CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-23-724909 - Agenda voor de Toekomst

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Rvs. Omgevingsvisie: ‘Agenda voor de Toekomst’ (pfh. J. Broeders)10.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AGENDA VOOR DE TOEKOMST Richtinggevende bouwstenen voor de omgevingsvisie van de gemeente Medemblik 21 augustus 2023

1/30

2/30

SAMENVATTING De Agenda voor de Toekomst bevat richtinggevende bouwstenen voor het eindbeeld 2040. De kernopgaven laten zien waar de gemeente Medemblik mee aan de slag wil in de omgevingsvisie. De kernopgaven zijn:

Inzetten op een evenwichtige volkshuisvesting Bevorderen van de leefbaarheid in de dorpen en stad Omgaan met klimaatverandering en de omslag naar een duurzame samenleving Waarborgen van een vitale agrarische sector Zorgen voor een evenwichtige economie Benutten van kansen op het gebied van toerisme en recreatie Beschermen van de openheid van het landschap Creëren van een robuust groen- en blauwnetwerk

Koesteren van cultuurhistorie in de dorpen en stad Waarborgen van een gezonde en veilige woon- en leefomgeving Zorgen voor een bereikbare en mobiele gemeente

3/30

INHOUDSOPGAVE Samenvatting

3

1. Inleiding

5

1.1 1.2

5 6

De kracht van Medemblik Agenda voor de Toekomst

2. De kernopgaven voor de toekomst (de ‘wat’-vraag) 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11

Inzetten op een evenwichtige volkshuisvesting Bevorderen van de leefbaarheid in de dorpen en stad Omgaan met klimaatverandering en de omslag naar een duurzame samenleving Waarborgen van een vitale agrarische sector Zorgen voor een evenwichtige economie Benutten van kansen op het gebied van toerisme en recreatie Beschermen van de openheid van het landschap Creëren van een robuust groen- en blauwnetwerk Koesteren van cultuurhistorie in de dorpen en stad Waarborgen van een gezonde en veilige woon- en leefomgeving Zorgen voor een bereikbare en mobiele gemeente

3. Gebiedsgerichte uitwerking (de ‘waar’ vraag) 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

De kleine (lint-)dorpen De middelgrote dorpen Wognum, Andijk, Wervershoof en de stad Medemblik De IJsselmeerkust Bijzondere landschappen De Westfriese Omringdijk Kromme Leek, Groote- en Kleine Vliet Agrarisch productielandschap Natuur- en waterbergingsgebieden A7-zone

4. De uitwerking (de ‘hoe’-vraag) 4.1 4.2 4.3 4.4

4/30

Doorkijk naar andere instrumenten Relatie met lopende trajecten Noodzaak milieueffectrapportage Vervolg van de omgevingsvisie

7 7 8 9 10 11 12 13 13 14 14 15

17 17 18 19 21 22 23 24 26 27

29 29 29 29 29

1. Inleiding 1.1

De kracht van Medemblik

De gemeente Medemblik is qua oppervlakte de grootste gemeente van heel de regio West-Friesland. De stad Medemblik is daarnaast de oudste stad van West-Friesland. In 1289 kreeg het stadsrechten. Medemblik stond bekend om de houthandel en vaart op het Oostzeegebied. In de zeventiende eeuw groeide de stad, samen met Hoorn en Enkhuizen, uit tot één van de VOC-steden in de regio. In deze periode ging de stad veel ontwikkelingen door en werden de Oosterhaven, Westerhaven en Pekelharinghaven aangelegd. Buiten de stad werden meren drooggemaakt. Het Bennemeer tussen Twisk en Abbekerk, het Lekmeer ten zuiden van Wognum en de Brake ten zuiden van Medemblik maakten plaats voor land. Hier ontstonden de typische stolpboerderijen. Door de ligging aan het IJsselmeer en waterrijkheid kent de regio een lange geschiedenis van dijken bouwen. In de tiende eeuw werden korte en lage dijkjes aangelegd. In de twaalfde eeuw werd de regio drukker en rukte het water steeds meer op. De eerste lange dijken werden aangelegd. In de dertiende eeuw werden steeds meer dijken met elkaar verbonden. In de loop van tijd ontstond het stelsel wat nu bekend staat als de West-Friese Omringdijk. Tot 2007 bestond de gemeente Medemblik alleen uit de stad Medemblik.

Op 1 januari 2007 zijn de gemeenten NoorderKoggenland, Wognum (met uitzondering van een kleine strook grond die overging naar de gemeente Hoorn) en Medemblik gefuseerd. Op 1 januari 2011 kwamen daar ook de gemeenten Wervershoof en Andijk bij. Momenteel bestaat de gemeente uit zeventien plaatsen. Elke plaats heeft een eigen unieke karakter. In gemeente is het fijn wonen in de landelijke dorpen. De sociale cohesie is sterk. Inwoners zijn tevreden over het dorpsgevoel en het verenigingsleven, zo blijkt ook uit de enquête die onder inwoners is verspreid. De historische bebouwing en de herkenbare structuren van onder andere de lintdorpen, dragen bij aan de identiteit van deze regio. De vruchtbare kleibodem maakt dit gebied geschikt voor landbouw en de agrarische sector is dan ook sterk vertegenwoordigd in de gemeente Medemblik. Op de akkers en in de kassen wordt voedsel geproduceerd voor Nederland en daarbuiten. Er zijn in Nederland economische clusters aangegeven op het gebied van landbouw, tuin en visserij. Eén daarvan is Greenport Noord-Holland Noord. De regio herbergt verschillende vooraanstaande bedrijven en onderzoeksinstellingen die zich bezighouden met zaadinnovatie en landbouwtechnologie. Seed Valley heeft zijn oorsprong in de gemeente Medemblik en is een samenwerkingsverband van bedrijven en kennisinstellingen in de zaadveredelingssector.

Het staat bekend om zijn expertise op het gebied van zaadveredeling en plantenbiotechnologie. Een andere belangrijk economisch gebied is glastuinbouwconcentratiegebied Het Grootslag. De Noord-Hollandse agrarische sector is toonaangevend op het wereldtoneel en is van strategisch belang: de producten en kennis over de producten gaan de hele wereld over. De agrarische sector is voor de gemeente Medemblik dan ook een sector die zorgt voor economische vitaliteit, samenwerking en kennis, maar staat ook voor grote opgaven op gebied van verduurzaming, natuurherstel en kringlooplandbouw. De gemeente is waterrijk, niet alleen door de ligging aan het IJsselmeer, maar ook door de vele sloten, plassen en veenloopjes, zoals de Groote en Kleine Vliet en Kromme Leek. Daarnaast zijn er een aantal kleine natuurgebieden waar water en groen samenkomen. Watervogels en andere dieren vinden hier hun habitat. De gemeente heeft daarnaast veel agrarisch (cultuur-)landschap. Dit landschap heeft zowel economische, cultuurhistorische als ecologische kwaliteiten. In de gehele gemeente wordt de groene leefomgeving door inwoners onderschreven als kwaliteit. Er is veel moois om te behouden in de gemeente Medemblik. Toch staat de gemeente voor een aantal opgaven. Inwoners maken zich zorgen over het woningaanbod, de verkeersveiligheid en het voorzieningenniveau.

Klimaatverandering en verduurzaming zijn mondiale problemen en deze opgaven hebben hun weerslag op de gemeente. De agrarische sector staat voor uitdagingen op het gebied van verduurzaming en toekomstbestendigheid. De bevolking van Medemblik

5/30

ontgroent (minder kinderen worden geboren) en vergrijst (het aantal ouderen neemt toe). Mede daardoor krimpt de potentiële beroepsbevolking. In de kernen staan voorzieningen onder druk doordat het draagvlak afneemt. Dit heeft gevolgen voor de leefbaarheid in de dorpen.

1.2

Agenda voor de Toekomst

De omgevingsvisie geeft richting aan de opgaven waar de gemeente de komende jaren voor staat. Wat voor gemeente wil Medemblik zijn? Wat is een passende aanpak voor de opgaven die op de gemeente afkomen? In de omgevingsvisie wordt nagedacht over een aanpak die past bij de gemeente Medemblik, waarbij de kwaliteiten worden beschermd en benut. Met deze Agenda voor de Toekomst worden de belangrijkste opgaven geagendeerd. Dit is belangrijk voor het opstellen van de visie. Het vroegtijdig in beeld brengen van de opgaven helpt om later een juiste koers te kiezen en toe te werken naar een toekomstbestendig en duurzame (in de breedste zin van het woord) gemeente. De Agenda voor de Toekomst bevat richtinggevende bouwstenen voor het eindbeeld 2040. De raad stelt de Agenda vast. De Agenda is daarmee de basis voor de verdere uitwerking in een ontwerp-omgevingsvisie. De Agenda voor de Toekomst is tot stand gekomen in samenwerking met een breed spectrum aan partijen, zoals inwoners, ambtenaren, (belangen)organisaties, dorpsraden, medeoverheden en gemeenteraad. In verschillende sessie is gezamenlijk nagedacht over de kwaliteiten van de gemeente, opgaven die spelen en een mogelijke aanpak van deze opgaven voor de toekomst. Onder inwoners is een digitale enquête verspreid. Met dorpsraden, ondernemersfederatie en LTO WestFriesland zijn gesprekken gevoerd.

Sommige dorpsraden waren niet beschikbaar voor een gesprek. Van deze dorpsraden is hun dorpsvisie gebruikt. De Agenda voor de Toekomst laat zien wat de opgaven voor de toekomst van de gemeente Medemblik zijn. Deze vormen de richtinggevende bouwstenen voor 2024. De Agenda geeft antwoord op de volgende vragen: • De ‘wat’-vraag: wat zijn de kernopgaven voor de toekomst en welke keuzes liggen voor? • De ‘waar’-vraag: waar spelen bepaalde opgaven? • De ‘hoe’-vraag: hoe wordt met behulp van de richtinggevende bouwstenen de omgevingsvisie verder opgesteld? Daarnaast gaat de Agenda in op de vraag of een milieueffectrapportage en passende beoordeling noodzakelijk zijn. Met de Agenda voor de Toekomst wordt de definitiefase van het traject om te komen tot een omgevingsvisie afgesloten. In deze fase is breed opgehaald. De vervolgfase (ontwerpfase) bouwt voort op de Agenda van de Toekomst. Hier worden de keuzes gemaakt, wordt een koers bepaald en wordt de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld.

6/30

2. De kernopgaven voor de toekomst (de ‘wat’-vraag) De Agenda voor de Toekomst laat zien wat de kernopgaven zijn waar de gemeente Medemblik met de omgevingsvisie voor staat. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste kernopgaven uiteengezet. De manier waarop wordt omgegaan met opgaven is bepalend voor de toekomst. Bij elke opgave is aangegeven welke keuzes voorliggen. Opgaven staan niet op zichzelf, maar hebben raakvlakken met andere opgaven. Door deze te combineren kan extra voordeel worden behaald. Bij elke opgave wordt aangegeven welke dwarsverbanden het meest prominent zijn.

2.1

Inzetten op een evenwichtige volkshuisvesting

Gemeente Medemblik wil graag een fijne plek zijn voor alle mensen om te wonen. De afgelopen jaren zijn woningen duurder geworden. Hierdoor hebben jongvolwassenen en starters moeite met het vinden van een woning. De huidige huur- en koopprijzen in de dorpen en stad zijn vaak te hoog voor deze groep. In sommige plaatsen zijn voor deze groep geen geschikte woningen beschikbaar. Hierdoor gaan ze buiten de gemeente een woning zoeken. Vanuit het Rijk is bepaald dat senioren langer zelfstandig thuis moeten wonen. Ook worden er geen nieuwe verpleegtehuizen meer gebouwd. Hierdoor blijven senioren vaak in hun huidige eengezinswoning wonen, mede omdat geen geschikte en betaalbare woningen voor deze groep beschikbaar zijn. Dit belemmert doorstroming. Het bouwen van kleinere levensloopbestendige woningen voor senioren zou doorstroming kunnen faciliteren, waardoor deze woningen vrijkomen voor starters en jonge gezinnen. Echter wordt doorstroming niet altijd als kansrijk geacht. Senioren willen graag in hun sociale omgeving blijven wonen en hun woonlasten mogen niet te veel toenemen. Het is daarom belangrijk om levensloopbestendige seniorenwoningen verdeeld over de kernen en stad te bouwen en de betaalbaarheid te garanderen. Niet alleen senioren, maar ook andere inwoners willen graag in hun eigen kern blijven wonen.

Daarvoor zijn passende woningen en bijbehorende voorzieningen, zoals scholen, nodig. Ook zijn er mensen die zijn geboren en opgegroeid in de gemeente maar die nu elders wonen, die graag naar hun dorp en/of stad willen terugkeren. De provincie Noord-Holland heeft het beleid dat woningbouw zoveel mogelijk nabij openbaar vervoer knooppunten moet plaatsvinden. In de gemeente zijn geen OV-knooppunten en ligt ook niet binnen de invloedsgebieden van deze knooppunten. Het bouwen van woningen nabij OV-haltes is wel mogelijk.

Welke keuzes liggen voor? ●

●

7/30

Kiezen voor ‘faciliteren’ of voor ‘in balans brengen’? Speelt de gemeente met de bouwopgave vooral in op de vergrijzing door woningen te bouwen voor deze doelgroep (faciliteren). Of wordt gestreefd naar een evenwichtiger leeftijdsopbouw door ook voor andere doelgroepen te bouwen (in balans brengen)? Door vergrijzing neemt het aantal senioren in de gemeente toe. Met woningbouw kan de gemeente gericht inzetten op woningen voor deze doelgroep, bijvoorbeeld met levensloopbestendige – of specifieke ouderenwoningen. Op die manier kan doorstroming worden gefaciliteerd. Voor senioren is het belangrijk dat gebouwd wordt in hun eigen kern en dat woningen worden gebouw nabij (zorg-)voorzieningen en OV-haltes. Anderzijds kan ook worden gekozen om te bouwen voor starters en jonge gezinnen. Zij zijn belangrijk voor de vitaliteit van de kernen en stad. Ze zorgen voor draagvlak voor voorzieningen, zoals sportvoorzieningen of scholen. Om deze groep te behouden en aan te trekken kan worden ingezet op starterswoningen en eengezinswoningen. Hoe wil de gemeente omgaan met demografische ontwikkelingen? Faciliteert de gemeente vergrijzing door met name voor deze doelgroep te bouwen? Of wil de gemeente ook een fijne plek zijn voor jongeren en jonge gezinnen om hier te kunnen blijven wonen als ze dat willen.

Daarnaast heeft de gemeente te maken met statushouders en arbeidsmigranten die een woning zoeken. Deze groepen zijn minder gebonden aan een bepaalde kern. In welke mate wil de gemeente deze groepen een plek bieden en welke locaties zijn geschikt? Bouwen voor eigen inwoners of ruimte bieden aan de overloop vanuit de MRA? Bouwt de gemeente vooral voor eigen inwoners of biedt het ruimte voor de overloop vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) om zo een diverser leeftijdsbestand binnen de gemeente te krijgen? De regio West-Friesland wil

●

●

een deel van de woningzoekende uit de Metropoolregio Amsterdam faciliteren. Wanneer deze woningbouwopgave in samenhang met mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie en duurzame economische ontwikkeling wordt opgepakt biedt dit kansen voor de gemeente Medemblik. Is (een betere) bereikbaarheid een voorwaarde bij nieuwe woningbouwlocaties? Het is provinciaal beleid om zoveel mogelijk te bouwen nabij OV-knooppunten. Dit is in de gemeente feitelijk niet mogelijk. Woningbouw kan wel nabij OV-haltes. Met name voor seniorenwoningen is de nabijheid van een OV-halte van belang. Door het achterliggend OV-netwerk goed aan te laten sluiten op OV -knooppunten in de regio WestFriesland en in te gaan zetten op alternatieve vormen van mobiliteit kan de bereikbaarheid van de kernen worden verbeterd. Is bereikbaarheid via OV een voorwaarde bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties? Of moet de gemeente vooral inzetten op alternatieve vormen van mobiliteit? Kiezen voor ‘spreiding’ of voor ‘concentratie’? Bij woningbouw kan gekozen worden om dit zoveel mogelijk te verspreiden over alle kernen en de stad. Op die manier krijgt elke woonplaats een impuls. Dit kan helpen om de bestaande voorzieningen in stand te houden en het draagt bij aan de wens van veel huidige inwoners om in hun eigen kern te (blijven) wonen.

In bepaalde kernen zullen hiervoor echter onvoldoende voorzieningen en zorgmogelijkheden zijn. Ook is het dan niet altijd mogelijk om nabij OV-haltes te bouwen, zijn andere (zorg)voorzieningen verder weg en zijn bouwkosten hoger dan als gekozen wordt voor geconcentreerd bouwen op een aantal locaties. Bij geconcentreerd bouwen wordt gekozen om in enkele kernen en stad te bouwen waar OV-haltes en een groter aanbod aan (zorg)voorzieningen beschikbaar zijn.

Dwarsverbanden De woningbouwopgave hangt sterk samen met mobiliteit. De wens om dichtbij OV-haltes te bouwen is niet alleen vanuit zelfstandigheid en mobiliteit belangrijk, maar draagt ook bij aan de verduurzaming. Het OV-netwerk is momenteel niet optimaal. De reistijd is soms erg lang. Het is daarom belangrijk om te zorgen voor een robuust OV-netwerk waarbij het achterliggend OV-netwerk goed aansluit op OV-knooppunten in de regio West-Friesland. Daarnaast kan ingezet worden alternatieve vormen van mobiliteit, zoals deelmobiliteit. In deze opgave is het belangrijk om goed samen te werken met OV-aanbieders en de provincie. Daarnaast is een sterke link met voorzieningen. Voor het behoud van voorzieningen is voldoende draagvlak nodig. Met gerichte woningbouw voor bepaalde doelgroepen kan geprobeerd worden om voorzieningen zoveel mogelijk in stand te houden. Als in een dorp bijvoorbeeld de basisschool dreigt weg te vallen kan het helpen om hier woningen te bouwen voor jonge gezinnen, zodat de kinderen naar de basisschool kunnen.

2.2

Bevorderen van de leefbaarheid in de dorpen en stad

Leefbaarheid is belangrijke voor een fijne woon- en leefomgeving. Het is een breed begrip wat is opgebouwd uit verschillende aspecten, zoals de kwaliteit van de fysieke omgeving, het voorzieningenniveau en sociale samenhang tussen mensen. Voorzieningen vervullen een belangrijk sociaal component. Het is de plek waar mensen elkaar tegenkomen en een praatje maken. In sommige kernen staan de voorzieningen onder druk. Het draagvlak neemt af waardoor sommige voorzieningen verdwijnen. Als het aantal gezinnen met jonge kinderen in een plaats afneemt zal het aantal leerlingen op de basisschool ook afnemen. Mocht dit onder een bepaal niveau komen, moet de school sluiten. Met bepaalde ingrepen kan worden gestuurd op meer draagvlak voor voorzieningen, bijvoorbeeld door meer woningen te bouwen voor gezinnen met jonge kinderen. Bij het zorgen voor leefbaarheid is niet alleen woningbouw een manier om dit te faciliteren. Meerdere zaken spelen hierbij een rol, zoals goede verbindingen, fijne openbare ruimte en voldoende groen.

Welke keuzes liggen voor? ●

8/30

Spreiding van voorzieningen De gemeente Medemblik is een fusiegemeente. Hierdoor heeft het gemeente meerdere zwembaden, gemeentelijk sportvoorzieningen en bibliotheken. Dit rijke pallet aan voorzieningen en accommodaties dragen bij aan de leefbaarheid in de kernen. Bij het waarborgen van de leefbaarheid is het van belang om te kijken welke voorzieningen

●

goed functioneren en welke wellicht vervangen moeten worden. De gemeente werkt momenteel aan een Lange Termijn accommodatiebeleid waarin deze keuzes worden gemaakt. Locatie van voorzieningen Naast de keuze over de spreiding van voorzieningen speelt ook de keuze over de locatie van deze voorzieningen. Voorzieningen kunnen verplaatst worden naar of gebouwd aan de randen van kernen. Op die manier komt ruimte vrij voor andere ontwikkelingen en liggen de voorzieningen dichterbij nabijgelegen kernen. Anderzijds kunnen voorzieningen juist behouden en gebouwd worden op een centrale plek in de kern. Op die manier zijn de voorzieningen goed bereikbaar voor de inwoners van de kern.

Dwarsverbanden De leefbaarheid van de kernen en stad hangt sterk samen met de woningvoorraad. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn voor een diverse groep. Op die manier kan worden bijgedragen aan een vitale bevolkingsopbouw van de plaatst.

2.3

Omgaan met klimaatverandering en de omslag naar een duurzame samenleving

Klimaatverandering is een mondiale opgave. De zeespiegel stijgt, zomers worden warmer, voor langere periode valt geen neerslag of er valt in een korte periode heel veel neerslag. Dit vraagt om aanpassingen in de leefomgeving. Bodem en water worden in toenemende mate sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte en bebouwing kan helpen om beter om te gaan met de uitdagingen die klimaatverandering met zich mee brengt. Maar het is ook nodig om een rem te zetten op de verdere klimaatverandering. De omslag naar een duurzame samenleving draagt bij aan het verminderen van klimaatverandering. Dit kan op verschillende manieren: ‐ Energiebesparing: minder energie verbruiken door energiebesparende maatregelen, zoals een slimme meter of door gebouwen te isoleren. Ruim 50% van de woningvoorraad, circa 9.000 woningen, in de gemeente is gebouwd in de jaren ’60, ’70 en ’80. Deze huizen voldoen merendeels niet aan de hedendaagse duurzaamheidsnormen. Hier ligt een opgave in het verduurzamen. ‐ Verbruik verduurzamen: ander vormen van energie gaan gebruiken, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit in plaats van gas. ‐ Duurzame energiebronnen: een duurzame energiebron is een onuitputtelijke en vernieuwbare energiebron, zoals geothermie, waterkracht, windenergie of zonne-energie. De gemeente Medemblik zit boven een geothermiebron.

Ondanks dat is het niet mogelijk om alle energie uit de bodem te halen. Dat betekent dat naar andere bronnen gezocht moet worden. Het opwekken van duurzame energie vraagt om ruimte, bijvoorbeeld voor windmolens of zonne-weides. Het overschot aan energie moet opgeslagen worden. Het huidige netwerk met laagspanning-, middenspanning- en hoogspanningsniveau moet worden uitgebreid. Dit vraagt kabels onder de grond, boven de grond, extra verdeelkastjes in wijken en nieuwe onderstations. Het is nodig om een goede energiemix voor de gemeente te realiseren. Hierin vullen verschillende energiebronnen elkaar aan. De gemeente is samen met netbeheerders, provincie en regio-gemeente aan het nadenken over dit vraagstuk. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van de Regionale Energiestrategie (RES). ‐ Hergebruik van grondstoffen: in een circulaire economie bestaat geen afval. Al het afval kan opnieuw gebruikt worden als grondstof. Kapotte producten worden gerepareerd en andere materialen worden hergebruikt. In een circulaire economie moeten meer grondstoffen en producten opgeslagen worden voordat ze hergebruikt kunnen worden. Dit vraagt om meer ruimte, bijvoorbeeld in de vorm van opslaghallen. Al deze maatregelen hebben hun eigen ruimteclaim in de omgeving. De energie moet opgeslagen worden. Dit kan vanwege veiligheidsoverwegingen niet overal.

Dit geldt niet alleen voor energie, maar ook bijvoorbeeld het opvangen en bergen van water, zodat dit gebruikt kan worden ten tijden van droogte. De circulaire economie maakt het nodig dat goederen worden opgeslagen om later hergebruikt te worden. De opslag hiervan kost eveneens ruimte.

9/30

Welke keuzes liggen voor? ●

●

●

●

Infrastructuur Er moet een 380kV-verbinding naar Noord-Holland Noord gerealiseerd worden. Het voorstel van de netbeheerder is een tracé naar Middenmeer. De gemeente ligt in het zoekgebied voor dit tracé. Op welke wijze kan dit goed ingepast worden? Energiebesparing Moet de gemeente (meer) inzetten op energiebesparing en hoe staat dit in relatie tot innovatie van bijvoorbeeld bedrijven die wellicht meer energie nodig gaan hebben? Hoe worden inwoners en bedrijven gestimuleerd in het besparen van energie? Ruimte Vanuit de RES is vastgelegd dat de regio zuinig wil omgaan met de traditionele, ruimtelijke identiteit met karakteristieke (lint)dorpen, open ruimtes en de mooie historische stadjes Hoorn, Enkhuizen en Medemblik. Dit landschap moet waar mogelijk behouden blijven. West-Friesland wil zeer zorgvuldig omgaan met het inzetten van vruchtbare, agrarische gronden voor duurzame energieopwekking. Waar blijft ruimte over voor het opwekken van duurzame energie en welke grond mag daarvoor ingezet worden? Bedrijven De bedrijventerrein en de bedrijven die hier gevestigd zijn staan voor de opgave wat betreft verduurzaming en klimaatbestendigheid. Hernieuwbare energieopwekking op en rond bedrijventerreinen is kansrijk.

Niet alleen vanuit landschappelijk oogpunt, maar ook door de opwekking van duurzame energie daar te plaatsen waar de energieinfrastructuur aanwezig is en waar een grote vraag naar energie is. Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat het bij grond rond bedrijventerreinen vaak om agrarische gronden gaat en dat hierdoor druk ontstaat op de omringende landbouwgronden. Voor deze gronden dienen zorgvuldige afwegingen te worden gemaakt.

Dwarsverbanden De agrarische sector is belangrijk voor de economie van de gemeente. Tegelijkertijd is dit een sector die veel energie gebruikt. Het is belangrijk om deze sectoren samen te brengen voor goede afstemming. Daarnaast is de verduurzaming van de woningvoorraad en mensen meekrijgen in de omslag naar een duurzame samenleving van belang.

2.4

Waarborgen van een vitale agrarische sector

De agrarische sector en het agrarisch grondgebied zijn groot in Medemblik. Deze sector is een belangrijke motor van de economie. De verduurzaming van de agrarische sector is gelet op het belang van biodiversiteit, stikstof en water belangrijk. Er zal anders worden omgegaan met het landschap om de omslag naar duurzame landbouw te kunnen maken. De invloed van deze opgaven is groot en vraagt om veel investeringen. Doordat deze opgaven meestal op landelijk of zelfs Europees niveau geagendeerd worden is sturing op gemeentelijk niveau niet altijd mogelijk. Het is van belang dat een goede balans wordt gevonden tussen behoud van economisch kapitaal in deze sector en de noodzakelijke aanpassingen voor een duurzame en toekomstbestendige omgeving. Het kassengebied, waaronder Seed Valley, heeft een andere energiebehoefte dan bijvoorbeeld akkerbouw, vollegrondse teelt of veeteelt. Het is van belang om voor elke sector te kijken naar een passende energiemix. Daarnaast is het van belang oog te hebben voor de effecten van bijvoorbeeld schaalvergroting op het landschap. Het is van belang om schaalvergroting in samenhang te bekijken. Hierbij wordt verder gekeken dan één bedrijf op één perceel, maar wordt juist gekeken naar het grotere geheel.

Bijvoorbeeld als het gaat om de groene inbedding van bedrijfsgebouwen en kassen in het landelijk gebied en de compensatie in de vorm van sloop bij nieuwbouw. Een vitale agrarische sector is niet alleen voor de economie van belang, maar heeft ook een weerslag op de samenleving en is van belang voor het vergroten van de biodiversiteit. Voor de productie van gewassen is water nodig. Bij een zoetwatertekort mogen agrariërs niet meer sproeien. Dit heeft gevolgen voor hun gewassen en opbrengsten. Landbouwverkeer zorgt voor onveilige verkeerssituaties en huisvesting van buitenlandse werknemers heeft gevolgen voor de cohesie van de kleine dorpen.

10/30

Welke keuzes liggen voor? ●

●

●

Verduurzaming Het kassengebied Grootslag voldoet als eerste kassengebied aan de duurzaamheidsdoelstellingen in Nederland. Dit gebied is daarnaast belangrijk voor de economie. De kassen gebruiken echter veel energie: alleen met geothermie en zonne-energie redt deze innovatieve sector het niet. Wat is voor dit gebied een juiste energiemix? Kan dit gebied op termijn energieneutraal worden? En wat vraagt de groei naar een energieneutraal gebied van de gemeente? Ruimtegebruik De grond in de gemeente is vruchtbaar en aantrekkelijke voor de agrarische sector. In de toekomst kan het voorkomen dat door een verhoging van het waterpeil andere agrarische gebieden ongeschikt worden en deze bedrijven moeten verplaatsen.

Wil de gemeente meer agrariërs naar de gemeente toetrekken, ook als dat ten koste gaat van andere functies? Moet de vruchtbare grond behouden blijven voor de agrarische functie? Hoe verhoudt dit zich met de benodigde ruimte voor uitbreiding van bedrijventerreinen? Zijn er oplossingen om efficiënter om te gaan met de beperkte ruimte, bijvoorbeeld met verticale teelt? En als verticale teelt de toekomst gaat worden, kunnen de kassen dan niet beter op een bedrijventerrein worden gesitueerd zodat er weer landbouwgronden vrijkomen voor grondgebonden vormen van agrarische productie? Over deze keuzes wordt ook nagedacht in het kader van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Huisvesting De huisvesting van buitenlandse werknemers vraagt om ruimte. Met name de vraag waar deze ruimte geboden gaat worden is van belang. Worden deze werknemers ondergebracht op de locatie waar ze werken of in de dorpen en stad? Door ze onder te brengen op de werklocatie is het effect voor de samenleving minder groot, maar door ze onder te brengen in de dorpen en stad kan het draagvlak voor de bestaande voorzieningen vergroot worden.

Dwarsverbanden De agrarische sector is groot en hierdoor spelen veel opgaven op een groter schaalniveau dan de gemeente. Goede afstemming met de regio en buurgemeenten is van belang.

2.5

Zorgen voor een evenwichtige economie

De gemeente Medemblik wil inzetten op een sterke lokale en regionale economie waarbij werklocaties en bedrijvigheid toekomstbestendig zijn en met investeringen wordt ingezet op het behoud en verbetering van de bedrijvigheid en werkgelegenheid. Toekomstbestendige bedrijvigheid vraagt om een verbreding van sectoren. Op 6 juli 2022 is door de Westfriese gemeente het convenant werklocaties getekend voor gereguleerde uitbreiding van bedrijfsterreinen. Hierin zijn ook geschikte werklocaties in de gemeente Medemblik is onderzocht. De agrarische sector is afhankelijk van praktisch (geschoold) personeel voor de productie van gewassen. Hier is veel vraag naar, maar deze werkzaamheden worden voornamelijk gedaan door (seizoens-)arbeiders uit het buitenland en zorgt in mindere mate voor arbeidsplaatsen voor inwoners. De vraag naar buitenlandse arbeiders heeft daarnaast een weerslag op de woonbehoefte. Passende huisvesting is van belang. In 2022 heeft de gemeente, samen met de andere Westfriese gemeenten, een locatieonderzoek uit laten voeren waarin een aantal voorkeurszoekgebieden zijn aangegeven. De vraag naar geschikte en voldoende woningen speelt ook in andere sectoren, zoals onder zorgpersoneel, leraren, politieagenten en ambtenaren.

In de regio is binnen de Seed Valley en Greenport Noord-Holland Noord ook behoefte aan (hoger) theoretisch geschoold personeel, bijvoorbeeld als het gaat om agrologistiek. Nederland is in omvang één van de grootste exporteurs ter wereld. Om een aantrekkelijke regio te zijn voor inwoners, is het van belang om voldoende werkgelegenheid in het hogere (theoretische) segment te waarborgen. Mogelijk liggen hier kansen voor het onderwijs, bijvoorbeeld door onderwijs aan te laten sluiten bij de behoefte van ondernemers. In de regio is geen hogeschool. Jongeren moeten daarvoor naar Alkmaar of Amsterdam. Een deel van hen gaat op kamers. Het zou een kans zijn voor de regio om hier een hogeschool te hebben zodat jongeren behouden kunnen worden en ze na hun studie kunnen werken in de gemeente.

11/30

Welke keuzes liggen voor? ●

●

●

Verbreding van sectoren De agrarische sector is belangrijk voor de economie van de gemeente Medemblik. Wil de gemeente deze sector blijven faciliteren of inzetten op andere sectoren zodat een verbreding ontstaat? Ruimte De huidige bedrijventerreinen zitten vol. Wil de gemeente bestaande en toekomstige bedrijven faciliteren door meer ruimte beiden op bedrijventerreinen en deze terrein uit te breiden? Onderwijs Door het gebrek aan een hogeschool zijn jongeren genoodzaakt buiten de regio onderwijs te volgen. Het is hierdoor moeilijker om hen aan de regio te binden. Wil de gemeente samen met de regio inzetten op hoger onderwijs?

Dwarsverbanden Passende huisvesting is van belang voor mensen die werken in de gemeente. Hier is een sterke link met wonen. Daarnaast liggen er kansen op het gebied van onderwijs en kan dit mogelijk versterkt worden.

2.6

Benutten van kansen op het gebied van toerisme en recreatie

Medemblik is de oudste stad van West-Friesland en de vele lintdorpen en stolpboerderijen laten de rijke geschiedenis van de regio zien. Samen met de openheid van het landschap en de waterrijkheid vormt dit een aantrekkelijk gebied voor inwoners en toeristen. In de vrijetijdssector wordt een onderscheid gemaakt tussen recreanten en toeristen. Recreanten zijn mensen uit de gemeente of regio die activiteiten voor hun plezier ondernemen. Toeristen zijn mensen van buiten de gemeente. Het is belangrijk om voor inwoners plekken in de gemeente te hebben waar zij kunnen recreëren, sporten en tot rust kunnen komen. Ook door de provincie is de wens voor het versterken van recreatie uitgesproken. De recreatieve mogelijkheden in de gemeente kunnen versterkt worden, bijvoorbeeld in combinatie met het versterken van de groenblauwe dooradering. Dat zorgt ervoor dat recreatiegebieden in nabijheid zijn voor alle inwoners. Toerisme en de vrijetijdssector zijn belangrijk voor de lokale economie en dragen bij aan meer bestedingen en behoud en verbeteren van voorzieningen in de gemeente. Het beter benutten van de vrijetijdseconomie vormt een kans voor de toekomst. Een goede balans met de inwoners en samenleving is van belang. In de gemeente moeten voldoende plekken zijn om inwoners om te recreëren, waar toerisme niet te prominent mag worden.

Een balans tussen benutten van toeristische mogelijkheden en beschermen van de leefbaarheid is cruciaal.

Welke keuze ligt voor? ●

Vaarroutes Op zich is er geen tekort aan vaarroutes in de gemeente (officieel 80 km, onofficieel veel meer). De uitdaging ligt om meer rondjes te maken, die mensen in een dagdeel kunnen varen. Nu is er één vaarronde in de gemeente die de hele dag duurt. Praktisch bezwaar hierbij zijn de verschillende waterpeilen in het gebied die moet worden overbrugd. Officiële vaarpeil is 2.20 m - N.A.P. Ontsluiting van polder de Grootslag bij Andijk op het bestaande vaarnetwerk is ook een mogelijkheid c.q. wens. Alleen ook hier geldt weer veel verschillend peilgebieden en is extra vaar infrastructuur nodig.

Dwarsverbanden De rijke (cultuur-)historie, openheid van het (agrarisch cultuur-)landschap en groengebieden maken de gemeente aantrekkelijk voor recreatie en toerisme. Het is van belang om deze is samenhang te bekijken en ervoor te zorgen dat ze elkaar waar mogelijk kunnen versterken.

12/30

2.7

Beschermen van de openheid van het landschap

De openheid van het landschap is een belangrijke kwaliteit van de gemeente. De openheid is kenmerkend voor het karakter van de regio en draagt bij aan het gevoel van rust en landelijkheid, wat zo wordt gewaardeerd door inwoners. Echter hebben veel opgaven in de gemeente hebben een weerslag op het landschap. De woningbouwopgave vraagt om ruimte. Deze ruimte is vaak niet beschikbaar in de dorpen, waardoor wordt gekeken naar mogelijkheden voor uitbreiding buiten het dorp. De verwachting is dat op termijn innovaties wel zullen leiden tot efficiënter ruimtegebruik, maar tot die tijd vraagt de energietransitie vooral om ruimte. De ruimtevraag heeft invloed op het landschap. Het is van belang om de openheid zoveel mogelijk te behouden en daarom bij ontwikkelingen met respect voor het landschap te handelen. Om het karakter van het landschap te behouden en versterken is daarnaast ook de aanleg en het herstel van kenmerkende kleine landschapselementen (zoals erfbeplanting, watergangen, bosjes) van belang. Niet alleen wordt hiermee de landschappelijke karakteristiek van het landschap versterkt, maar ook de recreatieve beleving. Daarbij biedt het kansen voor het aanpakken van opgaven voor biodiversiteitsherstel.

Welke keuze ligt voor? ●

Bosaanleg De provincie wil meer bossen in de regio. Bosaanleg nabij een dorp of stad biedt de bewoners de mogelijkheid ‘een ommetje te maken’ en kan tevens leiden tot een verbeterde ruimtelijke inpassing van een dorpsrand of bedrijventerrein. Bosaanleg kan op gespannen voet staan met het beschermen van de openheid van het landschap. Past bosaanleg in de gemeente en zo ja, welke locaties komen in beeld?

Dwarsverbanden Koppelkansen tussen landschap en duurzaamheid (ruimtevraagstuk), wonen (ruimtevraagstuk), toerisme (genieten en benutten van het landschap), maatschappij (identiteit van de regio) en natuur en groen (onderdeel van landschap). Bij al deze aspecten moeten een goede balans met het landschap gevonden worden.

2.8

Creëren van een robuust groen- en blauwnetwerk

Een robuust en goed functionerend natuur- en waternetwerk is belangrijk voor de biodiversiteit en draagt bij aan de beleefbaarheid van de gemeente. Verschillende natuur- en watergebieden kunnen aan elkaar gekoppeld worden door middel van corridors en het uitbouwen van bestaande gebieden. Het gebied Groote Vliet en mogelijk ook Kromme Leek en De Weelen kunnen hiervoor interessante opties zijn. Het uitbreiden van het waternetwerk biedt kansen voor vaarroutes. Hiermee kunnen zowel ecologische als recreatieve kwaliteiten worden versterkt. Een lange termijnvisie moet ontwikkeld worden om ervoor te zorgen dat zaken in samenhang met elkaar opgepakt worden. Hierin moeten ook aspecten als klimaat worden meegenomen. Bij verdere klimaatverandering is het van belang om natuuren watergebieden robuust in te richten. Het weer bepaald in grote mate of een plek aantrekkelijk is voor een bepaalde vorm van recreatie. Temperatuurstijgingen kunnen in Nederland een kans zijn voor recreatie. Echter kunnen droogte, extreme hitte en zeespiegelstijging de kwaliteit van de recreatie ook aantasten.

Welke keuze ligt voor? ●

13/30

Waterbeheer Gemeente heeft weinig water in eigen beheer. Het beheer van circa 90% van de sloten is overgedragen aan het waterschap. De gemeente heeft met name sloten bij begraafplaatsen, sportvelden en parken in beheer en eigendom. Hierdoor zijn sturingsmogelijkheden minder. Moet de gemeente inzetten op meer water in eigen beheer om zo een robuust groen- en waternetwerk te kunnen realiseren?

Dwarsverbanden Het creëren van een robuust groen- en blauwnetwerk vraagt in sommige gevallen om extra ruimte. De kwaliteit van bepaalde gebieden kan hiermee versterkt worden, bijvoorbeeld door historisch groen en water te herstellen. Echter kan het soms ook een belemmering of obstakel vormen, bijvoorbeeld voor de openheid van het landschap.

2.9

Koesteren van cultuurhistorie in de dorpen en stad

Medemblik is vol van historie. In de gemeente is een rijke collectie aan rijks- provinciale, archeologische, aardkundige monumenten en stolpboerderijen. Sinds 2019 zijn ook gemeentelijke monumenten aangewezen. De stadskern van Medemblik is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht en het lintdorp Twisk is aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. Het cultureel erfgoed vertelt het verhaal over de historie en draagt bij aan het gevoel van identiteit. Het is belangrijk dat dit erfgoed wordt beschermd en toekomstige ontwikkelingen hier geen afbreuk aan doen. De gemeente heeft de ambitie om de gemeentelijke monumentenlijst uit te breiden, zodat meer erfgoed bescherming geniet. De bescherming, van bijvoorbeeld stolpen, kan dan ook geborgd worden door regels te stellen in het Omgevingsplan. Soms verliest erfgoed haar oorspronkelijke functie. Bijvoorbeeld bij kerken die leegstaan. De gemeente werkt momenteel aan een kerkenvisie om te kijken naar toekomstige mogelijkheden van leegstaande kerken.

Welke keuzes liggen voor? ●

●

Eigenaarschap Het beschermen van het erfgoed is een kostbare aangelegenheid. Hoe kan gezorgd worden voor eigenaarschap bij de samenleving zodat samen opgetrokken kan worden? Behouden door transformeren Het is financieel niet altijd mogelijk om al het erfgoed in dezelfde mate te beschermen. Welk erfgoed wil de gemeente in de originele staat behouden en waar is ruimte voor een andere functie? Is het acceptabel om bepaald erfgoed te laten verdwijnen als het behoud te veel barrières met zich meebrengt?

Dwarsverbanden Het erfgoed is een belangrijke kwaliteit voor de vrijetijdssector. Hier liggen kansen om dit met elkaar te verbinden.

2.10 Waarborgen van een gezonde en veilige woon- en leefomgeving Een gezonde en veilige woon- en leefomgeving is essentieel voor de leefbaarheid van inwoners. Bereikbaar en toegankelijk groen draagt bij aan de gezondheid van mensen. Daarnaast zijn sportvoorzieningen belangrijk en sociale contacten. Momenteel ervaren inwoners onveilige situaties in het verkeer, bijvoorbeeld door landbouwverkeer, sluipverkeer door de dorpen of doordat (vrijliggende) fietspaden ontbreken. Dit blijkt ook uit de enquête die onder inwoners is verspreid en uit de gesprekken die met dorpsraden zijn gevoerd. Bij veiligheid moet ook rekening worden gehouden met mogelijke milieuhinder van bedrijven. Mensen mogen gezondheidsschade oplopen door bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van openbare orde en veiligheid is belangrijk voor de leefbaarheid van de gemeente. In de enquête is door sommige inwoners aangegeven dat ze zich zorgen maken over verfrommeling op straat en drugshandel. In de omslag naar duurzame energie moet niet alleen energie worden opgewekt, maar ook opgeslagen en getransporteerd. Hierbij moet rekening worden gehouden met veiligheid vanuit verschillende oogpunten. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid van hulpdiensten. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen hinder veroorzaken voor de leefbaarheid, bijvoorbeeld bij bedrijven dichtbij woningen.

14/30

Welke keuze ligt voor? ●

Verkeersveiligheid In de lintdorpen worden onveilige verkeerssituaties ervaren doordat alle verkeersgebruikers gebruik maken van dezelfde weg. Het is in de lintdorpen echter niet altijd mogelijk om de verkeerssituatie te wijzigen. Bepaalde inpassingen tasten het landschap aan, bijvoorbeeld een tweede weg. Wil de gemeente sturen op minder verkeer, de infrastructuur aanpassen of de situatie accepteren?

Dwarsverbanden In de gemeente Medemblik is verkeersveiligheid, met name onder inwoners, een belangrijk thema. Hier ligt een opgave op het gebied van mobiliteit. Daarnaast hangt een gezonde en veilige woon- en leefomgeving ook sterk samen met de leefbaarheid. Inzetten op de verschillende aspecten van leefbaarheid (zoals groen, ontmoetingsplekken en voorzieningen) draagt bij aan een gezonde leefomgeving en stimuleert de sociale veiligheid.

2.11 Zorgen voor een bereikbare en mobiele gemeente Een robuust openbaar vervoersnetwerk is noodzakelijk om de gemeente leefbaar te houden. Op die manier kunnen mensen die geen auto hebben, veelal jongeren en senioren, reizen en hun zelfstandigheid behouden. Zeker met het oog op vergrijzing is dit een belangrijk punt. Daarnaast draagt het bij aan de omslag naar een duurzame samenleving, waarbij mensen minder vaak de auto pakken en vaker de fiets of het openbaar vervoer gebruiken. Het is van belang om de bereikbaarheid van de kernen te vergroten, bijvoorbeeld door het achterliggend OV-netwerk goed te laten aansluiten op OV-knooppunten in de regio West-Friesland en in te zetten op alternatieve vormen van mobiliteit. Momenteel wordt veel overlast ervaren als het gaat om verkeersveiligheid. Het is echter niet altijd mogelijk om dit aan te pakken, omdat in historische lintdorpen weinig beschikbare ruimte is voor aanpassingen van de wegen. Het is nodig om met een andere blik te kijken naar mobiliteit die past bij Medemblik, bijvoorbeeld met oplossingen zoals deelauto’s. Niet alleen inwoners spelen hierin een rol, maar ook mensen die werken in de gemeente. Om werknemers te motiveren om met het openbaar vervoer te komen is een goede busverbinding op het bedrijventerrein cruciaal.

Daarnaast zijn veilige fietspaden nodig op bedrijfsterrein om de werknemers te motiveren om op de fiets naar hun werk te gaan.

Welke keuze ligt voor? ●

Openbaar vervoer In hoeverre wil de gemeente inzetten op (verbetering van het) openbaar vervoer? Of zijn ander vormen van mobiliteit binnen de gemeente meer kansrijk?

Dwarsverbanden Een bereikbare en mobile gemeente zijn belangrijk voor de economie. Bedrijven moeten goed bereikbaar zijn voor transport en de werknemers. Daarnaast wordt door veel inwoners de verkeersveiligheid genoemd als belangrijke opgave. Ook op het gebied van duurzaamheid kan mobiliteit een prominente rol spelen in de omslag naar een duurzame samenleving.

15/30

Figuur 1: Overzichtskaart deelgebieden gemeente Medemblik

16/30

3. Gebiedsgerichte uitwerking (de ‘waar’ vraag) De verschillende gebieden in de gemeente Medemblik zijn niet met elkaar te vergelijken. In de agrarische gebieden spelen andere opgaven en belangen dan in de lintdorpen of langs de IJsselmeerkust. Het is van belang om de unieke opgaven in beeld te brengen om zo een aanpak te kunnen opstellen die recht doet aan het gebied en de verschillende belangen. In dit hoofdstuk vindt de gebiedsgericht uitwerking plaatst van de ‘wat’-vraag naar de ‘waar’-vraag.

3.1

De kleine (lint-)dorpen

De gemeente kent dertien kleine dorpen en lintdorpen. Veel van deze dorpen zijn lintdorpen en bevatten cultuurhistorisch waardevolle elementen. De leefbaarheid van de kleine dorpen staat onder druk, mede door de vergrijzing en een tekort aan betaalbare en geschikte woningen. Dit heeft een weerslag op het draagvlak voor voorzieningen. Het is daarom belangrijk om aandacht te hebben voor geschikte woningen voor senioren zodat zij in een fijne omgeving oud kunnen worden. Anderzijds is het inzetten op betaalbare en geschikte woningen voor jongeren en gezinnen van belang. Deze groep is belangrijk voor het in stand houden van de voorzieningen, zoals (basis-)scholen en sportvoorzieningen. De dorpsraden hebben tijdens de gesprekken in het kader van de participatie de behoefte naar woningen aangeduid. Dit blijkt ook uit verschillende dorpsvisies. De randen van de kernen zijn vaak strak afgebakend waardoor een strakke scheiding bestaat tussen kernen en buitengebied. Dit maakt het lastiger om ontwikkelingen mogelijk te maken, omdat potentiële uitbreidingslocaties al snel tot het landelijk gebied worden gerekend en daar andere afwegingskaders gelden. Inwoners laten weten zich zorgen te maken over de verkeersveiligheid. Agrarische verkeer zorgt voor onveilige situatie, de dorpen worden gebruikt als sluiproute als hoofdwegen vaststaan en op veel plekken is geen vrijliggend fietspad.

Soms is de ruimte echter niet beschikbaar om aanpassingen toe te passen aan de wegen. Er moet dan gezocht worden naar andere oplossingen, zoals verlaagde snelheden. De huidige wegenpatronen en lintbebouwingen kunnen ook op het gebied van duurzaamheid tot knelpunten leiden, bijvoorbeeld bij de aanleg van boven- en ondergrondse infrastructuur.

Figuur 2: Deelgebied ‘(Lint-)dorpen’

17/30

Koers: met gerichte ontwikkelingen sturen op vitale dorpen Opgaven: • Bestaande voorzieningen in stand houden. Momenteel wordt gewerkt aan een accommodatiebeleid waarin hierover keuzes worden gemaakt. Het accommodatiebeleid wordt later geïntegreerd in de omgevingsvisie; • Inspelen op de behoefte aan geschikte woonvormen voor senioren: een fijne woon- en leefomgeving met zorg en aandacht voor elkaar; • Hoe om te gaan met vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB), bouwen in de tweede lijn of ruimte op agrarische bedrijven?; • Inzetten op betaalbare en geschikte woningen voor jongeren, starters en jonge gezinnen; • Naast beperkte uitbreiding ook mogelijkheden bieden voor inbreiding, herbestemmen en woningsplitsing; • Bij ontwikkelingen koppelkansen met andere beleidsvelden benutten, bijvoorbeeld door duurzaam te ontwikkelingen, inspelen op cultuurhistorische waarden, groen toevoegen of uitnodigen tot gezond gedrag; • Een gezonde en groene leefomgeving faciliteren; • Karakter van dorpen behouden en cultuurhistorische elementen beschermen; • Verbeteren van de verkeersveiligheid door het terugdringen van zwaar landbouwverkeer, afremmen snelheid en voorkomen sluipverkeer; • De verminderde bereikbaarheid door beperktere OV-verbindingen verbeteren, bijvoorbeeld door alternatieven voor OV-verbindingen richting de grotere kernen (deeltaxi, bel-taxi, AutoMaatjes).

3.2

De middelgrote dorpen Wognum, Andijk, Wervershoof en de stad Medemblik

Andijk is een levendige plaats in de gemeente. Er zijn volop mogelijkheden tot recreatie en ontspanning. Zwemmen, vissen, wandelen of (kite)surfen kan allemaal in en bij het IJsselmeer, in recreatiegebied de Vooroever. Wervershoof staat bekend om molen De Hoop. In deze plaats is een winkelcentrum met twee supermarkten en verschillende winkels. In Wognum is het gemeentehuis gevestigd. Ook voor bedrijven is dit een aantrekkelijke vestigingsplaats. Medemblik bezit vele cultuurhistorische rijkdommen en is de oudste stad van West-Friesland. Op sportief vlak heeft de stad veel te bieden. Hier zit het International Sailing Center, een trainingsaccommodatie voor internationale zeilwedstrijden. In de gemeente Medemblik zullen nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen zoveel mogelijk binnen het stedelijk gebied en nabij OV-haltes plaatsvinden. Aangewezen kernen hiervoor zijn Medemblik, Wognum, Andijk en Wervershoof. In deze plaatsen zijn voldoende voorzieningen, is de uitbreidingsruimte groter dan in de dorpen en is ov beschikbaar.

18/30

Figuur 3: Deelgebied 'Middelgrote dorpen en stad'

Koers: sturen op vier complementaire kernen met elk een eigen identiteit Opgaven: • Verduurzaming van de huidige woningvoorraad: ruim 50% van de woningvoorraad, circa 9.000 woningen, in de gemeente is gebouwd in de jaren ’60, ’70 en ’80. Deze huizen voldoen merendeels niet aan de hedendaagse duurzaamheidsnormen. Hier ligt een opgave in het verduurzamen; • Recreatieve waarden van benutten, bijvoorbeeld door prettige centra en een goed voorzieningenniveau; • Bij ontwikkelingen koppelkansen met andere beleidsvelden benutten, bijvoorbeeld door duurzaam te ontwikkelingen, erfgoed versterken, groen toevoegen of uitnodigen tot gezond gedrag; • Naast beperkte uitbreiding ook mogelijkheden bieden voor inbreiding, herbestemmen en woningsplitsing; • Voorzieningen moeten met hun verzorgingsgebied de omliggende kernen faciliteren. Goede bereikbaarheid van deze voorzieningen is hierbij van belang.

In het accommodatiebeleid worden hierover keuzes gemaakt; • Werklocaties en bedrijventerreinen moeten versterkt worden: dit moeten prettige plekken zijn voor mensen om te werken en aantrekkelijke locaties voor bedrijven om zich te vestigen; • Een gezonde en groene leefomgeving faciliteren; • De centrumfuncties van de middelgrote kernen en stad moeten versterkt worden, dit moeten prettige gebieden zijn voor mensen om te verblijven en elkaar te ontmoeten; • Een goede OV bereikbaarheid van de middelgrote dorpen en Medemblik faciliteren.

3.3

De IJsselmeerkust

IJsselmeerkust inclusief gebied De Vooroever en Koopmanspolder-Andijk Langs de kust van het IJsselmeer wordt de komende jaren gewerkt aan plannen voor natuur, drinkwatervoorziening, energie, recreatie en toerisme, wonen en werken, industrie, landbouw en visserij. De gemeente Medemblik werkt hiervoor samen met de provincie, Rijkswaterstaat, de gemeenten Hollands Kroon en Enkhuizen, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en PWN. De Noord-Hollandse IJsselmeerkust is kenmerkend en onderscheidend voor gemeente

19/30

Medemblik. Gemeente Medemblik wil de beleving van het IJsselmeer verbeteren en zet in op vitaliteit van de verblijfsrecreatie. De ontwikkelingen, projecten en activiteiten in dit gebied moeten ‘IJsselmeerwaarde’ hebben. Hierbij wordt gekeken naar zowel binnendijkse als buitendijkse ontwikkelingen in de Noord-Hollandse IJsselmeerkust. IJsselmeerwaarde is het grootschalig vooruitgangsdenken dat ontstond uit innovaties voor water en natuur en dat kenmerkend was en is voor de omgang met en dynamiek in het IJsselmeer en de voormalige Zuiderzee (bijvoorbeeld de drooglegging van de proefpolder Andijk, de aanleg van natuureiland De Kreupel, en de inrichting van de vooroevers en Koopmanspolder). IJsselmeerwaarde betekent dat alle ontwikkelingen zich moeten verhouden tot het unieke karakter en de grootse uitstraling van het IJsselmeer en zijn geschiedenis. Recreatiegebied De Vooroever (144 hectare) strekt zich uit langs de IJsselmeerkustlijn van Medemblik tot Andijk. Strand wordt afgewisseld met natuurgebieden, met natte en drogere gebieden, gras en riet. De Proefpolder Andijk werd in 1926-1927 aangelegd in de Zuiderzee bij het Noord-Hollandse dorp Andijk. Dit gebeurde als proef voor het inpolderen en cultiveren van de latere IJsselmeerpolders.

Veel Andijkers hadden een tuindersbedrijf in de Proefpolder, maar vanaf de jaren 1970 nam vakantiebungalowpark Het Grootslag een groot gedeelte van de Proefpolder in gebruik. Rond 2000 werd bovendien villavakantiepark IJsselhof gebouwd, waarmee het hele gebied in het teken van verblijfsrecreatie is komen te staan.

Figuur 4: Deelgebied 'IJsselmeerkust'

Koers: ontwikkelingen met ‘IJsselmeerwaarde’ integraal en samenhangend oppakken Opgaven: • Integrale samenwerking aan de gebiedsontwikkeling van de IJsselmeerkust: verder invulling en uitwerking geven aan de Kustvisie IJsselmeerkust; • Balans zoeken tussen water, natuur, landschap, maatschappelijke en economische opgaven, ambities en waarden om de leefomgeving beter te beschermen, versterken en ontwikkelen;

20/30

• • •

• •

3.4

Een vertrekpunt en leidraad voor ontwikkelingen en projecten om ze op elkaar aan te laten sluiten en waar mogelijk elkaar te versterken; Betekenis van het IJsselmeer in verleden en heden beter en breder in alle sectoren onder de aandacht brengen; Toekomstbestendige drinkwatervoorziening: de gemeente heeft ingestemd met het “Uitvoeringsprogramma oppervlaktewaterwinning Andijk 2022-2027" en moet daar uitvoering aan geven. PWN moet de drinkwaterproductiecapaciteit vergroten. Momenteel wordt gekeken naar het uitbreiden van de productiefabriek van PWN; Mogelijkheden voor zon op water onderzoeken; Ruimte bieden voor recreatie op water.

Bijzondere landschappen

Bijzondere landschappen zijn landschappen die om hun bijzondere eigenschappen worden gewaardeerd. Ze zijn van waarde voor mens en dier. Ze dienen bijvoorbeeld als leefgebieden voor weidevogels, bevatten waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap zijn goed zichtbaar of ze hebben een bijzondere opbouw van de ondergrond. De provincie Noord-Holland heeft deze gebieden aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) om hun kwaliteiten te kunnen beschermen. Bijzonder landschap Abbekerk en omgeving Abbekerk en omgeving is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. De onregelmatige strokenverkaveling staat van oudsher haaks of schuin op de oude lange veenlinten. De basis van de ontginning is bepaald door de licht kronkelende kreekruggen met daarop de bebouwingslinten en kernen. Het reliëf van deze kreekruggen en welvingen is soms nog zichtbaar in het landschap. De kleinschalige droogmakerij De Bennemeer is een aardkundig monument in het landschap. Een bijzondere kwaliteit zijn de inversiekreekruggen en getijdewelvingen en de typische lange bebouwingslinten op de oorspronkelijke kreekruggen. Hieronder valt het Westfriese poldergebied rond de kernen Abbekerk en Opperdoes. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Westfriese Omringdijk en de N239.

Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door de oude bebouwingslinten van Gouwe, Sijbekarspel, Benningbroek, Midwoud, Oostwoud en Veldhuis. Aan de oostzijde ligt de grens op de provinciale weg N240. De snelweg A7 doorsnijdt het gebied in noord-zuid richting. Abbekerk en omgeving omvat het beschermd dorpsgezicht van lintdorp Twisk met vele monumenten en het traject van de historische spoorlijn Hoorn – Medemblik. Het gebied vormt een landschappelijke buffer tussen de grootschalige glastuinbouwclusters rondom dit gebied. Abbekerk en omgeving vertoont lokaal verschillen door de invloed die de zee ooit op dit gebied had, door ruilverkavelingen en door het huidige agrarisch landgebruik. De mate waarin de verkaveling van het oude veenlandschap nog zichtbaar is en oorspronkelijke waterlopen aanwezig zijn varieert. Hierdoor varieert ook de landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het overgrote deel van Abbekerk en omgeving zijn aangewezen als weidevogelleefgebied. Bepaalde vochtige graslanden en waterlichamen in de omgeving van Abbekerk zijn opgenomen in het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN). De waterlopen, oevers en aangrenzende natuurgebieden maken deel uit van een uitgebreid netwerk van natte natuurverbindingen in West-Friesland.

In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat in deze gebieden ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan. Het behoud van het ‘authentiek Westfriese landschap’ staat in dit gebied voorop, zoals het behouden van zichtlijnen, dorpslinten, openheid en vergezichten. Bijzonder landschap Opmeer-Wognum Opmeer-Wognum maakt onderdeel uit van een oud zeekleilandschap met wisselende verkavelingspatronen en lange bebouwingslinten. In dit landschap liggen ook twee kleine droogmakerijen, het Berkmeer en het Baarsdorpermeer. De openheid en de geschiktheid voor weidevogels zijn bijzondere kwaliteiten in dit gebied.

21/30

Bijzonder landschap Oosterdijk Het Oosterdijk bestaat uit het oostelijke deel van Polder Het Grootslag. In dit deel van Het Grootslag is de bebouwing in het gebied nog beperkt wat bijdraagt aan de rust en openheid.

Figuur 5: Deelgebied 'Bijzondere landschappen'

Koers: koesteren, beschermen en versterken Opgaven: • Tegengaan van verrommeling in het gebied; • Beleefbaarheid vergroten door het uitbreiden van het fiets- en wandelpadennetwerk; • Kleinschalige woninguitbreiding realiseren met behoud van landschapswaarden en historische patronen en structuren; • Handhaven en herstellen kleinschalig landschapselementen in het landschap; • Behouden en beschermen van karakteristieke stolpen, bijvoorbeeld door mogelijkheden tot woningsplitsing en herbestemmen; • In BPL zijn geen grote nieuwe ontwikkelingen mogelijk, terwijl wel grote opgaven spelen onder andere op het gebied van woningbouw, voorzieningen en energie-infrastructuur.

3.5

De Westfriese Omringdijk

De Westfriese Omringdijk is een dijk rond het oude zeekleilandschap van West-Friesland. De dijk beschermde de Westfriezen al sinds de 13e eeuw tegen water en verbindt verschillende gemeenten en landschappen, ieder deel met een eigen karakter. De dijk is met zijn 126 km lengte een tastbaar icoon van de Westfriese identiteit. Deze identiteit bouwt voort op de strijd tegen het water, de pioniersmentaliteit van de bevolking, de Westfriese onafhankelijkheid in vroegere tijden en het kenmerkende landschap. De Westfriese Omringdijk rijgt verschillende landschapstypen aan elkaar die het resultaat zijn van verschillende fasen van ontginning, drooglegging en aandijkingen. De dijk zelf is door de eeuwen heen, ondanks de ‘permanente verbouwing’ van de dijk en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, opvallend goed in zijn oorspronkelijke profiel bewaard gebleven. De Westfriese Omringdijk is beschermd als provinciaal monument en wordt beschouwd als icoon voor West-Friesland.

22/30

Figuur 6: Deelgebied 'Westfriese Omringdijk'

Koers: beschermen, beleven en benutten Opgaven: • Verbinden Westfriese Omringdijk met het achterland via (wandel- en fiets)routes; • Plekken langs de dijk aangrijpen om de ‘verhalen van het landschap’ beleefbaar te maken; • Historisch lint benutten om routes en plekken met elkaar te verbinden; • Behouden en beschermen van de drie provinciale kernwaarden van de Omringdijk (landschappelijke karakteristiek; openheid en ruimtebeleving; ruimtelijke dragers); • Verder uitbouwen van toeristisch-recreatieve potenties, met name de ligging aan het IJsselmeer.

3.6

Kromme Leek, Groote- en Kleine Vliet

Het gebied Kromme Leek, omringd door karakteristieke lintdorpen, kenmerkt zich door een grote openheid en rust met vollegronds teelten en graslanden in eeuwenoude kavelpatronen. Maar vooral de aanwezigheid van de veenrivier, die al zo’n 2500 jaar door het landschap meandert, maakt dit gebied bijzonder. Deze veenrivier is van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De Kromme Leek mondt via de Groote- en Kleine Vliet uit in het IJsselmeer.

23/30

Figuur 7: Deelgebied ‘ Kromme Leek, Groote- en Kleine Vliet’

Koers: beschermen, beleven en benutten Opgaven: • Kleinschalige recreatieve ontwikkelingen stimuleren (bijvoorbeeld een schelpenpad lang Kromme Leek); • Natuurontwikkeling en herstel van biodiversiteit; • Handhaven en herstellen kleinschalig landschapselementen in het landschap.

3.7

Agrarisch productielandschap

Medemblik is een agrarische gemeente. Het grote landelijke gebied werd en wordt hoofdzakelijk gebruikt ten behoeve van de grondgebonden landbouw (akkerbouw). Medemblik heeft een vruchtbare kleigrond voor land- en tuinbouw. Hier zijn diverse grote agrarische bedrijven gevestigd. Verzilting speelt in de gemeente maar een beperkte rol, behalve rondom Andijk en de IJsselmeerkust. Achter deze kustzone strekt zich een agrarisch gebied uit met mooie lintdorpen die grote open landschappelijke ruimtes omsluiten. Zowel het weidse achterland als het verstedelijkte tuinbouw- en kassengebied zijn kenmerkend voor het landelijk gebied. Het Grootslag is een polder en voormalig waterschap. De polder bestaat dit jaar 600 jaar. Het gebied strekt zich uit ten westen en noordwesten van Enkhuizen, tot aan de Zwaagdijk. Vanaf 1973 vond een grootschalige ruilverkaveling plaats, die duurde tot 1979. Hiermee werd de polder 'gemoderniseerd'. Het gebied veranderende van 'vaarpolder' in een 'rijpolder'. In het oostelijke deel van de polder is het recreatiegebied Het Streekbos aangelegd. Dit alles ging wel ten koste van het typerende landschap van de polder. Slechts enkele delen van de polder zijn min of meer in de oude staat bewaard gebleven, met name het deel De Weelen ten noorden van Horn bij Lutjebroek. Sinds 1999 is 412 hectare ontwikkeld als glastuinbouwconcentratiegebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=9ad34048-7f29-468c-b3b8-c3940bd6f787