CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-22-547768 Toelichting

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Bestemmingsplan Wognum-Bloesemgaerde Noord (pfh. J. Broeders)13.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wognum - Bloesemgaerde Noord

Bestemmingsplan

status datum IMRO-code

ontwerp 10 juni 2022 NL.IMRO.0420.BPWOGNUMBLSMGN-ON01

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

TOELICHTING .............................................................................................................................. 4 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 5 Ligging plangebied ........................................................................................................ 5 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving ............................................................................................................ 7 Inleiding ......................................................................................................................... 7 Huidige situatie ............................................................................................................. 7 Stedenbouwkundige visie en kaderstellende notitie ..................................................... 7 Ontwikkelkader ............................................................................................................. 8

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.6

Beleid .......................................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Nationale Omgevingsvisie .......................................................................................... 11 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ................................................................................ 11 Nationaal waterbeleid ................................................................................................. 12 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ............... 13 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 14 Regionale woonvisie West-Friesland en Regionaal actieprogramma West-Friesland 2017-2021 ...................................................................................................................

14 Woonakkoord 2020-2025............................................................................................ 15 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 15 Gemeentelijke structuurvisie ....................................................................................... 15 Programma Wonen 2018 - 2026................................................................................. 16 Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan ...................................................................... 16 Nota Parkeernormen 2021.......................................................................................... 17 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 17

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 18 Water ........................................................................................................................... 18 Bodem ......................................................................................................................... 19 Archeologie ................................................................................................................. 19 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 20 Natuur ......................................................................................................................... 20 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 22 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 23 Geluid wegverkeer ...................................................................................................... 23 Externe veiligheid ........................................................................................................ 24 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................

25 Kabels en leidingen ..................................................................................................... 27 Duurzaamheid ............................................................................................................. 28 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 28 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 28

DNS Planvorming BV

2/35

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 29 Algemeen .................................................................................................................... 29 Planopzet en systematiek ........................................................................................... 29 Verbeelding ................................................................................................................. 29 Planregels ................................................................................................................... 29 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 31

6

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 32

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 33 Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro .......................................................... 33 Procedure.................................................................................................................... 35

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING  Concept ontwikkelkader  Verkennend bodem- en asbestonderzoek inclusief waterbodemonderzoek  Archeologisch proefsleuvenonderzoek  Natuurtoets  Onderzoek stikstofdepositie  Verkeerskundig onderzoek  Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai  Ontwerpbesluit hogere waarden  Onderzoek geurhinder  Aanmeldnotitie m.e.r.

DNS Planvorming BV

3/35

TOELICHTING

DNS Planvorming BV

4/35

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Het voornemen is om op de locatie Bloesemgaerde Noord te Wognum woningbouw te ontwikkelen. Het plangebied ligt ten noordwesten van de kern Wognum, tegen de nieuwste uitbreidingswijk ‘Bloesemgaerde’ aan. Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad van Medemblik de kaderstellende notitie voor het project vastgesteld. Hierin is onder andere bepaald dat in het gebied maximaal 50 woningen gerealiseerd zullen worden, bestaande uit circa 25% sociale huurwoningen, circa 25% goedkope koopwoningen en circa 50% middeldure en dure koopwoningen. De voorgenomen ontwikkeling op deze locatie is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime voor het plangebied van kracht, waarmee de woningbouw binnen het plangebied planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden van de Westeinderweg en kent momenteel een agrarisch gebruik. Aan de oostzijde grenst de locatie aan het gerealiseerde woningbouwplan Bloesemgaerde en de lintbebouwing aan de Westeinderweg. Aan de westzijde is een particulier perceel met stolpwoning en paardenfaciliteiten gesitueerd met daarachter een aangeplant bos. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn de tennisbanen van Tennisvereniging Wognum gesitueerd. Het plangebied is ruim 2,3 hectare groot.

Afbeelding 1.1: luchtfoto met ligging plangebied

DNS Planvorming BV

5/35

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Dorpskernen IV’, vastgesteld op 29 september 2016 door de gemeenteraad van Medemblik. De gronden hebben in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch’ en zijn primair bestemd voor agrarisch grondgebruik. Tevens geldt de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond.

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan Dorpsrkernen IV (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) met plangebied rood omlijnd)

De voorgenomen woningbouw is in strijd met de bouw- en gebruiksregels die gelden binnen de bestemming ‘Agrarisch’.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.

DNS Planvorming BV

6/35

2

Planbeschrijving

2.1

Inleiding

De vraag naar woningbouw in de gemeente Medemblik is groot en neemt toe. De gemeente heeft als taak om deze vraag zoveel als mogelijk te faciliteren. In de structuurvisie 2012 - 2022 is de locatie Bloesemgaerde Noord in Wognum opgenomen als locatie voor potentiële woningbouw. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de voorgenomen woningbouwontwikkeling binnen het plangebied. De ontwikkeling van dit plan is tot stand gekomen door middel van participatie met omwonenden. De wensen die daaruit voort zijn gekomen zijn zoveel als mogelijk verwerkt in het plan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de huidige situatie, de kaderstellende notitie en het ontwikkelkader.

2.2

Huidige situatie

Het plangebied is in de huidige situatie agrarisch in gebruik ten behoeve van de teelt van gewassen. Aan de westzijde wordt de kavel ruimtelijke begrensd door bomen en struiken die op de aangrenzende kavel staan. Aan de oostzijde zijn er twee karakteristieken. Aan de noordelijke zijde grenst het gebied aan een erf met bebouwing. Meer naar het zuiden wordt de grens gekenmerkt door zij-, maar vooral achtertuinen van nieuwbouwwoningen. Aan de zuidzijde grenst de kavel aan een gebied met tennisvelden, parkeerplaatsen en groen. De agrarisch kavel is bereikbaar vanaf de Westeinderweg. De kavel wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde begrensd door water

2.3

Stedenbouwkundige visie en kaderstellende notitie

Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad van Medemblik de kaderstellende notitie voor het project vastgesteld. Hiermee is besloten dat op de locatie een nieuw woon- en leefgebied zal worden gerealiseerd met maximaal 50 woningen. Het programma bestaat uit circa 25% sociale huurwoningen, circa 25% goedkope koopwoningen en circa 50% middeldure en dure koopwoningen. De woningdifferentiatie sluit aan op de regionale en lokale behoefte. Woningen zijn zoveel mogelijk levensloopbestendig, waardoor woningen flexibel zijn aan te passen aan verschillende levensfasen van bewoners. De volgende stedenbouwkundige uitgangspunten zijn opgenomen in de kaderstellende notitie:  Relatie met omliggende landschap;  Maximaal 3 bouwlagen;  Sfeer aansluitend op de bestaande wijk;  Lintbebouwing aan de Westeinderweg;  Veilige verkeersontsluitingen;  30km/h-gebied en bushalte via voetpad bereikbaar;  Een centrale groene ruimte met kwaliteit;  Rondom het plangebied is water. Oostelijke randsloot inzetten voor wateropgave. Het uitgangspunt is dat welstandscriteria zeer beperkt blijven en zich met name richten op het borgen van een samenhangend straat- / bebouwingsbeeld. In het project wordt duurzaamheid gestimuleerd, waarbij wordt aangesloten op de lange termijnvisie uit het programma Duurzaamheid met betrekking tot elektriciteit, warmte, grondstoffen, groen en water, mobiliteit.

De wijk wordt toekomstbestendig.

DNS Planvorming BV

7/35

De gemeente is eigenaar van het gehele plangebied. Na de bestemmingswijziging zal de gemeente de grond verkopen aan een private partij. Deze partij is gebonden aan het ontwikkelkader (zie paragraaf 2.4). Uitgangspunt is minimaal een kostendekkende exploitatie. Omwonenden zijn en blijven actief betrokken bij de ontwikkeling van het plan. Tijdig en transparant communiceren is een belangrijk uitgangspunt.

2.4

Ontwikkelkader

Het concept Ontwikkelkader Bloesemgaerde Noord1 geeft op een ruimtelijke en programmatische manier de toekomstige inrichtingsmogelijkheden weer. Het is een schematische en heldere onderlegger voor de ontwikkeling van het gebied. Daarnaast borgt het de inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte. Juist de openbare ruimte zal een belangrijke bijdrage aan de toekomstige identiteit van het gebied en de samenhang binnen het gebied borgen. Het Ontwikkelkader vormt de basis voor het onderhavige bestemmingsplan en het kader voor de ontwikkelende partij die het plan gaat uitvoeren. Naast het voldoen aan een kwantitatieve woningvraag heeft de gemeente de ambitie om een kwalitatief onderscheidende woonomgeving met een divers woningaanbod te ontwikkelen. De toekomstige kwaliteit van de woonomgeving wordt in belangrijke mate bepaald door de landschappelijke kwaliteit. In dit deel van West-Friesland zijn de lange linten met erven en ruim zicht op het open landschap kenmerkend. Met de ontwikkeling wordt op deze karakteristieken ingespeeld. Op basis van de opgehaalde informatie uit de omgeving en de bouwstenen uit de kaderstellende notitie is een stedenbouwkundige visie opgesteld. Uitgangspunt is dat wordt voortgebouwd op de bestaande structuur van de wijk. Het plan krijgt een groene invulling met een duidelijke relatie naar het omliggende landschap.

Het plan vormt de afronding van de wijk Bloesemgaerde, heeft de look & feel van Bloesemgaerde, met een landschappelijke twist. De opzet bestaat uit twee deelgebieden: een verzamelerf aan de Westeinderweg, passend binnen de lintbebouwing en de achterliggende gronden waar aansluiting wordt gezocht met de opzet van de huidige wijk Bloesemgaerde. De woningbouw in het plangebied wordt enigszins beperkt door activiteiten op aangrenzende kavels. Aan de westzijde zijn er twee geurcirkels en aan de zuidzijde een invloedsgebied van het tenniscomplex. Binnen deze gebieden worden geen woningen ontwikkeld. Bebouwingstypologie en beeldkwaliteit De sfeer in Bloesemgaerde Noord is tweeledig. Aan de noordzijde sluit de vormgeving van de bebouwing aan bij de agrarische typologie die langs het lint, de Westeinderweg, staan. Hier is een stolpgebouw met schuurvolume voorzien, waar woningen in worden opgenomen. De gebouwen kenmerken zich door een lage goot (op circa 3 meter hoogte) en een groot dakvlak. Het meest noordelijke gebouw mag tot 12 meter hoog worden ontwikkeld. De schuur krijgt een maximale bouwhoogte van 10 meter en een goot die ook hier op circa 3 meter ligt. Deze twee noordelijke gebouwen zijn alzijdig. Dat houdt in dat er aan alle zijden van het gebouw ramen en deuren kunnen worden geplaatst.

Het zuidelijke deel is een voortzetting de recente woningbouwontwikkeling van Bloesemgaerde, bestaande uit rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De woningen bestaan uit één of twee lagen met een kap. Duurzaamheid De gemeente heeft de ambitie om een duurzame woonomgeving te realiseren. De duurzaamheid zal in de woningen worden vertaald in NOM (nul-op-de-meter) en een levensloopbestendige plattegrond, dan wel een aanpasbare en uitbreidbare plattegrond. Voor de woonomgeving geldt dat er zo min mogelijk zal worden verhard. Daarmee kan regenwater geleidelijk worden afgevoerd en zal er minder sprake zijn van hittestress op zonnige dagen. De materialen die in de openbare ruimte worden toegepast kunnen worden hergebruikt.

1

Ontwikkelkader Bloesemgaerde Noord – Wognum, Breen Stedenbouw, 22 april 2021

DNS Planvorming BV

8/35

Verkeer Functioneel gezien zal met de ontwikkeling van Bloesemgaerde Noord de verkeersafwikkeling worden gespreid. Waar nu al het verkeer vanuit de bestaande wijk Bloesemgaerde op de Kerkweg is gericht, zal dit in de toekomst ook richting de Westeinderweg kunnen bewegen. Door het plangebied Bloesemgaerde Noord wordt een verbindingsweg tussen de Conferencelaan en Westeinderweg aangelegd. Deze weg zal als een 30 km/u weg worden ingericht. Openbaar gebied Het openbaar gebied van Bloesemgaerde Noord zal zo groen mogelijk worden ingericht. Waar ruimte is zullen bomen worden geplant. Een deel van de bomen zal fruit- of vruchtdragend zijn. In het openbaar gebied zal ook worden geparkeerd. Langs de doorgaande straat wordt voor bezoekers enkele parkeervakken ingericht. In het noordelijke deel worden een paar grote woongebouwen op een erf ontwikkeld. Het parkeren voor de bewoners en bezoekers wordt geclusterd vormgegeven langs de entreeweg. De verharding van de parkeerclusters wordt zo ‘open’ mogelijk zodat regenwater kan wegzijgen en hittestress wordt voorkomen. Tussen de parkeerclusters worden hagen geplaatst die het noordelijk gebied een groen aanzicht geeft. De voorwaarden voor inrichting van het openbaar gebied worden door middel van afspraken met de planontwikkelaar vastgelegd.

Als gevolg van de toename aan verharding ten opzichte van de huidige situatie zal ter compensatie open water worden gerealiseerd. De watergang aan de oostzijde van het plan zal worden verbreed.

DNS Planvorming BV

9/35

Afbeelding 2.1: Indicatieve verkaveling (bron: BREEN stedenbouw)

DNS Planvorming BV

10/35

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Vanaf 1 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project Voorliggend wijzigingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. De woningen moeten voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling worden maximaal 50 woningen mogelijk gemaakt. Omdat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden voldaan aan de voorwaarden

DNS Planvorming BV

11/35

van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In 2018 is onderzoek uitgevoerd naar de woningbehoefte in de regio Westfriesland2. Uit dit onderzoek volgt dat met betrekking tot de kwantitatieve behoefte op korte termijn (tot 2025) sprake is van een tekort aan plancapaciteit. Tegenover een behoefte van 7.320 woningen staat voor de periode 2017 tot 2025 een plancapaciteit van bijna 5.560 woningen. Er is dus behoefte aan extra plancapaciteit binnen de regio. Het tekort aan plancapaciteit manifesteert zich met name in de gemeente Medemblik en in Drechterland. Op grond van het bovenstaande is voldoende aangetoond dat er behoefte bestaat aan 50 woningen in het plangebied Bloesemgaerde Noord. In Bloesemgaerde Noord wordt het woningaanbod afgestemd op de woningbehoefte op de korte en de (middel)lange termijn voor de diverse doelgroepen: woningen bouwen naar de wensen van de toekomstige bewoners; woningen bouwen met mogelijkheden voor (collectieve of individuele) zelfbouw; woningen voor alle doelgroepen. In het plangebied wordt gestuurd op een woningdifferentiatie die aansluit bij de regionale en lokale Woonvisie. Voor de ontwikkeling van het plangebied is onderzoek uitgevoerd naar de meest kansrijke woningbouwprogrammering. Ook in dit onderzoek is de behoefte aan de voorgenomen woningbouw aangetoond.

Gelet op de kwalitatieve woningbehoefte wordt in het onderzoek geadviseerd om het programma te baseren op grondgebonden woningen met een substantieel deel aan rijwoningen. De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). De locatie Bloesemgaerde Noord maakt gelet op het huidig grondgebruik en de huidige bestemming geen onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Er is onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor woningbouw op binnenstedelijke locaties binnen de gemeente3. Hieruit volgt dat er op potentiële binnenstedelijke locaties onvoldoende ruimte is om in de totale woningbehoefte te voorzien. Daarnaast zijn de laatste jaren diverse binnenstedelijke locaties ingevuld. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De geplande ontwikkeling voorziet in een behoefte en is gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte. 3.2.3 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken.

Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet 2 3

Westfries vooruitdenken en tempo maken, Atrivé en Regio Westfriesland, 21 november 2018 Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking DEK-terrein, Bureau Stedelijke Planning, 16 januari 2017

DNS Planvorming BV

12/35

zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren. Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water.

Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kader stellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater;  Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;  Nederlanders leven waterbewust. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets.

In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.1 wordt hier nader op ingegaan.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie.

DNS Planvorming BV

13/35

Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onderhavige bestemmingsplan relevant zijn. Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 is bepaald dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Binnen de provincie Noord-Holland worden deze afspraken ten aanzien van woningbouw vastgelegd in de Regionale Actie Programma’s (RAP’s). De regio Westfriesland heeft een regionale woonvisie opgesteld voor de periode tot 2026. Ter uitvoering van de regionale woonvisie heeft de regio een Regionaal Actieprogramma (RAP) vastgesteld. Onderdeel van het RAP is een regionale woningbouwprogrammering met een regionaal afwegingskader wonen. Het afwegingskader vormt de basis voor nieuwe woningbouwplannen. Het plan zal regionaal moeten worden afgestemd. Binnen de regio geldt de afspraak dat de regio binnen de periode 2017 - 2026 een maximaal aantal woningen bouwt dat past binnen de totale regionale indicatieve behoefte.

De regionale behoefteprognose wordt niet overschreden door het aantal van harde en zachte plannen in de regio. Er is nog ruimte voor extra plancapaciteit. Binnen het regionaal afwegingskader West-Friesland, tezamen met het RAP is gesteld dat er binnen de West-Friese gemeenten zogenaamde ‘krachtige kernen’ zijn waarbinnen minimaal 70% van de woningbouwbehoefte gerealiseerd moet worden. Met de huidige verdeling wordt ruimschoots voldaan aan de voorwaarde. Wognum is één van de krachtige kernen waardoor met het plan Bloesemgaerde Noord een positieve bijdrage wordt gegeven aan deze doelstelling. De ontwikkeling is regionaal afgestemd. Artikel 6.54: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.54 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Op 28 oktober 2020 is het plan voorgelegd aan de ARO-commissie. De ARO heeft aanbevelingen gedaan die in het ontwikkelkader met de proefverkaveling zijn verwerkt. Deze aanpassingen zijn tot tevredenheid van de ARO-commissie doorgevoerd waarbij is aangeven dat er geen vervolgoverleg nodig is.

Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de duurzaamheidsparagraaf (paragraaf 4.12) zijn de doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK). Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.

3.4

Regionaal en gemeentelijk beleid

3.4.1

Regionale woonvisie West-Friesland en Regionaal actieprogramma West-Friesland 2017-2021 Binnen het Pact van Westfriesland is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio's van Nederland te behoren. De Regionale Woonvisie West Friesland 2017 die de gemeenteraad op 13 juli 2017 heeft vastgesteld, zal bijdragen aan de realisatie van deze ambitie. Samen met het

DNS Planvorming BV

14/35

Regionaal Actieprogramma (inmiddels vervangen door Woonakkoord 2020-2025) wordt uitvoering gegeven aan de doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. De speerpunten in de visie zijn:  bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen;  vitale kernen: richten op kansrijke producten en locaties;  nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten;  scheiden wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen;  flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven. Om bij nieuwbouw een onderscheidende product te kunnen bereiken, dienen de plannen aan één of meer van de volgende uitgangspunten te voldoen:  de vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving;  landschappelijk onderscheidend vermogen van Westfriesland benadrukken: groen, rust, ruimte water;  gemengde woonmilieus met meer aandacht voor bijvoorbeeld duurzaamheid en zelfvoorzienendheid;  toepassen van nieuwe woonvormen en een nieuwe opzet van nieuwbouw: seniorenwoningen, collectieve bouw, tiny houses, grote landschapskavels et cetera;  bewonersinitiatieven voor combinaties met zorg (ouders/kinderen);  nieuwe vormen van opdrachtgeverschap (onder andere CPO). Betekenis voor het project De voorgenomen woningbouw geeft invulling aan de woningbehoefte.

Er wordt ingezet op woningen waar behoefte aan bestaat. Het plan is binnen de regio afgestemd. 3.4.2 Woonakkoord 2020-2025 In de woonagenda van de provincie Noord-Holland 2020-2025 is als actiepunt opgenomen het afsluiten van woonakkoorden met de regio’s. In het uitvoeringsprogramma van het Pact van Westfriesland is het opstellen van een regionaal woonakkoord als actie opgenomen. Het Woonakkoord 2020-2025 behelst het akkoord tussen de provincie en de zeven gemeenten in Westfriesland. De regio heeft tot doel om de inwoners van Westfriesland naar wens en tevredenheid te laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio te realiseren. Zo kan Westfriesland tot de 10 beste woonregio’s van Nederland behoren en ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. De regio zet hiertoe in op:  versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep;  het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad;  leefbaar en bereikbaar Westfriesland tot in de kern;  onderscheidende en complementaire nieuwbouw producten;  langer zelfstandig wonen bevorderen;  werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven.

Betekenis voor het project Met het onderhavige woningbouwplan wordt bijgedragen aan de gewenste woningbouwproductie met kwalitatief aantrekkelijke woningen voor diverse doelgroepen.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Gemeentelijke structuurvisie In de gemeentelijke structuurvisie ´Sterke Kust en Sterk Achterland 2012-2022' (door de raad vastgesteld op 28 februari 2013)' is het ruimtelijk beleid van de gemeente Medemblik vastgelegd. Medemblik wil het vestigen in de gemeente zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met oog voor realiteit stimuleert de gemeente dorpsvernieuwingen en geeft ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Deze ruimte vult de gemeente als volgt in:

DNS Planvorming BV

15/35

  

Er zijn voldoende woningbouwlocaties aanwezig, waarbij de gemeente de vinger aan de pols houdt bij het op gang brengen van de ontwikkeling van de locaties. Daarbij biedt de gemeente ruimte om programmatisch af te wijken van de oorspronkelijke plannen voor een locatie. In de afweging van de locaties vormt de herontwikkeling van de kwaliteitslocaties (dorpsvernieuwing) een belangrijke rol om verpaupering in de dorpen tegen te gaan.

Het plangebied is in samenhang met het thans ontwikkelde deel van Bloesemgaerde aangeduid als ‘Uitbreiding wonen’. In de structuurvisie is in 2012 op deze locatie met de bouw van 25 woningen rekening gehouden. Momenteel zijn hier 50 woningen voorzien, met name in verband met het doel om voldoende sociale huurwoningen en betaalbare woningen mogelijk te maken. Betekenis voor het project De woningbouw in Bloesemgaerde Noord is in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie. Wel worden meer woningen gerealiseerd dan in de structuurvisie was voorzien. De actuele woningbehoefte biedt hiervoor voldoende ruimte. 3.5.2 Programma Wonen 2018 - 2026 Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen 2018 t/m 2026 vastgesteld. In dit programma wordt gesteld dat West-Friesland een goedkoper en rustiger alternatief is voor de woningvraag in metropoolregio Amsterdam. Gemeente Medemblik heeft daarom de ambitie om zich hard te maken voor het realiseren van meer bouwvolume. Extra woningbouw is goed voor de economie en vergroot het draagvlak voor de lokale en regionale voorzieningen. In Medemblik is contingent beschikbaar voor 1.200 woningen in de periode tot 2026. Nieuwbouw vindt plaats in alle kernen. Betekenis voor het project Bloesemgaerde Noord is met 25 woningen opgenomen in het Programma Wonen 2018 - 2026.

De actuele woningbehoefte biedt ruimte voor de voorgenomen extra woningen. 3.5.3 Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan Op 13 december 2011 is het beleidsplan voor het gemeentelijk verkeer en vervoer vastgesteld. De vertrekpunten voor de mobiliteitsvisie worden gevormd vanuit de peilers duurzaam, groen, veilig en bereikbaar. Mobiliteit is noodzakelijk voor een gunstig economisch klimaat binnen de gemeentegrenzen. De gemeente maakt evenwichtige keuzes waarbij de volgende uitgangspunten meespelen:  een leefbare en aantrekkelijke gemeente zowel in het buitengebied als in de dorpskernen, lintdorpen en in de stad Medemblik;  een robuust en veilig verkeerssysteem voor alle modaliteiten waarbij de kans op ongevallen tot een minimum wordt beperkt en waarbij alle weggebruikers zich veilig voelen en/of zich bewust zijn van een onveilige situatie;  het op een evenwichtige manier aansluiten van alle dorpskernen, bedrijventerreinen en recreatiegebieden en economisch belangrijke gebieden in gehele gemeente op het beschikbare nationale, regionale wegennet;  het stimuleren van zowel recreatief als utilitair fietsgebruik door een veilig en comfortabel en snel fietsnetwerk aan te bieden;  het bereikbaar houden van bedrijventerreinen, centra, dorpskernen en een verantwoorde bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden zijn belangrijke aspecten;  een duurzame mobiliteit en een robuust

verkeerssysteem voor alle modaliteiten: fiets-, en voetverkeer, auto- en vrachtverkeer en openbaar vervoer;  een evenwichtige wegencategorisering die herkenbaar en begrijpelijk is voor de eigen bewoners als ook voor het toeristische verkeer. Betekenis voor het project De uitgangspunten uit het gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan zijn betrokken bij het opgestelde ontwikkelkader. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.7 wordt ingegaan op de resultaten van het verkeersonderzoek.

DNS Planvorming BV

16/35

3.5.4 Nota Parkeernormen 2021 Het parkeerbeleid van de gemeente Medemblik is opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021, vastgesteld op 28 september 2021. De nota vormt het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of wijzigen van de functie. De parkeeropgave wordt in deze gevallen op basis van deze nota bepaald. Betekenis voor het project De parkeerbehoefte in het woningbouwplan Bloesemgaerde Noord wordt bepaald aan de hand van de Nota Parkeernormen 2021. In paragraaf 4.7 wordt ingegaan op het aspect parkeren in relatie tot de voorgenomen woningbouw in het plangebied.

3.6

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

DNS Planvorming BV

17/35

4

Milieu- en omgevingsaspecten

Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

4.1

Water

Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Voor het plan is de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied inzichtelijk evenals de effecten van de voorgenomen ontwikkeling en maatregelen die getroffen moeten worden. In dit kader heeft afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hieronder zijn de resultaten beschreven. Watersysteem Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft de verantwoordelijkheid dat de neerslag die in het beheergebied valt, op een deugdelijke wijze wordt afgevoerd. Het watersysteem dat de overtollige neerslag kan afvoeren en aanvoeren wordt bijgehouden op de digitale legger van HHNK.

Binnen het gebied zijn kavelsloten of secundaire watergangen met elkaar verbonden op eenzelfde waterpeil. Het waterpeil in het rondom het peilgebied is NAP -1,40 m. Het betreft een dynamische peil dat kan fluctueren tussen de NAP -1,30 m en NAP -1,50 m. Het water in dit peilgebied wordt opgepompt vanuit een lager peilgebied. Watercompensatie Als gevolg van de toename aan verharding, zoals nu opgenomen in de proefverkaveling, dient circa 1025 m² aan oppervlaktewater te worden gegraven. Dit vindt plaats door de bestaande watergang aan de oostzijde van het plangebied met circa 3 meter te verbreden. Varend onderhoud is mogelijk. Binnen het plangebied of daarbuiten is de mogelijkheid om de onderhoudsboot te water te laten. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een minimale waterdiepte van 1 meter. De doorvaarbaarheid van bruggen en doorvaarbare duikers dient minimaal 1,10 meter te bedragen ten opzichte van het waterpeil. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen. Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied 6750-109 uitgebreid te worden met 8% van de verhardingstoename.

Hierbij is uitgegaan van een peilstijging van 0,4 meter die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen, een bemalingscapaciteit van 14,4 mm/dag, een drooglegging van 0,9 meter en grondsoort klei.

DNS Planvorming BV

18/35

Klimaatadaptatie De inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan klimaatadaptiviteit. Dit houdt in dat een zo groot mogelijk oppervlak binnen het openbaar gebied als onverhard terrein wordt ingericht. Bij de verharding die wordt gebruikt wordt rekening gehouden met een goede waterafvoer. De inrichting met bomen en struiken draagt bij aan het voorkomen van hittestress. Beheer en onderhoud Er is afgesproken tussen de gemeente en het hoogheemraadschap dat, na aanleggen en goedkeuren van de watervergunning én op verzoek van de gemeente, het hoogheemraadschap het oppervlaktewater op deze locatie in onderhoud neemt voor de gemeente. Voor het kleine, straks doodlopende, stukje sloot ten noordwesten van het plan geldt dit niet. Deze zal door de aanliggend eigenaren moeten worden onderhouden. Dit stukje valt buiten het plangebied van Overname Stedelijk Water Medemblik.

4.2

Bodem

In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Binnen het plangebied is een verkennend bodem- en asbestonderzoek inclusief waterbodemonderzoek4 uitgevoerd. In het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld en is beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat in de boven- en ondergrond uitsluitend lichte verhogingen zijn aangetoond. De bovengrond is aanvullend onderzocht op bestrijdingsmiddelen. Er zijn geen verhogingen aan bestrijdingsmiddelen aangetoond. De bovengrond is aanvullend onderzocht op PFAS. Hieruit blijkt dat deze conform het tijdelijk handelingskader is beoordeeld als hoogstens klasse ‘Achtergrondwaarde’. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan barium aangetoond.

Ter plaatse van de aanwezige veldschuur is sprake van een asbestverontreiniging. Hier dient nader asbestonderzoek te worden uitgevoerd. De onderzoeksresultaten vormen geen, met uitzondering van de asbestverontreiniging bij de veldschuur, geen belemmering voor het toekomstig gebruik. Indien noodzakelijk wordt de asbestverontreiniging gesaneerd, waarna de bodem ook hier geschikt is voor de nieuwe functie. De kosten voor een eventuele sanering staan de financiële uitvoerbaarheid niet in de weg.

4.3

Archeologie

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Als gevolg van het verdrag van Valletta (Malta) is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. Betekenis voor het project De gemeente Medemblik heeft nog geen vastgesteld archeologiebeleid. In het geldende bestemmingsplan ‘Dorpskernen IV’ heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Op grond van deze bestemming dient rekening te worden gehouden met archeologie 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek inclusief waterbodemonderzoek Bloesemgaerde Noord te Wognum, Grondslag BV. 16 april 2021

DNS Planvorming BV

19/35

bij een planomvang vanaf 100 m² en diepte van grondroerende werkzaamheden vanaf 35 centimeter. Deze verstoringsnorm zal ruimschoots worden overschreden. Om die reden is archeologisch onderzoek uitgevoerd5. Uit het vooronderzoek volgt dat er een hoge verwachting is op het aantreffen van sporen uit de bronstijd, de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Er zijn in totaal drie proefsleuven gegraven. Tijdens het onderzoek is een vindplaats met sporen uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd die in verband worden gebracht met de ontginning van het gebied en de percelering van het terrein. Er zijn geen sporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van enige bebouwing. Er zijn geen sporen uit de bronstijd gevonden. Bij diverse opgravingen in de omgeving die op dezelfde kreekrug liggen bleek dit ook het geval. De onderzochte locaties zijn dus vanaf het verlanden van de geul gedurende de bronstijd niet in gebruik geweest voor woon‐ of werkactiviteiten. Deze zijn in ieder geval archeologisch niet (meer) waar te nemen. Op basis van de archeologische waardering wordt de vindplaats in het plangebied niet behoudenswaardig geacht. Het plangebied is ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling vrijgegeven voor archeologie.

Mochten er tijdens de toekomstige werkzaamheden toch nog archeologische sporen worden aangetroffen dan is men, conform de Erfgoedwet, verplicht deze aan het bevoegd gezag (de gemeente Medemblik) te melden.

4.4

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Betekenis voor het project De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Met de inpassing van de nieuwe ontwikkelingen in het plangebied zal rekening moeten worden gehouden met de cultuurhistorie en het aanwezige landschap. Er is daarnaast geen sprake van een aardkundig waardevol gebied. De cultuurhistorische verkaveling dient als inspiratie voor de stedenbouwkundige verkavelingsopzet. De locatie heeft verder geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is geen sprake van een aardkundig waardevol gebied. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.5

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Op basis van verkennend natuuronderzoek6 zijn de effecten van het plan op beschermde natuurwaarden inzichtelijk gemaakt. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruim 5,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het Markermeer en IJmeer. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden geen negatieve gevolgen verwacht van de plannen als gevolg van licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft voor deze aspecten geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Door middel van een

5

Archeologisch proefsleuvenonderzoek in het plangebied Bloesemgaerde-Noord te Wognum, Archol, juli 2020 Bloesemgaerde-Noord te Wognum – Toetsing in het kader van de natuurwetgeving, Van der Goes en Groot, 24 januari 2019 6

DNS Planvorming BV

20/35

AERIUS-berekening zijn de effecten van stikstofdepositie als gevolg van het plan inzichtelijk gemaakt7. Uit de berekening volgt dat er tijdens de gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie > 0,00 mol/ha/jaar. Voor de aanlegfase is er ook geen toename van de stikstofdepositie > 0,00 mol/ha/jaar. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Daarnaast is geen sprake van weidevogelleefgebied of bijzonder provinciaal landschap. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Het verkennend natuuronderzoek is er op gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Uit het onderzoek volgt dat het onderzoeksgebied in potentie geschikt is voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, zullen van amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn.

Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen. In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig. Conclusie Uit het uitgevoerde verkennend natuuronderzoek volgt dat er geen negatieve effecten van het plan worden verwacht op beschermde natuurgebieden. Er worden geen vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van beschermde soorten in het plangebied verwacht. Op het incidentele gebruik door vogels met jaarrond beschermde nesten, kleine marterachtigen en foeragerende vleermuizen, wordt geen negatief effect verwacht

7

Onderzoek stikstofdepositie Bloesemgaerde Noord te Wognum, DNS Planvorming BV, 15 april 2021

DNS Planvorming BV

21/35

4.6

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een ruimtelijke onderbouwing inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer Door het plangebied Bloesemgaerde Noord wordt een verbindingsweg tussen de Conferencelaan en Westeinderweg aangelegd. Deze weg zal als een 30 km/u weg worden ingericht. Door middel van verkeerskundig onderzoek8 is inzicht verkregen in de verkeerskundige effecten van de woningbouwontwikkeling. De verwachte verkeersgeneratie van de beoogde woningbouw bedraagt circa 350 motorvoertuigen op een weekdag. Omgerekend naar een werkdag gaat het om circa 400 motorvoertuigbewegingen. Met de huidige verkeersintensiteiten en de extra hoeveelheid verkeer van de beoogde woningbouw Bloesemgaerde-Noord kan dit verkeer goed en veilig worden afgewikkeld met de huidige vormgeving. Voor de Westeinderweg bedraagt de maximaal wenselijke intensiteit enerzijds circa 2.500 en anderzijds circa 3.500 motorvoertuigen per etmaal. Daarmee is de verkeersafwikkeling op het gedeelte met een maximaal wenselijke intensiteit van 2.500 motorvoertuigen niet toereikend voor de toename van verkeer. Door een trottoir aan te leggen vanaf de aansluiting naar Bloesemgaerde Noord op de Westeinderweg kan de maximaal wenselijke verkeersintensiteit verhoogd worden tot 3.500 motorvoertuigen per etmaal.

In dat geval kan de extra hoeveelheid verkeer door de woningbouw, bovenop de huidige intensiteiten goed en veilig worden afgewikkeld. Voor de Kerkweg is de maximaal wenselijke intensiteit begrensd op 3.500 motorvoertuigen per etmaal. Wanneer al het extra verkeer van de woningbouw via de Kerkweg rijdt wordt de maximaal wenselijke verkeersintensiteit met circa 300 motorvoertuigen overschreden. Aangezien het niet aannemelijk is dat al het verkeer via de Kerkweg rijdt, is de verwachting dat dit niet leidt tot een verkeerskundig knelpunt en dat de weg in de praktijk goed blijft functioneren. Het risico op sluipverkeer via de Conferencelaan is relatief klein. De route richting het centrum via de Westeinderweg en de Kerkstraat is korter en is tevens een voorrangsweg, waardoor de gemiddelde snelheid hier waarschijnlijk hoger ligt. Dit maakt de route via de Conferencelaan en de Stolphoevelaan niet aantrekkelijk voor doorgaand verkeer. Woon-werkverkeer maakt voornamelijk gebruik van de A7. Een route via Bloesemgaerde is niet interessant als sluiproute van en naar de A7 vanuit Wognum. De kans op sluipverkeer als gevolg van woon-werkverplaatsingen is daarom nihil. De aansluiting van het plangebied op de Westeinderweg wordt aangelegd middels een inritconstructie.

Dit versterkt het snelheidsremmende effect en maakt de route minder aantrekkelijk voor doorgaand verkeer Parkeren Op 28 september heeft de gemeente Medemblik de Nota Parkeernormen 2021 vastgesteld. Het plangebied ligt in het gebied dat in deze nota is geclassificeerd als ‘overige kernen en Medemblik buiten binnenstad’, waarbij de categorie ‘rest bebouwde kom – niet stedelijk’ van toepassing is. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is conform de Nota Parkeernormen afhankelijk van het woningtype. De relevante parkeernormen voor de ontwikkeling van het plangebied zijn in onderstaande tabel weergegeven.

8

Verkeerskundig onderzoek Bloesemgaerde-Noord Wognum, Goudappel BV, 13 april 2021

DNS Planvorming BV

22/35

Type woning Koop, vrijstaand, 2 onder 1 kap Koop, tussen en hoek Huurhuis, vrije sector Sociale huurwoning

Parkeernorm auto 2,3 2,0 2,0 1,6

Met betrekking tot bovenstaande parkeernormen geldt dat in de aantallen 0,3 parkeerplaats is opgenomen ten behoeve van bezoekersparkeren. In de voorgenomen verkaveling zijn voldoende parkeerplaatsen opgenomen waarmee wordt voldaan aan de parkeernormering. In de overige regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.

4.7

Luchtkwaliteit

Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=3cdc9f71-5a55-4c67-8b0f-d16f04b3f104