CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-22-547768 Toelichting

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Bestemmingsplan Wognum-Bloesemgaerde Noord (pfh. J. Broeders)13.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8

Geluid wegverkeer

Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Betekenis voor het project De nieuwe woningen komen in de onderzoekszone van de Westeinderweg. De Wet geluidhinder verplicht om de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen te toetsen aan de grenswaarden. Door middel van een akoestisch onderzoek9 is de geluidbelasting op de nieuwe woningen bepaald en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. 9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever Omgevingsadvies, 31 mei 2021

DNS Planvorming BV

23/35

Uit het onderzoek volgt dat als gevolg van het verkeer op de Westeinderweg voor één blok woningen binnen het plangebied hogere waarden benodigd zijn. De berekende geluidbelasting bedraagt maximaal 55 dB. Maatregelen die tot een lagere geluidbelasting kunnen leiden, worden niet doelmatig geacht. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 60 dB voor de geplande woning aan de Westeinderweg en ten hoogste 56 dB voor de overige woningen. Deze geluidbelasting staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg.

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:  bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt;  transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd;  ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

Betekenis voor het project Raadpleging van de Risicokaart geeft aan dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. De opslag van chloorbleekloog bij Stichting Leekerweide bevindt zich op circa 400 meter afstand van het plangebied, een LPG-tankstation is op ruim 900 meter aanwezig. Er zijn geen hogedruk gasleidingen in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen over de A7. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over het plan. De opkomst van de brandweer naar het plangebied is matig. Deze wordt waarschijnlijk licht overschreden met 1 tot 2 minuten. Dit is zowel overdag als ’s nachts. De opkomsttijden van de andere hulpdiensten wordt als voldoende ingeschat. De bereikbaarheid is voldoende mits aan de uitgangspunten voor bereikbaarheid in het plangebied wordt voldaan. Deze zijn:  Een doorrijhoogte van 4,2 m;  Een rijwegbreedte van tenminste 4,5 m, maar bij voorkeur minimaal 5,5 m, voor de verbindingsweg;  Opstellen op de openbare weg binnen een afstand van maximaal 10 m tot elke woning is mogelijk;  Een bochtstraal van tenminste R10 aan de buitenzijde/

DNS Planvorming BV

24/35

De Veiligheidsregio adviseert dat binnen een afstand van 100 m tot de toegang van elke woning er een bluswatervoorziening is met een opbrengst van tenminste 500 ltr/min. In de praktijk blijkt daartoe een bluswatervoorziening op een afstand van ca. 80-90 m tot het erf aanwezig moet zijn. De voorkeur van de Veiligheidsregio gaat uit naar het toepassen van brandkranen. Optioneel kan het aanleggen van een bluswaterriool een geschikt alternatief zijn. Voor uiterst bijzondere omstandigheden adviseert de Veiligheidsregio dat daar waar de verbindingsweg over het water gaat in aansluiting op de Conferenceweg (zuidzijde) en Westeinderweg (noordzijde) de waterdiepte tenminste 1 m bedraagt. Hiermee zijn die plaatsen geschikt voor het verkrijgen van aanvullend bluswater. Als voorzien wordt in de bereikbaarheid conform de hierboven beschreven uitgangspunten dan zijn de uitgangspunten voor de bestrijdbaarheid voor de Veiligheidsregio voldoende. Voor de bestrijding van woningbrand is de straat voor de woning de meest voor de hand liggende opstelplaats. In de omgeving bevinden zich geen panden en/of activiteiten die substantieel risico verhogend zijn voor het plangebied. Het plangebied kan door aanwezigen in twee richtingen verlaten worden.

Hiermee wordt de zelfredzaamheid in voldoende mate gefaciliteerd De uitgangspunten voor bereikbaarheid worden als voorwaarde meegenomen in de uitwerking van het plan.

4.10

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn:  Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. De brochure geeft als voorbeeld o.a. lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid.

Aangezien het plan uitsluitend betrekking heeft op woningbouw en de aanwezige functies in het lint overwegend bestaan uit woningen, wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘rustig woongebied’. Hieronder wordt ingegaan op de niet woonfuncties in de omgeving van het plangebied. Westeinderweg 1a Het perceel Westeinderweg 1a (woning met schuren) heeft de bestemming Bedrijf. Ter plaatse zijn categorie 1 en 2 bedrijfsactiviteiten toegestaan. Voor categorie 2 bedrijfsactiviteiten geldt tot woningen in een rustig woongebied een richtafstand van 30 meter tot woningen. Aan deze richtafstand wordt tot aan de grens van het plangebied voldaan. Bovendien zijn bestaande woningen op korte afstand van het perceel aanwezig waardoor geconcludeerd kan worden dat het bedrijf niet wordt beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van het plan.

DNS Planvorming BV

25/35

Westeinderweg 2 Op het perceel Westeinderweg 2 is een agrarisch handelsbedrijf gevestigd. De bedrijfsvoering wordt reeds beperkt door woningen die op korte afstand van het bedrijfsperceel aanwezig zijn. Het aspect geluid vormt om die reden geen belemmering voor de voorgenomen woningbouw. Naast het huidige gebruik als agrarisch handelsbedrijf heeft het bedrijf een omgevingsvergunning milieu (8 oktober 1991) voor het houden van 120 stuks vleesstieren en 150 schapen. In 2011 is door de Regionale uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD) een geurberekening uitgevoerd. Hieruit volgde dat de geurcirkel over het plangebied voor de woningbouw loopt. Bij bedrijfsbezoeken in mei 2016 en mei 2021 werden echter geen dieren meer gehouden. De omgevingsvergunning milieu zal worden ingetrokken. Voor een eventuele toekomstige agrarische bedrijfsvoering wordt het bedrijf reeds beperkt door de aanwezige woningen aan de overzijde van het bedrijf. Op grond hiervan en met het intrekken van de vergunning kan er van worden uitgegaan dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied. Kerkstraat 102 Op het perceel Kerkstraat 102 is een agrarisch bouwvlak aanwezig. De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoering wordt reeds beperkt door woningen die op korte afstand van het bedrijfsperceel aanwezig zijn. Voor het bedrijf wordt uitgegaan van een aan te houden richtafstand van 30 meter tot woningen in een rustig woongebied. Deze afstand reikt niet tot in het plangebied. Westeinderweg 7 Het naastgelegen perceel Westeinderweg 7 kent een woonbestemming aan de zijde van de Westeinderweg. Aan de achterzijde, waar de paardenbak, longeercirkel en het bos aanwezig zijn, geldt een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Hier is ook een mestopslag aanwezig. Op 2 mei 2017 is omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘bouwen’ en ‘afwijken van het bestemmingsplan’ voor de thans aanwezige paardenstal, paardenbak met drie verlichtingspalen, paddock en mestbak. Uit een in 2021 uitgevoerd bedrijfsbezoek komt naar voren dat gezien het aantal dieren, de beperkte hoeveelheid opgeslagen mest, het ontbreken van commerciele uitingen en afwezigheid van winstoogmerk geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Er is sprake van het hobbymatig houden van dieren. Tevens is vastgesteld dat ter plaatse geen sprake is van een inrichting Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het Activiteitenbesluit niet van toepassing is. De Wet geurhinder en veehouderij geeft geen regels voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren.

De regels in deze wet zijn daarom niet van toepassing op het onderhavige perceel. Hetzelfde geldt voor de in dit kader door de gemeente Medemblik vastgestelde ‘Verordening Fysieke Leefomgeving van de gemeente Medemblik’. Voor de zonering rond mestopslag van vaste mest zijn de Handreiking bedrijven en milieuzonering (VNG) en het Activiteitenbesluit van belang. In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn geen richtafstanden voor een (hobbymatige) paardenhouderij opgenomen, wel voor een paardenfokkerij. Indien er sprake zou zijn van een paardenfokkerij (wat hier niet het geval is) geldt voor geur een richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen in een rustig woongebied met betrekking tot mogelijk geurhinder tot nabijgelegen woningen van derden. De richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Dit is bevestigd in verschillende uitspraken van de Raad van State (zie o.a. zaaknummer 201113021/1/R1). In de bestaande situatie grenst het perceel van de hobbymatige paardenhouderij aan de westzijde aan een bestaande woning van derden.

De stal en mestopslag bevindt zich echter aan de oostzijde van het perceel, grenzend aan het plangebied. Geurhinder zou kunnen worden ervaren vanaf de stal en mestopslag. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ten aanzien

DNS Planvorming BV

26/35

van de te realiseren woningen rekening gehouden met een richtafstand van 50 meter ten opzichte van de stal en mestopslag. Voor de aspecten geluid en stof geldt voor een paardenfokkerij een richtafstand van 30 meter tot woningen in een rustig woongebied. De richtafstand van 50 meter is maatgevend. Uit uitgevoerd geuronderzoek10 volgt dat ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat op de beoogde woningen en dat bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. In de omgevingsvergunning is opgenomen dat de verlichting bij de paardenbak objectgericht moet zijn en dat met de vergunde lichtmasten wordt voldaan aan de Richtlijn Lichthinder. Met deze voorwaarden in combinatie met de toe te passen richtafstand van 50 meter is voldoende aannemelijk dat geen sprake is van lichthinder bij de te realiseren woningen als gevolg van de hobbymatige paardenhouderij. Tennisbanen Ten zuiden van het plangebied zijn tennisbanen gesitueerd. Voor tennisbanen geldt tot woningen in een rustig woongebied een richtafstand 50 meter als gevolg van het aspect geluid. Met deze richtafstand is rekening gehouden. Dit betekent dat woningen op meer dan 10 meter vanaf de waterloop aan de zuidzijde van het plangebied moeten worden gerealiseerd. De afstand van de tennisbanen tot de dichtstbijzijnde woning bedraagt eveneens 50 meter.

In het bestemmingsplan is met een gebiedsaanduiding geborgd dat geen woningen binnen de afstand van 50 meter gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor is het voldoende aannemelijk dat het gebruik van de tennisbanen niet door de nieuwe woningen wordt beperkt. Met het hanteren van de richtafstand van 50 meter is bovendien voldoende aannemelijk dat het gebruik van de tennisbanen een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg staat. Spuitzone bestrijdingsmiddelen Op circa 20 meter ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de Westeinderweg, zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van bestrijdingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Boom- en fruitteelt is op grond van het bestemmingsplan hier niet toegestaan. Tussen de te realiseren woningen en de Westeinderweg ligt een sloot. Volgens het Activiteitenbesluit mag er geen gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater terecht komen.

Op grond hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de drift van de middelen niet bij woonpercelen kan komen en de agrarische bedrijfsvoering als gevolg van het bouwplan niet wordt beperkt. Aanvullend wordt hierbij opgemerkt dat de woningbouw wordt ingepast tussen gronden waar al woningen aanwezig zijn. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen op de agrarische gronden aan de overzijde van de Westeinderweg een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg staat en agrarische bedrijven niet in hun mogelijkheden worden beperkt.

4.11

Kabels en leidingen

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang.

10

Onderzoek geurhinder Bloesemgaerde-Noord Wognum, De Roever Omgevingsadvies, 6 oktober 2021

DNS Planvorming BV

27/35

Betekenis voor het project Via een KLIC-melding zijn de aanwezige kabels en leidingen in het gebied geïnventariseerd. Voor de KLIC-melding geldt dat netbeheerders conform de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) hun kabels en leidingen met een nauwkeurigheid van 1 meter aan weerszijden beschikbaar dienen te stellen. Er zijn geen kabels en leidingen in het plangebied die specifieke aandacht vragen.

4.12

Duurzaamheid

De gemeente Medemblik streeft naar een klimaatneutrale toekomst. Onder het motto 'Duurzaam Medemblik' neemt de gemeente extra maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en naar meer klimaatvriendelijke vormen van energie en producten over te gaan. Daarnaast zet de gemeente zich actief in om bewustwording en energiebesparing bij inwoners, bedrijven en instellingen te stimuleren. Betekenis voor het project Voor het onderhavige plan is het uitgangspunt om zogenaamde “nul op de meter woningen” te realiseren. Dit betekent dat het netto energiegebruik tot nul wordt gereduceerd. Dit uitgangspunt gaat dus verder dan de wettelijke BENG-eis (bijna energieneutraal). Dit gebeurt door slim gebruik te maken van energiebesparende en energieopwekkende voorzieningen als zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers. Door middel van afspraken met de planontwikkelaar wordt dit vastgelegd. De inrichting van de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk klimaatadaptief. Dit houdt in dat een zo groot mogelijk oppervlak binnen het openbaar gebied als onverhard terrein wordt ingericht. Bij de verharding die wordt gebruikt wordt rekening gehouden met een goede waterafvoer. De inrichting met bomen en struiken draagt bij aan het voorkomen van hittestress.

4.13

M.e.r.-beoordeling

In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. De wijzigingen gelden met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2017. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project Uit het natuuronderzoek en het onderzoek naar stikstofdepositie, zoals beschreven in paragraaf 4.5 blijkt dat de ontwikkeling naar verwachting geen invloed heeft op Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. Door middel van een aanmeldnotitie11 is hier invulling aan gegeven.

Hieruit volgt dat de omvang van het project ver onder de drempelwaarde ligt en de kenmerken van de activiteiten (herinrichting van het gebied en bouw van de woningen) en de mogelijke gevolgen voor het milieu als gevolg van deze activiteiten geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.14

Conclusie milieu- en omgevingsaspecten

De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

11

Aanmeldnotitie m.e.r. Bloesemgaerde Noord, DNS Planvorming BV, 11 juni 2021

DNS Planvorming BV

28/35

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.

5.2

Planopzet en systematiek

In het voorliggende bestemmingsplan is de hoofdstructuur van de openbare ruimte vastgelegd. Voor de verkeersstructuur is de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. De te verbreden waterloop is als Water bestemd. De toekomstige hoofdgroenstructuur heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen. Voor de uitgeefbare gronden is de bestemming Wonen opgenomen. Er is sprake van gedetailleerde bestemmingen waarbij binnen de woonbestemming nog enige ruimte is om in te spelen op de actuele woningbehoefte. Door de keuze voor deze planvorm wordt voldoende rechtszekerheid geboden voor de omgeving maar is er wel nog enige flexibiliteit mogelijk in de verkaveling.

5.3

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels is per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.

5.4

Planregels

In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:  Groen  Verkeer – Verblijfsgebied  Water  Wonen De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken.

DNS Planvorming BV

29/35

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels.  Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.

 Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels  Artikel 3: Groen De hoofdgroenstructuur is als ‘Groen’ bestemd. Binnen deze bestemming zijn ook parkeerplaatsen en voet- en fietspaden toegestaan. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.  Artikel 4: Verkeer De hoofdverkeerstructuur in het plangebied is als ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ bestemd. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd.  Artikel 5: Water De waterloop is bestemd als ‘Water’. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd.  Artikel 6: Wonen Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn maximaal 50 woningen toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken te worden gebouwd. De maximale goothoogte en bouwhoogte zijn op de verbeelding weergegeven. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Dorpskernen IV. Bij de woningen zijn aan huis gebonden beroepen en bedrijven toelaatbaar.

Hiervoor geldt dat maximaal 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel (woonhuis + bijbehorende bouwwerken) mag worden benut, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m². Hoofdstuk 3 Algemene regels

 Artikel 7: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.  Artikel 8: Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft een aantal gebruiksvormen die per definitie als strijdig gebruik van de gronden in het bestemmingsplangebied worden beschouwd.  Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Met deze bepaling kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels ten aanzien van het bouwen van gebouwen ten behoeve van het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken.

DNS Planvorming BV

30/35

 Artikel 10: Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is aangegeven onder welke voorwaarden de wegen kunnen worden gewijzigd, bouwvlakken kunnen worden verschoven en functies kunnen worden gewijzigd.  Artikel 11: Overige regels In de overige regels is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Of sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt bepaald aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormen'. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.

 Artikel 12: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.  Artikel 13: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.5

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van dit bestemmingsplan, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang:  voldoende kenbaarheid geven aan het plan;  voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan;  inzichtelijke en realistische regeling;  handhavingsbeleid.

DNS Planvorming BV

31/35

6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten van de grondexploitatie zijn verzekerd doordat de gemeente zelf de gronden in eigendom heeft. De kosten worden via verkoop verhaald. Op grond van deze gegevens kan de financiële uitvoerbaarheid van het plan in voldoende mate gewaarborgd worden geacht.

DNS Planvorming BV

32/35

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Bij het project is door de gemeente besloten om in een vroeg stadium participatie met belangstellenden te houden. Op de bewonersavond van 10 april 2019 is aan de omwonenden de mogelijkheid geboden om input voor de quickscan te geven. In het vervolgproces zijn de kaders voorbereid voor de woningbouwontwikkeling. Waar mogelijk, is rekening gehouden met de wensen van de omwonenden. Met enkele omwonenden en bedrijven in de directe omgeving zijn individuele gesprekken gevoerd. Op 5 november 2019 is het concept van de kaderstellende notitie gepresenteerd aan de omwonenden. Tijdens deze bijeenkomst heeft een groep geïnteresseerden/woningzoekenden hun zorgen geuit over de doorlooptijd. Een andere groep omwonenden had moeite met de verkeersroute. Op basis van deze input is de ontwerptekening met betrekking tot de verkeersroute aangepast. Na vaststelling van de kaderstellende notitie zijn omwonenden per brief geïnformeerd over de verdere inspraakmogelijkheden in het proces. Tevens is in 2020 het ontwikkelkader met omwonenden gedeeld en wordt er periodiek een digitale nieuwsbrief gestuurd.

Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg gevoerd met de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan betrokken zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd aan de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, Archeologiedienst, PWN, Liander en de regiogemeenten. Deze instanties zijn in de gelegenheid gesteld om op het plan te reageren. Van de volgende instanties is een overlegreactie ontvangen:  Provincie Noord-Holland  Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier  Veiligheidsregio Noord-Holland Noord  PWN  Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Van de provincie Noord-Holland is geen formele reactie ontvangen maar heeft voorafgaand aan het wettelijk vooroverleg afstemming plaatsgevonden. De ontvangen overlegreacties zijn hieronder van beantwoording voorzien. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De waterparagraaf mist een paar facetten die van belang zijn voor het bestemmingsplan. De berekening voor de verhardingstoename moet verder zijn uitgewerkt.

Voorgesteld wordt om de volgende zin toe te voegen “De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen. Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied 6750-109 uitgebreid te worden met 8% van de verhardingstoename. Hierbij is uitgegaan van een peilstijging van 0,4 meter die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen, een bemalingscapaciteit van 14,4 mm/dag, een drooglegging van 0,9 meter en grondsoort klei.”.

DNS Planvorming BV

33/35

Er is afgesproken tussen de gemeente en het hoogheemraadschap dat, na aanleggen en goedkeuren van de watervergunning én op verzoek van de gemeente, het hoogheemraadschap het oppervlaktewater op deze locatie in onderhoud neemt voor de gemeente. Voor het kleine, straks doodlopende, stukje sloot ten noordwesten van het plan geldt dit niet. Deze zal door de aanliggend eigenaren moeten worden onderhouden. Dit stukje valt buiten het plangebied van Overname Stedelijk Water Medemblik. Voorgesteld wordt om dit toe te voegen aan waterparagraaf. Op de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn geen op- of aanmerkingen. Reactie gemeente De voorgestelde tekstuele aanvullingen zijn opgenomen in paragraaf 4.1 Water. PWN PWN verzoekt de voorwaarden in acht te nemen die openbare nutsbedrijven moeten stellen om hun taak in het algemeen belang te kunnen uitoefenen, waaronder het beschikbaar stellen van voldoende ruimte in openbare grond voor het ondergronds verkeer. Deze ruimte dient vrij te zijn van bomen en stekelige beplanting, terwijl de overige beplanting van dien aard dient te zijn dat het leidingnet te allen tijde goed bereikbaar blijft. Ingeval de leidingstrook voorzien wordt van verharding, dient deze verharding 'open' te zijn. Tevens dient het leidingtracé vrij te blijven van opslag e.d. In dit kader wordt verwezen naar de NEN 7171-1 en de praktijkrichtlijn NPR 7171-2.

Het wordt op prijs gesteld om in overleg te treden met PWN alvorens tot effectuering van het plan wordt overgegaan, in overleg treedt. Er wordt aandacht gevraagd om in een vroeg stadium onderzoek te doen naar de noodzaak en mogelijkheden voor toepassing voor een alternatieve bluswatervoorziening. Verder wordt aandacht gevraagd voor toepassing van het standaarddocument VANN ten behoeve van de aanleg van voorzieningen in nieuwbouwgebieden. Tot slot wordt opgemerkt dat in het belang van de volksgezondheid de in het plan gelegen gronden geen gevaarlijke stoffen mogen bevatten, die na leidingaanleg in het drinkwater terecht kunnen komen. Reactie gemeente De gemeente neemt de overlegreactie voor kennisgeving aan en zal de ontwikkelaar van het plan te zijner tijd van de genoemde voorwaarden en adviezen op de hoogte brengen. De overlegreactie leidt niet tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over het plan. De opkomst van de brandweer naar het plangebied is matig. Deze wordt waarschijnlijk licht overschreden met 1 tot 2 minuten. Dit is zowel overdag als ’s nachts. De opkomsttijden van de andere hulpdiensten wordt als voldoende ingeschat. De bereikbaarheid is voldoende mits aan de uitgangspunten voor bereikbaarheid in het plangebied wordt voldaan.

Deze zijn:  Een doorrijhoogte van 4,2 m;  Een rijwegbreedte van tenminste 4,5 m, maar bij voorkeur minimaal 5,5 m, voor de verbindingsweg;  Opstellen op de openbare weg binnen een afstand van maximaal 10 m tot elke woning is mogelijk;  Een bochtstraal van tenminste R10 aan de buitenzijde. De Veiligheidsregio adviseert dat binnen een afstand van 100 m tot de toegang van elke woning er een bluswatervoorziening is met een opbrengst van tenminste 500 ltr/min. In de praktijk blijkt daartoe een bluswatervoorziening op een afstand van ca. 80-90 m tot het erf aanwezig moet zijn. De voorkeur van de Veiligheidsregio gaat uit naar het toepassen van brandkranen. Optioneel kan het aanleggen van een bluswaterriool een geschikt alternatief zijn. Voor uiterst bijzondere omstandigheden adviseert de Veiligheidsregio dat daar waar de verbindingsweg over het water gaat in aansluiting op de Conferenceweg (zuidzijde) en Westeinderweg (noordzijde) de waterdiepte tenminste 1 m bedraagt. Hiermee zijn die plaatsen geschikt voor het verkrijgen van aanvullend bluswater.

DNS Planvorming BV

34/35

Als voorzien wordt in de bereikbaarheid conform de hierboven beschreven uitgangspunten dan zijn de uitgangspunten voor de bestrijdbaarheid voor de Veiligheidsregio voldoende. Voor de bestrijding van woningbrand is de straat voor de woning de meest voor de hand liggende opstelplaats. In de omgeving bevinden zich geen panden en/of activiteiten die substantieel risico verhogend zijn voor het plangebied. Het plangebied kan door aanwezigen in twee richtingen verlaten worden. Hiermee wordt de zelfredzaamheid in voldoende mate gefaciliteerd Reactie gemeente De uitgangspunten voor bereikbaarheid worden als voorwaarde meegenomen in de uitwerking van het plan. Hetzelfde geldt voor bluswatervoorzieningen. Het advies van de Veiligheidsregio is verwerkt in de in paragraaf 4.9 van het bestemmingsplan. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over de aspecten bedrijven en milieuzonering, bodem, duurzaamheid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid wegverkeer en natuur. Door de Omgevingsdienst wordt geadviseerd om de tekst over bedrijven en milieuzonering op onderdelen aan te vullen. Met betrekking tot het onderdeel bodem wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de asbestverontreiniging.

Op basis van de beschikbare gegevens kan geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over de geschiktheid van de bodem voor de toekomstige functie op deze locatie. Met betrekking tot het aspect natuur wordt geadviseerd om de conclusies van het natuuronderzoek iets beter te verwoorden in het bestemmingsplan. De tekst over de overige aspecten is akkoord bevonden. Reactie gemeente Paragraaf 4.5 Natuur en paragraaf 4.10 Bedrijven en milieuzonering is naar aanleiding van het advies van de Omgevingsdienst aangepast. De tekst in paragraaf 4.2 Bodem is ongewijzigd gebleven. In de tekst is reeds aangegeven dat nader asbestonderzoek zal worden uitgevoerd en dat, indien noodzakelijk, de asbestverontreiniging gesaneerd zal worden, waarna de bodem ook hier geschikt is voor de nieuwe functie. De kosten voor een eventuele sanering staan de financiële uitvoerbaarheid niet in de weg.

7.2

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken. Na een beroepstermijn van zes weken treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

DNS Planvorming BV

35/35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=3cdc9f71-5a55-4c67-8b0f-d16f04b3f104