Transitievisie Warmte Maassluis concept 12 mei (004)
Tekst van het document
Ook hier geldt dat het aan te bevelen is om PV-panelen te plaatsen indien dit mogelijk is, om zelf in de duurzame stroom ten behoeve van de warmtepomp te voorzien. Toepassing van warmtepomp met thermische energie uit oppervlakte water (TEO) Ten slotte is het nog mogelijk om een warmtepomp in combinatie met thermische energie uit oppervlakte water (TEO) toe te passen. In de zomer (en een deel van de lente en herfst) is de temperatuur in de meeste oppervlaktewaterlichamen hoog genoeg om te kunnen gebruiken als warmtebron in combinatie met een warmtepomp. Door warmte uit het oppervlaktewater te onttrekken, kan het waterlichaam iets afkoelen. Bij te kleine oppervlaktewaterlichamen (slootjes, vijvers) kan onvoldoende energie worden onttrokken zonder het water te veel af te koelen. Er is dus een bepaald volume water vereist. In de nabijheid van Maassluis liggen vrij veel waterlichamen die mogelijk gebruikt kunnen worden (zie afbeelding 4 voor potentie van TEO in Maassluis). Het toepassen van TEO kan ook een kansrijke mogelijkheid zijn voor een aanvullende bron voor een mogelijke warmtenet. Het wordt vaak toegepast in combinatie met een WKO-bron die de warmte van oppervlaktewater in de zomer kan bufferen voor de winter. TEO wordt steeds vaker toegepast en zou een realistische toepassing kunnen zijn voor woningen in Maassluis.
62
Afbeelding 4 – Potentie TEO
Koeling Naarmate gebouwen beter geïsoleerd worden en lagere warmtevraag krijgen, wordt de behoefte aan koeling steeds hoger. Ook de toenemende hete zomerse dagen door klimaatverandering draagt bij aan deze behoefte. Bij alle mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen is het mogelijk om aanvullend koeling te leveren. Een groot voordeel van een all electric toepassing is dat het mogelijk is, in het geval bij bodemwarmtepomp en warmtepomp met WKO, om vrije (duurzame) koeling te leveren. Dit is vanuit comfort en gezondheid een grote pre voor de toepassing van all-electric. Daartegenover staat dat om bij een collectief warmtenet koeling te leveren, dienen aanvullende installaties toegepast te worden. Dit is doorgaans een kostbare toevoeging en zal, met de huidige technieken en mogelijkheden, haaks staan op betaalbaarheid. De rekenmodellen van de maatschappelijke kosten nemen de optie voor koeling in de basis niet mee.
63
Samenvatting In onderstaande tabel zijn de mogelijke warmtevoorzieningen voor Maassluis opgenomen met enkele technische kenmerken. Tabel 1 – Samenvatting mogelijke warmtevoorzieningen Maassluis Warmtebron Mogelijkheid Voordelen Groen gas
Nadelen
Temperatuurniveau
Beschikbare volumes tot ca 2035 te klein voor grootschalige uitrol Beschikbare volumes tot ca 2035 te klein voor grootschalige uitrol Mogelijke warmtevoorziening
Weinig aanpassingen in gebouwen nodig
Geur, fijnstof, biodiversiteit en niet marktrijp
Hoog temperatuur (> 80ﹾC)
Weinig aanpassingen in gebouwen nodig
Minder efficiënt en niet marktrijp
Hoog temperatuur (> 80ﹾC)
Weinig aanpassingen in gebouwen nodig
Hoog temperatuur (> 70ﹾC)
Geothermiebron
Mogelijke warmtevoorziening
Weinig aanpassingen in gebouwen nodig
Lokale Restwarmtebronnen
Niet voor de hand liggende warmtevoorziening
Lokaal gebruik warmte, kleine kringloop
All-electric
Mogelijke warmtevoorziening
Vrije koeling mogelijk
Geen vrije koeling mogelijk, aansluitzekerheid nodig Geen vrije koeling mogelijk, aansluitzekerheid nodig Geen vrije koeling mogelijk, huizen dienen voldoende geïsoleerd te zijn Huizen dienen voldoende geïsoleerd te zijn
Waterstofgas
Bestaand regionaal warmtenet
Hoog temperatuur (> 90ﹾC) Laag temperatuur (40 ﹾC) Laag temperatuur (max 50 ﹾC)
Al het voorgaande in ogenschouw genomen dan ligt momenteel het meest voor de hand om gebruik te maken van het bestaande regionale warmtenet, de nabijgelegen geothermiebron en/of een all-electric oplossing.
64
Bijlage 4: Vergelijkende analyse warmtetransitie rekenmodellen In deze bijlage worden de uitkomsten van de andere energierekenmodellen weergegeven en vergeleken met de uitkomsten van deze analyse. Er bestaan verschillende energierekenmodellen die inzicht geven in de mogelijke warmtevoorziening in een gebied. In dit onderzoek worden de uitkomsten van de volgende drie modellen bekeken: • Startanalyse (PBL, Vesta Mais versie september 2020); • Warmtetransitiemodel (Overmorgen); • Openingsbod (Stedin) combinatie van: o Vesta-MAIS model van PBL, toegepast door Ecorys; o CEGOIA (CE Delft); o De energietransitiemodel-warmtemodule (ETM, Quintel Intelligence) Van bovenstaande modellen heeft gemeente Maassluis inzicht gekregen in de uitkomsten voor Maassluis.
Vergelijking inputzijde Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen aan de inputzijde van de modellen15. Tabel 5 – Samenvatting verschillen inputzijde modellen Kenmerk
WTM (2020)
Startanalyse (2020)
Type model
Ruimtelijk energieoptimalisatiemodel (waarbij optimalisatie gebaseerd is op kosten-baten berekeningen)
Ruimtelijk energieoptimalisatie-model (waarbij optimalisatie gebaseerd is op kosten-baten berekeningen)
Tijdshorizon/p rijspeil
2020. De kosten van maatregelen zijn huidige kosten op basis van ervaringscijfers.
Zichtjaar 2050, maar kostenontwikkeling tot 2030. De kosten van maatregelen zijn toekomstige kosten waarbij prijsontwikkelingen zijn voorspeld op basis van leercurves en onderbouwde aannames.
Kosten
Maatschappelijke kosten
Maatschappelijke kosten
Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen.
Bouwkundige aannames
Isoleert naar een van de twee niveaus op basis van de laagste maatschappelijke kosten: • Minimum (70°C ready) • Basis (40°C (indien afgiftesysteem aangepast) en 70 °C ready)
• Warmteopties (output)
• • •
Hoog temperatuur (HT) warmtenet (>70°C) Laag temperatuur (LT) warmtenet (40°C) All-ellectric (40°C) Hernieuwbaar gas (groen gas of waterstof)
Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen. Heeft als uitgangspunt dat alle woningen naar schillabel B of D gaan, onafhankelijk van de warmteoptie. Alle utiliteit naar schillabel B. Vervolgens wordt gekeken bij welk schillabel en warmteoptie de laagste kosten gepaard gaan.
• •
•
All-electric (lucht en bodem) Warmtenet met MT/HT-bron (Restwarmte, Geothermie potentiekaart, Geothermie overal, >70°C) Warmtenet met LT-bron (30°C ,50°C en 70°C)
15 In lijn met tabel 9, bijlage 4.7 Transitievisie Warmte Amsterdam (18 maart 2020)
65
Openingsbod (versie 2021) Bestaat uit drie modellen waarbij: • Cegoia en PBL: Ruimtelijk energieoptimalisatie-model (waarbij optimalisatie gebaseerd is op kosten-baten berekeningen) • ETM: werkt met een module waarmee op basis van rekenregels per buurt een voorkeurstechnologie bepaald wordt. Bij de berekening van de voorkeurstechnologie wordt rekening gehouden met eigenschappen van de buurt zoals de samenstelling van de woningvoorraad. • CEGOIA: 2050. De kosten van de maatregelen zijn toekomstige kosten waarbij prijsontwikkeling zijn voorspeld op basis van leercurves en onderbouwde aannames. • ETM: Keuze uit 2020/2030/2040 en 2050, kosten voor warmteopties worden op basis van kengetallen en rekenregels berekend. • Openingsbod: 2050 • CEGOIA: Maatschappelijke kosten • ETM: Voornamelijk energiekosten (houdt geen rekening met kosten voor isolatie maar wel leidingkosten en installatiekosten) Neemt de huidige staat als uitgangspunt op basis van kengetallen. Kijkt hoeveel isolatie wenselijk is waarbij 3 uitgangspunten toegepast worden: • Voor LT technieken hebben woningen minimaal schillabel B nodig • Voor MT technieken hebben woningen minimaal schillabel E nodig; • Er wordt alleen geïsoleerd als de kosten van isolatie zich terugverdienen door lagere energiekosten. Het schillabel wordt dus per woning bepaald door middel van een maatschappelijke kostenafweging.
In het openingsbod worden de volgende warmtetechnieken meegenomen: • Warmtenet (LT en MT/HT warmtenet) • Elektriciteit (warmtepomp) • Duurzaam gas (groen gas/waterstof: cv-ketel en hybride warmtepomp)
•
Warmtebronn en
Wordt als onbeperkt verondersteld, waarbij per project het bronperspectief getoetst wordt op basis van andere onderzoeken.
Groen gas (HR ketel en hybride warmtepomp 70°C) • Waterstofgas (HR ketel en hybride, 70°C) Wordt als beperkt verondersteld en als input aan het model meegegeven op basis van toen beschikbare data.
Rekent drie energietoekomsten door: • Ruim warmte en ruim gas • Ruim warmte en beperkt gas • Beperkt warmte en beperkt gas
Groen gas is beperkt beschikbaar en waterstof wordt pas na 2030 als realistisch gezien. Er is wel met waterstof gerekend, maar de inzet is niet opgenomen vanwege onzekerheid in beschikbaarheid.
Uit de vergelijking aan de inputzijde blijken vier belangrijke verschillen tussen de modellen: 1. In het openingsbod worden niet alleen 3 modellen, maar ook 3 energietoekomsten doorgerekend. De uitkomsten worden over elkaar gelegd om de robuustheid in uitkomsten inzichtelijk te maken. Daarnaast wordt er ook gekeken naar 9 indicatoren16 die samen inzicht geven in de kansrijkheidsscore van een buurt. De uitkomsten van robuustheid en kansrijkheidsscore worden bij elkaar opgeteld en met deze uitkomst kan inzicht gegeven worden in welke buurt op korte termijn begonnen kan worden (zeker, indicatief en onzeker). 2. Het warmtetransitiemodel gaat uit van de kosten anno nu op basis van ervaringscijfers, terwijl de andere twee modellen uitgaan van toekomstige kosten op basis van onderbouwde voorspellingen. 3. De modellen doen verschillende aannames over de bouwkundige maatregelen die moeten worden genomen en de isolatieniveaus die worden onderscheiden. Dit geeft een verschil in kosten voor gebouwgebonden maatregelen wat invloed kan hebben op de uitkomsten. 4. De modellen gaan verschillend om met de beschikbaarheid van warmtebronnen. Het warmtetransitiemodel verondersteld in de basis onbeperkte beschikbaarheid van warmtebronnen. De beschikbaarheid wordt per project nader onderzocht.
De Startanalyse veronderstelt juist beperkte warmtebronnen, waarbij de warmte verdeeld wordt over buurten op basis van laagste maatschappelijke kosten. Het openingsbod bekijkt drie toekomstscenario’s waarin de beperktheid van warmte en gas verschillen.
16 De 9 indicatoren zijn: waarde van gasnet, ruimte op elektriciteitsnet, aanwezigheid warmtenet, aanwezigheid historische gebouwen,
betaalbaarheid, financiën gemeenten, hoge energiekosten, vergelijking met uitkomsten voor zichtjaar 2030, contracteerbaarheid (hoeveelheid corporatiebezit). 66
Vergelijking outputzijde Om de vergelijking van de output tussen de drie modellen mogelijk te maken zijn de warmteopties gegeneraliseerd tot drie infrastructuren: • Gasnet/hybride; • Warmtenet; • All-electric. Per buurt is gekeken welke output de modellen geven en in welke mate er overeenstemming is tussen de modellen. Het resultaat is in onderstaande afbeelding gevisualiseerd. Afbeelding 19 – Uitkomst modellen
Tabel 6 – Overzicht uitkomsten verschillende modellen Wijk
Taanschuurpolder Vertobuurt Bloemenbuurt Bomendal Sluispolder Oost Sluispolder West
Startanalyse (versie 2020)
Uitkomst WTM (Overmorgen)
Uitkomst Stedin openingsbod
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(17% goedkoper dan 2e optie: LT warmtebron, 70 graden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker)
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(17% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet: 70 graden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker)
Warmtenet, MT geothermie
Warmtenet
Warmtenet
(38% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(indicatief)
Warmtenet, MT geothermie
Warmtenet
Warmtenet
(6% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker Plus)
Warmtenet, MT geothermie
Warmtenet
Warmtenet
(11% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker plus)
Warmtenet, MT geothermie
Warmtenet
Warmtenet
(9% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker plus)
67
Gemiddelde uitkomst 3 modellen Warmtenet
Robuustheid
Warmtenet
3
Warmtenet
3
Warmtenet
3
Warmtenet
3
Warmtenet
3
3
Binnenstad Kapelpolder Componistenbuurt Koningshoek Het Balkon
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(19% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker plus)
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(6% goedkoper dan 2e optie: Luchtwarmtepomp)
(10-30% goedkoper dan all electric)
(onzeker)
Warmtenet, MT geothermie
All electric
Warmtenet
(37% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan warmtenet)
(indicatief)
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(17% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric) All electric (>30% goedkoper dan warmtenet)
(onzeker plus)
Luchtwarmtepomp (4% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 30 gaden)
Nieuwe Waterweg
Warmtenet, MT restwarmte (7% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
Vogelbuurt Burgermeesterwijk
All electric
Warmtenet
2
Warmtenet
3
All electric
3
Warmtenet
3
All electric
3
Warmtenet
3
Warmtenet
3
All electric
1
All electric
1
All electric
2
Warmtenet
Warmtenet
(5% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker plus)
Luchtwarmtepomp
All electric
All electric
(5% goedkoper dan 2e optie: Warmtenet, MT geothermie)
(>30% goedkoper dan warmtenet)
(onzeker plus)
Warmtenet
Warmtenet
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker)
Steendijkpolder Zuid
Warmtenet, MT restwarmte
Warmtenet
Warmtenet
(19% goedkoper dan 2e optie: Luchtwarmtepomp)
(>30% goedkoper dan all electric)
(onzeker)
Luchtwarmtepomp Onvoldoende gegevens
Onvoldoende gegevens
(6% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 30 gaden)
Onvoldoende gegevens
Duurzaam gas (onzeker)
LT warmtenet TEO+ WKO 70 graden
Innovatie / Hernieuwbaar gas hybride
All electric
Luchtwarmtepomp
2 Warmtenet
(6% goedkoper dan 2e optie: Luchtwarmtepomp)
Wilgenrijk
3
(onzeker)
Warmtenet, MT restwarmte
De Dijk
Warmtenet
Warmtenet Onvoldoende gegevens
Warmtenet, MT geothermie
(43% goedkoper dan 2e optie: LT warmtenet 70 gaden)
3
(onzeker plus)
Steendijkpolder Noord
Zuidbuurt
Warmtenet
(zeker)
e
(1% goedkoper dan 2 optie: Bodemwarmtepomp)
In bovenstaande tabel is voor de Startanalyse en het WTM model aangegeven wat het verschil is tussen de eerste en tweede keus. Dit geeft inzicht in hoe zeker de modellen zijn over de uitkomsten. Daarnaast is ook de uitkomst van de robuustheid per wijk volgens de startanalyse van Stedin aangegeven. De volgende conclusies kunnen worden getrokken: •
• •
• •
Voor de CBS-buurten Taanschuurpolder, Vertobuurt, Bloemenbuurt, Bomendal, Sluispolder Oost, Sluispolder West, Binnenstad, Kapelpolder, Koningshoek, Vogelbuurt, Steendijkpolder Noord en Steendijkpolder is, volgens alle drie de modellen, het toepassen van een warmtenet de optie waarbij de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Voor de buurten Het Balkon en Burgermeesterwijk is, volgens alle drie de modellen, het toepassen van een all-electric toepassing de optie waarbij de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Voor Wilgenrijk is volgens twee van de drie modellen het toepassen van een all electric net de optie met laagste maatschappelijke kosten. Echter is het verschil met de tweede keuze bij de Startanalyse erg klein (1%). De uitkomst voor de buurt Nieuwe Waterweg is verschillend voor alle drie de modellen. Het is dus onduidelijk welke warmtevoorziening de laagste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Volgens het openingsbod van Stedin zijn de uitkomsten voor de volgende wijken het meest robuust: o Bloemenbuurt; o Componistenbuurt; o Wilgenrijk.
68
Bijlage 5: Mate van duurzaamheid warmte-alternatieven In deze bijlage zijn de CO2-uitstoten van de mogelijke warmtealternatieven opgenomen. Gemeente Maassluis heeft de ambitie om voor 2050 CO2-neutraal te zijn.
Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd voor het berekenen van de CO 2-uitstoot voor mogelijke warmteoplossingen. Rendementen Rendement cv-ketel utiliteit: Rendement cv-ketel hoogbouw: Rendement cv-ketel laagbouw:
85 80 80
[%] [%] [%]
COP warmtepomp hoogbouw: Warmteverlies + pompverlies collectieve aansluiting: Systeemrendement hoogbouw: COP warmtepomp laagbouw: COP warmtepomp utiliteit:
3,5 10 3,6 4,5 3
[-] [%] [-] [-] [-]
Emissiefactoren CO2-uitstoot aardgas: CO2-uitstoot elektriciteit (mix 2023)17: CO2-uitstoot warmtenet met AVI18: CO2-uitstoot warmtenet geothermie19:
1,884 [kg CO2/Nm3] 0,4034 [kg CO2/kWh] 26,5 [kg CO2/GJ] 25,1 [kg CO2/GJ]
Warmteverlies warmtenet20:
30
[%]
Uitkomsten CO2-uitstooot In onderstaande grafiek zijn de uitkomsten van de analyse opgenomen. Per wijk is aangegeven hoeveel CO2 bespaard kan worden wanneer de volgende alternatieve warmtevoorzieningen worden toegepast: • All-electric • Warmtenet met als bron AVI • Warmtenet met als bron geothermie De CO2-uitstoot is vergeleken met de huidige situatie waarin warmte via gas wordt opgewekt.
17 Conform NEV 2017 18 Conform Lijst emissiefactoren https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/. Dit is inclusief
forfaitaire bijstookaandeel met een gasketel van 20% (zie ook rapport van CE Delft voor meer informatie) 19 Conform Lijst emissiefactoren https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/ 20 Conform • https://www.topsectorenergie.nl/tki-urban-energy/kennisdossiers/warmtenetten • http://www.wiefm.eu/wp-content/uploads/2019/05/eindrapport-wiefm-WP4-technischekarakterisering.pdf 69
De volgende conclusies kunnen worden getrokken: • Alle alternatieve warmtevoorzieningen dragen bij aan een substantiële verlaging in de CO 2-uitstoot. • Het toepassen van all-electric net draagt bij aan een iets grotere reductie in CO2 dan de toepassing van een warmtenet; • Een geothermiebron stoot beperkt minder CO2 uit dan een AVI; • Belangrijk aandachtspunt is dat er nu gerekend is met de emissiefactor van elektriciteit in 2023. In de toekomst zal het elektriciteitsnet waarschijnlijk steeds verder verduurzamen, waardoor de bijbehorende CO2-uitstoot per opgewekte kWh lager zal worden. Hierdoor zou in de toekomst het toepassen van all-electric oplossingen steeds duurzamer kunnen worden. Voor een warmtenet geldt dat de gebruikte bronnen eventueel verduurzaamd kunnen worden en/of de leidingen beter geïsoleerd, waardoor ook het warmtenet in de toekomst eventueel duurzamer zou kunnen zijn (denk hierbij ook aan de mogelijke toepassing van een 5de generatie warmtenet waarbij meerdere duurzame bronnen op een lokaal net gekoppeld worden). Dit laatste lijkt echter minder zeker dan de verduurzaming van het elektriciteitsnet. De verduurzaming van het warmtenet in de toekomst is dan ook een aandachtspunt. De momenteel in ontwikkeling zijnde Warmtewet 2.0 zal hier dan ook (ontwikkeling)kaders en eisen voor opnemen.
70
Bijlage 6: Toelichting maatschappelijke kosten In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de uitkomst van welke alternatieve warmtevoorzieningen per buurt het beste toegepast kunnen worden, zoveel mogelijk programmeren op basis van de laagste maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. Verschillende modellen hanteren hun eigen uitgangspunten om de maatschappelijke kosten te berekenen. Naast de hoogte van de maatschappelijke kosten is het ook interessant om kennis te hebben hoe de maatschappelijke kosten opgebouwd worden. In deze bijlage wordt een vereenvoudigd overzicht gegeven hoe de maatschappelijke kosten opgebouwd zijn, volgens het beeld van Merosch, voor een warmtenet en all-electric oplossing. Hiermee krijgt een gemeente meer inzicht in de benodigde investeringskosten. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt hoe de eindgebruikerskosten voor een warmtenet en voor een all-electric oplossing opgebouwd zijn. De daadwerkelijke kosten kunnen pas echt goed doorberekend worden in de wijkuitvoeringsplan-fase.
Wat wordt verstaan onder maatschappelijke kosten? Onder maatschappelijke kosten wordt de som van kapitaallasten plus variabele kosten verstaan. Het zijn alle directe kosten. 1. Kapitaallasten: Onder kapitaallasten vallen alle benodigde investeringskosten. De hoogte van de jaarlijkse kapitaallasten wordt bepaald door de hoogte van de investeringskosten, de termijn waarin deze actief worden afgeschreven en de methode van afschrijven (annuïtair of lineair). De totale kapitaallasten worden namelijk gedisconteerd met een bepaald rentevoet, zodat de lasten in €/jaar uitgedrukt worden. 2. Jaarlijkse variabele kosten: Onder de variabele kosten vallen de jaarlijkse onderhouds- en beheerskosten en de jaarlijkse energiekosten.
Warmtenet Kapitaalkosten In onderstaande afbeelding zijn alle componenten opgenomen die meegenomen worden bij het opstellen van de kapitaallasten van een warmtenet. Afbeelding 4.1 – Benodigde installaties warmtenet
71
Gasnet verwijderen Ten eerste dienen de huidige gasaansluitingen in de woningen en de gasleidingen in de ondergrond verwijderd te worden. Warmtenet Vervolgens zijn er kapitaalkosten nodig voor het realiseren van een warmtenet. Deze kosten zijn onder te verdelen in een zogenaamd ‘basisnet’ en ‘volloopnet’. Het basisnet bestaat uit het transportnet van warmtebron naar hoogbouw, utiliteit en warmteoverdrachtstations (WOS). De kosten van het transportnet zijn sterk afhankelijk van het type bestrating. Het kost aanzienlijk meer om een leiding onder asfalt te realiseren dan onder klinkers. De kosten voor het volloopnet zijn afhankelijk van het type aansluitingen. Er is onderscheid gemaakt tussen vier verschillende type aansluitingen: • Aansluiting laagbouw: de kosten bestaan uit het leidingwerk van het secundaire net (van WOS naar laagbouwwoningen) tot en met de afleverset in de laagbouwwoningen. De kosten zijn verder afhankelijk van de bouwdichtheid van laagbouw. Indien er veel laagbouwwoningen per hectare staan, zullen de kosten voor de aansluiting lager zijn dan wanneer er weinig laagbouwwoningen per hectare staan. • Aansluiting hoogbouw collectief verwarmd: De kosten m.b.t. volloopnet betreffen de kosten voor een warmteafgiftestation (WAS). De kosten zijn verder afhankelijk van hoeveel hoogbouwaansluitingen per hectare worden gerealiseerd.
Een hoge bouwdichtheid gaat gepaard met lage aansluitkosten en een lage bouwdichtheid met hoge aansluitkosten. • Aansluiting hoogbouw individueel verwarmd: De kosten bestaan uit een warmteafgiftestation (WAS), distributienet in het gebouw en een afleverset per woning. De kosten zijn verder afhankelijk van het aantal hoogbouwaansluitingen per hectare. • Aansluiting utiliteit: de kosten bestaan uit een warmteafgiftestation (WAS). De kosten zijn verder afhankelijk van het aantal utiliteitsaansluitingen per hectare. Warmtebron Naast de kosten voor het verwijderen van de gasaansluiting en het realiseren van het warmtenet, worden er ook kosten gemaakt voor het realiseren van de bron. In het geval van warmte uit afvalverbranding hoeven de kosten voor het bouwen van de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) niet meegenomen te worden, het primaire doel van een AVI is namelijk afval verbanden en niet warmte leveren. Voor het gebruik van restwarmte wordt er gerekend met inkoopkosten warmte (zie variabele kosten). Gebouwgebonden investeringskosten Om aangesloten te worden op het warmtenet dienen de gebouwen, volgens de startanalyse, minimaal energielabel D te hebben. De startanalyse rekent hiervoor met kosten per vierkante meter. Een energielabel zegt echter niet zoveel over de bouwkundige schil van een gebouw.
Het energielabel geeft vooral inzicht in hoeveel energie er nodig is voor alle elektriciteit en gas wat door een huis wordt verbruikt. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een gebouw een goed energielabel heeft, doordat er extra PV-panelen op het dak geplaatst zijn. Aan de hand van verschillende voorbeeldprojecten ziet Merosch dat het in de praktijk vaak mogelijk is om met lagere energielabels dan D op een warmtenet aan te sluiten. Indien er meer warmte nodig is, zouden er eventueel extra afgiftesystemen toegepast kunnen worden. Verder dienen alle kookgas-aansluitingen verwijderd te worden en zijn er investeringen nodig om elektrisch te kunnen koken (bijvoorbeeld het toepassen van een inductieplaat). Overige kosten Tenslotte worden er ook ontwikkelkosten in rekening gebracht en dient er rekening te worden gehouden met benodigde herinvesteringen.
72
Variabele kosten De variabele warmtekosten bij een warmtenet zijn uitgesplitst in onderstaande posten: 1. Inkoop energie In het geval er warmte geleverd wordt middels een afvalverbrandingscentrale zal er warmte ingekocht dienen te worden. In het geval van een geothermiebron wordt er niet met warmtekosten gerekend, maar zijn er investeringskosten nodig om de geothermiebron te bouwen. Verder zijn er jaarlijkse elektriciteitskosten voor de benodigde pompenergie van een warmtenet. 2. Onderhoud en beheer De variabele kosten bestaan verder uit onderhouds- en beheerskosten.
All-electric Bij een all-electric oplossing wordt met andere kostenposten gerekend dan bij een warmtenet oplossing. De verschillende componenten zijn hieronder toegelicht. Kapitaalkosten Afbeelding 4.2 – Overzicht benodigde aanpassingen all-electric oplossing
Gasnet verwijderen Als eerst moeten de huidige gasaansluitingen in de woningen verwijderd worden, evenals de gasleidingen in de ondergrond. Elektriciteitsnet verzwaren Om een all-electric aansluiting te realiseren dient het elektriciteitsnet verzwaard te worden. De meeste woningen hebben een aansluiting kleiner dan 3x25A. Om een woning te verwarmen met warmtepompen dient de aansluiting verzwaard te worden. Vaak kan aangenomen worden dat woningen die na 2010 gebouwd zijn al een aansluiting van 3x25A of hoger hebben, waardoor verzwaring niet nodig is. Verder dient er een nieuwe middenspanningsstation in de wijk geplaatst te worden en het laagspanningsnet (LS) verzwaard te worden.
73
Gebouwaanpassingen Volgens de startanalyse dienen gebouwen minimaal geïsoleerd te worden naar energielabel B. De volgende ingrepen zijn, volgens Merosch, nodig voor aansluiting op een all-electric net: Tabel – Samenvatting benodigde aanpassingen all-electric oplossing Bouwjaar Tot 1975
1975 tot 1983
Opmerkingen Woningen zijn bij de bouw niet of nauwelijks geïsoleerd. Grote kans dat er in de loop der jaren wel iets verbeterd is, dit is vaak dakisolatie of dubbelglas.
Huizen hebben bij de bouw matige spouwisolatie en matige dakisolatie, ramen in de woonkamer dubbel glas en slaapkamers vaak enkel glas.
1983-1992
Huizen hebben overal matige isolatie.
1992- 2000
Huizen hebben bij de bouw goede dak-, vloer- en gevelisolatie.
Na 2000
Huizen hebben bij de bouw goede dak-, vloer- en gevelisolatie.
Benodigde aanpassingen • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Spouwmuur isolatie (indien mogelijk) Vloerisolatie Dakisolatie HR++ glas toevoegen LT-afgiftesystemen Balansventilatie Elektrische kookvoorzieningen Spouwmuur isolatie (indien mogelijk) Vloerisolatie Dakisolatie HR++ glas toevoegen LT-afgiftesystemen Balansventilatie Elektrische kookvoorzieningen HR++ glas toevoegen LT-afgiftesystemen Dakisolatie Balansventilatie Elektrische kookvoorzieningen HR++ glas toevoegen LT-afgiftesystemen Balansventilatie Elektrische kookvoorzieningen LT-afgiftesystemen Balansventilatie Elektrische kookvoorzieningen
Daarnaast dient er ook een warmtepomp toegepast te worden in de woningen. De benodigde kosten voor een warmtepomp verschillen per type aansluiting. De volgende type aansluitingen kunnen voorkomen: • Aansluiting laagbouw: Toepassen individuele warmtepomp per woning • Hoogbouw individueel verwarmd: Toepassen individuele warmtepomp per appartement en toepassen distributienet in hoogbouw; • Hoogbouw collectief verwarmd: Toepassen collectieve warmtepomp en afleverset per appartement • Utiliteit: Toepassen collectieve warmtepomp. Overige kosten Verder wordt er nog rekening gehouden met benodigde ontwikkelkosten voor het realiseren en/of verzwaren van het elektriciteitsnet en dient er rekening gehouden te worden met herinvesteringskosten van alle binneninstallaties in de woningen (afgiftesystemen en warmtepompen). Variabele kosten De benodigde variabele kosten bestaan uit jaarlijkse elektriciteitskosten en onderhouds- en beheerskosten. De elektriciteitskosten zijn afhankelijk van het rendement van de warmtepomp.
74
Eindgebruikerskosten Er zijn verschillende eindgebruikers bij een warmtevoorziening. De volgende drie eindgebruikers worden onderscheiden: 1. Energieleverancier; 2. Netbeheerder; 3. Gebouweigenaar, hier vallen onder: a. Gemeente (voor gemeentelijke panden); b. Woningcorporaties; c. Particulier verhuurder; d. Bewoner-eigenaar. e. Eigenaar van bedrijfspanden Eindgebruikerskosten bij een warmtenet Energieleverancier Een energieleverancier is meestal eigenaar van het gehele warmtesysteem (warmtebron, warmtenet en aansluitingen in woning). De benodigde investeringskosten voor het warmtesysteem en beheer- en onderhoudskosten zijn voor rekening van de energieleverancier. De kosten worden terugverdiend door het verkopen van warmte aan gebouweigenaren. Indien er sprake is van een onrendabele top, zal er ook sprake zijn van een BAK (bijdrage aansluitkosten) die gebouweigenaren dienen te betalen aan de energieleverancier wanneer ze op het warmtesysteem aangesloten willen worden. Netbeheerder De verwachting is dat het elektriciteitsnet niet verzwaard dient te worden bij een warmtenet. Per gebouw zal bekeken moeten worden of er eventueel een verzwaring van het elektriciteitsnet nodig is. Mochten er verzwaringen nodig zijn, is dit aan de netbeheerder.
Gebouweigenaar Een gebouweigenaar betaalt een variabel en vast tarief voor zijn warmte (en indien van toepassing koude) en mogelijk eenmalige kosten voor de BAK bij aansluiting op het warmtenet. De hoogte van de warmteprijs zal bepaald worden door de energieleverancier, maar mag nooit hoger zijn dan de maximale prijzen die vastgesteld zijn door het ACM (geldt alleen bij kleinverbruikers en kan in warmtewet 2.0 gewijzigd worden). De gebouweigenaar is verder niet verantwoordelijk voor mogelijke onderhoudskosten aan het warmtesysteem tot de afleverset. Eventuele benodigde bouwkundige en/of installatietechnische aanpassingen aan het gebouw om aan te kunnen sluiten op het warmtenet vallen doorgaans onder de gebouweigenaar. Eindgebruikerskosten bij een all-electric net Netbeheerder Bij een all-electric net dient hoogstwaarschijnlijk het elektriciteitsnet verzwaard te worden en een aantal middenspanningsstations in de wijk geplaatst te worden. De kosten hiervoor vallen bij de netbeheerder. Energieleverancier Bij een all-electric net zorgt de energieleverancier voor het leveren van elektriciteit. De energieleverancier is verantwoordelijk voor de bijbehorende investeringskosten en onderhouds- en beheerskosten. Deze kosten worden terugverdiend door het verkopen van elektriciteit aan gebouweigenaren.
Gebouweigenaren Bij een all-electric net krijgt een gebouweigenaar een warmtepomp in de woning. De gebouweigenaar kan zelf eigenaar zijn van de warmtepomp of eventueel de warmtepomp huren. De gebouweigenaar heeft hierbij vaak meer vrijheid dan bij een warmtenet, want de gebouweigenaar mag zelf zijn eigen elektriciteitsleverancier kiezen. De gebouweigenaar investeert dus in de warmtepomp en betaalt voor de 75
elektriciteit die de warmtepomp verbruikt. Hier staat wel tegenover dat de gebouweigenaar zelf verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer van de warmtepomp. Eventuele benodigde bouwkundige en/of installatietechnische aanpassingen aan het gebouw om over te kunnen gaan op de all-electric warmtevoorziening vallen doorgaans onder de gebouweigenaar.
76
Bijlage 7: Veel gestelde vragen Maassluizers en antwoorden Onderstaande vragen en antwoorden zijn een selectie van de meest gestelde vragen uit de enquête en tijdens de informatiebijeenkomsten. Dit is tevens te vinden op de website https://www.maassluis.nl/veelgestelde-vragen-en-antwoorden-over-aardgasvrij Staat uw vraag er niet bij? Dan kunt u uw vraag e-mailen naar aardgasvrij@maassluis.nl.
Proces: hoe maken we Maassluis samen aardgasvrij. Wat is de Transitievisie Warmte? Elke gemeente in Nederland moet van het Rijk een Transitievisie Warmte opstellen. In deze visie staat wanneer welke wijk aardgasvrij wordt en hoe de gebouwen dan verwarmd zullen worden. Voor de wijken die na 2030 aardgasvrij worden kan de warmtebron nog veranderen. Bijvoorbeeld door nieuwe technologische ontwikkelingen. Daarom vernieuwen we de Transitievisie Warmte elke vijf jaar. In de Transitievisie Warmte staat niet hoe we dat precies gaan doen. Dat volgt daarna. Hoe wordt bepaald welke wijken eerst aardgasvrij worden? Voor het gemak spreken we over wijken, maar in de praktijk kan het zijn dat de indeling groter of kleiner is dan een wijk. Om te bepalen welke wijk het eerste aan de beurt is, kijken we naar veel verschillende gegevens. We kijken onder andere naar: • wanneer moet het riool en het gasnet vervangen worden, • wat de onderhoudsplanning is van woningcorporatie Maasdelta (die ongeveer een derde van de woningen in Maassluis bezit) en • hoe makkelijk of hoe moeilijk het is om een bepaalde wijk aardgasvrij te maken. Hoe wordt bepaald welke andere warmtebron beschikbaar komt per wijk? Voor het gemak spreken we over wijken, maar in de praktijk kan het zijn dat de indeling groter of kleiner is dan een wijk.
Welke warmtebron per wijk beschikbaar komt, hangt af van een aantal zaken, zoals: • Kosten: welke warmtebron is het best betaalbaar? • Gebouwkenmerken, zoals het bouwjaar, energielabel en isolatie. • Duurzaamheid: welk beschikbare warmtebron is het meest duurzaam? Wat is het verschil tussen de energietransitie en de warmtetransitie? De gevolgen van klimaatverandering zijn al te merken. Dit merken we aan de extreme weersomstandigheden en de weerrecords die ieder jaar gebroken worden. Om ervoor te zorgen dat onze aarde niet verder opwarmt en om deze leefbaar te houden, stappen we over naar andere energiebronnen die minder schadelijk zijn voor het milieu. Dus van aardgas en aardolie, naar zonnepanelen en windmolens. Dit noemen we de energietransitie. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie gaat over hoe we onze gebouwen op een duurzame manier gaan verwarmen, met een andere warmtebron dan aardgas. De Transitievisie Warmte die onze gemeente opstelt, gaat alleen over de verwarming van onze gebouwen. Niet over hoe we de elektriciteit gaan opwekken die hier eventueel voor nodig is. Waarom gaan wij van het aardgas af terwijl ze in andere landen juist overschakelen naar aardgas? In sommige landen, zoals Duitsland, wordt nu nog veel steenkool en bruinkool gebruikt om gebouwen te verwarmen. Deze zijn veel vervuilender dan het relatief schone aardgas.
Maar aardgas stoot nog steeds veel CO2 uit en draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde. Daarnaast heeft de aardgaswinning voor veel problemen gezorgd in Groningen, waardoor de Nederlandse overheid heeft besloten de aardgaswinning daar te stoppen. Er is mogelijk wel aardgas beschikbaar uit andere landen, maar daar spelen (inter)nationale politieke belangen een rol. Zo wil Nederland bijvoorbeeld niet afhankelijk zijn van Russisch aardgas. Daarnaast is het meeste aardgas uit andere landen van een
77
ander type dan het aardgas uit Groningen. Het moet het eerst behandeld worden om geschikt te maken voor Nederlandse huizen. Waarom beginnen we nu al? Gebouwen aardgasvrij maken is een ingewikkeld proces waarbij veel verschillende partijen betrokken zijn, waaronder onze inwoners. Het is belangrijk dat we dit proces met veel aandacht per wijk doorlopen, zodat iedereen zich goed kan voorbereiden. Dit kost veel tijd. Als we wachten tot er nieuwe technieken op de markt zijn, blijft er weinig ruimte over om het proces zorgvuldig te doorlopen en de klimaatdoelen te behalen. Hoe is de samenwerking met andere gemeenten? De Transitievisie Warmte is voor elke gemeente anders. Elke gemeente heeft te maken met andere lokale factoren. Daarbij kijken we naar de ervaringen van andere gemeenten om van te leren en niet zelf het wiel opnieuw uit te hoeven vinden. Samen met de andere gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werken we aan een Regionale Energie Strategie (RES). Daarbij wordt ook gekeken naar de warmtetransitie. Hiervoor zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat er in onze regio weinig ruimte is om extra elektriciteit op te wekken door zonnepanelen en windmolens te plaatsen. Gelukkig er wel veel restwarmte van de industrie beschikbaar en veel potentie voor aardwarmte.
Deze informatie gebruiken we bij het opstellen van onze Transitievisie Warmte. Wat gebeurt er na het opstellen van de Transitievisie Warmte? Nadat het college en de gemeenteraad een besluit hebben genomen over de Transitievisie Warmte gaan we aan de slag met de uitvoeringsplannen per wijk. Voor het gemak spreken we over wijken, maar in de praktijk kan het zijn dat het gebied groter of kleiner is dan een wijk. We stellen samen met inwoners, bedrijven, organisaties en partners in zo’n gebied een plan op hoe de wijk aardgasvrij zal worden. Hoe we dat precies gaan doen, bepalen we nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de Transitievisie Warmte. Ik moet mijn cv-ketel vervangen. Wat kan ik het beste doen? Als het kan, is het verstandig om te wachten totdat er een besluit is genomen over de Transitievisie Warmte. Dan weet u wanneer uw wijk aan de beurt is om aardgasvrij te worden. Wanneer uw wijk over 15 jaar of meer aan de beurt is, kunt u prima een nieuwe cv-ketel aanschaffen. Of beter nog kunt u kiezen voor een hrketel, deze gebruikt minder gas. De hr-ketel is duurder in aanschaf, maar door de lagere stookkosten verdient de ketel zich terug. Dit is uiteraard wel afhankelijk van uw verbruik. De levensduur van een cv-ketel of hr-ketel is ongeveer 15 jaar. Als uw wijk al eerder aan de beurt is, kunt u overwegen om een cv-ketel of hr-ketel te huren.
Heb ik straks nog wat te kiezen? De gemeente gaat de duurzame warmtebron met de laagste kosten voor de maatschappij in uw wijk beschikbaar maken. Wilt u liever uw woning op een andere manier verwarmen? Dat kan, maar dat moet u dan zelf regelen. Hou er dan wel rekening mee dat aardgas uiteindelijk niet meer beschikbaar is. Dus kies voor een aardgasvrije manier van verwarmen.
Techniek: welke alternatieven zijn er voor aardgas, en hoe bruikbaar zijn deze alternatieven Welke duurzame warmtebronnen zijn er in plaats van aardgas? Op dit moment zijn er drie belangrijke andere duurzame warmtebronnen, namelijk (1) duurzaam gas, (2) een warmtenet en (3) elektrisch verwarmen. 1. Waterstof en groen gas Onder duurzaam gas vallen waterstof en groen gas. Deze vormen van duurzaam gas kunnen gebruik maken van het gasnet dat er nu ligt. Om verschillende redenen (zie de vraag hieronder 'Zijn deze duurzame warmtebronnen wel betrouwbaar en veilig?') ligt het niet voor de hand om de warmtetransitie met deze technieken te beginnen. Maar we sluiten deze warmtebronnen niet uit voor een rol in de toekomst. 78
2. Warmtenet Voor het warmtenet (ook wel bekend als stadsverwarming) zal een nieuwe infrastructuur aangelegd moeten worden. Hiervoor moeten namelijk ondergrondse leidingen komen die warm water van een warmtebron naar de gebouwen transporteert. Op dit moment zijn er al meerdere warmtenetten in de regio Rotterdam-Den Haag, waar Maassluis mogelijk in de toekomst ook gebruik van kan maken. Kansrijke warmtebronnen voor Maassluis zijn restwarmte van de industrie uit de haven van Rotterdam en geothermie (aardwarmte). 3. Elektrische warmte Voor elektrische warmte is de warmtepomp het meest geschikt. Hiervoor kunnen we gebruik maken van het bestaande elektriciteitsnet. Ook dit is een duurzame warmte-oplossing (mits opgewekt door een duurzame bron zoals zonnepanelen en windmolens) die belangrijk is voor Maassluis. Zijn deze duurzame warmtebronnen wel betrouwbaar en veilig? 1. Waterstof en groen gas De technieken om waterstof te gebruiken voor de verwarming van onze gebouwen zijn nog volop in ontwikkeling. Er zijn experimenten, maar er is nog niet veel ervaring mee. Dit brengt onzekerheden met zich mee voor onder andere de betrouwbaarheid en veiligheid. Groen gas wordt al op een kleine schaal toegepast en functioneert eigenlijk hetzelfde als aardgas. 2. Warmtenet Warmtenetten worden altijd voorzien van meerdere bronnen waar de warmte wordt opgewekt.
Er zijn dus altijd extra warmtebronnen beschikbaar waarop we terug kunnen vallen als er iets misgaat met één van de andere bronnen. Voor warmtenetten is er strenge wet- en regelgeving. Deze zorgt ervoor dat we de zekerheid hebben dat er altijd warmte geleverd wordt bij de gebouwen die aangesloten zijn. 3. Elektrische warmte Warmtepompen worden al een lange tijd én steeds vaker gebruikt om bestaande en nieuwe gebouwen te verwarmen. Ze zijn betrouwbaar en veilig, als ze natuurlijk wel op de juiste manier geïnstalleerd worden. Is waterstof geschikt als warmtebron in plaats van aardgas? We verwachten dat waterstof de komende jaren nog geen rol zal spelen voor de verwarming van gebouwen in Maasluis. De techniek staat nog in de kinderschoenen. Het is op dit moment erg duur. Ook is er een tekort aan waterstof. Dit komt doordat de industrie waterstof hard nodig heeft als grondstof. Om waterstof op een duurzame manier te maken is veel groene energie van windmolens en zonnepanelen nodig. Dit is ook nog niet in grote hoeveelheden beschikbaar. Toch sluiten we zeker niet uit dat waterstof in de toekomst gebruikt kan worden voor de verwarming van onze gebouwen. Kan het gasnet hergebruikt worden? En wat gebeurt er met de leidingen die er nu liggen? Voor het gebruik van waterstof en groen gas kan het bestaande gasnet gebruikt worden.
Hiervoor moeten we wel een aantal (relatief kleine) aanpassingen doen aan het gasnet. Zijn gasleidingen niet meer nodig, omdat we overgestapt zijn op andere warmtebronnen? Dan worden deze verwijderd. Gasnetten moeten sowieso vervangen worden na ongeveer 60 à 70 jaar, omdat ze dan versleten zijn. Het kan dus zijn dat het gasnet ook vervangen moet worden als er voor groen gas of waterstof gekozen wordt. Is het elektriciteitsnet wel geschikt als we overstappen op elektrisch verwarmen? Dat hangt af van meerdere zaken. We wekken steeds meer energie op met zonnepanelen. En ook neemt elektrisch vervoer toe. Dit zorgt ervoor dat we het elektriciteitsnet op veel plekken in Nederland moeten verzwaren. Dit geldt waarschijnlijk ook voor Maassluis. Als we in Maassluis overstappen op elektrische verwarmen, neemt de kans nog eens extra toe dat we het elektriciteitsnet hierop moeten voorbereiden. Dit nemen we mee in de kostenafwegingen.
79
Hoe zit het met kernenergie? Het wel of niet toepassen van kernenergie is een vraagstuk op (inter)nationaal niveau. Gemeente Maassluis heeft hierop weinig invloed. Wat zijn de kosten van een warmtepomp? En hoe zit het met de geluidsoverlast? • Kosten De prijs van een warmtepomp loopt erg uiteen. Deze vraag is hetzelfde als 'wat kost een auto?'. De kosten zijn sterk afhankelijk van de warmtebron van de warmtepomp. Een warmtepomp kan bijvoorbeeld warmte uit de lucht of bodem halen. Ook het vermogen van de pomp, het model en de leverancier zijn bepalend voor de kosten. Grofweg variëren de investeringskosten op dit moment (2021) tussen de circa 4.000 en 25.000 euro per woning. Hiervoor krijgt u een duurzamer verwarmingssysteem en een lagere energierekening. Het is wel belangrijk dat u uw woning eerst goed isoleert en ventileert. • Geluid Waar u de warmtepomp plaatst en het geluid hiervan voor u en uw omgeving is een aandachtspunt. Maar ook niet meer dan dat. De technologische ontwikkeling van de verschillende soorten warmtepompen gaat erg snel. Ze worden steeds goedkoper, kleiner, stiller en efficiënter in elektriciteitsverbruik. Op dit moment (2021) worden al honderdduizenden woningen en andere gebouwen in Nederland verwarmd met behulp van warmtepompen.
Hoe gaan we om met nieuwe technieken zoals riothermie (warmte uit het riool) en aquathermie (warmte uit water)? Hiervoor zijn er grofweg twee opties. De eerste is dat dit wordt ingezet als warmtebron voor een lokaal, klein warmtenet voor de verwarming van een paar honderd woningen. Maar het is een kostbare techniek. Een andere, meer waarschijnlijke optie, is het volgende. Maassluis stapt heel waarschijnlijk voor een groot gedeelte over op een groot, gezamenlijk warmtenet. Er zijn op dit moment al meerdere warmtenetten in de regio Rotterdam-Den Haag. Hier kan Maassluis mogelijk gebruik van maken. De warmtebronnen voor dit warmtenet zijn op dit moment restwarmte vanuit de industrie uit de haven van Rotterdam en geothermie (aardwarmte). Als aanvulling op deze bronnen kan mogelijk in de toekomst ook riothermie en aquathermie toegevoegd worden. Is restwarmte van de industrie wel duurzaam? En ook voldoende beschikbaar in de toekomst? Restwarmte van de industrie is op dit moment volgens studies ongeveer twee keer zo duurzaam wat betreft CO2-uitstoot als verwarmen met aardgas. De restwarmte is nog niet CO2-neutraal. Hier wordt hard aan gewerkt. Zo zijn de warmtenetbedrijven op zoek naar steeds duurzamere bronnen om aan te sluiten op het warmtenet. Voorbeelden zijn geothermie, aquathermie en zonnecollectoren. Daarnaast is de Warmtewet 2.0 in ontwikkeling.
Deze wet stelt eisen aan de huidige en toekomstige duurzaamheid van de warmte. Volgens planning treedt de Warmtewet 2.0 op 1 januari 2022 in werking. Onderzoeken laten zien dat de komende tientallen jaren voldoende restwarmte beschikbaar is in de hele regio Rotterdam-Den Haag. Daarnaast verwachten we dat er steeds meer andere duurzame warmtebronnen aangesloten worden op het warmtenet. Is er een warmtenet mogelijk met meerdere leveranciers? Er zijn meerdere warmtebronnen die warmte leveren aan het warmtenet. We weten nog niet of u straks zelf kan kiezen van welke warmtebron u warmte inkoopt. Dit wordt uitgewerkt in de nieuwe Warmtewet 2.0. Het is bijvoorbeeld afhankelijk wie de eigenaar wordt van het aangelegde warmtenet. Dit is nog onderdeel van een landelijke discussie. Volgens planning treedt de Warmtewet 2.0 op 1 januari 2022 in werking.
80
Kosten: wat kost de overgang naar een aardgasvrij Maassluis. Hoeveel gaat het kosten? Dat is moeilijk te zeggen. Elke woning of bedrijfspand is weer anders. Het hangt bijvoorbeeld af van hoe goed uw woning al geïsoleerd is en welke optie u kiest om uw woning te verwarmen. De gemeente ondersteunt de omschakeling naar de warmtebron die het best betaalbaar is in uw wijk. Betaalbaarheid staat bij ons voorop. Naast de kosten letten we ook op of de warmtebron technisch betrouwbaar en duurzaam is. U kunt zelf ook een keuze voor een andere warmtebron maken. Bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen zal een duidelijker beeld ontstaan over de kosten. Wie gaat dat betalen? Woningcorporaties proberen hun woningen zoveel mogelijk woonlastenneutraal te verbouwen. Woonlastenneutraal betekent dat huurders na de verbouwing evenveel betalen aan huur en energie samen als vóór de verbouwing. Woningeigenaren zullen zelf een deel moeten betalen. Op dit moment zijn er al verschillende subsidies beschikbaar (zie het antwoord bij de vraag hieronder) nummer als volgorde verandert) en mogelijk volgen er nog andere manieren om woningeigenaren te ondersteunen. Maar naast dat er kosten zijn om uw woning aardgasvrij te maken, kunnen er ook voordelen zijn. Zo draagt isolatie bij aan een lagere energierekening en een comfortabelere woning. U hoeft ook niet alles tegelijk te doen.
Met kleine stapjes komt u er ook en kunt u uw uitgaven over een langere periode uitsmeren. Waar kan ik informatie vinden over subsidies? Voor woningeigenaren en bedrijven is de belangrijkste subsidie de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Deze subsidie is onder andere beschikbaar voor aansluiting op een warmtenet, een warmtepomp, een zonneboiler en voor woningeigenaren ook voor isolatiemaatregelen. Meer informatie vindt u op rvo.nl. VvE's kunnen gebruik maken van de subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH). Deze subsidie kunt u aanvragen voor energieadvies, procesbegeleiding en isolatiemaatregelen. Meer informatie vindt u op rvo.nl. Kunnen oudere woningen ook betaalbaar geschikt gemaakt worden voor een andere warmtebron dan aardgas? Voor oudere woningen is het lastiger om over te stappen op een andere warmtebron dan voor nieuwbouwwoningen. Maar ook oudere woningen kunnen aardgasvrij worden. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte houden we rekening met de bouwjaren van gebouwen en kijken we welke warmtebron het beste hierbij past.
Overig: meer informatie over de weg naar een aardgasvrije stad Mijn bedrijf gebruikt aardgas voor ons bedrijfsproces. Kunnen wij hiervoor aardgas blijven gebruiken? Nee, ook daarvoor zal een alternatief gevonden moeten worden. Wat hiervoor het beste alternatief is, zal per bedrijf bekeken moeten worden. Hoe zit het met nieuwbouw? Voor alle gebouwen die na 1 juli 2018 een bouwvergunning hebben aangevraagd geldt dat deze aardgasvrij gebouwd moeten worden. In zeldzame gevallen kan een uitzondering gemaakt worden, omdat het bijvoorbeeld om de verbouwing van een oud pand gaat. Er bestaat de mogelijkheid dat u in een nieuwbouwwoning woont, maar wel een gasaansluiting heeft. In dat geval is de bouwvergunning vóór 1 juli 2018 aangevraagd. Op dat moment was het in veel gevallen nog verplicht om woningen op het aardgas aan te sluiten. Hoe kan ik mijn woning voorbereiden op de overstap naar een andere warmtebron dan aardgas? U kunt alvast stappen zetten naar een aardgasvrije toekomst van uw woning. Het belangrijkste is het verminderen van uw energieverbruik, bijvoorbeeld door te isoleren. Dat is goed voor het milieu, maar ook 81
voor uw portemonnee. Maar ook andere kleine stapjes kunnen helpen. Frank Prins van het regionale energieloket de WoonWijzerWinkel hield tijdens de bijeenkomst op 18 februari 2021 een presentatie over de mogelijkheden. Zijn presentatie (video en pdf 1,8 MB) kunt u hier bekijken. U kunt ook altijd bij de WoonWijzerWinkel terecht voor persoonlijk advies. Kijk voor meer informatie op de website van de WoonWijzerWinkel. Bent u van plan om onderhoud te plegen aan uw woning? Kijk dan ook eens of u dit kunt combineren met duurzame maatregelen. Wilt u een nieuwe keuken? Stap dan meteen over op elektrisch koken. Of wilt u uw vloer vervangen? Misschien kunt u dit combineren met de aanleg van vloerverwarming. Zo zorgt u ervoor dat uw woning stap voor stap duurzamer en comfortabeler wordt. U hoeft dan niet alles tegelijkertijd te doen. Wat vindt de gemeente van het gebruik van biomassakachels om te verwarmen? Er is veel verschil tussen biomassa-oplossingen. Een biomassaketel op lokaal snoeiafval is heel iets anders dan een pelletkachel waarbij de brandstof van ver(der) weg komt. In veel gevallen is het verbranden van biomassa niet duurzaam. Daarnaast is het ook niet goed voor het milieu en de gezondheid vanwege de fijnstof die deze kachels uitstoten. De gemeente ziet dan ook weinig in het toepassen van biomassakachels om woningen te verwarmen.
Zeker omdat er in de meeste gevallen genoeg andere warmteoplossingen (presentatie Merosch, video en pdf 3,1 MB) zijn. Het kan zijn dat we een uitzondering maken voor plekken waar echt geen (betaalbare) andere warmtebronnen beschikbaar zijn. Denk aan een slecht te isoleren oudere woning in het buitengebied. Welke aanpassingen zijn in en/of aan mijn woning nodig om aardgasvrij te worden? Dat is afhankelijk van de staat van uw woning en de gekozen andere duurzame warmtebron. Menno Schokker van Merosch liet in zijn presentatie tijdens de informatiebijeenkomst (video en pdf 3,1 MB) op 18 februari 2021 zien welke aanpassingen nodig zijn voor verschillende oplossingen voor duurzame warmte. In ieder geval is het noodzakelijk om over te stappen op elektrisch koken wanneer geen gas meer wordt geleverd. Daarnaast is het verminderen van uw energieverbruik, bijvoorbeeld door te isoleren, altijd een goed idee. Welke mogelijkheden zijn er voor huurders? De eigenaar is verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van de woning. De Transitievisie Warmte stelt de gemeente samen met partners waaronder woningcorporatie Maasdelta op. In de volgorde wanneer wijken aardgasvrij worden, houden we rekening met de planning van Maasdelta. Wanneer we in een wijk aan de slag gaan, betrekken we ook mogelijke andere verhuurders.
Als huurder kunt u zelf ook maatregelen nemen om uw energieverbruik te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan radiatorfolie achter de verwarming, tochtstrips, ledlampen of een waterbesparende douchekop. Voor tips kunt u contact opnemen met de WoonWijzerWinkel. Welke mogelijkheden zijn er voor VvE's? Als VvE is het verstandig om (noodzakelijk) onderhoud te combineren met duurzaamheidsmaatregelen. Moeten de kozijnen vervangen worden? Denk dan meteen aan glas met een hoge mate van isolatie (bijvoorbeeld HR++ glas). Tijdens de bijeenkomst van 18 februari gaf Frank Prins van het regionale energieloket de WoonWijzerWinkel een presentatie (video en pdf 1,8 MB) over wat u nu al kan doen. Daarbij maakt het niet uit van welke duurzame warmtebron uw VVE in de toekomst gebruikt maakt. U kunt ook bij de WoonWijzerWinkel terecht voor een persoonlijk advies.
82
83