CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-23-751269 - Toelichting

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Andijk - Dijkweg 163' (pfh. J. Broeders)15.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Dijkweg 163 Andijk Overheid: Gemeente Medemblik Plantype: bestemmingsplan Document: Toelichting Planstatus: vastgesteld Datum: 6 oktober 2023 Plan identificatie: NL.IMRO.0420.BPDIJKWEG163ANDIJK-VA01

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied......................................................................................................................................... 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................................... 6 1.4 Opzet bestemmingsplan ............................................................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................. 8 2.1 Andijk ............................................................................................................................................................

8 2.2 Bestaande situatie ......................................................................................................................................... 8 2.3 Relatie met de omgeving .............................................................................................................................. 9 2.4 Toekomstige situatie ................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3 Beleidskaders.................................................................................................................................... 14 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................................... 14 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................................ 17 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten .........................................................................................................

24 4.1 Milieuzonering ............................................................................................................................................ 24 4.2 Geluid .......................................................................................................................................................... 25 4.3 Bodem ......................................................................................................................................................... 27 4.4 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................................. 28 4.5 Externe veiligheid ........................................................................................................................................ 30 4.6 Water .......................................................................................................................................................... 32 4.7 Ecologie ....................................................................................................................................................... 35 4.8 Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................................................................

38 4.9 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................... 41 4.10 Besluit milieueffectrapportage ................................................................................................................. 43 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................................................... 45 Hoofdstuk 5 Juridische planopzet ......................................................................................................................... 46 5.1 Opzet van het plan ...................................................................................................................................... 46 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 51 6.1 Kostenverhaal ............................................................................................................................................. 51 6.2 Financiële haalbaarheid ..............................................................................................................................

51 Hoofdstuk 7 Procedure ......................................................................................................................................... 52 7.1 Vooroverleg ................................................................................................................................................. 52 7.2 Inspraak ....................................................................................................................................................... 52 7.3 Vaststellingsprocedure ................................................................................................................................ 53 7.4 Beroep ......................................................................................................................................................... 53

2

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 1123, 1510 en 2011 aan de Dijkweg 163 in Andijk. Deze percelen (hierna plangebied) worden op dit moment gebruikt voor bedrijfsdoeleinden. De initiatiefnemers hebben de wens om het plangebied te transformeren naar een woonlocatie met een Andijks DNA. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen. Het voorliggend plan betreft de transformatie naar een woonlocatie met zeven woningen, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. Deze transformatie draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en levert een maatschappelijke meerwaarde op voor Andijk. Op basis van het geldend bestemmingsplan 'Dorpskernen lll' is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Het perceel Dijkweg 163 is bestemd voor bedrijfsdoeleinden. In de nieuwe situatie wordt het perceel Dijkweg 163 gebruikt voor 'Wonen'. Het geldend bestemmingsplan dient hiervoor gewijzigd te worden. Op 21 januari 2022 heeft de gemeente Medemblik een positief standpunt ingenomen over het stedenbouwkundig plan op het perceel Dijkweg 163. Concreet betekent het dat er een bestemmingsplan opgesteld kan worden. Met dit bestemmingsplan wordt de huidige bestemming ‘Bedrijf’ gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’.

Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Dijkweg, ten noorden van de kern Andijk. Ten zuiden van het plangebied ligt de ‘gereformeerde kathedraal’ van Andijk. Dit iconische kerkgebouw is een rijksmonument. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Dijkweg, aan de oostzijde door de percelen 1122 en 1124, aan de zuidzijde door de watergang en aan de oostzijde door de percelen 1509 en 929. Het plangebied Dijkweg 163 bestaat uit drie kadastrale percelen, nummers: 1123, 1510 en 201.

4

Ligging plangebied

Begrenzing plangebied

5

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied aan de Dijkweg 163 is het bestemmingsplan ‘Dorpskernen lll’ van toepassing. De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming ‘Bedrijf’ en zijn bestemd voor bedrijven met een milieucategorie 1 en 2. Bebouwing is alleen toegestaan binnen de twee bouwvlakken. In het ‘grote’ bouwvlak is de maximale bouw- en goothoogte 6 meter en 4 meter. In het ‘kleine’ bouwvlak is de maximale bouw- en goothoogte 6 meter en 3 meter. Binnen het plangebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waterstaat - Waterkering' ook van toepassing. Eveneens is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' van toepassing.

Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Toets aan geldend bestemmingsplan Het plangebied Dijkweg 163 is bestemd voor bedrijfsmatig gebruik. In de nieuwe situatie is daar geen sprake meer van. In de nieuwe situatie wordt het plangebied Dijkweg 163 gebruikt voor 'Wonen'. Er worden zeven woningen gerealiseerd. Op basis van het geldend bestemmingsplan is dit niet toegestaan.

6

Conclusie Om de gewenste situatie planologisch mogelijk te maken zal een partiële herziening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening) moeten worden doorlopen. Bij een dergelijke procedure wordt de bestemming van een het perceel planologisch veranderd, waarbij dat specifieke perceel een eigen ‘bestemmingsplan’ krijgt. In voorliggend geval zal de bestemming ‘Bedrijf' gewijzigd moeten worden naar ‘Wonen'. 1.4 Opzet bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Dijkweg 163 Andijk" bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding, plan idn. NL.IMRO.0420.BPDIJKWEG163ANDIJK-VA01 -; regels; toelichting.

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in de plangebieden begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels. 1.5 Leeswijzer De bestaande en toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleid beschreven dat relevant is voor deze ontwikkeling. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven, waarbij aandacht wordt gegeven aan de milieutechnische randvoorwaarden. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven op de regels en in hoofdstuk 6 op de financiële haalbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 nader ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure.

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Andijk Andijk ligt in het noordoosten van de gemeente Medemblik. Het dorp kenmerkt zich door haar historische lintbebouwing en karakteristieke ligging aan het IJsselmeer. Op een groot aantal plaatsen verbinden kleinere of grotere dwarslinten de structuur. Op een aantal plekken aan de Dijkweg zijn clusters woningen gegroeid tot buurtschappen. De woningen liggen vaak gegroepeerd aan een klein weggetje of straatje dat vanaf de Dijkweg landinwaarts steekt. Naast de lintbebouwing kent Andijk twee grotere kernen, Andijk (Centrum) en de Bangert. De bebouwing van deze kernen bestaat overwegend uit rijtjeswoningen. De historische linten, De Westfriese Omringdijk, het karakterverschil binnendijks en buitendijks, de openheid en weidsheid ten opzichte van de kleinschaligheid vormen de ruimtelijke kwaliteit van Andijk. Evenals de duidelijke ruimtelijke overgangen c.q. randen tussen de verdichte bebouwde kom, het open landschap van de polder het Grootslag en de dichte bosschages van de natte cel. 2.2 Bestaande situatie Het plangebied aan de Dijkweg 163 is bestemd voor bedrijfsmatige doeleinden, tot voor kort was er een autobedrijf gevestigd. Het plangebied heeft een oppervlakte van 3089 m2. Binnen het plangebied staat een bedrijfsloods met een oppervlakte van 815 m2. Deze loods heeft een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 7 meter.

Het gehele terrein is verhard, ontsluiting vindt plaats op de Dijkweg. De zuidoost hoek van het plangebied is ingericht als moestuin.

Ligging plangebied

8

Zicht vanaf de dijk op het plangebied 2.3 Relatie met de omgeving Rondom het plangebied zijn diverse ruimtelijke elementen (Dijkweg, IJsselmeer en Kerk) die een belangrijke rol spelen in de transformatie van bedrijfslocatie naar woonlocatie. De Dijkweg is een karakteristiek bebouwingslint, typerend voor Andijk. Nieuwe bebouwing zal zich in dit lint moeten voegen, waarbij doorzichten naar achteren behouden kunnen blijven. Het plangebied kan gezien worden als een schakelpunt tussen het IJsselmeer en de Gereformeerde kerk. Deze ruimtelijke kwaliteiten worden zo optimaal mogelijk benut in de planvorming. De achterzijde van het plangebied is zichtbaar vanaf de watergang en vanaf de westzijde van de kerk. Deze achterkant geeft nu een verommeld beeld, wat afbreuk doet aan de omgeving. Een nieuwe invulling van het plangebied geeft de kans om dit te verbeteren.

9

Relatie plangebied met de omgeving

10

2.4 Toekomstige situatie Aanleiding van dit plan vormt de gewenste herontwikkeling van een voormalig autobedrijf aan de Dijkweg 163. De huidige situatie is geheel verhard en voor de helft bebouwd met loodsen van damwandplaten. Hierdoor heeft het geheel een gebrekkige uitstraling. Uitgangspunt van dit plan is om door middel van woningbouwontwikkeling ruimtelijke kwaliteit toe te voegen passend bij de identiteit van Andijk. Uit een uitgebreide variantenstudie kwam er in overleg met de gemeente een voorkeursmodel naar voren die het dijklint van Andijk herstelt en een relatie aangaat met de iconische kerk van Andijk van architect Egbert Reitsma. Uitgangspunten voor dit plan zijn dus het herstellen van het dijklint en samenhang te verkrijgen met de gereformeerde kerk van Andijk. Hiervoor worden er aan de Dijkweg twee vrijstaande woningen toegevoegd op royale groene kavels waarmee het dijklint van Andijk hersteld wordt. Tussen deze kavels zorgt een ontsluitingsweg voor de bereikbaarheid van vijf senioren/starterswoningen achter op het perceel. Deze woningen krijgen een tuin op het zuiden met een vlonderterras aan het water. Door deze oriëntatie ontstaat er een logische samenhang met de kerk en de vaart. Aan de voorzijde zorgt een groene voortuin voor een vriendelijke uitstraling. Door de gelaagdheid van de bebouwing ontstaat er een logische samenhang tussen kerk en dijk.

De zuidoost hoek van het plangebied blijft ingericht als moestuin.

11

Toekomstige situatie Parkeren Het parkeren is in dit plan ruim voorzien. De twee vrijstaande woningen hebben voldoende ruimte om dit op eigen terrein (minimaal 2 parkeerplaatsen per woning) te doen. Voor de vijf starters/seniorenwoningen is in de hoek van de kavel een parkeerkoffer ingetekend met 8 parkeerplaatsen. Hierdoor worden de auto's onttrokken uit het zicht en zorgt het voor ordening in dit plan. De linker en rechter hoekwoning heeft ruimte om auto's op eigen terrein te voorzien (minimaal 2 parkeerplaatsen per woning). In totaal zijn er 16 parkeerplaatsen in het plangebied aanwezig, waarvan 8 in de openbare ruimte. Duurzaamheid De nieuwe woningen voldoen aan de norm BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Vanzelfsprekend verdient volledig energieneutraal (EPC = 0) of zelfs NOM (Nul-op-de-meter) de voorkeur. De nieuwe woning zal dus op een alternatieve manier moeten worden voorzien van energie, te denken valt aan warmte vanuit bodem en/of lucht, alsook zonnepanelen of waterstof. Architectuur

12

Het voorstel is om de te ontwikkelen woningen te voorzien van baksteenarchitectuur refererend aan de gereformeerde kerk van architect Egbert Reitsma. Hierdoor ontstaat er samenhang met dit iconische bouwwerk. Tevens het voorstel om de middelste van de vijf woningen een verbijzondering te geven d.m.v. het draaien van de kap, waarmee deze aansluit bij de expressionistische stijl van Reitsma. Openbare ruimte De inrichting van de (gedeelde) openbare ruimte is benaderd middels het triplex model: vloer, wanden en plafond. Hiermee krijgt de plek een prettige menselijke maat die past bij de structuur van Andijk. De verharde vloer wordt voorzien van gebakken klinkers in een bedekte natuurlijke roodbruine kleurschakering. De wanden (oost en west) bestaan uit groene hagen die ook voedsel- en schuilgelegenheid bieden aan vogels. Verspreid op de locatie vormen bomen het plafond. De bomen zijn bij voorkeur inheems en divers qua sortiment. Deze hebben naast hun esthetische waarde ook waarde voor de biodiversiteit en leefklimaat. Door de ruime opzet van de tuinen krijgt de nieuwe inrichting van deze locatie een groene uitstraling.

13

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3. 1.1 Nat ion a l e O m g ev i n gs v is i e (N OV I) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

14

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de kortetermijnmaatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Toetsing aan Nationale Omgevingsvisie In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3. 1.2 B es l u it al g em en e r eg e ls ru i mt el ijk e o rd en i n g Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'.

In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Toetsing aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.

15

3. 1.3 Lad d e r v oo r d u u rz am e v ers t ed e lij kin g In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 - 4 Bro). Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan betreft de functieverandering van de bestemming 'Bedrijf' naar de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt daarbij gesloopt, in plaats daarvan worden er zeven woningen gerealiseerd in het plangebied.

Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr. 201407135/1/R1). Op basis van jurisprudentie kan deze woningbouwlocatie aan worden gemerkt als kleinschalig, waardoor geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling waarvoor de Ladder dient te worden doorlopen. Het plan is hiermee niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3. 1.4 C on c lu s i e • • •

De ontwikkeling raakt geen nationale belangen, om die reden is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) niet van belang. De regels die zijn opgenomen in het Barro zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Het plan is ten slotte getoetst aan de Ladder en is niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Concluderend wordt gesteld dat, gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.

16

3.2 Provinciaal beleid 3. 2.1 O m gev in gs v is i e N o ord -Ho llan d 2 05 0 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050, deze is vastgesteld op 19 november 2018. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. 2. 3. 4. 5.

Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Het plangebied valt in gebied 1, 3, 4 en 5. De regels voor dit gebied zijn uitgewerkt in de provinciale ruimtelijke verordening. Doorwerking plangebied Een van de uitgangspunten in de visie is, dat nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen zo veel mogelijk binnenstedelijk en -dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses) passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk. Het voorliggend plan betreft een binnenstedelijke ontwikkeling. 3. 2.2 O m gev in gs v e rord e n in g N oo rd - Hol la n d 2 02 0 Bij de Omgevingsvisie hoort een Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de Omgevingsverordening regelmatig aangepast. De laatste aanpassing dateert van 1 februari 2022. Inmiddels wordt er gewerkt aan een nieuwe Omgevingsverordening. Het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022 lag vanaf 26 april 2021 ter inzage. Doorwerking plangebied De ontwikkeling van de 7 woningen aan de Dijkweg 163 past binnen de Omgevingsverordening bijlage 12, artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waarbij woningbouw in stedelijk gebied mogelijk is.

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de binnen de regio gemaakte afspraken over woningbouw.

17

3. 2. 3 L eid raad Lan d s ch a p en Cu ltu u rh is t or ie De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hiertoe is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018. Het uitgangspunt van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is dat ontwikkelingen op basis van de kernkwaliteiten van de omgeving plaatsvinden. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen drie lagen: de ondergrond, het 'landschaps-DNA' en het 'dorps-DNA'. Bij de ondergrond gaat het om de aardkundige en archeologische waarden. Bij het landschaps-DNA zijn historische structuren en de maat en schaal van het landschap bepalend. Ook zijn de aardkundige waarden in de bodem onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Bij het dorps-DNA gaat het om de karakteristieken van de historische dorpsstructuur, de verkaveling, de typering, schaal en samenhang van de gebouwen en openbare ruimte. Doorwerking plangebied De stedelijke ontwikkeling in het plangebied vindt plaats binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur van Andijk. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 en 2.4 sluit het stedenbouwkundig plan hier goed op aan. Op deze wijze is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de omgeving.

In hoofdstuk 4.8 wordt ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden van de omgeving. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, is conform de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie tot stand gekomen. 3. 2.4 C on c lu s i e Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan past binnen de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland.

18

3.3 Gemeentelijk beleid 3. 3.1 S tru ctu u rv is i e 20 1 2 - 2 02 2 Op 28 februari 2013 is de gemeentelijke Structuurvisie 2012-2022 ‘Sterke kust en sterk achterland’ vastgesteld. De structuurvisie betreft een actualisatie en harmonisering van het beleid van de voormalige gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof en bevat een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Daarbij worden de opgaven en ambities voor de komende tien jaar in beeld gebracht op het gebied van: regionale samenwerking, landschap en cultuurhistorie, wonen, voorzieningen en leefbaarheid, economie en bedrijvigheid, bereikbaarheid en ontsluiting, natuur en water en duurzaamheid. Medemblik als aantrekkelijke woongemeente heeft een ambitieus woningbouwprogramma met voldoende woningbouwlocaties voor deze ambitie. In Medemblik is ruimte voor de vraag naar woningen vanuit de eigen bevolking, en een kleine opvangcapaciteit voor extra, nieuwe bewoners. Voor het thema wonen zet de gemeente in op nieuwe woningbouw binnen de kernen voor de doelgroepen senioren en starters. Er wordt gekozen voor herstructurering i.p.v. uitbreiding. Om de huidige en nieuwe inwoners aan de gemeente te binden zijn de basis voor nieuwe ontwikkelingen 'woningbouw passend bij de aard en schaal van de kern': • • •

Kwaliteit in plaats van kwantiteit (in alle kernen is woningbouw mogelijk); Duurzaamheid (mensen moeten kunnen blijven meedoen aan de maatschappij); De landschappelijke en cultuurhistorische identiteit van de locatie (het open landschap moet in stand blijven, nieuwe bebouwing sluit aan op het DNA van het dorp waar gebouwd wordt)

De structuurvisie geeft aan dat de historische linten belangrijke structuurdragers zijn voor het gebied en fungeren als vestigingsplaatsen, dragers voor nieuwe ontwikkelingen. In het lint wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Functieverandering van bestaande panden en herstructurering van locaties is mogelijk, verdichting niet gewenst (behoud doorzichten naar achterland).

19

Uitsnede structuurvisie kaart (bron: gemeente Medemblik) Toetsing aan de structuurvisie Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. Deze transformatie draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en levert een maatschappelijke meerwaarde op voor Andijk. De beoogde ontwikkeling past binnen de oorspronkelijke verkavelingsstructuur en heeft een positief effect op de omgeving. De nieuwe bebouwing sluit aan op het DNA van het dorp. Het voorliggend plan past daarmee in het beleidskader zoals geschetst in de structuurvisie.

20

3. 3.2 K er n v is i e An d ijk 2 02 0 -2 03 0 De gemeenteraad van Medemblik heeft in 2016 de wens uitgesproken dat vanuit de kernraden kernvisies worden ontwikkeld. Een visie vanuit de kern over de ontwikkelingen die de komende grofweg tien jaar plaatsvinden. De Kernvisie Andijk 2020-2030 is in 2021 gepresenteerd door de stuurgroep. Kijkend naar de verdeling van de huidige woningtypes, zijn er vrij weinig huur en/of kleinere woningen beschikbaar in Andijk. Voor een starter op de woningmarkt (inclusief een buitenlandse werknemer die permanente bewoning zoekt) valt het niet mee om een huur of betaalbare koopwoning te vinden in Andijk. Een belangrijk uitgangspunt binnen de visie is dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn, mits deze passen binnen de karakteristieke lintbebouwing van Andijk. Toetsing aan de Kernvisie Andijk Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. Deze transformatie draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en levert een maatschappelijke meerwaarde op voor Andijk. Er komen woningen beschikbaar voor starters en senioren.

De beoogde ontwikkeling past binnen de oorspronkelijke verkavelingsstructuur en heeft een positief effect op de omgeving. De nieuwe bebouwing sluit aan op het DNA van het dorp. Het voorliggend plan past daarmee in het beleidskader zoals geschetst in de kernvisie. 3. 3.3 Wo n in gb ou wp rog r am ma 2 01 8 t / m 2 0 26 Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen 2018 t/m 2026 vastgesteld. In dit programma wordt gesteld dat West-Friesland en goedkoper en rustiger alternatief is voor de woningvraag in metropoolregio Amsterdam. Gemeente Medemblik heeft daarom de ambitie om zich hard te maken voor het realiseren van meer bouwvolume. Extra woningbouw is goed voor onze economie en vergroot het draagvlak voor onze lokale en regionale voorzieningen. In Medemblik is contingent beschikbaar voor 1.200 woningen in de periode tot 2026. Nieuwbouw vindt plaats in alle kernen. De gemeente maakt in het programma onderscheid tussen 'harde plannen', die niet meer beïnvloedbaar zijn en de 'zachte plannen', die veelal nog gemakkelijk aangepast kunnen worden. Daarnaast kent het programma woningen 'tussendoor'. Woningen 'tussendoor' Na het aftrekken van het aantal woningen binnen de harde en zachte plannen, is binnen de gemeente nog een marge voor 75 woningen 'tussendoor'. Voor de verdeling van de woningen 'tussendoor' zijn beleidsregels gemaakt.

Deze woningen moeten levensloopbestendig en aardgasloos zijn. Ruimtelijke criteria zijn; het open houden van de doorkijkjes in de linten, het saneren van locaties met milieuproblematiek en het voor wonen geschikt maken van gebouwen die van oorsprong een andere functie hebben. Afwegingskader woningbouw Het gemeentelijk woningbouwprogramma stelt dat woningbouw in alle kernen moet plaatsvinden. Wat we waar bouwen moet weloverwogen gebeuren. Er is afgesproken dat er gewerkt wordt met een generiek afwegingskader voor nieuwe initiatieven voor woningbouw. De opgave is om – als uitwerking van het regionale

21

en lokale woonbeleid - de juiste woningen op de juiste plek te faciliteren. Het doel is om de woningbouwopgave in de kleine kernen te concretiseren en versnellen. Er zijn diverse criteria opgenomen in het afwegingskader, o.a. Dat er een voorkeur is voor herstructurerings- of transformatielocaties, het plan kwaliteit toevoegt aan de omgeving en het plan een maatschappelijke meerwaarde heeft. Toetsing aan het Woningbouwprogramma 2018 t/m 2026 Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. De woningen worden gasloos uitgevoerd. Deze transformatie draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en levert een maatschappelijke meerwaarde op voor Andijk. De conclusie is dat deze herontwikkeling past binnen de richtlijnen van het Woningbouwprogramma 2018 t/m 2026. 3. 3.4 W els tan d s n o ta Me d e mb l ik De huidige gemeente Medemblik is in 2011 ontstaan uit een samenvoeging van de vroegere gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof. Medemblik was daarvoor al gefuseerd met Noorder-Koggenland en Wognum.

Met de fusie is het groene gebied met een stad en zestien dorpen en buurtschappen één gemeente geworden. De voormalige gemeenten hanteerden welstandsnota's, die in opzet en deels ook in de uitwerking veel gemeen hadden. In de welstandsnota Medemblik van 2011 zijn deze nota’s samengevoegd tot één, wat de leesbaarheid ten goede -kwam en de uitvoering vergemakkelijkte. In de welstandsnota van 2013 zijn de criteria geactualiseerd, aangepast aan de actuele wetgeving en waar mogelijk verruimd. Daarnaast zijn in deze nota de criteria voor kleine bouwwerken (hoofdstuk 6) zodanig opgesteld dat plannen die voldoen aan deze criteria ambtelijk beoordeeld kunnen worden. Een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Medemblik is voor deze kleine bouwwerken niet langer nodig. In de actualisatie van 2019 zijn de nieuwe woningbouwlocaties ingepast. Beeldkwaliteitsplan Andijk Voor het grondgebied van Andijk geldt een beeldkwaliteitsplan waarin het landschap als inspiratiebron uitgangspunt is. De nadruk ligt op het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit en het verbeteren van de relatie tussen de karakteristieke deelgebieden als linten, groene binnenkamers en woongebieden. Beeldbepalend voor de identiteit van Andijk is onder ander het verschil tussen binnen en buitendijks gebied en de herkenningspunten als kerktorens.

Ook wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verdichte bebouwde kom (groene kamers), de open polder Grooteslag en het meer besloten en natte gebied aan de zuidrand van Andijk. Toets aan de welstandsnota Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. Voor deze ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie bijlage 1 van deze toelichting). In het stedenbouwkundig plan wordt ingegaan op de relatie van het plangebied met de omgeving en de beoogde sfeer in het plangebied (architectuur en openbare ruimte). De ontwikkeling in het plangebied vindt plaats binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur van Andijk. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 en 2.4 sluit

22

het stedenbouwkundig plan hier goed op aan. Op deze wijze is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de omgeving. Het voorstel is om de te ontwikkelen woningen te voorzien van baksteenarchitectuur refererend aan de gereformeerde kerk van architect Egbert Reitsma. Hierdoor ontstaat er samenhang met dit iconische bouwwerk. Het stedenbouwkundig plan vormt het toetsingskader voor de ontwikkeling en wordt onderdeel van de welstandsnota. De conclusie is dat ontwikkeling past binnen de voorwaarden van de welstandsnota. 3. 3.5 Pr og ra m ma Du u r z aa m h e id Het huidige beleid rondom duurzaamheid ligt vast in de notitie Duurzaamheid. Dit beleid loopt tot 2020. Deze beleidsnotitie zet vooral in op de elektriciteit transitie, energiebesparing en CO2 besparing. Afgelopen periode zijn op het gebied van duurzaamheid nieuwe afspraken gemaakt. Zo zijn er EU-richtlijnen vastgesteld in het klimaatverdrag. Het Rijk heeft de Nationale klimaatadaptiestrategie 2016 vastgesteld en drie regio's uit de provincie Noord-Holland waaronder West-Friesland hebben het ambitiedocument Holland boven Amsterdam 2040 opgesteld. Deze nieuwe wetgeving en ambities heeft tot een het programma Duurzaamheid geleid. Met het programma Duurzaamheid zet Medemblik stappen op weg naar een duurzame gemeente. Met dit programma wordt het duurzaamheidsbeleid verbreed en de uitvoering versneld.

Het programma bevat vijf pijlers: elektriciteit, warmte, water & groen, grondstoffen en mobiliteit. Per pijler zijn realistische ambities en concrete maatregelen omschreven. Toetsing aan het programma Duurzaamheid Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd, waarvan vijf voor de doelgroep ouderen en jongeren uit Andijk. De nieuwe woningen voldoen aan de norm BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Vanzelfsprekend verdient volledig energieneutraal (EPC = 0) of zelfs NOM (Nul-op-de-meter) de voorkeur. De nieuwe woning zal dus op een alternatieve manier moeten worden voorzien van energie, te denken valt aan warmte vanuit bodem en/of lucht, alsook zonnepanelen of waterstof. In de bestaande situatie is het plangebied volledig verhard. In de nieuwe situatie is er veel meer ruimte voor 'groen' in het plangebied. De erfgrenzen (oost en west) bestaan uit groene hagen die ook voedsel- en schuilgelegenheid bieden aan vogels. Verspreid op de locatie vormen bomen het plafond. De bomen zijn bij voorkeur inheems en divers qua sortiment. Deze hebben naast hun esthetische waarde ook waarde voor de biodiversiteit en leefklimaat.

Door de ruime opzet van de tuinen krijgt de nieuwe inrichting van deze locatie een groene uitstraling. Het plan past dan ook binnen de richtlijnen van het programma Duurzaamheid. 3. 3.6 C on c lu s i e Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de structuurvisie, de kernvisie, het programma Wonen, de Welstandsnota en het programma Duurzaamheid.

23

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten. 4.1 Milieuzonering 4. 1.1 A lg e m e en In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van milieugevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies onderling kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden. Deze uitgave bevat een lijst waarin per bedrijfssoort richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. Deze lijst beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet is het beoordelingskader voor geurhinder bij milieuvergunningen en bestemmingsplannen. 4. 1.2 B eo ord el in g Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd. Het plan voegt geen milieubelastende activiteiten toe. In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven die een belemmering vormen. In het plangebied zijn nu bedrijven toegestaan met de milieucategorieën 1 en 2. De richtafstand tot woningen bedraagt daarbij maximaal 30 meter.

Het wijzigingen van de bestemming Bedrijf in de bestemming Wonen zal een positief effect hebben op het woon- en leefklimaat. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4. 1.3 C on c lu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarom ook niet nodig.

24

4.2 Geluid 4. 2.1 A lg e m e en De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Wegverkeerslawaai: Geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo’n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting. Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: • •

wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied; wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur

De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied. Wanneer woningen worden geprojecteerd binnen een geluidzone moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van die woningen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te reduceren. Indien maatregelen onvoldoende effect geven en/of onmogelijk zijn en de geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van 53dB (Lden, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh. 4. 2.2 B eo ord el in g Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd. De nieuw te bouwen woningen bevinden zich binnen de geluidonderzoekzone (200 meter) van de Dijkweg. Een akoestisch onderzoek is dan ook noodzakelijk.

Een adviesbureau heeft in het kader van de huidige geluidwetgeving een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2 van deze toelichting). De afstand van de 48 dB contour op het perceel gemeten vanaf de Dijkweg bedraagt circa 15 meter. De voorgevels van de vrijstaande woningen staan op een kleinere afstand dan 15 meter, er wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai als opgenomen in de Wet geluidhinder. Voor deze woningen zal de noodzaak voor het vaststellen van hogere grenswaarden aan de orde zijn.

25

4. 2.3 C on c lu s i e Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Wel dient er een hogere waardenprocedure te worden doorlopen. Deze procedure kan tegelijkertijd met dit bestemmingsplan worden gevoerd.

26

4.3 Bodem 4. 3.1 A lg e m e en Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn. Uitzondering hierop zijn plannen waar de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en/of bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende weergeven en er geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn bij de bestemmingsplanwijziging. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Deze bodemonderzoeken mogen wettelijk niet ouder zijn dan 5 jaar. 4.

3.2 B eo ord el in g Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd. In november 2017 is er voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3 van deze toelichting). De hypothese verdacht wordt voor de locatie bevestigd. Geconcludeerd kan worden dat de locatie plaatselijk licht verontreinigd is. Omdat slechts lichte verontreinigingen zijn aangetroffen is nader onderzoek niet noodzakelijk. Asbestinventarisatie In januari 2022 is er in het plangebied een asbestinventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 4 van deze toelichting). In en aan de 2 panden gelegen aan de Dijkweg 163 te Andijk zijn door de inspecteur 15 asbestverdachte materialen aangetroffen en bemonsterd. Na analyse bleken 4 van de 15 materiaalmonsters asbesthoudend te zijn. Tevens zijn enkele asbestverdachte objecten aangetroffen. Veiligheidshalve gaan we, bij sloop/verwijdering, uit van asbesthoudend. Het verwijderen van het asbest van de bedrijfsbebouwing zal uitgevoerd worden door een bedrijf met asbest-certificaat. Voor dat dit plaats vindt zal er een sloopmelding worden gedaan. 4.

3.3 C on c lu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bodem, de bodem is geschikt voor het beoogd gebruik. Nader onderzoek op het gebied van bodem is daarom ook niet nodig.

27

4.4 Luchtkwaliteit 4. 4.1 A lg e m e en Op 15 november 2010 is de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Stb. 2007, 414) in werking getreden. De overheid wil een verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen en ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De kern van de 'Wet luchtkwaliteit' bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen voor plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Op grond van artikel 5.16 Wm moeten bestuursorganen nagaan of besluiten op grond van de Wro gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit. Besluit NIBM In de Algemene maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele projecten zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Besluit gevoelige bestemmingen Naast het besluit en regeling NIBM dient getoetst te worden aan het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. 4. 4.2 B eo ord el in g Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd. De verkeersgeneratie voor een woning in het centrum bedraagt 6,8 per woning per etmaal. In het plangebied worden 7 woningen gerealiseerd, in totaal zijn dit 47,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

Voor een bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief bedraagt de verkeersgeneratie, voor een bedrijf in het centrum, 7,1 per 100 m2 bvo per etmaal. De bestaande bedrijfsloods heeft een oppervlakte van 815 m2, in totaal zijn dit 57,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het aantal motorvoertuigbewegingen zal in de nieuwe situatie iets afnemen. Dit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. De woning zal gasloos worden gebouwd. Voor de

28

energiebehoefte zal een all-electric oplossing worden toegepast. De verwarming van de woning en tapwater zal middels een warmtepomp gebeuren. Daarmee staat vast dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging en is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij woningen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke. Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. De cijfers zijn van 2019.

Achtergrondconcentratie 2019

Grenswaarde

Fijnstof PM 2,5

5-7 ug/m3

25 ug/m3

Fijnstof PM 10

<15 ug/m3

40 ug/m3

Stikstofdioxide

<10 ug/m3

40 ug/m3

De cijfers zijn van 2019. Een algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentratie fijn stof al jaren afnemen. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 4. 4.3 C on c lu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect luchtkwaliteit, nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig

29

4.5 Externe veiligheid 4. 5.1 A lg e m e en Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het thema vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden onderverdeeld in wegen, spoor en water. In het kader van externe veiligheid dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling niet wordt belemmerd door deze risico’s. Inrichtingen Het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Op grond van deze benadering worden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) grenzen gesteld aan de risico's, waarbij gelet wordt op de kwetsbaarheid van functies in de omgeving. De risico's worden daarbij in twee maten gemeten: een plaatsgebonden risico (voor individuen) en een groepsrisico (voor groepen mensen). Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgelegd in het Basisnet (Bevt). Het doel van het Basisnet is het creëren van een duurzaam evenwicht tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 4. 5.2 B eo ord el in g Voorliggend plan betreft de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonlocatie binnen de dorpskern Andijk. De bedrijfsactiviteiten zullen hiermee verdwijnen, de bedrijfsloods van 815 m2 zal gesloopt worden. In het plangebied worden in totaal zeven woningen gerealiseerd. In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies en er is geen sprake van de toevoeging van een kwetsbaar object. In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen of buisleidingen aanwezig die van invloed kunnen zijn op het plangebied. In het plangebied is daarom sprake van een verantwoord groepsrisico.

30

Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl) 4. 5.3 C on c lu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.

31

4.6 Water 4. 6.1 B e le id s kad e r Wettelijk kader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=a117c76f-8541-41ac-b6c7-f4b282e38146