CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-21-388624 - Bijlage 1 - Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers gemeente Medemblik

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen beleidsregels huisvesting buitenlandse werknemers (pfh. H. Nederpelt)13.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

19. Wij volgen de ontwikkelingen rondom de huisvesting van buitenlandse werknemers op de voet. Echter, wanneer wij overal eerst op moeten wachten, komen wij nooit dichterbij een oplossing voor dit urgente vraagstuk. Dit beleid is op zichzelf ook niet dé oplossing voor het hele vraagstuk rondom buitenlandse werknemers. Hier is veel meer voor nodig op allerlei terreinen. Zie verder ons antwoord onder punt 10 en de algemene reactie onder punt 5. Voorstel: 1. Wij vullen de titel van de begripsbepaling ‘tijdelijke buitenlandse werknemer’ aan door de toevoeging ‘ook wel genoemd arbeidsmigrant’. 2. Geen aanpassingen noodzakelijk. 3. Geen aanpassingen noodzakelijk. 4. Wij passen de toelichting aan door een nadere (ruimtelijke) onderbouwing van het beleid te geven. 5. Wij passen het beleid en de toelichting op het beleid aan: a. Wij vermelden de wettelijke grondslag voor het bijhouden van een verblijfsregister in de beleidsregels en in paragraaf 4.3 van de toelichting. b. Wij schrappen de verplichting tot registratie in de RNI uit de beleidsregels. Wij verduidelijken de tekst over registreren in paragraaf 4.3 van de toelichting. 6. Wij passen de toelichting aan door een nadere (ruimtelijke) onderbouwing van het beleid te geven. 7. Geen aanpassingen noodzakelijk. 8. Geen aanpassingen noodzakelijk. 9.

Wij schrappen de regel “Een vergunning wordt voor maximaal 20 jaar verleend, daarna moet de huisvesting definitief zijn beëindigd en de daartoe opgerichte bebouwing zijn verwijderd”. 10. Geen aanpassingen noodzakelijk. 11. Geen aanpassingen noodzakelijk. 12. Wij voegen aan de beleidsregel toe dat het gaat om de norm voor het reguliere SNF-register, dan wel een opvolger daarvan. Ook de begripsbepaling ‘SNF-norm’ passen wij hierop aan. Ook de toelichting bij het beleid passen wij op deze wijze aan (hoofdstuk 4.3, paragraaf ‘De SNF-norm voor huisvesting van buitenlandse werknemers’). 13. Wij passen het beleid aan. Zie hiervoor onze reactie onder het vorige punt (12). 14. Geen aanpassingen noodzakelijk. 15. Geen aanpassingen noodzakelijk. 16. Geen aanpassingen noodzakelijk. 17. Geen aanpassingen noodzakelijk. 18. Geen aanpassingen noodzakelijk. 19. Geen aanpassingen noodzakelijk. 13. Zienswijze Dorpsraad Andijk (DOC-21-351451) Zienswijze: 1. In het beleidsstuk komen diverse onnodige anglicismen voor. 2. Het beleid spreekt uitsluitend van ‘buitenlandse werknemers’. Dit impliceert dat dit beleid geen betrekking heeft op werknemers van Nederlandse afkomst. Dit kan niet de bedoeling zijn. 3. Als gevolg van dit beleid kan er sprake zijn van een behoorlijke toename van het inwonersaantal. Het is niet duidelijk op welke wijze handhaving daarin meegroeit.

Het gaat hier niet over of een bedrijf voldoen aan de huisvestingsregels, maar wat toezicht aangaat van de politie. 22

4. In het beleid staat dat “het initiatief is milieutechnisch inpasbaar in de omgeving, waarborgt een voldoende woon- en leefklimaat voor de buitenlandse werknemer en zorgt niet voor belemmering van omliggende bedrijven.“ Plattelandswoningen zijn echter niet beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf. Hoe voorziet het beleid dan in wat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is? De definitie van milieutechnische inpasbaarheid ontbreekt. 5. Bij middellang verblijf (door u met een anglicisme ‘Mid Stay’ aangeduid, staat vermeld: “Maximaal 8 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per (plattelands)woning”. Dit lijkt anders te zijn bij kort verblijf (Short Stay), daar wordt er gesproken van “Maximaal 8 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per plattelandswoning”. Wat is het verschil tussen plattelandswoning en (plattelands)woning? Immers, door een deel tussen bogen te zetten suggereert dit dat dit ook betrekking heeft op woningen, niet zijnde plattelandswoningen? 6. In principe kan elke plattelandswoning worden gebruikt voor huisvesting van buitenlandse werknemers. Dit zou ook gelimiteerd moeten worden per kern. 7.

Per kern zou moeten worden vastgesteld wat het maximale aantal arbeidsmigranten gehuisvest mag worden in een kern, gerelateerd aan de grootte van de kern (autochtone inwoners), bijvoorbeeld maximaal 1/10e van het aantal inwoners van een kern. In het geval van Andijk (en in dit voorbeeld) betekent dit niet meer dan 680 arbeidsmigranten in totaliteit voor wat Andijk aangaat. Uiteraard ligt het in de rede dat dit wordt gecommuniceerd met de inwoners zelf. Maar er moet ergens een grens gesteld worden: niet meer dan …! 8. Wij zijn absoluut tegen grootschalige huisvesting van 2 x 300 per kern. 9. De dorpsraad is tegen huisvesting op bedrijventerreinen. Hier is nauwelijks sprake van (sociale) controle. Door huisvesting te creëren op dergelijke terreinen zal dat er niet anders op worden, in tegendeel. In het nabije verleden hebben ondernemers zich uitgesproken tegen huisvestiging op bedrijventerreinen. Reactie: 1. Wij gaan er van uit dat u doelt op de termen short-stay, mid-stay en long-stay. Wij sluiten aan bij de landelijke terminologie. In heel Nederland worden deze termen gebruikt om de verblijfsduur van buitenlandse werknemers aan te duiden. 2.

In de begripsbepalingen bij dit beleid leggen wij uit wat wij onder een tijdelijke buitenlandse werknemer verstaan: Onder een tijdelijke buitenlandse werknemer wordt verstaan, een economisch actieve migrant uit het buitenland wiens doel het is op eigen initiatief en op vrijwillige basis arbeid en inkomen te verwerven. 3. Het actualiseren en doorontwikkelen van de handhavingsstrategie pakken wij op na vaststelling van dit beleid. Dit doen wij samen met onze toezichtpartners, waaronder de politie. 4. Het klopt dat in het kader van milieuwetgeving de bewoners van een plattelandswoning niet beschermd worden tegen de milieugevolgen van het daarbij behorende voormalige agrarische bedrijf. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten wij bij het toelaten van huisvesting wel beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat van de bewoners. Dat kan bijvoorbeeld door geluidsonderzoek, geur of stofonderzoek. Of wij kunnen in het kader van de milieuzonering kijken naar de afstand tussen de plattelandswoning en het voormalige bedrijf. Dus: de bewoners worden niet beschermd als ze er eenmaal zitten, maar wij moeten van tevoren wel beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5. Short-stay huisvesting in woningen mag uitsluitend plaatsvinden in woningen die in het bestemmingsplan de aanduiding ‘plattelandswoning’ hebben gekregen. 23

Mid-stay huisvesting in woningen mag plaatsvinden in reguliere woningen buiten woongebieden en in plattelandswoningen. Vandaar dat er bij de mid-stay huisvesting ‘bogen’ zijn neergezet. Uw veronderstelling is dus juist. 6. Dit beleid betreft uitsluitend plattelandswoningen die als zodanig zijn aangeduid in onze bestemmingsplannen (specifieke vorm van wonen – plattelandswoning). Dit zijn 22 woningen. Dit maakt het opnemen van een limiet per kern overbodig. 7. Naar aanleiding van uw zienswijze hebben wij de toelichting op het beleid aangepast om meer inzicht in de ruimtelijke onderbouwing te geven en daarmee de ruimtelijke afwegingen die een rol spelen bij de vraag hoeveel buitenlande werknemers gehuisvest kunnen worden, rekening houdende met deze specifieke vorm van huisvesting en de impact daarvan op de woon- en leefomgeving. Elke aanvraag wordt dus beoordeeld op de inpassing daarvan op de omgeving waarbij wij onder meer kijken naar de parkeersituatie, de bereikbaarheid van voorzieningen, landschappelijke en milieutechnische inpassing. Daarnaast passen wij de regel voor grootschalige huisvesting boven de 60 personen aan door aan te geven dat het aantal te huisvesten onder andere afgestemd moet zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen. 8. Wij hebben een grote huisvestingsopgave.

Deze opgave is niet op te lossen met alleen kleinschalige initiatieven. Ook grotere locaties zijn nodig om in de behoefte aan huisvesting voor buitenlandse werknemers te kunnen voorzien. 9. Er zijn zowel voorstanders als tegenstanders van huisvesting op bedrijventerreinen. Veel ondernemers hebben veel arbeid nodig en organiseren dit graag op korte afstand van hun bedrijf. Anderen zijn bang voor overlast. We kiezen daarom een middenweg om beperkt huisvesting voor short-stay toe te staan. Zie verder de algemene reactie onder punt 3. Voorstel: 1. Geen aanpassingen noodzakelijk. 2. Geen aanpassingen noodzakelijk. 3. Geen aanpassingen noodzakelijk. 4. Geen aanpassingen noodzakelijk. 5. Geen aanpassingen noodzakelijk. 6. Geen aanpassingen noodzakelijk. 7. Wij passen de toelichting aan door een nadere (ruimtelijke) onderbouwing van het beleid te geven. Wij passen de beleidsregel grootschalige huisvesting > 60 personen aan door de toevoeging: het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers moet onder andere afgestemd zijn op de omvang en de ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de ligging ten opzichte van voorzieningen. 8. Geen aanpassingen noodzakelijk. 9. Geen aanpassingen noodzakelijk. 14. Zienswijze LTO-noord, Afdeling West-Friesland (DOC-21-345078) Zienswijze: LTO Noord geeft aan dat het een goede zaak dat gemeente beleidsregels opstelt.

LTO Noord kan zich in grote lijnen vinden in het beleid, maar geeft ons wel de volgende opmerkingen mee: 1. LTO kan zich vinden in de uitgangspunten van de overgangsbepaling huisvesting in woningen met dien verstande dat er op het moment van vervallen van deze bepaling wel voldoende alternatieven voorhanden zijn. 24

2. Huisvesting bij agrarische bedrijven moet alleen binnen het bouwblok plaatsvinden. De huisvesting blijft daarmee onderdeel van het agrarisch bedrijf. Hiermee wordt voorkomen dat de accommodatie later een andere bestemming kan krijgen. 3. Er zou ook huisvesting van meer dan 60 personen mogelijk moeten zijn bij agrariërs. Dit kwam ook uit een onlangs gehouden enquête naar voren. Verzocht wordt om maatwerk per aanvraag mogelijk maken, zodat ook huisvesting van meer dan 60 personen mogelijk wordt. 4. Bij grootschalige huisvesting is het hebben van toezicht en ondersteunende functies als recreatiemogelijkheden van cruciaal belang. De kosten per persoon zijn aan grenzen gebonden en moeten meegenomen worden in mogelijke ontwikkelingen. Maatwerk naar vraag, mogelijkheden en locatie moet mogelijk zijn waarbij de grens van 300 personen niet leidend is. 5. Daar waar geen afvalwaterriool aanwezig is, moeten ter plekke voorzieningen worden getroffen. De kosten hiervoor kunnen flink oplopen. LTO gaat er van uit dat er dan geen rioolbelasting van toepassing is. LTO wil bij realisatie van appartement-complexen graag in overleg over hoe omgaan met zuiveringsheffing en watersysteemheffing (alles op één adres). 6.

LTO gaat er van uit dat inschrijven bij mid-stay verblijf op 1 huisadres plaatsvindt en niet per appartement, omdat er dan per appartement gemeentelijke belastingen en heffingen aan de orde zijn. Dat kan niet de bedoeling zijn. 7. LTO vraagt of de verblijfsbelastingtarieven ook voor short-stay huisvesting gelden. LTO staat voor praktisch omgaan met registratie waarbij inschrijf- en uitschrijfformulieren standaard aanwezig zijn bij inschrijving. 8. Binnen de land- en tuinbouw is de normering AFK (Agrarisch Keunmerk Flexwonen) afgesproken. LTO wil liever de AKF norm in plaats van de SNF norm, want dan zijn in de periode april tot november ook caravans en portocabins mogelijk. Daarnaast hoeft niet alles (slapen, wonen, eten, sanitair) onder één dak te zijn. Indien van toepassing zou er sprake moeten zijn van een overgangsregeling voor het gebruik van caravans of portacabins. 9. De agrarische sector is bereid investeringen te doen in goede woonaccommodaties. Een vergunning voor 20 jaar sluit hier niet goed bij aan. 40 jaar is een betere termijn. Reactie: 1. Wij nemen deze opmerking voor kennisgeving aan. De praktijk zal moeten uitwijzen of er op het moment van vervallen voldoende alternatieven zijn. 2. De huisvesting is ook zonder ligging in het bouwvlak gekoppeld aan de agrarische hoofdactiviteit ter plaatse.

Vergunningverlening is immers afhankelijk van een advies van de agrarische beoordelingscommissie. In de vergunning nemen wij op dat de huisvesting bedoeld is voor werknemers die daar ter plaatse werken, uitgezonderd de 4 maanden regeling. Maar omdat huisvesting buiten agrarische bouwvlakken in strijd is met provinciaal beleid, schrappen wij de mogelijkheid om huisvesting buiten agrarische bouwvlakken te realiseren. Zie verder de algemene reactie onder punt 2. 3. Het beleid sluit huisvesting boven de 60 personen niet uit. Hiervoor kunnen we gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheid. Zie verder de ambtshalve wijzigingen in de beleidsregels onder punt 3. 4. Via de in het beleid opgenomen afwijkingsbevoegdheid blijft maatwerk mogelijk. Zie verder de ambtshalve wijzigingen in de beleidsregels onder punt 3.

25

5. Bij een aansluiting op het gemeenteriool is er wel sprake van een rioolheffing. Bij plaatsing van lokale zuiveringsvoorzieningen die niet bij de gemeente in beheer komen, geldt dat de percelen niet worden aangeslagen voor de rioolheffing. Zuiveringsheffing en watersysteemheffing worden geïnd door het Hoogheemraadschap. Wij begrijpen de achtergrond van de vraag, maar voor bundeling van appartementen op één adres verwijzen wij u naar het Hoogheemraadschap. 6. Huisnummertoekenning is een taak van de gemeente onder de Wet BAG (Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen). De Wet BAG schrijft voor dat ieder verblijfsobject een nummeraanduiding (huisnummer) krijgt. Om te bepalen of er binnen een pand een verblijfsobject is, moet de ruimte voldoen aan een aantal criteria. Als een appartement voldoet aan de criteria, krijgt het een huisnummer. Bij het inschrijven in de BRP gaan wij uit van het adres zoals dat is bepaald onder de Wet BAG. Bij het opleggen van belastingen en heffingen gaan wij uit van de feitelijke situatie. Is er een verblijfsobject, dan wordt belasting geheven (rioolheffing, afvalstoffenheffing, WOZ). Verblijfsbelasting is alleen aan de orde bij verblijf in de gemeente zonder ingeschreven te staan. Hierbij kijken we naar het aantal personen per overnachting en niet naar het aantal verblijfsobjecten. 7.

Verblijfbelastingtarieven gelden juist voor de short-stay categorie en wordt geheven per nacht voor niet ingeschrevenen. De wettelijke verplichting tot inschrijven in de BRP en registreren geldt wanneer buitenlandse werknemers in een periode van 6 maanden, langer dan 4 maanden in Nederland verblijven (Art. 2.38 wet BRP). Voor het inschrijven streven we er naar om nauwe contacten met de werkgever/huisvester te onderhouden, zodat we gezamenlijk het administratieve proces rondom de in-en uitschrijving zo vlot mogelijk kunnen laten verlopen. Werkgevers melden de buitenlandse werknemers aan via de mail, de buitenlandse werknemers moeten echter wel op afspraak in persoon aan de balie verschijnen voor de inschrijving. Emigraties kunnen per mail doorgegeven worden. 8. Al sinds 2011 is in ons beleid opgenomen dat huisvesting niet mag plaatsvinden in (sta)caravans. Een overgangsregeling is daarmee niet aan de orde. Wij streven naar betere kwaliteit van de huisvesting. Onderkomens (kampeermiddelen) die worden gebruikt voor verblijfsrecreatie dragen daar niet aan bij. Het Aanjaagteam arbeidsmigranten onder leiding van de heer Roemer adviseert om te komen tot één keurmerk voor alle vormen van huisvesting. Hier wordt op dit moment aan gewerkt. Wij houden daarom vast aan het SNF keurmerk.

Wij verduidelijken het beleid in die zin dat wij in de regels en de toelichting opnemen dat huisvesting in kampeermiddelen niet is toegestaan en nemen het begrip ‘kampeermiddel’ over uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. 9. Recent kwantitatief onderzoek laat zien dat de behoefte aan huisvesting nu en in de toekomst groot is. Er is sprake van een permanente vraag. Daarom schrappen wij de voorwaarde dat een vergunning voor maximaal 20 jaar wordt verleend. Zie verder de algemene reactie onder punt 1. Voorstel: 1. Geen aanpassingen noodzakelijk. 2. Wij passen het beleid aan door de mogelijkheid tot bouwen direct aansluitend aan het bouwvlak te schrappen. 3. Geen aanpassingen noodzakelijk. 4. Geen aanpassingen noodzakelijk. 5. Geen aanpassingen noodzakelijk. 6. Geen aanpassingen noodzakelijk. 26

7. Geen aanpassingen noodzakelijk. 8. In de beleidsregels (voorwaarden die gelden voor alle vormen van huisvesting) en de toelichting op de beleidsregels nemen wij op dat huisvesting in mobiele kampeermiddelen niet is toegestaan. Wij voegen het begrip ‘kampeermiddel’ toe aan het begrippenkader. 9. Wij schrappen de regel “Een vergunning wordt voor maximaal 20 jaar verleend, daarna moet de huisvesting definitief zijn beëindigd en de daartoe opgerichte bebouwing zijn verwijderd”.

15. Zienswijze gemeente Hoorn (DOC-21-344818) Zienswijze: Wij hebben kennis genomen van het ontwerpbeleid huisvesting buitenlandse werknemers van de gemeente Medemblik. Wij gaan er vanuit dat dit beleid niet beperkend werkt voor de gemeente Hoorn. Vandaar dat wij op dit moment geen opmerkingen hebben. Op het moment dat de gemeente Medemblik verwacht dat dit beleid wel beperkende en/of nadelige effecten voor de gemeente Hoorn heeft of gaat hebben, dan horen wij dat uiteraard graag. Wij worden graag op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen ten aanzien van dit beleid huisvesting buitenlandse werknemers. Reactie: Wij danken u voor uw reactie en nemen deze voor kennisgeving aan. Via het regionaal ambtelijk overleg huisvesting buitenlandse werknemers houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. Voorstel: Geen aanpassingen noodzakelijk.

16. Zienswijze gemeente Koggenland (DOC-21-344815) Zienswijze: Het ontwerpbeleid huisvesting buitenlandse werknemers Medemblik is zorgvuldig tot stand gekomen. Vanuit Koggenland hebben wij op dit moment geen opmerkingen op het ontwerpbeleid. Reactie: Wij danken u voor uw reactie en nemen deze voor kennisgeving aan. Voorstel: Geen aanpassingen noodzakelijk.

17. Ambtelijke zienswijze provincie Noord-Holland (DOC-21-351782) Zienswijze: 1. Initiatieven waaraan op basis van het beleid medewerking wordt verleend, moeten voldoen aan de Omgevingsverordening NH2020. Voor huisvesting van buitenlandse werknemers zijn in deze verordening diverse mogelijkheden opgenomen. 2. Artikel 6.33 stelt dat huisvesting bij agrarische bedrijven plaats moet vinden binnen het bouwperceel. Het moet daarbij gaan om volwaardige agrarische bedrijven en de huisvestingsfunctie moet ondergeschikt zijn. Het ontwerpbeleid 27

maakt huisvesting van maximaal 60 buitenlandse werknemers mogelijk. Dit lijkt ons gevoelsmatig erg veel, omdat een dergelijke locatie geen voorzieningen heeft. Of dan ook kan worden voorzien in een goed woon- en leefklimaat is de vraag. 3. Huisvesting bij agrarische bedrijven is op grond van de Omgevingsverordening alleen mogelijk voor werknemers die werken op het ter plaatse gevestigde bedrijf en niet voor huisvesting van tijdelijke werknemers van andere bedrijven. 4. Er zijn mogelijkheden voor eventuele huisvesting van buitenlandse werknemers binnen kleinschalige- en grootschalige woningbouwontwikkelingen in bijvoorbeeld het Landelijk Gebied. Hieraan zijn eisen verbonden, zoals ruimtelijke kwaliteit. Ook is regionale afstemming of melding vereist. Hierover zijn afspraken opgenomen in het Woonakkoord Westfriesland. 5. Landelijke regelgeving schrijft voor dat een goede ladderonderbouwing noodzakelijk is bij onder andere grootschalige woningbouwontwikkeling. Onderdeel daarvan is dat onderzocht is dat er geen binnenstedelijke mogelijkheden zijn. Ook het aantonen/onderbouwen van de behoefte is noodzakelijk. De provincie doet de suggestie om samen met andere gemeenten in Westfriesland een regionale ladderonderbouwing op te stellen. 6. De provincie is geen voorstander van (initiatieven voor) huisvesting op bedrijventerreinen. 7.

De provincie adviseert ons om gelijktijdig met het opstellen van het beleid in te zetten op handhaving. 8. De provincie adviseert ons om de registratie (inschrijving in BRP) goed te regelen. 9. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de buitenlandse werknemers na drie jaar kunnen doorschuiven naar een gewone woning en integreren in de samenleving? 10. In het Woonakkoord WF is gezegd dat deze opgave regionaal moet worden opgepakt. Komt/is er ook regionaal beleid en hoe verhoudt zich dat tot dit ontwerpbeleid van uw gemeente? Reactie: Algemeen: Wij merken op dat wij in de reactie van de provincie het aanbod missen om samen op zoek te gaan naar oplossingen voor een vraagstuk en een behoefte die binnen onze gemeente speelt en die ook landelijk wordt onderkend. 1. Wij snappen dat initiatieven aan de Omgevingsverordening moeten voldoen. Wij vragen u echter om samen met ons naar de mogelijkheden in de Omgevingsverordening te kijken en deze zo nodig te verruimen. 2. Ons is niet duidelijk wat de provincie onder ondergeschikte huisvestingsfunctie verstaat. De buitenlandse werknemers maken onderdeel uit van de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse en zijn nodig voor het productieproces. De Agrarische Beoordelingscommissie toetst of het aantal te huisvesten werknemers noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Daarmee is sprake van een ondergeschikte functie.

Daarnaast is in het beleid de regel opgenomen dat een voldoende woon- en leefklimaat voor de buitenlandse werknemer gewaarborgd moet zijn. Voor wat betreft het bouwen buiten bouwvlakken verwijzen wij u naar de algemene reactie onder punt 2 en onze reactie op zienswijze nummer 14 onder punt 2. 3. Een dergelijke regel is al sinds 2012 in ons beleid opgenomen. Wij staan toe dat de huisvesting voor maximaal 4 maanden per jaar gebruikt mag worden voor de huisvesting van werknemers van andere bedrijven. Hiermee kan piekbelasting bij andere bedrijven opgevangen worden, en stimuleren we een efficiënt ruimtegebruik. 4. Wij nemen deze opmerking voor kennisgeving aan. 28

5. Het opstellen van een regionaal ladderdocument is reeds opgenomen in het regionaal plan van aanpak huisvesting buitenlandse werknemers in Westfriesland. Wij nemen uw suggestie mee in de regionale werkgroep. 6. Op bedrijventerreinen is de behoefte naar arbeid de afgelopen jaren harder gestegen dan de contigenten voor woningbouw die de provincie ons geeft. Zolang de behoefte naar arbeid hoger is dan de mogelijkheden voor huisvesting dwingt de provincie ons te zoeken naar alternatieven. Zie verder de algemene reactie onder 3. 7. Het handhaven op huisvestingslocaties van buitenlandse werknemers is een prioriteit in het huidige handhavingsuitvoeringsprogramma. Na vaststelling van dit beleid gaan wij aan de slag met het actualiseren en doorontwikkelen van de handhavingsstrategie. Dit doen wij samen met onze toezichtpartners. 8. Wij nemen deze opmerking voor kennisgeving aan. Wij werken aan het verbeteren van de registratie naar voorbeeld van het Westlands Model. 9. Dit beleid is een eerste stap om te komen tot meer en betere huisvesting voor buitenlandse werknemers en ziet alleen op de short-stay en de mid-stay huisvesting. Na 3 jaar vallen werknemers onder de long-stay groep. Dit valt onder het reguliere woonbeleid. Buitenlandse werknemers zijn EU-ingezetenen en daardoor niet inburgeringsplichtig. Integratie in de samenleving is daarmee niet af te dwingen. 10.

Omdat het huidige beleid van de gemeente Medemblik versnipperd en daardoor onduidelijk is, zetten wij in op een herziening van het beleid. Dit was één van de aanbevelingen uit een evaluatie die wij in 2019 hebben uitgevoerd. De regionale opgave is benoemd in het Pact voor Westfriesland. Aan het Pact is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. In Westfriesland is er een regionale werkgroep huisvesting buitenlandse werknemers. In het regionale plan van aanpak heeft ook het afstemmen van beleid een plek, maar in de regio zetten we eerst in op het verbeteren van de inschrijving en registratie en onderzoek naar locaties voor grootschalige huisvesting. Voorstel: 1. Geen aanpassingen noodzakelijk. 2. Wij passen het beleid aan door de mogelijkheid tot bouwen direct aansluitend aan het bouwvlak te schrappen. In de toelichting verduidelijken wij dat de huisvesting onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse en daarmee een ondergeschikte functie is. 3. Geen aanpassingen noodzakelijk. 4. Geen aanpassingen noodzakelijk. 5. Geen aanpassingen noodzakelijk. 6. Geen aanpassingen noodzakelijk. 7. Geen aanpassingen noodzakelijk. 8. Geen aanpassingen noodzakelijk. 9. Geen aanpassingen noodzakelijk. 10. Geen aanpassingen noodzakelijk.

29

Ambtshalve wijzigingen: In dit hoofdstuk geven we aan waar het beleid ambtshalve is aangepast en om welke reden dat is gedaan. Wijzigingen in de beleidsregels 1. Aanpassen regel huisvesten op bedrijventerreinen alleen voor eigen personeel In november 2020 nam de raad een amendement aan, waarop de regel voor huisvesting op een bedrijventerrein is aangepast in: “alleen huisvesten voor personeel dat werkzaam is bij de onderneming die de huisvesting aanvraagt en op het terrein van de hoofdvestiging van het betreffende bedrijf”. Doel van dit amendement is het voorkomen dat panden worden opgekocht om deze vervolgens om te zetten in huisvesting voor buitenlandse werknemers. De bedoeling is dat huisvesting op bedrijventerreinen alleen kan plaatsvinden bij bedrijven waar de buitenlandse werknemers werkzaam zijn. Dit is vergelijkbaar met huisvesting bij agrarische bedrijven. De op grond van het amendement gewijzigde regel is echter onduidelijk geformuleerd, waardoor het beoogde doel ervan niet wordt bereikt. De onduidelijkheid zit in het feit dat de formulering in het amendement niet uitsluit dat initiatiefnemers nieuwe B.V.’s kunnen oprichten om huisvesting mogelijk te maken. Ook sluit deze regel huisvesting door bedrijven die uitsluitend gericht zijn op het huisvesten van buitenlandse werknemers en huisvesting door uitzendbureaus niet uit.

Conclusie/aanpassing: Omdat de regel “alleen huisvesten voor personeel dat werkzaam is bij de onderneming die de huisvesting aanvraagt en op het terrein van de hoofdvestiging van het betreffende bedrijf” in het ontwerpbeleid onduidelijk is geformuleerd, passen wij deze regel aan in: “Alleen voor personeel dat werkzaam is bij het bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt, waarbij huisvesting een nevenactiviteit is”. Ook de toelichting passen wij op dit punt aan. 2. Aanpassen regel huisvesten in tweede agrarische bedrijfswoning In het ontwerpbeleid is voor agrarische bedrijven de regel opgenomen dat maximaal 60 huisvestingsplekken gerealiseerd mogen worden per agrarisch bedrijf. Het ontwerpbeleid maakt niet duidelijk hoeveel van deze 60 plekken in de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig) gerealiseerd mogen worden. Wij passen de beleidsregels aan door aan te geven dat van deze 60 huisvestingsplekken er maximaal 8 gerealiseerd mogen worden in de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig). Dit beschrijven we ook in de toelichting op het beleid.

Conclusie/aanpassing: De regel “maximaal 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per agrarisch bedrijf” wijzigen we in “maximaal 60 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers per agrarisch bedrijf, waarvan maximaal 8 huisvestingsplekken in de tweede bedrijfswoning (indien aanwezig).” Ook de toelichting passen wij op dit punt aan. 3. Wijzigen regel afwijkingsmogelijkheid en toevoegen algemene afwijkingsmogelijkheid op grond van artikel 4:84 Awb In het ontwerpbeleid is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee initiatieven die 30

niet passend zijn binnen het beleid met een onderbouwing worden voorgelegd aan de raad: “Een initiatief dat niet past binnen deze regeling kan, met een onderbouwing, door het college van burgemeester en wethouders ter beoordeling worden voorgelegd aan de raad.” De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat eveneens een regel die afwijken van beleid mogelijk maakt: 4:84 Awb. De regel uit de Awb geldt algemeen en maakt het opnemen van de in het ontwerpbeleid opgenomen afwijkingsregel overbodig. Bovendien heeft de gemeenteraad op 19 december 2019 ingestemd met de aanbevelingen uit het rapport “Huisvesting van buitenlandse werknemers in Medemblik, een evaluatie van het gemeentelijke beleid”. Een van de aanbevelingen luidt: “laat de uitvoering van de regels, inclusief de beoordeling van principeverzoeken en vergunningaanvragen over aan het college.” De afwijkingsregel uit 4:84 Awb sluit beter aan bij deze aanbeveling. Dit neemt overigens niet weg dat het college altijd kan besluiten om een initiatief voor te leggen aan de raad. Bij toepassing van artikel 4:84 Awb gaat het in beginsel om gevallen die niet voorzienbaar waren of voorzienbaar, maar nu onevenredige gevolgen met zich meebrengen die de gemeente ook niet heeft kunnen voorzien. In het beleid zijn per huisvestingscategorie maximale aantallen te huisvesten werknemers opgenomen.

Het kan voorkomen dat zich initiatieven voordoen die een groter aantal te huisvesten werknemers bevatten. Omdat het hier gaat om voorzienbare afwijkingen van het beleid (het is bijvoorbeeld bekend dat er grootschalige agrarische bedrijven zijn, waar meer dan 60 buitenlandse werknemers werkzaam zijn), kan de algemene afwijkingsbevoegdheid 4:84 Awb niet toegepast worden. Daarom is in het beleid ook een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van maximale aantallen te huisvesten werknemers. Wij zijn hierin echter zeer terughoudend. Daarom kiezen wij voor een nee-tenzij formulering. Deze afwijkingsmogelijkheid is niet van toepassing op huisvesting in woningen. Conclusie/aanpassing: Wij vervangen de afwijkingsregel uit het ontwerp door twee afwijkingsmogelijkheden: • “Het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.” • Het college wijkt in beginsel niet af van de in het beleid opgenomen maximum aantallen, tenzij uit een goede ruimtelijke onderbouwing blijkt dat dit passend is binnen de betreffende leefomgeving. Deze afwijkingsmogelijkheid is niet van toepassing op de categorie woningen. Ook de toelichting passen wij op dit punt aan.

31

Wijzigingen in de toelichting van het beleid 1. Duurzaamheid In november 2020 stelde PW2010 een commissievraag over duurzaamheidsaspecten. Wij antwoordden dat in het vast te stellen beleid een paragraaf over duurzaamheid wordt opgenomen. Daarom is in paragraaf 4.2. een alinea toegevoegd over duurzaamheid, zodat initiatiefnemers weten dat ook huisvesting voor buitenlandse werknemers moet voldoen aan landelijke duurzaamheidseisen. 2. Informatie voor buitenlandse werknemers De paragraaf 4.3. onder het kopje ‘informatievoorziening naar buitenlandse werknemers’ is uitgebreid met informatie over de nieuwe landelijke website www.workinnl.nl. Op deze website vinden buitenlandse werknemers uitleg over hun rechten en plichten, als het gaat om werken en wonen in Nederland. De website biedt ook een verzameling van informatie van instanties die buitenlandse werknemers verder kunnen helpen als ze met vragen zitten. De website is niet alleen in het Nederlands, maar ook in Engels, Pools en Duits te lezen. De website is opgezet door de Rijksoverheid op basis van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. 3. Samenhang met programma verblijfsrecreatie: Dit beleid sluit de omzetting van niet-vitale recreatieparken in huisvesting voor buitenlandse werknemers niet uit.

Huisvesting op recreatieparken kan vallen onder de categorie ‘grootschalige huisvesting > 60 personen’ of ‘niet-grootschalige huisvesting < 60 personen’. Dit soort initiatieven vereist echter maatwerk, waarbij meestal overleg met en instemming van de provincie nodig zal zijn. Daarnaast is ook ander beleid en regelgeving van toepassing op dergelijke initiatieven. Wij doelen hierbij in het bijzonder op de kaders die zijn vastgesteld in het ‘Uitvoeringsprogramma verblijfsrecreatie gemeente Medemblik’. Omdat de samenhang met het programma verblijfsrecreatie onvoldoende tot uiting komt in de toelichting van het ontwerpbeleid, passen wij de toelichting aan.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=c735f78b-8c3e-4e54-ad3d-cdf433e30229