01 DOC-23-724909 - Agenda voor de Toekomst
Tekst van het document
De netto bebouwde oppervlakte aan kassen bedraagt 176 hectare. Het gebied kenmerkt zich door een mix van groenteteelt (85%) en sierteelt (15%). Het Grootslag behoort tot een van de duurzaamste glastuinbouwgebieden van Nederland. Het Grootslag is door provincie aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied.
24/30
Glastuinbouwgebied Het Grootslag behoort tot de ‘Greenport Noord-Holland Noord’. De agrarische accenten in de Greenport liggen op zaadveredeling en bollenproductie. Op deze ontwikkelingen in het Grootslag wordt sterk ingezet door de gemeente Medemblik. Seed Valley behoort tot de wereldtop wat betreft zaadveredeling. De Greenport vormt daarmee een belangrijk cluster voor de regio als geheel. Veel bedrijven in de regio hebben een link met de primaire agrarische sector. Deze sector is hiermee erg belangrijk voor de economische positie van de gemeente. Landbouwgronden dienen allereerst benut te worden voor agrarische productie. Andere functies, zoals zonneweides, hebben hier een secundair belang.
Figuur 8: Deelgebied 'Agrarisch productielandschap'
Koers: ruimten om te ondernemen, innoveren én transformeren Opgaven: • Participeren in het ‘Provinciaal Programma Landelijk Gebied’, ‘Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord’ en in het gebiedsproces voor het gebied ‘West-Friesland’ (uiterlijk 1 maart 2024 wordt het uitvoeringsprogramma vastgesteld); • Wil gemeente de agrarische sector behouden als belangrijke sector voor de lokale economie?; • Het glasbouwconcentratiegebied raakt steeds verder vol: hoe gaat de gemeente om met verzoeken tot uitbreiding van glastuinbouwbedrijven? Moet vruchtbare landbouwgrond behouden blijven voor grondgebonden teelten?; • Innovaties zorgen voor andere vraagstukken, bijvoorbeeld als het gaat om verticale teelt op landbouwgrond. Deze vorm van agrarische bedrijvigheid kan eventueel ook op bedrijventerreinen plaatsvinden. Hoe staat de gemeente hier tegenover?; • Stimuleren en faciliteren van de sector in de transitieopgave naar kringlooplandbouw; • De agrarische sector heeft veel energie nodig, met name de kassenteelt. De landbouw heeft nadelige effecten voor de biodiversiteit en heeft tevens een grote waterbehoefte.
In welke mate wil de gemeente deze sector blijven faciliteren, waar worden eisen gesteld en hoe worden agrariërs geholpen in de omslag naar duurzame bedrijfsvoering?; • Stimuleren maatregelen gericht op biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie; • Vergroten van de recreatieve betekenis van het agrarisch cultuurlandschap; • Onderzoeken of het Grootslaggebied benut kan worden voor de opwek van zonne-energie, conform de afspraken in de RES 1.0.
25/30
3.8
Natuur- en waterbergingsgebieden
Egboetswater, de Koopmanspolder, De Weelen, waterbergingen Twisk en De Skoot Het Egboetswater is een groen en waterrijk gebied dat weids is opgezet. Het gebied ligt ten noorden van Hauwert nabij Oostwoud. Er is een ligweide met speelmogelijkheden. Het vaarroutenetwerk West-Friesland loopt door het Egboetswater en er zijn afmeergelegenheden voor boten. Egboetswater is een natuur en recreatiegebied dat beheert wordt door het recreatieschap West-Friesland. Het gebied ontleent de naam aan een oud moeras, op oude kaarten Egboet geheten. Dit moeras was omringd door middeleeuwse vaarten als de Boxweide en de Gouw. Tijdens ruilverkaveling in de jaren 19701980 werd het veranderd in een natuur- en recreatiegebied. Inmiddels is het een gevarieerd bos met ‘oude’ bomen, struiken, vermolmde stammen met paddenstoelen en mos. Het gebied strekt zich naar het zuidwesten toe uit langs genoemde vaarten tot in de 19e-eeuwse Sluispolder en zijn nieuwe waterberging bij het dorpje Hauwert. Het bestaande gebied van 24 hectare is praktisch verdubbeld met een uitbreiding van 20 hectare in de vorm van een waterberging ten behoeve van watercompensatie voor nieuwbouwprojecten in de gemeente Medemblik. Het gebied wordt primair ingericht voor waterberging gekoppeld met extensieve recreatie en natuurontwikkeling.
Tevens zijn met dit project twee fietspaden aangelegd voor een rechtstreekse aansluiting tussen de dorpskern Hauwert en het Egboetswater en als nieuwe schakel in het regionale fietsroutenetwerk. De Koopmanspolder (nabij Andijk) is een landelijke proeftuin voor het waterbeheer van de toekomst. Het buitendijkse grasland is opnieuw ontworpen door een beeldend kunstenaar. Het ziet er van bovenaf uit als de draaikolk van een leeglopend bad. Met een flexibel waterpeil is het gebied nu veranderd in een samenspel van natuur, water, landschapskunst en recreatie. De Koopmanspolder is een proefproject in Andijk. In een voormalige agrarische polder van 16 hectare vindt natuurontwikkeling plaats en wordt geëxperimenteerd met de invloed van waterpeilen op de ecologie. Ook wordt gekeken of het gebied kan bijdragen aan waterberging en waterzuivering. Natuurgebied De Weelen ligt ten zuiden van de dorpen Wervershoof en Andijk en op de gemeentegrens met Stede Broec. Het natuurgebied van 350 hectare ligt in de polder het Grootslag ter weerszijden van de Kadijk, een dwarsdijk die hier in de middeleeuwen heeft gelegen. Het gebied heeft zijn naam te danken aan de zogenaamde weelen (ook wielen of walen genoemd). Dit zijn kolken die na het doorbreken van de Kadijk in het landschap zijn achterbleven.
Van west naar oost liggen in het gebied de Zegersweel, Klokkeweel, de Ruiterweel, de Lutjebroekerweel en de Zuidmeerweel. Ten tijde van de ruilverkaveling van de polder in de jaren '70 van de twintigste eeuw is dit gebied redelijk ongemoeid gelaten, waardoor veel van de oude verkavelingspatronen nog aanwezig zijn. Waar het waterpeil voor de omliggende polder verlaagd is ten gunste van de landbouw, is het peil in het natuurgebied gelijk gebleven aan dat in de dorpen, wat ook de mogelijkheid biedt voor waterrecreatie. Daarnaast is het gebied onderdeel van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk en vervult hiermee een belangrijke recreatieve waarde voor de regio. Waterberging Twisk heeft een de waterbergingsfunctie, met een capaciteit van 100.000 kubieke liter. Daarnaast is dit gebied onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. Waterberging De Skoot bij Opperdoes bestaat uit 3 waterplassen met moerasgebied. Dit zorgt voor bijzondere vegetatie en dieren. Er loopt een wandelpad langs en biedt mooi uitzicht vanaf de Westfriese Omringdijk.
26/30
Figuur 9: Deelgebied 'Natuur- en waterbergingsgebieden'
Koers: beschermen, beleven en benutten Opgaven: • Zorgen voor fiets- en wandelverbindingen tussen de natuur- en waterbergingsgebieden en de omgeving en oplossen van ontbrekende schakels; • Het gebied De Weelen ligt tussen twee agrarische productielandschappen. De functie als natuur- en waterbergingsgebied moet behouden worden en mag niet ten koste gaan van agrarisch productielandschap; • Vanuit de provincie ligt de opgave om extra bos aan te planten. Het moet nog uitgezocht worden of dit een breed provinciale opgave is of dat elke gemeente hieraan moet bijdrage. Wil de gemeente Medemblik deze opgave faciliteren?; • Natuurontwikkeling en zorgen voor een groen-blauwe dooradering in het landelijk gebied, onder andere in het kader van biodiversiteit en klimaatveranderingen; • Handhaven en herstellen kleinschalig landschapselementen in het landschap.
3.9
A7-zone
De A7 is een belangrijke verbindingsweg. De snelweg loopt van knooppunt Zaandam via Hoorn, de Afsluitdijk, Heereveen en Winschoten naar Bad Nieuweschans bij de Duitse grens. In de gemeente loopt de weg langs Wognum en langs Abbekerk. De A7 zorgt voor een goede verbinding van de gemeente met de rest van de omgeving. Verschillende bedrijven zijn hierlangs gevestigd. De snelweg is een doorsnijding van het landschap en vormt daarmee een barrière voor fietsers en wandelaars. Ook zorgt de snelweg voor hinder, bijvoorbeeld van geluidsoverlast en fijnstof. Aan de ander kant zijn er vier aansluitingen en is het omringende gebied met de auto dus goed bereikbaar.
27/30
Figuur 10: Deelgebied 'A7-zone''
Koers: benutten van potentie van de weg en barrièrewerking verminderen Opgaven: • Wil de gemeente de potentie van de A7 verder benutten door meer bedrijven langs de snelweg toe te staan? Een deel van de A7 loopt door het Bijzonder Provinciaal Landschap. Hier zijn beperkte ontwikkelingen mogelijk. Ten noorden van Wognum is wellicht ruimte beschikbaar, maar dat gaat wel ten koste van agrarisch productielandschap; • Voor fietsers en wandelaars de barrièrewerking van de snelweg zo mogelijk verminderen. Door het nemen van gerichte maatregelen op dit vlak neemt de recreatieve betekenis van het buitengebied voor toeristen en recreanten toe.
28/30
4. De uitwerking (de ‘hoe’-vraag) 4.1
Doorkijk naar andere instrumenten
De omgevingsvisie is de eerste stap in de beleidscyclus die onder de Omgevingswet wordt voorgesteld. De omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met het instrument programma(’s) en het omgevingsplan. Elk instrument kent zijn eigen dynamiek en onderlinge afhankelijkheid. Deze beleidscyclus bepaalt niet alleen de opgave voor en het doel van de omgevingsvisie, het zegt ook iets over de samenhang van het instrument met de andere instrumenten in de beleidscyclus. De omgevingsvisie stelt ambities. In programma’s worden ambities concreet gemaakt. Het omgevingsplan bevat regels over de fysieke leefomgeving. Met de Agenda voor de Toekomst wordt de definitiefase van het traject om te komen tot een omgevingsvisie afgesloten. In de vervolgfase (ontwerpfase) wordt op basis van deze Agenda de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. In deze fase zal een voorzet worden gegeven voor thema’s of gebieden die met behulp van een programma nader uitgewerkt kunnen worden.
4.2
Relatie met lopende trajecten
Tegelijkertijd met het opstellen van de omgevingsvisie lopen andere (beleids-)trajecten die van belang zijn. Enkele voorbeelden zijn de regionale woondeal, de Regionale Energie Strategie (RES) , het provinciaal ruimtelijk ontwikkelperspectief, het provinciaal programma landelijk gebied (PPLG0, het gemeentelijke lange termijn accommodatiebeleid, de woonvisie en groenstructuurplan en het versterken van het netwerk van Liander. Ook de Strategische visie 2023-2026 van de P10 gemeenten (samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten) en de bijbehorende uitvoeringsagenda 2023 moet in dit verband genoemd worden. De gemeente probeert met regelmatige afstemming alle trajecten op een goede manier te integreren in de omgevingsvisie.
4.3
Noodzaak milieueffectrapportage
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt opgesteld bij plannen of besluiten die nadelige gevolgen kan hebben op het milieu. Alle milieuaspecten worden hierin integraal bekeken. De omgevingsvisie is in het algemeen plan m.e.r.-plichtig; het betreft namelijk het hele grondgebied en heeft een lange looptijd. De gemeente heeft de ambitie om heldere doelen en keuzes te formuleren: daarmee is het instrument kaderstellend voor mogelijke m.e.r.-(beoordelings-)plichtige activiteiten. De omgevingsvisie heeft nog een wat abstract karakter, wat betekent dat daar ook een globaler m.e.r. bij past, die wat minder op onderzoeken, maar meer op expert judgement is gebaseerd. In programma’s en in het omgevingsplan worden concretere keuzes gemaakt, zodat hiervoor een meer concreet m.e.r. met alternatievenonderzoek nodig is. Een m.e.r. op visie niveau heeft als voordeel dat de milieueffecten van keuzes in beeld gebracht kunnen worden, zodat doelen en keuzes realistischer gemaakt kunnen worden, en dat een rapportage voorhanden is op een niveau waar die thuishoort. Het niet uitvoeren van een m.e.r. op visieniveau betekent een m.e.r. op programma- of planniveau met een inhoud die te zwaar aangezet is voor het instrument waarvoor die m.e.r. dan gemaakt moet worden, omdat daar dan ook de effecten op visieniveau meegewogen moeten worden. Bovendien kan het dan zijn dat de uitkomsten van de m.e.r.
gevolgen hebben voor de inhoud van de visie. Voor de omgevingsvisie kan een plan m.e.r.-light volstaan waarbij alleen die onderdelen worden onderzocht waarvoor een kaderstellende keuze wordt verwacht. Mocht in de definitiefase worden besloten om geen plan m.e.r. te maken dan zal in een MER-advies aangeven worden wat dat betekent voor de uitvoering van de omgevingsvisie en de andere instrumenten.
4.4
Vervolg van de omgevingsvisie
De Agenda voor de Toekomst laat zien wat de kernopgaven voor de toekomst van de gemeente Medemblik zijn. De gebiedsgerichte uitwerking geeft bouwstenen voor een passende uitwerking. De gebiedsgerichte uitwerking zal verder uitgewerkt worden waarbij niet alleen gekeken wordt naar de opgaven die spelen in een bepaald gebied, maar ook een koers wordt bepaald. De koers laat zien over hoe de gemeente wil omgaan met de opgaven en bijbehorende vragen.
29/30
Hiermee geeft de visie antwoord op vragen als ‘welke positie wil de gemeente Medemblik innemen en wat voor gemeente wil Medemblik zijn?’.
30/30