het Groene Kerkje in Lambertschaag.
37 Toren van de Protestantse Kerk in Oostwoud.
3.2. Bouwkundige staat
3.3 Monumentale torens
Tijdens de gesprekken met de kerkeigenaren en -beheerders is hun gevraagd hoe zijzelf de bouwkundige staat van hun toren zien. Tevens hebben de onderzoekers met het blote oog de bouwkundige staat van de torens ingeschat. Daarbij keken ze met name naar scheurvorming in het metselwerk en beschadigingen aan goten en kozijnen. Van de torens die gemeentebezit zijn en de torens waarvoor een onderhoudsovereenkomst geldt, waren tevens bouwkundige inspectierapporten van Monumentenwacht Noord-Holland beschikbaar. Van zeven torens is de bouwkundige staat onbekend, deze zijn niet bezocht of er was geen informatie bekend over de bouwkundige staat.
Van de 27 torens zijn er 14 onderdeel van een als rijksmonumentaal kerkgebouw. Daarnaast is de losstaande toren bij de voormalige Hervormde Kerk in Midwoud apart beschermd als provinciaal monument. De zeven torens die in eigendom zijn van de gemeente én de twee met een onderhoudsovereenkomst tussen de gemeente en de kerkeigenaar, zijn allemaal onderdeel van een als rijksmonument aangewezen kerkgebouw. De gemeente maakt gebruik van rijkssubsidies voor alle torens, zowel die in eigendom als die met een onderhoudsovereenkomst.
3.4 Rol van de gemeente
Uit dit onderzoek blijkt dat 12 van de 27 torens in goede staat van onderhoud verkeren. Het muurwerk vertoont geen scheuren, de toren Renovatiewerkzaamheden aan de toren van de Protestantse Kerk in Sijbekarspel. is wind- en waterdicht en kozijnen en andere houten details zijn goed onderhouden. Van de torens die van de gemeente zijn, verkeert de toren bij de Dorpskerk in Opperdoes in goede staat, net als de dakruiters bij het Groene Kerkje in Lambertschaag en de Protestantse Kerk in Oostwoud waarvoor een onderhoudsovereenkomst met de gemeente is opgesteld. Acht torens verkeren in een redelijke staat. Deze torens zijn wind- en waterdicht en het muurwerk is in orde. Soms is er sprake van achterstallig onderhoud, bijvoorbeeld aan het klokkenwerk, kozijnen, dakgoten of ornamenten. De volgende torens in eigendom van de gemeente verkeren in redelijke staat van onderhoud: • De voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk • Het Witte Kerkje in Benningbroek • De Bonifacius in Medemblik • De voormalige Hervormde Kerk in Twisk • De Protestantse Kerk in Sijbekarspel • De Protestantse Kerk in Wognum Er zijn geen torens die in slechte staat van onderhoud verkeren.
38
Bij haar eigen torens ziet de gemeente toe op het beheer en onderhoud. Bij torens met een onderhoudsovereenkomst houdt de gemeente zich, in overeenstemming met de kerkeigenaar, alleen bezig met het onderhoud. De gemeente financiert geheel of deels de onderhoudskosten van deze negen kerktorens. Tot slot houdt de gemeente zich bezig met communicatie over de torens, onder meer met belanghebbenden en subsidieverstrekkers. De gemeente heeft in principe één medewerker Beheer en onderhoud gebouwen aangewezen die zich (als onderdeel van het technisch beheer van het gemeentelijk vastgoed) bezighoudt met het reilen en zeilen rondom de torens. Daarnaast is er twee fte voor de administratie van het vastgoedbeheer, waar ook werkzaamheden voor de torens onder vallen. Ook medewerkers van andere gemeentelijke afdelingen hebben sporadisch met de torens te maken, zoals de erfgoedmedewerker en medewerkers van de afdeling Vergunningen. Met een aantal medewerkers is voor deze kerkenvisie gesproken over hun werkzaamheden voor de torens. De rol van de gemeente valt uiteen in verschillende werkzaamheden: beheer, onderhoud, financiën en communicatie. Beheer De gemeente bepaalt wie de torens kunnen gebruiken en voor welke doeleinden. In de meeste gevallen zijn dat de eigenaren en/of gebruikers van het kerkgebouw. Samen met hen maakt de gemeente hier afspraken over.
In de toren van de voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk zijn antennes geplaatst en is er een exploitatieovereenkomst met een telecommaatschappij. Het beheer van de gemeente beslaat ook het afsluiten en beheren van verzekeringen. Onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de zeven torens in gemeentebezit en draagt bij aan het onderhoud van twee torens waarvoor een onderhoudsovereenkomst geldt. De gemeente streeft ernaar om eens in de vijftien jaar groot onderhoud te plegen aan de torens. Het onderhoud volgt uit de onderhoudsplannen (naar aanleiding van de rapporten van de Monumentenwacht Noord-Holland) of uit acute meldingen door kerkeigenaren en -gebruikers. De plannen voor groot onderhoud worden overgedragen aan een externe
39
architect waarmee de gemeente een vast samenwerkingsverband heeft. De architect bereidt de werkzaamheden voor, onder andere met een ontwerpadvies, en vraagt de subsidies aan. Meestal wordt er gebruikgemaakt van de SIM. De plannen worden afgestemd tussen de kerkeigenaren en -gebruikers, de erfgoedmedewerker en vergunningverlener van de gemeente, en de uitvoerende partij. De uitvoering van groot onderhoud wordt uitbesteed, maar voor klein onderhoud schakelt de gemeente over het algemeen eigen medewerkers in. Zo krijgt een medewerker van de gemeentelijke buitendienst opdracht voor het timmerwerk en een andere medewerker voor het onderhoud van de klokken. Financiën De gemeente investeert in het beheer en onderhoud van de torens en in de communicatie over de torens. Hiervoor worden jaarlijks financiële middelen voor onderhoud gereserveerd en capaciteit beschikbaar gesteld in de vorm van medewerkers die zich met de torens bezighouden. De beschikbare uren zijn echter beperkt. De werkzaamheden vragen maandelijks één tot vijf uur – uitbestede werkzaamheden niet meegeteld. Het onderhoud van de torens vraagt de grootste investering. De gemeente is volledig verantwoordelijk voor de onderhoudskosten van haar zeven torens. Daarnaast financiert ze (een deel van) de onderhoudskosten van de dakruiter van het Groene Kerkje in Lambertschaag en de Protestantse Kerk in Oostwoud.
De gemeente vergoedt volledig het onderhoud aan de dakruiter van het Groene Kerkje in Lambertschaag, en draagt voor 75 procent bij aan onderhoudskosten van de dakruiter van de Protestantse Kerk in Oostwoud. Gemiddeld kost het onderhoud aan de torens over de periode 2023-2042 ruim 80.000 euro per jaar. Dit bedrag omvat onderhoud aan de torens die in eigendom zijn van de gemeente én de torens waarvoor een onderhoudsovereenkomst geldt, exclusief SIM. Voor de jaren 2023, 2025, 2029, 2035, 2040 en 2041 zijn de geschatte kosten relatief hoog in vergelijking met de andere jaren. In al deze jaren komen de kosten uit boven 100.000 euro, in 2025, 2035 en 2040 zelfs boven 200.000 euro, exclusief SIM. Dure en minder dure jaren wisselen elkaar af omdat klein en groot onderhoud van de torens afwisselend plaatsvindt en de kosten zijn verspreid over een periode van twintig jaar. De dure jaren worden opgevangen door de jaarlijkse reserves in de gemeentelijke onderhoudsvoorziening. De gemeente kan extra btw aftrekken als de kerktorens niet door derden worden gebruikt of worden verhuurd. Bij een aantal kerktorens is wel sprake van gebruik door derden of verhuur, bijvoorbeeld voor de telecomantennes in de toren van de voormalige Hervormde Kerk in Abbekerk.
gemeente, dus het zou mooi zijn om dat als gemeente aan de volgende generatie door te geven. De torens gaan ons aan het hart”, aldus een medewerker Beheer en onderhoud gebouwen. Hij vertelde ook dat inwoners de gemeente zien als “bewaker van het religieus erfgoed”. Vanuit cultuurhistorisch en sociaal oogpunt vinden de ambtenaren het een goede zaak om de torens in eigendom van de gemeente te houden. Verkoop aan derden vinden zij minder wenselijk. De vraag is of een nieuwe eigenaar even zorgvuldig omgaat met de torens als de gemeente dat doet. Een toren is namelijk een ‘loze’ ruimte bij het gebouw die niet functioneel in gebruik is. Het vraagt om bevlogenheid en een hoog ambitieniveau om dit soort bouwkundige elementen goed te onderhouden. De kerkeigenaren en -besturen benadrukten in de gesprekken voor deze kerkenvisie dat zowel de kerkgemeenschap als de dorpsbewoners veel waarde hechten aan de torens. Zo kreeg de voormalige Oosterkerk in Andijk een nieuwe toren dankzij crowdfunding onder buurtbewoners. De kerkeigenaren en -besturen vinden dat de gemeente gezien het belang van de torens ook zou moeten bijdragen aan het onderhoud van de torens die niet in haar bezit zijn. Tijdens de gesprekken is aangegeven dat de kerkeigenaren in principe geen belangstelling hebben voor het overnemen van de toren als die nu niet in hun bezit is.
In het verleden zijn er wel gesprekken over het overnemen van torens gevoerd met de kerkeigenaren, en die zouden nieuw leven ingeblazen kunnen worden, onder voorwaarde dat de gemeente informatie geeft over de onderhoudskosten op lange termijn en zij bij verkoop een ‘bruidsschat’ kan meegeven. Als deze gesprekken geen uitkomst bieden zal bij eventuele verkoop dus een derde partij gezocht moeten worden.
Zicht op de toren van de voormalige Oosterkerk in Andijk tijdens een wielerwedstrijd. Foto: Marcel Rob, via Noord-Hollands Dagblad.
Communicatie De gemeente houdt zich bezig met communicatie rondom de kerktorens voor wat betreft het beheer, onderhoud en de financiën. Tijdens het gesprek met de verantwoordelijk ambtenaren bleek dat zij sporadisch benaderd worden door omwonenden of andere belanghebbenden over kerkgebouwen en -torens. Torens die niet in eigendom van de gemeente zijn worden soms onvoldoende onderhouden. Zo uitten omwonenden meermaals hun zorgen bij de gemeente over het onderhoud van de toren bij de voormalige Hervormde Kerk in Midwoud, die in particulier bezit is. De gemeente biedt in die gevallen een luisterend oor en beantwoordt vragen.
3.5 De waardering van de kerktorens De medewerkers van de gemeente Medemblik wijzen erop dat er maar beperkte formatie is voor het beheer, het onderhoud en de communicatie over de torens. Toch staan zij positief tegenover het voortzetten van het eigenaarschap van de gemeente want: “De torens zijn al een paar honderd jaar in onderhoud van de
40
41
3.6 Toekomstvisie torens Dit onderzoek naar de kerktorens begon met de vraag of die in gemeentelijk bezit moeten blijven of dat zij verkocht moeten worden. De kerktorens staan tenslotte momenteel aangeduid als ‘niet-kernportefeuille’, wat betekent dat ze eventueel afgestoten kunnen worden door de gemeente. Naar aanleiding van dit onderzoek naar kerken en kerktorens heeft de gemeente besloten dat de torens vooralsnog in haar bezit blijven, maar dat deze op de ‘niet-kernportefeuille’ blijven staan. Dit betekent dat torens in principe beschikbaar zijn voor overname, wanneer een initiatiefnemer zich aandient. De gemeente staat open voor het overdragen of verkopen van een toren, wanneer deze een passende functie krijgt en er daarmee in het onderhoud en een toekomstperspectief worden voorzien. De gemeente benadrukt dat niet alle initiatieven passend zijn bij kerktorens. Initiatieven zullen zorgvuldig beoordeeld worden of zij passen bij de erfgoedwaarden, bouwkundige waarden en stedenbouwkundige waarden van een toren. Pas als de gemeente ervan overtuigd is dat een zorgvuldige omgang met de toren gegarandeerd is, wordt verkoop in overweging genomen. De financiële lasten voor de gemeente vervallen na de verkoop. Wel dient de gemeente tijdens het verkoopproces menskracht beschikbaar te hebben voor de beoordeling van het herbestemmingsplan.
Ook de onderhoudsovereenkomsten vervallen als er een nieuwe eigenaar wordt gevonden. Bij de verkoop wordt als voorwaarde een kettingbedding meegegeven.
De kerktorens die de gemeente in bezit heeft blijven in gemeentelijk bezit tot zich een passende nieuwe functie voordoet. Met een passende functie worden de erfgoedwaarden, de bouwkundige waarden en de stedenbouwkundige waarden gerespecteerd.
Witte Kerkje in Benningbroek.
42
43
4 De stedenbouwkundige waarden van de kerken
Zicht op de Protestantse Kerk in Wognum.
44
45
Stedenbouwkundige waarde Eigen groen Geen eigen groen Ensemble Kerkhof of begraafplaats
46
47
4 De stedenbouwkundige waarden van de kerken Kerken zijn van oorsprong centrale punten in de stad, dorp of wijk. De hoofdstraten en veel andere wegen komen hier samen. De kerk was altijd een ontmoetingsplek, ingericht voor samenkomst. Dat geldt voor de kerk zelf, maar evengoed voor de tuin, het kerkhof en het kerkplein. Ook kerken die niet in het centrum van het dorp staan maar later gebouwd zijn, bijvoorbeeld bij de aanleg van een nieuwe woonwijk, hebben een centrale en zichtbare plek in de wijk, vaak nabij andere sociale en maatschappelijke voorzieningen. Tot slot vormen kerken vaak een ensemble met andere gebouwen – soms met andere historische gebouwen, maar soms ook doordat de kerk meerdere voorzieningen had: een pastorie, een school of een begraafplaats. Deze gebouwen zijn vaak als ensemble ontworpen door één architect in dezelfde bouwstijl.
4.1 Een beschrijving van de stedenbouwkundige waarde van de kerken Het stedenbouwkundig belang van kerken is groot. Als een kerk gesloopt wordt, wordt het hart uit de stedenbouwkundige structuur geslagen. Ook herbestemming kan effect hebben op de stedenbouwkundige situatie, bijvoorbeeld als een kerk geen (semi)publieke functie meer heeft. Van oudsher is een kerk namelijk een publiek gebouw waar iedereen naar binnen kon lopen. Tegenwoordig kunnen veel kerken alleen op gezette tijden of op afspraak bezocht worden en zijn het daarmee semipublieke gebouwen geworden. Wanneer kerken herbestemd worden, kan deze situatie weer veranderen, bijvoorbeeld als het een restaurant of zorgcentrum (semipubliek) wordt, of een kantoor of sportgebouw (semiprivaat) of woning (privaat). De mate van toegankelijkheid beïnvloedt de inrichting van de ruimte rondom de kerk, want ook tuinen, pleinen of zelfs begraafplaatsen kunnen hun publieke karakter verliezen. Herbestemming heeft namelijk gevolgen voor onder meer de terreininrichting, erfafscheiding, het parkeren, het verkeer en de verlichting. Bij de herbestemming van een kerk moet daarom goed nagedacht worden over het effect van de nieuwe functie op de omgeving en de gemeenschap.
In het kader van deze kerkenvisie is de stedenbouwkundige waarde van de kerken door de onderzoekers in kaart gebracht en wordt beschreven óf en hoe die waarden voor de toekomst behouden kunnen worden. De meeste kerken in de gemeente Medemblik zijn dorpskerken. Deze kerken staan op een centrale plek aan het lint of in het centrum van het dorp. Daarnaast zijn er kerken in de stad Medemblik, deels in het historische stadscentrum en een aantal in de uitbreidingswijken.
48
De ruimtelijke waarde van kerken kan gemeten worden aan de volgende aspecten: • Centrale ligging en zichtbaarheid: vormt de kerk een ankerpunt voor de dorp of wijk en is hij een oriëntatiepunt door de mate van zichtbaarheid en doordat hij zich van overige bebouwing onderscheidt? Zijn er zichtlijnen richting de kerk, waardoor het gebouw al van veraf te zien is? Vormt de kerk een oriëntatiepunt, waardoor mensen weten waar ze zijn? • Ensemblewaarde: is er sprake van ensemblewaarde doordat de kerk samen met andere historische bebouwing bijdraagt aan het historische karakter van de omgeving of doordat er andere kerkelijke of sociale voorzieningen in dezelfde bouwstijl zijn gebouwd? • Begraafplaats of kerkhof: is er een begraafplaats of kerkhof aanwezig wat is daarvan de bijdrage aan de herkenbaarheid van de religieuze locatie en het ruimtelijke en/of groene karakter ervan? • Tuinen en pleinen: is er een tuin of plein aanwezig en in hoeverre draagt die omgeving bij aan de ruimtelijkheid en aan het groene karakter van de locatie? In hoeverre is de tuin of het plein in gebruik als plek van samenkomst en wat is daarvan de bijdrage aan de sociale waarden van de locatie? • Openbare ruimte: hoe is de openbare ruimte rondom de kerk ingericht en draagt ze bij aan de ruimtelijkheid, aan de centrale positie van de kerk in zijn omgeving en aan het groene karakter van de locatie? Hoe is de