01 DOC-23-633937 - Bijlage 1: Verordening fysieke leefomgeving 2e tranche (aangepaste versie, incl. erratum + wijziging artikel 7.12 Vfl)
Tekst van het document
Artikel 7.31 1.
Grafbeplanting
Niet-blijvende beplanting op een graf die, naar het oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.
62
2.
Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer deze het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende.
Artikel 7.32
Onderhoud door rechthebbende
1.
Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende.
2.
De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
3.
Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
4.
De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
5.
Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
6.
Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de rechthebbende.
Afdeling 7.8
Kamperen
Artikel 7.33
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
1.
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.
2.
Het verbod geldt niet voor: a.
het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein; 63
b.
het plaatsen van een camper of kampeerauto op een door het college aangewezen camper overnachtingsplaats voor maximaal 72 uur, mits het op die plaats aangegeven aantal niet wordt overschreden.
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.4 van deze verordening kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:
5.
a.
natuur en landschap; of
b.
een dorps- en/of stadsgezicht.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 7.34
Slapen op openbare plaatsen
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats in een voertuig te overnachten. Artikel 7.35
Aanwijzing kampeerplaatsen
1.
Het verbod van artikel 7.33 eerste lid is niet van toepassing op de door het college aangewezen plaatsen.
2.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 7.33, vierde lid van deze verordening.
Afdeling 7.9
Crossen
Artikel 7.36
Crossterreinen
1.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd of buiten wedstrijdverband een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
64
c. 3.
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidsproductie sportmotoren.
Artikel 7.37
Beperking verkeer in natuurgebieden
1.
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
2.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
3.
4.
a.
het voorkomen van overlast;
b.
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
c.
de veiligheid van het publiek.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen zoals bedoeld in het eerste lid;
c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d.
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen zoals bedoeld in het eerste lid;
e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing: a.
op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;
65
b.
binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening NH2020 aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens deze verordeningen zijn aangewezen als “toestel”.
5.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 7.38 1.
Loslopende honden
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b.
op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;
c.
op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
3.
Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a.
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden;
b.
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 7.39 1.
Verontreiniging door honden en paarden
De eigenaar of houder van een hond of paard is verplicht er zorg voor te dragen dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd: a.
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats;
b.
buiten de bebouwde kom op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers en op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of voor recreatief 66
gebruik beschikbare terreinen of op een door het college aangewezen plaats. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3.
De eigenaar of houder van een hond is verplicht, als hij zich met die hond bevindt op een in het eerste lid onder a of b genoemde openbare plaats, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen.
4.
De eigenaar of houder van een hond is verplicht, als hij zich met die hond bevindt op een in het eerste lid onder a of b genoemde openbare plaats, dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te tonen.
5.
Het bepaalde in het eerste lid onder a is niet van toepassing op de door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 7.40 1.
Bijen
Het is verboden bijen te houden: a.
binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; of
b.
binnen een afstand van 30 meter van de weg.
2.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.
3.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement en/of op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding noodzakelijk is om het laag in- en uitvliegen van de bijen te voorkomen.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 7.41 1.
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Het is verboden op het door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
67
a.
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
b.
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 7.33 van deze verordening of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel of
d.
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
2.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
3.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening.
Hoofdstuk 8 Artikel 8.1
Overige bepalingen Herziening en vervanging van aangewezen normen, andere voorschriften en wet- en regelgeving
Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de Nennormen, voornormen, praktijkrichtlijnen, andere voorschriften en wet- en regelgeving waarnaar in deze verordening of in de bij deze verordening behorende bijlagen worden verwezen, indien de bevoegde instantie en/of orgaan de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn, het voorschrift of de wet- en regelgeving heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd.
Hoofdstuk 9 Artikel 9.1
Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Sanctiebepaling
1.
Behoudens het bepaalde in de Wet economische delicten worden overtredingen van de artikelen van deze verordening en de op grond van artikel 3.3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
2.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1, 7.3, 7.4 en 7.12 van deze verordening.
68
3.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 9.2
Toezichthouders
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast (buitengewone) opsporingsambtenaren aangesteld voor de politieregio waaronder de gemeente Medemblik valt.
2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 9.3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, mits zij beschikken over een machtiging tot binnentreden van de burgemeester of voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de Algemene wet op het binnentreden. Artikel 9.4
Grondslag nadere regels en aanwijzingsbesluiten
1.
De “Nadere regels uitwegen Medemblik 2021” berusten op artikel 7.4 lid 4 van deze verordening.
2.
De “Nadere regels voor het plaatsen van tijdelijke reclame-uitingen Medemblik” berusten op artikel 7.1 lid 4 van deze verordening.
3.
De “Nadere regels oplaadinfrastructuur Medemblik” berusten op artikel 7.1 lid 4 van deze verordening.
4.
De “Nadere regels uitstallingen Medemblik” berusten op artikel 7.1 lid 4 van deze verordening.
5.
De “Nadere regels opslag Medemblik” berusten op de artikelen artikel 7.1 lid 4 en 7.41 lid 2 van deze verordening.
6.
De “Nadere regels voor het organiseren van een evenement op schepen” berusten op artikel 3.8 van deze verordening.
7.
De “Nadere regels voor het plaatsen van een terras” berusten op artikel 7.1 lid 4 van deze verordening.
8.
Het “Aanwijzingsbesluit aanplakplaatsen Medemblik” berust op artikel 6.12 lid 4 van deze verordening. 69
9.
Het “Aanwijzingsbesluit opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en stankoverlast” berust op artikel 7.41 lid 4 van deze verordening.
10.
Het “Aanwijzingsbesluit camperplaatsen” berust op artikel 7.35 lid 2 van deze verordening.
11.
Het “Aanwijzingsbesluit hondenlosloop- en verbodsgebieden Medemblik” berust op artikel 7.38 lid 2 van deze verordening.
12.
Het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Medemblik 2022” berust op de artikelen 5.24 lid 4, 5.28, 5.29 lid 2, 5.31 lid 3 en 5.34 lid 2 van deze verordening.
Artikel 9.5
Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1e tranche en andere verordeningen die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 9.6
Inwerkingtreding nieuwe verordening
Onder intrekking van de gewijzigde Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1e tranche, vastgesteld door de raad op 9 september 2021, vast te stellen de Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 2e tranche. 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking. De Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1e tranche vervalt als de Verordening fysieke leefomgeving 2e tranche in werking is getreden.
Artikel 9.7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 2e tranche. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 26 januari 2023.
Datum………….
De griffier,
De voorzitter,
Bekend gemaakt op: ……………………….2023 70